Baudet is geen grutto

maart 26, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Een vriendin wilde weten wat ik van de verkiezingen vond. Zeg maar: van Baudet. Ik vroeg haar vanuit welk perspectief ze commentaar wilde. En ik voelde me meteen weer die wetenschapper die altijd hinkt tussen twee analyses: de wetenschappelijke en de politieke. Wilde ze weten wat de wetenschapper vond van verkiezingsuitslag of wilde ze de emotie van de politiek betrokken burger horen die zijn hele leven links heeft gestemd? Vooral wetenschappers die de politiek en het openbaar bestuur bestuderen, hebben last van die spagaat.

Als wetenschapper zou ik naar de context verwijzen (Trump, Brexit, gele hesjes), ik zou verwijzen naar de kloof tussen hoger- en lageropgeleiden, van wie de laatsten steeds meer het gevoel hebben niet te worden gehoord. Ik zou vaststellen dat de hoogopgeleiden in Amsterdam en Utrecht Baudet minder kansen hebben gegeven dan de laagopgeleiden in Rotterdam. Ik zou Baudet vergelijken met Wilders (minder salonfähig), met Fortuyn (zelfde vastgoedjongens en allebei pronkend met een wetenschappelijke carrière die nauwelijks de moeite waard was). 

Maar er is niet alleen een wetenschappelijk perspectief. Die overwinning van Baudet raakt me gewoon als mens. Forum voor Democratie was vorige week de grootste partij van het land. Een partij die niet alleen extreem-rechtse standpunten verkondigt, maar er ook geen enkele moeite mee heeft om heel veel feiten heel erg te verdraaien. En vooral dat laatste raakt de democratie in haar kern. Het gaat blijkbaar niet meer om het publieke debat, maar om de macht. En democratie is bij Baudet niet meer een symbool van verbondenheid maar een middel om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. En het afzetten tegen de elite wordt hier vooral gebruikt als instrument om zelf tot de nieuwe elite te worden geroepen. Dat vraagt om een reactie, vanzelfsprekend om een waardige reactie, ter bescherming van de democratie en ter bescherming van al diegenen die zich plotseling hebben te rechtvaardigen dat ze hier wonen als ieder ander.

In het wetenschappelijke perspectief gaat het om begrijpen, om Verstehen. In het persoonlijke perspectief gaat het om oordelen, om het bepalen van een standpunt. Er is nog een derde perspectief: het strategische, het perspectief van de politicus die met het fenomeen Baudet wordt geconfronteerd. Zo zal de VVD het kabinet voor 2021 moeten laten vallen om het gat op rechts niet nog groter te laten worden. Alleen al om puur strategische redenen zal de VVD een ruk naar rechts moeten maken, en de migranten zullen daarvan ongetwijfeld de dupe zijn. Maar uiteindelijk zullen alle partijen zich afvragen waarom zij in meer of mindere mate stemmen verliezen aan Baudet. Wat doet hij wel wat zij niet doen? En daarom zullen ze uiteindelijk allemaal in zijn richting opschuiven. Ook als hun persoonlijke standpunt zich daar eigenlijk tegen verzet.

Het eerste analytische perspectief heb je altijd nodig, het tweede normatieve perspectief behoor je te hebben, en je ontkomt in de politiek ook niet aan het derde strategische perspectief. Het is ook heel onschuldig om drie perspectieven naast elkaar te hanteren voor kleine onderwerpen. Denk aan het verdwijnen van de grutto uit het Friese land. Maar Baudet is geen grutto. Met Baudet heeft de Nederlandse politiek zijn onschuld verloren. En moeten het eerste en derde perspectief ons er niet van weerhouden om altijd een helder normatief standpunt te blijven innemen. 

Zijn provinciale verkiezingen voor provincialen

maart 18, 2019 by  
Filed under De Stad, Geen categorie

“Overheid, geef de provincie goed vervoer.” Het is de kop van een artikel van Franca Treur in de NRC  van afgelopen zaterdag. Ze is gevraagd om iets over de provincie te schrijven, zo vlak voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Voor Franca is de provincie blijkbaar het achterland. Ze beklaagt zich vooral over de reistijden naar Zeeland. De koppensneller begrijpt meteen welke titel bij het artikel past: “Overheid, geef de provincie goed vervoer.” De provincie, dat gaat over dorpen die krimpen, over het landelijk gebied, dus over het achterland van Nederland. Vraag een Amsterdammer naar de ‘provincie’, en hij zal het daar helemaal mee eens zijn.

