Vragen over een groter lokaal belastinggebied

juni 20, 2016 by  
Filed under artikel

Het lokale belastinggebied moet groter. Iedereen zegt het. En toch begrijp ik het niet. Ik heb er al vaker over geschreven op mijn site. Het gevolg is dat je als coreferent wordt gevraagd bij iemand die pleit voor een vergroting van het lokale belastinggebied. En daardoor ga je je nog meer afvragen waarom dat goed zou zijn. Laat duidelijk zijn: ik ben niet tegen een kleine vergroting van het lokale belastinggebied. Ik zal zo aangeven waarom. Maar waarom zou die vergroting van het lokale belastinggebied een oplossing zijn, en waarvoor? Waarom geloven zoveel mensen daarin, terwijl elke burger al heftig protesteert tegen een minimale verhoging van zijn ozb. Belastingen zijn niet geliefd, en zeker geen belastingen die zo zichtbaar zijn als lokale belastingen. Waar beginnen we aan? Ik geef tien overwegingen. En reageer vooral op het rapport van de commissie Rinnooy Kan (VNG) en het advies van de Raad voor de Gemeentefinanciën (Rgf).

  1. In beide adviezen worden de decentralisaties in het sociale domein als een belangrijk argument opgevoerd. De lokale beleidsvrijheid is groter geworden en dat hoort zich ook uit te betalen in meer eigen inkomsten. Stel nu dat je van dit onderwerp niets af wist. Waarom zou deze stelling dan waar zijn? De gemeenten hebben meer taken gekregen, maar ook veel meer inkomsten (rijksbijdragen via het Gemeentefonds). Die inkomsten zijn niet onbeperkt en zetten dus aan tot zuinigheid. Dat hebben we geweten! De gemeenten hebben in 2015 zelfs veel minder aan deze nieuwe taken uitgegeven dan ze hebben ontvangen. De gemeenten zijn dus financieel beter van geworden van hun zuinigheid. Dat noemen we efficiëntie. Wat is nu het probleem?
  2. Eén argument kan ik wel begrijpen. Omdat de lokale inkomsten zo enorm zijn gestegen door overheveling van rijksgelden naar de gemeenten is het percentage van de lokale belastingen van het geheel van gemeentelijke inkomsten nog lager geworden (9%). Simpel omdat de noemer groter is geworden. Dat zou een reden kunnen zijn om ook de teller weer wat te vergroten. Maar ik geef toe, dat is vooral een rekenkundige en een weinig politieke redenering.
  3. Sorry, laat ik het maar meteen zeggen: hier is sprake van groepsdenken. Iedereen praat iedereen na, en de afwijkende geluiden worden niet gehoord. Ik lees namelijk weinig fundamentele argumenten voor een vergroting van het lokale belastinggebied. Ja, meer lokale belastingen zouden de lokale democratie versterken en de gemeenten meer aanzetten tot efficiëntie. Wat bedoelen we eigenlijk met efficiëntie? Is dat een synoniem voor zuinigheid of is efficiëntie ervoor zorgen dat het geld terecht komt waar het echt nodig is. We zagen al dat het eerste ook anders kan worden bereikt. Het tweede bereik je onder andere met keukentafelgesprekken. Bij dat groepsdenken hoort dat we zeggen dat al jaren vele commissies hebben gepleit voor een vergroting van het lokale belastinggebied. Maar waarom is dan het tegendeel gebeurd? Het gebruikersdeel van de ozb voor woningen is verdwenen. Zouden er dan toch goede argumenten zijn voor een klein lokaal belastinggebied in Nederland?
  4. Er zit altijd iets oneigenlijks in die discussie over het lokale belastinggebied. Want de gemeenten krijgen maar 65% van hun inkomsten van het rijk. We moeten ons dus afvragen of die 35% groot genoeg is, en niet of die 9% groot genoeg is. En dat leidt tot een heel andere discussie. Tot voor de crisis verdienden gemeenten veel aan hun investeringen (in nieuwbouwwijken onder andere). Maar daarna werd het grondbedrijf in veel gemeenten een blok aan het been. Is dat een argument om het gemeentelijk aandeel in de eigen inkomsten te vergroten? Ja, je kan ook zeggen: gemeenten hebben slecht geïnvesteerd en daarom is het eerlijk dat de burgers daarvoor moeten boeten. Maar is dat de bedoeling van deze hele discussie?
  5. Terug naar het argument van de efficiëntie en democratie. Leiden hogere lokale lasten tot meer efficiëntie en meer democratie? De financiële verhoudingen kenden vroeger veel open-einde-regelingen, waardoor de gemeenten de rekening altijd bij het Rijk konden neerleggen. Dat kan al lang niet meer omdat al die regelingen zijn afgeschaft. Oké, dan nog kan je de efficiëntie vergroten door de gemeenten zelf hun broek te laten ophouden. Maar welke gemeentebestuurder zit daar eigenlijk op te wachten? Die VNG en die Rgf hebben geen burgers, gemeenten wel. Leg het maar eens aan de burgers uit: u moet nu twee keer zoveel lokale belasting betalen, omdat wij dan efficiënter en democratischer zullen worden. Ik denk dat weinig wethouders dat aantrekkelijk vinden. En denken we nu echt dat de lokale democratie beter gaat functioneren als we de lokale lasten met een factor twee of drie verhogen? Dat probleem lijkt me toch fundamenteler.
