Piet Rietveld en het beleid

mei 15, 2014 by  
Filed under artikel

[Uitgesproken op het symposium ter nagedachtenis aan prof Piet Rietveld, VU, 14 mei 2014]

Ik voel me vereerd om hier te mogen spreken. Vereerd met de opdracht om iets te zeggen over de relatie tussen Piet Rietveld en de wereld van het beleid. Maar ook: het was geen gemakkelijke opdracht. Al lezend en zoekend kreeg ik steeds meer behoefte om nog eens met Piet in gesprek te gaan. Al lezend en zoekend zag ik ook weer steeds scherper dat Piet een bijzonder mens was. Hij kwam dichtbij, en was ver weg.

Ik ken Piet vooral uit het Onderzoeksberaad van het Ruimtelijk Planbureau, waarvan hij een aantal jaren lid is geweest. Het Onderzoeksberaad bestond uit enkele gerenommeerde wetenschappers en één gerenommeerde ontwerper. Alle onderzoeksvoorstellen, tussenrapportages en concept-rapporten werden aan het Onderzoeksberaad voorgelegd. De achterliggende gedachte was duidelijk: het commentaar van topwetenschappers is beter dan het commentaar van een directie én de medewerkers zullen juist door de toppers uit hun vak geïnspireerd worden om het beste uit zichzelf te halen.

Piet vervulde deze rol op de hem kenmerkende wijze. Gedegen, goed voorbereid. Zacht in zijn woordkeus, nooit op de man, nooit negatief. En altijd en bij iedereen behulpzaam. Wat een aardige man, dacht ik al toen ik een paar jaar daarvoor met Piet kennismaakte. Hier ergens in een nis op de gang. Ik vrees dat die aardigheid ook wel eens ten koste van hem zelf is gegaan.

Na mijn tijd op het Ruimtelijk Planbureau, dat terecht opging in het Planbureau voor de Leefomgeving, werd ik Chief scientist op het Ministerie van VROM. Ik kon het als bestuurskundige niet beter treffen. In drie jaar tijd leerde ik meer van het openbaar bestuur dan in de 30 jaar ervoor. Maar ook mijn blik op de wetenschap werd breder. Op een departement kom je immers veel hoogleraren tegen. De grootste groep komt ongegeneerd om geld zeuren. Velen dachten ten onrechte dat ik als Chief Scientist bemoeienis had met de besteding van de FES-gelden. De tweede groep hoogleraren komt de minister voor de laatste maal waarschuwen voor zijn beleid. Vanwege hun toga denken ze niet alleen de wijsheid in pacht te hebben, maar ook dat hun standpunt daarvan direct is afgeleid. Omdat de minister zich vaak op tijd uit de voeten weet te maken, moeten dit soort lastpakken door ambtenaren worden opgevangen. Ten slotte heb je een kleine groep wetenschappers die werkelijk bereid zijn om mee te denken, die niet komen om geld te halen of een standpunt te brengen. Dat is het type-Piet Rietveld.

Ik heb in die drie jaren op VROM veel nagedacht over de relatie tussen kennis en beleid. Het is vaak een ingewikkelde relatie, vooral omdat wetenschappers en beleidsmakers de neiging hebben om op elkaars stoel te gaan zitten. Beleidsmakers gaan vertellen wat de onderzoekers moeten concluderen en onderzoekers gaan vertellen dat na hun onderzoek nog maar één beleidsmatige conclusie denkbaar is.

Met deze te korte schets in gedachten is het goed eens een tekst van Piet Rietveld nader te bekijken. Ik kwam een mooie tekst van Piet tegen over de normering van externe risico’s. Zijn conclusie: de normering is soms te slap en soms te scherp. Piet begint het artikel met groot gevoel voor het achterliggende politieke probleem: te hoge normering leidt tot te veel waardedaling van de grond en een te lage normering kan ons straks duur komen te staan. Hij wijst er bovendien op dat politici geneigd zijn te overreageren op incidenten. Zie Enschede, zie de Bijlmer.

