Twaalfde Triomf van de stad start in oktober 2020

mei 18, 2020 by  
Filed under De Stad, Geen categorie, Voorpagina

Sinds 2012 organiseren Karen Ephraim en ik de leergang Triomf van de Stad. Een prachtige leergang met veel topwetenschappers én met veel praktijkmensen. Geheel ontworpen voor stedelijke strategen. Over de ontwikkeling van de steden en over het antwoord dat de overheid daarop zou kunnen geven. Sinds 2012 hebben 11 groepen van 10-16 deelnemers de leergang gevolgd. De belangstelling lijkt alleen maar toe te nemen. Voor ons is het elk jaar inspirerend, omdat we steeds weer nieuwe leuke en interessante cursisten leren kennen. We gaan na dit jaar dan ook vanzelfsprekend door met de 12e editie. Te starten in oktober 2020. De folder is hieronder te lezen. Als corona het toelaat zien we elkaar op: 8-9 oktober 2020, 12-13 november 2020, 10-11 december 2020, 7-8 januari 2021, 11-12 februari 2021, 18-19 maart 2021. Wacht niet te lang met aanmelden. Er is volop belangstelling. Én we willen voldoende tijd hebben om de leergang corona-proof aan te bieden.

Of zie hier de pdf:

Deel dit bericht:

Waartoe is minister Slob op aarde #OCW

mei 12, 2020 by  
Filed under Geen categorie

Minister Slob vindt het niet goed dat een school in Amersfoort eigenhandig de examencijfers verhoogt (met als enige reden dat het centraal examen is komen te vervallen). Het verwart me: hebben we daar een minister voor? Achter de verwarring gaat een andere vraag schuil: waarom hebben we eigenlijk een minister van OCW?

Het doet me denken aan een cursus die ik een aantal jaren geleden met Karen Ephraim mocht geven aan medewerkers van het departement van OCW. Het is onze expertise om departementen te vertellen wat ze met kennis kunnen doen. Zoals we ook graag aan onderzoekers vertellen wat zij voor het beleid kunnen doen. 

In de voorgesprekken werd ons verteld dat het departement van OCW erg weinig kennis gebruikt. Ik zal de anekdote niet gauw vergeten: de directeur-generaal vertelt in de Bestuursraad altijd over zijn dochter in 4 Gym. “En daarop is ons beleid gebaseerd.” Onze cursus moest dus in het teken staan van n=1. En die ene was de dochter van de d-g.

We gingen drie dagen aan de slag. En gelukkig viel het mee: niet alleen de private ervaringen van de directeur-generaal bleken het beleid te bepalen, het beleid werd ook onderbouwd door de al evenzeer private ervaringen van de (lagere) beleidsmedewerkers. De meeste deelnemers aan de cursus hadden jonge kinderen en de schoolervaringen van hun kinderen vormden tezamen de belangrijkste kennis aan onze tafel. En op het departement.

Maar er viel nog veel meer op. Het leek alsof elke cursist zich vooral bezighield met 1 casus. Dus “n=1” moesten we ook op die manier begrijpen! Zo vertelde een cursist dat hij een school in Winterswijk toestemming moest verlenen om voortaan meer Duits te geven. Dat zou belangrijk zijn voor leerlingen die later over de grens gingen werken (hetgeen ze in de praktijk nagenoeg niet doen, maar dat wist de cursist nou weer niet). Inderdaad, dat mocht de school in Winterswijk niet zelf beslissen, daarvoor had de school toestemming nodig van dat immense departement in Den Haag. Ja, er zijn mij in mijn leven niet meer schellen van mijn ogen gevallen dan tijdens die drie cursusdagen met beleidsmedewerkers van OCW. 

Mijn vraag aan de cursist luidde: “Hoe besluit je nu of die school meer uren aan Duits mag besteden?” De cursist meldde dat daar geen beleid voor was en dat je in zo’n geval zelf beslist. 

Aan het einde van de drie dagen concludeerden de cursisten lachend dat het beleid bestaat uit het behandelen van casussen en dat het antwoord van het departement geheel afhankelijk is van de toevallige ambtenaar die de casus op zijn bord krijgt. 

Er was dus geen kennis en er was geen beleid. 

Vanzelfsprekend riep ik op een gegeven moment: “Maar waartoe zijn jullie op aarde?” Het antwoord op die vraag leek ingestudeerd: het ministerie van OCW zorgt voor ‘goed onderwijs’. Wellicht omdat niemand daar tegen kan zijn. Toch stelde ik de vraag: “Wat is dan ‘goed onderwijs’?” En toen kwamen alle private ervaringen en alle private opvattingen weer ter tafel. En waren we dus weer terug bij Af. 

Het ministerie van OCW gebruikte dus geen kennis, had geen beleid en de minister had blijkbaar ook geen doelen. 

Het lijkt hilarisch, maar dat is het niet. Want de ongelijkheid van kansen in het onderwijs neemt de laatste jaren weer snel toe. Terwijl het gemiddelde niveau van onze leerlingen internationaal gezien snel daalt. Om maar twee dingen te noemen.

Je vraagt je dan ook af waarom het ministerie niks aan die grote  kansenongelijkheid in het onderwijs doet. Je vraagt je af waarom het ministerie er niet voor zorgt dat de leerkrachten alle ruimte krijgen om goed onderwijs te geven. Bijvoorbeeld door te snijden in al die bestuurslagen tussen het departement en het leslokaal. En in al die circulaires die het ministerie elke dag het land instuurt. Dat zou ik ‘beleid’ noemen. 

Nee, dat doet het ministerie niet. Zelfs de minister bemoeit zich met individuele scholen in Amersfoort. Want de directeur-generaal had verteld dat zijn dochter het “gemeen” vond dat de examencijfers op die school “zo maar waren verhoogd.”

