Zo moeilijk is klimaatbeleid niet

april 16, 2019 by  
Filed under Geen categorie, Voorpagina

Jan Paternotte en Rutger Schoris doen een uitstekend voorstel in NRC-Handelsblad: een vliegtaks voor korte vluchten vanaf Schiphol. Ze richten zich rechtstreeks tot de bazen van KLM, Schiphol en NS. Deze drie heren schreven vorig jaar al dat meer mensen op kortere afstanden de trein zouden moeten nemen in plaats van het vliegtuig. Nu was dat wel een heel bijzondere gelegenheidscoalitie. KLM en Schiphol waren vooral op zoek naar ruimte voor langere vluchten en de NS zocht meer klanten voor de trein. En toevallig waren ze het op dat moment samen eens. Vooral om de overheid ertoe aan te zetten meer geld op tafel te leggen voor investeringen op het spoor. Aan dat soort doorzichtige en onwaarachtige acties zou je eigenlijk geen aandacht moeten schenken. Paternotte en Schoris doen dat wel. En daarom verdwijnt hun betoog een beetje in het niets.

Terwijl het onderwerp zo simpel is. Ik doe een poging. Terwille van het klimaat moeten we minder CO2 uitstoten. Reizen per vliegtuig levert 10 keer zoveel CO2-uitstoot op als reizen per trein. Dus zou het goed zijn als mensen vaker de trein zouden nemen. Dat kan allemaal zo zijn, maar mensen beslissen zelf hoe ze reizen. En de meeste mensen laten zich leiden door drie factoren: tijd, geld en kwaliteit. Wat is het snelste, wat is het goedkoopste en wat is het aangenaamste. En die drie factoren zorgen ervoor dat heel veel mensen de trein prefereren als ze naar Brussel gaan en het vliegtuig als ze naar Londen, Parijs of Berlijn willen. Dat kunnen we vervelend vinden voor het klimaat, maar het is niet anders.

Tenzij we iets veranderen aan ‘tijd, geld en kwaliteit’. De reistijden per trein veranderen bij hoge investeringen en dan ook nog pas op langere termijn, omdat het aanleggen van nieuwe infrastructuur heel veel tijd kost. Op korte termijn levert dat geen ander reisgedrag op. Het reizen per trein wordt aangenamer als we minder hoeven over te stappen of gemakkelijker tickets kunnen kopen. Daarop valt niet meer zoveel te winnen, afgezien van de vervelende overstap in Brussel voor de reizigers voor Londen. Dan resteert de prijs. En Paternotte en Schoris hebben helemaal gelijk dat we het reizen per vliegtuig duurder moeten maken door het invoeren van een vliegtaks. Wat mij betreft overigens niet alleen voor de kortere vluchten, omdat de maatschappelijke kosten van het vliegen sowieso onvoldoende worden doorberekend in de prijzen van de tickets. 

Daarmee staat die substitutie van vliegen door treinen op de kortere afstanden model voor het hele klimaatbeleid. Het heeft weinig zin als een paar directeuren roepen dat het eigenlijk beter zou moeten. Het heeft ook weinig zin als we weer meer geld van de overheid gaan vragen voor ongetwijfeld goede investeringen. Het heeft vooral zin als we het gedrag van burgers veranderen. En niet met een beroep op verantwoordelijkheid voor de wereld van onze kinderen. Maar door de mix geld-tijd-kwaliteit zo te veranderen, dat burgers wel gedwongen worden om een andere keuze te maken. En ja, de overheid zal die mix moeten veranderen. 

Zo is de overheid er niet voor om mij te verplichten 3,5 zonnepaneel op mijn dak te leggen, om met mijn buren samen een warmtepomp aan te schaffen of om mijn zolder te isoleren. Als fossiele energie duur genoeg wordt, zal ik heus op tijd mijn knopen tellen. En dan beslis ik zelf wel hoe ik van het gas afkom. 

