Zo moeilijk is klimaatbeleid niet

april 16, 2019 by  
Filed under Geen categorie, Voorpagina

Jan Paternotte en Rutger Schoris doen een uitstekend voorstel in NRC-Handelsblad: een vliegtaks voor korte vluchten vanaf Schiphol. Ze richten zich rechtstreeks tot de bazen van KLM, Schiphol en NS. Deze drie heren schreven vorig jaar al dat meer mensen op kortere afstanden de trein zouden moeten nemen in plaats van het vliegtuig. Nu was dat wel een heel bijzondere gelegenheidscoalitie. KLM en Schiphol waren vooral op zoek naar ruimte voor langere vluchten en de NS zocht meer klanten voor de trein. En toevallig waren ze het op dat moment samen eens. Vooral om de overheid ertoe aan te zetten meer geld op tafel te leggen voor investeringen op het spoor. Aan dat soort doorzichtige en onwaarachtige acties zou je eigenlijk geen aandacht moeten schenken. Paternotte en Schoris doen dat wel. En daarom verdwijnt hun betoog een beetje in het niets.

Terwijl het onderwerp zo simpel is. Ik doe een poging. Terwille van het klimaat moeten we minder CO2 uitstoten. Reizen per vliegtuig levert 10 keer zoveel CO2-uitstoot op als reizen per trein. Dus zou het goed zijn als mensen vaker de trein zouden nemen. Dat kan allemaal zo zijn, maar mensen beslissen zelf hoe ze reizen. En de meeste mensen laten zich leiden door drie factoren: tijd, geld en kwaliteit. Wat is het snelste, wat is het goedkoopste en wat is het aangenaamste. En die drie factoren zorgen ervoor dat heel veel mensen de trein prefereren als ze naar Brussel gaan en het vliegtuig als ze naar Londen, Parijs of Berlijn willen. Dat kunnen we vervelend vinden voor het klimaat, maar het is niet anders.

Tenzij we iets veranderen aan ‘tijd, geld en kwaliteit’. De reistijden per trein veranderen bij hoge investeringen en dan ook nog pas op langere termijn, omdat het aanleggen van nieuwe infrastructuur heel veel tijd kost. Op korte termijn levert dat geen ander reisgedrag op. Het reizen per trein wordt aangenamer als we minder hoeven over te stappen of gemakkelijker tickets kunnen kopen. Daarop valt niet meer zoveel te winnen, afgezien van de vervelende overstap in Brussel voor de reizigers voor Londen. Dan resteert de prijs. En Paternotte en Schoris hebben helemaal gelijk dat we het reizen per vliegtuig duurder moeten maken door het invoeren van een vliegtaks. Wat mij betreft overigens niet alleen voor de kortere vluchten, omdat de maatschappelijke kosten van het vliegen sowieso onvoldoende worden doorberekend in de prijzen van de tickets. 

Daarmee staat die substitutie van vliegen door treinen op de kortere afstanden model voor het hele klimaatbeleid. Het heeft weinig zin als een paar directeuren roepen dat het eigenlijk beter zou moeten. Het heeft ook weinig zin als we weer meer geld van de overheid gaan vragen voor ongetwijfeld goede investeringen. Het heeft vooral zin als we het gedrag van burgers veranderen. En niet met een beroep op verantwoordelijkheid voor de wereld van onze kinderen. Maar door de mix geld-tijd-kwaliteit zo te veranderen, dat burgers wel gedwongen worden om een andere keuze te maken. En ja, de overheid zal die mix moeten veranderen. 

Zo is de overheid er niet voor om mij te verplichten 3,5 zonnepaneel op mijn dak te leggen, om met mijn buren samen een warmtepomp aan te schaffen of om mijn zolder te isoleren. Als fossiele energie duur genoeg wordt, zal ik heus op tijd mijn knopen tellen. En dan beslis ik zelf wel hoe ik van het gas afkom. 

Zo simpel is een goed klimaatbeleid. Het zou goed zijn als politici en die vele ambtenaren niet bedenken wat ik moet gaan doen, maar mijn mix van geld-tijd-kwaliteit zo gaan veranderen dat ik zelf dingen ga doen die klimaatverandering tegengaan. 

