Beter een marktadept die leert dan een overheidsadept die schmiert

juni 24, 2014 by  
Filed under artikel

Roel Kuiper heeft een tendentieus boekje geschreven over privatisering. Hij is tegen. Dat mag, maar zijn argumentatie is mager. Dat is opvallend omdat Kuiper voorzitter was van de enquêtecommissie van de Eerste Kamer die zich over de privatiseringspolitiek van de laatste decennia heeft gebogen. Het rapport van de enquêtecommissie was een genuanceerd rapport. Algemene beeld: we hebben vaak te ondoordacht en te snel geprivatiseerd. Dat beeld herken ik, en niet als enige. Maar dat is een heel ander beeld dan wat Roel Kuiper nu schetst. Kuiper is voor de overheid en tegen de markt. En dat allemaal zo heftig, dat ik bijna het tegenovergestelde geloof ga aanhangen. Bijna. Weet Kuiper nog dat je vroeger soms 9 maanden op een telefoonaansluiting moest wachten, ook als het technisch al lang in orde was?

Ik schrijf dit stukje met een buitengewoon genoegen. Als hoofdauteur van het WRR-rapport ‘Het borgen van publiek belang’ heb ik me vaak moeten verdedigen tegen privatiseringsgetuigen. De WRR zou tegen privatisering zijn en voor de overheid. De WRR bracht de privatisering een harde slag toe. Het laatste is misschien waar, het eerste is nooit waar geweest. De WRR heeft in dat rapport uit 2000 nu juist voor een neutrale positie gekozen. Het is onlangs nog eens helder beschreven in ESB door Maarten Veraart. De WRR constateerde dat het ideologische debat voor over tegen de markt onvruchtbaar was. Dat het ook betekenisloos is om om zonder meer voor de markt of voor de overheid te kiezen. Dat de één niet per se beter is dan de ander. Dat het politieke debat nu juist zou moeten gaan over de belangen waarvoor de overheid een (eind)verantwoordelijkheid wil nemen. En dat die belangen soms het beste binnen de publieke sector en soms binnen de private sector kunnen worden geborgd. En dat die laatste keuze het beste zonder vooringenomenheid kan worden gemaakt.

Vanuit die gedachtengang concludeerde ook de WRR dat verschillende privatiseringsoperaties te snel waren doorgevoerd. Er was vooraf te weinig nagedacht over welke publieke belangen in het geding waren (en bleven!) en er was te weinig aandacht besteed aan de borging van die publieke belangen (kon de overheid haar verantwoordelijkheden na privatisering nog voldoende waarmaken?).

Waar sommige marktadepten boos waren op de WRR vanwege dit neutrale standpunt (zoals sommige overheidsadepten heimelijk blij waren dat de WRR de marktadepten tegengas gaf), zo boos zou Kuiper ook op het toenmalige WRR-rapport moeten zijn. Niets van dat al. Kuiper gebruikt de WRR zelfs als argument voor zijn bijna archaïsche pleidooi. Nu heeft Kuiper een uiterst prettige, vriendelijke schrijfstijl. En als je niet uitkijkt tuin je er met open ogen in. Zo begint hij zijn eerste hoofdstuk met een beeldend verhaal over Rotterdam Centraal Station. Nee, niet over de schoonheid van het nieuwe gebouw. Wel over arme treinreizigers die uren staan te wachten op een Fyra en dan vervolgens door een binnenrijdende Thalys worden afgewezen. Herkenbaar. Maar niet passend in een boek van een senator die tevens wetenschapper is. Want Kuiper bedient zich niet van argumenteren maar van schmieren. En dat is zelfs in het amateurtoneel verboden. “Waar het publiek belang niet wordt behartigd, gaat ook het politieke leven teloor.” Alsof de overheid werkelijk alles heeft geprivatiseerd. En” Het verdampen van de publieke zaak [..] leidt tot allerlei desintegratieverschijnselen”. Zo zet hij de lezer vanaf de eerste pagina op het verkeerde been en biedt hij zichzelf alle mogelijkheid om over elke poging om meer aan de markt over te laten laatdunkend te doen.

En van de mogelijkheid om in het hele boek overheid, publieke belangen en de behartiging van publieke belangen op één hoop te gooien. Aan de zuiverende gedachte dat publieke belangen ook binnen de private sector kunnen worden geborgd (en heel vaak worden geborgd) lijkt Kuiper bijna moedwillig voorbij te gaan. Daarin past zijn incorrecte beschrijving van het genoemde WRR-rapport. Kuiper roemt het rapport, om het vervolgens meteen onschadelijk te maken door het geheel foutief te ‘citeren’. Volgens hem mondt het rapport uit in de volgende vraag: ‘Is de grip van een nationale overheid op publieke diensten niet een publiek belang van de eerste orde?’. Die vraag heeft de WRR nu juist niet gesteld! De WRR zei twee belangrijke dingen. Ten eerste: de overheid is ervoor om maatschappelijke belangen aan zich te trekken als die zonder overheidsondersteuning onvoldoende tot hun recht zouden komen. [De WRR koos ervoor om in dat geval van ‘publieke belangen’ te spreken.] Ten tweede: die verantwoordelijkheid betekent niet dat de overheid de dienst ook zelf moet leveren. Simpel omdat de overheid vaak nog slechtere spoorboekjes maakt.

Door alles wat publiek heet op één grauwe hoop te gooien, is Kuiper een verklaard voorstander van de overheid. Daarbij wijkt hij helaas niet af van de marktadepten uit de jaren 90 die voor zichzelf een privaat altaar hadden opgericht. Het verschil is wel dat veel marktadepten inmiddels veel wijzer zijn geworden.

Roel Kuiper, De terugkeer van het algemeen belang, privatiseringsverdriet en de toekomst van Nederland, Gennep Amsterdam, 2014.

[verschijnt in het zomernummer van ESB]

 

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!