De onvermijdelijkheid van een politieke elite

juni 5, 2017 by  
Filed under artikel

Je hebt van die boeken. Ze stellen zo teleur dat weggooien een serieuze optie is. Helaas geldt dat ook voor het boek van Joost Vulling over De kinderen van Pim. Vullings interviewt de 26 Kamerleden die op de vleugels van Fortuyn in 2002 werden gekozen. Een enkeling weigert mee te doen en krijgt in het boek een kort geschreven portret. Helaas, ik kom er niet door heen. Ik heb de laatste interviews overgeslagen. Dat heeft twee oorzaken. Ook de auteur gaat niet vrij uit. Het boek is niet goed opgezet. Elke interview kent bijna dezelfde vragen en dezelfde opbouw. Daardoor staat het boek stil en komt het niet tot ontwikkeling. Het is als een eend die niet los komt van het water.

Maar veel belangrijker is dat al die mannen (en die enkele vrouw) ook werkelijk niets hebben te vertellen. Ze begrijpen niet waarin ze zijn terechtgekomen, ze hebben nul interessante standpunten, ze roddelen over anderen zonder enige moeite te doen die ander te begrijpen. Het is een en al treurnis. En wie zich nog herinnert hoe de LPF indertijd vechtend over straat rolde, leest niks nieuws. Er is zelfs niet één klein primeurtje. Niets. Geen enkel nieuw inzicht.

Vullings sluit af met een Slotwoord. Hij grijpt het niet aan om het boek op een hoger niveau te brengen. In feite herhaalt hij nog eens wat hij allemaal heeft gehoord. Niets dus. Ik kan me voorstellen dat je als interviewer niet meteen na afloop gaat roepen dat je niets nieuws hebt gehoord. Zo’n conclusie slaat ook op jezelf terug. Maar toch had Vullings in dat geval zich enkele interessante vragen kunnen stellen.

Ten eerste: hoe is het mogelijk dat Fortuyn al deze mensen zelf heeft uitverkoren (met enige steun van een enkele adjudant)? En wat zegt dat over de man zelf? En: stel dat Fortuyn het inderdaad tot premier zou hebben geschopt, welke ministers zou hij dan zelf hebben uitgekozen? Nog erger dan het zooitje ongeregeld dat onder regie van Mat Herben naar het Catshuis ging? Ik weet dat Fortuyn voor velen een ongrijpbare figuur blijft, een man met charisma onder brede lagen van de bevolking. Maar ik geloof dat het nu in het Witte Huis een stuk ordentelijker is dan indertijd in de fractiekamer van de LPF.

Ten tweede: is een politieke elite onvermijdelijk? Ik ken alle bezwaren tegen Den Haag. Tegen de diplomademocratie. Dat er een elite is, met zijn eigen codes, zijn eigen vaardigheden, zijn eigen kennis, zijn eigen ervaring. Mijn zijn eigen regels over regering en oppositie, over formatie, over omgang met ambtenaren. Met hun eigen contacten, hun eigen netwerken. Allemaal waar. In een democratie is van groot belang om alert te zijn op de kloof tussen de burger en het bestuur. Om die kloof niet te groot te laten worden. Maar wie dit boek leest begrijpt dat in de democratie een kloof ook onvermijdelijk is. Dat een politieke elite onvermijdelijk is. Als deze 26 Kamerleden van de LPF gewone burgers waren, en dat waren ze, maakt dit boek één ding wel heel erg duidelijk: met gewone burgers kan je dit land niet besturen.

Comments

One Comment on "De onvermijdelijkheid van een politieke elite"

  1. Bart Muurling on di, 6th jun 2017 09:49 

    Als we er van uit mogen gaan dat politiek om te beginnen een vak is is het heel verklaarbaar dat er een politieke elite bestaat. Voor ieder vak is een stuk opleiding wenselijk, naast talent en passie voor dat vak. Ik was werkzaam in het bedrijfsleven en daar had je ook een elite. Mensen met een wat grotere rugzak dan de doorsnee medewerker. Niet alleen is daar niks mis mee, het moet. Er moeten altijd mensen zij die boven de massa uitsteken, die voorop gaan in vernieuwing, voor mijn part in de strijd. Dus dat er ook een politieke elite is vind ik meer dan prima. Het wordt pas een probleem als de elite zich elitair gaat gedragen, zich verheven en onaantastbaar waant. Dat zie je in de landelijke politiek. Goed opgeleide mannen en vrouwen die menen zich van alles te kunnen veroorloven. Je ziet ze veel in bepaalde liberale kringen. In ondernemersland is het gebruikelijk dat je de grenzen van het toelaatbare opzoekt. Wie zal het ze kwalijk nemen dat ze dat ook in de politiek proberen? Maar ze creëren een kloof tussen de onderdaan en de übermensch. En zo krijgen gewone mensen een hekel aan de politiek.

    Nu hebben we het over de landelijke politiek. Maar er is ook nog een provincie en een gemeente. Daar kan letterlijk iedereen de politiek in. Zonder opleiding, zonder kwalificaties. Ik verdiep me dagelijks in de gevolgen er van. Mensen voor wie de sobere vergoeding voor een raadslid een welkome aanvulling op de uitkering, het karige loontje is. Mensen die al zo lang meedraaien dat ze het dorp als hun eigendom beginnen te beschouwen. Mensen die met de beste wil geen stukken kunnen lezen en maar zeggen wat er in ze opkomt. Vandaag zus, morgen zo. En bestuurders die ze om die reden zoveel mogelijk stukken sturen. Bestuurders die niet gestoord wensen te worden door kritische burgers. Domme mensen die zich de elite wanen.

    Het systeem van de partijpolitieke democratie moet nodig op de helling. Sinds 1990 is het percentage van de bevolking dat lid is van een partij gedaald van 2,38% naar 1,69%. Dat is 30% minder. Dit kleine groepje mensen pretendeert de democratie in stand te houden. Zij kiezen de volksvertegenwoordigers èn de bestuurders uit hun midden. Het zijn de wereldjes van ”ons kent ons” en op dat niveau houdt het dualisme op te bestaan. Ik zou het plezierig vinden als je mijn reactie zou doorsturen naar Joost Vullings.

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!