Mark, je kan het niet zonder ons #corona

mei 7, 2020 by  
Filed under artikel

Iedereen had uitgekeken naar de persconferentie van Rutte. Zoals we dat al weken doen. Niet elke persconferentie was even goed, maar over het algemeen waren ze strak en helder. Zoals ook die perfecte en overtuigende speech van Rutte, rechtstreeks uit het Torentje in de begintijd van Corona. Hij zette het land op slot en deed ons geloven dat hij dat intelligent had gedaan. En het goede was, hij had drie simpele instrumenten. Hij communiceerde dat het zeer urgent was, hij stelde enkele heldere regels die we allemaal konden onthouden en er werd strak (doch vriendelijk) gehandhaafd. We moesten afstand houden (1,5 m), zoveel mogelijk thuis blijven, zeker bij geringe klachten, als er meer klachten waren moest het hele gezin thuis blijven en vaak handen wassen. 

Maar gaandeweg werd duidelijk dat een uitweg moest worden gevonden. Een exit-strategie. We konden niet op slot blijven, zeker niet toen corona zich een beetje liet temmen. En Rutte en De Jonge kwamen ons dat allemaal uitleggen. Met veel omhaal van woorden, omdat het gevaar nog niet voorbij is. En omdat geen detail werd geschuwd. Eerlijk gezegd: ik was het na 5 minuten al kwijt en toen moest het nog bijna een uur duren. 

Ik geloof ook niet dat deze exitstrategie de goede is. Het is veel en veel te gedetailleerd. En juist daarom is het niet gedetailleerd genoeg. Ja dat is de paradox van de centrale sturing (sturing vanuit één punt: Mark Rutte in Den Haag). Naarmate je meer wilt regelen, zal uiteindelijk steeds meer onduidelijk worden. 

Ik geef drie voorbeelden: mondkapjes zijn niet waardevol, daarom hoeven kappers ze niet te gebruiken, zelfgemaakte mondkapjes kunnen zelfs contraproductief zijn en daarom moeten OV-reizigers na 1 juni zelfgemaakte mondkapjes dragen en mogen ze voor 1 juni zonder mondkapje in de trein. De fitness-groepjes mogen vanaf maandag weer het Amsterdamse bos in, de sportscholen moeten in ieder geval tot 1 september gesloten blijven. Vanaf 1 juni mag je per terras 30 klanten ontvangen, die allemaal aan een eigen tafeltje moeten zitten, terrassen mogen worden uitgebouwd, maar niet worden samengevoegd met het terras van de buurman, want dan zou je 60 klanten hebben op één terras.

Hier heeft een liberaal zich totaal vastgezogen in zijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is heel goed te begrijpen, maar het gaat niet werken. Ook in de nieuwe fase moet Den Haag uitgaan van eenduidige en globale regels en niet gaan vertellen welke kapper welk mondkapje moet gebruiken. En omdat het urgentie-gevoel (met reden) snel afneemt, moet helder worden aangegeven wat het doel is. En dus ook: wanneer zal de nieuwe vrijheid ons weer worden afgenomen? De Duitsers hebben een arbitraire grens getrokken bij 50 besmettingen op 100.000 inwoners. Bij overschrijding van die grens wordt het beleid weer strenger. Ik pleit niet voor die exacte grens, maar als je medewerking van burgers wilt hebben, zal je ze duidelijk moeten maken waarvoor ze het doen. En wanneer ze te weinig doen. 

Dus maak mensen zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van een ander. Vertel ze dat ze daarvoor 1,5 meter afstand moeten houden en als de dat niet doen, dat ze dan andere maatregelen moeten nemen. Vertel ze dat ze met lichte klachten nog steeds thuis moeten blijven en dat het hele gezin thuis moet blijven bij koorts en benauwdheid. Je zal zien dat iedereen elkaar zal aanspreken, zeker als het weer mis dreigt te gaan. En dat zal je nodig hebben om het beleid tot een succes te maken. Mark, je kan het niet zonder ons. 

Deel dit bericht:

Mark Rutte, waar wacht je op?

mei 1, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Mark Rutte begint te aarzelen en het volk begint te morren. Elke dag horen we dat het beter gaat, dat er minder mensen in ziekenhuizen worden opgenomen, dat er minder mensen op de IC liggen, dat er minder mensen dood gaan. En toch zit de samenleving nog op slot. Dat gaat wringen.

Het wringt vooral omdat het kabinet haar strategie voor ons verborgen houdt. Ja, het doel is de overbelasting van ziekenhuizen tegen te gaan. Maar van welke strategie is dit doel een onderdeel? Ik zie drie strategieën en laat  Rutte nu eindelijk eens zeggen wat zijn strategie is. 

Soms denk je dat Rutte het virus wil verslaan. Oorlogsretoriek. We moeten het virus samen onder controle krijgen. Nog even doorbijten, nog even afstand houden en dan hebben we hem te pakken. Ja, je leest al dat het virus aan de “verliezende hand” is. En het is niet alleen retoriek van onze leiders. Ons wordt immers meer vrijheid beloofd als het reproductiegetal langere tijd onder 1 ligt. Dan dooft het virus uit. 

Helaas is dit onzin: het virus kunnen we niet verslaan. We kunnen het virus niet wereldwijd uitroeien. Het zal altijd weer ergens de kop op steken. Het gaat er om dat wij niet meer te besmetten zijn. Dit virus dooft pas uit als er een vaccin is of als zoveel mensen (na besmetting) antistoffen hebben aangemaakt dat er groepsimmuniteit ontstaat. Een vaccin is er misschien aan het einde van het jaar. Groepsimmuniteit ontstaat wanneer 60% van de mensen besmet is geweest en antistoffen hebben aangemaakt. De regering wil niet zeggen wanneer dat moment wellicht is aangebroken. 

Er zijn dus maar twee realistische strategieën:

  • de tijd uitzitten tot er een vaccin komt;
  • de tijd uitzitten tot er groepsimmuniteit ontstaat nadat 60% van de mensen besmet is geraakt. 

Dus, Mark, waar wacht je op? Op het vaccin of op een samenleving waarvan meer dan 60% van de mensen besmet is geraakt? Je zei ooit heel wijs dat je op het laatste wachtte, maar dat bleek politiek niet gezegd te mogen worden. 

In beide gevallen moet je niet de indruk wekken dat we het virus gaan verslaan. In beide gevallen is het verstandig om de curve te laten afvlakken om de zorg niet over te belasten (hoewel de winst daarvan veel minder groot is dan wordt gesuggereerd, zie mijn eerdere blog). 

