Engbersen: er is eerder minder dan meer discriminatie

december 1, 2016 by  

Interview met Godfried Engbersen

Godfried Engbersen is hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Bovendien is hij lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Het zij gezegd: we kennen elkaar al jaren. Collega’s in Leiden, collega’s in Rotterdam en als lid van de WRR ben ik hem voorgegaan. Het kleurt het gesprek. Het geeft me ook de ruimte om het tegengeluid te laten horen. Engbersen is zeer deskundig op een gebied dat voor veel maatschappelijke onrust zorgt: migranten. Om zijn weloverwogen mening scherper te krijgen is het zinvol en aangenaam om het populistische tegengeluid te laten horen.

Allochtonen bestaan niet meer, maar de ellende blijft

Ik start met de opmerking, dat ik graag iets zou willen vragen over allochtonen. Maar mag dat nog wel? De WRR en het CBS willen beide het woord voortaan vermijden. Het gesprek staat meteen op scherp. Engbersen vertelt over zijn Verkenning over migratie en identificatie, een heel groot project van de WRR. Verre voorgangers bij de WRR hebben in 1989 het begrip allochtoon bepleit, want etnische minderheid was discriminerend. Maar het begrip allochtoon is technisch niet correct: van andere bodem. Maar tweede generatie allochtonen noemen we ook allochtonen. Als één ouder in een ander land is geboren ben je al allochtoon. Maar het is ook een scheldwoord geworden. Mensen hebben er last van. En vooral de tweede generatie die het goed doet, vindt het vervelend. “We doen het goed en dan worden we toch weggezet als allochtoon”. Je hebt dus behoefte aan een begrip dat niet discrimineert. We zeggen nu: personen met een migratie-achtergrond. Maar de definitie is gelijk gebleven: minimaal één ouder die geboren is in het buitenland.

Daarnaast voldoet het onderscheid tussen westers en niet-westers niet meer. Te willekeurig. Japan en Indonesië zijn westers, Suriname en de Antillen niet-westers. Ik vraag hoe het verbod op het begrip ‘allochtoon’ is gevallen. Engbersen was verbaasd over de enorme belangstelling voor het rapport. Maar het was wel oppervlakkige aandacht. Veel journalisten hadden het rapport niet goed gelezen. De WRR zegt: gebruik een clustering, naar gelang je probleem. Maar veel mensen hebben gezegd: de WRR verandert de vlag, maar de ellende blijft hetzelfde. Dat is het verdoezelen van problemen. Maar dat is incorrect. Bovendien nemen al veel mensen het begrip over. Voor Engbersen blijft de cruciale vraag of we in de statistieken van de overheid de tweede-generatie-migranten niet gewoon moeten rekenen tot personen met een Nederlandse achtergrond. Ze zijn hier immers geboren.

Enorme diversiteit aan migranten

Of je nu allochtoon zegt of migrant, achter beide begrippen gaat een enorme diversiteit schuil. Van de Nederlandse bevolking is nu 22% persoon met een migratieachtergrond. In de grote steden is dat 50%. Den Haag al 51%, Amsterdam 50 en Rotterdam er net onder. De samenstelling was vroeger overzichtelijk. Eerst kwamen de mensen uit de koloniën. Daarna de gastarbeiders. Toen de vluchtelingen. Maar nu komen ze uit alle hoeken en gaten van de wereld. Meer dan 200 nationaliteiten in Nederland. Amsterdam en Rotterdam hebben meer dan 175 nationaliteiten. Ze komen als vluchteling, als expat, als student, als familiemigrant, als arbeidsmigrant. Tegenwoordig kennen we ook al klimaatmigranten. Familiemigrant was lange tijd de grootste groep. Nu zijn dat de arbeidsmigranten. Met name door de uitbreiding van de EU. De Polen zijn de grootste groep arbeidsmigranten momenteel. Overigens vormden de 50.000 vluchtelingen vorig jaar de grootste groep.

Ik probeer de zorgvuldig formulerende Engbersen nog eens uit de tent te lokken en zeg dat al die vluchtelingen toch ook arbeidsmigranten zijn. Engbersen geeft voorzichtig toe: “Deels wel. Het beleid kent hokjes. Je bent student, familiemigrant, arbeidsmigrant of vluchteling. Maar soms zijn de scheidslijnen heel onduidelijk”. Dan weer scherp: “Maar al die Syrische vluchtelingen hebben echt te maken met de oorlog in Syrië. Ook veel anderen vluchten voor oorlogen. Niettemin, mensen die vluchten hebben vaak het geld om dat te doen. En ze zoeken een betere toekomst. Ook achter vluchtelingen gaat een grote diversiteit schuil. Onderzoek in Duitsland toont aan dat eenderde laagopgeleid is, eenderde is middelbaar opgeleid en eenderde hoogopgeleid. Je hebt dus differentiatie naar herkomst (regio), differentiatie naar motieven, en differentiatie naar opleiding.”

Ook de maatschappelijke positie van de migranten is heel verschillend. Volgens Engbersen kijken we te veel naar enkele specifieke groepen: naar Turken, Marokkanen, Antillianen, Surinamers en vluchtelingen. En nu naar Polen. En inderdaad komen Marokkanen en Antillianen en een deel van de Turken moeilijk aan het werk. De werkloosheid onder deze groepen is soms 2, 3, 4 keer hoger dan onder autochtonen. Bij arbeidsmigranten zie je juist een hele lage werkloosheid. Bij vluchtelingen is het treurig gesteld. Van de Syriërs die het afgelopen jaar zijn binnengekomen zit driekwart in de bijstand. Maar vergeet niet dat veel migranten gewoon kenniswerkers zijn uit Amerika, Engeland, Duitsland, China en India. Dat zijn vaak hoger geschoolden.

Ik vraag Engbersen waarom de Nederlandse allochtonen het slechter doen dan de Spaanse? Engbersen wijst er op dat in Nederland het probleem zit bij specifieke groepen, waaronder Marokkanen, Antillianen en vluchtelingen. Hoewel de tweede generatie een veel rooskleuriger beeld laat zien. Spanje heeft weinig vluchtelingen. In Spanje heb je veel migranten die tijdelijk werken in de landbouw. En er is een politiek van circulaire migratie. Dat mensen terug gaan. In Nederland zijn we wel selectiever geworden en daardoor is het verbeterd. Er zijn nog twee probleemgroepen: de tweede generatie gastarbeiders en de vluchtelingen.

In het Westland dreigt een tekort aan migranten

Verdringen migranten banen van boze witte mannen, van autochtone Nederlanders? Engbersen: lees het interessante rapport van de SER, van een paar jaar geleden. Allochtonen hebben geen neerwaartse invloed op de lonen en ze verdringen geen banen. Ik antwoord meteen cynisch: en het transport dan? Die heeft de SER zeker allemaal politiek correct weggeveegd in de statistieken. Engbersen ontkent niet: Dat is juist. De grote statistieken laten zien dat migratie een toegevoegde waarde heeft voor de economie. Twee negatieve effecten: in bepaalde sectoren is er verdringing. Bouw en transport. En als nieuwe migranten concurreren, dan concurreren ze met oudere migrantengroepen. Vergeet niet dat het Westland voor bijna 100% draait op werknemers uit Polen. Een van de belangrijkste exportsectoren. Nu hebben ze daar problemen omdat de Polen niet meer zo graag komen, omdat het beter gaat in Polen zelf. En Duitsland heeft zijn arbeidsmarkt nu volledig opengesteld voor Polen. Waar moet het Westland ze hun arbeiders vandaan halen? We halen ze niet uit het granieten bestand van de bijstand.

