Zeggenschap enige antwoord op populisme @Pieterhilhorst

februari 13, 2017 by  
Filed under artikel, De Stad

Gesprek met Pieter Hilhorst

 

Pieter Hilhorst is al jaren bezig met het vergroten van de zeggenschap van burgers. Hij schreef er boeken over, hij was ombudsman bij de VARA. Hij was zelfs even wethouder van Amsterdam in de hoop dat hij op die plek de zeggenschap van burgers zou kunnen vergroten. Maar zeggenschap kan ook snel elitair worden. Dat de hoogopgeleide burgers met de hogere inkomens in staat zijn om het voor zichzelf goed te organiseren. Ook is het de vraag wat de grenzen van zeggenschap zijn. Waar moet de overheid het uiteindelijk toch gewoon zelf doen. Alle reden voor een mooi gesprek met Hilhorst.

De overheid omarmt en verstikt 

Ik ben benieuwd of Hilhorst iets heeft met begrippen als doe-democratie en overheidsparticipatie, die in sommige overheidskringen populair zijn. Dat blijkt genuanceerd te liggen. Hilhorst: ik heb iets met begrippen als burgerinitiatieven en zeggenschap van burgers. Overheidsparticipatie leidt gauw tot overname. Als burgerinitiatieven lukken, dan willen politici je altijd komen helpen. Dan dreigt een verstikkende omarming. Dat associeer ik met overheidsparticipatie. Een verstikkende overheid. Toen ik samen met Jos van der Lans een Broodfonds oprichtte, dat is een club zzp-ers die elkaar helpen bij ziekte en dergelijke, toen was Mei Li Vos van de PvdA de eerste die zei: hoe kunnen wij helpen? Dat is heel aardig. Maar wij zeiden: Je kan vooral helpen door je er niet mee te bemoeien. Dat heb je vaker: als de overheid er zich mee gaat bemoeien, dreigt altijd dat ze het gaan overnemen. Wat wel belangrijk is: dat de overheid het zo gaat organiseren dat het voor burgers makkelijker wordt om samen met elkaar het heft in handen te nemen.

Ik heb met Jos van der Lans het boek geschreven over sociaal doe-het-zelven. Ik dacht dat gedachtengoed ook als wethouder van Amsterdam goed te kunnen uitdragen. Maar dan zie de spanning. Nadat ik mijn verhaal had verteld, stond er een keer zo’n echte Amsterdammer op en die zei: “Zo, wij moeten het dus allemaal zelf gaan doen. En wat ga jij nu eigenlijk doen, man?” Hij wilde zekerheden. Hij was bang dat mijn mooie verhalen een alibi waren om mensen in de steek te laten. Dat is voor mij de crux: hoe biedt je zekerheden, maar kom je wel van een passieve naar een actieve solidariteit? En de overheid heeft daarbij zeker een rol.

Ik vraag Hilhorst of dat niet tegenstrijdig is. Ik zet het op scherp: Jij zegt dat de burger het allemaal zelf moet gaat doen. Maar waarom laten we de overheid dan nog weer toe? Hilhorst: je kan niet alle solidariteit in eigen beheer nemen. Daarvoor heb je de overheid altijd nodig. Maar het probleem is dat de overheid door haar optreden het zelforganiserend vermogen van burgers belemmert. De overheid is dus niet neutraal. De overheid individualiseert bijvoorbeeld enorm. Individualiseren is voor de overheid de normale gang van zaken. Ik zou het willen omdraaien: iets socialiseren moet de normale gang van zaken worden. Zo kan de overheid ertoe bijdragen dat burgers het samen gaan doen. Dus zelf gaan doen.

Hilhorst noemt als voorbeeld zwangerschapscursus uit Amsterdam-Noord. Het gebeurde eerst individueel. Toen zijn ze overgestapt op groepslessen. En zag je dat er platforms van vrouwen ontstonden, die elkaar gingen helpen. Die manier van denken moet je veel vaker toepassen. Organiseer platforms omdat platforms het zelforganiserend vermogen van mensen versterken. Dus maak groepen van patiënten die een knie-operatie hebben ondergaan. Laat ze samen revalideren. Dan vergemakkelijk je het zelforganiserend vermogen.