Zo simpel is een goed klimaatbeleid. Het zou goed zijn als politici en die vele ambtenaren niet bedenken wat ik moet gaan doen, maar mijn mix van geld-tijd-kwaliteit zo gaan veranderen dat ik zelf dingen ga doen die klimaatverandering tegengaan. 

Wim Kuijken’s kijk achter de Haagse schermen

april 1, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Wie naar het beste bestuurskundige boek van de laatste jaren zoekt, kan het bij bol.com niet vinden. Ik beperk me hier tot het Nederlandse taalgebied. Het gaat om het boek Dienen en beïnvloeden, waarvoor Paul ‘t Hart en Wim Kuijken samen tekenden. Dat zit zo.

In de Haagse binnenwereld is Wim Kuijken een groot man. Hij begon ooit op Economische Zaken, klom vervolgens op tot secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, na een tussenstop als gemeentesecretaris van de gemeente Den Haag, werd secretaris-generaal van Algemene Zaken (en werkte daar onder Wim Kok en Jan Peter Balkenende) en sloot af als Deltacommissaris na een kort interregnum als secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Als Deltacommissaris was Kuijken verantwoordelijk voor de toekomstbestendigheid van de waterveiligheid. 

Paul ‘t Hart is één van de origineelste Nederlandse bestuurskundigen van dit moment. Hij werkt al een aantal jaren samen met Wim Kuijken bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Daar is het plan ontstaan om een aantal saillante momenten uit de ambtelijke carrière van Kuijken op schrift te stellen. En saillante momenten heeft Kuijken zeker meegemaakt. Het aftreden van Bram Peper vanwege de bonnetjes, het einde van Paars met Fortuyn, het gedoe met Zorreguieta, Margarita en Mabel, de implosie van het eerste kabinet Balkenende, de Catshuisbrand, om de belangrijkste te noemen. 

De opbouw van het boek is helder. ’t Hart interviewt Kuijken en rondt elke casus zelf af met een bestuurskundige duiding. Kuijken vertelt openhartig en ‘t Hart stelt blijkbaar de juiste vragen. Zo wordt elke casus een pareltje van Haagse geschiedschrijving. Voor de velen die niet dagelijks van nabij de relatie tussen de minister en de ambtelijke top van zijn departement meemaken, is het een zeer verhelderend boek. Maar ook de journalisten die indertijd van deze casus verslag hebben gedaan moet het uitermate boeiend zijn om terug te lezen wat zich achter de schermen heeft afgespeeld. 

Er is één probleem met het boek: de auteurs beseffen niet dat ze het beste bestuurskundige boek van de laatste jaren hebben geschreven. Het boek wordt in eigen beheer bij de NSOB uitgegeven (en is daarom bij bol.com niet te vinden). Ze hadden er iets meer tijd voor moeten uittrekken. En een goede redacteur met enig gezag heeft blijkbaar ontbroken. Want het boek had gemakkelijk een klassieker kunnen worden als: 1) Wim Kuijken niet zelf zijn levensloop had beschreven, die aan de beschrijving van de casus vooraf gaat, 2) ‘t Hart zijn bestuurskundige duiding had geïntegreerd met het verslag van zijn interviews, 3) Wim Kuijken soms wat kritischer was bevraagd en 4) de titel van het boek minder oubollig was geweest. En dat had iemand even tegen Kuijken en ‘t Hart moeten zeggen. Maar niet getreurd: het boek is bij de NSOB te downloaden. Meteen doen. 

https://www.nsob.nl/wp-content/uploads/2018/06/NSOB-Dienen-En-Beinvloeden-volledig-boek.pdf

Baudet is geen grutto

maart 26, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Een vriendin wilde weten wat ik van de verkiezingen vond. Zeg maar: van Baudet. Ik vroeg haar vanuit welk perspectief ze commentaar wilde. En ik voelde me meteen weer die wetenschapper die altijd hinkt tussen twee analyses: de wetenschappelijke en de politieke. Wilde ze weten wat de wetenschapper vond van verkiezingsuitslag of wilde ze de emotie van de politiek betrokken burger horen die zijn hele leven links heeft gestemd? Vooral wetenschappers die de politiek en het openbaar bestuur bestuderen, hebben last van die spagaat.