Statistisch gecontroleerde vluchteling steelt alleen maar shampoo

Is de criminaliteit hoger onder migranten? Engbersen: ik durf het bijna niet te zeggen, maar de subtitel van onze studie luidt: ‘Naar een meervoudig migratie-idioom’. Want sommige groepen migranten zitten ver onder het Nederlands gemiddeld qua criminaliteit. Dan hebben we het overigens over cijfers van de geregistreerde criminaliteit door de Nederlandse politie. Die cijfers gaan over personen tegen wie als verdachte van het plegen van een misdrijf een proces verbaal is opgemaakt. Ik werp tegen: “Is dat niet weer zo’n politiek correcte reactie op Wilders?”. Engbersen: Ja, bepaalde subgroepen zijn inderdaad sterk vertegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken, in het bijzonder Marokkanen en Antillianen. In 2015 is rond de 5% van beide groepen verdacht van een misdrijf tegenover 1% van de Nederlanders. Onder de vluchtelingen komt ongeveer drie keer zoveel criminaliteit voor dan onder autochtone Nederlanders. Maar als je statistisch controleert, het zijn heel veel jonge, alleenstaande mannen, dan zijn ze juist minder crimineel. Ik werp weer tegen: maar als je Keulen woont maakt dat geen flikker uit, al die regressie-analyses van jullie. Nog steeds zijn ze 2 tot 3 maal crimineel. Engbersen: ja, maar je moet wel kijken naar het soort criminaliteit. Geen moord- en doodslag of drugs- en wapendelicten. Ik mompel: verkrachtingen. Engbersen: nee, het zijn vooral eenvoudige winkeldiefstallen. En geweld jegens elkaar. Je moet het wel in juiste perspectief zien. Je moet groepen eerlijk met elkaar vergelijken. Maar voor een burgemeester bestaat de statistisch gecorrigeerde vluchteling niet. Jouw vraag is in dat opzicht helemaal terecht. Een burgemeester kan te maken krijgen met onge Syriërs. Je moet er voor zorgen dat je ze niet allemaal bij elkaar huisvest. Hij moet ze spreiden. Geen 200 voetbalhooligans bij elkaar zetten. Ook geen 200 jonge Syriërs.

Engbersen: Wat interessant is: als je controleert naar leeftijd, geslacht en werk bij Marokannen en Antillianen, dan blijven ze bovengemiddeld vaak verdacht van een misdrijf. Daar speelt een culturele factor een rol. In het beleid moeten we dan rekenschap geven van culturele verschillen. Bij Antillianen vaak afwezige vaders, weinig sociale controle. Ze komen uit de volksbuurten. Bij Marokkanen hebben ouders uit de eerste generatie slecht toezicht op hun kinderen. Bij Turken gaat dat veel beter. Bij vluchtelingen is er geen culturele verklaring, volgens onze analyse. Het interessante van Marokkanen: na hun 20ste neemt het heel snel af. Dan settelen ze zich. Bij Antillianen blijft het, die hoge criminaliteit. Zij vormen een uitzondering.

Verliesgevoelens

Van der Laan wilde ooit geen maatschappelijke-kosten-baten-analyse doen naar migratie op verzoek van Wilders. Sadik Harchaoui van Forum gaf toen een opdracht aan Peter Nijkamp van de VU om het wel te doen. Van dat onderzoek hebben we nooit meer iets gehoord, naar verluid omdat de uitkomsten Harchaoui tegenvielen. Engbersen: Peter Nijkamp is de hoogleraar die het sterkst naar voren brengt dat diversiteit goed is voor de economie. Steden die divers zijn, met diverse migratie-achtergronden hebben meer ondernemerschap, meer economische groei volgens hem. Maar Nijkamp heeft zich vooral gebaseerd op een analyse van bestaand internationaal onderzoek. Maar de WRR gaat die vraag nu specifiek voor Nederland proberen te beantwoorden. We hebben twee grote vragen. Eén: valt de samenleving niet uit elkaar met steeds grotere diversiteit? We hebben – vooral in de Randstad – geen homogene wijken meer. Twee: wat levert het economisch op? Moeilijk onderzoek. Bijvoorbeeld bij die eerste vraag: hoe meet je sociale samenhang? We kiezen voor drie indicatoren. Ten eerste: gaat het sociale kapitaal niet kapot door de diversiteit: hoe verhouden mensen zich tot elkaar? Helpen ze elkaar? We zien dat als er meer diversiteit is, dat dan het samenleven problematischer wordt. Gevoelens van onbehagen ontstaan in directe leefomgeving. Ten tweede: leidt diversiteit tot verliesgevoelens bij gevestigde bevolking? Verliesgevoelens zijn een heel reëel vraagstuk. Ook bij middelopgeleiden en hoogopgeleiden. Ze hebben het gevoel de grip op hun bestaan kwijt te raken. Ten derde: de criminaliteit. Voelen mensen zich minder veilig? Wordt er meer gestolen in de wijk?

Ik maak een grote stap. Als de WRR verliesgevoelens een indicator noemt voor afnemende sociale cohesie zou een overwinning van Wilders bij de verkiezingen een indicatie zijn voor het uiteenvallen van de samenleving? Zover wil Engbersen niet gaan. Hij verwijst naar Van de politicoloog Gunsteren. Die zei ooit dat strijd – waaronder politieke strijd – niet altijd een indicatie voor afnemende sociale cohesie hoeft te zijn. Hangt ervan af hoe we met het conflict omgaan. Maar natuurlijk Wilders mobiliseert de verliesgevoelens en waarom zou dat niet mogen? Tegelijkertijd nemen veel partijen een deel van de agenda van Wilders over. Niet alleen nieuwe partijen, maar ook CDA, PvdA en VVD. Á la van Gunsteren: we zien wel strijd, maar we zijn nog steeds in staat om elkaar te debatteren.. Dat duidt op sociale cohesie.

Binding van Turkse jongeren met Erdogan is curieus

Hoe staat het met de binding van de allochtonen met moederland? Zijn Turken meer verbonden met Turkije dan met Nederland? Zie de beelden in Rotterdam na de staatsgreep tegen Erdogan. Engbersen: veel Turken zijn geïntegreerd in Nederland en voelen daarnaast loyaliteit voor het land van herkomst. Al moeten we toegeven dat dat ‘geïntegreerd zijn’, ook kan betekenen dat ze vooral onder elkaar wonen en leven. Toch bestaat er in het algemeen geen relatie tussen mate van integratie en mate van binding met het land van herkomst. En onder integratie verstaat Engbersen: met een normale baan meedoen in de samenleving. Sommige migranten zijn helemaal geïntegreerd en blijven geld sturen naar het land van herkomst en Somaliërs die in de bijstand zitten sturen ook nog steeds geld. Dat is het algemene beeld. Maar wat er met sommige Turkse jongeren gebeurt, daar wordt Engbersen niet blij van. Ze zijn hier opgegroeid. En dan die sterke identificatie met Erdogan. Engbersen begrijpt wel een zekere loyaliteit. Dat de staatsgreep daar hier emoties opwekt. Maar wat je zag, was ook een illustratie van problematische integratie van jongeren hier. “Het is curieus dat ze meer binding lijken te hebben met Erdogan dan met de Nederlandse samenleving”.

Hoeveel migranten zijn moslim? Engbersen: ik zou het niet kunnen zeggen. We hebben geen volkstelling meer. We weten wel dat een deel van de migranten uit moslimlanden komen. Maar het kunnen ook Christenen zijn uit Syrië. Dat weten we allemaal niet.

Wat weten we van radicalisering? Engbersen: wat is radicalisering? Ja. Jihadstrijder worden. Dat zeker. Maar als je meer fundamentalistisch wordt ten aanzien van religie, dat je op andere politieke partijen stemt? Maar er zijn in NL geen signalen van grote vormen van radicalisering. Indicaties van plukjes. Iets meer dan 200 naar Syrië afgereisd. Het kan een topje van de ijsberg zijn, maar dat weten we niet.

Wat zijn de oorzaken van die radicalisering? Speelt het Mattheus effect hier een rol? Engbersen: een cocktail. Er is een sociaal-economische voedingsbodem: groepen voelen zich gemarginaliseerd. Ze kunnen niet meekomen. Ze voelen zich gediscrimineerd. Maar ook middengroepen en hogere inkomens kunnen radicaliseren. Er is ook een sociaal-culturele voedingsbodem. Het gevoel: ik word niet erkend. Onvrede met de samenleving. Het idee dat geloof hun bescherming biedt. Er is geen sprake van een Mattheus effect. Het zijn namelijk ook hoogopgeleiden die radicaliseren. Het is een emotioneel en een sociaal-economisch vraagstuk dat niet alleen verbonden is met de eigen positie en die van de eigen migrantengroep, maar ook met geo-politieke machtsverhoudingen in de wijdere wereld.