De schaduw van de stad

april 9, 2019 by  
Filed under artikel, De Stad

Parijs wordt te duur, Bordeaux heeft de toekomst. Zo meldt de Volkskrant van vanmorgen. Kranten zijn dol op nieuwe trends. Je moet dus altijd voorzichtig zijn met dat soort berichten. Zo valt het me op dat Parijs in de bijbehorende grafiek 2 miljoen inwoners heeft tegen Berlijn bijna 4. Daar worden blijkbaar appels met peren vergeleken. Toevallige gemeentegrenzen versus agglomeraties. En de simpele vraag waarom Parijs zo duur wordt, komt niet aan de orde. Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat heel veel mensen daar willen wonen. En dat met name de hoogopgeleide hogere inkomens daar willen wonen? Zo slecht zal het er dus toch niet zijn. 

Toch gedijt het bericht op een nieuwe onderstroom. Na alle succesverhalen over de steden (de Triomf van de stad) begint aandacht te komen voor de achterkant van die Triomf. Voor het feit dat de middeninkomens de steden worden uitgedreven, nadat de lagere inkomens al veel eerder in hun banlieus zijn opgesloten. Dat gentrificatie niet alleen betekent dat er meer plek voor hogere inkomens, maar dat ook lagere inkomens zijn verdreven. Dat niet alle steden even populair zijn. En dat een gebrek aan opleiding een steeds grotere handicap wordt. 

Maar het is niet alleen aandacht voor de andere kant van de medaille, het lijkt er ook echt op dat het omslagpunt soms is bereikt. Huizen in de steden worden niet alleen onbetaalbaar duur (althans voor velen), ze worden ook een beleggingsobject. Toeristen brengen niet alleen steeds meer geld in het laatje, maar verstoppen ook delen van de stad. De groei van de infrastructuur kan de groei van de mobiliteit niet meer bijbenen. Het grote aantal nationaliteiten geeft bij groepen autochtonen een ontheemd gevoel. 

Ik weet het: al die nadelen zijn minder sexy dan de Triomf van de stad, met al zijn expats, kenniswerkers, valley’s en campussen. Over dat laatste worden veel gemeentelijke nota’s geschreven. Maar het is de vraag of dat juist is. Want hoeveel invloed heeft de lokale overheid op de Triomf van de stad? Het zou best eens kunnen zijn dat de lokale overheid veel meer kan doen aan het tegengaan van de schaduw van de stad. 

En daarmee is de titel van mijn nieuwe boek genoemd. De schaduw van de stad. Ik zal hier de komende tijd regelmatig teksten publiceren die onderdeel zijn van dat project. Correcties en commentaar zijn van harte welkom. 

Wim Kuijken’s kijk achter de Haagse schermen

april 1, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Wie naar het beste bestuurskundige boek van de laatste jaren zoekt, kan het bij bol.com niet vinden. Ik beperk me hier tot het Nederlandse taalgebied. Het gaat om het boek Dienen en beïnvloeden, waarvoor Paul ‘t Hart en Wim Kuijken samen tekenden. Dat zit zo.

In de Haagse binnenwereld is Wim Kuijken een groot man. Hij begon ooit op Economische Zaken, klom vervolgens op tot secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, na een tussenstop als gemeentesecretaris van de gemeente Den Haag, werd secretaris-generaal van Algemene Zaken (en werkte daar onder Wim Kok en Jan Peter Balkenende) en sloot af als Deltacommissaris na een kort interregnum als secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Als Deltacommissaris was Kuijken verantwoordelijk voor de toekomstbestendigheid van de waterveiligheid. 

Paul ‘t Hart is één van de origineelste Nederlandse bestuurskundigen van dit moment. Hij werkt al een aantal jaren samen met Wim Kuijken bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Daar is het plan ontstaan om een aantal saillante momenten uit de ambtelijke carrière van Kuijken op schrift te stellen. En saillante momenten heeft Kuijken zeker meegemaakt. Het aftreden van Bram Peper vanwege de bonnetjes, het einde van Paars met Fortuyn, het gedoe met Zorreguieta, Margarita en Mabel, de implosie van het eerste kabinet Balkenende, de Catshuisbrand, om de belangrijkste te noemen. 

