Stop het dok #A10

november 5, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Er zijn grote problemen met de ondertunneling van de A10 bij de Zuidas. Er is een diepgravend conflict tussen de opdrachtgever (het Rijk) en de bouwers. De Minister meldt de Kamer dat het zeker een half miljard euro duurder zal worden (in plaats van de begrote 1 miljard). Marcel Hertogh uit Delft is aangetrokken om te bemiddelen tussen Rijk en bouwers. Oud-minister van VROM Sybilla Dekker is aangetrokken om te adviseren over het verdere verloop. Moeten we wel doorgaan met dit enorme project? Volgens mij is het een goed moment om te stoppen met die tunnel

Aanvankelijk ging het om drie samenhangende projecten. Ten eerste het bouwen van een nieuw Station Amsterdam-Zuid dat in staat is om de te verwachten reizigersstromen te verwerken. Ten tweede het ondertunnelen van de A10 ter hoogte van de Zuidas. Ten derde het ondertunnelen van het spoor ter hoogte van de Zuidas. Het laatste project is snel afgeblazen: te duur en te weinig baten. Daarmee stond vast dat de Zuidas voor altijd doorsneden zou blijven door infrastructuur. En viel dus ook meteen een voordeel van het ondertunnelen van de A10 weg.

Het ondertunnelen van de A10 zou een miljard euro moeten kosten. Dat is veel geld, en zeker als er nou al een overschrijding is van een half miljard. Dat is vooral veel geld omdat de analyse van de kosten en baten indertijd al erg negatief uitkwam. Het CPB berekende ooit dat ook op termijn, en indachtig alle maatschappelijke voor- en nadelen, het hele project bijna één miljard tekort kwam. Er waren voordelen, maar de nadelen waren niet kleiner. Simpel gezegd: voor die bouwkosten van één miljard kreeg je in feite niets terug. 

Waarom kwam die analyse van maatschappelijke kosten en baten zo mager, zeg maar zo negatief uit? Ik denk dat er twee redenen zijn. Ten eerste heb je onder de grond niet veel meer ruimte dan boven de grond. Die sporen blijven er liggen en die kantoren blijven er staan. De doorstroming van het verkeer verandert dus niet wezenlijk. Ten tweede kan je alleen maar de vrijkomende grond bebouwen met nieuwe kantoren als je heel veel kosten maakt bij de aanleg van de tunnel. En als je heel veel kosten maakt weegt de verkoop van een lapje grond daar niet tegenop. En als je minder kosten maakt, kan je alleen maar een parkje aanleggen.

Toch was de ondertunneling van de A10 een prestigeproject, waarbij me nooit helemaal duidelijk is geworden van wie. Na de analyses van het CPB werd Elco Brinkman (met een commissie) gevraagd de kosten en baten nog eens goed tegen het licht te houden. Zonder verdere onderbouwing meldde Brinkman dat er geen gat was van 1 miljard. En zo kon het project doorgaan. Let wel dat bij het tekort van 1 miljard van het CPB nog niet eens gedacht was aan alle ellende die het verkeer vele jaren van de bouw zou ondervinden. 

Ik heb me dan ook vaak afgevraagd waarom die tunnel ondanks alles moest worden aangelegd. Inderdaad, op dit moment doorsnijdt de A10 de kantoorkolossen van de Zuidas. Maar je kan ook zeggen dat de A10 een directe verbinding vormt tussen de kantoren van de Zuidas en Schiphol. Met het ondertunnelen van de A10 win je wellicht enige grond voor nieuwe kantoren. Voor de rest kan je vooral groen aanleggen. Er waren indertijd nogal wat Rijksambtenaren die meenden dat het gebied met dat parkje aan ‘ruimtelijke kwaliteit’ wint. Geen auto’s meer, maar alleen maar gras en bomen. Zo vonden dat vooral ‘mooier’. 

Dan dienen zich twee vragen aan. Ten eerste: is dat ‘mooier’ ons één miljard euro (en nu dus al anderhalf miljard) waard? Ten tweede: zou het kunnen dat al die bedrijven zich daar hebben gevestigd omdat zij onder ‘mooi’ iets anders verstaan? Is het denkbaar dat ze helemaal niet op gras en bomen zitten te wachten, maar zich juist hebben willen spiegelen aan de dynamiek van de A10? Dan moeten die auto’s lekker boven de grond blijven rijden.

Het Parool, 7 november 2019

Bij het #RIVM breien ze hele lange zinnen

oktober 30, 2019 by  
Filed under artikel

Je kan (in de auto) de radio niet aanzetten of het gaat over stikstof, PFAS of CO2. Althans in mijn oren. Voor anderen gaat het misschien over boeren of bouwers. In feite gaat het om hetzelfde. En kennisinstellingen spelen in dat publieke debat een grote rol. De boeren gingen bij hun tweede optocht niet voor niks bij het RIVM op bezoek. Directeur Hans Brug, die ter plekke directeur-generaal wordt genoemd, sprak de boeren kort doch netjes toe. Zijn toespraak was voldoende om de boeren verder te laten optrekken naar Den Haag. 

Ik hou me al een kleine 30 jaar bezig met de relatie tussen kennis en beleid. En volg dus met name de bewegingen van de kennisinstellingen in deze publieke debatten. En dan vallen me veel dingen op. 

Ten eerste richt het verwijt van velen zich tegen de onderzoekers vanuit de onbewezen gedachte: als het het onderzoek niet deugt, deugt het beleid ook niet. En daarom trekken velen het onderzoek louter om politieke redenen in twijfel. Zo roepen de boeren dat het onderzoek naar stikstof verkeerde meetpunten hanteert (hetgeen niet waar was). Maar vervolgens roepen ze dat hun stikstof-uitstoot al met 60% is gedaald. Op basis van dezelfde meetmethoden. Dat lijk weinig consequent. Helaas doen Tweede Kamerleden even gemakkelijk mee aan dat bashen van het onderzoek. Zeker van hen zou je meer wijsheid verwachten, alleen al in eigen belang, omdat veel beleid niet zonder wetenschappelijke onderbouwing kan. Zij kunnen moeilijk nu de uitkomsten van onderzoek zonder enig bewijs in twijfel trekken, om straks weer te roepen “dat onderzoek heeft aangetoond dat… etc.” 