Deel dit bericht:

De Partij van de Zekerheid #PvdA

mei 8, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

[De commissie van de PvdA die het verkiezingsprogramma moet schrijven, vroeg aan haar leden input. Ik schreef bijgaande tekst]

Hoe de PvdA een partij voor kosmopolieten werd

De Partij van de Arbeid was vroeger de partij van de intelligentsia én van de arbeiders. Joop den Uyl was geliefd onder studenten en in de Schilderwijk van Den Haag. Toen het minder ging met de partij spraken we over de ‘spagaat’ waarin de partij was terecht gekomen. Blijkbaar lukte dat verbinden van die bevolkingsgroepen niet meer zo goed. Maar in 2017 is de partij het contact met de traditionele achterban onder modaal kwijtgeraakt, en bleven slechts een aantal links-georiënteerde kosmopolitische kiezers over. 

Dat is treurig, maar niet erg verrassend als we zien welke politiek de PvdA voorstaat ten aanzien van de grote ontwikkelingen die we meemaken: globalisering, migratie, klimaat en neo-liberalisme. Zo staat de PvdA positief tegenover internationalisering en globalisering. Zo wil de PvdA veel gastvrijheid uitstralen naar de buitenwereld, zo wil de PvdA de klimaatverandering bestrijden en zo heeft de PvdA het neo-liberalisme te lang omarmd. 

Dat sprak kosmopolieten allemaal aan. De kosmopolieten zijn relatief veel in het buitenland, of op het buitenland georiënteerd. Ze volgen de Amerikaanse verkiezingen beter dan hun eigen verkiezingen en ze slaan geen jaar over voor het maken van een stedentrip. De kosmopolieten raken hun baan en hun woning niet kwijt aan migranten, eigenlijk komen ze ze nauwelijks tegen, tenzij het over ‘expats’ gaat, die om die reden dan ook niet ‘migrant’ worden genoemd. De kosmopolieten maken zich zorgen over het klimaat en hebben voldoende geld om zonnepanelen aan te schaffen; hun huizen zijn sowieso al beter geïsoleerd. De kosmopolieten zijn hoogopgeleid en weten de laagste zorgpremie in de wacht te slepen, niet zelden bij een verzekeringsmaatschappij die speciaal voor hen is opgericht. Ze beschikken al met al om de vaardigheden waar marktwerking om vraagt.

Wellicht klinkt het allemaal een beetje cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Ik ben zelf ook een kosmopoliet die de Amerikaanse verkiezingen op de voet volgt en verzekerd is bij Promovendum. En ben nog links ook. Zo ‘links’ zelfs dat ik het een tijdje bij GroenLinks heb geprobeerd. Toch voelde ik me daar niet thuis, omdat hun denken over een duurzame wereld en over migratie helemaal losgezongen leek van de mensen die afhankelijk zijn van de politiek voor een zeker bestaan en voor gelijke kansen. 

Hoe de PvdA de oude achterban verloor

Ik probeer slechts te duiden daarom de PvdA nog wel kosmopolitische kiezers trekt, maar het contact met die brede achterban beneden modaal totaal is kwijtgeraakt. En het argument dat de traditionele arbeider ook is verdwenen, doet hier geen opgeld. Want we zijn ook de mensen die van een uitkering moeten leven, ook de politiemannen, ook de verpleegkundigen, ook de lagere ambtenaren, ook de leerkrachten, ook de brandweerlieden, etc., etc., kwijtgeraakt. Om de simpele reden dat zij heel anders aankijken tegen globalisering, migranten, klimaat en neo-liberale politiek. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die globalisering. Velen van hen zijn er in de laatste decennia niet of nauwelijks in inkomen erop vooruitgegaan. En waar de wereldhandel bloeit neemt de druk op de banen aan de onderkant toe. Vaak resteert niet meer dan een flex-baan, zonder zekerheid. Of denk aan de bejaarden die pensioenen zien krimpen terwijl de internationale bedrijven zich met instemming van de regering schuldig maken aan belastingontduiking. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die migratie. Het gaat vaak om hun banen en om hun huizen. Het gaat ook om hun belastingcenten waaruit uitkeringen voor migranten moeten worden betaald. Het gaat om de sfeer in hun straat. Zij voelen zich vervreemd, ook als hun Zwarte Piet niet meer zwart mag zijn. Aan hen zijn veel zekerheden ontnomen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die klimaatverandering. Als je een laag inkomen hebt maak je je eerder zorgen over de hogere energielasten en over de hogere huren omdat je woning energieneutraal wordt gemaakt, dan over die 1,5 graad opwarming waarmee je kleinkinderen te maken krijgen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van al die marktwerking. Zij missen vaak de bureaucratische vaardigheden, ze kennen het woord niet eens. Zij missen vaak de handigheid om er net beter uit te komen. Ze zien wel dat de woningcorporaties zijn uitgekleed en te weinig geld hebben om hun wijken op te knappen. Ze zien dat het onderwijs langzaam is uitgekleed en dat de kansenongelijkheid in het onderwijs weer snel toeneemt. En als ze in het onderwijs werken, of in de zorg, zien ze alle eindeloze bureaucratie die het gevolg is van die marktwerking. 

De PvdA moet echte zekerheden bieden

Ik begrijp dus wel waarom al die mensen geen PvdA meer stemmen. Maar dat is heel treurig. Want de vraag is natuurlijk niet primair hoe we die kiezers weer kunnen terugwinnen voor de PvdA. 

De vraag is hoe de PvdA alle mensen die dat nodig hebben, zekerheid kan verschaffen en gelijke kansen in deze samenleving. 

Het nieuwe verkiezingsprogramma zal daarom vooral zekerheid en kansen moeten bieden aan al die grote groepen beneden modaal die steeds minder zekerheid en steeds minder kansen hebben. En misschien halen we deze kiezers daarmee ook weer terug bij onze partij. Als bij-effect. 