Als wetenschapper zou ik naar de context verwijzen (Trump, Brexit, gele hesjes), ik zou verwijzen naar de kloof tussen hoger- en lageropgeleiden, van wie de laatsten steeds meer het gevoel hebben niet te worden gehoord. Ik zou vaststellen dat de hoogopgeleiden in Amsterdam en Utrecht Baudet minder kansen hebben gegeven dan de laagopgeleiden in Rotterdam. Ik zou Baudet vergelijken met Wilders (minder salonfähig), met Fortuyn (zelfde vastgoedjongens en allebei pronkend met een wetenschappelijke carrière die nauwelijks de moeite waard was). 

Maar er is niet alleen een wetenschappelijk perspectief. Die overwinning van Baudet raakt me gewoon als mens. Forum voor Democratie was vorige week de grootste partij van het land. Een partij die niet alleen extreem-rechtse standpunten verkondigt, maar er ook geen enkele moeite mee heeft om heel veel feiten heel erg te verdraaien. En vooral dat laatste raakt de democratie in haar kern. Het gaat blijkbaar niet meer om het publieke debat, maar om de macht. En democratie is bij Baudet niet meer een symbool van verbondenheid maar een middel om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. En het afzetten tegen de elite wordt hier vooral gebruikt als instrument om zelf tot de nieuwe elite te worden geroepen. Dat vraagt om een reactie, vanzelfsprekend om een waardige reactie, ter bescherming van de democratie en ter bescherming van al diegenen die zich plotseling hebben te rechtvaardigen dat ze hier wonen als ieder ander.

In het wetenschappelijke perspectief gaat het om begrijpen, om Verstehen. In het persoonlijke perspectief gaat het om oordelen, om het bepalen van een standpunt. Er is nog een derde perspectief: het strategische, het perspectief van de politicus die met het fenomeen Baudet wordt geconfronteerd. Zo zal de VVD het kabinet voor 2021 moeten laten vallen om het gat op rechts niet nog groter te laten worden. Alleen al om puur strategische redenen zal de VVD een ruk naar rechts moeten maken, en de migranten zullen daarvan ongetwijfeld de dupe zijn. Maar uiteindelijk zullen alle partijen zich afvragen waarom zij in meer of mindere mate stemmen verliezen aan Baudet. Wat doet hij wel wat zij niet doen? En daarom zullen ze uiteindelijk allemaal in zijn richting opschuiven. Ook als hun persoonlijke standpunt zich daar eigenlijk tegen verzet.

Het eerste analytische perspectief heb je altijd nodig, het tweede normatieve perspectief behoor je te hebben, en je ontkomt in de politiek ook niet aan het derde strategische perspectief. Het is ook heel onschuldig om drie perspectieven naast elkaar te hanteren voor kleine onderwerpen. Denk aan het verdwijnen van de grutto uit het Friese land. Maar Baudet is geen grutto. Met Baudet heeft de Nederlandse politiek zijn onschuld verloren. En moeten het eerste en derde perspectief ons er niet van weerhouden om altijd een helder normatief standpunt te blijven innemen. 

Zijn provinciale verkiezingen voor provincialen

maart 18, 2019 by  
Filed under De Stad, Geen categorie

“Overheid, geef de provincie goed vervoer.” Het is de kop van een artikel van Franca Treur in de NRC  van afgelopen zaterdag. Ze is gevraagd om iets over de provincie te schrijven, zo vlak voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Voor Franca is de provincie blijkbaar het achterland. Ze beklaagt zich vooral over de reistijden naar Zeeland. De koppensneller begrijpt meteen welke titel bij het artikel past: “Overheid, geef de provincie goed vervoer.” De provincie, dat gaat over dorpen die krimpen, over het landelijk gebied, dus over het achterland van Nederland. Vraag een Amsterdammer naar de ‘provincie’, en hij zal het daar helemaal mee eens zijn.