  6. Het is boeiend dat vroeger werd gezegd dat de lokale belastingen en het Gemeentefonds de gemeenten de vrijheid gaven om zelf hun afwegingen te maken. Democratie! Maar eerst hebben we gezien dat het aantal specifieke uitkeringen meestal op verzoek van gemeenten is uitgebreid. Beter een financieel voordeeltje in Den Haag, dan lokaal meer beleidsvrijheid. En vervolgens hebben we al die specifieke uitkeringen weer met steun van de gemeenten in het Gemeentefonds gekieperd, met instandhouding van vele beperkingen en vele onderscheidingen. Daardoor is de lokale beleidsvrijheid sterk afgenomen. En daarover hoor ik niemand klagen. Als het Gemeentefonds een generiek fonds was gebleven, en niet zo was vervuild met al die decentralisatiebalkonnetjes en al die andere onzin, was de lokale beleidsvrijheid veel groter geweest dan nu ooit door een uitbreiding van het lokale belastinggebied kan worden bereikt.
  7. Laten we naar de echte vragen gaan. De vragen over de afweging tussen equity en efficiency. Ik mis in de hele discussie namelijk een fundamenteel debat over de vraag wat we beogen met die financiële verhoudingen. Dat zou je wel verwachten, want er is vroeger goed over nagedacht. Vooral de commissie Rinnooy Kan lijkt daar geen benul van te hebben. We zouden bijvoorbeeld kunnen wensen dat verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten (als een gemeenten meer rijke inwoners heeft, kan meer belasting worden opgehaald) worden verevend. Persoonlijk vind ik (en bijvoorbeeld ook professor Maarten Allers vindt dat) dat verschillen in belastingcapaciteit volledig moeten worden gecompenseerd door het Rijk via het GF. Volgens Rgf hoeft dat niet volledig. Ook dat laatste is een legitiem standpunt. Rinnooy Kan zegt er niets over. Maar als je het lokale belastinggebied vergroot en voor de verschillen in belastingcapaciteit wil compenseren, dan is onvermijdelijk dat rijkere steden en dorpen meteen hogere belastingen moeten heffen. Willen we dat? En bovendien straf je gemeenten die erin slagen meer hogere inkomens aan te trekken (meer dan nu het geval is). Willen we dat? Of willen we die hele belastingcapaciteit vergeten en rijke gemeenten steeds rijker laten worden en arme steeds armer?
  8. De huidige financiële verhoudingen streven niet alleen naar een gelijke belastingcapaciteit, maar ook naar een gelijke voorzieningencapaciteit. Gemeenten worden niet alleen verevend voor hun mogelijkheden om belasting op te halen, maar ook voor de verschillen in kosten. De ene gemeente kent nu eenmaal meer problemen dan de andere. De gedachte is: gemeenten moeten allemaal een gelijke startpositie hebben. U begrijpt het al: gemeenten met rijkere inwoners en met lagere kosten voor het leveren van dezelfde voorzieningen krijgen daarom minder geld van het Rijk. Maar wat betekent het als we met behoud van het uitgangspunt van gelijke startposities het lokale belastinggebied willen vergroten? Heel simpel: hoe groter het lokale belastinggebied hoe meer geld van het Rijk naar arme gemeenten zal gaan (om al die achterstanden te compenseren). In extremo wordt het Gemeentefonds een armoedefonds en beloont het Rijk niet succes, maar falen. Wat heeft dat met efficiëntie te maken? En als we het streven naar een gelijke voorzieningencapaciteit willen loslaten, moeten we straks niet zeuren als arme gemeenten minder geld hebben om hun grotere problemen aan te pakken.
  9. De theorie kent nog een laatste ‘aspiratieniveau’. Zo zouden we niet alleen kunnen streven naar een gelijke voorzieningencapaciteit, maar gewoon naar gelijke voorzieningen. Dan moet je helemaal niet willen dat er een omvangrijk lokaal belastinggebied is. Tenzij je elke uitgave van de gemeente weer door het Rijk laat compenseren. Op het eerste gezicht lijkt dat nogal treurig, ik geef dat graag toe. Maar vragen we ons wel eens af wat burgers willen? Vinden burgers het rechtvaardig als je in de ene gemeente wel een rollator krijgt en in de andere niet? Om nog maar niet spreken over een hogere of lagere bijstandsuitkering. Als je mij vraagt begrijpen burgers er niets van als je in Rijswijk anders wordt behandeld dan in Wassenaar. Als het om de basisbehoeften van mensen gaat.
  10. Dat brengt me bij een slotvraag. Wat is de lokale democratie? Wat is een gemeente? In ons kleine land dat in feite bestaat uit één grote stad en wat achterland. Is de gemeente een uitvoeringsloket van de overheid of is de gemeente de hoeder van de lokale gemeenschap? Of denken alleen lokale bestuurders nog in termen van lokale gemeenschappen met hun eigen lokale democratie? Ik heb een huis  in Ooltgensplaat, ik heb een huis in Den Haag. Ik studeer in Amsterdam en voor mijn werk doorkruis ik elke dag de Randstad en soms verder. Sorry, ik wil vooral dat de overheid zijn werk goed doet. En hoe ze dat organiseren over Rijk, provincies en gemeenten, dat moeten ze zelf maar uitmaken. Als het maar netjes gebeurt. Ja, in die optiek is de gemeente gewoon het dichtstbijzijnde loket van de overheid. Een overheid die in dit kleine landje vooral streeft naar rechtsgelijkheid. Van alle burgers. In welke gemeente ze ook wonen.

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!