Hoeveel migranten kan de samenleving aan

Ik durf die grote vraag toch maar te stellen: hoeveel migranten kan de Nederlandse samenleving eigenlijk aan? Waar ligt voor jou de grens? Of is er geen grens? Engbersen: ten eerste hangt erg van de toerusting van de mensen die hiernaar toe komen. Dat 50% van de inwoners van de grote steden een migratieachtergrond heeft, is niet het probleem. Het wordt pas een probleem als migrantengroepen zich niet kunnen redden en geen bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving. Denk aan de de grote bijstandsafhankelijkheid van Marokkanen en Antillianen en aan Somaliërs en Syriërs in de bijstand. Maar het merendeel van de migrantengroepen levert geen integratieproblemen op. In 2015 bestond de top tien van de migrantengroepen naast Syriërs, uit personen uit Polen, Duitsland, de voormalige Sovjet Unie, India, China, Engeland, de VS, Italië en Bulgarije. Ten tweede hangt het af van de economische absorptiecapaciteit: hoeveel banen hebben we te bieden?. Engbersen wijst er nog eens op dat we een intelligent selectief migratiebeleid nodig hebben. En dat is er in Nederland. Arbeidsmigranten van buiten de EU kunnen hier alleen komen als ze bepaalde skills hebben en als er een baan voor ze is. Internationale studenten mogen hier naar toe als ze worden toegelaten op de universiteit. Familiemigranten moeten een inburgeringstoets doen in het buitenland. Je mag en kan alleen niet selecteren op vluchtelingen. Daarom is het belangrijk om hen zo snel mogelijk te integreren. . Er ontstaat een grens als er in Nederland onvoldoende werk is voor migranten en als te veel migranten de juiste toerusting ontberen om in de Nederlandse samenleving te participeren.

Migranten worden steeds vaker passanten

Vaak wordt bij dit onderwerp de dynamiek vergeten. Ten eerste: hoe groot is de retourmigratie. Engbersen: binnen EU bestaat grote mobiliteit. Ik vermoed dat minimaal de helft van de Polen zal teruggaan. Zoals we in het verleden hebben gezien met Spanjaarden, Italianen en Grieken. Van de vluchtelingen gaat een derde weer door naar een ander Europees land of ze gaan weer terug. Expats gaan na 3 tot 5 jaar weer weg. Veel studenten gaan weer weg. Dat is heel ingewikkeld voor steden en voor integratiebeleid. Inburgering is niet voor iedereen de oplossing. Steden hebben in toenemende mate te maken met passanten. Tijdelijke huisvesting, tijdelijk onderwijs. Short stay voorzieningen. Zij-instroom in onderwijs.

Elke wereldstad heeft zijn arrival neigbourhoods

Ook binnen de steden bestaat veel dynamiek. Steden zijn vaak arrival cities. Men komt aan, krijgt een baan, een opleiding en zo fungeert de stad als roltrap. Bij hoeveel migranten lukt dat inderdaad? Engbersen: Al die hoeveel-vragen! Tjonge, tjonge, dat weten we niet precies. We weten wel dat het werkt. Maar ik kan geen cijfers noemen. In Rotterdam-Zuid werkt de roltrap overigens niet voor voor iedereen. Denk aan de problematische positie van de eerste generatie Surinamers en Turken. Maar wel voor de MOE-landers! Polen komen daar aan, en gaan of in Polen investeren in nieuw huis of ze gaan elders in Rotterdam een huis kopen. Liefst in een betere buurt. In hun ogen is verbetering: de buurt uitgaan! Maar het gaat moeizaam met de traditionele groepen. Hoewel, de grote hbo-instellingen in de buurt van Zuid zijn volstrekt multicultureel.Sociale stijging zie je bij Polen al in de eerste generatie, bij andere groepen in de tweede en de derde generatie. Onderwijsniveau van migranten op Zuid ligt hoger dan bij de autochtone bevolking.

Ja de stad is emancipatiemachine én de stad is toevluchtsoord van marginale groepen. Die arrival neighbourhoods hebben de functie van springplank én zijn de verzamelplek van kwetsbare groepen. Dat maakt zo’n wijk zo ingewikkeld. Elke serieuze wereldstad heeft dit soort arrival neigbourhoods nodig. Terwijl de overheid altijd bezig is om die instroom te verbeteren. De Nationale overheid heeft een selectief migratiebeleid, Rotterdam heeft zijn Rotterdamwet. In Amerika ligt het extremer. Met veel illegalen. Die hebben we hier ook, maar die krijgen hier veel minder ruimte dan in Amerika. In Amerika heb je illegalen als heel geslaagde ondernemers. Dat is hier onmogelijk.

Maar wat Marco Pastors wil, Zuid op het gemiddelde niveau van de stad als geheel brengen, dat lijkt mij een brug te ver. Wat hij heel goed doet, is dat hij heel zwaar inzet op onderwijs en op de verbinding onderwijs-arbeidsmarkt. Dat is de kern van het beleid. Niet van die kleine welzijnsprojectjes in de buurt. Maar de woningvoorraad mag ook niet te eenzijdig zijn. Voor de kwaliteit van leven. Is ook voor scholen goed. Dat er ook kinderen in de klas zitten van wie de ouders wel werken. Dat is het grote voordeel van de Polen die op Zuid erbij zijn gekomen. Onderwijs, arbeid en huisvesting is de heilige drie-eenheid. En ik weet dat het veranderen van de woningvoorraad heel ingewikkeld is.

Ik ben verbaasd dat Engbersen in het ‘buurteffect’ gelooft. Dat de samenstelling van de buurt je eigen kans op werk en op vooruitgang bepaalt. Engbersen is voorzichtig. Hij gelooft er “een beetje” in. “Ja, die geografen zeggen altijd dat buurteffecten niet bestaan”. Het gaat om een compositie-effect: de samenstelling van de bevolking is belangrijk. Zie het laatste boek van Putnam. Klassen met kinderen uit gezinnen met een verschillende sociaal-economische status zijn goed voor kinderen van lage inkomensgroepen.

Er is eerder minder dan meer discriminatie

We praten over het veranderen van het discours. In de jaren 90 stond het debat nog in het teken van multiculturaliteit. Tegenwoordig moet iedereen een bijdrage leveren aan de samenleving en heeft iedereen zich te houden aan de principes van onze democratische rechtstaat. En we eisen tolerantie. Dat duidt niet meer op gelijkwaardigheid van culturen. Deze principes belichamen nu eenmaal vooral onze cultuur. Misschien is de vraag te groot: is huidige racisme een gevolg van te vriendelijke houding in de jaren 90? Engbersen: ik weet het niet, eerlijk gezegd. Oude sociologische wet: migranten moeten altijd een plek veroveren. Gevestigden hebben altijd moeite met nieuwkomers. Discriminatie hoort daarbij. Harde varianten en impliciete varianten. Ik denk niet dat discriminatie is toegenomen, misschien wel afgenomen. Alleen degenen die onderwerp zijn van discriminatie zijn er gevoeliger voor geworden. Eerste generatie durfde er vaak nog niet tegen in te gaan. De tweede generatie, hoogopgeleid, die protesteert. Er is een veel grotere gevoeligheid voor discriminatie.