De opbouw van het boek is helder. ’t Hart interviewt Kuijken en rondt elke casus zelf af met een bestuurskundige duiding. Kuijken vertelt openhartig en ‘t Hart stelt blijkbaar de juiste vragen. Zo wordt elke casus een pareltje van Haagse geschiedschrijving. Voor de velen die niet dagelijks van nabij de relatie tussen de minister en de ambtelijke top van zijn departement meemaken, is het een zeer verhelderend boek. Maar ook de journalisten die indertijd van deze casus verslag hebben gedaan moet het uitermate boeiend zijn om terug te lezen wat zich achter de schermen heeft afgespeeld. 

Er is één probleem met het boek: de auteurs beseffen niet dat ze het beste bestuurskundige boek van de laatste jaren hebben geschreven. Het boek wordt in eigen beheer bij de NSOB uitgegeven (en is daarom bij bol.com niet te vinden). Ze hadden er iets meer tijd voor moeten uittrekken. En een goede redacteur met enig gezag heeft blijkbaar ontbroken. Want het boek had gemakkelijk een klassieker kunnen worden als: 1) Wim Kuijken niet zelf zijn levensloop had beschreven, die aan de beschrijving van de casus vooraf gaat, 2) ‘t Hart zijn bestuurskundige duiding had geïntegreerd met het verslag van zijn interviews, 3) Wim Kuijken soms wat kritischer was bevraagd en 4) de titel van het boek minder oubollig was geweest. En dat had iemand even tegen Kuijken en ‘t Hart moeten zeggen. Maar niet getreurd: het boek is bij de NSOB te downloaden. Meteen doen. 

https://www.nsob.nl/wp-content/uploads/2018/06/NSOB-Dienen-En-Beinvloeden-volledig-boek.pdf

Baudet is geen grutto

maart 26, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Een vriendin wilde weten wat ik van de verkiezingen vond. Zeg maar: van Baudet. Ik vroeg haar vanuit welk perspectief ze commentaar wilde. En ik voelde me meteen weer die wetenschapper die altijd hinkt tussen twee analyses: de wetenschappelijke en de politieke. Wilde ze weten wat de wetenschapper vond van verkiezingsuitslag of wilde ze de emotie van de politiek betrokken burger horen die zijn hele leven links heeft gestemd? Vooral wetenschappers die de politiek en het openbaar bestuur bestuderen, hebben last van die spagaat.

Als wetenschapper zou ik naar de context verwijzen (Trump, Brexit, gele hesjes), ik zou verwijzen naar de kloof tussen hoger- en lageropgeleiden, van wie de laatsten steeds meer het gevoel hebben niet te worden gehoord. Ik zou vaststellen dat de hoogopgeleiden in Amsterdam en Utrecht Baudet minder kansen hebben gegeven dan de laagopgeleiden in Rotterdam. Ik zou Baudet vergelijken met Wilders (minder salonfähig), met Fortuyn (zelfde vastgoedjongens en allebei pronkend met een wetenschappelijke carrière die nauwelijks de moeite waard was). 

Maar er is niet alleen een wetenschappelijk perspectief. Die overwinning van Baudet raakt me gewoon als mens. Forum voor Democratie was vorige week de grootste partij van het land. Een partij die niet alleen extreem-rechtse standpunten verkondigt, maar er ook geen enkele moeite mee heeft om heel veel feiten heel erg te verdraaien. En vooral dat laatste raakt de democratie in haar kern. Het gaat blijkbaar niet meer om het publieke debat, maar om de macht. En democratie is bij Baudet niet meer een symbool van verbondenheid maar een middel om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. En het afzetten tegen de elite wordt hier vooral gebruikt als instrument om zelf tot de nieuwe elite te worden geroepen. Dat vraagt om een reactie, vanzelfsprekend om een waardige reactie, ter bescherming van de democratie en ter bescherming van al diegenen die zich plotseling hebben te rechtvaardigen dat ze hier wonen als ieder ander.