Alle media, ook de NRC, hadden weken lang moeite gedaan om aandacht te schenken aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Er werd gesproken over de identiteit van de provincie. Die meestal niet bestond. Er werd gesproken over het belang van het provinciaal bestuur. Er werd ons uitgelegd dat de provincie gaat over ruimtelijke ordening, over wonen en over regionale economie. Maar iedereen die iets van het openbaar bestuur weet, weet dat de provincie gaat over de ruimtelijke ordening van de dorpen, over het wonen in de dorpen en dat de steden trekkers zijn van de regionale economie. En dat de steden zich weinig aantrekken van de provincie. 

Je ziet zo’n redactievergadering van de krant voor je. Hoe verslaan we dit jaar de Provinciale Statenverkiezingen? Een 60-jarige redacteur zegt dat de democratie belangrijk is en verzandt in een verhaal over Wilders, Baudet, Trump en Bolsaro. De anderen begrijpen zijn verhaal niet helemaal, maar begrijpen wel dat ook die verkiezingen voor de Provinciale staten iets met onze democratie te maken hebben. Dus komt er een serie over alle provincies. De twaalf provincies worden over twaalf stagiaires verdeeld. 

Dan is het werkelijk komisch dat in het laatste weekend voor de verkiezingen de provincie weer is, wat het altijd was: het achterland. In diezelfde krant stond ook al een samenvatting van al die schitterende verhalen over al die schitterende provincies. De belangrijkste conclusie: de burger voelt zich verbonden met zijn plek, met zijn stad, met zijn dorp, met zijn polder, met zijn kanaal, maar niet met een provincie. De provincie is van niemand. 

Toch verdient het pleidooi van Franca Treur weerwoord. Haar verhaal is typisch het verhaal van een stedeling die elk half jaar heel veel tijd kwijt is om haar ouders in Zeeland te bezoeken. ‘Wij’ gaan op de fiets naar Hoppe en het Concertgebouw. ‘Wij’ brengen onze kinderen in de bakfiets naar het Barleus. Maar al die mensen ‘in de provincie’ vinden het helemaal niet erg ze zo ver van de stad wonen. Daarmee zijn ze ook zalig onbereikbaar voor al die praatjes-makende stedelingen, die met hun praatjes vooral onze rust verstoren. Nee, het zou inderdaad goed zijn als bij de Provinciale Statenverkiezingen alleen de provincialen komen stemmen.

Succesvol #klimaatbeleid dichtbij

maart 13, 2019 by  
Filed under artikel

Veel negatieve en sombere berichten over de doorrekening van het Klimaatakkoord door PBL en CPB. Dat politieke partijen en milieubeweging hun kaarten nog even tegen de borst houden begrijp ik goed. Maar dat ook kranten een sombere toon aanslaan, daar begrijp ik niets van. 

Het doel is: 49% CO2-reductie in 2030. De huidige plannen voorzien in een reductie van 43 tot 51%. Oké, dat is wellicht te weinig. Maar de CO2-belasting voor bedrijven, waartoe het kabinet inmiddels heeft besloten, zit nog niet het pakket. Deze enorme opgave van een halvering van de CO2-uitstoot is dus gewoon binnen handbereik. Ik weet het, er zijn nog veel onzekerheden, maar wie had 5 jaar geleden kunnen denken dat er nu concrete plannen op tafel liggen die zo’n enorme impact hebben op de CO2-uitstoot en daarmee op het klimaat? Bovendien heeft het kabinet zich al aan die 49% gecommitteerd.

Nog meer verrast was ik over de financiële gevolgen van het Klimaatakkoord. Het hele akkoord kost de overheid 1,6 – 1,9 miljard euro per jaar, veel minder dan het PBL vorig jaar nog had berekend. [Waar blijft kletsmajoor Baudet met zijn € 1000 miljard?] En voor die 1,6 – 1,9 miljard euro per jaar krijgen we niet alleen een beter klimaat, maar ook een transitie van de economie die voor meer werkgelegenheid en meer economische groei zal zorgen. En het vestigingsklimaat voor bedrijven wordt op geen enkele wijze geschaad.

