Waarom neuzelen sociaal-democraten over burgerkracht

december 21, 2017 by  
Filed under artikel, De Stad

Annemarie Kok schreef een prachtig stuk in S&D. Ze stelde de terechte vraag waarom zoveel vooraanstaande PvdA-ers (Wallage en Plasterk) zijn gaan geloven in ‘burgerkracht’ en ‘doe-democratie’. We zouden de burgers veel vaker zelf moeten laten beslissen. Ook wel: meer democratie en minder politiek. En het is opvallend dat je dit geluid vooral van politici hoort. Kok vraagt zich af: waarom zijn ze ‘klaar’ met de politiek. ‘Hoe zijn we toch in dit ‘weg-met-ons’-verhaal verzeild geraakt? Jacques Wallage voelde zich aangevallen en reageerde met een verkeerde intonatie en met een verkeerde argumentatie. Alle reden om nog even erop terug te komen.

Ik vermoed dat Wallage heeft verzuimd het essay Binding genoeg te lezen dat aan de basis stond van Koks beschouwing in S&D. Misschien had hij dan anders gereageerd. Binding genoeg is een helder opgebouwd filosofisch betoog, verpakt in een brief aan Jane Jacobs. De stad Groningen, waar Annemarie Kok woont, fungeert als basis. Zoals in vele steden, en in nota’s van Plasterk en Wallage, bestaat er in Groningen zorg over de wegvallende sociale cohesie, het wegvallende gemeenschapsgevoel. En zoals elders wil de gemeente Groningen daaraan iets doen door de beslissingsmacht in handen van de burgers te leggen. Kok analyseert dat er met die sociale cohesie in de Nederlandse samenleving weinig mis is. Ja, de buurt is steeds minder een integrerend kader, maar is dat al zolang Jacques van Doorn daarop een halve eeuw geleden wees. De sociale cohesie is langs functionele weg opnieuw ingevuld. Het probleem bestaat dus niet. En volgens Kok mankeert er ook alles aan de oplossing, als er wel een probleem zou zijn.

In Binding genoeg geeft Kok hilarische voorbeelden. Ze beschrijft hoe ze verzeild raakt op een G1000-bijeenkomst waar ‘Stadjers’ (Groningers) samen plannen voor de toekomst van hun stad gaan smeden. Drie dringen vallen haar van deze conferentie op. Ten eerste is na een korte gedachtenwisseling al meteen duidelijk in welke richting de stad zich moet ontwikkelen en wordt voor het gemak aangenomen dat alle niet-aanwezigen het met deze richting wel eens zullen zijn. Ten tweede hebben professionals op de conferentie een bepalende rol, onder andere omdat ze aan elke tafel als gespreksleider optreden. Ten derde komt er uiteindelijk niets terecht van al die plannen die binnen in één dag zijn ontwikkeld en vastgesteld. Na een jaar is iedereen het gedoe weer vergeten.

Het tweede voorbeeld gaat over de Stripheldenbuurt in Almere, waar de gemeente burgers  verantwoordelijk heeft gemaakt voor de openbare ruimte (verlichting, bestrating, binnentuin en de riolering). Alweer vanuit de gedachte dat deze ‘gezamenlijkheid’ de sociale cohesie in de buurt zou versterken. En ook alweer vanuit de gedachte dat de burgers het over het gebruik van die openbare ruimte vanzelfsprekend eens zijn. Waarom zou de gemeente zich daar dan nog mee bemoeien? Nou, misschien wel omdat het gedrag van de ene burger negatieve effecten heeft voor de ander? Het hele onzinnige idee heeft uiteindelijk vooral tot burenconflicten, hoge kosten en hoofdpijn geleid.

Het derde voorbeeld moet Wallage zeker aanspreken. Al wandelend door de stad Groningen constateert Kok hoe blij de burgers nog steeds zijn met het Verkeerscirculatieplan dat door Max van den Berg en Jacques Wallage in de jaren 70 tegen veel weerstand (vooral van bedrijven en middelstand) is doorgevoerd, nee, is doorgedrukt. De politiek nam indertijd zijn verantwoordelijkheid. Het heeft de stad fundamenteel veranderd. Ten goede.

