De rafels van de stad

november 3, 2013 by  
Filed under De Stad

Nederland kent steeds meer onbestemde gebieden tussen stad en land. Toch speelt in de ruimtelijke ordening het onderscheid tussen stad en land nog steeds een prominente rol. Het is ook een onderscheid dat eeuwenlang de ruimtelijke werkelijkheid van Nederland weerspiegelde: veel kleine steden en dorpen te midden van de grote, open ruimte. Die tijd ligt inmiddels ver achter ons. Wie met de auto de A12 volgt van Den Haag naar Utrecht en verder naar de Duitse grens, ziet een andere werkelijkheid. Het is onduidelijk waar Den Haag eindigt (bij Reeuwijk?) en de open ruimte van het platteland dient zich van Den Haag tot de Duitse grens nog maar mondjesmaat aan. De Nederlandse steden groeien langzaam via de wegen en de omliggende bebouwing aan elkaar vast. En dat geldt dit niet alleen voor de Randstad.

De vervaging tussen stad en land is overigens niet alleen een kwestie van morfologie, niet alleen een fysieke kwestie. Maatschappelijke functies die vroeger gebonden waren aan óf de stad óf het platteland komen tegenwoordig overal voor. Ook in mentaal opzicht zijn de verschillen niet meer zo groot. Stedelingen zijn op het platteland gaan wonen en hebben de stedelijke mentaliteit meegenomen. Radio en televisie bestoken de mensen overal met dezelfde programma’s en social media verbinden mensen overal. Mobiliteit en massamedia hebben dan ook een belangrijke rol gespeeld in de vervaging van de grenzen tussen stad en land.

Veel wetenschappers zijn dan ook op zoek gegaan naar nieuwe termen. Zij spreken in termen van stedelijke netwerken: knopen van activiteit die door infrastructuur met elkaar zijn verbonden. Schiphol, Alexandrium, de Zuidas, de Efteling en bedrijventerreinen aan de snelwegen zijn daarin even belangrijk als de oude stadscentra, die soms vooral een toeristische betekenis hebben gekregen. Of ze spreken over een ’urban field’. Ook in het beleid zag je de termen gaandeweg veranderen. Overigens spraken beleidsmakers nog lang over stedelijke netwerken als netwerken van met elkaar verbonden steden, terwijl wetenschappers nu juist beweren dat de oude stad tegenwoordig de gedaante van een netwerk heeft.

Aan dit enigszins abstracte debat heeft het Ruimtelijk planbureau indertijd een concrete term toegevoegd: ‘tussenland’. Tussenland heeft zich gevormd tussen stad en land. Het zijn de rafels van de stad. Vaak is tussenland een onbestemd gebied met meerdere wisselende bestemmingen, dat formeel eigenlijk niet eens bestaat. Het is op geen kaart of bestemmingsplan te zien. Misschien is het juist wel ontstaan, omdat het werd ontkend. Beleidsmakers zijn immers lang uitgegaan van het adagium: het is geen stad en geen land, dus het bestaat niet. Nog niet zo lang geleden sprak de Tweede Kamer zich in een motie uit dat die corridorontwikkeling rondom de snelwegen moest worden verboden. Maar wie zijn ogen ervoor sluit kan verwachten dat het tussenland overal door de mazen van de ruimtelijke plannen heen glipt.

De onderzoekers van het Ruimtelijk Planbureau zagen ’tussenland’ indertijd als iets positief, als iets moois. Tussenland biedt kansen aan mensen en bedrijven. Het is de plek voor de autosloop, het is ook de plek voor nieuwe bedrijvigheid en zelfs voor nieuwe creativiteit. En als dat zo is, zou je hopen dat geen planoloog zich erom gaat bekommeren. Dat soort tussenland moet je niet willen plannen. Dat soort tussenland is alleen zo mooi, omdat het formeel niet bestaat.

Maar soms doet tussenland zich op een veel grotere schaal voor. Ik denk aan één van mijn lievelingsplekjes rondom Den Haag: het Prins Clausplein. Een intrigerend knooppunt van snelwegen en een spoorlijn, dat enkele decennia geleden nog geheel te midden van het groen lag. Tegenwoordig wordt het verkeersplein geflankeerd door showrooms voor dure auto’s en iets dat Forepark heet. Sinds een paar jaar geleden voetbalt ADO Den Haag in één van de oksels van het plein. Langzamerhand raakt het verkeersplein helemaal ingesloten. Zonder dat er van enige planning sprake lijkt. Ik vraag me af of we zoveel verrommeling nodig hebben voor de rafels van de stad.

Misschien hebben we wel enorme kansen laten liggen bij het Prins Clausplein. Het lijkt een prachtig voorbeeld van tussenland, waarvan we de mogelijkheden juist onvoldoende hebben benut. Waarom hebben we daar geen groot station? Waarom stopt de HSL daar niet, zoals Bos van de Bosvariant nog eens heeft voorgesteld? Of waarom hebben we geen razendsnelle people mover van het Clausplein naar de binnenstad van Den Haag? Misschien hadden we het tegenovergestelde moeten doen en hadden we alle (overige) activiteiten daar juist moeten verbieden en hadden we groene bufferzones moeten creëren. Zodat de compactheid van Den Haag juist was versterkt.

Rafels maken een stad. Ze vervullen een functie. Soms moet je dit tussenland niet willen ordenen. Maar soms mis je kansen. Het Prins Clausplein is een gemiste kans. Ziedaar het grote dilemma dat de planoloog wel vaker tegenkomt.

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!