De doe-democratie en de zoekende overheid

oktober 15, 2015 by  
Filed under artikel

Dames en heren,

Ik wil het graag 20 minuten met u hebben over ‘de overheid en haar burgers’. Ik weet het, het zou logischer zijn om te spreken over ’de burgers en hun overheid’. De overheid laat zich immers omschrijven als ‘de personen, de lichamen aan wie de burgers het gezag hebben toevertrouwd’. En toch kies ik bewust voor die omgekeerde titel, omdat de overheid tegenwoordig gebiologeerd lijkt door de burger en op sommige momenten zich die burger zelfs lijkt toe te eigenen.

Laat ik met een voorbeeld beginnen, van een lokale overheid die zich het denken over doe-democratie en zelforganisatie eigen maakt. Het verhaal gaat over het bestuur van een volleybalvereniging. Een verzameling hoogopgeleiden, de voorzitter is iets als organisatie-adviseur. Op een dag krijgt het bestuur een telefoontje van de gemeente. Een ambtenaar wil met het bestuur praten. De ambtenaar wil het bestuur helpen. In het kader van het gemeentelijke project ter versterking van de maatschappelijke zelforganisatie. De ambtenaar wil graag een afspraak maken op een werkdag tussen 9 en 5. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers en blijkt zich overdag niet te kunnen vrijmaken. Tot schijnbare verrassing van de ambtenaar. De ambtenaar wil voor één keer een uitzondering maken. Hij is bereid een vrije avond aan dit gesprek op te offeren. Het wordt een bijzonder gesprek vooral omdat de ambtenaar niet kan duidelijk maken wat hij komt doen. Misschien komt dat ook omdat die organisatie-adviseur wel een beetje weet hoe je een volleybalvereniging moet organiseren. Het grappige is ook dat hij dat zelf nooit als ‘zelforganisatie’ zal betitelen.

Ik geef een ander voorbeeld. Er was eens een kabinet dat een nota schreef over de doe-democratie. Ik citeer uit de samenvatting:

“Het kabinet wil ruimte en vertrouwen bieden aan maatschappelijke initiatieven en actief bijdragen aan de transitie naar meer doe-democratie (een vorm van meebeslissen van burgers door zelf maatschappelijke vraagstukken op te pakken).”

Zo’n tekst roept bij mij tal van vragen op. Bijvoorbeeld: geldt dit ook voor mannen met zwarte mutsen die in Woerden een asielzoekerscentrum aanvallen? Of voor burgers die de wietteelt in Brabant legaliseren? Dat zijn toch ook burgers die zelf maatschappelijke vraagstukken oppakken? En het kabinet wil toch ruimte en vertrouwen bieden aan maatschappelijke initiatieven?

Ik raak verder in verwarring als ik even verderop in de samenvatting van deze nota lees:

“Los daarvan geven maatschappelijke ontwikkelingen voldoende aanleiding om een kabinetsstandpunt te ontwikkelen: a. Toenemend zelforganiserend vermogen van de samenleving, b. Terugtredende overheid, c. Stijgende behoefte aan sociale binding.”

Ik lees dus dat het zelforganiserend vermogen van de samenleving toeneemt en dat de overheid terugtreedt. Die twee bewegingen sporen wel met elkaar. Maar waarom is er een stijgende behoefte aan sociale binding als het zelforganiserend vermogen van de samenleving toeneemt? En waarom zou een overheid die wil terugtreden over die stijgende behoefte een standpunt willen innemen?

We hebben schijnbaar te maken met een zoekende overheid.

Deze drie voorbeelden roepen bij mij drie vragen op. Ten eerste: waarom is de burger tegenwoordig zo populair bij de overheid? Ten tweede: wat voor beeld heeft de overheid eigenlijk van de burger? En ten slotte: hoe moeten we de doe-democratie duiden in het kader van de taak van de overheid?