Het is des te opvallender dat Wallage nu zo’n andere positie inneemt. Ik kan me niet herinneren – ik woonde toen ook in Groningen – dat Max en Jacques indertijd veel pogingen hebben gedaan om de onwillige automobilisten en de klagende middenstand te laten meepraten. Laat staan: hen in het kader van burgerkracht de macht over te dragen. Wallage beargumenteert zijn ommezwaai overigens nogal onduidelijk. Hij beroept zich meermalen op het feit dat ‘de politiek het niet meer alleen kan’. Waarbij hij blijkbaar achteloos het begrip politiek voor zichzelf en de zijnen reserveert. Burgers moeten meedenken met het beleid. Je hebt draagvlak nodig. Hoogopgeleide burgers zijn immers in staat veel beleid te frustreren. Maar daarover gaat het stuk van Annemarie Kok helemaal niet. Kok is helemaal niet tegen transparantie of tegen een gesprek met burgers. Kok stelt zich te weer tegen de neiging van veel politici om zelf geheel plaats te maken voor de burger, wie dat dan ook is. Niet de burgers netjes laten meepraten en uiteindelijk zelf beslissen. Nee, gewoon alles over de schutting gooien bij de burger.

Wallage geeft nog een ander, veel grootser argument. Ik citeer: “De opkomst van populistische partijen in heel Europa moet allereerst worden gelezen als een protest tegen het feit dat de prijs van de globalisering wel erg eenzijdig wordt betaald door mensen met een kwetsbare maatschappelijke positie.” Maar Jacques, is dat probleem met burgerkracht op te lossen? Het lijkt me dat hier internationale en nationale overheden aan zet zijn om ervoor te zorgen dat de maatschappelijke ongelijkheid niet veel te groot wordt en dat de kansen om mee te doen eerlijker worden verdeeld. Zeg maar: gewone sociaal-democratie en geen geneuzel over burgerkracht.

Persoonlijk blijf ik met veel vragen zitten na het debat over burgerkracht, doe-democratie, zelf-organisatie of hoe we die neiging van veel politici om hun werk aan burgers over te laten ook maar willen noemen.