In de strategie waarin we streven naar groepsimmuniteit is het niet erg als mensen besmet raken. Beter gezegd: is het juist goed als mensen besmet raken. Hopelijk zonder grote gevolgen. En daarom past het in deze strategie om alleen de samenleving van de kwetsbaren op slot te zetten. Om de zorg niet over te belasten en om het aantal doden drastisch te beperken. Het grote voordeel is dat de samenleving van de niet-kwetsbaren in deze strategie weer kan leven, kan werken, kan ademen. En laat iedereen zelf kiezen om wel of niet als kwetsbare in quarantaine te gaan.

In de strategie waarin we wachten op een vaccin mag de samenleving van het slot zolang de zorg maar niet overbelast raakt. Hoe meer vrijheid, hoe beter voor de samenleving. Er staan op dit moment meer dan 1000 IC-bedden leeg. Terwijl de economie klap op klap krijgt en de sociale armoede ondraaglijk wordt. Dus ook in die strategie verdienen we op dit moment meer vrijheid.

Mark, waar wacht je op? Wat is je strategie? 

Deel dit bericht:

Kosten en baten van de ‘intelligente’ lockdown

april 30, 2020 by  
Filed under artikel

Wat waren dat ook al weer: maatschappelijke kosten- en batenanalyses (mkba’s)? Ze lijken in tijden van Corona helemaal vergeten. Luister naar premier Rutte: “Gezondheid gaat nu even boven alles”. Het lijkt alsof er geen afwegingen meer worden gemaakt. Luister ook naar de Tweede Kamer, die liever discussieert over mondkapjes en IC-bedden en om de grote politieke vragen lijkt heen te lopen. Ik vrees dat dat snel gaat wringen. 

In een mkba worden alle kosten en baten, ook de maatschappelijke, van een voorgenomen beleidsmaatregel tegen elkaar afgewogen. Om het simpel te houden worden alle kosten en baten in geld uitgedrukt. Natuurlijk valt niet alles in geld uit te drukken. Maar toch: alleen al die poging om kosten en baten te waarderen, maakt de afweging transparanter. 

Een mkba gaat altijd uit van meerdere scenario’s: wat zou er gebeuren als we die tunnel wel of niet aanleggen. Wat zou er gebeuren als we die (intelligente) lockdown wel of niet zouden toepassen. Hier zouden we dus de kosten en baten van een lockdown moeten vergelijken met de kosten en baten van helemaal niets doen. 

Baten 

Met de lockdown worden baten beoogd in de sfeer van de volksgezondheid. De redenering van Rutte heeft daarbij de charme van een zekere helderheid. Zij verloopt zo: mensen kunnen besmet raken met het COVID-19-virus door contact met andere mensen. Besmette mensen worden ziek en ernstig zieke moeten worden opgenomen in een ziekenhuis. Als het nog slechter met hen gaat moeten ze naar de Intensive Care (IC). Het beleid moet er dus voor zorgen dat er altijd genoeg IC-bedden zijn. Daarom breiden we het aantal IC-bedden uit en dammen we het aantal besmettingen in. Dat laatste doen we door het directe contact tussen mensen te beperken. En dat laatste hebben we een ‘intelligente’ lockdown genoemd. 

In de praktijk is het systeem ingewikkelder dan het lijkt, want wie vandaag aan een knop draait, ziet pas over ongeveer twee weken effecten op de IC. Het virus moet immers tijd krijgen om zit te nestelen en zijn drager ziek te maken. Bovendien is het draaien aan knoppen van de samenleving minder eenvoudig dan wellicht gewenst. Hoeveel mensen zijn mensen immers bereid te doen wat het kabinet van hun verlangt en hoe lang houden ze dat vol?

Toch lijken de baten van lockdown ogenschijnlijk groot: iedereen geneest. Helaas is dit vooral het frame waarmee lockdown wordt aangeprezen. Ten eerste gaat ongeveer eenderde van de patiënten die op de IC worden opgenomen alsnog dood, en zo niet, dan hebben ze nog lange tijd nodig om weer te herstellen. Die IC is geen wonderdokter. Ten tweede overlijden er heel veel mensen ver voordat ze op een IC hadden kunnen liggen of omdat een opname op de IC niet meer zinvol werd geacht. Op dit moment (7 mei 2020) zijn de IC’s geenszins overbelast geraakt (op het hoogtepunt van de toeloop waren er nog honderden IC-bedden leeg), terwijl naar schatting meer dan 10.000 mensen aan COVID-19 zijn overleden (cijfers van RIVM/CBS). 

Als we de ‘gezondheidsbaten’ van lockdown willen vaststellen gaat het dus om de ingewikkelde vraag hoeveel doden er meer zouden zijn gevallen als we niets hadden gedaan. Ik heb geen modellen van het RIVM tot mijn beschikking. Maar ik weet wel dat inmiddels (stand 7 mei) ongeveer 2100 mensen op de IC hebben gelegen. Dat van hen ongeveer 700 zijn overleden, 700 gezond de IC hebben verlaten, maar nog wel in het ziekenhuis liggen en 700 patiënten weer naar huis zijn. Laat ik conservatief schatten dat deze 1400 overlevenden allemaal waren overleden als ze niet op een IC hadden gelegen. Dus als er onvoldoende IC was geweest waren er maximaal 1400 doden extra te betreuren geweest. Dus geen 11.000 doden maar 12.400. Lockdown levert een winst op van ongeveer 11% minder doden. 

Dat is overigens niet zo verbazingwekkend. De mortaliteit van COVID-19 is onder de 65 jaar niet hoger dan de mortaliteit van een seizoensgriep. Het zijn vooral ouderen (gemiddeld boven de 80 jaar) die aan COVID-19 sterven. Nog preciezer: het zijn vooral mensen met onderliggend lijden die aan COVID-19 sterven. Niet voor niets zijn 40% van de doden in verpleeghuizen gevallen. De leeftijd is hier vooral een proxi. Dan is het logisch dat velen sterven voordat überhaupt aan een IC-opname is gedacht, dat bij velen de afweging wordt gemaakt dat een IC-opname nauwelijks zin heeft en dat velen op de IC komen te overlijden. 

Ik geef toe: het zijn allemaal berekeningen achterop een sigarendoosje. Maar ik schrik er wel van. De baten van lockdown zijn dus 11% minder doden, hoe effectief de lockdown ook is geweest. Het is namelijk onmiskenbaar dat het afvlakken van de curve (door alle contact-verboden) ertoe heeft geleid dat de IC’s niet overbelast zijn geraakt. Er zijn geen patiënten bij de deur afgewezen. Volgens het RIVM waren er zonder maatregelen 23.000 IC-bedden nodig geweest (uitspraak Jaap van Dissel, 22 april 2020, briefing Kamer). En die bedden zouden er niet zijn geweest. Het probleem alleen is dat de volledige beschikbaarheid van de IC slechts heeft geleid tot 11% minder doden. 