Ten tweede zijn interviews met onderzoekers niet zelden tenenkrommend. Je zou toch verwachten dat het RIVM een paar mensen speciaal heeft opgeleid om op Radio 1 op simpele vragen simpele antwoorden te geven. Hebben ze daar geen communicatie-afdeling? Nu lijkt het alsof voor elk interview weer een andere wereldvreemde wetenschapper van achter zijn bureau is gesleurd om eindeloze onbegrijpelijke zinnen te breien. Ik ben wetenschapper, en als ik er al helemaal niets van begrijp, is er toch echt iets mis. Misschien denken ze bij het RIVM dat wereldvreemdheid een voorwaarde is voor goed onderzoek. 

Ten derde lijken de onderzoekers nauwelijks te hebben nagedacht over de specifieke rol die ze in dit debat vervullen. Die rol is simpel: ze reiken data aan en zo nodig duiden ze die data. De speech van directeur Hans Brug van het RIVM was in dat opzicht opvallend. Hij verdedigde helder waarom zijn modellen zeer adequaat zijn en zeker het beste wat nu denkbaar is. Maar hij vertelde niet dat hij alleen maar onderzoekt en dat de politiek beslist. Waarom zei hij niet tegen die boeren dat hij onderzoekt hoeveel stikstof er is, en dat de politiek besluit hoeveel stikstof er mag zijn? Of denkt het RIVM dat die laatste vraag objectief door de wetenschap kan worden bepaald. 

Daar lijkt het inderdaad op. Want elders meldt het RIVM dat de door de politiek gekozen ondergrens voor PFAS “niet wetenschappelijk onderbouwd is”, alsof er grenzen zijn die door de wetenschap kunnen worden vastgesteld. Een grens is een norm en normen kunnen nooit wetenschappelijk worden bewezen. Wetenschappers vertel ons alsjeblieft “hoe het zit” en doe dat zo betrouwbaar mogelijk. En laat de vraag hoeveel biodiversiteit we willen hebben, hoe gezond we moeten zijn en of het klimaat moet worden gered over aan de politiek. Die hebben het daar al moeilijk genoeg mee. 

Het einde van de polder

oktober 22, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

We zijn er jaren goed in geweest. In polderen. Polderen staat voor compromissen sluiten. Polderen staat voor met alle betrokkenen in gesprek gaan. Polderen staat voor draagvlak. Polderen staat ook voor schipperen. Voor het opzoeken van de grenzen van de wet. En als we over die grenzen heengaan noemen we het gedogen. Als er twee kenmerkende woorden zijn voor de Nederlandse politieke cultuur, dan zijn het ‘polderen’ en ‘gedogen’. En het is waar: we hebben er een belangrijk deel van onze welvaart aan te danken. 

Toch zijn er steeds meer signalen dat we het met polderen en gedogen niet meer redden. We kunnen ze elke dag in de krant lezen. Maar het is de vraag of ze door de politiek ook zo worden begrepen. 

Denk aan de stikstof en de landbouw. Ik weet dat de boeren veel last hebben van de overheid. Maar als je de zaak vervuilt hoor je dat ook te hebben. De politiek gooit het echter al jaren op een akkoordje met de landbouwwereld en bedacht zonder schaamte regels (PAS) die in strijd waren met de Natura-2000-richtlijnen van Brussel. Toen de Raad van State vervolgens een grens trok, deed het kabinet alsof het verrast was. Vervolgens kwamen de boeren in actie. Acties die aanvankelijk op volle steun van nagenoeg alle partijen konden rekenen. Intussen holt de kwaliteit van de natuur achteruit. Verder polderen en verder gedogen zijn dus geen begaanbare weg meer. 

Denk aan de Pfas. Ik weet dat de bouw veel last heeft van de overheid. Maar als je de zaak vervuilt hoor je dat ook te hebben. Het probleem was al jaren bekend, maar de overheid dacht er in goed overleg met de bouwwereld en met gedogen wel weer uit te komen. Helaas hebben de stoffen die schuilgaan achter het begrip Pfas grote nadelige gevolgen voor de voortplanting en zijn ze niet zelden kankerverwekkend. En weer moet het RIVM een oplossing aanreiken, waar we behoefte hebben aan een overheid die hier even niet poldert en niet allerlei ellende gedoogt.

Denk aan de drugscriminaliteit. We hebben het inmiddels moeten meemaken dat een advocaat van een kroongetuige is vermoord. Er gaan in de grote steden en zeker in Brabant honderden miljoenen om in de drugseconomie. Veel mensen raken verstrikt in de netwerken van de criminaliteit. De bovenwereld is al lang niet meer gescheiden van de onderwereld. Het lokaal bestuur dreigt op sommige plekken door de criminelen te worden ondermijnd. En nog steeds mag je legaal wiet kopen dat illegaal wordt geproduceerd. Een erger voorbeeld van gedogen kent de Nederlandse politiek niet. 

Denk aan de CO2. Ik weet dat er veel geld wordt verdiend aan fossiele energie in Nederland. Tegelijkertijd polderen we ons gek aan tafels om energieakkoorden en klimaatakkoorden te sluiten. Maar die tafels verplichten de deelnemers uiteindelijk tot niks. Tegelijkertijd is Nederland ver achterop geraakt met het opwekken van niet-fossiele energie, de beste methode om minder CO2 uit te stoten. Want zo lang de overheid ons niet verplicht om de voorstellen van de klimaattafels na te leven, leidt polderen ook hier weer vooral tot gedogen. 