Ik begin met die eerste vraag: waarom is de burger tegenwoordig zo populair bij de overheid? Waarom wordt de burger zo blijmoedig bedeeld met taken bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken? Er waren toch wel eens tijden dat de inspraak door burgers op de overheid bevochten moest worden. Ik neem de vrijheid om vrijuit te speculeren, op basis van jarenlang meelopen in Den Haag en niet op basis van significantieniveaus. Ik kom tot vier mogelijke verklaringen.

  1. De burger is populair bij de overheid omdat de overheid niet populair is bij de burger. Houden van de burger in de hoop dat de burger weer meer van ons gaat houden? Veel mensen op departementen maken zich zorgen over het geringe vertrouwen dat de overheid bij de burger zou genieten. Nu valt dat nog wel mee. Het vertrouwen in de democratie is groot bij burgers en het vertrouwen in politici is een stuk minder groot. Het vertrouwen in politici fluctueert, maar is niet minder dan decennia geleden. Stel je ook voor: wat zou u antwoorden op de stelling: “Politici beloven meer dan ze waarmaken”. Als u instemt, getuigt dat van een gebrek aan vertrouwen in de politiek.
  2. De burger is populair bij de overheid omdat de overheid niet van zichzelf lijkt te houden. In de genoemde nota over doe-democratie wordt met afschuw gesproken over de ‘oerkrachten van de verstatelijking van de dienstverlening’. Nou, daartegen moeten we ons blijkbaar verzetten. Ik geloof overigens dat de meeste burgers graag zouden zien dat de dienstverlening op het spoor weer snel zouden worden verstatelijkt.
  3. De burger is populair bij de overheid omdat veel ambtenaren menen dat de overheid niet meer levert wat zij zou moeten leveren. Terwijl het politieke klimaat rechtser is geworden, lijken veel ambtenaren met hun linksige ideeën wat verweesd te zijn achtergebleven. Waarom is die Leeszaal West in Rotterdam vooral zo populair bij ambtenaren als het grote voorbeeld van zelforganisatie? Voelt men zich beschaamd over het feit dat de overheid zoveel bibliotheken heeft gesloten? En waarom hoopt het ministerie van IenM zo op de ‘energieke samenleving’ bij het ontwikkelen van duurzame energie? Omdat de overheid zelf te weinig tegen de klimaatverandering doet?
  4. De burger is populair bij de overheid omdat de opvatting is gaan heersen dat het overheidsbeleid alleen met hulp van diezelfde burgers effectief kan worden uitgevoerd. Het lijkt erop dat overheidsbeleid alleen nog maar succesvol kan zijn, als we burgers weten te verleiden, als we convenanten en akkoorden sluiten met het bedrijfsleven en de milieubeweging, als we coalities aangaan, als we het netwerk van maatschappelijke actoren adequaat managen. Al met al als we horizontaal besturen. Ik weet dat die opvatting in de bestuurskunde ook erg populair is geworden. Ik weet ook dat de oude overheidsinstrumenten soms aan renovatie toe zijn. Maar wie heeft ons ooit bewezen dat al die nieuwe instrumenten zoveel effectiever zijn? Ik heb de laatste jaren vele uren, dagen, maanden doorgebracht op het Ministerie van IenM. In allerlei vormen van trainingen. Ook daar heerst het geloof dat het beleid alleen succesvol kan worden gemoderniseerd als we de burgers als onze gelijken tegemoet treden. Maar als je je serieus afvraagt op welke terreinen IenM succesvol is, dan gaat het bij uitstek om ouderwetse beleidsinstrumenten. Dijken en wegen, dat noemen we voorzieningen die met belasting worden betaald. Het milieubeleid is een groot succes door wetten en regels en Europese richtlijnen. De schilder heeft niet bij convenant ingestemd dat hij voortaan geen lood meer in zijn verf zal doen. Dat is hem opgelegd, bij wet, dames en heren.