Kosten

De deskundigen zijn het erover eens dat in scenario nietsdoen in snel tempo veel mensen besmet waren geraakt en er veel mensen zouden zijn overleden. Totdat groepsimmuniteit zou zijn bereikt (volgens diezelfde deskundigen: wanneer 60% van de populatie, in Nederland ongeveer 10 miljoen mensen, besmet zouden zijn geraakt en antistoffen hebben aangemaakt, dooft het virus uit.) Hoeveel mensen in dat geval zouden zijn overleden is onbekend, omdat we nog steeds erg weinig weten van de mortaliteit van COVID-19. 

We weten wel dat door de lockdown de “curve is afgevlakt”. Dat betekent dat de besmetting minder snel om zich heen grijpt, dat de IC’s niet overbelast zijn geraakt en dat het virus veel langer onder ons is. Want die groepsimmuniteit wordt veel langzamer opgebouwd (tenzij een vaccin ons uit de nood helpt, maar dat lijkt een jaar te vergen). We weten ook dat zonder overbelasting van de IC’s circa 11% minder doden vallen. 

Persoonlijk heb ik nog steeds de overtuiging dat op dit moment al veel meer mensen antistoffen hebben dan het RIVM suggereert en dat groepsimmuniteit geen jaar meer vergt. Daar staat tegenover dat veel deskundigen beweren dat het virus nog lange tijd onder ons zal zijn. Als we willen vasthouden aan het beleid om de IC’s niet te overbelasten, zullen we gedurende langere tijd steeds weer het maatschappelijk verkeer in meer of mindere mate moeten stilleggen. Dat zal enorme kosten met zich brengen. 

Tegenover de winst van 11% minder doden staat bijvoorbeeld:

  • een enorm welvaartsverlies, omdat veel bedrijven gedwongen worden om de productie gedeeltelijk of geheel stil te leggen en omdat de wereldhandel enorm afneemt omdat ook in andere landen de economie hard krimpt;
  • door het welvaartsverlies verliest de overheid veel inkomsten, waardoor jarenlang zal moeten worden bezuinigd op essentiële voorzieningen;
  • een enorme klap voor de culturele sector omdat voorstellingen onmogelijk zijn geworden voor langere tijd, omdat musea zijn gesloten en veel boekhandels zullen omvallen;
  • een enorme sociale armoede: contactverlies met ouders, met kinderen, met vrienden, terwijl intermenselijk contact voor mensen zo belangrijk is;
  • de jeugd verliest veel tijd om zich te ontwikkelen, omdat het onderwijs een tijd is stilgevallen, waarbij vooral de kinderen die het onderwijs het meest nodig hebben, het meest onder deze periode zullen lijden;
  • door het welvaartsverlies zal de gezondheid in het algemeen afnemen en zullen er meer mensen sterven; door de focus op COVID-19 krijgen nu al veel mensen minder aandacht in het ziekenhuis die dat wel nodig hebben (om te overleven). 

Weeg af aub

Ik vind altijd dat je kosten en baten van een bepaalde beleidsmaatregel niet domweg van mekaar moet aftrekken. Beleid maken is iets anders dan sommen maken. Maar ik vind wel dat de politiek een zorgvuldige afweging moet maken van kosten en baten, van voor- en nadelen. En dat ze zich daarbij zoveel mogelijk op de feiten moeten baseren. Ik sta niet in voor de feiten die ik hier heb gepresenteerd. Omdat ik te weinig weet en omdat degenen die meer weten, daarover te weinig transparant zijn. Maar mijn grootste zorg is dat de politiek de echte afweging niet durft te maken. In ieder geval wordt het hoog tijd voor die afweging. Ook als we willen dat mensen al die beperkende maatregelen braaf blijven volgen. 

Leden van de Staten-Generaal, wilt u het debat over mondkapjes en bedden voortaan aan het kabinet laten? En wilt u doen waarvoor we u hebben gekozen: het maken van een politieke afweging van de voor- en nadelen van de lockdown? Daarmee toont u het leiderschap waar deze tijd u toe uitnodigt. 

[Ik heb deze analyse op 7 mei op basis van nieuwe data aangepast. Aanvankelijk stierf een veel hoger percentage van de patiënten op de IC. Dat heeft twee oorzaken. De kwaliteit van de behandeling zal inmiddels zijn verbeterd. En de gemiddelde leeftijd op de IC is fors verlaagd. Voor de laatste factor is mij geen verklaring bekend.]

Deel dit bericht:

Leven in tijden van corona (3)

april 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Straks weer wakker worden in de Kesch Hütte en langs al die blauwe gentianen naar Sertig Dörfli wandelen en daar overnachten in Walserhus.  

Straks weer in één weekend tweemaal de Mattheus Passion en eenmaal de Johannes Passion uitvoeren. 

Straks weer eten op het terras van Rick en Katrien en beginnen met een nieuwe haring met korenwijn.

Straks weer in Berlijn een marathon lopen, met die finish 200 meter na de Brandenburger Tor en daarna bij Lutter en Wegner gaan eten. 

Straks weer een verse gevulde koek eten in de hal van het Conservatorium van Amsterdam.

Straks weer met Willem en Margreet en hun kinderen Oud en Nieuw vieren in Bilthoven.

Straks weer Huug, Chris en Daan omhelzen.

Straks weer met ML een visje eten op het strand. 

Straks weer een bootcamp doen in de Leidse Hout met Wilbert.

Straks weer in de avondzon witte wijn drinken op het plein van Sienna. 

Straks weer het KCO horen onder hun nieuwe dirigent Gergiev.

Straks weer wandelen bij Diepenheim met Metta en Frans om daarna samen op de Holterberg te eten met Mirre en Han. 

Straks weer met Jan eindeloos bier drinken op de Nieuwmarkt.

Straks weer gewoon fagotles van Mette in Groningen. 

Straks weer Pasen vieren met Carel en Deborah en alle andere familie in Rockanje. 

Straks weer naar de kapper.

Straks weer samen met Karen beginnen met een nieuwe Triomf van de Stad.

Straks weer Adams spelen met het Utrechts Blazers Ensemble. 

Straks weer met Freek, Jurrien, Jaap, Jaap, Marianna, Jan Oege, Charlotte, Antoinette, Bernard, Femke, Paul, Angela en al die andere lieve vrienden een dagje varen van Gaastmeer naar Balk of van Gaastmeer naar Workum. 

En intussen heb ik niets te klagen en zijn Bas en ik heel gelukkig met Loutje, thuis in Oegstgeest, thuis in Zeeland of op de boot. 

