Veel #aardbevingen en nog meer onderzoek

april 13, 2017 by  
Filed under artikel

Onderzoek speelt een grote rol bij de aardbevingen in Groningen. Het begon al met het seismografische onderzoek dat te lang in een la van het Ministerie van EZ bleef liggen. En nadat al die bevingen hadden plaatsgevonden, moesten de gevolgen worden onderzocht. Hoeveel schade heeft de woning door de aardbeving geleden? Hoeveel zijn de huizen in waarde gedaald door de aardbevingen? Kunnen we het effect van de aardbevingen isoleren van andere mogelijke oorzaken? Tegen welke prijs moeten mensen worden uitgekocht?

Het is dan ook begrijpelijk dat de Nationaal Coördinator voor Groningen, Hans Alders, zeer geïnteresseerd is in al het onderzoek dat naar de gevolgen van de aardbevingen wordt verricht. Hij is ook zo wijs geweest om onderzoekers en belanghebbenden bij elkaar te brengen om in een open dialoog de kwaliteit van het onderzoek verder te verhogen. In Groningen hanteren ze voor dit proces de term ‘critical review’ van het onderzoek. De eerste critical review vond plaats in januari en februari van dit jaar. De review had specifiek betrekking op de waardeontwikkeling van de woningen. Ik heb deze critical review voorgezeten en samen met Marielle Gebben, Kirsten Krans en Tom Postmes vormgegeven. Hier blik ik terug. Ten eerste op de uitkomsten van de critical review en ten tweede op het instrument.

Onderzoek naar waardeontwikkeling

Wat was de situatie? Er bestaat nogal wat onderzoek naar de waardeontwikkeling van de woningen in het aardbevingsgebied. De vraagstelling is overal hetzelfde: wat is het effect van de aardbevingen op de prijzen van woningen in het gebied? Maar de uitkomsten zijn verschillend. Let wel, het gaat niet om de waardedaling van concrete huizen door geleden schade. Schade aan huizen wordt (als het goed is!) gewoon door de NAM vergoed. Het gaat hier om de waardeontwikkeling van alle woningen. Simpel gezegd: het gaat om de waardedaling vanwege de dreiging van nieuwe aardbevingen.

Die waardedaling laat zich nog niet zo eenvoudig vaststellen. Ten eerste bestaat geen eenduidigheid over de grenzen van het bevingsgebied. Ook in de stad Groningen worden de bevingen gevoeld, maar is de stad daarmee ook bevingsgebied? Ten tweede is het de vraag waarmee de feitelijke waardeontwikkeling moet worden vergeleken. Oost-Groningen is immers een krimpgebied, waar de huizenprijzen zich anders ontwikkelen dan in Amsterdam en Utrecht. Maar de krimp is ook voor een deel een gevolg van de aardbevingen. Dus wanneer we ‘controleren’ op krimpgebieden, zouden we een deel van het effect van de aardbevingen missen. Ten derde: elk gebied heeft een specifiek huizenbestand. En wie iets wil zeggen over het effect van de bevingen, zal de waardeontwikkeling van de huizen moeten vergelijken met de ontwikkeling in een vergelijkbaar huizenbestand. In hoeverre laat een flat in Terneuzen zich vergelijken met een arbeiderswoning in Loppersum?

Dat de uitkomsten van dit onderzoek op ‘macro-niveau’ (we kijken immers naar de algemene prijsontwikkeling van huizen in het hele gebied) verschillend zijn, is dus niet zo verrassend. Eerder was het verrassend dat het effect van de bevingen op de prijsontwikkeling zo gering was: de meeste onderzoekers concludeerden dat de woningen door de bevingen 2 tot 4% in waarde waren gedaald. Een uitkomst die zeker voor de bewoners anti-intuïtief was. De argwaan werd versterkt door het feit dat een aantal onderzoekers ook onderzoek in opdracht van de NAM had gedaan. Hoe groot was hun onafhankelijkheid nog?

Wat behelst nu die critical review? In feite niet meer dan het organiseren van een dialoog tussen onderzoekers onderling en tussen onderzoekers en belanghebbenden. We hebben eerst de onderzoekers aan tafel genood. Dat leverde al tal van vragen op. Daarna hebben we tal van burgers, actiegroepen en maatschappelijke partijen uitgenodigd om bij ons hun vragen neer te leggen. Deze vragen zijn doorgegeven aan de onderzoekers. En op 11 februari zijn alle partijen samengekomen in een kerk in Groningen. Om gezamenlijk over deze vragen te discussiëren. Het gesprek kreeg een extra impuls door de deelname van drie onafhankelijke deskundigen, die meteen maar met ‘Kroonlid’ werden aangesproken: dr Krijn van Beek, prof dr Dorien Manting en drs Jan Nekkers. [Voor een uitgebreider verslag zie: hier]

Conclusies van de critical review

In het verslag zijn de conclusies van de dag beschreven. Ik vat ze samen. Voor mij staan vier conclusies centraal.

Eén: de onderzoekers hebben vastgesteld dat er niet heel veel voor nodig is om onderling tot meer overeenstemming te komen. Ofwel: het onderzoek op macroniveau kan relatief eenvoudig eenduidiger worden gemaakt. Het is ook goed om dit te doen. Wel is het van belang om bij een nieuw onderzoek de belanghebbenden meer te betrekken. In de regel spreken onderzoekers te weinig met belanghebbenden.