Uit dit overzicht blijkt al ongeveer het antwoord op mijn tweede vraag. Welk beeld heeft de overheid van de burger? Het heeft er soms alle schijn van dat de overheid denkt dat de samenleving slechts bestaat uit nette, vriendelijke burgers. Zeg maar: ambtenaren. Ik vrees ook dat veel ambtenaren niet veel andere mensen zien dan ambtenaren. Maar het lijkt me een lichtelijk naïef beeld. Als ik u was zou ik me ook veel meer zorgen maken over de ondermijning van de lokaal democratie dan over de zelforganisatie van de burger.

Op het departement van IenM, het departement waar de vlag van de energieke samenleving elke dag wordt gehesen, vraag ik zo af en toe bij een training of men wel eens een burger in het werk is tegengekomen. Men antwoordt, gelukkig, altijd bevestigend. Op mijn vraag welke indruk die burger had gemaakt, volgt altijd een heftig steunen. De burgers blijken altijd dwarsligger te zijn. Dat dit laatste niet waar is, doet er even niet toe. Waar het mij omgaat is dat dit departement zoveel verwacht van de goedwillende burger bij het bestrijden van de klimaatverandering, bij het verbeteren van het milieu, op de weg, in het openbaar vervoer, bij het delen van de auto, terwijl de gemiddelde burger helemaal geen bezwaar heeft tegen een auto op diesel, zelfs niet als Volkswagen de kluit heeft belazerd. Die energieke samenleving is op zijn minst een fossiel-energieke samenleving. En we leggen die zonnepanelen pas op het dak, als ze goedkoper zijn dan de stroom van de Eneco.

Ik raad u aan om de nota over doe-democratie nog eens te lezen vanuit het perspectief van de wietteler uit Brabant, of gewoon uit Laakkwartier in Den Haag. Of vanuit het perspectief van de autolobby in Brussel. Of vanuit het perspectief van het schorem dat in Woerden onze gastvrijheid op een speciale wijze heeft belicht.

Ik kom bij mijn laatste vraag: behoort het bevorderen van de doe-democratie en van de zelforganisatie tot de taken van de overheid? Waar is de overheid van? Ik geef toe dat mijn antwoord is gekleurd door mijn eigen licht anarchistische inslag. Ik krijg jeuk als de overheid over mij schrijft dat ‘de burger [dus: ik] in positie moet worden gebracht’. Of dat de overheid voortaan moet ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. De overheid moet ervoor zorgen dat ik iets doe? Mogen wij burgers even zelf bepalen wat de overheid voor ons moet doen? En ik ben niet de enige die wat last heeft van het paternalisme van de overheid. Dat geldt ook voor die twee bestuursleden van die volleybalvereniging die een avond kwijt waren aan een zoekende ambtenaar, aan de zoekende overheid in eigen persoon. Het geldt ook voor die boeren uit de Overdiepse polder, die vijftien jaar lang onderdeel waren van het voorbeeldproject van ‘Ruimte voor de rivier’. Terwijl de overheid heel enthousiast was over de samenwerking met de burgers, bleken dezelfde burgers zich al die jaren enorm aan de traagheid van de overheid te hebben geërgerd.

Terug naar de vraag: waar is de overheid van? Mijn antwoord is simpel: de overheid dient die maatschappelijke belangen te behartigen die zonder optreden van de overheid niet worden behartigd. De samenleving is vaak heel goed in staat om zijn eigen zaakjes te regelen. Voor veel sociale cohesie (wat vanzelfsprekend een maatschappelijk belang is) heb je de overheid niet nodig. Alleen daar waar de samenleving tekort schiet heb je die overheid wél nodig. De overheid moet dus geen bestuurders van volleybalverenigingen vervelen met een bezoek, die kunnen hun vereniging heel goed zelf organiseren. Als de samenleving het zelf kan, moet de overheid zich er verre van houden. Maar juist als de samenleving het niet kan, moet de overheid het niet aan de burgers overlaten.