Burger wil ook zekerheid

Ik wil het nog scherper hebben. Wat wil die Hilhorst nu eigelijk? Kiest hij voor een overheid die op een andere manier organiseert wat de overheid toch al wil of is het een overheid die afscheid neemt van een verantwoordelijkheid en tegen burgers zegt: ga je gang maar? Hilhorst: veel dingen blijven toch een taak voor de overheid. Dat was mijn fout toen ik de politiek inging. Ik dacht: veel mensen zitten te wachten op het moment dat ze het zelf mogen gaan doen. Maar dat willen veel burgers helemaal niet. Die willen zekerheid. Die zekerheid moet gegarandeerd zijn. Inkomen, een dak boven je hoofd, dat je verzekerd bent. Daar moet de overheid voor zorgen. Maar binnen die zekerheden kan je best zorgen dat mensen zoveel mogelijk actief solidair zijn. In plaats van passief. Want passieve solidariteit wordt altijd uitbesteed aan bureaucratische instellingen. Met allemaal bureaucratische regels, waardoor mensen niet het gevoel krijgen dat ze geholpen worden door de verzorgingsstaat. De hulp die mensen van de staat krijgen gaat vaak gepaard met vernedering. Daarom is de verzorgingsstaat eigenlijk verweesd. Iedereen die er aanspraak op wil maken, ziet vooral de repressieve kant van de verzorgingsstaat. Terwijl mensen die geen aanspraak doen, denken dat de anderen juist worden verwend. Daarom zal de verzorgingsstaat op termijn geen draagvlak hebben. Dat wil ik tegengaan.

Het gaat om eigenaarschap

Kijk de overheid verzorgt heel veel. Neem het vervoer naar het ziekenhuis. Allemaal geregeld. Maar als jij een keer naar het ziekenhuis moet en dat busje is er niet, dan heb je het gevoel dat je niet meetelt. Maar als mensen het zelf organiseren, weten ze dat Wim altijd wat laat is. Dat is een totaal ander gevoel. Zonder eigenaarschap in die instellingen voor solidariteit, is de toekomst van solidariteit afgeschreven. Daarvan ben ik overtuigd. Je moet dus steeds nadenken hoe je mensen eigenaarschap en zeggenschap kan geven. Dus door het makkelijker te maken dat mensen het zelf organiseren. Of door het makkelijker te maken dat mensen samenwerken. En het eerste is: door het niet tegen te werken. Want veel burgerinitiatieven worden door de overheid tegengewerkt. De participatie-crèche wordt tegengewerkt door het Ministerie van Sociale Zaken. Ouders passen op elkaars kinderen. Maar de ouders zijn daarvoor niet opgeleid, nota bene, en dus komt er geen toeslag voor kinderopvang.

Is het een sausje of is het een fundamentele verandering? Om die reden zeg ik tegen Hilhorst: je streeft een verzorgingsstaat na met een menselijk gezicht. Hilhorst: Ja, dat is waar, maar ook met eigenaarschap. En dat is iets heel anders dan nabijheid. Want aan de keukentafel bepaalt nog steeds een ander wat er met jou gebeurt. Bij ons Broodfonds bepalen we zelf de regels. Dat geeft veel betere solidariteit. Hoe meer eigenaarschap, hoe meer steun voor de solidariteit.

De overheid blijft dus uiteindelijk nog steeds verantwoordelijk voor de solidariteit? Hilhorst: Ja, dat is de essentie, het is een ander soort overheidsoptreden. Zonder overheid zou het een neo-conservatief verhaal worden. Dat moeten we juist niet doen. We hebben die overheid echt nodig.

Hoogopgeleide en witte burgers nemen initiatieven

We zitten samen in Dauphine bij station Amsterdam Amstel. Allemaal witte mensen, allemaal hoogopgeleide mensen. Dan prikkelt zo’n verhaal nog meer. Want hoeveel mensen kunnen dit? Is dit een plan voor de beschaafde elite van Amsterdam? Voor de mensen binnen de ring. Is dit de burger van de Triomf van de stad die dit leuk vindt? Hilhorst: Er zijn heel veel burgers die zich ergeren aan hoe de overheid met hun omgaat. Er spreekt vaak wantrouwen uit het optreden van de overheid. Vernederende, strenge toon. Daar hebben veel mensen last van.