Piet toont zich in deze tekst ook van zijn vaderlijke kant, als hij stelt dat mensen niet goed zijn in het inschatten van dergelijke kansen. ‘Deze zijn klein en het berekenen ervan is nu eenmaal lastig’, schrijft hij. En ik hoor het hem zeggen.

En dan komt de conclusie. Zijn de normen nu te streng of te slap? Of is dat uiteindelijk altijd een politieke vraag. Wat heeft een wetenschapper daaraan toe te voegen? En hoe voorkomt een wetenschapper dat hij plat zijn eigen mening geeft. Let op, Piet schrijft: “De indruk bestaat dat in Nederland de normen voor externe veiligheid voor verbetering vatbaar zijn”. De indruk bestaat, dus blijkbaar vinden anderen dat. Maar dan lijkt Piet toch plotseling zelf een politieke uitspraak te doen. Hij schrijft namelijk: “Recent onderzoek naar de normen voor externe veiligheid in de luchtvaart leidt tot de conclusie dat deze onnodig scherp zijn. Het huidige beleid leidt ertoe dat bijna honderd woningen moeten worden gesloopt omdat ze binnen veiligheidszones liggen. Maar wanneer we kijken naar de kans dat deze woningen werkelijk zullen worden getroffen en naar de manier waarop burgers de externe risico’s van vallende vliegtuigen waarderen, dan lijkt het erop dat deze woningen beter kunnen blijven staan.” Nee, Piet doet geen politieke uitspraak. Piet baseert zijn conclusie op de waardering van burgers van vallende vliegtuigen. Let ook even op dat begrip ‘vallende vliegtuigen’ in een officiële tekst. Piet roept dus geenszins zijn eigen mening van de daken, maar probeert zijn conclusie nadrukkelijk te stutten met het oordeel van de burgers die in het geding zijn. Alleen zijn laatste zin is zonder reserve een politieke uitspraak: ‘En afwenteling op de publieke sector moet worden uitgesloten.’ Overigens worden dat soort politieke uitspraken in Den Haag wel gewaardeerd.

Ik moet hier denken aan de Belgische lunch die collega Eddy VanderVoorde me eens aanbood. We zaten samen in een visitatiecommissie voor het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. En Eddy hield me een mooie spiegel voor. Het viel hem altijd op dat Nederlandse onderzoekers zo op hun onafhankelijkheid stonden als ze onderzoek deden voor de overheid. Eddy beaamde dat een onderzoeker in alle gevallen onbelemmerd conclusies moet kunnen trekken uit zijn onderzoek. Maar waarom moesten die Nederlandse onderzoekers ook perse onafhankelijk zijn bij het formuleren van de probleemstelling, terwijl de overheid het onderzoek gewoon betaalde omdat de overheid een onbeantwoorde kennisvraag had? En waarom had onafhankelijkheid iets te maken met de persoonlijke aanbevelingen die Nederlanders aan het onderzoek verbonden; aanbevelingen die niet zelden met veel rumoer via de media werden verspreid? Een aanbeveling is uiteindelijk toch nooit meer dan een persoonlijke mening. Je kan toch nooit wetenschappelijk bewijzen wat een ander moet doen. We zouden wat rolvaster moeten zijn. Als het onderzoek is afgerond bepaalt de politiek wat er beleidsmatig mee gebeurt. Hij vond onze neiging om met een beroep op onafhankelijkheid de politiek voor de voeten te lopen, geloof ik, wat gereformeerd. Wat prekerig.

Terug naar Piet. Was Piet rolvast? Ik vond hem ontzettend rolvast. Hoewel hij jarenlang actief was in de ChristenUnie, of misschien wel omdat hij jarenlang actief was in de ChristenUnie. Hij was een zuivere wetenschapper, die heel goed wist dat hij een andere rol had te vervullen. Ik ben alleen verbaasd dat Piet een paar keer zijn steun heeft gegeven aan zo’n rituele open brief van een niet geheel willekeurige groep van zogeheten topeconomen. Ik vond dat eigenlijk gewoon niet bij hem passen. Dat heilig geloof in het eigen gelijk. Die claim op de waarheid. Die bijna naïeve gedachte dat de persoonlijke mening van enkele topeconomen de doorslag moet geven in het politieke debat. Ik kan alleen maar concluderen dat Piet te aardig was om niet mee te doen.