Opnamecapaciteit van Nederland kent grenzen

Tot slot, De WRR bracht vorig jaar een policy brief uit. Met als boodschap: laat asielzoekers eerder participeren, anders komen ze er nooit meer tussen. Ik vraag Engbersen of dat niet een beetje te politiek correct was? Het advies kwam uit toen vele vluchtelingen het land binnenstroomden. De WRR had ook kunnen zeggen: waarom worden statushouders voorgetrokken bij sociale huurwoningen en waarom mogen asielzoekers met een uitkering een baan weigeren? Het maatschappelijke gevoel was: toch die mensen pikken onze dingen in, kan het niet wat minder? Je had zelfs kunnen zeggen dat er minder vluchtelingen moeten worden toegelaten. Maar de WRR bepleitte slechts een snellere integratie. Er ontstaat een mooi debat. Engbersen fel: we waren helemaal niet braaf. De kracht van het rapport was dat we terugkeken naar de jaren 90. Toen kwamen er ook zoveel vluchtelingen. De integratie is toen bedroevend geweest. Veel werkloosheid onder vluchtelingen. Ik interrumpeer: dat is toch een extra argument om te zeggen: ga de grens sluiten? Engbersen: ja, nee, ja. Alle aandacht ging toen uit, net als nu, naar de eerste opvang van asielmigranten. Er was te weinig nagedacht over integratie. Dat dreigde ook nu te gebeuren. Wat wij dus zeiden was dus niet politiek correct! We hielden de spiegel voor van het verleden. En dat die centrale opvang opnieuw veel te lang dreigde te duren. Meer dan een jaar wachten, dan uitgeplaatst naar een gemeente. Dan gingen ze daar nadenken over inburgering en daarna over een opleiding. En daarna over baan. Dat kon 4, 5 jaar duren.

Ik probeer het nog een keer: hebben jullie overwogen om te zeggen: uit het verleden blijkt dat we deze aantallen niet aan kunnen? Engbersen: dat hebben we nooit overwogen omdat dat niet het onderwerp was van de policy brief. Maar ik wil er wel iets over zeggen. Het ging in 2015 om ruim 50.000 asielmigranten op 17 miljoen mensen in Nederland. In Zweden nemen ze er veel meer op. Met veel minder inwoners. Maar ons centrale punt was: je kan het veel intelligenter doen, die opvang en de integratie. Probeer meteen werk te maken van integreren. Meteen verspreiden over plekken waar ze kunnen werken. Voordat je migratiebeslissing neemt, meteen kijken naar geschiktheid voor de arbeidsmarkt. Nee, al die andere vragen hebben we niet opgeworpen en beantwoord. Het ging er toen om dat mensen er al waren. En we wisten dat het merendeel een asielstatus zou krijgen. De vraag was: hoe ga je deze groepen integreren?

Ik blijf het proberen: waarom heb je niet aan de verliesgevoelens van de gevestigden gedacht? Engbersen: we zeggen ook dat anderen groepen dezelfde rechten moeten hebben. We zeggen dat er van alles moet worden gedaan aan nieuwe vormen van huisvesting om ervoor te zorgen dat asielmigranten geen exclusief beroep doen op de publieke huisvesting. En we zeggen ook dat veel maatregelen die worden bedacht voor asielmigranten (bijvoorbeeld rond arbeidsmarktoeleiding) ook beschikbaar zouden moeten zijn voor de gevestigde bevolking. Het belangrijkste: de vluchteling moet zo snel mogelijk zijn eigen broek kunnen ophouden.

Kijk er waren twee stromingen. Sommigen waren heel bang dat al die vluchtelingen vooral naar de bijstand zouden gaan. Anderen vonden het vooral zielig voor die mensen. Wij hebben in feite die impasse proberen te doorbreken. Niet zielig doen, gewoon aanpakken. Professionals voor het onderwijs. Meer geld voor gemeenten.. Er alles er aan doen dat vluchtelingen meteen aan het werk gaan. Het is gewoon heel hard werken.

En dan komt plotseling een antwoord op een eerdere vraag: “Als jij vraagt: zou de Nederlandse samenleving in staat zijn om tien jaar achter elkaar dit soort aantallen op te nemen, dan denk ik van niet.”
En we worden het een beetje eens: “Je hebt gelijk, dat in zo’n policy brief een aantal fundamentele vragen niet aan bod kunnen komen. Maar daar is zo’n brief ook niet voor bedoeld. In de Kamer liepen velen met een grote boog om de integratie heen. Het merendeel van de Kamervragen en Kamerdebatten gingen over de eerste opvang. Dat is begrijpelijk, gelet op de aantallen en de onrust in de samenleving. Wij hebben gezegd: denk ook aan de volgende stap. En dat is de integratie. Sluit daarvoor je ogen nou niet. Want het draagvlak van het vluchtelingenbeleid staat of valt met de mate waarin asielmigranten straks een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving. Een vluchteling heeft vooral in dat eerste jaar een zetje nodig. Het is goed dat wij deze onafhankelijke positie hebben ingenomen en dit punt zijn blijven maken.

 

26 november 2016

De PvdA moet terug naar de achterban

november 22, 2016 by  

Wat er in de steden is gebeurd is symptomatisch voor de PvdA. Ideologisch is de partij meegegleden met het denken in termen van globalisering en met het neo-liberale denken van de bovenkant. Het waren ook de mensen met wie de partijleiding zich met meest omringde. Tegelijkertijd verschoof de traditionele achterban naar de conservatieve hoek. Althans naar de hoek die in de neo-liberale tijd als conservatief werd gezien. Bovendien werd een deel van de traditionele achterban chagrijnig, omdat ze steeds maar werden gepasseerd door al diegenen die op de golven van de globalisering hier een plekje zochten dan wel een baan. Daarmee keerden ze zich al snel tegen immigratie en tegen het Europa van de Polen. En dat was tegen het zere been van de spraakmakende gemeente binnen de PvdA. Wij waren voor immigratie, wij waren voor Europa. En wie daar anders over dacht kon beter overstappen naar een andere partij.

Natuurlijk, ik ken het debat in de PvdA. Ik weet dat er steeds weer geprobeerd is om het immigratiestandpunt te ‘verharden’. Ik weet dat Job Cohen de wet door de Kamer heeft gekregen die de instroom van immigranten aanzienlijk indamde. Ik weet dat velen zich hebben verzet tegen de gevolgen van het neo-liberale denken voor de zorg, voor het onderwijs en noem maar op. Ik heb de Joop den Uyl-lezing van Wouter Bos heel goed verstaan, waarin hij terugkwam van een te enthousiast marktdenken. En ik weet dat er ook binnen de PvdA is gediscussieerd over Europa. Maar niet fundamenteel genoeg en de beleidswijzigingen waren dan ook te marginaal. Men bleef uiteindelijk toch geloven dat een voorkeur voor Europa, een voorkeur voor immigratie en een voorkeur voor het neo-liberale denken heel goed aansloot bij het progressieve gedachtengoed. Het was Bram Peper die Wim Kok liet spreken over het afschudden van de ‘ideologische veren’. Ja, in feite is het op dat moment al misgegaan. En zo is de PvdA een partij geworden die het liefst het optimistische levensgevoel van D66 zou willen verspreiden, maar daarvoor intern toch te fundamenteel chagrijnig is om die rol met verve te kunnen spelen.

En zo staat de PvdA op 10-15 zetels in de peilingen. En zo weet de PvdA niet hoe om te gaan met het Oekraïne-referendum. En zo blijft de PvdA nog steeds vol onbegrip over elke stem tegen Europa, elke stem tegen de euro en elke stem tegen de komst van asielzoekers. Het ging ons toch om de internationale solidariteit? Dat Europa weinig met internationale solidariteit te maken heeft, lijkt elke andere partij te begrijpen. Alleen de PvdA gaat de Europese verkiezingen in met de versleten leus ‘sterk en sociaal’, terwijl we allemaal weten dat Europa staat voor een hard neo-liberaal economisch standpunt. Brussel is er niet voor de maatschappelijk zwakkeren.

Maar waarom zou je vasthouden aan je traditionele achterban, als jezelf progressief bent gebleven en de achterban hardhollend conservatief is geworden? Dit is de kernvraag voor de PvdA. En voor de hele progressieve beweging in de Westerse wereld.

Er is niet één antwoord op die vraag. Je ziet het aan Diederik Samsom, die plotseling avances maakt in de richting van GroenLinks. Nu moeten andere partijen wel uitkijken als de PvdA avances maakt. Dat kan er vooral op duiden dat de PvdA in zwaar weer verkeert. Het kan er ook op duiden dat de PvdA weer even snel zal zijn verdwenen als de peilingen beter worden. Quod non. Maar die avances richting GroenLinks zijn in ieder geval geen echte herijking van de positie. Het is de bevestiging van het gevoel dat ‘wij’ goed zitten en onze traditionele achterban verkeerd. GroenLinks is immers de partij van de yuppen, van de succesvollen met het progressieve levensgevoel. [Ik geef toe: dit is een vorm van framing, maar mijn bewering is niet geheel onjuist.]