In het wetenschappelijke perspectief gaat het om begrijpen, om Verstehen. In het persoonlijke perspectief gaat het om oordelen, om het bepalen van een standpunt. Er is nog een derde perspectief: het strategische, het perspectief van de politicus die met het fenomeen Baudet wordt geconfronteerd. Zo zal de VVD het kabinet voor 2021 moeten laten vallen om het gat op rechts niet nog groter te laten worden. Alleen al om puur strategische redenen zal de VVD een ruk naar rechts moeten maken, en de migranten zullen daarvan ongetwijfeld de dupe zijn. Maar uiteindelijk zullen alle partijen zich afvragen waarom zij in meer of mindere mate stemmen verliezen aan Baudet. Wat doet hij wel wat zij niet doen? En daarom zullen ze uiteindelijk allemaal in zijn richting opschuiven. Ook als hun persoonlijke standpunt zich daar eigenlijk tegen verzet.

Het eerste analytische perspectief heb je altijd nodig, het tweede normatieve perspectief behoor je te hebben, en je ontkomt in de politiek ook niet aan het derde strategische perspectief. Het is ook heel onschuldig om drie perspectieven naast elkaar te hanteren voor kleine onderwerpen. Denk aan het verdwijnen van de grutto uit het Friese land. Maar Baudet is geen grutto. Met Baudet heeft de Nederlandse politiek zijn onschuld verloren. En moeten het eerste en derde perspectief ons er niet van weerhouden om altijd een helder normatief standpunt te blijven innemen. 

Zijn provinciale verkiezingen voor provincialen

maart 18, 2019 by  
Filed under De Stad, Geen categorie

“Overheid, geef de provincie goed vervoer.” Het is de kop van een artikel van Franca Treur in de NRC  van afgelopen zaterdag. Ze is gevraagd om iets over de provincie te schrijven, zo vlak voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Voor Franca is de provincie blijkbaar het achterland. Ze beklaagt zich vooral over de reistijden naar Zeeland. De koppensneller begrijpt meteen welke titel bij het artikel past: “Overheid, geef de provincie goed vervoer.” De provincie, dat gaat over dorpen die krimpen, over het landelijk gebied, dus over het achterland van Nederland. Vraag een Amsterdammer naar de ‘provincie’, en hij zal het daar helemaal mee eens zijn.

Alle media, ook de NRC, hadden weken lang moeite gedaan om aandacht te schenken aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Er werd gesproken over de identiteit van de provincie. Die meestal niet bestond. Er werd gesproken over het belang van het provinciaal bestuur. Er werd ons uitgelegd dat de provincie gaat over ruimtelijke ordening, over wonen en over regionale economie. Maar iedereen die iets van het openbaar bestuur weet, weet dat de provincie gaat over de ruimtelijke ordening van de dorpen, over het wonen in de dorpen en dat de steden trekkers zijn van de regionale economie. En dat de steden zich weinig aantrekken van de provincie. 

Je ziet zo’n redactievergadering van de krant voor je. Hoe verslaan we dit jaar de Provinciale Statenverkiezingen? Een 60-jarige redacteur zegt dat de democratie belangrijk is en verzandt in een verhaal over Wilders, Baudet, Trump en Bolsaro. De anderen begrijpen zijn verhaal niet helemaal, maar begrijpen wel dat ook die verkiezingen voor de Provinciale staten iets met onze democratie te maken hebben. Dus komt er een serie over alle provincies. De twaalf provincies worden over twaalf stagiaires verdeeld. 

Dan is het werkelijk komisch dat in het laatste weekend voor de verkiezingen de provincie weer is, wat het altijd was: het achterland. In diezelfde krant stond ook al een samenvatting van al die schitterende verhalen over al die schitterende provincies. De belangrijkste conclusie: de burger voelt zich verbonden met zijn plek, met zijn stad, met zijn dorp, met zijn polder, met zijn kanaal, maar niet met een provincie. De provincie is van niemand. 

Toch verdient het pleidooi van Franca Treur weerwoord. Haar verhaal is typisch het verhaal van een stedeling die elk half jaar heel veel tijd kwijt is om haar ouders in Zeeland te bezoeken. ‘Wij’ gaan op de fiets naar Hoppe en het Concertgebouw. ‘Wij’ brengen onze kinderen in de bakfiets naar het Barleus. Maar al die mensen ‘in de provincie’ vinden het helemaal niet erg ze zo ver van de stad wonen. Daarmee zijn ze ook zalig onbereikbaar voor al die praatjes-makende stedelingen, die met hun praatjes vooral onze rust verstoren. Nee, het zou inderdaad goed zijn als bij de Provinciale Statenverkiezingen alleen de provincialen komen stemmen.