In zijn laatste levensmaand verscheen nog een interview met Piet in AdValvas, waarin hij liet zien waar hij echt stond. Hij zei dat ook als wetenschappelijk bewezen zou zijn, dat rekeningrijden een effectief middel is tegen files, dat de politiek dan nóg kan besluiten om het niet in te voeren.”Daar moet je als wetenschapper ook niet van schrikken”, zei Piet. “Voor beleid is meer van belang dan alleen de puur economische aspecten. Dus komt het voor dat de politiek niet doet wat jij vanuit je vakgebied verstandig vindt.” Het ging Piet erom kennis toe te voegen aan het debat en hij zei: ’hopelijk leidt dat tot betere beslissingen.”

En in Beleid & Maatschappij ging Piet ooit nog een stap verder. Zoals bekend hebben economen nogal eens de neiging om vanuit hun eigen denkkader niet alleen wetenschappelijke, maar ook normatieve uitspraken te doen. Dat is op zich niet erg, ware het niet ze daarbij het onderscheid tussen wetenschappelijk en normatief nogal eens vergeten. De suggestie dat de economische wetenschap bewijst wat je als overheid het beste kan doen. Zo niet bij Piet, die dus niet alleen een bijzondere wetenschapper was, maar ook een bijzondere econoom. Zo schreef hij: in Beleid & Maatschappij: “Zoals verderop zal worden uitgewerkt biedt marktfalen een economisch gekleurde (curs. van mij, wd) legitimatie voor een actieve rol van de overheid.” En even verderop een even mooie zorgvuldige redenering: “De hoofdlijn van mijn bijdrage is dat vanuit economische legitimiteit de overheid er goed aan zou doen om niet bij voorbaat te kiezen voor een interventionistische aanpak, maar op een aantal thema’s rondom klimaatverandering marktopties te verkennen.”

Wat is er mis met een wetenschapper die niet rolvast is en de grens met de politiek opzichtig overschrijdt. Ik zie drie problemen. Ten eerste die claim op de waarheid. Die suggestie dat niet alleen jouw onderzoek de waarheid heeft aangetoond, maar dat ook jouw politieke mening waar is en dat alle andere meningen minder waar zijn (en op zijn minst minder slim). Ik ontneem wetenschappers daarmee niet hun recht om voor hun mening uit te komen, zoals elk mens dat recht heeft. Maar ik wijs wel op het gevaar dat sommige wetenschappers hun mening juist niet zien als de mening van welk ander mens dan ook.

Ten tweede kan het voorop lopen in het politieke debat uiteindelijk ten koste gaan van de kwaliteit van het eigen onderzoek. Zo lijkt het erop dat klimaatwetenschappers meer fouten maken die de klimaatverandering verifiëren dan fouten die de klimaatverandering juist falsifiëren. En het maakt je als onderzoeker kwetsbaar als je zo nadrukkelijk hebt gepleit voor een bepaald beleid. Heb je nog volop ruimte om aan te tonen dat het afschaffen van het reiskostenforfait hetzelfde effect heeft op de bereikbaarheid als het invoeren van het rekeningrijden, als je eerder met economen van naam hebt betoogd dat er nog maar één weg is te gaan? Maak je jezelf niet erg kwetsbaar als je in je pleidooi voor het rekeningrijden hebt betoogd dat nieuwe wegen niet helpen, terwijl in de laatste jaren het bewijs is geleverd dat nieuwe wegen wel helpen omdat de automobiliteit niet meer groeit, of zelfs afneemt?