Ik weet het: het polderen is een uniek model. Het is ook een model dat lange tijd succesvol is geweest. Maar als we onze natuur, ons klimaat, onze samenleving echt willen beschermen, is polderen op dit moment niet meer genoeg. En moet gedogen worden verboden. Ik vind het grappig om al die boeren in Den Haag te zien rondrijden. Ik vind het even grappig dat de bouwers over een paar weken daar ook gaan rondrijden. Maar daar hebben we nu even niks aan. We hebben behoefte aan een overheid die met gezag de grenzen aangeeft waaraan bouwers, boeren en burgers zich hebben te houden. 

[Volkskrant, 24 oktober 2019]

Investeringsfondsen zijn vooral anti-democratisch

oktober 10, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Er moet een investeringsfonds komen. Er wordt gesproken over 50 miljard. Omdat het lenen van geld niets meer kost. Ik begrijp die wens. Maar ik vind het een slecht idee. En ik begrijp niet waarom mensen het wel een goed idee kunnen vinden. Ik geef drie voorbeelden, die met vele andere zijn aan te vullen.

Het eerste voorbeeld: nog niet zo lang geleden stopten we een deel van de aardgasbaten in een fonds voor economische structuurversterking. Er was een commissie van wijzen, er waren onafhankelijke adviezen van de planbureaus. Maar de verdeling van het geld was een bizar gerommel tussen departementen. Zo kon het rustig gebeuren dat plannen, die al tweemaal door de ‘experts’ waren afgewezen, alsnog werden toegekend omdat het betreffende departement nog ‘niks had gekregen’. Overigens ging het meeste geld naar nog meer asfalt. Omdat de asfaltlobby wilde doen geloven dat asfalt het beste middel was om de economische structuur te versterken. Het was in die tijd dat een nieuwe minister van Financiën zich afvroeg waarom al die miljarden niet gewoon via zijn begroting liepen. Zodat ook de Kamer daarover kon oordelen. Het waren toch gewoon politieke keuzes. 

Het tweede voorbeeld: Groningen kreeg vorig jaar € 1,15 miljard. Als een soort genoegdoening voor alle ellende. Niet om de schade van de bevingen te herstellen of om de huizen te versterken. Nee, om de economische structuur van het gebied te versterken. Ik was zijdelings bij dit proces betrokken. Na twee minuten ging al niet meer om de vraag hoe de Groningse economie beter kon worden van al dat geld, maar wie het geld zou mogen verdelen. Ongetwijfeld zullen degenen met de meeste macht (en de beste lobbyisten) er straks met het geld vandoor gaan, en niet degenen met de beste plannen. 

Het derde voorbeeld: ooit werd het Waddenfonds in het leven geroepen. 800 miljoen voor het behoud van de Waddenzee. De verdeling van dat geld was een heel ingewikkeld spel, waarin eerst werd bepaald dat het niet om de Waddenzee ging, maar om het Waddengebied. En vervolgens dat het niet alleen om de ecologie moest gaan, maar ook om de economie. Omdat Friesland zo achtergesteld was. En zo werd de eerste 10 miljoen ooit uitgegeven aan de verhoging van de bruggen in de Noordelijke Elfstedenroute. Ja, ter bevordering van het toerisme. 

Er lijken altijd goede redenen te zijn om aparte fondsen te creëren naast de reguliere begroting. Maar die argumenten zijn niet zelden anti-democratisch. Zo horen we dat politici extra geld toch alleen maar gebruiken om de tekorten bij het onderwijs of in de zorg aan te vullen, of nog erger: om de uitkeringen te verhogen. Alsof de welvaart van het land daarmee niet gediend zou zijn. En alsof we de Tweede Kamer daarvoor niet zouden hebben gekozen. 

Bovendien zijn die argumenten niet zelden vals. Het is niet waar dat ‘experts’ ervoor kunnen zorgen dat het geld op de goede plek terecht komt. Hun deskundigheid staat niet borg voor een ordentelijke verdeling van gelden. Nog los van de vraag wat een ‘goede plek’ is. Dat is uiteindelijk altijd een politieke vraag die door gekozen politici in openbaarheid moet worden beantwoord. Fondsen staan helaas te vaak model voor duistere achterkamers waarin niet de deskundigheid maar de machtsverdeling de uitkomst bepaalt.

Tot slot heb ik nog één vraag. Waarom is die lage rente wel een reden om een enorm fonds in het leven te roepen en geen reden om de staatsschuld een beetje op te laten lopen? Wat is er op tegen om de komende 5 jaar 10 miljard meer uit te geven volgens de normale begroting? Dan kan het parlement gewoon zijn democratische afweging maken. Onze eigen Kamerleden en geen onduidelijke experts. Transparant in plaats van duistere machtsspelletjes. 

Verschenen in Trouw, 18 oktober 2019

Mevrouw Krikke en de #OVV

oktober 3, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Op de vroege Nieuwjaarsdag van dit jaar ging er van alles mis in Den Haag. De vreugdevuren op het strand waren veel hoger dan de toegestane 35 meter, zij bevatten veel meer pallets dan waren toegestaan en de bouwers hadden zonder toestemming vaten met ruwe olie tussen de pallets verstopt. De gevolgen zijn bekend. Er ontstonden in een mum van tijd enorme vuurzeeën en een regen van brandend hout daalde neer op de bebouwing van Scheveningen. Tot ieders geluk vielen er geen doden. En bleef de kerk van Scheveningen behouden. 

De lokale Haagse politiek riep de burgemeester ter verantwoording, maar die wist haar vege lijf te redden door een groot onderzoek aan te kondigen. Nadat ze eerst een onderzoeksbureau in de arm had genomen, waarvan ze zelfs bestuurslid was, dwong de gemeenteraad haar het onderzoek in handen te leggen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Één ding was in ieder geval bereikt: de burgemeester kon voorlopig aanblijven.

