Het recht als selectieve tegenkracht tegen de staat

december 7, 2017 by  
Filed under artikel

Nee, ik ben geen jurist. Ik ben socioloog. Als wetenschapper heb ik wel veel samengewerkt met juristen. Ik heb ze vaak kunnen observeren. Ik heb van hun scherpte genoten. Maar op enige afstand zie je soms ook wat van dichtbij onopgemerkt blijft. Tegelijkertijd kunnen observaties vanaf enige afstand de plank ook volledig misslaan, omdat de afstand te groot is. Ik durf het aan om, op deze plaats, in deze bundel over tegenkrachten, mijn gedachten te laten gaan over tegenkrachten in het recht. En het verzoek van de redactie om te kiezen voor de vorm van een essay, zie ik vooral als een uitnodiging om eens enige niet-onderbouwde gedachten uit te proberen. Ik kan al die gedachten vergezeld doen gaan van de uitroep ‘als ik het goed zie’, of ‘hypothetisch zou men kunnen stellen’. Maar dat zou al te schijtluizig zijn. Vooruit, laten we zien of ik kan aanzetten tot enkele verdiepende gedachten of dat ik de plank gewoon missla.

Mijn eerste observatie

Je hebt twee soorten juristen. De fijnzinnige systeemdenkers en de normatieve wereldverbeteraars. En uiteindelijk zijn ze beiden even normatief. De systeemdenkers bezien in welke mate de werkelijkheid zich verhoudt tot het recht, een systeem van regels en gedachten. Zo spreken ze recht. Je hebt ook systeemdenkers die bezien hoe nieuwe wetgeving zich verhoudt tot het bestaande rechtssysteem. Dat zijn de lieden die commentaren schrijven in losbladige uitgaven van Kluwer. De geesten zijn scherp, maar uiteindelijk kan dit werk niet zonder een forse dosis normen en waarden. Bij voorkeur zijn dat gezamenlijk gedeelde normen en waarden, maar de subjectieve eigen normatieve interpretatie valt niet te vermijden.

Bij de normatieve wereldverbeteraars moet ik erg denken aan mijn toenmalige collega’s van de vakgroep Staatsrecht in Leiden. Aanvankelijk woonde ik in bij de politicologen, die hun normativiteit altijd verstoppen achter een spervuur aan, soms wat cynische vragen. Later kreeg ik zelfs huisvesting bij Staatsrecht. Velen konden alleen begrepen worden als fanatieke wereldverbeteraars. Maar omdat ze een gedeeld wereldbeeld hadden en bij voorkeur refereerden aan dezelfde normen en waarden leek het heel wetenschappelijk. Ik vroeg wel eens voorzichtig of al die rechtsbescherming wel ergens goed voor was. Het was vloeken in de kerk, want rechtsbescherming was het ultieme doel van hun handelen. Omdat altijd kon worden gerefereerd aan het gezamenlijk universum van normen en waarden, waren ook de normatieve wereldverbeteraars in feite systeemdenkers.

Daarmee hebben we dus vastgesteld dat alle juristen én normatief zijn én systeemdenkers.

Mijn tweede observatie

Het was enige weken voor de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer, dat een aantal juristen zich niet alleen boog over de verkiezingsprogramma’s maar ook vaststelde dat een belangrijk deel van deze programma’s in strijd was met de rechtsstaat. Althans zo heb ik deze bijzondere interventie in de verkiezingstijd begrepen. Als socioloog dacht ik altijd dat de wetten door de Staten-Generaal werden vastgesteld. Zo had ik dat ook van de politicologen geleerd. Daarmee is het recht dus niets anders dan de regels waaraan wij ons allen willen binden. En dat geldt uiteindelijk evenzeer voor de rechtsstaat. Dat is geen door God gegeven speeltuin voor juristen. Maar iets wat uiteindelijk politiek wordt bepaald. Uit de genoemde interventie van belangrijke juristen moest ik dus opmaken dat er politieke wensen zijn die juridisch zijn toegestaan en politieke wensen die dat niet zijn. Dat er regels zijn die wij als samenleving mogen stellen en regels die we niet mogen stellen. De jurist plaatst zich hier boven de burger (met wie hij het overigens heel goed voor heeft, maar dat komt later).