Waarom zou je vasthouden aan je traditionele achterban, als jezelf progressief bent gebleven en de achterban hardhollend conservatief is geworden? Ik ben lange tijd ook geneigd geweest om het blije progressieve levensgevoel te volgen en die achterban vooral zijn conservatisme te verwijten. Totdat ik ging beseffen dat het ongemak van de traditionele achterban een fundamenteler antwoord behoeft. Want als het hoogste doel van de sociaal-democratie ‘een fatsoenlijk bestaan voor iedereen’ inhoudt, zoals het beginselprogramma het formuleert, waarom zou het fatsoenlijk bestaan van de traditionele achterban ons dan niet ter harte gaan? Hun inkomens blijven achter, en vooral hun vermogens blijven achter, ze zijn onzeker door het verdwijnen van banen, ze voelen zich bedreigd door immigranten, die op zijn minst in hun perceptie hun banen afpakken. Ja, ze discrimineren misschien ook wel, ze zijn misschien wel tegen het homohuwelijk, ze zien in abortus en euthanasie niet grootste verworvenheden van deze progressieve samenleving. Maar hebben ze daarom geen recht op een fatsoenlijk bestaan?

Ik ben socioloog genoeg om niet meteen mee te gaan in verhalen over de boze blanke man. De steun voor Brexit, de steun voor Le Pen, de steun voor Trump, de steun voor Wilders, de steun voor Petry is veel complexer. Maar die steun is er wel. En die steun heeft ongetwijfeld te maken met onzekerheid, met het idee geen grip meer te hebben op de snelle ontwikkelingen om ons heen.

Ja, ik kan begrijpen waarom Europa vele migranten binnenlaat en doorstuurt naar Duitsland en Nederland. Ja, ik kan begrijpen waarom Griekenland veel geld kost aan Europa. Ja, ik kan de gedachte begrijpen dat meer internationale handel uiteindelijk ten goede zal komen aan de welvaart op wereldniveau. Ja, ik weet zelfs dat de internationale handel van de afgelopen decennia de wereld-armoede aanzienlijk heeft teruggedrongen.

Maar ik weet ook dat in Amerika de hele welvaartswinst van de laatste decennia ten goed is gekomen aan de rijken. Ook aan Hilary Clinton, die de verliezers van de globalisering zo pijnlijk en zo onheus als deplorables heeft afgeschilderd. Ik weet ook dat grote groepen in Nederland niet profiteren van de bloeiende kenniseconomie die geen grenzen kent. Ik weet ook dat de florerende steden onbereikbaar zijn geworden voor velen, omdat de prijzen van de huizen te hoog zijn gestegen. Ik weet ook dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt ertoe leidt dat de lonen aan de onderkant onderuit zijn gegaan. En ik weet ook dat alle cultuursubsidies, die oh zo belangrijk zijn voor onze nationale identiteit en voor de aantrekkelijkheid van steden, aan hele volksstammen voorbij gaan. Ja, dank u, de Nationale Opera heeft wereldwijd aanzien.

Die achterban is er dus nog wel, alleen hij stemt niet meer op de PvdA. En de PvdA heeft zich jaren te weinig om die achtervan bekommerd. Dat zou snel moeten veranderen.

Maar bekommeren is iets anders dan achter een groep aan lopen. Jacques Monasch zei laatst wijze dingen in een interview met de Volkskrant. Hij bekommerde zich wel om de oude achterban. Maar tegelijkertijd ben ik bang dat hij als volbloed politicus die herwonnen achterban te veel naar de mond wil praten. Dat hij tegen Europa is, omdat de achterban tegen Europa is. Dat hij voor beperking van de immigratie is, omdat de achterban tegen immigratie is. En dat hij tegen vrijhandelsakkoorden is, omdat de achterban bang is voor het buitenland.

Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Het gaat niet aan dat de PvdA de achterban naar de mond praat, de PvdA moet zelfstandig oordelen voor welke achterban ze op wil komen. Ik hou van progressieve politiek, ik haat populisme. Doel moet zijn: een fatsoenlijk bestaan voor iedereen. Dat betekent ook een veilig bestaan, en een zeker bestaan, dat betekent mogelijkheden om je zelf te ontplooien, dat betekent gelijkheid van kansen en geen grote ongelijkheden en het betekent menselijke maat. Voor iedereen in deze samelveing. Laten we die uitgangspunten nu eens opnieuw vertalen naar deze tijd.

 

[zie ook: http://www.wimderksen.com/2016/11/17/de-pvda-is-eindelijk-verlost-van-haar-spagaat/]

De #PvdA is eindelijk verlost van haar spagaat

november 17, 2016 by  

De PvdA is geen blije partij. Het is de partij van de commissies die de eigen nederlagen moeten analyseren. Bij de VVD drinkt men na een nederlaag een glas bier, bij de PvdA schrijft men een dik rapport. Het effect is overigens hetzelfde. Al twintig jaar wordt in al die evaluatierapporten van de PvdA gesproken over de spagaat. De PvdA was de partij van de hoger- en van de lageropgeleiden, van de culturele elite en van de gewone man, van de universitaire docent en de werklozen. En het was steeds moeilijker om die twee groepen bij elkaar te houden. De progressieve elite en de behoeftige achterban. Als je de huidige opiniepeilingen van de PvdA ziet is er één geruststellende gedachte: die spagaat is er niet meer. De behoeftige achterban trekt langzaam naar SP, PVV, 50Plus en consorten. En nu de behoeftige achterban weg is, is er voor de progressieve elite ook geen reden meer om de overstap naar D66 of GroenLinks uit te stellen.

De laatste gemeenteraadsverkiezingen waren op dit punt ontluisterend. In succes-steden als Amsterdam en Utrecht, ging de winst naar D66 en GroenLinks, in het armlastige Rotterdam ging de winst naar Leefbaar. In Den Haag wist D66 nog net de PVV voor te blijven. De PvdA kwam er niet meer aan te pas. Zo hebben Amsterdam, Rotterdam en Utrecht op dit moment geen PvdA-wethouders meer. Den Haag heeft er nog één, Rabin Baldewsingh. Ja, in Eindhoven hebben we nog Staf Depla. Enige decennia geleden had de PvdA in Rotterdam nog de absolute meerderheid. En was de partij dominant in Amsterdam en dominant in Den Haag. Je zou zeggen: of de PvdA heeft de verkeerde keuzes gemaakt of de tijden zijn zodanig veranderd dat er voor een PvdA geen plek meer is. Laat ik zeggen: de tijdgeest heeft de PvdA in de steden niet meegezeten, terwijl bovendien de verkeerde keuzes zijn gemaakt. Ik ga die stelling hier verder verdedigen.

De arbeider verlaat de leiding van de partij

Vooral in de universiteitssteden zag je in de jaren 70 de lokale partijleiding snel van samenstelling veranderen. Het aantal studenten nam snel toe en studenten namen de leiding van de partij over. Het was de tijd waarin Max van den Berg en Jacques Wallage de echte Groninger Wim Hendriks scrupuleus uit de partij werkten. Elke stad kende dat soort gevechten, waarbij uiteindelijk de nieuwe elite (van vrijgestelden) de macht overnam. Daarmee verdween toen al de spagaat uit de top van de partij (arbeider/ vakbond versus progressieve elite).

Die nieuwe elite was erg gevoelig voor het neo-liberale denken in de jaren 90. Zij hadden zich immers zelf ook opgewerkt via de universiteit. Je merkte het overal in de partij. Je kwam steeds meer mensen tegen die alleen vanwege de machtsvraag voor de PvdA hadden gekozen, maar mentaal veel dichter bij GroenLinks stonden. De PvdA was daarmee voor de nieuwe elite niet meer de partij van de arbeider. De vakbond kon hier geen tegenwicht bieden, omdat dezelfde processen zich binnen de vakbeweging afspeelden. Wim Kok had Nyenrode en niet de fabriek van binnen bestudeerd. En de SP sprong al snel in het gat dat de PvdA achterliet.