Vandaag heeft de OVV zijn bevindingen gepresenteerd. Het is een scherp rapport, maar ook een beschaafd rapport. Het is duidelijk dat niet alleen de burgemeester blaam treft. Maar het is ook duidelijk dat de burgemeester voor veel zaken die zijn misgegaan, de eindverantwoordlijke is. 

In mijn opinie zijn er vier zaken misgegaan. 

Ten eerste heeft de gemeente een vage deal gesloten met een vage tegenpartij. Er zijn geen duidelijke afspraken gemaakt en het was onduidelijk met wie die afspraken zijn gemaakt. De  handtekeningen ontbreken, die een deal tot een deal maken. 

Ten tweede heeft de gemeente blijkbaar geprobeerd een groot evenement met een deal (“convenant”) te regelen, terwijl bij grote evenementen gewoon een nette vergunning moet worden verleend als de andere partij een plan heeft dat aan alle voorwaarden voldoet. Zoals de OVV terecht heeft opgemerkt. Bij een vergunningverlening kunnen omwonenden in beroep gaan. Let wel: de omwonenden hadden de voorafgaande jaren ook al geklaagd over de gevaren en de overlast van de zogenaamde vreugdevuren. 

Ten derde is niet ingegrepen door de gemeente toen bleek dat de andere partij zich niet aan de afspraken hield, zoals ik boven al heb geschetst. Wat heb je aan een convenant als je niet reageert als de ander zich niet aan de afspraken houdt? En zeker als omwonenden daarmee in gevaar worden gebracht? 

Ten vierde heeft de gemeente de risico’s (blijkbaar) volstrekt verkeerd ingeschat. Het enige wat de gemeente heeft gedaan, toen duidelijk was dat de bouwers van de vreugdevuren zich niet aan de (vage) afspraken hadden gehouden, was het verplaatsen van de hekken voor het publiek. Dat er ook, zeker met de harde wind die verwacht werd, vuurregens konden optreden, is blijkbaar niet ingeschat. 

En nu is de grote vraag: wat moet er gebeuren? En met name: wat moet gebeuren met mevrouw Krikke? Moet ze weg of mag ze blijven? Laat ik ook daarover vier dingen zeggen.

Ten eerste: Pauline Krikke is politiek verantwoordelijk voor de veiligheid in de stad. Dat impliceert dat ze alleen kan functioneren als ze het vertrouwen heeft van de gemeenteraad. En de enige die bepaalt of dat vertrouwen aanwezig is, is de gemeenteraad zelf. Iedereen kan en mag daarover een opvatting hebben (ik ook), maar de gemeenteraad beslist of ze nog vertrouwen hebben in het functioneren van de burgemeester na deze (bijna)ramp. 

Ten tweede speelt de bestuurlijke chaos die ontstaan is door het corruptieonderzoek tegen twee wethouders en het uiteenvallen van het College van Burgemeester en Wethouders ongetwijfeld een grote rol bij de afweging of de burgemeester nu de laan moet worden uitgestuurd. Dan is de eenvoudige tegenvraag: denkt de gemeenteraad dat deze burgemeester met dit rapport op haar conto in staat is om die bestuurlijke chaos te verkleinen?

Ten derde heeft de burgemeester ook in de zaak De Mos nog wel het een en ander uit te leggen. Zij was formeel verantwoordelijk voor het verlenen van de vergunningen waarvoor De Mos het geld zou hebben ontvangen. Daarmee is zij geenszins schuldig aan corruptie, maar voor het starten met een schone lei is deze burgemeester niet de meest aangewezen persoon.

Ten vierde: nu Krikke heeft aangekondigd dat het voortaan allemaal anders moet (een hele terechte beslissing) is haar positie in de stad verder verzwakt. Den Haag is een vreemde stad, een gespleten stad. Er werd in het verleden wel gesproken over een stad van het zand (rijk) en het veen (arm). De laatste jaren kan je ook spreken over de stad van de PVV en de stad van de VVD (+D66). Het platte Den Haag versus de kakkers (dat voor een deel samenhangt met het zand en het veen). Het platte Den Haag geniet van de vreugdevuren, de kakkers houden van regels en juristen. Krikke heeft haar positie bij de juristen op Nieuwjaarsdag definitief verloren. Door de vreugdevuren aan strenge regels te binden verliest ze haar positie bij plat Den Haag. Straks heeft ze het aan beide zijden van de stad verbruid. Geen ideale positie voor een burgemeester, die nauwelijks in staat is geweest om gezag op te bouwen. 

Willem-Alexander kan geen steden belegeren

september 30, 2019 by  
Filed under artikel

In de politiek gaat het vaak over ‘frames’, simpel gezegd: over de manier van kijken. Wilders is er een meester in om bepaalde gebeurtenissen op een bepaalde manier te ‘framen’, om er een bepaalde betekenis aan te geven. Die betekenis domineert vervolgens het politieke debat. Zo zouden we geschiedenis als een aaneenschakeling van frames kunnen definiëren. Maar voor historici spelen frames ook nog op twee andere manieren een belangrijke rol in hun werk. Tegen die achtergrond las ik het prachtige boek van Ben Knapen over Johan van Oldenbarnevelt: De man en zijn staat. 

Ten eerste bepaalt het heden hoe we naar de geschiedenis kijken. Zo weten wij nu niet beter dan dat Nederland één natiestaat is. Juist om die reden is Van Oldenbarnevelt nog steeds zo’n interessante figuur, omdat hij de Zeven Provinciën tot één Republiek heeft gesmeed. En ik begrijp inmiddels beter dat hoe belangrijk die oorlog met Spanje is geweest voor die eenwording. Zelfs in de Tachtigjarige Oorlog dreigde zo af en toe een burgeroorlog, met name tussen het gewest Holland en de rest. Maar het was vooral het vakmanschap van Van Oldenbarnevelt die de zeven gewesten bij elkaar hield. Wat een geniale man, maar wat een geniale scharrelaar ook. Aan het einde van zijn leven had al dat scharrelen hem zoveel vijanden opgeleverd dat de beul onvermijdelijk werd. Maar dat is allemaal met het perspectief van het heden. Stel dat Spanje die Tachtigjarige Oorlog wel had gewonnen. En de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden niet uit elkaar waren geslagen, dan hadden we Van Oldenbarnevelt wellicht vooral als een onruststoker gezien, in plaats van als de geniale staatsman waarvoor we hem nu houden. 