En dan de kosten voor de burger: 0,4% in 2030! Natuurlijk melden sommige kranten al weer dat het om 1,5% gaat (dan nemen ze allerlei andere klimaatmaatregelen ook mee), maar het Klimaatakkoord op zich, al die 600 voorstellen, kosten de burger slechts 0,4% van zijn inkomen. Hoeveel zal dat inkomen intussen door economische groei zijn gestegen? 

We zijn nog maar een stappen verwijderd van een succesvol klimaatbeleid!

Aardbevingen in Groningen en bellenblazen in Den Haag

maart 8, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Er komt een parlementaire enquête over de aardbevingen in Groningen. Om het vertrouwen van de (Groningse) burger in de overheid te herstellen. Zo luidt het motief van de Kamer. Ik gebruik het begrip Haags kaasstolp niet graag, vooral omdat ik niet graag afgeef op Den Haag. Maar hier is echt sprake van bellenblazen in de kaasstolp. 

Wat is namelijk het geval? De parlementaire enquête zal pas starten als met het afhandelen van de schadeclaims en met het versterken van de huizen voortgang wordt gemaakt. Hoe cynisch wil je het hebben? Al jaren wachten de Groningen op het afhandelen van hun schadeclaims en op het versterken van hun huizen. Elke schadeclaim lijkt tot op heden te verzanden in bureaucratie en vooral in deskundige tegenwerking. Elk huis dat moet worden versterkt wordt elke keer op een andere wachtlijst geplaatst. Dus als dat plotseling allemaal wel zou lukken, krijgen we een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burgers in de overheid terug te winnen. 

Nee, het is nog cynischer. Ik hoor een braaf Kamerlid voor de radio vertellen dat die schadeclaims voortvarend zullen worden afgehandeld als een nieuw Instituut Mijnbouwschade in het leven is geroepen. Daarvoor hadden we het Tijdelijk Instituut Mijnbouwschade. Daarvoor hadden we het Centrum Veilig Wonen. En daarvoor klooide de NAM zelf maar wat aan met de burgers. In alle gevallen bleven de claims op een bureau liggen. En het brave Kamerlid belooft dat alles beter wordt als de Groningers weer met een ander instituut worden geconfronteerd. En voor de versterking van huizen moet volgens hetzelfde brave Kamerlid ook een nieuw instituut het licht zien. De  NCG, de nationaal coördinator Groningen (ofwel Hans Alders) was de afgelopen jaren daarvoor verantwoordelijk. Bij de NCG werken 250 ambtenaren die veel meer kosten dan inmiddels aan de versterking van huizen is uitgegeven. Die ambtenaren moeten blijkbaar eerst worden overgeplaatst naar een nieuw instituut voordat ze gaan doen waarvoor ze al jaren zijn aangesteld. 

Gelooft u het? Het afhandelen van schadeclaims en het versterken van huizen komt echt op gang als die twee nieuwe instituten van start zijn gegaan. Nieuwe huisvesting, nieuwe meubels, een nieuwe directeur, een nieuw Organisatie- & Formatierapport, oude medewerkers worden opnieuw benoemd, een nieuwe Ondernemingsraad, nieuwe bevoegdheden op basis van nieuwe wetgeving. Oh ja, en een nieuwe Raad van Toezicht (als voorzitter wordt gezocht in de kringen van Wallage, Kamminga, Alders, Hermans, Nijpels en Pechtold). En dat moeten we allemaal geloven van een braaf Kamerlid dat schuldbewust opmerkt dat hij “dit dossier” ook nog maar vanaf vorige zomer “doet”. 

En als we dat allemaal hebben gehad, komt er een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen. Om vast te stellen wat er fout is gegaan. Het antwoord weten we al: veel. 

Als ik Groninger was hoefde die enquête voor mij niet zo nodig. Als ik Groninger was had ik ook geen behoefte aan weer een paar nieuwe instituten. Als ik Groninger was zou ik graag willen dat mijn schade eindelijk eens, en ruimhartig zou worden vergoed en dat mijn huis zou worden versterkt om toekomstige schade te voorkomen. Als ik Groninger was zou ik willen dat niet altijd over over mij werd besloten, maar dat ik zelf het heft in handen mocht nemen. En als ik Groninger was, was ik het vertrouwen in de overheid al lang kwijtgeraakt. 