Hoe bieden we meer zekerheid, hoe geven we meer kansen? De PvdA heeft op dit gebied een lange traditie. Maar die traditie stond wel altijd in het teken van ‘verheffen’. Wij meenden van afstand te kunnen bepalen wat ‘goed’ voor mensen was. Terwijl ‘zekerheid’ een heel subjectief begrip is, en ook het ‘waartoe’ bij gelijke kansen door de betrokkene zelf zal moeten worden ingevuld. Het aloude verheffen is niet meer van deze tijd. Zekerheid en kansen elitair invullen, gaat voorbij aan de werkelijke behoeften van mensen. Dat betekent dat de PvdA zich moet verstaan met de behoefte aan zekerheid zoals die bij velen beneden modaal zelf wordt gevoeld. 

Dus de vraag moet zijn: wat betekent globalisering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekenen migranten voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent klimaatverandering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent marktwerking voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. De PvdA moet ervoor zijn om iedereen de zekerheid te bieden die hij of zij wenst en iedereen de kans te geven om zich op zijn of haar eigen manier te ontplooien. 

Daarvoor is het niet nodig om de deuren langs te gaan met rozen. 

Het is algemeen bekend dat het nodig is om globalisering anders te beoordelen, als we willen tegengaan dat de ongelijkheid in de samenleving kleiner wordt, dat mensen niet meer worden gedwongen met flex-baantjes amper overeind te blijven, als we internationale bedrijven willen dwingen om fatsoenlijk belasting te betalen.

Het is algemeen bekend dat we anders tegen migratie aan moeten kijken, als we willen dat mensen niet vervreemd raken van hun eigen omgeving. Niet dat we de grenzen moeten sluiten, omdat migratie ook veel meerwaarde heeft. Wel dat we de instroom meer gaan zien in het licht van de eigen behoeften en dat we er niet voor terugschrikken om te melden dat hier de Nederlandse normen en waarden leidend zijn. Hoezeer andere normen en waarden daarin gaandeweg ook een plek zullen vinden. En het hoort nu al bij de Nederlandse normen en waarden om geen onderscheid te maken tussen mensen, ook niet tussen Nederlanders met of zonder migratie-achtergrond. 

Het is algemeen bekend dat het klimaat er bedroevend voor staat en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is. Maar het is ook algemeen bekend dat de noodzakelijke energietransitie naast grote voordelen persoonlijk ook grote nadelen kan hebben. Het is van groot belang om winst en verlies hier eerlijk te verdelen. 

Het is algemeen bekend dat de marktwerking uit het neo-liberale tijdperk op veel plaatsen te ver is doorgeschoten. En dat publieke belangen vanaf het begin onderbelicht zijn gebleven. We hoeven niet per definitie onze blik te richten naar de overheid. Maar als publieke belangen in de sfeer van de markt onvoldoende worden geborgd, is nationalisering een goede zaak. En het zijn vaak de mensen met de minste zekerheden en de minste kansen die het meeste gebaat zijn bij publieke voorzieningen in publieke handen. 

Is dit nog des PvdA? Ja, dit is juist PvdA. Want ik ben voor globalisering, ik ben voor migratie, ik ben voor het tegengaan van klimaatverandering, ik ben voor een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Maar dit allemaal onder de voorwaarde dat het niet allemaal ten koste gaat van de mensen die al het minst zeker zijn van hun bestaan en die al de minste kansen hebben. De PvdA is altijd de partij van de vooruitgang geweest, maar dan wel van de hele samenleving.

Deel dit bericht:

Mark, je kan het niet zonder ons #corona

mei 7, 2020 by  
Filed under artikel

Iedereen had uitgekeken naar de persconferentie van Rutte. Zoals we dat al weken doen. Niet elke persconferentie was even goed, maar over het algemeen waren ze strak en helder. Zoals ook die perfecte en overtuigende speech van Rutte, rechtstreeks uit het Torentje in de begintijd van Corona. Hij zette het land op slot en deed ons geloven dat hij dat intelligent had gedaan. En het goede was, hij had drie simpele instrumenten. Hij communiceerde dat het zeer urgent was, hij stelde enkele heldere regels die we allemaal konden onthouden en er werd strak (doch vriendelijk) gehandhaafd. We moesten afstand houden (1,5 m), zoveel mogelijk thuis blijven, zeker bij geringe klachten, als er meer klachten waren moest het hele gezin thuis blijven en vaak handen wassen. 

Maar gaandeweg werd duidelijk dat een uitweg moest worden gevonden. Een exit-strategie. We konden niet op slot blijven, zeker niet toen corona zich een beetje liet temmen. En Rutte en De Jonge kwamen ons dat allemaal uitleggen. Met veel omhaal van woorden, omdat het gevaar nog niet voorbij is. En omdat geen detail werd geschuwd. Eerlijk gezegd: ik was het na 5 minuten al kwijt en toen moest het nog bijna een uur duren. 

Ik geloof ook niet dat deze exitstrategie de goede is. Het is veel en veel te gedetailleerd. En juist daarom is het niet gedetailleerd genoeg. Ja dat is de paradox van de centrale sturing (sturing vanuit één punt: Mark Rutte in Den Haag). Naarmate je meer wilt regelen, zal uiteindelijk steeds meer onduidelijk worden. 

Ik geef drie voorbeelden: mondkapjes zijn niet waardevol, daarom hoeven kappers ze niet te gebruiken, zelfgemaakte mondkapjes kunnen zelfs contraproductief zijn en daarom moeten OV-reizigers na 1 juni zelfgemaakte mondkapjes dragen en mogen ze voor 1 juni zonder mondkapje in de trein. De fitness-groepjes mogen vanaf maandag weer het Amsterdamse bos in, de sportscholen moeten in ieder geval tot 1 september gesloten blijven. Vanaf 1 juni mag je per terras 30 klanten ontvangen, die allemaal aan een eigen tafeltje moeten zitten, terrassen mogen worden uitgebouwd, maar niet worden samengevoegd met het terras van de buurman, want dan zou je 60 klanten hebben op één terras.