Succesvol #klimaatbeleid dichtbij

maart 13, 2019 by  
Filed under artikel

Veel negatieve en sombere berichten over de doorrekening van het Klimaatakkoord door PBL en CPB. Dat politieke partijen en milieubeweging hun kaarten nog even tegen de borst houden begrijp ik goed. Maar dat ook kranten een sombere toon aanslaan, daar begrijp ik niets van. 

Het doel is: 49% CO2-reductie in 2030. De huidige plannen voorzien in een reductie van 43 tot 51%. Oké, dat is wellicht te weinig. Maar de CO2-belasting voor bedrijven, waartoe het kabinet inmiddels heeft besloten, zit nog niet het pakket. Deze enorme opgave van een halvering van de CO2-uitstoot is dus gewoon binnen handbereik. Ik weet het, er zijn nog veel onzekerheden, maar wie had 5 jaar geleden kunnen denken dat er nu concrete plannen op tafel liggen die zo’n enorme impact hebben op de CO2-uitstoot en daarmee op het klimaat? Bovendien heeft het kabinet zich al aan die 49% gecommitteerd.

Nog meer verrast was ik over de financiële gevolgen van het Klimaatakkoord. Het hele akkoord kost de overheid 1,6 – 1,9 miljard euro per jaar, veel minder dan het PBL vorig jaar nog had berekend. [Waar blijft kletsmajoor Baudet met zijn € 1000 miljard?] En voor die 1,6 – 1,9 miljard euro per jaar krijgen we niet alleen een beter klimaat, maar ook een transitie van de economie die voor meer werkgelegenheid en meer economische groei zal zorgen. En het vestigingsklimaat voor bedrijven wordt op geen enkele wijze geschaad.

En dan de kosten voor de burger: 0,4% in 2030! Natuurlijk melden sommige kranten al weer dat het om 1,5% gaat (dan nemen ze allerlei andere klimaatmaatregelen ook mee), maar het Klimaatakkoord op zich, al die 600 voorstellen, kosten de burger slechts 0,4% van zijn inkomen. Hoeveel zal dat inkomen intussen door economische groei zijn gestegen? 

We zijn nog maar een stappen verwijderd van een succesvol klimaatbeleid!

Aardbevingen in Groningen en bellenblazen in Den Haag

maart 8, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Er komt een parlementaire enquête over de aardbevingen in Groningen. Om het vertrouwen van de (Groningse) burger in de overheid te herstellen. Zo luidt het motief van de Kamer. Ik gebruik het begrip Haags kaasstolp niet graag, vooral omdat ik niet graag afgeef op Den Haag. Maar hier is echt sprake van bellenblazen in de kaasstolp. 

Wat is namelijk het geval? De parlementaire enquête zal pas starten als met het afhandelen van de schadeclaims en met het versterken van de huizen voortgang wordt gemaakt. Hoe cynisch wil je het hebben? Al jaren wachten de Groningen op het afhandelen van hun schadeclaims en op het versterken van hun huizen. Elke schadeclaim lijkt tot op heden te verzanden in bureaucratie en vooral in deskundige tegenwerking. Elk huis dat moet worden versterkt wordt elke keer op een andere wachtlijst geplaatst. Dus als dat plotseling allemaal wel zou lukken, krijgen we een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burgers in de overheid terug te winnen. 

Nee, het is nog cynischer. Ik hoor een braaf Kamerlid voor de radio vertellen dat die schadeclaims voortvarend zullen worden afgehandeld als een nieuw Instituut Mijnbouwschade in het leven is geroepen. Daarvoor hadden we het Tijdelijk Instituut Mijnbouwschade. Daarvoor hadden we het Centrum Veilig Wonen. En daarvoor klooide de NAM zelf maar wat aan met de burgers. In alle gevallen bleven de claims op een bureau liggen. En het brave Kamerlid belooft dat alles beter wordt als de Groningers weer met een ander instituut worden geconfronteerd. En voor de versterking van huizen moet volgens hetzelfde brave Kamerlid ook een nieuw instituut het licht zien. De  NCG, de nationaal coördinator Groningen (ofwel Hans Alders) was de afgelopen jaren daarvoor verantwoordelijk. Bij de NCG werken 250 ambtenaren die veel meer kosten dan inmiddels aan de versterking van huizen is uitgegeven. Die ambtenaren moeten blijkbaar eerst worden overgeplaatst naar een nieuw instituut voordat ze gaan doen waarvoor ze al jaren zijn aangesteld. 