[verschijnt in Trouw van 20 maart 2019]


Zwerfkeien horen in #Drenthe

februari 27, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Het was een vage man. Het was een vaag gesprek. Op een vage zender. Maar ik hoorde Drenthe en moest dus wel luisteren. De vage man (Man) had een zwerfkei (Kei) geadopteerd. De Drentse gemeente met de meeste zwerfkeien, Odoorn-Borger, was zo vriendelijk geweest om een zwerfkei af te staan. En nu zamelde Man geld in om Kei weer naar huis terug te brengen. Ergens in Zweden. Man was er al een keer geweest. En had veel broertjes en zusjes van Kei ontmoet. Daarom wist bij zeker dat Kei daar vandaan kwam.

Dit is geen grappig verhaal, het is een verhaal met een grote symboliek. Ik kan het weten. Ik kom uit Drenthe. En bij ons staat op elke Brink een zwerfkei. Die staat er al jaren. Misschien al eeuwen. Hij is van ons. Hij staat voor onze cultuur. Ellert en Brammert. Hunebedden. Hij staat voor onze volksaard. Achterdochtig, zwijgzaam en niet van zijn plek te krijgen. We kijken nooit naar die kei, maar we zien hem altijd. Zo’n kei verplaats je niet. En al zeker niet naar Zweden. Er klinkt dan ook fel protest uit Drenthe. Kei hoort bij ons. Kei mag niet weg. Gelukkig is het geld nog niet binnen. Man had € 3,50 nodig om Kei voor elke meter van zijn verre reis. 

Man vertelde ook dat Kei wel 200.000 jaar oud kon zijn. 200.000 jaar onverzettelijkheid. Ergens in een IJstijd was hij van Zweden naar Drenthe gerold. Kei heeft dat niet alleen meegemaakt. Maar Kei weet het ook nog. Want Kei heeft een geheugen. En die gedachte wordt breed gedeeld. Zoals sommigen met bomen kunnen praten, zo praat elk dorp met zijn eigen kei. Hij is meer dan een steen, hij is een persoon. Een kei hoort bij een dorp als een hond bij een boerderij. Of een schaap op de hei. Hoeveel mensen bewaren er geen baby-keitjes? Om ze af en toe te strelen? Hoeveel stenen zouden elke week in de vensterbank worden afgestoft? 

Dat gesjouw met Kei naar Zweden heeft dan ook een diepere laag. In feite wordt hier een adoptiekind naar zijn ouders teruggebracht. Alleen, ook deze remigratie zal uitlopen op een teleurstelling. Het contact met biologische ouders verloopt moeizaam of ze zijn zelfs onvindbaar. Kei went niet meer aan het Zweedse klimaat. Hij kent de taal niet. En als symbool van de Drentse cultuur heeft hij grote moeite met de Zweedse cultuur. Zoals echte adoptiekinderen zal ook Kei teleurgesteld terugkeren. Ik hoop dat bij de crowdfunding ook met de terugreis rekening is gehouden.

Eigenlijk staat Kei niet alleen symbool voor onze Drentse cultuur, maar ook voor een geslaagde integratie. Kei spreekt Drents. Hij is onderdeel van ons bestaan geworden. Niemand zeurt nog over een dubbele nationaliteit. Niemand wil geboren keien nog scheiden van zwerfkeien. Bij hem zeurt slechts één kunstenaar over remigratie. En misschien doet hij dat vooral om te laten zien hoe succesvol integratie kan zijn. Ik roep elke weldenkende Nederlander op om geen cent voor dit project te doneren. 

Onschuldig planbureau treft toch blaam #PBL

februari 22, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Ik kan het slecht hebben, dat gekanker op een planbureau. En zeker gekanker op het PBL, waar ik zoveel goede en integere onderzoekers ken. Maar als je de media op dit moment volgt, ontkom je er niet aan. Onze energierekening blijkt veel hoger uit te komen dan het kabinet ons had beloofd en Wiebes was zo slim om niet alleen spijt te betuigen maar ook om meteen de schuld door te schuiven naar dat planbureau. Vervolgens wist een kiene journalist zich te herinneren dat die prognoses over elektrische auto’s van het PBL ook al niet bleken te kloppen en het beeld was duidelijk. “Die modellen deugen ook nooit”. “How to lie with statistics”. Etcetera. 