Ten tweede wordt de geschiedenis altijd weer gebruikt om de kijk op het heden te veranderen. Zo kreeg Rembrandt in de negentiende eeuw een grote rol in de natievorming van het Koninkrijk en werd mede om die reden om zijn Nachtwacht de tempel van het Rijksmuseum gebouwd. We bedachten de zeventiende eeuw te vereren om ons meer in één Nederland te doen geloven. Zo werd eeuwen later ook de rol van Willem van Oranje en van Maurits opgepoetst om het geloof in de monarchie te versterken. Wie leerde niet op de lager school de heldenverhalen over Willem van Oranje, over Maurits en over Frederik Hendrik. En in dat frame was Van Oldenbarnevelt een dienaar van de Kroon, die ongehoorzaamheid met de dood moest bekopen. 

Maar Van Oldenbarnevelt was helemaal geen dienaar van de Kroon. Hij was de leider van de Staten-Generaal en de Staten-Generaal vormden het hoogste gezag in het land. De stadhouder was gewoon in dienst van de Staten-Generaal. Onder andere voor het belegeren van steden met een legertje dat geheel door de Staten-Generaal werd bekostigd. Dat scheen Maurits goed te doen. Je zou zeggen: onvoldoende reden om eeuwen later nog Koningsdag te vieren en een Argentijnse dame de aanspreektitel van ‘koningin’ te geven. Dat is dan ook alleen maar gelukt door het beeld van de Oranjes in de loop van de eeuwen bij te stellen. Zo hebben we het heden veranderd, door de geschiedenis te herschrijven. Als we dat niet hadden gedaan hadden we die Oranjes gewoon voor de eer kunnen bedanken, toen het belegeren van steden in onbruik begon te raken. 

Hoe maak je je partner onklaar

september 17, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Inmiddels is de partner van Femke Halsema,  de burgemeester van Amsterdam, officieel verdacht van verboden wapenbezit. De volgende stap in de burgemeesterssoap van Amsterdam. Morgen volgt het debat in de gemeenteraad. Er spelen twee vragen: is het een zaak van de gemeenteraad en hoe zwaar moeten de feiten Femke Halsema worden aangerekend. Ik doe een poging.

De zoon van Halsema heeft zich als een vandaal misdragen en wordt daarvoor vervolgd door het OM. Dat is een privé-kwestie van de familie Halsema en geen zaak van de burgemeester. In de gemeenteraad heeft Halsema zich slechts als burgemeester te verantwoorden. Op het gedrag van haar kind kan en mag ze daar niet worden aangesproken. 

De vervolging van het kind is wel een publieke aangelegenheid, vanwege de nauwe betrekkingen van de burgemeester met politie en OM. Belangenverstrengeling ligt hier op de loer. Terecht is de afhandeling van casus overgeheveld naar de regio Haarlem (waarmee Halsema geen bemoeienis heeft). Terecht ook heeft Halsema de gemeentesecretaris en het Bureau Integriteit van de gemeente vertrouwelijk ingelicht. 

Hoewel het begrijpelijk is dat Halsema als moeder verder geen ruchtbaarheid aan de zaak heeft gegeven, als burgemeester had ze beter moeten weten. Elk handboek crisismanagement leert dat je dit soort zaken meteen naar buiten moet brengen, zonder één detail te vergeten. Dan hou je de communicatie zelf in de hand. Nu bood Halsema de Telegraaf een uitgelezen kans om enkele weken later met ‘groot nieuws’ naar buiten te komen. Je kan de Telegraaf verwijten dat de zaak werd ‘opgeblazen’, maar je kan ook zeggen dat Halsema dat aan zichzelf te danken heeft. 

Na de publicatie in de Telegraaf heeft Halsema alsnog de gemeenteraad uitvoering geïnformeerd. Dat was onvermijdelijk. Helaas hield ze zich in die brief niet aan belofte om zich geheel afzijdig te houden van de vervolging van haar zoon door verschillende verzachtende omstandigheden aan te voeren. Dat een moeder altijd haar kind wil verdedigen is alweer zeer begrijpelijk, maar dat had ze niet moeten doen als burgemeester in een brief aan de gemeenteraad. 

Tot hier zou ik nog van twee te begrijpen fouten van Halsema willen spreken. De moeder kwam hier in conflict met de burgemeester. En de moeder wilde vooral haar eigen kind tegen te veel publiciteit beschermen. Een krasje op het blazoen, maar geen enkele reden voor een motie van wantrouwen. 

Toen kwam het interview met partner Rober Oey in de NRC. Dat de burgemeester blijkbaar met een puber is getrouwd is niet alleen haar eigen keuze, maar ook een prive-kwestie. Daar gaat de gemeenteraad niet over. Het wordt ingewikkelder als die puber zich niet weet te gedragen en straks voor verboden wapenbezit wordt veroordeeld. Is de strijd van de burgemeester tegen de lokale criminaliteit nog geloofwaardig als in haar eigen huis een verboden wapen is gevonden?

Bovendien werpt het NRC-interview een nieuw licht op Halsema’s brief aan de gemeenteraad. In die brief werd gesproken over “een (verboden) nepwapen”. Nu blijkt dat Halsema op het moment van schrijven wist dat het geen nepwapen was, maar een (onklaar gemaakt) echt wapen. Bovendien wist ze op dat moment dat zoonlief het wapen in haar eigen huis had gevonden. Ze geeft dus onjuiste informatie en ze verzwijgt belangrijke informatie. Als burgemeester in een brief aan haar eigen gemeenteraad. 