Gelooft u het? Het afhandelen van schadeclaims en het versterken van huizen komt echt op gang als die twee nieuwe instituten van start zijn gegaan. Nieuwe huisvesting, nieuwe meubels, een nieuwe directeur, een nieuw Organisatie- & Formatierapport, oude medewerkers worden opnieuw benoemd, een nieuwe Ondernemingsraad, nieuwe bevoegdheden op basis van nieuwe wetgeving. Oh ja, en een nieuwe Raad van Toezicht (als voorzitter wordt gezocht in de kringen van Wallage, Kamminga, Alders, Hermans, Nijpels en Pechtold). En dat moeten we allemaal geloven van een braaf Kamerlid dat schuldbewust opmerkt dat hij “dit dossier” ook nog maar vanaf vorige zomer “doet”. 

En als we dat allemaal hebben gehad, komt er een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen. Om vast te stellen wat er fout is gegaan. Het antwoord weten we al: veel. 

Als ik Groninger was hoefde die enquête voor mij niet zo nodig. Als ik Groninger was had ik ook geen behoefte aan weer een paar nieuwe instituten. Als ik Groninger was zou ik graag willen dat mijn schade eindelijk eens, en ruimhartig zou worden vergoed en dat mijn huis zou worden versterkt om toekomstige schade te voorkomen. Als ik Groninger was zou ik willen dat niet altijd over over mij werd besloten, maar dat ik zelf het heft in handen mocht nemen. En als ik Groninger was, was ik het vertrouwen in de overheid al lang kwijtgeraakt. 

[verschijnt in Trouw van 20 maart 2019]


Zwerfkeien horen in #Drenthe

februari 27, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Het was een vage man. Het was een vaag gesprek. Op een vage zender. Maar ik hoorde Drenthe en moest dus wel luisteren. De vage man (Man) had een zwerfkei (Kei) geadopteerd. De Drentse gemeente met de meeste zwerfkeien, Odoorn-Borger, was zo vriendelijk geweest om een zwerfkei af te staan. En nu zamelde Man geld in om Kei weer naar huis terug te brengen. Ergens in Zweden. Man was er al een keer geweest. En had veel broertjes en zusjes van Kei ontmoet. Daarom wist bij zeker dat Kei daar vandaan kwam.

Dit is geen grappig verhaal, het is een verhaal met een grote symboliek. Ik kan het weten. Ik kom uit Drenthe. En bij ons staat op elke Brink een zwerfkei. Die staat er al jaren. Misschien al eeuwen. Hij is van ons. Hij staat voor onze cultuur. Ellert en Brammert. Hunebedden. Hij staat voor onze volksaard. Achterdochtig, zwijgzaam en niet van zijn plek te krijgen. We kijken nooit naar die kei, maar we zien hem altijd. Zo’n kei verplaats je niet. En al zeker niet naar Zweden. Er klinkt dan ook fel protest uit Drenthe. Kei hoort bij ons. Kei mag niet weg. Gelukkig is het geld nog niet binnen. Man had € 3,50 nodig om Kei voor elke meter van zijn verre reis. 

Man vertelde ook dat Kei wel 200.000 jaar oud kon zijn. 200.000 jaar onverzettelijkheid. Ergens in een IJstijd was hij van Zweden naar Drenthe gerold. Kei heeft dat niet alleen meegemaakt. Maar Kei weet het ook nog. Want Kei heeft een geheugen. En die gedachte wordt breed gedeeld. Zoals sommigen met bomen kunnen praten, zo praat elk dorp met zijn eigen kei. Hij is meer dan een steen, hij is een persoon. Een kei hoort bij een dorp als een hond bij een boerderij. Of een schaap op de hei. Hoeveel mensen bewaren er geen baby-keitjes? Om ze af en toe te strelen? Hoeveel stenen zouden elke week in de vensterbank worden afgestoft? 