Is het PBL hier iets te verwijten? Laten we eerst vaststellen dat het kabinet zich welbewust op verouderde cijfers heeft gebaseerd, omdat die nog enigszins te verkopen waren. Laten we ook nogmaals vaststellen dat het kabinet met graagte de schuld heeft doorgeschoven naar het PBL. Twee goede redenen om het kabinet een verwijt te maken. 

Maar er is ook een andere kant. Wie iets van politiek begrijpt, weet dat politici zo handelen. Politiek gezien was het handelen van het kabinet heel rationeel. Je gebruikt de cijfers die jou het beste uitkomen en je legt zo snel mogelijk de schuld bij een ander, als blijkt dat je de verkeerde cijfers hebt gebruikt. Zo werkt dat in Den Haag.

In dat opzicht mogen er wel vragen worden gesteld bij het handelen van het PBL. Geen vragen over modellen, dat is veel te goedkoop. Ook geen vragen over verouderde cijfers. Wel vragen bij de politieke alertheid van het PBL. Wel vragen bij de politieke inschattingen die het PBL maakt. Ik trek geen conclusies, omdat ik niet weet wat achter de schermen is gebeurd. Maar ik heb wel vragen. 

Op een bepaald moment is besloten om in 2018 geen nieuwe prognoses te maken van de energielasten. Op dat moment had het PBL kunnen weten dat het kabinet zich in 2019 op verouderde cijfers zou gaan baseren. Is het PBL zich daarvan daadwerkelijk bewust geweest? Heeft het PBL het kabinet vervolgens daarvoor gewaarschuwd? En waarom heeft het PBL niet meteen toen het kabinet uitspraken deed over de verwachte stijging van de energieprijzen in 2019, publiek gemaakt dat die prognoses op verouderde cijfers waren gebaseerd? Ik weet dat je met die laatste actie geen vrienden maakt in de politiek. Maar binnenskamers kan je er in ieder geval mee dreigen. 

Politici zijn briljant in schaken. Ze weten vaak precies wie er na vier zetten de schuld krijgt. Wetenschappers zijn goed in rekenen en zeggen hoogstens dat ze te weinig tijd hebben om hun sommen af te maken. Maar ik vrees dat het PBL niet in problemen was gekomen, als het iets beter had voorzien wanneer het in de toekomst ten onrechte in het verdomhoekje zou terechtkomen. Eigenlijk zit je in Den Haag altijd verkeerd als je de schuld krijgt, hoe onterecht die schuld ook is.

[zie ook: Wat is een planbureau]

Minister, #Schiphol vraagt om een redenering

februari 18, 2019 by  
Filed under artikel

Cora van Nieuwenhuizen heeft haar besluit al genomen. Schiphol moet alle ruimte krijgen om door te groeien en Lelystad gaat open. Soms is het moeilijk om je in de gedachtengang van een ander te verplaatsen. Ik geef toe: ik heb nog nooit VVD gestemd. Toch vraag ik me af of deze minister een gedachtengang heeft. Zou er één diepere gedachte liggen onder deze verkiezingspraat?

Lelystad was ooit bedoeld als overloop van Schiphol. Vakantiegangers zouden voortaan van Lelystad vliegen, opdat Schiphol binnen de gestelde grenzen wat meer ruimte zou krijgen voor de interessante zakenreizigers. Inmiddels heeft de EU een stokje gestoken voor die overloop-gedachte. Als Lelystad opengaat moeten daar ook andere vliegmaatschappijen  kansen krijgen. Dus met Lelystad erbij zal het vliegverkeer boven Nederland alleen maar toenemen. Het lijkt me inderdaad een heel logische gedachte om Schiphol dan ook maar van het slot te halen. 