Deel dit bericht:

Hoeveel mensen zijn al besmet (2) #corona

april 23, 2020 by  
Filed under artikel

Voor de krapte op de Intensive Cares is het van groot belang om te weten hoeveel mensen ernstig ziek worden door het COVID-19 virus. Maar voor de samenleving is het veel belangrijker om te weten hoeveel mensen al besmet zijn met het virus. Zoals bekend leiden de meeste besmettingen tot (heel) milde klachten. En als er genoeg mensen besmet zijn zal het virus ook zonder al die beperkende maatregelen vanzelf uitdoven.

Vorige week verschenen de eerste, zeer voorlopige cijfers van onderzoek door Sanquin:  3,5 % van de bevolking had inmiddels antistoffen tegen COVID-19 opgebouwd. Dat komt overeen met een half miljoen mensen. Deze week vertelde Jaap van Dissel in zijn briefing aan de Kamer dat onderzoek van het RIVM deze cijfers bevestigt. Bovendien was inmiddels uit het Sanquin-onderzoek duidelijk geworden dat in Brabant  7 tot 9% van de mensen antistoffen heeft. 

De cijfers worden zonder verdere uitleg gepresenteerd. Ik vermoed dat veel mensen de conclusie trekken dat nog maar weinig mensen besmet zijn met het virus en dat we dus nog een lange weg te gaan hebben. Het grootste deel van de bevolking kan immers nog steeds worden besmet.

Die conclusie is veel te simpel. Ten eerste wordt nauwelijks melding gemaakt van het feit dat dit soort onderzoek noodgedwongen altijd achter de feiten aanloopt. Het Sanquin-onderzoek is volgens de NRC begin april uitgevoerd en vertelt ons dus niets over de ontwikkelingen in de laatste weken. Het onderzoek van het RIVM kent een vergelijkbare vertraging. 

Ten tweede zegt het onderzoek niets over het aantal mensen dat begin april besmet was (geweest), maar alleen iets over het aantal mensen dat begin april anti-stoffen had aangemaakt. Anti-stoffen ontwikkel je pas een aantal weken nadat je een besmetting hebt opgelopen. Zoals de NRC terecht opmerkte “geven de getallen een beeld van het begin van de epidemie in Nederland, begin maart.”

Conclusie: terwijl velen wellicht denken dat op dit moment nog maar 3% van de mensen besmet is geraakt met het corona-virus, was begin maart al 3% van de mensen besmet geraakt. En nog interessanter in Brabant was begin maart al 7 tot 9% van de bevolking besmet. 

Dat zijn indrukwekkende cijfers, die ons mogelijk ook iets zeggen over het werkelijke aantal mensen dat tot op dit moment reeds besmet is (geweest). Wie een beetje de weg weet op de website van het RIVM kan elke dag alle feiten vinden over aantallen besmettingen, aantallen ziekenhuisopnames  met COVID-19 en aantallen mensen die aan dit virus zijn overleden. Het RIVM splitst deze gegevens uit naar provincie. En dan wordt het echt interessant. Je ziet bijvoorbeeld dat er begin maart in Brabant nog maar nauwelijks besmettingen waren, nog maar nauwelijks ziekenhuisopnames en nog maar nauwelijks doden. Nee, je ziet dat een meervoud van al die besmettingen, opnames en doden na begin maart heeft plaatsgevonden. Ik durf geen cijfers te geven, maar het zijn er zeker 6 keer zoveel. [En ik hou daarbij rekening met het feit dat het bij de opnames en overlijdensgevallen van na begin maart voor een deel gaat om besmettingen van voor begin maart.]

Sorry, dan zouden dus op dit moment al zo’n 50% van de Brabanders besmet zijn geraakt. En zullen dus over enige tijd zo’n 50% van de Brabanders antistoffen hebben. Dat is toch waarachtig een ander beeld dan 3% besmettingen in heel Nederland. 

Dat zou bovendien betekenen dat in Brabant inmiddels langzaam in de buurt komt van een percentage dat je nodig hebt voor groepsimmuniteit (60%). En dat zou zelfs kunnen impliceren dat de afname van het aantal ziekenhuisopnames in de laatste week in Brabant minder wordt veroorzaakt door de maatregelen maar meer door het feit dat al zoveel mensen besmet zijn (geweest). 

Nee, dat is inderdaad moeilijk te geloven. Maar: als begin maart in Brabant al 7 tot 9% van de mensen besmet was, wie rekent dan wel voor mij uit hoeveel mensen in Brabant inmiddels besmet zijn met het virus?

Deel dit bericht:

Paul Scheffer verliest zijn scherpte bij Europa

april 21, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Weer zo’n aanrader: De vorm van vrijheid van Paul Scheffer uit 2018. Wat een wijs boek, wat een wijs man. Of ben ik het alleen maar hartgrondig met hem eens? Overigens geldt dat niet voor het hele boek. Ik zal proberen zijn redenering in eigen woorden samen te vatten en mijn kritiek helder te beschrijven.

Paul Scheffer is voor velen bekend geworden met zijn essay Het multiculturele drama uit 2000. Dit essay in de NRC bracht een schok te weeg onder links en kosmopolitisch Nederland. Met name omdat ze dachten dat Paul één van hen was. Links Nederland was in die tijd nog erg trots op zijn eigen tolerantie en gastvrijheid. Vluchtelingen en migranten waren hier welkom. En wie daar tegen was, was rechts, ja zelfs inhumaan. Scheffer betoogde daarentegen dat er van alles mis was onder de vele migrantengroepen. Er was veel werkloosheid, veel armoede en er waren veel achterstanden in het onderwijs. De hooggeprezen tolerantie was in zijn ogen geen tolerantie maar gewoon onverschilligheid. En hij merkte fijntjes op dat het niet de kosmopolieten in hun betere buurten waren die last hadden van de migratie, maar de autochtonen die op dezelfde huizen en dezelfde banen waren aangewezen als de nieuwkomers. 

Het is niet bij dit essay gebleven. Scheffer schreef nog een voortreffelijk boek over integratie (Het land van aankomst). En ging zich steeds meer verdiepen in het fenomeen van de grens. Dat had zowel een praktische als een filosofische kant. Zo horen ‘open grenzen’ niet boven elk dispuut verheven te zijn als er te veel migranten zijn om van integratie nog een succes te kunnen maken. Maar de filosofische vragen zijn eigenlijk veel interessanter: kan een gemeenschap zonder zijn eigen grenzen wel gemeenschap zijn en waarom zou een gemeenschap niet gewoon het recht hebben om zelf te bepalen wie als gast wordt ontvangen en wie niet. De vraag stellen, is hem beantwoorden. En zo komt Scheffer tot een hele mooie definitie van kosmopolitisme: “een waarachtig kosmopolitisme ligt niet in de ontkenning van grenzen, maar in de verkenning van die grenzen en in de poging ze te overschrijden.” Zonder een binnen kan je niet naar buiten kijken. 