Ik zeg dat ik dat weet. De vraag is: hebben al die mensen het zelforganiserend vermogen van types zoals jij en ik? Hilhorst: nee, niet vanzelf. Dat moet je organiseren. En het kan misschien niet voor iedereen. Hilhorst stelt een wedervraag: Maar is de verzorgingsstaat goed voor iedereen? Nee. Maar hoe meer je het doet, hoe meer gedragen solidariteit er zal zijn.

Basisbaan in plaats van basisinkomen

Ik kaart het basisinkomen aan, zoals dat door een heel actieve club onder andere via sociale media wordt gepromoot. Zit dat in deze buurt? Hilhorst: Nee. Ik ben daar niet zo’n voorstander van. Omdat er heel veel mensen die helemaal niet uit zichzelf initiatief nemen. Mensen met faalangst. Mensen die bang zijn dat ze niet voor vol worden aangezien. Dat soort mensen moet je uitnodigen. Die uitnodiging verdwijnt met een basisinkomen. Het basisinkomen is helemaal gebaseerd op het negatieve idee van vrijheid. Voor mij staat de uitnodiging centraal. In de praktijk betekent het basisinkomen dat heel veel mensen een basisinkomen krijgen en nooit meer ergens bij betrokken worden. Er zijn al te veel mislukte jongeren die de hele dag zitten te gamen. Voor dat soort jongeren is het basisinkomen echt een ramp. Je zegt: we zijn wel klaar met hem. Je nodigt hem niet uit iets te doen. Daarom ben ik voor een basisbaan. Iedereen die een uitkering krijgt de garantie van een baan van 20 uur. Tegen minimumloon. En daarnaast mag je verdienen wat je wil. Dat is echt een uitnodiging. Het gaat er ook om hoe mensen met elkaar in contact komen. Dat doe je niet met een basisinkomen.

Wanneer kan het wel en wanneer niet

Het zijn allemaal sympathieke voorbeelden. Maar er zijn toch ook burgerinitiatieven die we minder leuk vinden. Acties tegen asielzoekerscentra bijvoorbeeld? Hilhorst: ik ben er voorstander van dat bij het vinden van huisvesting voor asielzoekers er optimale betrokkenheid van burgers wordt georganiseerd. Veel gemeenten hadden maar één gedachte vorig jaar bij het plaatsen van asielzoekers: hoe houden we de burgers erbuiten? Maar ook daar moet je burgers bij betrekken. Niet alleen een informatiemarkt waar je mag horen wat er aan de hand is.

Is dat niet naïef gedacht? Er stonden er tienduizenden aan de grenzen. Nee, zegt Hilhorst. Kijk naar Heusden. Burgemeester Jan Hamming. Die heeft gezegd: ik doe het alleen met burgers. Ik heeft zich hard gemaakt tegen het COA. Hij wilde kleinschalige opvang. Hij wilde opvang volgens de ideeën van de burgers. Kom maar met voorstellen. Voor verschillende locaties. Het voorstel van de burgers is overgenomen door de gemeenteraad. Het kan dus wel!

Pieter pleit voor vloeibare democratie. Dat betekent dat je je stem voor een bepaald onderwerp kan geven aan iemand anders. Iemand die je vertrouwt. Zo ontstaan er vertrouwenspersonen die praten namens een aantal mensen. Dat is iets anders dan de gemeenteraad. Daar praten mensen voor vier jaar voor alle onderwerpen namens jou. Hier gaat het om één onderwerp. Het idee van Zygmunt Bauman. Zo krijgt het gemeentebestuur een gesprekspartner voor een probleem.

Participatiesamenleving als schaamlap

Hoe mooi de ideeën van Hilhorst ook zijn, ze kunnen ook dienen als schaamlap voor een overheid die te weinig doet. Ik vraag hem of zijn ideeën geen last hebben van een overheid die uit een soort ‘schuldgevoel’ praat over een participatiesamenleving? Dat had toch vooral te maken met het overhevelen van taken naar gemeenten om daarmee miljarden te kunnen bezuinigen. Hilhorst: Ik dacht indertijd dat die drie decentralisaties een mooi moment waren voor mijn idee van burgerinitiatieven. Maar veel burgers dachten: ik word in de steek gelaten! Al jouw mooie verhalen van we gaan het zelf doen, is gewoon mooipraterij van in de steek laten. Maar ja, de burgers zullen toch gewoon mee moeten doen. Kijk naar de energietransitie. Dat kan heel gemakkelijk weer een onderwerp worden waarvan de burgers denken: dat wordt ons door de strot gedrukt. Maar er moet wel wat gebeuren. En dan geldt: hoe meer betrokkenheid van de burgers, hoe groter de legitimiteit van die hele operatie. We zullen mensen moeten verleiden zonnepanelen op hun dak te leggen. Want daarna zullen ze erin gaan geloven. Je hart volgt je hand: eerst doe je iets en daarna ga je erin geloven. Ik weet dat de burgers er nu nog onvoldoende in geloven, maar op de lange termijn zal je die betrokkenheid van burgers echt nodig hebben.