Alle media, ook de NRC, hadden weken lang moeite gedaan om aandacht te schenken aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Er werd gesproken over de identiteit van de provincie. Die meestal niet bestond. Er werd gesproken over het belang van het provinciaal bestuur. Er werd ons uitgelegd dat de provincie gaat over ruimtelijke ordening, over wonen en over regionale economie. Maar iedereen die iets van het openbaar bestuur weet, weet dat de provincie gaat over de ruimtelijke ordening van de dorpen, over het wonen in de dorpen en dat de steden trekkers zijn van de regionale economie. En dat de steden zich weinig aantrekken van de provincie. 

Je ziet zo’n redactievergadering van de krant voor je. Hoe verslaan we dit jaar de Provinciale Statenverkiezingen? Een 60-jarige redacteur zegt dat de democratie belangrijk is en verzandt in een verhaal over Wilders, Baudet, Trump en Bolsaro. De anderen begrijpen zijn verhaal niet helemaal, maar begrijpen wel dat ook die verkiezingen voor de Provinciale staten iets met onze democratie te maken hebben. Dus komt er een serie over alle provincies. De twaalf provincies worden over twaalf stagiaires verdeeld. 

Dan is het werkelijk komisch dat in het laatste weekend voor de verkiezingen de provincie weer is, wat het altijd was: het achterland. In diezelfde krant stond ook al een samenvatting van al die schitterende verhalen over al die schitterende provincies. De belangrijkste conclusie: de burger voelt zich verbonden met zijn plek, met zijn stad, met zijn dorp, met zijn polder, met zijn kanaal, maar niet met een provincie. De provincie is van niemand. 

Toch verdient het pleidooi van Franca Treur weerwoord. Haar verhaal is typisch het verhaal van een stedeling die elk half jaar heel veel tijd kwijt is om haar ouders in Zeeland te bezoeken. ‘Wij’ gaan op de fiets naar Hoppe en het Concertgebouw. ‘Wij’ brengen onze kinderen in de bakfiets naar het Barleus. Maar al die mensen ‘in de provincie’ vinden het helemaal niet erg ze zo ver van de stad wonen. Daarmee zijn ze ook zalig onbereikbaar voor al die praatjes-makende stedelingen, die met hun praatjes vooral onze rust verstoren. Nee, het zou inderdaad goed zijn als bij de Provinciale Statenverkiezingen alleen de provincialen komen stemmen.

Aardbevingen in Groningen en bellenblazen in Den Haag

maart 8, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Er komt een parlementaire enquête over de aardbevingen in Groningen. Om het vertrouwen van de (Groningse) burger in de overheid te herstellen. Zo luidt het motief van de Kamer. Ik gebruik het begrip Haags kaasstolp niet graag, vooral omdat ik niet graag afgeef op Den Haag. Maar hier is echt sprake van bellenblazen in de kaasstolp. 

Wat is namelijk het geval? De parlementaire enquête zal pas starten als met het afhandelen van de schadeclaims en met het versterken van de huizen voortgang wordt gemaakt. Hoe cynisch wil je het hebben? Al jaren wachten de Groningen op het afhandelen van hun schadeclaims en op het versterken van hun huizen. Elke schadeclaim lijkt tot op heden te verzanden in bureaucratie en vooral in deskundige tegenwerking. Elk huis dat moet worden versterkt wordt elke keer op een andere wachtlijst geplaatst. Dus als dat plotseling allemaal wel zou lukken, krijgen we een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burgers in de overheid terug te winnen. 