Mag ik de minister helpen met nadenken? Laat ik fundamenteel beginnen. Waartoe dient een minister, een kabinet, een overheid? Niet alleen om het bedrijfsleven te dienen. Schiphol, KLM, Air-France, etc. Daarvoor is de wereld te complex. Een overheid moet tegengestelde belangen afwegen. En die heb je rondom vliegvelden in overvloed. Schiphol veroorzaakt veel overlast voor omwonenden. Alle partijen zijn het erover eens dat sinds 2008 de geluidsoverlast is toegenomen. Niet alleen in ervaren hinder maar ook uitgedrukt in decibellen. Maar Schiphol is ook van groot belang voor de Nederlandse economie. De economische voordelen van Schiphol hangen sterk samen met de hub-functie van Schiphol. Niet vanwege al die transfers, maar wel vanwege het grote aantal bestemmingen dat vanaf Schiphol rechtstreeks te bereiken is. Dat maakt Schiphol aantrekkelijk, dat trekt bedrijven aan. 

Dus: hoe gaan we overlast tegen (ja, minister, ook dat is uw verantwoordelijkheid) en hoe behouden we de hub-functie? Let wel: die hub hadden we ook al bij 450.000 vliegbewegingen, ook al bij 400.000 vliegbewegingen en ook al bij 350.000 vliegbewegingen. Dus daarvoor hoeft Schiphol echt niet te groeien. Ik durf nog wel een stap verder te gaan. Door het aantal vliegbewegingen van Schiphol te limiteren bij 500.000 wordt Schiphol gedwongen om keuzes te maken. Voor zakenreizigers en tegen Chinese toeristen die de Amsterdamse binnenstad verstoppen. Voor een nog beter vliegveld en tegen toeristen die vaak geen idee hebben waar ze zijn. 

En mevrouw de minister, er is nog een groter belang: het klimaat. Vliegtuigen veroorzaken een enorme CO2-uitstoot, zonder dat er sprake is van enige belasting. Vandaar die belachelijke tarieven in de luchtvaart. En natuurlijk moet die CO2-uitstoot vooral worden tegengegaan door de uitstoot te belasten. Dat zal ook gaan gebeuren. Daardoor zal de luchtvaart ongetwijfeld pas op de plaats maken. Maar we kunnen in ieder geval nu een eerste stap zetten door de groei van Schiphol een halt toe te roepen. 

Zijn dat misschien enkele gedachten, minister, die u kan gebruiken? Wellicht komt u zo tot een gedachtengang vóórdat u uw standpunten publiek maakt. 

Wethouder Adriaan Visser als symptoom van zieke cultuur

februari 12, 2019 by  
Filed under De Stad, Geen categorie

Adriaan Visser heeft zijn conclusies getrokken. Hij stapt op als wethouder van Rotterdam, omdat publiek is geworden dat hij (vertrouwelijke) stukken naar de pers heeft gelekt. Het was een (doorzichtige) poging om een onderzoek van de lokale rekenkamer te neutraliseren. Inmiddels is bekend geworden dat ook anderen bij dit lekken betrokken waren. Een raadslid, en mogelijk een andere wethouder. Hier lijkt sprake van een strategie. Het lek van Visser als symptoom van een zieke cultuur.  

De gemeente Rotterdam heeft een uitstekende lokale rekenkamer, met Paul Hofstra als een uitstekende directeur. Het fenomeen van de lokale rekenkamer bestaat nog niet zo lang. Met als doel: het toezicht op het gemeentelijk bestuur te versterken. Alles wat niet door de gemeenteraad wordt gezien (of door tijdgebrek blijft liggen) kan door de lokale rekenkamer worden opgepakt en worden onderzocht. Hoera, voor de lokale democratie. 

Vanzelfsprekend kan er enige spanning ontstaan in de relatie tussen een lokale rekenkamer en het College van Burgemeester en Wethouders. Iedereen weet dat toezicht belangrijk is, maar niet altijd leuk. Juist daarom moet een College van B&W de eigen rekenkamer altijd met respect behandelen. En blijven uitdragen dat de lokale rekenkamer nuttig werk doet, ook als de conclusies politiek even niet uitkomen. In Rotterdam schort het daar al jaren aan. Vorig jaar dreigde het college zelfs naar de rechter te stappen om de publicatie van een concept-rapport van de Rekenkamer (dat vernietigend was over de beveiliging van burgemeester Aboutaleb) tegen te gaan. Ja, men heeft op het stadhuis in Rotterdam blijkbaar soms een opmerkelijke democratie-opvatting. 