Hier heeft een liberaal zich totaal vastgezogen in zijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is heel goed te begrijpen, maar het gaat niet werken. Ook in de nieuwe fase moet Den Haag uitgaan van eenduidige en globale regels en niet gaan vertellen welke kapper welk mondkapje moet gebruiken. En omdat het urgentie-gevoel (met reden) snel afneemt, moet helder worden aangegeven wat het doel is. En dus ook: wanneer zal de nieuwe vrijheid ons weer worden afgenomen? De Duitsers hebben een arbitraire grens getrokken bij 50 besmettingen op 100.000 inwoners. Bij overschrijding van die grens wordt het beleid weer strenger. Ik pleit niet voor die exacte grens, maar als je medewerking van burgers wilt hebben, zal je ze duidelijk moeten maken waarvoor ze het doen. En wanneer ze te weinig doen. 

Dus maak mensen zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van een ander. Vertel ze dat ze daarvoor 1,5 meter afstand moeten houden en als de dat niet doen, dat ze dan andere maatregelen moeten nemen. Vertel ze dat ze met lichte klachten nog steeds thuis moeten blijven en dat het hele gezin thuis moet blijven bij koorts en benauwdheid. Je zal zien dat iedereen elkaar zal aanspreken, zeker als het weer mis dreigt te gaan. En dat zal je nodig hebben om het beleid tot een succes te maken. Mark, je kan het niet zonder ons. 

Deel dit bericht:

Mark Rutte, waar wacht je op?

mei 1, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Mark Rutte begint te aarzelen en het volk begint te morren. Elke dag horen we dat het beter gaat, dat er minder mensen in ziekenhuizen worden opgenomen, dat er minder mensen op de IC liggen, dat er minder mensen dood gaan. En toch zit de samenleving nog op slot. Dat gaat wringen.

Het wringt vooral omdat het kabinet haar strategie voor ons verborgen houdt. Ja, het doel is de overbelasting van ziekenhuizen tegen te gaan. Maar van welke strategie is dit doel een onderdeel? Ik zie drie strategieën en laat  Rutte nu eindelijk eens zeggen wat zijn strategie is. 

Soms denk je dat Rutte het virus wil verslaan. Oorlogsretoriek. We moeten het virus samen onder controle krijgen. Nog even doorbijten, nog even afstand houden en dan hebben we hem te pakken. Ja, je leest al dat het virus aan de “verliezende hand” is. En het is niet alleen retoriek van onze leiders. Ons wordt immers meer vrijheid beloofd als het reproductiegetal langere tijd onder 1 ligt. Dan dooft het virus uit. 

Helaas is dit onzin: het virus kunnen we niet verslaan. We kunnen het virus niet wereldwijd uitroeien. Het zal altijd weer ergens de kop op steken. Het gaat er om dat wij niet meer te besmetten zijn. Dit virus dooft pas uit als er een vaccin is of als zoveel mensen (na besmetting) antistoffen hebben aangemaakt dat er groepsimmuniteit ontstaat. Een vaccin is er misschien aan het einde van het jaar. Groepsimmuniteit ontstaat wanneer 60% van de mensen besmet is geweest en antistoffen hebben aangemaakt. De regering wil niet zeggen wanneer dat moment wellicht is aangebroken. 

Er zijn dus maar twee realistische strategieën:

  • de tijd uitzitten tot er een vaccin komt;
  • de tijd uitzitten tot er groepsimmuniteit ontstaat nadat 60% van de mensen besmet is geraakt. 

Dus, Mark, waar wacht je op? Op het vaccin of op een samenleving waarvan meer dan 60% van de mensen besmet is geraakt? Je zei ooit heel wijs dat je op het laatste wachtte, maar dat bleek politiek niet gezegd te mogen worden. 

In beide gevallen moet je niet de indruk wekken dat we het virus gaan verslaan. In beide gevallen is het verstandig om de curve te laten afvlakken om de zorg niet over te belasten (hoewel de winst daarvan veel minder groot is dan wordt gesuggereerd, zie mijn eerdere blog). 

In de strategie waarin we streven naar groepsimmuniteit is het niet erg als mensen besmet raken. Beter gezegd: is het juist goed als mensen besmet raken. Hopelijk zonder grote gevolgen. En daarom past het in deze strategie om alleen de samenleving van de kwetsbaren op slot te zetten. Om de zorg niet over te belasten en om het aantal doden drastisch te beperken. Het grote voordeel is dat de samenleving van de niet-kwetsbaren in deze strategie weer kan leven, kan werken, kan ademen. En laat iedereen zelf kiezen om wel of niet als kwetsbare in quarantaine te gaan.

In de strategie waarin we wachten op een vaccin mag de samenleving van het slot zolang de zorg maar niet overbelast raakt. Hoe meer vrijheid, hoe beter voor de samenleving. Er staan op dit moment meer dan 1000 IC-bedden leeg. Terwijl de economie klap op klap krijgt en de sociale armoede ondraaglijk wordt. Dus ook in die strategie verdienen we op dit moment meer vrijheid.

Mark, waar wacht je op? Wat is je strategie? 

Deel dit bericht:

Kosten en baten van de ‘intelligente’ lockdown

april 30, 2020 by  
Filed under artikel

Wat waren dat ook al weer: maatschappelijke kosten- en batenanalyses (mkba’s)? Ze lijken in tijden van Corona helemaal vergeten. Luister naar premier Rutte: “Gezondheid gaat nu even boven alles”. Het lijkt alsof er geen afwegingen meer worden gemaakt. Luister ook naar de Tweede Kamer, die liever discussieert over mondkapjes en IC-bedden en om de grote politieke vragen lijkt heen te lopen. Ik vrees dat dat snel gaat wringen. 

In een mkba worden alle kosten en baten, ook de maatschappelijke, van een voorgenomen beleidsmaatregel tegen elkaar afgewogen. Om het simpel te houden worden alle kosten en baten in geld uitgedrukt. Natuurlijk valt niet alles in geld uit te drukken. Maar toch: alleen al die poging om kosten en baten te waarderen, maakt de afweging transparanter. 