In De vorm van vrijheid verfijnt Scheffer zijn redenering. En hij laat goed zien dat je geen populist hoeft te zijn om je zorgen te maken over migratie en over een gebrek aan grenzen. Juist als een ware kosmopoliet heeft Scheffer oog voor grenzen: “een grenzeloze wereld kan eindigen in een nieuwe onvrijheid”, zegt hij Zygmunt Bauman na. 

Toch wringt het boek voor mij in het slotdeel. Het boek waaiert eerst nog even uit over de wereld. Scheffer meent dat de betekenis van de groei van China en India wordt overschat. En in feite ziet hij een grote toekomst voor de Westerse wereld en met name voor het Europese continent. Terecht is hij lyrisch over de beschaving en de cultuur van Europa, over het niveau van de Europese universiteiten (ook de Britse), over de sociale gelijkheid in Europa en over onze democratie, onze rechtsstaten en onze geringe corruptie.

Maar dan schakelt hij één op één van het Europese continent over naar de Europese Unie. En loopt daarmee vast in zijn eigen redenering. Want als je de EU gelijk stelt aan democratie, cultuur en beschaving kan het Europese project alleen nog maar een succes zijn. Voorzichtig durft Scheffer nog wel te zeggen dat hij geen federalist is à la Guy Verhofstadt, maar de kritiek van Baudet op Europa wijst hij stellig af. Hij ziet geen andere uitweg dan voort te ploegen op de huidige modderweg van Europa. 

Dat verhoudt zich slechts met zijn overtuigende verhaal over grenzen. Ja, inderdaad, Scheffer houdt een vurig pleidooi voor de versterking van de buitengrenzen van Europa. Maar de binnengrenzen zijn vooral binnengrenzen van Europa en vooral geen buitengrenzen van de natiestaten. Dat strookt naar mijn gevoel niet met het praktische en filosofische belang van grenzen van gemeenschappen. Want er is niet alleen een Europese gemeenschap, maar er zijn zeker zovele nationale gemeenschappen. 

Voor mij is dan ook de boeiende vraag hoe we de Europese gemeenschap naast de nationale gemeenschappen kunnen laten voorbestaan. Hoe we het belang van de eigen grenzen van de natiestaten kunnen doorvertalen naar het Europese project. Daarbij moeten we in ieder geval afscheid nemen van dat lauwe streven naar federalisme. En zullen we Europa als een gezamenlijk beleefde ruimte moeten definiëren. Waar alle unieke natiestaten van elkaar kunnen profiteren, zonder dat hun eigenheid door een EU wordt aangetast. 

Paul, wil je het volgende boek aan deze vraag wijden. 

Deel dit bericht:

Hoeveel mensen zijn al besmet, wanneer is #corona over

april 20, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Twee interessante feiten gehoord in de afgelopen week over die prangende vraag die veel mensen bezighoudt: hoeveel mensen zijn er al besmet door het coronavirus? 

Het eerste feit: het was al lang bekend dat veel zorgmedewerkers besmet zijn. Maar ik wist nog niet dat de onderhavige zorgmedewerkers (uit Breda) niet binnen maar buiten het ziekenhuis besmet zijn geraakt. Zoals Van Dissel het deze week tijdens de briefing van de Tweede Kamer tamelijk achteloos vertelde. Als Van Dissel gelijk heeft, kunnen we de onderzochte zorgmedewerkers beschouwen als een aselecte steekproef uit de samenleving. Het enige specifieke aan hen is dat ze uitvoerig en breed zijn getest. Ik zocht het bericht terug op de site van het RIVM. Daar staat op 10 maart: 4% van de zorgmedewerkers zijn besmet. Dat zou betekenen dat al voor 10 maart 2020 4% van de Bredase bevolking besmet was. 

Het tweede feit: Sanguin doet onderzoek naar de opgebouwde immuniteit onder de bevolking. Welk deel van de bevolking heeft reeds door een besmetting anti-stoffen opgebouwd? De eerste, zeer voorlopige cijfers verschenen deze week: ruim 3% van de bevolking heeft antistoffen. Dat komt overeen met een half miljoen mensen. Maar in de kleine lettertjes stond dat antistoffen pas drie weken na besmetting zijn te detecteren. En dat het onderzoek al weer een week oud is. Dus gaat het hier om een analyse van Nederland anno 10 maart 2020. 

Vervolgens nemen we de cijfers over besmettingen en ziekenhuisopnames erbij. Wat zien we? Voor 10 maart was nog maar een fractie van de mensen besmet die tot op heden besmet zijn geraakt. Ik weet het: die cijfers over besmetting zijn zeer vervuild want ze worden vooral bepaald door het aantal test dat wordt uitgevoerd. Okay, laat ik het anders zeggen: voor 10 maart was het aantal corona-gerelateerde ziekenhuisopnames nog maar een fractie van alle corona-gerelateerde ziekenhuisopnames tot nog toe. Een fractie. Ik weet het: een deel van de mensen die na 10 maart is opgenomen in het ziekenhuis is reeds voor 10 maart besmet geraakt. Dus het moet echt weer op de achterkant van een sigarendoosje: als op 10 maart 3 tot 4% van de bevolking besmet was (geweest), moet op dit moment toch zeker 20 tot 25% besmet zijn (geweest). Dat gaat om 3 tot 4 miljoen mensen die mogelijk antistoffen tegen COVID-19 dragen. 

Groepsimmuniteit bereiken we met 10 miljoen besmette mensen. Dat betekent: hou vol! En om het cru te zeggen: vooral met het besmetten van elkaar. 

Deel dit bericht:

Geen eurobonds en geen euro voor Italië

april 15, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het dilemma wordt mooi geschetst in de NRC. Als Nederland toegeeft aan het verlangen naar eurobonds van Italië speelt het de Nederlandse populisten in de kaart, als Nederland niet toegeeft aan dat Italiaanse verlangen, speelt het de Italiaanse populisten in de kaart. Maar het echte dilemma gaat veel dieper: willen we die euro eigenlijk wel? 