Er zit dus een zekere spanning in dat stimuleren van de doe-democratie, juist omdat het zelforganiserend vermogen van de samenleving zo is toegenomen. Misschien kan de overheid voortaan beter bibliotheken openhouden in de wijken die geen handige mensen hebben die een private bibliotheek in de lucht kunnen houden. Of Volkswagen beter controleren op fijn stof. Of innovatie bevorderen van zaken die maatschappelijk van groot nut zijn, maar die niet vanzelf gemeengoed worden. Laat burgers nu gewoon doen, wat we zelf kunnen. En treedt op als overheid, als wij het onderling niet kunnen.

 

[Keynote-speech Promovendi-middag BZK, 15 oktober 2015]

Comments

7 Comments on "De doe-democratie en de zoekende overheid"

  1. André Rodenburg on do, 15th okt 2015 14:32 

    Ik lees steeds “doemocratie” – wat toch meer klinkt alsof de angst regeert.

  2. Theo van Bruggen on wo, 21st okt 2015 13:50 

    Een helder betoog, leuk om te lezen, maar toch….
    Als burger en ambtenaar vraag ik me af waarom toch altijd over ‘de overheid’ wordt gesproken als ware het een persoon. Je kunt niet met de overheid afspreken, hooguit met een ambtenaar bij één van de vele organen die ‘de overheid’ vormen. Het verhaal zou er heel anders uitzien als niet ‘de overheid’ wordt aangesproken als afzonderlijke entiteit.

  3. Erik Bruggink on zo, 1st nov 2015 22:58 

    In plaats van een zoekende overheid denk ik dat bijna altijd sprake is van een dwalende overheid die in de democratische driehoek overheid-markt-burger permanent opereert op de lijn overheid-markt en daarbij de burger uit het oog heeft verloren. Het Fyra-debacle (de reiziger in de kou), TTIP (geheime onderhandelingen gecombineerd met een uitholling van de democratie) en de overschrijding van de de CO2-norm van 300% van diesels tot 2021 leidt tot de naargeestige conclusie dat er sprake is van ‘een overheid zonder haar burgers’.

  4. cynthia schenk on zo, 8th nov 2015 09:31 

    Er zijn nu nog taken die door de lokale overheid uitgevoerd worden, waarvan inwoners zeggen dat willen en kunnen wij beter/anders. Dan kun je met elkaar in discussie over het ” overhevelen” van taken, verantwoordelijkheid en dus ook budget. Dan creëer je voor de inwoners( die dat willen) vrijheid. Gaat het daar niet om als je het over doe-democratie hebt?

  5. wimderksen on zo, 8th nov 2015 10:07 

    Als burgers het zelf kunnen, is er geen taak voor de overheid. Laat staan dat ze er een nota over hoeft te schrijven…

  6. rob giebels on vr, 13th nov 2015 10:38 

    reagerend op het laatste deel van je tekst (kortweg: ‘de overheid dient die maatschappelijk belangen te behartigen die zonder optreden van de overheid niet worden behartigd’. Tja, wat daar dan onder valt zal binnen ‘de’ samenleving meestal geen eenduidigheid bestaan, laat staan over het hoe. Die inherente onenigheid wordt er niet minder op, zowel over de reikwijdte waar handelen van de overheid gewenst wordt geacht als over de wijze waarop. naarmate de maatschappelijke tegenstellingen groter worden zal die strijd harder worden gevoerd.
    De zaak (‘uitdaging’ heet dat tegenwoordig) is nu dat de maatschappij bestaat uit individuen en organisaties én politieke stromingen met verschillende belangen en wensen over wat de overheid moet doen of juist niet.
    dit laat onverlet, dat de ambtenaar én de politiek bestuurder zich elke ochtend moeten afvragen: is dit een probleem waarbij ons handelen een bijdrage kan leveren aan de oplossing en zo ja hoe?
    Je opgewekte laatste zin is terecht, maar komt denk ik minder vaak voor als je graag zou willen.

  7. wimderksen on vr, 13th nov 2015 21:39 

    Die opgewektheid komt uit mijn aard. Ik ben het helemaal met je eens dat de vraag welke belangen ons allen aangaan, een hele politieke vraag is!

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!