Een mkba gaat altijd uit van meerdere scenario’s: wat zou er gebeuren als we die tunnel wel of niet aanleggen. Wat zou er gebeuren als we die (intelligente) lockdown wel of niet zouden toepassen. Hier zouden we dus de kosten en baten van een lockdown moeten vergelijken met de kosten en baten van helemaal niets doen. 

Baten 

Met de lockdown worden baten beoogd in de sfeer van de volksgezondheid. De redenering van Rutte heeft daarbij de charme van een zekere helderheid. Zij verloopt zo: mensen kunnen besmet raken met het COVID-19-virus door contact met andere mensen. Besmette mensen worden ziek en ernstig zieke moeten worden opgenomen in een ziekenhuis. Als het nog slechter met hen gaat moeten ze naar de Intensive Care (IC). Het beleid moet er dus voor zorgen dat er altijd genoeg IC-bedden zijn. Daarom breiden we het aantal IC-bedden uit en dammen we het aantal besmettingen in. Dat laatste doen we door het directe contact tussen mensen te beperken. En dat laatste hebben we een ‘intelligente’ lockdown genoemd. 

In de praktijk is het systeem ingewikkelder dan het lijkt, want wie vandaag aan een knop draait, ziet pas over ongeveer twee weken effecten op de IC. Het virus moet immers tijd krijgen om zit te nestelen en zijn drager ziek te maken. Bovendien is het draaien aan knoppen van de samenleving minder eenvoudig dan wellicht gewenst. Hoeveel mensen zijn mensen immers bereid te doen wat het kabinet van hun verlangt en hoe lang houden ze dat vol?

Toch lijken de baten van lockdown ogenschijnlijk groot: iedereen geneest. Helaas is dit vooral het frame waarmee lockdown wordt aangeprezen. Ten eerste gaat ongeveer eenderde van de patiënten die op de IC worden opgenomen alsnog dood, en zo niet, dan hebben ze nog lange tijd nodig om weer te herstellen. Die IC is geen wonderdokter. Ten tweede overlijden er heel veel mensen ver voordat ze op een IC hadden kunnen liggen of omdat een opname op de IC niet meer zinvol werd geacht. Op dit moment (7 mei 2020) zijn de IC’s geenszins overbelast geraakt (op het hoogtepunt van de toeloop waren er nog honderden IC-bedden leeg), terwijl naar schatting meer dan 10.000 mensen aan COVID-19 zijn overleden (cijfers van RIVM/CBS). 

Als we de ‘gezondheidsbaten’ van lockdown willen vaststellen gaat het dus om de ingewikkelde vraag hoeveel doden er meer zouden zijn gevallen als we niets hadden gedaan. Ik heb geen modellen van het RIVM tot mijn beschikking. Maar ik weet wel dat inmiddels (stand 7 mei) ongeveer 2100 mensen op de IC hebben gelegen. Dat van hen ongeveer 700 zijn overleden, 700 gezond de IC hebben verlaten, maar nog wel in het ziekenhuis liggen en 700 patiënten weer naar huis zijn. Laat ik conservatief schatten dat deze 1400 overlevenden allemaal waren overleden als ze niet op een IC hadden gelegen. Dus als er onvoldoende IC was geweest waren er maximaal 1400 doden extra te betreuren geweest. Dus geen 11.000 doden maar 12.400. Lockdown levert een winst op van ongeveer 11% minder doden. 

Dat is overigens niet zo verbazingwekkend. De mortaliteit van COVID-19 is onder de 65 jaar niet hoger dan de mortaliteit van een seizoensgriep. Het zijn vooral ouderen (gemiddeld boven de 80 jaar) die aan COVID-19 sterven. Nog preciezer: het zijn vooral mensen met onderliggend lijden die aan COVID-19 sterven. Niet voor niets zijn 40% van de doden in verpleeghuizen gevallen. De leeftijd is hier vooral een proxi. Dan is het logisch dat velen sterven voordat überhaupt aan een IC-opname is gedacht, dat bij velen de afweging wordt gemaakt dat een IC-opname nauwelijks zin heeft en dat velen op de IC komen te overlijden. 

Ik geef toe: het zijn allemaal berekeningen achterop een sigarendoosje. Maar ik schrik er wel van. De baten van lockdown zijn dus 11% minder doden, hoe effectief de lockdown ook is geweest. Het is namelijk onmiskenbaar dat het afvlakken van de curve (door alle contact-verboden) ertoe heeft geleid dat de IC’s niet overbelast zijn geraakt. Er zijn geen patiënten bij de deur afgewezen. Volgens het RIVM waren er zonder maatregelen 23.000 IC-bedden nodig geweest (uitspraak Jaap van Dissel, 22 april 2020, briefing Kamer). En die bedden zouden er niet zijn geweest. Het probleem alleen is dat de volledige beschikbaarheid van de IC slechts heeft geleid tot 11% minder doden. 

Kosten

De deskundigen zijn het erover eens dat in scenario nietsdoen in snel tempo veel mensen besmet waren geraakt en er veel mensen zouden zijn overleden. Totdat groepsimmuniteit zou zijn bereikt (volgens diezelfde deskundigen: wanneer 60% van de populatie, in Nederland ongeveer 10 miljoen mensen, besmet zouden zijn geraakt en antistoffen hebben aangemaakt, dooft het virus uit.) Hoeveel mensen in dat geval zouden zijn overleden is onbekend, omdat we nog steeds erg weinig weten van de mortaliteit van COVID-19. 

We weten wel dat door de lockdown de “curve is afgevlakt”. Dat betekent dat de besmetting minder snel om zich heen grijpt, dat de IC’s niet overbelast zijn geraakt en dat het virus veel langer onder ons is. Want die groepsimmuniteit wordt veel langzamer opgebouwd (tenzij een vaccin ons uit de nood helpt, maar dat lijkt een jaar te vergen). We weten ook dat zonder overbelasting van de IC’s circa 11% minder doden vallen. 