Het is aan de gemeenteraad om te bepalen hoe zwaar hij de burgemeester haar fouten wil aanrekenen. Het is ook aan Halsema om te bepalen of ze als aangeschoten wild door wil gaan. En hoe ze haar partner onklaar wil maken, mocht ze onverhoopt wel doorgaan. 

Joop den Uyl: toch vooral een groot politicus #PvdA

augustus 26, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Tien jaar geleden verscheen de biografie van Joop den Uyl van Anet Bleich. Ik verslond de biografie en was teleurgesteld. Niet in het boek, maar in Den Uyl. Joop den Uyl was altijd een voorbeeld voor me geweest. Een gedreven visionair, de aanvoerder van een dominante PvdA. De aanvoerder van dat befaamde kabinet en de aanvoerder van mijn partij. Ik wist dat het niet in alle opzichten een aangenaam mens was, zeg maar: een hork. Ik wist dat het een drammer was, niet in staat tot onderhandelen, omdat een goede onderhandelaar ook iets overlaat voor zijn tegenstander. Maar het was vooral iets anders wat me enorm ging tegenstaan: dat gekwelde Messiasgedrag van die gereformeerde Den Uyl. Dat gevoel uit te stralen dat de toekomst van de hele wereld van jou afhankelijk is. Ik begreep plotseling beter waarom zoveel mensen een hekel hadden aan Joop den Uyl. Eigenlijk had ik het helemaal met hem gehad, nadat ik de biografie van Anet Bleich had gelezen. 

Hoe anders heb ik de recente biografie van Dik Verkuil over Joop den Uyl ervaren. Plotseling zag ik de grootheid van Den Uyl weer, plotseling begreep ik weer waarom zijn dood mij in 1987 zo ontroerde. Plotseling vroeg ik me af waarom ik Joop den Uyl al lange tijd niet meer als groot politicus zag. En die omslag in denken is eigenlijk heel opvallend omdat Verkuil, naar eigen zeggen, veel kritischer over Den Uyl schrijft dan Anet Bleich. Dat blijkt al uit de inleiding, waar Verkuil hilarisch beschrijft welke biografen voor hem op Den Uyl zijn afgeknapt. Biografen die Den Uyl nog persoonlijk hebben meegemaakt. Die hem thuis gingen interviewen, maar als antwoord op alle vragen slechts een lang monoloog kregen (en geen thee). 

In ieder geval heeft Verkuil een heel afgewogen biografie geschreven. Zeer compleet, zonder overcompleet te zijn. Met grote betrokkenheid bij het onderwerp van zijn biografie, maar tegelijkertijd met grote distantie in zijn oordeel. Treffend hoe Verkuil elk hoofdstuk afsluit met een nuchtere analyse van het gedrag van zijn hoofdpersoon. Van heldenverering is zeker geen sprake. 

Welk beeld van Joop den Uyl doemt voor mij op het uit deze nieuwe biografie? 

Het was een visionair. Het was een man die heel lang en heel diep heeft nagedacht over de sociaal-democratie. Wiens visie ons fundamenteel nog steeds veel heeft te zeggen. Natuurlijk, hij leefde in een andere tijd, bovendien was hij een moralist. Maar in de essentie ging het hem om vrijheid en om zelf-ontplooiing. En de fundamentele taak van de overheid om aan een zo groot mogelijke vrijheid van haar burgers bij te dragen. Dat hij daarbij zelf wilde invullen wat goed voor burgers was (geen auto’s, geen overbodige luxe, wel cultuur etc.) zij hem vergeven. En kunnen we ook vergeten als we in de huidige tijd nog eens goed zouden overdenken hoe een sociaal-democratisch gestuurde overheid zou kunnen bijdragen aan de vrijheid van haar burgers. 

Het was geen wetenschapper. Joop den Uyl heeft ergens nog een eredoctoraat gekregen van de Universiteit van Amsterdam. Dat is hem gegund, maar was eigenlijk onterecht. Niet elk groot denker is een wetenschapper. Een wetenschapper twijfelt en gebruikt argumenten om dichterbij de waarheid te komen. Joop den Uyl was zeer belezen en gebruikte alle wetenschappelijke argumenten slechts om zijn politieke visie te ondersteunen. 

Het was een verbinder. Ik herinner me die verkiezingsbijeenkomsten na de val van dat dramatische kabinet Van Agt-Den Uyl, waar honderden op afkwamen om hem te horen spreken. Het was een geweldige redenaar, en dat was hij juist omdat hij verschillende bevolkingsgroepen wist aan te spreken. Ik weet het: in 1977 rekende 40% van het electoraat zich nog tot de arbeidersklasse en tweederde van hen stemde op de PvdA. Maar Joop den Uyl was wel in staat om die arbeidersklasse met de hoogopgeleide elite te verbinden. Later spraken we over de spagaat en tegenwoordig is de arbeidersklasse verdwenen en de hoogopgeleide elite vooral naar andere partijen overgestapt. 

Het was een drammer. Het moet verschrikkelijk zijn geweest om minister te zijn geweest in zijn kabinet (laat staan minister in het mislukte kabinet Van Agt-Den Uyl). Er was nooit ruimte voor een ander standpunt, er was eigenlijk nooit ruimte voor een compromis. Natuurlijk, hij wist heel goed wanneer bepaalde standpunten politiek niet meer houdbaar waren. Maar als hij in een gesprek iets weggaf, wist je dat morgenochtend het terug-onderhandelen zou beginnen. Toch is hem wel verweten dat hij zijn tweede kabinet in 1977 niet met het machtswoord door die verschrikkelijk Partijraad wist te loodsen. Gek genoeg treft dat verwijt altijd Joop den Uyl, terwijl het echte verwijt natuurlijk Piet Reckman treft en niet te vergeten mensen als Ed van Thijn en Hans Kombrink met hun blinde meerderheidsdenken.