Nee, het is nog cynischer. Ik hoor een braaf Kamerlid voor de radio vertellen dat die schadeclaims voortvarend zullen worden afgehandeld als een nieuw Instituut Mijnbouwschade in het leven is geroepen. Daarvoor hadden we het Tijdelijk Instituut Mijnbouwschade. Daarvoor hadden we het Centrum Veilig Wonen. En daarvoor klooide de NAM zelf maar wat aan met de burgers. In alle gevallen bleven de claims op een bureau liggen. En het brave Kamerlid belooft dat alles beter wordt als de Groningers weer met een ander instituut worden geconfronteerd. En voor de versterking van huizen moet volgens hetzelfde brave Kamerlid ook een nieuw instituut het licht zien. De  NCG, de nationaal coördinator Groningen (ofwel Hans Alders) was de afgelopen jaren daarvoor verantwoordelijk. Bij de NCG werken 250 ambtenaren die veel meer kosten dan inmiddels aan de versterking van huizen is uitgegeven. Die ambtenaren moeten blijkbaar eerst worden overgeplaatst naar een nieuw instituut voordat ze gaan doen waarvoor ze al jaren zijn aangesteld. 

Gelooft u het? Het afhandelen van schadeclaims en het versterken van huizen komt echt op gang als die twee nieuwe instituten van start zijn gegaan. Nieuwe huisvesting, nieuwe meubels, een nieuwe directeur, een nieuw Organisatie- & Formatierapport, oude medewerkers worden opnieuw benoemd, een nieuwe Ondernemingsraad, nieuwe bevoegdheden op basis van nieuwe wetgeving. Oh ja, en een nieuwe Raad van Toezicht (als voorzitter wordt gezocht in de kringen van Wallage, Kamminga, Alders, Hermans, Nijpels en Pechtold). En dat moeten we allemaal geloven van een braaf Kamerlid dat schuldbewust opmerkt dat hij “dit dossier” ook nog maar vanaf vorige zomer “doet”. 

En als we dat allemaal hebben gehad, komt er een parlementaire enquête om het vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen. Om vast te stellen wat er fout is gegaan. Het antwoord weten we al: veel. 

Als ik Groninger was hoefde die enquête voor mij niet zo nodig. Als ik Groninger was had ik ook geen behoefte aan weer een paar nieuwe instituten. Als ik Groninger was zou ik graag willen dat mijn schade eindelijk eens, en ruimhartig zou worden vergoed en dat mijn huis zou worden versterkt om toekomstige schade te voorkomen. Als ik Groninger was zou ik willen dat niet altijd over over mij werd besloten, maar dat ik zelf het heft in handen mocht nemen. En als ik Groninger was, was ik het vertrouwen in de overheid al lang kwijtgeraakt. 

[verschijnt in Trouw van 20 maart 2019]


Zwerfkeien horen in #Drenthe

februari 27, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Het was een vage man. Het was een vaag gesprek. Op een vage zender. Maar ik hoorde Drenthe en moest dus wel luisteren. De vage man (Man) had een zwerfkei (Kei) geadopteerd. De Drentse gemeente met de meeste zwerfkeien, Odoorn-Borger, was zo vriendelijk geweest om een zwerfkei af te staan. En nu zamelde Man geld in om Kei weer naar huis terug te brengen. Ergens in Zweden. Man was er al een keer geweest. En had veel broertjes en zusjes van Kei ontmoet. Daarom wist bij zeker dat Kei daar vandaan kwam.

Dit is geen grappig verhaal, het is een verhaal met een grote symboliek. Ik kan het weten. Ik kom uit Drenthe. En bij ons staat op elke Brink een zwerfkei. Die staat er al jaren. Misschien al eeuwen. Hij is van ons. Hij staat voor onze cultuur. Ellert en Brammert. Hunebedden. Hij staat voor onze volksaard. Achterdochtig, zwijgzaam en niet van zijn plek te krijgen. We kijken nooit naar die kei, maar we zien hem altijd. Zo’n kei verplaats je niet. En al zeker niet naar Zweden. Er klinkt dan ook fel protest uit Drenthe. Kei hoort bij ons. Kei mag niet weg. Gelukkig is het geld nog niet binnen. Man had € 3,50 nodig om Kei voor elke meter van zijn verre reis. 