Persoonlijk heb ik nog steeds de overtuiging dat op dit moment al veel meer mensen antistoffen hebben dan het RIVM suggereert en dat groepsimmuniteit geen jaar meer vergt. Daar staat tegenover dat veel deskundigen beweren dat het virus nog lange tijd onder ons zal zijn. Als we willen vasthouden aan het beleid om de IC’s niet te overbelasten, zullen we gedurende langere tijd steeds weer het maatschappelijk verkeer in meer of mindere mate moeten stilleggen. Dat zal enorme kosten met zich brengen. 

Tegenover de winst van 11% minder doden staat bijvoorbeeld:

  • een enorm welvaartsverlies, omdat veel bedrijven gedwongen worden om de productie gedeeltelijk of geheel stil te leggen en omdat de wereldhandel enorm afneemt omdat ook in andere landen de economie hard krimpt;
  • door het welvaartsverlies verliest de overheid veel inkomsten, waardoor jarenlang zal moeten worden bezuinigd op essentiële voorzieningen;
  • een enorme klap voor de culturele sector omdat voorstellingen onmogelijk zijn geworden voor langere tijd, omdat musea zijn gesloten en veel boekhandels zullen omvallen;
  • een enorme sociale armoede: contactverlies met ouders, met kinderen, met vrienden, terwijl intermenselijk contact voor mensen zo belangrijk is;
  • de jeugd verliest veel tijd om zich te ontwikkelen, omdat het onderwijs een tijd is stilgevallen, waarbij vooral de kinderen die het onderwijs het meest nodig hebben, het meest onder deze periode zullen lijden;
  • door het welvaartsverlies zal de gezondheid in het algemeen afnemen en zullen er meer mensen sterven; door de focus op COVID-19 krijgen nu al veel mensen minder aandacht in het ziekenhuis die dat wel nodig hebben (om te overleven). 

Weeg af aub

Ik vind altijd dat je kosten en baten van een bepaalde beleidsmaatregel niet domweg van mekaar moet aftrekken. Beleid maken is iets anders dan sommen maken. Maar ik vind wel dat de politiek een zorgvuldige afweging moet maken van kosten en baten, van voor- en nadelen. En dat ze zich daarbij zoveel mogelijk op de feiten moeten baseren. Ik sta niet in voor de feiten die ik hier heb gepresenteerd. Omdat ik te weinig weet en omdat degenen die meer weten, daarover te weinig transparant zijn. Maar mijn grootste zorg is dat de politiek de echte afweging niet durft te maken. In ieder geval wordt het hoog tijd voor die afweging. Ook als we willen dat mensen al die beperkende maatregelen braaf blijven volgen. 

Leden van de Staten-Generaal, wilt u het debat over mondkapjes en bedden voortaan aan het kabinet laten? En wilt u doen waarvoor we u hebben gekozen: het maken van een politieke afweging van de voor- en nadelen van de lockdown? Daarmee toont u het leiderschap waar deze tijd u toe uitnodigt. 

[Ik heb deze analyse op 7 mei op basis van nieuwe data aangepast. Aanvankelijk stierf een veel hoger percentage van de patiënten op de IC. Dat heeft twee oorzaken. De kwaliteit van de behandeling zal inmiddels zijn verbeterd. En de gemiddelde leeftijd op de IC is fors verlaagd. Voor de laatste factor is mij geen verklaring bekend.]

Deel dit bericht:

Leven in tijden van corona (3)

april 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Straks weer wakker worden in de Kesch Hütte en langs al die blauwe gentianen naar Sertig Dörfli wandelen en daar overnachten in Walserhus.  

Straks weer in één weekend tweemaal de Mattheus Passion en eenmaal de Johannes Passion uitvoeren. 

Straks weer eten op het terras van Rick en Katrien en beginnen met een nieuwe haring met korenwijn.

Straks weer in Berlijn een marathon lopen, met die finish 200 meter na de Brandenburger Tor en daarna bij Lutter en Wegner gaan eten. 

Straks weer een verse gevulde koek eten in de hal van het Conservatorium van Amsterdam.

Straks weer met Willem en Margreet en hun kinderen Oud en Nieuw vieren in Bilthoven.

Straks weer Huug, Chris en Daan omhelzen.

Straks weer met ML een visje eten op het strand. 

Straks weer een bootcamp doen in de Leidse Hout met Wilbert.

Straks weer in de avondzon witte wijn drinken op het plein van Sienna. 

Straks weer het KCO horen onder hun nieuwe dirigent Gergiev.

Straks weer wandelen bij Diepenheim met Metta en Frans om daarna samen op de Holterberg te eten met Mirre en Han. 

Straks weer met Jan eindeloos bier drinken op de Nieuwmarkt.

Straks weer gewoon fagotles van Mette in Groningen. 

Straks weer Pasen vieren met Carel en Deborah en alle andere familie in Rockanje. 

Straks weer naar de kapper.

Straks weer samen met Karen beginnen met een nieuwe Triomf van de Stad.

Straks weer Adams spelen met het Utrechts Blazers Ensemble. 

Straks weer met Freek, Jurrien, Jaap, Jaap, Marianna, Jan Oege, Charlotte, Antoinette, Bernard, Femke, Paul, Angela en al die andere lieve vrienden een dagje varen van Gaastmeer naar Balk of van Gaastmeer naar Workum. 

En intussen heb ik niets te klagen en zijn Bas en ik heel gelukkig met Loutje, thuis in Oegstgeest, thuis in Zeeland of op de boot. 

Deel dit bericht:

Hoeveel mensen zijn al besmet (2) #corona

april 23, 2020 by  
Filed under artikel

Voor de krapte op de Intensive Cares is het van groot belang om te weten hoeveel mensen ernstig ziek worden door het COVID-19 virus. Maar voor de samenleving is het veel belangrijker om te weten hoeveel mensen al besmet zijn met het virus. Zoals bekend leiden de meeste besmettingen tot (heel) milde klachten. En als er genoeg mensen besmet zijn zal het virus ook zonder al die beperkende maatregelen vanzelf uitdoven.