Dat gesjouw met Kei naar Zweden heeft dan ook een diepere laag. In feite wordt hier een adoptiekind naar zijn ouders teruggebracht. Alleen, ook deze remigratie zal uitlopen op een teleurstelling. Het contact met biologische ouders verloopt moeizaam of ze zijn zelfs onvindbaar. Kei went niet meer aan het Zweedse klimaat. Hij kent de taal niet. En als symbool van de Drentse cultuur heeft hij grote moeite met de Zweedse cultuur. Zoals echte adoptiekinderen zal ook Kei teleurgesteld terugkeren. Ik hoop dat bij de crowdfunding ook met de terugreis rekening is gehouden.

Eigenlijk staat Kei niet alleen symbool voor onze Drentse cultuur, maar ook voor een geslaagde integratie. Kei spreekt Drents. Hij is onderdeel van ons bestaan geworden. Niemand zeurt nog over een dubbele nationaliteit. Niemand wil geboren keien nog scheiden van zwerfkeien. Bij hem zeurt slechts één kunstenaar over remigratie. En misschien doet hij dat vooral om te laten zien hoe succesvol integratie kan zijn. Ik roep elke weldenkende Nederlander op om geen cent voor dit project te doneren. 

Onschuldig planbureau treft toch blaam #PBL

februari 22, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Ik kan het slecht hebben, dat gekanker op een planbureau. En zeker gekanker op het PBL, waar ik zoveel goede en integere onderzoekers ken. Maar als je de media op dit moment volgt, ontkom je er niet aan. Onze energierekening blijkt veel hoger uit te komen dan het kabinet ons had beloofd en Wiebes was zo slim om niet alleen spijt te betuigen maar ook om meteen de schuld door te schuiven naar dat planbureau. Vervolgens wist een kiene journalist zich te herinneren dat die prognoses over elektrische auto’s van het PBL ook al niet bleken te kloppen en het beeld was duidelijk. “Die modellen deugen ook nooit”. “How to lie with statistics”. Etcetera. 

Is het PBL hier iets te verwijten? Laten we eerst vaststellen dat het kabinet zich welbewust op verouderde cijfers heeft gebaseerd, omdat die nog enigszins te verkopen waren. Laten we ook nogmaals vaststellen dat het kabinet met graagte de schuld heeft doorgeschoven naar het PBL. Twee goede redenen om het kabinet een verwijt te maken. 

Maar er is ook een andere kant. Wie iets van politiek begrijpt, weet dat politici zo handelen. Politiek gezien was het handelen van het kabinet heel rationeel. Je gebruikt de cijfers die jou het beste uitkomen en je legt zo snel mogelijk de schuld bij een ander, als blijkt dat je de verkeerde cijfers hebt gebruikt. Zo werkt dat in Den Haag.

In dat opzicht mogen er wel vragen worden gesteld bij het handelen van het PBL. Geen vragen over modellen, dat is veel te goedkoop. Ook geen vragen over verouderde cijfers. Wel vragen bij de politieke alertheid van het PBL. Wel vragen bij de politieke inschattingen die het PBL maakt. Ik trek geen conclusies, omdat ik niet weet wat achter de schermen is gebeurd. Maar ik heb wel vragen. 

Op een bepaald moment is besloten om in 2018 geen nieuwe prognoses te maken van de energielasten. Op dat moment had het PBL kunnen weten dat het kabinet zich in 2019 op verouderde cijfers zou gaan baseren. Is het PBL zich daarvan daadwerkelijk bewust geweest? Heeft het PBL het kabinet vervolgens daarvoor gewaarschuwd? En waarom heeft het PBL niet meteen toen het kabinet uitspraken deed over de verwachte stijging van de energieprijzen in 2019, publiek gemaakt dat die prognoses op verouderde cijfers waren gebaseerd? Ik weet dat je met die laatste actie geen vrienden maakt in de politiek. Maar binnenskamers kan je er in ieder geval mee dreigen. 