  • Wat is er mis aan de representatieve democratie? Waarom zou het ‘vijf voor twaalf’ zijn als meer dan tachtig procent van de mensen gewoon gaat stemmen bij de laatste Kamerverkiezingen? En waarom kan bij gebleken slijtage de representatieve democratie niet worden opgelapt, in plaats van haar met het troebele badwater van de doe-democratie weg te gooien. Als er bijvoorbeeld twijfels zijn over de kwaliteit van raadsleden in sommige gemeenten, waarom maken we het raadslidmaatschap dan niet aantrekkelijker (in plaats van ook nog eens het wachtgeld af te schaffen, meneer Plasterk)?
  • Zijn burgers bereid om burgerkracht te leveren? Ik citeer nog even Annemarie Kok op basis van veel studies: “Maar niets wijst op een spontane bereidheid onder de meeste burgers om gratis en voor niets op structurele basis over van alles mee te denken, maatschappelijke werk in de buurt te verrichten en/of bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen”.
  • Is iedereen in staat om de gevraagde burgerkracht te leveren? Voorstanders van burgerkracht wijzen graag op het hoge opleidingsniveau van de burger. Maar daarbij denken ze vooral aan hun eigen vrienden. Terwijl het vmbo nog steeds de populairste onderwijsvorm is. En het is bekend dat lager-opgeleiden meer moeite hebben om mee te doen in die leuke processen waarbij burgers het werk van gemeenteraden overnemen. Kok wijst terecht ook op de kloof tussen de onkundige burger en de professionals die al gauw de leiding overnemen in het debat.
  • Wat doen we met tegenstellingen? Politiek gaat toch over tegenstellingen? Voorstanders van burgerkracht lijken vaak te suggereren dat we het allemaal op voorhand eens zijn met elkaar. Dat er sprake is van een win-win-situatie. Alleen het woord al. Maar zoals een verstandige wethouder mij laatste zei: “Wim, voor mij bestaat de burger helemaal niet; ik ken alleen de astmapatiënt die nog ongezonder wordt omdat andere burgers met oude diesels in de binnenstad willen rijden” Ja, wie krijgt dan zijn zin? Politiek is toch de gezaghebbende toedeling van waarden?
  • Waarom horen we altijd dezelfde voorbeelden over burgerkracht? Het gaat altijd over groene straten en opgelapte leeszalen. Het gaat nooit over sociale zekerheid, over klimaatverandering, over ongelijke kansen in het onderwijs, over ondermijning door criminele milieus. Allemaal onderwerpen waarop de samenleving zonder overheid en zonder politiek geen antwoord kan geven. Voor ons allen is het goed om nu iets aan het klimaat te doen, maar mij persoonlijk is het veel aantrekkelijker om te wachten tot een ander wat doet. Zou het kunnen zijn dat je juist van de PvdA meer steun voor de representatieve democratie zou verwachten?
  • Hoe overheidscentrisch is dat denken over het vergroten van burgerkracht? Heel erg. De teksten van Plasterk over doe-democratie zijn bij uitstek paternalistisch. Ja, ik krijg jeuk als de overheid over mij schrijft dat “de burger [dus: ik] in positie moet worden gebracht”. Of dat de overheid voortaan moet ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. De overheid moet ervoor zorgen dat ik iets doe? Mogen wij burgers even zelf bepalen wat de overheid voor ons moet doen?
  • Hoe naïef is dat denken over burgerkracht? Plasterk schreef met droge ogen dat we burgers moesten stimuleren om zelf maatschappelijke vraagstukken op te pakken. Gold dat ook voor mannen met zwarte mutsen die in Woerden een asielzoekerscentrum aanvielen? Of voor burgers die de wietteelt in Brabant feitelijk legaliseren? Dat zijn toch ook burgers die zelf maatschappelijke vraagstukken oppakken?
  • Dat brengt ons terug bij die centrale vraag: waar is de overheid van? Mijn antwoord is simpel: de overheid dient die maatschappelijke belangen te behartigen die zonder optreden van de overheid niet worden behartigd. De samenleving is vaak heel goed in staat om zijn eigen zaakjes te regelen. Voor veel sociale cohesie (wat vanzelfsprekend een maatschappelijk belang is) heb je de overheid niet nodig. Maar juist als de samenleving het niet kan, moet de overheid het niet aan de burgers overlaten. En dat zouden sociaal-democraten moeten weten.

 

[verschenen in Socialisme & Democratie, 2017, nr 6, pp. 48-50]

[zie ook: ‘De overheid is belangrijk voor sociaal-democraten’ op deze site]

Comments

5 Comments on "Waarom neuzelen sociaal-democraten over burgerkracht"

  1. Arjen van der Burg on do, 21st dec 2017 11:18 

    Een goed verhaal. Misschien is het probleem dat veel politici geen duidelijke achterban meer hebben na het verdwijnen van de zuilen. Er was “burgerkracht” en die heette “maatschappelijk middenveld”. Maar dat is nu semi-overheid geworden zonder veel profiel. De hoofdvraag is: Wat is de basis of zijn de bases voor politieke organisatie en legitimiteit in de toekomst? Vluchtige bewegingen (En Marche!) zijn dat volgens mij niet tenzij ze alsnog institutionaliseren. Organisaties rond “leiders” zijn kennelijk nu levensvatbaar, maar weinig democratisch.
    Inderdaad, voorlopig moeten we het imago van de indirecte democratie oppoetsen, raadsleden beter belonen, de onzin van het dualistische stelsel in gemeenten schrappen (polariseert alleen maar), en burgers met de haren bij verkiezingen slepen.

  2. Arie Bleijenberg on vr, 22nd dec 2017 12:54 

    Goed verhaal Wim! Lekker nuchter.

  3. Han van Geel on za, 23rd dec 2017 13:19 

    Antwoorden?