Wat zijn eurobonds? Om dat te kunnen begrijpen moet je beseffen dat alle Europese landen een ‘staatsschuld’ hebben. Die wordt vaak uitgedrukt in een percentage van hun eigen bruto binnenlands product (bbp). De staatsschuld van Nederland ligt momenteel ergens tussen de 40 en 50% van ons bbp. De staatsschuld van Italië ligt tussen de 130 en 140% van het Italiaanse bbp. Die staatsschuld kan alleen blijven voortbestaan als banken en andere financiële partijen bereid zijn om dat geld te lenen. Zo niet dan gaat een land failliet. En krijgen de geldschieters hun geld niet meer terug. Het is dan ook begrijpelijk dat Italië een veel hogere rente moet betalen dan Nederland. Eurobonds impliceren dat voortaan alle Europese landen samen geld gaan lenen op de financiële markten. Je kan er donder op zeggen dat de landen die nu een lage rente betalen (Nederland, Duitsland) dan een hogere rente moeten betalen en landen die nu een hoge rente betalen (Italië, Griekenland) dan minder rente betalen. Ik begrijp wel waarom Nederland en Duitsland niet om die eurobonds zitten te springen en Italië en Griekenland wel.

Maar we kunnen toch wel solidair zijn met de Italianen? Zij zijn toch ook onderdeel van ons Europa? Ja en nee. Als 20.000 Italianen aan corona sterven past vanzelfsprekend solidariteit. Maar die Italianen vragen ook zonder corona om eurobonds. En gaat onze solidariteit zo ver dat we ook in normale tijden Italië willen helpen bij het financieren van hun staatsschuld? Willen wij bijleggen omdat zij hun financiën zo slecht op orde hebben? Ik denk dat een meerderheid van de bevolking daartoe best bereid is, als de Europese Unie Italië werkelijk tot een ander beleid kan dwingen, waardoor die staatsschuld echt kleiner wordt. Maar die EU hebben we niet. De EU is geen politieke unie. 

Laat ik het versimpelen tot een Nederlands voorbeeld. In Nederland wordt het meeste geld verdiend in de Randstad en in Brabant. Toch zijn de uitkeringen in Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg even hoog als in Bloemendaal. Dat is niet alleen een kwestie van solidariteit. Dat accepteren we zolang de pensioenleeftijd in de genoemde buitengewesten gelijk is aan de pensioenleeftijd in Bloemendaal. Dat accepteren we omdat ook in de buitengewesten mensen met een uitkering werk moeten zoeken. Dat accepteren we omdat ook in de buitengewesten mensen naar vermogen belasting moeten betalen. In Europa ligt dat allemaal anders. Europa heeft geen grip op de pensioengerechtigde leeftijd in Italië, op de hoogte van de uitkeringen, op de voorwaarden die aan uitkeringen worden gekoppeld. Dat is ook heel logisch omdat ook Nederland niet accepteert dat Europa dat soort zaken hier zou bepalen. Maar als we accepteren dat Italië zijn eigen beleid mag voeren en daarmee zijn eigen staatsschuld mag bepalen, is er dan reden om de Italianen te helpen bij het aflossen van die staatsschuld?

Ik hou van Italië, ik ging er heen voor mijn huwelijksreis, persoonlijk zou ik ze wel willen helpen. Maar ik kan het ook begrijpen als anderen deze solidariteit niet willen opbrengen. Simpel gezegd: ik kan begrijpen waarom mensen PVV of Forum gaan stemmen als Rutte enthousiast de eurobonds omarmt. En ja, ik kan het ook begrijpen waarom Italiaanse burgers op een anti-EU-partij gaan stemmen als wij die eurobonds gaan tegenhouden. 

Hans van Mierlo zou het een dilemma of een paradox hebben genoemd. 

Maar het is helemaal geen dilemma of een paradox. Want niet alleen kost solidair zijn met de Italianen ons veel geld, Europa heeft Italië al jaren lang heel veel geld gekost. Omdat de economie in het Noorden van Europa beter draait dan de economie in het Zuiden van Europa, leven wij boven onze stand en zij onder hun stand. Dat lijkt ingewikkeld maar is het niet. Je moet namelijk weten dat de waarde van een munt van een land de waarde van een economie van dat land weerspiegelt. De waarde van de gulden weerspiegelde de Nederlandse economie, de waarde van de lire de Italiaanse economie. Natuurlijk, sinds Bretton Woods waren die munten aan elkaar gekoppeld met vaste wisselkoersen. Maar als de Italiaanse economie te zwak werd, devalueerde de Italiaanse regering de lire om toch nog mee te kunnen komen Daarmee werd de bevolking wel armer (ze konden minder buitenlandse auto’s kopen), maar de Italiaanse producten werden wel goedkoper voor het buitenland. Omgekeerd werd je bij die vaste wisselkoersen soms gedwongen om te revalueren. Daarmee werden je producten in het buitenland duurder, maar konden je burgers meer buitenlandse auto’s kopen. 

Maar nu weerspiegelt de euro de economie van Europa (preciezer: de euro-landen). En zijn er geen wisselkoersen meer, en is er maar één munt. Dat heeft grote gevolgen. Als Italië het binnen de EU slechter doet dan de rest, kan de lire niet meer (automatisch of door devaluatie) goedkoper worden. Beter gezegd: de Italiaanse producten blijven veel te duur. En als je producten te duur zijn, verkoop je minder en doet je economie het minder goed. Zoals de euro ook geen goede afspiegeling is van de bloeiende Nederlandse en Duitse economie, omdat de euro ook de zwakke economie van Italië weerspiegelt. En daar hebben Nederland en Duitsland veel baat bij. Dus: terwijl de Italiaanse producten op de wereldmarkt door de euro relatief steeds duurder worden, worden de Nederlandse tulpen en de Duitse auto’s relatief steeds goedkoper. 

Ik vertel hiermee niks nieuws. Alle vooraanstaande economen waren in de jaren 90 tegen de invoering van de euro, juist vanwege dit probleem. Maar die euro kwam er toch, als compensatie voor de eenwording van Duitsland. [Mitterand wilde Kohl zijn verenigde Deutschland alleen gunnen als de Duitse Mark niet te dominant werd en er één euro kwam]. Nogmaals: het is niet erg als een achterblijvende regio door de rest moet worden ondersteund, als we ons één gemeenschap voelen en als we één gezamenlijke regering accepteren. Dat noemen we een politieke unie. Maar die politieke unie willen we in Europa niet. 

Italië zit dus klem. En niet omdat Nederland en Duitsland die eurobonds niet willen. En niet omdat de populisten (helemaal) aan de macht komen als Europa Italië niet helpt. Maar omdat Italië de middelen ontbeert om zijn economie weer aan de praat te krijgen. Zolang Italië met euro’s blijft betalen, zal het altijd met handicap achter Duitsland aan blijven hobbelen. En de kans is veel groter dat Italië nog verderop raakt dan dat het Duitsland ooit gaat inhalen. 