Man vertelde ook dat Kei wel 200.000 jaar oud kon zijn. 200.000 jaar onverzettelijkheid. Ergens in een IJstijd was hij van Zweden naar Drenthe gerold. Kei heeft dat niet alleen meegemaakt. Maar Kei weet het ook nog. Want Kei heeft een geheugen. En die gedachte wordt breed gedeeld. Zoals sommigen met bomen kunnen praten, zo praat elk dorp met zijn eigen kei. Hij is meer dan een steen, hij is een persoon. Een kei hoort bij een dorp als een hond bij een boerderij. Of een schaap op de hei. Hoeveel mensen bewaren er geen baby-keitjes? Om ze af en toe te strelen? Hoeveel stenen zouden elke week in de vensterbank worden afgestoft? 

Dat gesjouw met Kei naar Zweden heeft dan ook een diepere laag. In feite wordt hier een adoptiekind naar zijn ouders teruggebracht. Alleen, ook deze remigratie zal uitlopen op een teleurstelling. Het contact met biologische ouders verloopt moeizaam of ze zijn zelfs onvindbaar. Kei went niet meer aan het Zweedse klimaat. Hij kent de taal niet. En als symbool van de Drentse cultuur heeft hij grote moeite met de Zweedse cultuur. Zoals echte adoptiekinderen zal ook Kei teleurgesteld terugkeren. Ik hoop dat bij de crowdfunding ook met de terugreis rekening is gehouden.

Eigenlijk staat Kei niet alleen symbool voor onze Drentse cultuur, maar ook voor een geslaagde integratie. Kei spreekt Drents. Hij is onderdeel van ons bestaan geworden. Niemand zeurt nog over een dubbele nationaliteit. Niemand wil geboren keien nog scheiden van zwerfkeien. Bij hem zeurt slechts één kunstenaar over remigratie. En misschien doet hij dat vooral om te laten zien hoe succesvol integratie kan zijn. Ik roep elke weldenkende Nederlander op om geen cent voor dit project te doneren. 

Onschuldig planbureau treft toch blaam #PBL

februari 22, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Ik kan het slecht hebben, dat gekanker op een planbureau. En zeker gekanker op het PBL, waar ik zoveel goede en integere onderzoekers ken. Maar als je de media op dit moment volgt, ontkom je er niet aan. Onze energierekening blijkt veel hoger uit te komen dan het kabinet ons had beloofd en Wiebes was zo slim om niet alleen spijt te betuigen maar ook om meteen de schuld door te schuiven naar dat planbureau. Vervolgens wist een kiene journalist zich te herinneren dat die prognoses over elektrische auto’s van het PBL ook al niet bleken te kloppen en het beeld was duidelijk. “Die modellen deugen ook nooit”. “How to lie with statistics”. Etcetera. 

Is het PBL hier iets te verwijten? Laten we eerst vaststellen dat het kabinet zich welbewust op verouderde cijfers heeft gebaseerd, omdat die nog enigszins te verkopen waren. Laten we ook nogmaals vaststellen dat het kabinet met graagte de schuld heeft doorgeschoven naar het PBL. Twee goede redenen om het kabinet een verwijt te maken. 

Maar er is ook een andere kant. Wie iets van politiek begrijpt, weet dat politici zo handelen. Politiek gezien was het handelen van het kabinet heel rationeel. Je gebruikt de cijfers die jou het beste uitkomen en je legt zo snel mogelijk de schuld bij een ander, als blijkt dat je de verkeerde cijfers hebt gebruikt. Zo werkt dat in Den Haag.

In dat opzicht mogen er wel vragen worden gesteld bij het handelen van het PBL. Geen vragen over modellen, dat is veel te goedkoop. Ook geen vragen over verouderde cijfers. Wel vragen bij de politieke alertheid van het PBL. Wel vragen bij de politieke inschattingen die het PBL maakt. Ik trek geen conclusies, omdat ik niet weet wat achter de schermen is gebeurd. Maar ik heb wel vragen. 