De achterkant van de Triomf van de stad vergeten

Tegelijkertijd maakten de steden een enorme ontwikkeling door. De industrie en de havens waren in de jaren 50 en 60 nog bepalend. De steden verpauperden in die tijd en de overheid hielp de nieuwe burger aan een huis in een groeikern. In de jaren 70 zag je de omslag. De stadsvernieuwing begon aan een enorme opmars. Hele wijken werden verbouwd. Corporaties en PvdA-wethouders speelden daarin een grote rol. Hier ging het voor de PvdA nog echt om de traditionele achterban. Sociale huurwoningen! Tot in de jaren 90 bouwden onze grote steden 80% sociale huur. En toen keerde het tij echt. De stad werd overgenomen door de hogeropgeleiden, door de kenniswerkers. De industrie was inmiddels geheel verdwenen, de havens verschaften steeds minder werk. En wie zijn stad vooruit helpen moest ruimte gaan bieden aan hoogopgeleiden en aan hogere inkomens. Dat zijn de mensen die de werkgelegenheid in hun kielzog meenemen. Er moeten dus dure woningen worden gebouwd, en geen sociale huurwoningen. Er moet worden ingezet op cultuurpaleizen en niet op bibliotheken. De gentrification moet worden bevorderd.

Het past allemaal heel goed in het neo-liberale denken. Geef de sterksten de ruimte. Vanuit de onjuiste gedachte dat het dan met de kansarmen ook wel beter gaat. Want de Triomf van de stad heeft ook een keerzijde, een achterkant. Zo kent het welvarende Amsterdam ook heel veel werklozen en heel veel mensen onder de armoedegrens. Alleen worden ze steeds onzichtbaarder omdat ze naar de randen van de stad worden verdrongen, of zelfs erover heen. Ik kan begrijpen dat de PvdA-wethouders hebben meegedaan met het versterken van hun stad. Dat is hun taak en hun plicht. Maar naar mijn gevoel hebben ze te weinig aandacht gehad voor al die mensen die niet beter werden van de Triomf van de stad. D66 koos voor de hoogopgeleide bovenkant, de SP koos partij voor de verdrevenen en de Leefbaren en de PPV spinden garen bij de onvrede bij veel bewoners over de snelle ontwikkelingen. De PvdA koos overwegend voor het verblindende licht van de Triomf, maar werd daarmee te veel D66 light om het echte D66 te kunnen verontrusten. Zie hoe D66 de PvdA in Amsterdam knock out sloeg. De PvdA koos voor de globalisering, voor het neo-liberale denken en verloor de eigen achterban uit het oog

Het einde van de verzorgingsstaat

Als sinds de jaren 70 werd gesproken over de onhoudbaarheid van de verzorgingsstaat. Het was te duur. Het was te bureaucratisch en het maakte mensen te afhankelijk. Maar voorlopig gingen we nog wel even door. Pas in de jaren 90 werd de roep om participatie echt gehoord. De bijstand moest geen vangnet meer zijn, maar een trampoline naar nieuw werk. Er kwamen gesubsidieerde banen, maar die werden geen succes. Zolang die gesubsidieerde banen er waren konden de PvdA-wethouders nog wel gloriëren. Maar daarna lag het accent meer en meer op tegenprestaties. Rotterdam had in de jaren 90 meer dan 60.000 bijstandsgerechtigden, in de jaren van de kredietcrisis amper de helft van dat aantal. De tijd van de hangmat was definitief voorbij. Recentelijk hebben we vergelijkbare ontwikkelingen gezien bij de decentralisatie van de jeugdzorg, de participatiewet, de AWBZ. Al weer moest er aan rechten van zwakkeren worden getornd en alweer stond de PvdA erbij en keek ernaar.

Bovendien koos de PvdA in de twee paarse kabinetten voor meer marktwerking. Het was de tijdgeest, het zij toegegeven, maar de PvdA gaf er te gemakkelijk aan toe. Pas in 2008 gaf Wouter Bos openlijk toe dat het borgen van die publieke belangen in de private sector toch ook wel erg ingewikkeld was. En dat je om die reden vaak beter niet kan privatiseren. En beter niet het marktmechanisme kan vertrouwen. De economen hebben dit debat in de PvdA te veel gedomineerd en veel te laat is ingezien hoe vervreemdend marktwerking kan uitwerken op het gebied van onderwijs en zorg. En waar niet? Het is begrijpelijk dat de kiezer deze problemen de VVD niet snel zal aanrekenen. En het is heel begrijpelijk dat de kiezer de PvdA de problemen van marktwerking wel aanrekent, omdat de PvdA nog altijd suggereert op te komen voor degenen die zich niet op basis van vermogen of intelligente weten te redden.

De achterban verschiet van kleur

Het is veel te simpel om te stellen dat de PvdA van zijn traditionele achterban is vervreemd. Hoezeer dat ook het geval is. Maar die achterban heeft zelf ook een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Hoewel gelijke kansen in het onderwijs nog altijd een ver ideaal is, hebben veel jongeren uit de traditionele achterban van de arbeiders hun weg op de maatschappelijke ladder gevonden. Vervreemding van de PvdA ligt dan al snel op de loer. Zeker als men zich gaat vergelijken met groepen die meer zorg nodig hebben van de overheid én dat ook krijgen. Dus niet alleen toegenomen welvaart en toegenomen maatschappelijke kansen hebben een rol gespeeld bij het afscheid van de PvdA, maar ook miskenning. Intussen keek de partijleiding vooral naar de koopkrachtplaatjes. We groeiden hard in de jaren 90. De inkomensongelijkheid nam wel iets toe, maar was nog steeds klein in vergelijking met het buitenland. En Diederik Samsom laat niet na om te melden dat de inkomensongelijkheid in de afgelopen kabinetsperiode weer kleiner is geworden. Daarop mag hij ook trots zijn, maar het is niet voldoende. En dat staat nog los van de ongelijkheid in vermogens die juist groter is geworden.

Tegelijkertijd ontstond er een nieuw precariaat. Asielzoekers bleven komen, en familie kwam er vaak achteraan. De procedures duurden veel te lang. En inmiddels scoren de allochtone Nederlanders relatief laag. Meer werkloosheid, lagere opleiding, lager inkomens. De PvdA heeft hier opvallend staan slapen. Het multiculturalisme van Ed van Thijn heeft hier te lang de boventoon gevoerd. Terwijl het zo simpel was geweest als we de allochtonen als witte (wel of niet boze) mannen hadden behandeld: iedereen hoort hier kansen te krijgen om zijn eigen weg te vinden (dus bestrijding van discriminatie, goed onderwijs, goede arbeidsmarkt-toeleiding) en iedereen heeft zich hier aan de wetten van de democratische rechtsstaat te houden. Helaas stond bij de PvdA de positieve discriminatie vele hoger aangeschreven. Ook binnen de partij. Toen Wouter Bos daar een keer voor waarschuwde werd hij meteen afgebrand. Helaas had hij hij heel erg gelijk, zoals we op Rotterdam Zuid onder andere hebben kunnen zien. Cliëntelisme hoort niet thuis in een politieke partij en zeker niet in een progressieve. En als de traditionele achterban zich miskend voelt, is het vooral hierom. Het gevoel dat de nieuwkomers meer rechten hebben en minder hard worden aangepakt. Ik vrees dat dat gevoel grond heeft.