Politici zijn briljant in schaken. Ze weten vaak precies wie er na vier zetten de schuld krijgt. Wetenschappers zijn goed in rekenen en zeggen hoogstens dat ze te weinig tijd hebben om hun sommen af te maken. Maar ik vrees dat het PBL niet in problemen was gekomen, als het iets beter had voorzien wanneer het in de toekomst ten onrechte in het verdomhoekje zou terechtkomen. Eigenlijk zit je in Den Haag altijd verkeerd als je de schuld krijgt, hoe onterecht die schuld ook is.

[zie ook: Wat is een planbureau]

Minister, #Schiphol vraagt om een redenering

februari 18, 2019 by  
Filed under artikel

Cora van Nieuwenhuizen heeft haar besluit al genomen. Schiphol moet alle ruimte krijgen om door te groeien en Lelystad gaat open. Soms is het moeilijk om je in de gedachtengang van een ander te verplaatsen. Ik geef toe: ik heb nog nooit VVD gestemd. Toch vraag ik me af of deze minister een gedachtengang heeft. Zou er één diepere gedachte liggen onder deze verkiezingspraat?

Lelystad was ooit bedoeld als overloop van Schiphol. Vakantiegangers zouden voortaan van Lelystad vliegen, opdat Schiphol binnen de gestelde grenzen wat meer ruimte zou krijgen voor de interessante zakenreizigers. Inmiddels heeft de EU een stokje gestoken voor die overloop-gedachte. Als Lelystad opengaat moeten daar ook andere vliegmaatschappijen  kansen krijgen. Dus met Lelystad erbij zal het vliegverkeer boven Nederland alleen maar toenemen. Het lijkt me inderdaad een heel logische gedachte om Schiphol dan ook maar van het slot te halen. 

Mag ik de minister helpen met nadenken? Laat ik fundamenteel beginnen. Waartoe dient een minister, een kabinet, een overheid? Niet alleen om het bedrijfsleven te dienen. Schiphol, KLM, Air-France, etc. Daarvoor is de wereld te complex. Een overheid moet tegengestelde belangen afwegen. En die heb je rondom vliegvelden in overvloed. Schiphol veroorzaakt veel overlast voor omwonenden. Alle partijen zijn het erover eens dat sinds 2008 de geluidsoverlast is toegenomen. Niet alleen in ervaren hinder maar ook uitgedrukt in decibellen. Maar Schiphol is ook van groot belang voor de Nederlandse economie. De economische voordelen van Schiphol hangen sterk samen met de hub-functie van Schiphol. Niet vanwege al die transfers, maar wel vanwege het grote aantal bestemmingen dat vanaf Schiphol rechtstreeks te bereiken is. Dat maakt Schiphol aantrekkelijk, dat trekt bedrijven aan. 

Dus: hoe gaan we overlast tegen (ja, minister, ook dat is uw verantwoordelijkheid) en hoe behouden we de hub-functie? Let wel: die hub hadden we ook al bij 450.000 vliegbewegingen, ook al bij 400.000 vliegbewegingen en ook al bij 350.000 vliegbewegingen. Dus daarvoor hoeft Schiphol echt niet te groeien. Ik durf nog wel een stap verder te gaan. Door het aantal vliegbewegingen van Schiphol te limiteren bij 500.000 wordt Schiphol gedwongen om keuzes te maken. Voor zakenreizigers en tegen Chinese toeristen die de Amsterdamse binnenstad verstoppen. Voor een nog beter vliegveld en tegen toeristen die vaak geen idee hebben waar ze zijn. 

En mevrouw de minister, er is nog een groter belang: het klimaat. Vliegtuigen veroorzaken een enorme CO2-uitstoot, zonder dat er sprake is van enige belasting. Vandaar die belachelijke tarieven in de luchtvaart. En natuurlijk moet die CO2-uitstoot vooral worden tegengegaan door de uitstoot te belasten. Dat zal ook gaan gebeuren. Daardoor zal de luchtvaart ongetwijfeld pas op de plaats maken. Maar we kunnen in ieder geval nu een eerste stap zetten door de groei van Schiphol een halt toe te roepen. 

Zijn dat misschien enkele gedachten, minister, die u kan gebruiken? Wellicht komt u zo tot een gedachtengang vóórdat u uw standpunten publiek maakt. 

Volgende pagina »