Mijn derde observatie

Ik weet het: hiermee doe ik de juristen te kort. Natuurlijk weten juristen dat wetten niet door hen, maar door de regering en het parlement worden vastgesteld. Maar de juristen menen wel dat die wetten aan een aantal universele rechtsbeginselen moeten voldoen. En ze gaan er vanuit dat alle wetten daaraan mogen worden getoetst omdat wij allemaal die rechtsbeginselen aanhangen, dan wel behoren aan te hangen. Het eerste is helaas niet het geval, het tweede is simpelweg buitengewoon normatief. En dus niet universeel. En zo heb ik de constatering dat grote delen van de verkiezingsprogramma’s in strijd zouden zijn met het recht van de rechtsstaat, dan ook maar als een wat bizarre persoonlijke mening van enkele juristen opgevat.

Nu zal een jurist wellicht tegenwerpen dat veel van die rechtsbeginselen zijn vastgelegd in de grondwet. Ik weet dat de grondwet iets lastiger is te wijzigen dan een gewone wet, maar politiek gezien is de grondwet ook maar een stukje papier dat zich in twee lezingen laat wijzigen. Op dit moment kunt u de laatste tegenwerping van de jurist verwachten. Hij of zij zal trots verwijzen naar het EVRM. Het EVRM! Het wordt altijd als afkorting uitgesproken, omdat de jurist ervan uitgaat dat iedereen weet wat het is. Maar, lieve jurist, ook het EVRM is niet universeel; het is niet meer dan een afspraak tussen een aantal landen. Een belangrijke afspraak, waarmee ik persoonlijk ook erg ben ingenomen. Maar het EVRM is niet door God gegeven. Helaas kan de PVV gewoon voorstellen om er zo snel mogelijk uit te stappen. Er bestaan geen universele grondbeginselen van het recht.

Mijn vierde observatie

Het publieke domein is mijn wereld, ik heb dus het meest vertrouwd met de rechtsbeginselen van het publiek recht. Sommige grondbeginselen laten zich in grondrechten vertalen. Andere grondrechten staan meer zelfstandig naast de rechtsbeginselen. Veel van die beginselen en grondrechten zijn nauw verbonden met het idee van de rechtsstaat. Ik noem er een paar, omdat je in een essay zonder voetnoten niet volledig hoeft te zijn: rechtsgelijkheid, rechtszekerheid, rechtsbescherming, privacy, vrijheid van meningsuiting, zelfbeschikking. Voor mij staat de rechtsstaat symbool voor het recht als waarborg. Het recht is niet alleen een instrument van de overheid, maar het recht waarborgt juist de persoonlijke vrijheden van de burger tegenover de staat. De tijd is al lang voorbij dat de staat over individuele onderdanen kon beslissen zonder dat daar een wet aan ten grondslag ligt. Al deze rechtsbeginselen en grondrechten waaraan we steeds refereren, zijn inderdaad tegenkrachten tegen de almachtige staat. Zoals de bureaucratie ooit is begonnen als tegenkracht tegen de monarch. Zo leerde ons Max Weber al.

Mijn vijfde observatie

Hoe bevrijdend die rechtsbeginselen en grondrechten ook mogen zijn geweest, ze hebben ook iets buitengewoon conservatiefs. Alsof de ideale verhouding burger-staat is gevonden en is bereikt. Zo krijgen rechtsbeginselen en grondrechten zelfs een bijna religieuze, sacrale status. Wie rechtsgelijkheid zegt, heeft altijd gelijk. Aan privacy mag niet worden getornd en iedereen heeft het recht te roepen wat hij wil. Het zijn schijnbaar universele waarden, die altijd andere waarden overstijgen. Christelijken en moslims hebben zich eraan te onderwerpen omdat de grondbeginselen van de rechtsstaat universeel zijn, en het geloof slechts particulier.

Als socioloog heb ik daar moeite mee. Er zijn nu eenmaal meerdere waardenstelsels en iedereen heeft het recht om zijn eigen waardenstelsel beter en zelfs universeel te achten, maar daarmee zijn er nog geen universele waardenstelsels die voor iedereen en voor alle tijden geldig zijn. Ja, ik vind persoonlijk de rechtsstaat veel beter dan de sharia, maar ik wil anderen toch niet het recht ontnemen om het met mij oneens te zijn. Ook de gedachte dat we met de liberale democratische rechtsstaat en met de bijbehorende rechtsbeginselen het absolute, het universele hebben bereikt, lijkt me ongefundeerd. Het doet me denken aan het modernisme in de kunst. Ook toen dacht men de universele kunst te hebben gevonden. We hebben (gelukkig) gezien dat er na het modernisme nog een toekomst was.