Zo was het ook geenszins verrassend dat het Rotterdamse College onlangs weer frontaal de aanval zocht met de lokale rekenkamer. Dit keer ging het om een onderzoek naar het Schieblok (nabij Rotterdam CS), waar vele miljoenen overheidsgeld zijn verdampt door discutabel gemeentelijk beleid. Toeval wil dat dezelfde Visser indertijd als topambtenaar van de gemeente Rotterdam directe bemoeienis met het Schieblok had. Een bemoeienis die dus weinig succesvol is geweest. 

Natuurlijk, het was pijnlijk, het was ingewikkeld. Het was moeilijk om te verdedigen in de gemeenteraad. Maar in plaats van zich voor te bereiden op het debat met de gemeenteraad besloot Visser (en besloten anderen?) om het onderzoek van de Rekenkamer in een kwaad daglicht te stellen door vertrouwelijke stukken naar de pers te lekken. Met name om het negatieve beeld over topambtenaar Visser te doen kantelen. Dit was dus niet voor het eerst, het was een patroon. Alles leek ook dit keer geoorloofd om de lokale rekenkamer het werken onmogelijk te maken. Zelfs georganiseerd lekken van vertrouwelijke stukken. Let wel: de lokale rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat een belangrijke functie vervult in de lokale democratie. Zoals nu andermaal is gebleken. 

Dit stinkt. Hier valt niet één wethouder op onhandigheid. Hier wordt stelselmatig een lokale rekenkamer kapot gemaakt en wordt blijkbaar geen middel geschuwd. Waar dat gebeurt moet niet één wethouder vallen, maar is iedereen verantwoordelijk voor een verziekte politieke cultuur. 

De commissie Remkes: verstandig, gedegen en oud

februari 11, 2019 by  
Filed under Geen categorie

De commissie Remkes heeft ons parlementair stelsel doorgelicht. Het resultaat is een eindrapport van bijna 400 pagina’s. Zeer gedegen, zeer goed gedocumenteerd. Conclusie: de parlementaire democratie in NL functioneert “behoorlijk goed. Zeker internationaal vergeleken. “De kern is stevig.” Maar er zijn wel problemen. Met name de ‘inhoudelijke representatie’ in het parlement moet beter. Het parlement is de wereld van de hoger-opgeleiden, en daarin worden de lager-opgeleiden te weinig gerepresenteerd. Om die reden pleit de commissie dan ook, in mijn ogen terecht, voor het invoeren van een bindend correctief referendum. Burgers moeten de kans krijgen om wetten die in de Kamers zijn aangenomen terug te draaien. Dus geen adviserend referendum, zoals we die een aantal jaren hebben gekend. Maar gewoon bindend. Dat referendum is van belang omdat juist de lager-opgeleiden daarin kansen zien om gehoord te worden. 

Minder overtuigend vind ik het voorstel om de kabinetsformateur door de bevolking te laten kiezen. In het voorstel van de commissie is dit vooral een wassen neus omdat de Kamer drie maanden na de verkiezingen een andere formateur mag aanwijzen. Misschien heeft de commissie wel gelijk om vast te houden aan ons (vage) stelsel waarin Kamer en regering niet werkelijk tegenover elkaar staan. En om niet over te stappen naar een Angelsaksisch systeem van grote tegenstellingen. Maar die gekozen formateur voor drie maanden is van tweeën niks. 

De commissie meent ook dat de democratische rechtsstaat beter moet worden gestut. Het is niet helemaal duidelijk waarom de commissie die mening is toegedaan, hoe wijs die mening ook is. Er wordt vaag verwezen naar populisme, naar Trump en Brexit. Maar voor het overige straalt de commissie vooral rust uit. En is het blijkbaar toch verstandig om de leden van de Hoge Raad voortaan niet meer op voordracht van de Kamer te benoemen en om de wetten in een Constitutioneel Hof (ex post) te toetsen aan de grondwet. En toch: verstandige voorstellen. 