De keuze is dus niet: wel of geen eurobonds. De keuze is: wel of geen euro. Als we de euro handhaven zullen we Italië uit zijn klem moeten verlossen. Dat kan alleen met enorme transfers van noord naar zuid en, om die te legitimeren, met een enorm ingrijpen in de Italiaanse economie. Zonder euro kan de Italiaanse economie zichzelf weer oprichten, als de Italianen daaraan zelf behoefte hebben. Met eurobonds zijn er wel transfers maar geen ingrijpen en wordt het echte probleem, het disfunctioneren van de Italiaanse economie, niet opgelost. 

Die populistische dreiging is dus niet zo groot. Beter gezegd: die is er alleen, als we geen echte stappen durven te zetten. De echte keuze is dus: een politieke unie en transfers van Noord naar Zuid of het laten vallen van de euro, terwijl de rest van het Europese project (zoveel mogelijk) overeind wordt gehouden. En ik voorspel dat er geen meerderheid is voor een politieke unie en geen meerderheid voor transfers van Noord naar Zuid. 

Let wel: ik pleit niet voor een vertrek van Italië uit Europa. Dat zal niet alleen Europa, maar ook Italië veel schade berokkenen. Maar juist om dat vertrek van Italië uit Europa te voorkomen, zou openlijk en serieus moeten worden gesproken over een vertrek van Italië uit de euro-zone. Vergeet niet dat het Verenigd Koninkrijk ook nooit een euro heeft gehad. En dat Zweden een heel gelukkig lid is van de EU zonder ooit afscheid te hebben genomen van de kroon. Het zou in ieder geval een gemiste kans zijn als elke beweging die ingaat tegen het beeld van een ever closer union, per definitie onbespreekbaar is.

Deel dit bericht:

De Noordlicht weer te water

april 13, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Nota bene, ik ben al 68.  En dan toch niet meer kunnen slapen als je om half 6 wakker wordt. Van de spanning. Omdat de boot vandaag weer in het water gaat. Ik moet nog even wachten. Tot mijn vrouw wakker is. Gelukkig kent ze eenzelfde onrust. Ze is ook vroeg wakker. Ik weet het, we hebben alle tijd, we hebben de hele dag. Maar zo voelt het niet. We springen uit bed, douchen en kleden ons snel, we ontbijten en we zitten eerder dan afgesproken in de auto. Op weg naar Reekers in Woudsend. Waar onze Noordlicht zes maanden binnen heeft gelegen. Veilig tegen stormen en kou. Veilig tegen regen, maar wel alleen. Zonder ons en wij zonder haar. 

Als we Spannenburg naderen neemt de spanning toe. Hoe zou het met haar zijn? Ze moet al in het water liggen. We doen een wedstrijdje: wie ziet haar het eerste? Maar bij Reekers ligt de hele wal nog vol met schepen. Door de corona zijn we één van de eersten dit jaar die te water gaan. We moeten onder al die schepen door, voordat we bij de haven zijn. Nee, dat is hem niet. Dat is verdorie een andere Noordkaper! Ja! Daar ligt ze! Ze ligt te glimmen in de zon. We hollen de steiger af, maken de reling los en stappen aan boord. Zij wiebelt een heel klein beetje. Eigenlijk onmerkbaar. Maar de schipper herkent elke beweging van zijn schip. We zoeken de havenmeester nog even op, om hem te bedanken en te vragen of alles goed is gegaan. Hij vraagt of hij in het najaar weer ons kan rekenen. Zeker, Steven. Noordlicht heeft het altijd goed bij jou. Maar nu is ze weer helemaal van ons. 

De trossen gaan los. De motor start als een zonnetje door de jaarlijkse beurt van de firma Steinhauzer. We draaien de haven uit. Ik voel me groeien en ik strek juichend beide armen in de lucht. We varen weer! Het is prachtig weer. De zaterdag voor Pasen. Vorig jaar hadden we nog storm en zelfs natte sneeuw. Maar nu is het prachtig voorjaarsweer. Windkracht 3 ZO. 15 graden Celsius. We varen langs de brug in Woudsend, die in tegenspraak met allerlei geruchten toch open is. Als we de Woudsendse Rakken opdraaien komt Marie Louise al met verse koffie uit de kajuit. Alsof rolverdeling aan boord voorspelbaarder is. Het water kabbelt zacht onder het schip. Het riet is aan beide kanten van de vaart nog helemaal geel. De natuur laat slechts enkele groene knoppen zien. Maar niets kan onze vreugde deren. En dat geldt al evenzeer voor onze tegenliggers. Er wordt hartelijk gegroet, er wordt soms juichend gegroet. We zijn allemaal blij dat we weer varen. 

Aan het einde van de Rakken draaien we het Heecher Mar op. Dit is ongeveer het mooiste plekje van Friesland, van Nederland, van de hele wereld. Een vijftal zeiltjes op het meer. In de verte liggen de Leijepolle. Daartussen vloeien lucht en water in elkaar over. Als we na een half uurtje bij de Leijepolle zijn, willen we allebei maar één ding. Nog even doorvaren. We steken ook de Fluezen over, we ronden de Krûspolle en wenden dan toch maar de steven naar Gaastmeer. We raken ontroerd als we het kerkje zien, waar we in 2018 zijn getrouwd. We varen de Yntemasleat door, naar de Grutte Gaastmar. Aan het einde van de sleat naar rechts, naar jachthaven Pieter Bouwe. Het mooie witte huisje op de hoek is in de winter vervangen door een prachtig huis dat zo goed in de omgeving past dat nauwelijks opvalt dat het helemaal nieuw is. Het laatste bochtje en we draaien de haven in. Nog even naar rechts. En ja, het aanleggen gaat niet helemaal goed. Zonder Marie Louise hadden we onze eerste kras al kunnen bijschrijven. Ik besluit dat dat voortaan echt anders moet. Als de boot stevig aan de wal ligt, zitten we nog even in de zon. We mijmeren over het virus. Over dame Corona. Hoe dramatisch ze is. Hoeveel mensen besmet zijn, hoeveel mensen sterven. Maar daar kan onze lieve Noordlicht niks aan doen. We beseffen dat de vakantie naar Bretagne niet kan doorgaan. Maar dat Zij altijd klaar ligt om ons liefdevol te ontvangen. Dat we deze zomer naar alle waarschijnlijkheid geen vrienden aan boord kunnen noden. En dat we de vrienden zeker niet mogen vertellen dat het met ons drieën ook zo heerlijk is: wij samen op Noordlicht

Deel dit bericht:

De klem van de IC-bedden #corona

april 9, 2020 by  
Filed under artikel

Vanochtend indringend interview met Marli Huijer in de Volkskrant. Ze stelt de vragen die gesteld moeten worden over corona en alle beperkende maatregelen die erbij horen. Ik was er blij mee, hoewel Huijer verzuimt om zelf maar het begin van een antwoord te geven. Het  kabinet moet wel beslissen. En als ik eerlijk ben: als ik in de schoenen van Rutte had gestaan, had ik tot op heden dezelfde beslissingen genomen.