Mijn zesde observatie

Ik wil nog wel een forse stap verdergaan. Omdat het toch om een essay gaat zonder voetnoten. Die prachtige rechtsbeginselen die als tegenkrachten moesten functioneren tegen de almachtige staat, lijken tegenwoordig vooral de hoogopgeleide elite ten goede te komen. Ja, het is een boude bewering. Zij hoeft niet meteen te worden geaccepteerd. Maar ik hoop wel dat zij het overdenken waard is.

Uit sociologisch onderzoek is bekend dat veel rechtsbescherming vooral de rechten van de beter-gebekten beschermt. Niet voor niets is er in de nieuwe Omgevingswet flink gekort op de rechtsbescherming, omdat de hoogopgeleide elite in de voorgaande wetten veel te veel mogelijkheden had om plannen van de overheid te dwarsbomen. En dus om tegen het publieke belang in te gaan. Ja, ik weet het, iedereen heeft het recht om bezwaar te maken of in beroep te gaan. Maar het zijn maar enkelen die in staat zijn om de kennisvoorsprong van de overheid te overbruggen of zelfs te overtreffen.

Rechtsgelijkheid leidt vaak tot zulke ingewikkelde wetten, dat het denk- en doenvermogen van burgers bepaalt of zij werkelijk ontvangen wat hen rechtens toekomt. Zie het interessante recente rapport van de WRR Weten is nog geen doen over het beperkte ‘doenvermogen’ van veel burgers. Het lastige van rechtsgelijkheid is immers dat ongelijke gevallen ongelijk moeten worden behandeld. En aangezien er erg veel ongelijke gevallen bestaan, hebben de wetten erg veel uitzonderingsbepalingen. Als hoogopgeleide heb ik al vaak moeite om mijn recht te halen, laat staan wat dat voor mensen met een lagere opleiding betekent.

Een zelfde redenering kan men volgen voor het principe van de rechtszekerheid. Overheidshandelen moet op wetgeving zijn gebaseerd. Het beperkt de almacht van de staat in belangrijke mate. Maar wie profiteert daarvan het meest? Welke burgers zijn in staat om tegen de staat te procederen als de staat zich niet aan zijn eigen regels houdt? Deze retorische vraag behoeft geen antwoord.

De vrijheid van meningsuiting leidt ertoe dat hoogopgeleiden alles mogen zeggen en dat vele anderen zich afvragen of respect en fatsoen misschien ook belangrijke waarden zijn. En als de modale burger een agent uitscheldt, krijgt hij een bekeuring.

Het recht op privacy staat nogal eens haaks op de effectieve bestrijding van de criminaliteit, waarvan nu juist de hoogopgeleiden vaak het minste last hebben.

En het recht op zelfbeschikking wordt vooral door hoogopgeleiden geclaimd. Soms om daarbij de laagopgeleiden hun politieke wil op te leggen.

Mijn zevende observatie

Wat een instrument was van de burgerij om de staat in te tomen, is een instrument geworden van de nieuwe elite. Ze laten de laagopgeleiden verweesd achter. Het recht beschermt niet de burger tegen de staat, maar de hoogopgeleide. Of om het in hun eigen jargon te zeggen: het recht beschermt vooral mensen met voldoende denk- en doenvermogen. Daarmee heeft het recht een nieuwe elite gecreëerd. Een veel grotere elite dan weleer, maar nog steeds existeert een grote groep burgers die wel afhankelijk blijven van de grillen van de staat.

Die verweesden laten zich wel steeds meer horen. Juist omdat hun die rechtsgelijkheid is beloofd. Sociologen weten hoe onrustig processen van sociale vergelijking kunnen zijn. En of we nu met Ulrich Beck spreken over de verliezers van de globalisering of met Mark Bovens over de diplomademocratie: we hebben het hier over een toenemende tweedeling in de samenleving. En juist van die tweedeling maken populisten misbruik. Niet om werkelijk voor de maatschappelijke onderkant op te komen, maar wel om zelf macht te verwerven. En helaas blijken al die rechtstatelijke grondbeginselen niet erg aan populisten besteed. Op dat moment zijn tegenkrachten tegen de almacht van de staat minder relevant. Dan is de ondersteuning van de democratische staat veel belangrijker.

Ja, misschien heb ik dan wel liever een wat machtiger staat als het schild voor de zwakken dan een teveel aan tegenkrachten die vooral een hoogopgeleide elite ten goede komen.

Comments

2 Comments on "Het recht als selectieve tegenkracht tegen de staat"

  1. Wim voermans on do, 7th dec 2017 21:53 

    Raak Wim!

  2. wimderksen on do, 7th dec 2017 22:04 

    Dank je, Wim!

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!