Sharon Gesthuizen roept niet alleen vragen op over de #SP

september 17, 2017 by  
Filed under artikel

Sharon Gesthuizen schreef een indrukwekkend boek. Het kwam al uitgebreid voorbij in de media. Maar die aandacht had wel een bijsmaak. Haar boek werd immers vooral gelezen als een aanklacht tegen het centralisme binnen de SP. Tegen de dictatuur van Jan Marijnissen. Tegen de geslotenheid van een partij die zegt op te komen voor de belangen van het volk. Zeg maar: tegen de laatste communistische partij die Nederland rijk is. Het boek van Gesthuizen werd vooral gebruikt om onze beschaafde weerzin tegen de autocratische geslotenheid van de SP te ventileren.

Ik ken Sharon Gesthuizen niet beter dan de gemiddelde krantenlezer. Ik heb haar in haar boek leren kennen als gedreven en betrokken. Als integer zelfs. Maar in alle commentaren mis ik toch het feit dat diezelfde Sharon Gesthuizen zich in diezelfde SP naar boven heeft weet te knokken. Zij heeft geflyerd, ze heeft vergaderd, ze is raadslid in Haarlem geweest, ze is persoonlijk medewerker van Agnes Kant geweest, ze heeft in het klasje van Jan Marijnissen gezeten en ze is 10 jaar Kamerlid geweest voor de partij. Ze was een aansprekend Kamerlid, ze deed dat goed. Maar ze blijft wel een exponent van de cultuur van die partij. Ik neem háár dat niet kwalijk. Maar de media hadden haar wel één keer kunnen vragen hoe iemand met zo’n afkeer van de SP daar zo lang heeft kunnen functioneren en zo hoog heeft kunnen stijgen? Met alle respect voor de openheid waarmee Gesthuizen haar leven bij de SP beschrijft.

Bovendien is het te gemakkelijk om alleen op de SP af te geven, hoezeer die vervelende partij er ook om vraagt. De cultuur van de SP roept namelijk vragen op waar alle partijen tegen aan lopen. Ik noem er drie.

Ten eerste: hoe democratisch kan en moet een politieke partij intern zijn? Het is beschamend om te lezen hoe strak de SP werd en wordt geleid. Om te lezen hoe bot en autoritair Jan Marijnissen zijn fractiegenoten afblaft. Om te lezen hoe de partijlijn door een kleine elite wordt uitgezet, terwijl het gemiddelde Kamerlid slechts mag raden welke opvattingen voortaan verboden zijn. Om te lezen hoe de opvolging van Marijnissen als partijvoorzitter intern wordt geregisseerd (en wordt gemanipuleerd). Ondanks de dappere poging van Sharon Gesthuizen om zich als ‘tegenkandidaat’ te presenteren. Ik zou in zo’n omgeving nooit willen en kunnen leven. Maar tegelijkertijd zijn politieke partijen bij uitstek plekken voor machtsvorming. Binnen politieke partijen proberen mensen hun idealen te verwezenlijken of hun plekje onder de zon te bemachtigen. En een politieke partij kan ook niet zonder regie als ze effectief wil zijn in het machtsspel met de andere partijen. Het centralisme van de SP stuit me tegen de borst, maar hoeveel interne democratie kan een politieke partij werkelijk aan om nog een rol van betekenis te kunnen spelen?

Ten tweede: is de politiek een slangenkuil omdat het de verkeerde mensen aantrekt, of kan de politiek alleen maar een slangenkuil zijn om überhaupt te kunnen bestaan? Sharon Gesthuizen verbaast zich regelmatig in haar boek over het functioneren van haar collega’s. Als Jan M. weer eens horkerig zijn zin doordrijft in de fractie, houdt bijna iedereen zijn mond. Slechts achter zijn rug durft een enkeling voorzichtig kritiek te uiten op de grote leider. Pas na een langdurige burn-out besluit Gesthuizen om de collega’s niet meer als vrienden te zien en om voortaan geheel haar eigen weg te gaan. Anders gezegd: om niemand meer op voorhand te vertrouwen. We zeggen vaak dat politieke partijen dat soort mensen aantrekken, mensen die gedijen in een slangenkuil. Nogmaals: ik zou er niet kunnen leven. Maar hoe onnozel is het ook om te denken dat machtsvorming lief kan zijn of transparant of eerlijk of aardig? Wie onderhandelt zal altijd zijn kaarten tegen de borst moeten houden. Wie coalities wil smeden, zal nooit open spel kunnen spelen. Is ‘rattigheid’ in de politiek alleen maar negatief? Of gaat het louter om een beschrijving van een vaardigheid die in de politiek niet kan worden gemist?

Ten derde: in hoeverre moeten politieke partijen de stem van het volk volgen dan wel in hoeverre moeten zij de richting wijzen? Jan Marijnissen riep in de Kamer altijd dat hij op wilde komen voor de zwaksten in de samenleving. Als de grote leider van de linkse politiek. Maar in zijn fractie kapte hij elk debat af over zaken waarvoor ‘onze mensen’ zich niet (zouden) interesseren. In die zin was de man inderdaad even populistisch als de PVV. Zat die Marijnissen nu in de politiek om de samenleving te verbeteren, of om bij bepaalde groepen in de smaak te vallen? Op zich is die vraag niet meer zo interessant. Belangrijker is de conclusie dat ook elke politicus met idealen zijn achterban steeds nauwkeurig in de gaten moet houden.

 

 

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!