Zijn er onderwerpen waar jouw verhaal niet geldt? Hilhorst: Ja. Soms zijn er zoveel schaalvoordelen, dat maatwerk gewoon te veel kost. Sommige dingen zijn al zo lean en mean georganiseerd. Dan kan het gewoon niet. Bijvoorbeeld de incasso van zorgverzekeraars en energiebedrijven is zo lean en mean georganiseerd dat lokale pilots alleen maar geld kosten. Ook als we zeggen: we moeten van het gas af. Dat kan gewoon niet alleen van onderaf. Dan moet je het onvermijdelijk ook van bovenaf doen. Maar niet alleen van bovenaf, want dan mislukt het. Dat is het misbruik van het boek van Maarten Hajer over de energieke samenleving: van bovenaf niks doen, en zeggen dat de samenleving het moet doen, terwijl je weet dat de samenleving het niet alleen kan.

De enige strategie tegen het populisme

Als je ziet dat de systemen zo ingewikkeld zijn geworden dat je het soms niet meer van onderop kan organiseren, ben je dan niet een beetje een nostalgische wereldverbeteraar? Hilhorst: de grootste maatschappelijke veranderingen komen voort een verlangen naar iets wat er nooit is geweest. Maar vertrouwen heeft heel veel te maken met mensen die elkaar zien en die elkaar kennen. Je moet altijd een appèl doen op face-to-face relaties. Anonieme relaties met een overheid zonder gezicht daarmee organiseer je permanent de onvrede.

Geldt dit prachtige verhaal ook in een tijd van Trump en Wilders? Hilhorst: dit is het enige antwoord op die mannen. De populist suggereert: er is iets mis met politici maar als wij eenmaal de macht hebben, kunnen wij het wel goed doen. Een heel naïef idee over maatschappelijke verandering. Ze hebben geen idee hoe het moet. Hun veranderingstheorie is volstrekt simplistisch en totalitair. Dat zal nooit onvrede wegnemen. De enige manier om de onvrede weg te nemen is de mensen zelf laten meebepalen. Zeggenschap is enige antwoord op onvrede. De enige strategie tegen het populisme.

Comments

One Comment on "Zeggenschap enige antwoord op populisme @Pieterhilhorst"

  1. Arie van Staveren on ma, 13th feb 2017 09:45 

    Zou dit niet een goed begin zijn voor medezeggenschap van burgers?

    In april 2014 verscheen de publicatie van Kennisland Accelerating Amsterdam’s Assets (AAA) geschreven in opdracht van Economische Zaken en de Amsterdam Economic Board (met ons aller burgemeester als voorzitter!).

    Hierin staan zes oplossingsrichtingen met het doel om stadsbreed met elkaar over de samenwerking tussen gemeente en burgerinitiatieven in gesprek te gaan om zo daadwerkelijk de kracht van Amsterdam optimaal te benutten:

    1. Creëer gemeentebeleid rond sociale innovatie door bottom-up initatieven op te nemen in de innovatieagenda van de gemeente
    2. Bouw sterkte netwerken waar men kan leren, kennis kan delen en kan netwerken rondom vormen van sociale innovatie
    3. Faciliteer mogelijkheden voor onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe technologieën die het zelforganiserend vermogen van burgerinitiatieven versterkt en de maatschappelijke impact vergroot
    4. Ontwikkel nieuwe manieren om financiering te verkrijgen om bottom up-initiatieven van de grond te krijgen
    5.Maak beleidmakers bekend met de sector van sociale bottom up-initiatieven door het ontwikkelen van leerprogramma’s rondom dit thema
    6. Versterk de sociale innovatie sector door het erkennen van het belang ervan voor de stad en ontwikkel onderzoek- en leerprogramma zodat het kan worden geïmplementeerd in Master-programma’s.

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!