Vorige week verschenen de eerste, zeer voorlopige cijfers van onderzoek door Sanquin:  3,5 % van de bevolking had inmiddels antistoffen tegen COVID-19 opgebouwd. Dat komt overeen met een half miljoen mensen. Deze week vertelde Jaap van Dissel in zijn briefing aan de Kamer dat onderzoek van het RIVM deze cijfers bevestigt. Bovendien was inmiddels uit het Sanquin-onderzoek duidelijk geworden dat in Brabant  7 tot 9% van de mensen antistoffen heeft. 

De cijfers worden zonder verdere uitleg gepresenteerd. Ik vermoed dat veel mensen de conclusie trekken dat nog maar weinig mensen besmet zijn met het virus en dat we dus nog een lange weg te gaan hebben. Het grootste deel van de bevolking kan immers nog steeds worden besmet.

Die conclusie is veel te simpel. Ten eerste wordt nauwelijks melding gemaakt van het feit dat dit soort onderzoek noodgedwongen altijd achter de feiten aanloopt. Het Sanquin-onderzoek is volgens de NRC begin april uitgevoerd en vertelt ons dus niets over de ontwikkelingen in de laatste weken. Het onderzoek van het RIVM kent een vergelijkbare vertraging. 

Ten tweede zegt het onderzoek niets over het aantal mensen dat begin april besmet was (geweest), maar alleen iets over het aantal mensen dat begin april anti-stoffen had aangemaakt. Anti-stoffen ontwikkel je pas een aantal weken nadat je een besmetting hebt opgelopen. Zoals de NRC terecht opmerkte “geven de getallen een beeld van het begin van de epidemie in Nederland, begin maart.”

Conclusie: terwijl velen wellicht denken dat op dit moment nog maar 3% van de mensen besmet is geraakt met het corona-virus, was begin maart al 3% van de mensen besmet geraakt. En nog interessanter in Brabant was begin maart al 7 tot 9% van de bevolking besmet. 

Dat zijn indrukwekkende cijfers, die ons mogelijk ook iets zeggen over het werkelijke aantal mensen dat tot op dit moment reeds besmet is (geweest). Wie een beetje de weg weet op de website van het RIVM kan elke dag alle feiten vinden over aantallen besmettingen, aantallen ziekenhuisopnames  met COVID-19 en aantallen mensen die aan dit virus zijn overleden. Het RIVM splitst deze gegevens uit naar provincie. En dan wordt het echt interessant. Je ziet bijvoorbeeld dat er begin maart in Brabant nog maar nauwelijks besmettingen waren, nog maar nauwelijks ziekenhuisopnames en nog maar nauwelijks doden. Nee, je ziet dat een meervoud van al die besmettingen, opnames en doden na begin maart heeft plaatsgevonden. Ik durf geen cijfers te geven, maar het zijn er zeker 6 keer zoveel. [En ik hou daarbij rekening met het feit dat het bij de opnames en overlijdensgevallen van na begin maart voor een deel gaat om besmettingen van voor begin maart.]

Sorry, dan zouden dus op dit moment al zo’n 50% van de Brabanders besmet zijn geraakt. En zullen dus over enige tijd zo’n 50% van de Brabanders antistoffen hebben. Dat is toch waarachtig een ander beeld dan 3% besmettingen in heel Nederland. 

Dat zou bovendien betekenen dat in Brabant inmiddels langzaam in de buurt komt van een percentage dat je nodig hebt voor groepsimmuniteit (60%). En dat zou zelfs kunnen impliceren dat de afname van het aantal ziekenhuisopnames in de laatste week in Brabant minder wordt veroorzaakt door de maatregelen maar meer door het feit dat al zoveel mensen besmet zijn (geweest). 

Nee, dat is inderdaad moeilijk te geloven. Maar: als begin maart in Brabant al 7 tot 9% van de mensen besmet was, wie rekent dan wel voor mij uit hoeveel mensen in Brabant inmiddels besmet zijn met het virus?

Deel dit bericht:

Paul Scheffer verliest zijn scherpte bij Europa

april 21, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Weer zo’n aanrader: De vorm van vrijheid van Paul Scheffer uit 2018. Wat een wijs boek, wat een wijs man. Of ben ik het alleen maar hartgrondig met hem eens? Overigens geldt dat niet voor het hele boek. Ik zal proberen zijn redenering in eigen woorden samen te vatten en mijn kritiek helder te beschrijven.

Paul Scheffer is voor velen bekend geworden met zijn essay Het multiculturele drama uit 2000. Dit essay in de NRC bracht een schok te weeg onder links en kosmopolitisch Nederland. Met name omdat ze dachten dat Paul één van hen was. Links Nederland was in die tijd nog erg trots op zijn eigen tolerantie en gastvrijheid. Vluchtelingen en migranten waren hier welkom. En wie daar tegen was, was rechts, ja zelfs inhumaan. Scheffer betoogde daarentegen dat er van alles mis was onder de vele migrantengroepen. Er was veel werkloosheid, veel armoede en er waren veel achterstanden in het onderwijs. De hooggeprezen tolerantie was in zijn ogen geen tolerantie maar gewoon onverschilligheid. En hij merkte fijntjes op dat het niet de kosmopolieten in hun betere buurten waren die last hadden van de migratie, maar de autochtonen die op dezelfde huizen en dezelfde banen waren aangewezen als de nieuwkomers. 

Het is niet bij dit essay gebleven. Scheffer schreef nog een voortreffelijk boek over integratie (Het land van aankomst). En ging zich steeds meer verdiepen in het fenomeen van de grens. Dat had zowel een praktische als een filosofische kant. Zo horen ‘open grenzen’ niet boven elk dispuut verheven te zijn als er te veel migranten zijn om van integratie nog een succes te kunnen maken. Maar de filosofische vragen zijn eigenlijk veel interessanter: kan een gemeenschap zonder zijn eigen grenzen wel gemeenschap zijn en waarom zou een gemeenschap niet gewoon het recht hebben om zelf te bepalen wie als gast wordt ontvangen en wie niet. De vraag stellen, is hem beantwoorden. En zo komt Scheffer tot een hele mooie definitie van kosmopolitisme: “een waarachtig kosmopolitisme ligt niet in de ontkenning van grenzen, maar in de verkenning van die grenzen en in de poging ze te overschrijden.” Zonder een binnen kan je niet naar buiten kijken. 