Het was een tragische held. Hij beleefde zijn hoogtepunt in 1973 met de komst van zijn kabinet. Dat kabinet heeft veel gedaan voor de onderkant van de samenleving. Maar de lat werd veel te hoog gelegd en daardoor kon het slechts op een mislukking uitdraaien. De formatie van 1977 is door links verprutst. Het eerste kabinet-Van Agt kon zijn tijd volmaken door een zichzelf overschattende oppositie. Het tweede kabinet Van Agt werd door vice-premier Den Uyl een volslagen mislukking. Maar we vergeten te gemakkelijk dat tijdens Lubbers-I de PvdA onder Den Uyl in de peilingen lange tijd op 55 tot 60 zetels stond. En te gemakkelijk wordt Den Uyl verweten dat hij te laat plaats maakte voor een opvolger, waarbij we even gemakkelijk vergeten dat lange tijd niemand aan het niveau van Den Uyl kon tippen. 

Het was een groot politicus. En, het was, denk ik, geen aardige man. Maar waarom zou een groot politicus aardig moeten zijn. 

Bert Middel was toch geen buitenstaander

augustus 16, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Bert Middel heeft zijn memoires geschreven. Bert Middel, wie? Bert Middel, een man met een lange staat van dienst in de PvdA. Altijd een beetje op de achtergrond. In Engeland zouden we hem een backbencher noemen. Maar hij heeft veel meegemaakt en goed geobserveerd. 

Ik ken Bert toevallig omdat we jaargenoten en studiegenoten waren. Sociologie in Groningen, 1970. En omdat ik toen al lid was van de PvdA. De Groningse PvdA was in die tijd met Max van den Berg en Jacques Wallage een roerige club. En geen aangename club. Terwijl ik de slangenkuil snel verliet en me overgaf aan de muziek, werd Bert Middel plaatselijk partijvoorzitter. 

Ik geloof niet dat ik Bert na die tijd nog ooit heb gesproken. Ik heb hem wel altijd op afstand gevolgd. In Groningen was het voorzitterschap van de afdeling zijn eindstation. In Assen werd hij raadslid. Na enige omzwervingen werd hij in 1989 met steun uit het Noorden lid van de Tweede Kamer. Dat bleef hij zonder veel zichtbaarheid tot 2002. In 1995 was hij even lid van Provinciale Staten van Drenthe, na een lijsttrekkerschap dat smoorde in interne conflicten. Tussen 2003 en 2007 was hij lid van de Eerste Kamer (dat was me even ontschoten). Tussen 2005 en 2011 was hij burgemeester van Drachten (Smallingerland). En tot slot is hij dijkgraaf in het Noorden van Groningen. 

Ik ken niet alleen Bert, maar ken nog beter het gebied waarin hij heeft geopereerd. Groningen, Drenthe, Friesland. Bert is een geboren Groninger. Opgegroeid in de Oosterpark, in stad Groningen, een authentieke arbeidersbuurt. Bert beschrijft op een heerlijke manier het culturele verschil tussen Groningen en Drenthe. In Groningen noemen ze het beestje bij de naam. In Drenthe houden ze liever hun mond. In Groningen weet je wat je doen staat, in Drenthe hoor je alleen via anderen hoe erover je gedacht wordt. 

Maar wat is het boek meer dan een zeer uitgebreid verslag van een leven in politiek en bestuur? Hoe aardig en vaardig het ook is geschreven. Het is in ieder geval een nauwgezette weergave van de manieren in de politiek en in de PvdA in het bijzonder. En die liegen er niet om. Middel schuwt niet om zijn partijgenoten “kannibalistische partijtijgers” te noemen. Hij hekelt de oligarchie in de Groningse partijafdeling (waar hij toch zelf partijvoorzitter was). Hij hekelt het algemene gebrek aan aandacht van de partijtop.  Ach, laat ik nog maar een paar citaten geven: “De PvdA was en is wellicht nog steeds de partij van (te) grote ego’s. De eigen voortreffelijkheid staat niet ter discussie.” “Het is ieder voor zich en de partij voor ons allen.” “Komt een PvdA-er binnen, komt botheid binnen. Vraag het bodes, vraag het chauffeurs van dienstauto’s, vraag het personeel van koffiekamers, vraag alle ondergeschikten.” “Zet twee PvdA-ers bij elkaar en de verzuring slaat toe.” Al met al: het is verschrikkelijk in de PvdA. En Bert Middel heeft daar zijn hele leven doorgebracht. Je vraagt je af hoe hij het heeft volgehouden. En wat de reden voor hem is geweest om te blijven, als het zo verschrikkelijk was. Overigens valt het gaandeweg op dat Middel ook zelf niet schroomt om veel partijgenoten negatief te kwalificeren. Is dat niet een symptoom van dezelfde cultuur?

Misschien valt de cultuur van de PvdA ook zo op, omdat Middel eigenlijk nergens over de inhoud schrijft. Ja, we horen welke portefeuilles hij mag beheren. Maar over diepgravende opvattingen wordt ons niets gewaar. Politiek en besturen is een kwestie van conflicten oplossen of op zijn minst conflicten overleven. En vooral een kwestie van kandidaat worden gesteld en worden gekozen. En dat gaat niet alleen om de reguliere verkiezingen voor gemeenteraad, Provinciale Staten en Eerste en Tweede Kamer, maar nog veel meer om het interne gerommel rondom de keuze van wethouders en gedeputeerden. En niet te vergeten: wie wordt er lid van het fractiebestuur?!