    1. De representatieve democratie organiseert belangen dmv beschaafde strijd. De doe-democratie organiseert waarden dmv samenwerking. Het probleem is dat de methode van de representatieve democratie nog vaak aan die van de doe-democratie wordt opgelegd en de representatieve democratie nog veel te leren heeft van de doe-democratie
    2. Burgers zijn naar mijn ervaring zeker bereid om zichzelf in te zetten als de overheid zich maar consequent committeert aan produceren in partnerschap ipv dat als een ontwikkelconcept te blijven benaderen
    3. Nee, het concept van het sociaal contract (Rousseau) verplicht ons om hen daarop toe te rusten en randvoorwaarden te organiseren. Dat is een verantwoordelijkheid voor sterke burgers in co-productie met de overheid
    4. De tegenstellingen organiseren we met de representatieve democratie en de waarden en kansen met de doe-democratie. En we zorgen dat die twee elkaar niet uit hun kracht halen maar onderling versterken
    5. De kunst is om de alledaagse vraagstukken binnen het domein van de doe-democratie op te lossen met handelingsalternatieven uit het repertoire van de grote onderwerpen. Bijvoorbeeld; het parkeervraagstuk voor ouderen in een binnenstad oplossen met elektrische tractie bestuurd door vitale senioren die daarmee hun minder vitale leeftijdgenoten naar relevante plekken kunnen brengen
    6. Burgerkrachtdenken is overheidscentrisch omdat de urgentie op dat niveau in z’n samenhang en compleetheid zichtbaar wordt en de overheid nog altijd wordt overgewaardeerd om daar dan invloed te laten gelden. Zelfbewust doe-burgerschap en co-productie tussen maatschappelijke partners en overheid zijn de voor de hand liggende alternatieven om een overheid uit haar krampachtige paternalistische reflexen te helpen
    7. Het denken is vaak nog naïef omdat het (vaak door hoogopgeleiden) als een ontwikkelconcept ipv consequent als een productieconcept wordt behandeld. Als het eenmaal als productieconcept serieus wordt genomen, kan denken door doen worden verruild
    8. De overheid was als bureaucratie van de belangen die zonder haar optreden niet worden behartigd. Als co-producent met een samenleving van actieve burgers hoeven er daar niet zoveel meer van te zijn (die dan ook naar behoren kunnen worden uitgevoerd) omdat er een samenleving van hogere kwaliteit met een hoger maatschappelijk rendement ontstaat

  4. Jan Schrijver on zo, 24th dec 2017 20:20 

    Helaas worden verschillende begrippen door elkaar gehaspeld. ‘Doe-democratie’ alleen gebruiken i.v.m. zelforganisatie, dus daar waar de samenleving dingen zelf kan (laatste bullit). De grens tussen zelforganisatie en overheidsdiensten is variabel, zowel van ideologie als technologie (bijv. big data benutten, nieuws publiceren, energie opwekken) afhankelijk.
    Indien het gaat om overheidstaken is er verschil tussen topdown-politieke besluitvorming als ene uiterste en altijd alles met iedereen beslissen anderzijds. Dat laatste is natuurlijk een karikatuur (bestaat echt nergens, zelfs niet in Zwitserland), maar wordt steeds als argument van stal gehaald. Dooddoener dus. Het eerste vind ik ook een idiote karikatuur van goede besluitvorming, maar is in NL en in sommige gemeenten zoals 020 helaas nog de norm. Dit regentenbestuur kan echt niet meer anno nu (in Groningen 1970 misschien nog wel). Coproductie is onmisbaar om 2 redenen: lokale en specifieke kennis zit meer buiten de overheid en sinds 1970 wettelijk geschapen hindermacht vraagt om draagvlak.
    Gelukkig geeft Jacques Wallage blijk van voortschrijdend inzicht.

  5. Theo Strijers on ma, 26th mrt 2018 16:44 

    Ha Wim,

    Heerlijk, dat betoog van je. Maar ik ben dan ook een ouderwetse sociaal-democraat. Maar bovendien: niemand zal over mij beslissen (bindende toedeling van waarden) zonder mijn mandaat via mijn stem. Alle andere ideeën zijn daarop aanvullend, maar nooit in de plaats tredend van die gekozen politieke organen.
    (ja, de rechter beslist ook bindend over mij als ik voor hem moet verschijnen, maar daar ging toch wetgeving aan vooraf).

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!