Misschien is dat wel mijn belangrijkste bezwaar tegen het rapport van de commissie Remkes. Het is allemaal heel verstandig. Het rapport kent een lange waslijst aan aanbevelingen (van het invoeren van het terugzendrecht voor de Eerste Kamer, waardoor de Eerste Kamer voortaan geen plannen van de Tweede Kamer meer kan tegenhouden, maar alleen kan vertragen tot het veranderen van het curriculum van het onderwijs op de middelbare scholen). En al die aanbevelingen hangen samen met een lange waslijst van kleine en grote problemen. Maar echt spannend is het niet. En dat komt omdat de echte analyse van de staat van de democratie ontbreekt. 

Misschien moet ik wel zeggen: het is me te weinig sociologisch en te veel politicologisch. Politicologen weten goed wat er in al die parlementen in de hele wereld gebeurt, maar te weinig wat er in de samenleving speelt. Welke veranderingen doen zich voor in die relatie tussen parlement en samenleving? Wat betekent die democratie in de samenleving. Van commissielid Tom van der Meer heb ik geleerd dat het grote probleem van de huidige democratie toch vooral erin is gelegen dat de politieke partijen hun verbindende rol tussen de samenleving en Den Haag zijn kwijtgeraakt. Politieke partijen zijn steeds meer ‘merken’ geworden en steeds minder vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen. Het is ook vaak die kwaliteit die politici in gemeenteraden, colleges van burgemeester en wethouders en parlement missen. In dit verband komt de commissie niet verder dan het voorstel voor een wet op de politieke partijen (PVV mag niet meer, want een partij moet voortaan een vereniging zijn). 

Ik lees ook veel te weinig over de toekomst. Ja, ik lees veel over sociale media, maar lees daar meer angst dan een toekomstbeeld. Zijn sociale media nu een interessante nieuwe plaats voor maatschappelijk debat? Of wordt er maar wat geroepen? Maar was het Vrije Volk met zijn voorspelbare PvdA-mening dan een interessanter fundament voor de democratie? Zijn sociale media vooral een gevaar voor de democratie of een kans?

Ik zou zeggen: laten we al die aanbevelingen maar uitvoeren. Maar of we dan ook toekomstbestendig zijn is zeer de vraag. En dan rest ook slechts één prangende vraag: waarom bestaat zo’n commissie die ons parlementair stelsel op de toekomst moet voorbereiden uit acht mannen en vrouwen, van wie er zes de 60 al (ruimschoots) zijn gepasseerd?

De lokale politiek is nauwelijks interessant

februari 6, 2019 by  
Filed under artikel, De Stad

De gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar zijn geanalyseerd. In een mooi rapport, onder de titel Democratie dichterbij. Een keur aan goede onderzoekers hebben eraan bijgedragen. De uitkomsten zijn verrassend voor degenen die in de lokale democratie nog altijd de ware democratie willen zien. De algemene indruk laat zich namelijk simpel samenvatten: burgers zijn tevreden over hun gemeente en burgers hebben weinig interesse in de lokale politiek. En dat laatste geldt voor jongeren nog meer dan voor ouderen.

Natuurlijk we wisten al dat de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen niet hoger was dan 55%, terwijl meer dan 80% van de kiezers opkomt voor de Kamerverkiezingen. Maar dat kan je nog relativeren door te wijzen op de grote belangstelling van de (landelijke) media voor de Kamerverkiezingen. Die relativering is niet op zijn plaats: burgers vinden de landelijke politiek gewoon (veel) belangrijker dan de lokale. Niet de lokale maar de landelijke democratie is het hart van de democratie in Nederland. 

Is dat nu echt verrassend? Nee. Gemeenten zijn immers vooral uitvoerders van Rijksbeleid. Omdat dat efficiënter en effectiever is. En over die uitvoering zijn de burgers tevreden. Maar daarmee is de gemeente politiek niet meteen interessant. Want de grote beslissingen worden elders genomen. Het Rijk bepaalt de hoogte van de bijstand en bepaalt of een wederprestatie is vereist. De gemeente bepaalt of u voor die bijstandsuitkering in aanmerking komt. 

Daarom is het meest verrassende aan het rapport dat het de gemeente steeds tegenover de rijksoverheid plaats, de lokale verkiezingen tegenover de Kamerverkiezingen. Terwijl in Den Haag het politieke debat wordt gevoerd over wat gemeenten straks moeten gaan doen. 

« Vorige paginaVolgende pagina »