Twee: nieuw en beter onderzoek op macro-niveau is geen oplossing voor de betrokkenen. Om twee redenen. Extra onderzoek zal het vertrouwen van burgers in onderzoek niet vergroten. Het vertrouwen in de overheid, in de NAM en in het onderzoek is in het bevingsgebied om begrijpelijke redenen minimaal. Dat wordt niet beter, alleen omdat wetenschappers het onderling eens worden. Bovendien kan macro-onderzoek nooit betrouwbare uitspraken doen over de waardeontwikkeling van individuele panden. Bij onderzoek naar de waardeontwikkeling in het gebied gaat het om grote aantallen en om betrouwbaarheidsmarges. Zelfs voor uitspraken op postcode-niveau zijn de aantallen (meestal) al te gering. Maar ook op postcodeniveau weten we nog niet of het huis van je buurman in de steigers staat. Want juist die steigers verpesten de waarde van je huis.

Drie: deze laatste conclusie heeft ook grote betekenis voor de wijze waarop de NAM tot op heden het waardeverlies van huizen compenseert. Voor de duidelijkheid: de NAM keert alleen uit als je je huis verkoopt en niet, als je dat niet wil of niet lukt. Ik heb me tijdens deze critical review door veel mensen laten uitleggen hoe deze compensatie-regeling (spreek uit: waarderegeling) werkt. Dat ik mijn vraag steeds moest herhalen, zegt veel over de transparantie van de regeling. Laat ik hem proberen samen te vatten in eigen woorden. Als je compensatie vraagt, baseert de NAM zich zowel op een rapport van een taxateur als op vergelijkingscijfers met andere krimpgebieden. Een enkele taxateur heeft zijn eigen vergelijkingscijfers (omdat hij zowel in het bevingsgebied komt als daarbuiten). Daarmee is al onduidelijk wat de rol van de taxateur is. Maar bovendien doet de NAM dus iets wat fundamenteel niet betrouwbaar kan: het doorvertalen van generieke cijfers van elders naar individuele woningen in dit gebied. Wat het macro-onderzoek niet kan, kan de NAM niet plotseling wel. De formele conclusie van de critical review was voorzichtiger, maar met hetzelfde resultaat: het huidige model van de waarderegeling is ‘onvoldoende uitlegbaar’ en er moet op korte termijn een ‘eenvoudig en transparant alternatief’ voor de waarderegeling worden verkend.

Vier: het onderzoek neemt een te dominante plaats in, in het beleidsproces en in het debat. Omdat de politiek niet bereid is om ruimhartig te compenseren, wordt het onderzoek geconfronteerd met overtrokken verwachtingen. En overtrokken kritiek. Bovendien wordt het onderzoek speelbal in een politieke strijd. Laat onderzoekers doen waar ze goed in zijn: het doen van onderzoek. En laat de politiek beslissen hoe karig of hoe ruimhartig de slachtoffers van de bevingen worden gecompenseerd voor hun verliezen.

De waarde van een critical review

Ook op een ander niveau zijn conclusies te verbinden aan deze critical review. Wat is bijvoorbeeld de functie van een critical review? Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken. De waarde van een critical review hangt immers ook af van de betekenis die betrokkenen aan de review (gaan) geven. Als Nationaal Coördinator Hans Alders de conclusies van de review uiteindelijk negeert, heeft een dergelijke review weinig betekenis. Als hij ze daarentegen aangrijpt om een streep te zetten door de huidige compensatieregeling, is de betekenis plotseling heel groot.

Voorlopig stel ik vast dat de critical review in ieder geval heeft geleid tot een open dialoog tussen onderzoekers onderling en tussen onderzoekers en belanghebbenden. Dat onderzoekers (te) weinig met elkaar praten, is misschien verrassender dan dat onderzoekers (te) weinig met belanghebbenden praten. In ieder geval hebben de belanghebbenden door deze dialoog meer inzicht gekregen in het onderzoek en zijn onderzoekers beter gaan begrijpen hoe groot de gevolgen van hun onderzoek kunnen zijn. Beide partijen zijn elkaar beter gaan begrijpen. Daarmee vergroot je met zo’n critical review de transparantie én ook de bruikbaarheid van het onderzoek.

Daarnaast leidt een critical review tot een betere weging van het bestaande onderzoek. Onderzoek is nooit absoluut. Er zijn altijd verschillen in uitkomst. Hetzelfde probleem wordt vaak weer net even anders onderzocht. Dat leidt niet tot de conclusie dat iedereen een beetje gelijk heeft. De ene onderzoeker doet echt beter onderzoek dan de ander. Daarmee leidt het debat over onderzoek tot kwaliteitsoordelen. Daardoor ontstaat door een critical review meer eenduidigheid over de uitkomsten. Je zag dat in Groningen ook nadrukkelijk gebeuren.

Ten slotte laat een critical review van onderzoek ook goed zien wat de politieke betekenis van het onderzoek is. Wat ‘zegt het’, wat ‘zegt het niet’? Wat kan je ermee, wat kan je er niet mee? Waar houdt de kennis op en waar moeten de politieke beslissingen worden genomen. Goed beleid is altijd een goede mix van kennis en politieke beslissingen. In Groningen ligt het accent tot op heden te veel bij de kennis, waardoor de rol van de onderzoekers te groot is geworden en de onderzoekers ook de kritiek krijgen die eigenlijk voor de politici is bedoeld.

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!