Het gebrek aan beschouwingen over de inhoud breekt Middel vooral aan het einde van zijn boek op, waar hij een poging doet om aan te geven hoe de PvdA weer betekenis zou kunnen krijgen. Hij komt niet veel verder dan zijn voorkeur voor het socialisme boven de sociaaldemocratie en dan nostalgische verhalen over hoe inspirerend de PvdA vroeger was. Op zijn minst zou ik toch willen weten hoe een nieuwe PvdA zich verhoudt tot globalisering, immigratie, marktwerking, klimaatverandering, om er een paar te noemen. En ik mag toch ook aannemen dat de samenleving is veranderd sinds Bert opgroeide in de Oosterpark in Groningen. Geen woord. 

Maar dat Middel niet even een nieuwe richting aangeeft voor de PvdA is hem vergeven. Tot op heden lukt dat nog niemand overtuigend. Om die reden schuurt het boek voor mij vooral in zijn distantie. In het afstand nemen van de partij. Middel is toch onderdeel geweest van die partij, al die jaren? Juist daarom begint het steeds meer te storen wanneer hij weer ergens excuses voor aanbiedt. Daarbij gaat hij soms wel erg gemakkelijk door het stof. “Alard Beck noemt mijn uitlatingen in de WAO-affaire “beneden niveau”. “Daarin had hij groot gelijk.” Hij stemt in de Eerste Kamer tegen de gekozen burgemeester en meent achteraf dat hij daar “fout zat”. En zo zijn de voorbeelden talloos. Hoe lang blijft spijt nog geloofwaardig? Hoe vaak kan je oprecht spijt hebben van al de dingen die je hebt gedaan? Want één ding is toch echt duidelijk: als je zoveel functies namens de PvdA hebt vervuld, ben je geen buitenstaander meer. 

De PvdA revisited

juni 28, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Frans Timmermans kreeg mijn stem bij de laatste verkiezingen. Hij stak er gewoon met kop en schouders bovenuit. Daarmee zou ik mijn blog kunnen beëindigen. Maar mijn keuze voor Timmermans heeft me aan het denken gezet.

In 2017 legde ik in een blog uit waarom ik niet op de PvdA zou stemmen. Hoewel ik al bijna 50 jaar lid was van die partij. Het programma van GroenLinks sprak me meer aan. Ik had het gevoel dat de PvdA de achterban was kwijtgeraakt die mij met die partij verbond. En er waren geen strategische redenen meer om voor de PvdA te stemmen. Ook met mijn stem zou Lodewijk Asscher dik van Mark Rutte verliezen. 

Aukje van Roessel legde meteen de vinger op de zere plek. Dit waren geen argumenten voor een strategische stem bij de verkiezingen. Dit waren argumenten waarmee je afscheid neemt van een partij. Ik had in 2016 en 2017 al meer schepen achter me verbrand en meende pardoes dat ik ook de PvdA wel kon verlaten. In de energie van het moment meldde ik me meteen aan bij GroenLinks. Omdat een burger lid hoort te zijn van een politieke partij. 

En daar zat ik dan. Ik kreeg zo af en toe een Nieuwsbrief van mijn nieuwe club. Ik kreeg uitnodigingen voor congressen en festivals, maar voelde me niet echt uitgenodigd. Dat herkende ik wel van de PvdA, maar het lag dit keer ook echt aan mij. Die nieuwe partij raakte me niet. Ook bij de verkiezingen bleef ik zwalken. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 stemde ik PvdA, mede omdat GroenLinks in mijn gemeente niet meedeed. Bij de Statenverkiezingen van 2019 stemde ik GroenLinks. Maar bij de uitslagen keek ik toch vooral naar de PvdA. 

Langzaam begon ik te beseffen dat je wel je lidmaatschap kan opzeggen van een partij, maar dat daarmee je hondentrouw niet meteen is verdwenen. Ik was meer dan 45 jaar lid geweest van de PvdA. Ik was bij vlagen zeer actief geweest, zowel plaatselijk als landelijk. Zo’n partij gaat ergens in je botten zitten. En die botten merken niet eens dat je formeel je lidmaatschap hebt opgezegd. 

Bij verkiezingen treurde ik dan ook meer om het verlies van ‘de partij’ dan dat ik me verheugde over de winst van GroenLinks. Als Lodewijk Asscher een boek schreef dat deels teleurstellend was, verlangde ik naar meer. Als standpunten van GroenLinks plichtmatig waren, hetgeen vaak het geval was, voelde ik geen behoefte om daartegen intern te protesteren. Ik ergerde me slechts heftig aan de cultus rondom Jesse Klaver, maar ook daarover liet ik mij binnen die partij niet horen. Eigenlijk raakte GroenLinks me niet. Ja, eenmaal kwam ik in actie. Toen dat ene brave kamerlid, dat iets had gezegd over de mislukking van het sociaal leenstelsel voor studenten, onderuit werd geschopt door de Leider. Ik zegde meteen mijn lidmaatschap weer op.

Ik geef toe: in de PvdA zijn de manieren ook niet altijd om over naar huis te schrijven. Ook in de PvdA worden mensen afgebrand en geofferd op het altaar van de Leider. Maar daar accepteerde ik dat soort dingen altijd wel. Misschien omdat de PvdA er eerlijk vooruit komt niet de idealistische partij te zijn die GroenLinks claimt te zijn. Misschien omdat ik altijd wel vrienden had in de partij, die even hard scholden op de Leider als ik. En misschien vooral omdat de PvdA mijn partij was.

En is.

Ik moet dus gewoon ophouden met dat gekke gedoe. Dat zoeken. Die twijfel. Ik behoor lid te zijn van die partij. Ik heb me gisteren weer aangemeld. Dat geeft me in ieder geval weer het recht om over ‘de partij’ te mopperen.

Ja het spijt me dat ik de partij voor het historische dieptepunt van 2017 heb verlaten. Het voelt ook ongemakkelijk om weer terug te komen na de historische winst van Frans Timmermans. En nu de partij weer in de peilingen klimt. Maar je kan ook zeggen dat velen even behoefte aan afstand hadden. En dat dat enige hoop geeft voor de toekomst. 

« Vorige paginaVolgende pagina »