In De vorm van vrijheid verfijnt Scheffer zijn redenering. En hij laat goed zien dat je geen populist hoeft te zijn om je zorgen te maken over migratie en over een gebrek aan grenzen. Juist als een ware kosmopoliet heeft Scheffer oog voor grenzen: “een grenzeloze wereld kan eindigen in een nieuwe onvrijheid”, zegt hij Zygmunt Bauman na. 

Toch wringt het boek voor mij in het slotdeel. Het boek waaiert eerst nog even uit over de wereld. Scheffer meent dat de betekenis van de groei van China en India wordt overschat. En in feite ziet hij een grote toekomst voor de Westerse wereld en met name voor het Europese continent. Terecht is hij lyrisch over de beschaving en de cultuur van Europa, over het niveau van de Europese universiteiten (ook de Britse), over de sociale gelijkheid in Europa en over onze democratie, onze rechtsstaten en onze geringe corruptie.

Maar dan schakelt hij één op één van het Europese continent over naar de Europese Unie. En loopt daarmee vast in zijn eigen redenering. Want als je de EU gelijk stelt aan democratie, cultuur en beschaving kan het Europese project alleen nog maar een succes zijn. Voorzichtig durft Scheffer nog wel te zeggen dat hij geen federalist is à la Guy Verhofstadt, maar de kritiek van Baudet op Europa wijst hij stellig af. Hij ziet geen andere uitweg dan voort te ploegen op de huidige modderweg van Europa. 

Dat verhoudt zich slechts met zijn overtuigende verhaal over grenzen. Ja, inderdaad, Scheffer houdt een vurig pleidooi voor de versterking van de buitengrenzen van Europa. Maar de binnengrenzen zijn vooral binnengrenzen van Europa en vooral geen buitengrenzen van de natiestaten. Dat strookt naar mijn gevoel niet met het praktische en filosofische belang van grenzen van gemeenschappen. Want er is niet alleen een Europese gemeenschap, maar er zijn zeker zovele nationale gemeenschappen. 

Voor mij is dan ook de boeiende vraag hoe we de Europese gemeenschap naast de nationale gemeenschappen kunnen laten voorbestaan. Hoe we het belang van de eigen grenzen van de natiestaten kunnen doorvertalen naar het Europese project. Daarbij moeten we in ieder geval afscheid nemen van dat lauwe streven naar federalisme. En zullen we Europa als een gezamenlijk beleefde ruimte moeten definiëren. Waar alle unieke natiestaten van elkaar kunnen profiteren, zonder dat hun eigenheid door een EU wordt aangetast. 

Paul, wil je het volgende boek aan deze vraag wijden. 

Deel dit bericht:

Hoeveel mensen zijn al besmet, wanneer is #corona over

april 20, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Twee interessante feiten gehoord in de afgelopen week over die prangende vraag die veel mensen bezighoudt: hoeveel mensen zijn er al besmet door het coronavirus? 

Het eerste feit: het was al lang bekend dat veel zorgmedewerkers besmet zijn. Maar ik wist nog niet dat de onderhavige zorgmedewerkers (uit Breda) niet binnen maar buiten het ziekenhuis besmet zijn geraakt. Zoals Van Dissel het deze week tijdens de briefing van de Tweede Kamer tamelijk achteloos vertelde. Als Van Dissel gelijk heeft, kunnen we de onderzochte zorgmedewerkers beschouwen als een aselecte steekproef uit de samenleving. Het enige specifieke aan hen is dat ze uitvoerig en breed zijn getest. Ik zocht het bericht terug op de site van het RIVM. Daar staat op 10 maart: 4% van de zorgmedewerkers zijn besmet. Dat zou betekenen dat al voor 10 maart 2020 4% van de Bredase bevolking besmet was. 

Het tweede feit: Sanguin doet onderzoek naar de opgebouwde immuniteit onder de bevolking. Welk deel van de bevolking heeft reeds door een besmetting anti-stoffen opgebouwd? De eerste, zeer voorlopige cijfers verschenen deze week: ruim 3% van de bevolking heeft antistoffen. Dat komt overeen met een half miljoen mensen. Maar in de kleine lettertjes stond dat antistoffen pas drie weken na besmetting zijn te detecteren. En dat het onderzoek al weer een week oud is. Dus gaat het hier om een analyse van Nederland anno 10 maart 2020. 

Vervolgens nemen we de cijfers over besmettingen en ziekenhuisopnames erbij. Wat zien we? Voor 10 maart was nog maar een fractie van de mensen besmet die tot op heden besmet zijn geraakt. Ik weet het: die cijfers over besmetting zijn zeer vervuild want ze worden vooral bepaald door het aantal test dat wordt uitgevoerd. Okay, laat ik het anders zeggen: voor 10 maart was het aantal corona-gerelateerde ziekenhuisopnames nog maar een fractie van alle corona-gerelateerde ziekenhuisopnames tot nog toe. Een fractie. Ik weet het: een deel van de mensen die na 10 maart is opgenomen in het ziekenhuis is reeds voor 10 maart besmet geraakt. Dus het moet echt weer op de achterkant van een sigarendoosje: als op 10 maart 3 tot 4% van de bevolking besmet was (geweest), moet op dit moment toch zeker 20 tot 25% besmet zijn (geweest). Dat gaat om 3 tot 4 miljoen mensen die mogelijk antistoffen tegen COVID-19 dragen. 

Groepsimmuniteit bereiken we met 10 miljoen besmette mensen. Dat betekent: hou vol! En om het cru te zeggen: vooral met het besmetten van elkaar. 

Deel dit bericht:

« Vorige paginaVolgende pagina »