Dat neemt niet weg dat we een veel breder politiek debat nodig hebben. Een debat dat veel verder rijkt dan de Intensive Care. Want in feite lijken regering en parlement gedreven door een hele simpele redenering: 

  1. Mensen die besmet zijn met het corona-virus besmetten andere mensen door direct contact.
  2. Wie het virus draagt wordt ziek. Een deel van de zieken moet worden opgenomen in het ziekenhuis, van hen moet een deel worden opgenomen op de Intensive Care en van hen gaat een aantal dood.  
  3. Als we alle zieken willen helpen, is het aantal IC-bedden de bottleneck. Het waren er 1000, uitbreiding tot 2000 IC-bedden voor corona-patiënten is het maximaal haalbare. 
  4. Als we willen voorkomen dat meer dan 2000 patiënten IC-zorg nodig hebben, zullen we het aantal besmettingen moeten intomen. 
  5. En daarom moeten we het directe contact tussen mensen voorkomen, door bepaalde activiteiten te verbieden. 

Het klinkt erg logisch. Maar de redenering klopt niet en zet ons bovendien klem. Wat vergeten we bijvoorbeeld in de redenering:

  • De doden vormen geen aselectie steekproef uit de bevolking. Het gaat veelal om mensen die al lijden aan andere ziektes en om die reden meestal oud zijn. De gemiddelde leeftijd van de doden ligt boven de 80 jaar. Waar Marli Huijer terecht op wijst: oude mensen moeten ergens aan dood gaan. Meestal vallen ze om door griep, en dit is een vorm van griep. Huijer zegt ook: als ze nu niet dood gaan, zouden ze over een paar maanden aan iets anders dood gaan. Elk jaar krijgen kwetsbare mensen door griep en de bijbehorende longontsteking het laatste zetje. Er is zelfs sprake van een inhaalslag omdat we al twee jaar geen goede griep meer hadden gehad. Terecht zou de regering antwoorden: we weten niet wat er zou zijn gebeurd zonder al die beperkende maatregelen. Omgekeerd kan je de vraag stellen: komt het afvlakken van het dodental in de laatste dagen door de beperkende maatregelen of door het feit dat de kwetsbaarsten onder ons inmiddels dood zijn? 
  • Die enorme focus op het aantal IC-bedden doet ons ten eerste vergeten dat de meerderheid van de mensen die op de IC terecht komt, toch dood gaat. Ten tweede vindt er, ook als er voldoende bedden zijn op de IC, selectie bij de poort plaats. Voordat iemand wordt opgenomen op een IC zijn er vele wijze artsen en nog meer wijze familieleden die zich afvragen of het nog verstandig is om oma aan de beademing te leggen. Omdat oma er nooit meer beter van zal worden en omdat oma een goed leven heeft gehad. In dat licht zijn er nu ook al veel te weinig IC-bedden om alle corona-patiënten een stille dood aan een beademingsapparaat te laten sterven. Ik schat dat niet meer dan 500 van de officiële 2400 doden op de IC is gestorven. En dan vergeet ik nog even de 2000 niet-officiële corona-doden, die wel uit de cijfers van het CBS blijken maar niet uit de cijfers van het RIVM. 
  • En nog steeds praten politici uren over IC-bedden. Ik vrees dat dat veel met angst te maken heeft. En met de media. Want de kinderen van de eerste oma voor wie echt geen plaats meer was op de IC, zullen uitgebreid hun zegje komen doen in alle media. En dan heeft de politiek het dus gedaan. Want geen politicus durft te zeggen dat ‘mensen toch ergens dood aan moeten gaan’, terwijl dat wel het onderwerp is waar we het tot nog toe over hebben. 

Laat ik het samenvatten. De redenering van het kabinet suggereert dat we iedereen van een ongewisse dood kunnen redden als we maar genoeg IC-bedden hebben. Die gedachte is onjuist. Ook met voldoende IC-bedden gaan er veel mensen dood. En misschien nog wel erger: er gaan altijd mensen dood.

De redenering van het kabinet is niet alleen te simpel. Hij zet het politieke debat ook klem. Omdat er in de redenering geen ruimte is voor alle nadelige neveneffecten, lijkt er geen sprake te zijn van een afweging. We weten wel dat de economie enorm lijdt onder de beperkende maatregelen, maar die economie is pas aan bod nadat er genoeg IC-bedden zijn. En daar hebben we Jaap van Dissel voor. Die praat elke week de Kamer bij: halen we het of halen we het niet?  Als we het niet halen moet er nog meer op slot, als we het wel halen moeten we bedenken hoe we intelligent uit het slot komen, op voorwaarde dat ook in het komende jaar er nimmer te weinig IC-bedden zijn. 

We hebben behoefte an een ruimer debat. Waarin alle effecten en alle neven-effecten van het beleid wel goed worden afgewogen. Wat zou het goed zijn als de Kamer voortaan ook elke week Pieter Hasekamp van het CPB zou ontvangen om de Kamer bij te praten over de economische gevolgen van de coronacrisis. Weten we al zeker dat deze crisis zwaarder zal zijn dan die van 2008? Hoeveel zzp-ers staan op omvallen, hoeveel bedrijven? Hoeveel winkels gaan definitief dicht? Hoeveel werklozen levert dat de komende jaren op? Wat betekent dat voor de overheidsfinanciën in 2022? En ga zo maar door. 

En ik zou elke week Kim Putters van het CPB willen horen. Wat betekent het dichthouden van scholen voor kwetsbare kinderen? Hoeveel wantrouwen sluipt er in een samenleving die elk direct contact moet vermijden. Hoe groot zal de kaalslag in de cultuursector zijn? Hoeveel patiënten die per ongeluk geen corona hebben, worden nu minder goed verzorgd. En hoeveel extra doden levert dat op?

En ik zou elke week Hans Mommaas van het PBL willen horen. Wat betekent onze monomane aandacht voor corona voor de stikstofcrisis die niet uit zichzelf wordt opgelost. Hoe gaat het met het klimaatbeleid en het halen van de doelen van Parijs. En mogen we het Urgenda-arrest straks gewoon even vergeten omdat er zoveel doden in verpleegtehuizen waren te betreuren? 

Over al die neven-effecten van het beleid moet de Kamer debatteren. Want er komt een moment dat we die absolute focus op IC-bedden zullen moeten loslaten. Er komt een moment dat we moeten gaan afwegen. Expliciet. Want impliciet wordt die afweging al lang gemaakt, namelijk in het voordeel van de IC-bedden. 

Deel dit bericht:

« Vorige paginaVolgende pagina »