Treffen deze argumenten ook Piet? Nee, en daarom heb ik bijgeleerd bij de voorbereiding van dit haal. Piet bleef naast zijn beleidsmatige adviezen een groot wetenschapper. Eigenlijk is het ongelofelijk waar hij zijn energie vandaan haalde. Hij was overal, deed overal aan mee, OEI-leidraad, Verdus, Habiforum, Kennis voor Klimaat, en stond desondanks hoog op allerlei lijstjes van internationaal publicerende wetenschappers. Juist omdat hij zijn verankering zocht in de echte wetenschap, bleef hij overeind in de soms wat rommelige wereld van het beleidsadvies. En op wonderbaarlijke wijze ontnamen zijn beleidsadviezen hem nooit de ruimte om verder te werken aan het echte onderzoek en om te constateren dat de samenleving veranderde en alleen al om die reden om andere antwoorden vroeg. Piet bleef altijd nadenken, altijd naar andere invalshoeken zoeken. Terwijl de NS van hoog tot laag maar één missie kent, namelijk het op tijd laten rijden van treinen (ongeacht of de reiziger ook op tijd van A naar B is gekomen, laat staan hoe de reiziger dat heeft ervaren), was Piet al jaren bezig met echte vragen rondom het spoor.

Nou ja, ik ben één uitzondering tegengekomen, waar Piet’s eigen voorkeuren wel zijn onderzoek kleurden. In een studie over transit-oriented-development en over de bereikbaarheid van stations, meende Piet dat ook stations op meer dan 3 km heel bereikbaar waren. Met de fiets was je immers zo bij het station. Terwijl ik zou menen dat 3 km afstand van een intercity-station voor veel mensen nog een heel eind is. In míjn taal is dat overigens 18’ lopen, hardlopen. En zo kleurt iedereen zijn eigen onderzoekswereld.

Er is een derde en laatste reden om de grens met het beleid te bewaken. Immers, wie te zeker weet hoe de politiek heeft te handelen, zonder de politiek de ruimte te geven voor zijn eigen rationaliteit; anders gezegd wie alleen de inhoudelijke rationaliteit kent en de noodzaak van politieke rationaliteit ontkent, geeft irritatie en vertroebelt de relatie met de beleidsmakers. En verkleint daarmee zijn kans om werkelijk van betekenis te zijn voor het beleid. Piet kon op één of andere manier beide: duidelijke meningen hebben, ook dwars tegen het bestaande beleid ingaan en toch zeer geliefd blijven bij de beleidsmakers. Ik vroeg aan Siebe Riedstra, de secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, die een lange geschiedenis heeft op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, hoe hij zich Piet herinnert. Siebe reageert altijd binnen een uur, maar in steekwoorden. Hij mailde: ‘Meeste hulp: beprijzen van mobiliteit. Bedachtzaam: zeer inhoudelijk. Hoge kwaliteit. Aanspreekbaar en beleidsgevoelig. Begrijpt wat wel of niet kan.” En dan nog eens als afsluiter: ‘Bestuurlijk sensitief”.

Er vallen nog veel kwalificaties aan toe te voegen. Aimabel, integer en hij voelde zich nergens te groot voor. Een wereldvermaarde wetenschapper op het gebied van de ruimtelijke economie die de tijd neemt om een onderzoek te doen naar het ruimtegebruik binnen de VU. Hij voelde zich nooit meer dan anderen en liet anderen geheel in hun waarde. En juist zijn duidelijkheid over zijn eigen standpunt bood anderen de ruimte om een ander standpunt te hebben. Het zijn de ideale wetenschappers op het grensvlak van beleid en wetenschap die dat allemaal kunnen.

Dank u wel.

Comments

One Comment on "Piet Rietveld en het beleid"

  1. Frank Poppe on do, 15th mei 2014 21:45 

    Mooie woorden.
    En komen ook overeen met mijn beperkte contacten met Piet, toen ik als onderzoeker bij de SWOV werkte aan een project rond de kosten-batenanalyse van maatregelen tegen verkeersveiligheid.
    Het was nog maar een bescheiden project maar hij gaf het zijn volle aandacht.

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!