Aandacht voor de winnaars

In het neo-liberale denken gaat de meeste aandacht altijd naar de winnaars. En de PvdA ging mee in dat denken. Het was de tijdgeest. Zoals de partij ook meeging in het kosmopolitisme. Onze steden en ons land moesten meegaan in de vaart de volkeren. Het Europese project moest van harte worden ondersteund. Want hoe meer uitwisselen van mensen, diensten, kapitaal en kennis hoe hoger de economische groei zou zijn. Hoewel ook op die laatste stelling nog wel wat valt af te dingen. Eén ding werd in ieder geval vergeten: dat die economische groei, dat die nieuwe welvaart niet overal zou neerslaan. Zoals het aanleggen van een weg tussen twee steden altijd de totale welvaart vergroot, terwijl dat tegelijkertijd vaak ten koste van één van beide gaat. Natuurlijk hebben de Poolse chauffeurs de welvaart in Europa vergroot, maar ze hebben de Nederlandse chauffeurs hun banen ontnomen. Natuurlijk hebben de internationale kenniswerkers in de steden de welvaart vergroot, maar ze hebben de kansarmen uit de gentrificerende wijken geduwd. Natuurlijk getuigt het van internationale solidariteit om asielzoekers op te nemen, maar tegelijkertijd hebben statushouders voorrang bij sociale huurwoningen op de autochtone bevolking.

Ik vrees dat de aandacht van de PvdA voor de winnaars haar het zicht op de verliezers heeft ontnomen.

 

[zie ookhttp://www.wimderksen.com/2016/11/13/pvda-ga-je-voor-je-achterban-of-voor-je-politieke-visie/]

#PvdA: ga je voor je achterban of voor je politieke visie

november 13, 2016 by  

Ik weet het: de werkelijkheid is altijd genuanceerder. Wie de cijfers van de Amerikaanse presidentsverkiezingen beter analyseert, weet dat het niet alleen ging om de blanke oude man met een inkomen beneden modaal. In werkelijkheid heeft de meerderheid van de Amerikanen die beneden modaal leven, op Clinton gestemd. We weten ook dat opvallend veel Latino’s op Trump hebben gestemd. En we weten dat Trump 1 miljoen minder kiezers had dan de verliezende Romney in 2012. Ja, Clinton verloor vooral van zichzelf: ze had nota bene 5 miljoen minder kiezers dan Obama in 2012.

Verkiezingen laten zich dus moeilijk in oneliners vatten. Het gaat altijd om kleine verschuivingen in het electoraat. Het gaat altijd om mensen die dit keer niet stemden en de vorig keer wel. Maar de verschuivingen in Amerika zijn onmiskenbaar en laten zich misschien wel het beste aflezen aan het Democratisch verlies van Wisconsin, Michigan en Pennsylvania, de zogeheten Rust Belt. De oude industriegebieden, die zo lang voor de Democraten kozen, kozen nu in meerderheid voor Trump. En ook in de rest van het land waren het vooral de ouderen en de lager-opgeleiden buiten de grote steden die voor Trump kozen. Bovendien tekent zich hier een patroon af dat we al zo goed kennen. Denk aan Brexit. Ook daar demonstreerde men na afloop in de steden tegen een uitslag die vooral door het platteland was bepaald. Denk aan onze eigen referenda. Bij het Oekraïne-referendum stemde het hoogopgeleide en rijke Amsterdam en het hoogopgeleide en rijke Utrecht in meerderheid voor. In Rotterdam en en Den Haag gaven juist de arme en laagopgeleide delen de doorslag in een negatieve stem. Net zoals gebeurde op het het vergrijsde platteland.

Het deed me denken aan een klein publiek debat dat ik ooit voerde met Ruud Koole, indertijd voorzitter van de Partij van de Arbeid. Het was een half jaar voor het referendum over Europa. Ik zat een politieke bijeenkomst van de partij voor en Ruud opende de bijeenkomst met een uitgebreid statement over het belang van Europa. Hij ging ervan uit dat PvdA-ers vanzelfsprekend ‘voor’ zouden stemmen bij het komende referendum. Ik vroeg hem of we daar in de partij geen debat over zouden moeten hebben. Ruud was eerder verbaasd dan verbolgen over die vraag. Zo had hij het nog niet gezien.

Het tekent te meer dat de progressieve beweging, en met name de PvdA, het contact met een groot deel van de achterban is kwijtgeraakt. Ik laat even in het midden of dat ook voor de conservatieve beweging geldt. Daartoe voel ik me niet aangesproken, dus die zullen dit probleem eventueel zelf maar moeten oplossen. Want na het referendum bleek dat een duidelijke meerderheid van de PvdA ‘tegen’ had gestemd. Tegen Europa, tegen de elite, tegen de ongrijpbaarheid van het bestaan. Ik vrees dat deze achterban de partij inmiddels heeft verlaten en dat een duidelijke meerderheid van hen die zijn gebleven, wel voor Europa is. Dan is het inderdaad logisch om aansluiting te zoeken bij GroenLinks. Ook libertair, ook elitair, ook grootstedelijk, ook kansloos om de grootste partij te worden. En we laten de achterban aan SP en PPV. En aan de nieuwe club van Jacques Monasch.

Daarom is het ook zo jammer dat, om wat voor redenen ook, Jacques Monasch niet meedoet met de lijsttrekkersverkiezing van de PvdA. Diederik Samsom en Lodewijk Asscher vertegenwoordigen te veel het grootstedelijke progressieve gedachtengoed dat bovendien vooral bij hoogopgeleiden aanslaat. Jacques Monasch lijkt vooral te kiezen voor de traditionele achterban van de PvdA. Eerlijk gezegd: ik weet nog niet op wie ik had moeten stemmen. Daarvoor loop ik met te veel vragen. Daarbij is voor mij de cruciale vraag: moet je je traditionele achterban trouw blijven als je eigen politieke opvattingen daar niet meer worden gedeeld? Ongeacht of de achterban dan wel de leiding van mening is veranderd.

Het is overigens niet boud om te beweren dat vooral de politieke leiding van de traditionele achterban is vervreemd, gesteund voor een grootstedelijke hoogopgeleide elite. Europa heeft nooit op veel liefde kunnen rekenen van de modale en beneden-modale Nederlander. Dat zelfde geldt voor al die neo-liberale experimenten die veel zekerheden hebben weggenomen en waarvan de winsten vooral aan de bovenkant van de samenleving zijn neergeslagen. Daarmee heeft de leiding van de PvdA altijd een enorm risico genomen door én de globalisering met de EU als ons symbool én het neo-liberale denken te omarmen.

Laat duidelijk zijn: een partijleiding heeft het volste recht om zich van haar achterban te vreemden als ze weloverwogen meent dat er andere politieke keuzes moeten worden gemaakt. En als die traditionele achterban niet meegaat, heb je al partijleiding het volste recht om een nieuwe achterban op te bouwen. Helaas hebben de laatste gemeenteraadsverkiezingen hebben pijnlijk duidelijk gemaakt dat dat tot op heden nog niet is gelukt. In de hogeropgeleide steden verloor de PvdA aan D66 en in de lageropgeleide steden aan de PPV en de Leefbaren.

Het valt overigens ook niet uit te sluiten dat de traditionele achterban van de PvdA zich van de leiding heeft vervreemd. In de PvdA bestond historisch immers altijd wel een zekere neiging om over de grenzen heen te kijken. Niet voor niets zingen we op het partijcongres nog altijd de Internationale. En het zijn socialisten geweest die in Europa vaak het voortouw hebben genomen. De achterban ging schoorvoetend mee. Maar het gedoe met de euro en met Griekenland heeft de traditionele achterband ongetwijfeld definitief van de partijleiding vervreemd. Zoals de PvdA in 2007 bij de verkiezingen ook al werd afgestraft vanwege het feit dat met de uitslag van het Europese referendum in feite niets werd gedaan. Zoals de PvdA ook nu weer toestaat dat met de uitslag van het Oekraïne-referendum niets wordt gedaan.

Terug naar mijn centrale vraag: moet je je traditionele achterban trouw blijven als je eigen politieke opvattingen daar niet meer worden gedeeld? In eerste instantie ben ik geneigd ‘nee’ te zeggen. Mijn politieke overtuiging is me uiteindelijk liever dan het aantal zetels dat ik ermee kan verdienen. Maar in tweede instantie ga ik twijfelen. Niet alleen omdat ik verwantschap voel met die oude achterban. Maar omdat ik er niet meer zeker van ben dat ik mijn fundamentele politieke overtuiging in de juiste politieke keuzes heb vertaald. Moet ik voor het neo-liberalisme zijn als dat ertoe leidt dat de verschillen in vermogens drastisch toenemen en de winsten vooral aan de bovenkant van de samenleving terechtkomen? Moet ik voor Europa zijn als de Polen de banen aan de onderkant wegkapen voor de neuzen van ‘onze’ eigen mensen? Of mag ik helemaal geen onderscheid maken tussen Polen en ‘onze’ eigen mensen? En wie beschermt dan wat vroeger ‘onze’ eigen mensen waren? Moet ik voor immigratie zijn als immigranten onze banen weigeren omdat ze te weinig opleveren in vergelijking met de uitkeringen die ze ontvangen en die door ons allen, ook door ‘onze’ eigen mensen worden opgebracht?

Dus voordat de PvdA haar traditionele achterban definitief loslaat zou het goed zijn om nog eens fundamenteel om ‘onze’ eigen principes af te zetten tegen de nieuwe werkelijkheid waarin we inmiddels leven. Ik ga in volgende blogs een poging doen. Niet voor de PvdA maar gewoon voor mezelf.

 

[vervolg op http://www.wimderksen.com/2016/11/11/optimisme-van-apechthold-is-optimisme-van-de-rijken/]

Optimisme van @APechthold is optimisme van de rijken

november 11, 2016 by  

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen heeft velen geschokt. Daar is niks op tegen. Maar daarna moet de uitslag tot nadenken stemmen. Het heeft weinig zin om alleen maar ‘geschokt’ te blijven. En het zou me niet verbazen als dat nadenken leidt tot een andere kijk op de politiek. Wat in Amerika is gebeurd zou wel eens vergaande consequenties kunnen hebben voor het politieke landschap, voor de ideologieën en zelfs voor het politieke bestel. Zoals de Brexit al eerder aanleiding gaf voor een fundamentele analyse van de politiek in de Westerse wereld. En in Nederland het onzinnige referendum over een handelsverdrag met de Oekraïne. En laten we leren van de recente politieke gebeurtenissen in plaats van in verongelijktheid te blijven steken.

Dat er nog veel te leren valt, liet D66 ongewild zien in enkele kleine krantenadvertenties die de dagen na de Amerikaanse verkiezingen in de grote dagbladen verschenen. Partijleider Alexander Pechtold gaf kernachtig zijn mening: tegen het populisme, voor het optimisme. Het klonk bij eerste lezing niet erg verrassend. Maar gaandeweg begon me deze slogan tegen te staan. Om meerdere redenen. Laten we eerst maar eens vaststellen dat hier sprake is van een rare tegenstelling. Waarom zouden de ‘populisten’ die nu de macht hebben gegrepen in Amerika, niet optimistisch kunnen zijn? Het is een raar frame: wij zijn blij en zij zijn zuur. En dat niet alleen: we horen allemaal blij te zijn.

Het vervelende is dat dit D66-frame zo vreselijk herkenbaar is. Binnen de meeste politieke partijen, binnen Den Haag, binnen de departementen, binnen de adviesorganen van de regering. Zeg maar gewoon: binnen de politieke elite. De gedachte lijkt: er is alleen maar reden voor optimisme en laat je vooral niet gek maken door ‘demagogen’. Ook dat past in het correcte frame: wie niet de taal spreekt van de politieke elite, wordt al gauw weggezet als demagoog. Zeker als veel mensen met zo’n man weglopen. Dat zijn ze in Den Haag immers niet gewend.

De elite heeft overigens een beperkt repertoire voor het omgaan met demagogen. Eén: dat hoor je niet te zeggen. Twee: je praat de kiezers naar de mond. Trump zei inderdaad walgelijke dingen. Zoals Wilders walgelijke dingen zegt en Marie le Pen, en vooral haar vader. Maar het is toch niet de elite die bepaalt waarover we mogen praten en welke woorden we daarvoor willen gebruiken? Laat de rechter maar bepalen of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden. En uiteindelijk bepaalt de kiezer zelf wat hij wil horen. En blijkbaar wilden heel veel Amerikanen horen wat Donald Trump te zeggen had. Een koe kan dan ook begrijpen dat al die geschoktheid over Trump volledig averechts werkt. Hij kreeg ten eerste veel publiciteit omdat zijn woorden eindeloos door de media en door zijn geschokte tegenstanders werden herhaald. En ten tweede gaf die afkeuring door de elite Trump vleugels onder al die mensen die al jaren niet door de elite worden gehoord.

Dat andere argument van de elite is fundamenteler: je hoort de kiezers niet naar de mond te praten. En het is al helemaal verboden om ressentimenten tegen de politieke klasse te misbruiken. Ik vind dat wel een grappig argument voor partijen die hun hele verkiezingsprogramma door de wasstraat van de focusgroepen halen, om het programma vervolgens ijlings aan te passen. Ook het kabinet doet bijna niets zonder het draagvlak van nieuw beleid te monitoren. Maar wanneer de demagogen hun verongelijkte kiezers naar de mond praten noemen we dat plotseling populisme. Dan is er maar één norm: de politicus hoort de samenleving bij de hand te nemen naar een betere wereld.

Maar veel storender is dat het woord populisme wordt gebruikt om gerechtvaardigde klachten over deze samenleving als ‘zuur’ en ‘verongelijkt’ af te doen. En om hele bevolkingsgroepen samen met de demagoog bij het asvat te zetten. Donald Trump kan een gevaarlijke gek zijn – of was dat bovenal het frame van de bedreigde politieke elite? Maar dat laat onverlet dat de helft van de Amerikaanse bevolking op die man heeft gestemd. Ik weet het: daaronder zitten heel veel traditionele Republikeinse kiezers, die zich bij Rubio of Bush wellicht meer thuis hadden gevoeld. Toch had Trump op zijn minst een programma dat veel verliezers aansprak. Zoals al die arbeiders die door de globalisering hun baan zijn kwijtgeraakt. Al die mensen onder modaal die sinds 1990 in Amerika hun inkomen niet of nauwelijks hebben zien stijgen. Terwijl aan de bovenkant de rijken rijker en rijker werden, is het al decennia stilstand aan de onderkant.

En natuurlijk zullen de belastingverlagingen van Trump vooral de rijken weer ten goede komen. Maar hij appelleerde wel aan het gevoel van velen aan de onderkant van de samenleving dat de economische groei al jaren aan hen voorbij is gegaan. En zo verloor Hillary Clinton Michigan en Wisconsin aan Donald Trump. En daarna was de strijd gestreden. Want juist in deze oude industriële gebieden hebben velen de sprong naar boven niet meegemaakt. Wat bedoelt Alexander Pechtold eigenlijk met zijn ‘tegen het populisme, voor het optimisme’? Dat al die verlaten fabrieksarbeiders optimistischer moeten worden en dat het probleem daarmee pragmatisch is opgelost? Of ziet D66 alleen de mensen die werkelijk reden hebben voor optimisme? En D66 staat daarbij model voor een belangrijk deel van de politieke elite.

Hoe gek die Donald Trump ook mag zijn, hoe gek die Boris Johnson ook mag zijn, het lijkt erop dat de politieke elite geen antwoord meer heeft op de problemen van de maatschappelijke onderkant. Want de politieke elite gelooft in neo-liberalisme en de politieke elite gelooft in globalisering. En het zijn juist deze twee die de kloof tussen arm en rijk drastisch hebben vergroot. De politieke elite is verblind geraakt door de welvaart van de mensen in de directe nabijheid. En is pijnlijk genoeg even vergeten dat de economische voorspoed aan de helft van de samenleving voorbij is gegaan. En als die mensen die al jaren op de nullijn zitten hun stem een keer willen verheffen krijgen ze te horen dat ze populisten zijn en achter een demagoog aanlopen.

Dus doe me een lol: laten we vanaf vandaag stoppen met het woord populisme. Laten we de problemen analyseren. Laten we ook de mensen serieus nemen die terecht zuur en chagrijnig zijn. Laten we stoppen met achteloos handelsakkoorden te sluiten die een groot deel van de Westerse samenleving alleen maar in grotere problemen zal brengen. We hebben nieuwe politieke antwoorden nodig nu de schok over het populisme lang genoeg heeft geduurd.

Volgende pagina »