Op een bepaald moment is besloten om in 2018 geen nieuwe prognoses te maken van de energielasten. Op dat moment had het PBL kunnen weten dat het kabinet zich in 2019 op verouderde cijfers zou gaan baseren. Is het PBL zich daarvan daadwerkelijk bewust geweest? Heeft het PBL het kabinet vervolgens daarvoor gewaarschuwd? En waarom heeft het PBL niet meteen toen het kabinet uitspraken deed over de verwachte stijging van de energieprijzen in 2019, publiek gemaakt dat die prognoses op verouderde cijfers waren gebaseerd? Ik weet dat je met die laatste actie geen vrienden maakt in de politiek. Maar binnenskamers kan je er in ieder geval mee dreigen. 

Politici zijn briljant in schaken. Ze weten vaak precies wie er na vier zetten de schuld krijgt. Wetenschappers zijn goed in rekenen en zeggen hoogstens dat ze te weinig tijd hebben om hun sommen af te maken. Maar ik vrees dat het PBL niet in problemen was gekomen, als het iets beter had voorzien wanneer het in de toekomst ten onrechte in het verdomhoekje zou terechtkomen. Eigenlijk zit je in Den Haag altijd verkeerd als je de schuld krijgt, hoe onterecht die schuld ook is.

[zie ook: Wat is een planbureau]

Wethouder Adriaan Visser als symptoom van zieke cultuur

februari 12, 2019 by  
Filed under De Stad, Geen categorie

Adriaan Visser heeft zijn conclusies getrokken. Hij stapt op als wethouder van Rotterdam, omdat publiek is geworden dat hij (vertrouwelijke) stukken naar de pers heeft gelekt. Het was een (doorzichtige) poging om een onderzoek van de lokale rekenkamer te neutraliseren. Inmiddels is bekend geworden dat ook anderen bij dit lekken betrokken waren. Een raadslid, en mogelijk een andere wethouder. Hier lijkt sprake van een strategie. Het lek van Visser als symptoom van een zieke cultuur.  

De gemeente Rotterdam heeft een uitstekende lokale rekenkamer, met Paul Hofstra als een uitstekende directeur. Het fenomeen van de lokale rekenkamer bestaat nog niet zo lang. Met als doel: het toezicht op het gemeentelijk bestuur te versterken. Alles wat niet door de gemeenteraad wordt gezien (of door tijdgebrek blijft liggen) kan door de lokale rekenkamer worden opgepakt en worden onderzocht. Hoera, voor de lokale democratie. 

Vanzelfsprekend kan er enige spanning ontstaan in de relatie tussen een lokale rekenkamer en het College van Burgemeester en Wethouders. Iedereen weet dat toezicht belangrijk is, maar niet altijd leuk. Juist daarom moet een College van B&W de eigen rekenkamer altijd met respect behandelen. En blijven uitdragen dat de lokale rekenkamer nuttig werk doet, ook als de conclusies politiek even niet uitkomen. In Rotterdam schort het daar al jaren aan. Vorig jaar dreigde het college zelfs naar de rechter te stappen om de publicatie van een concept-rapport van de Rekenkamer (dat vernietigend was over de beveiliging van burgemeester Aboutaleb) tegen te gaan. Ja, men heeft op het stadhuis in Rotterdam blijkbaar soms een opmerkelijke democratie-opvatting. 

Zo was het ook geenszins verrassend dat het Rotterdamse College onlangs weer frontaal de aanval zocht met de lokale rekenkamer. Dit keer ging het om een onderzoek naar het Schieblok (nabij Rotterdam CS), waar vele miljoenen overheidsgeld zijn verdampt door discutabel gemeentelijk beleid. Toeval wil dat dezelfde Visser indertijd als topambtenaar van de gemeente Rotterdam directe bemoeienis met het Schieblok had. Een bemoeienis die dus weinig succesvol is geweest. 

Natuurlijk, het was pijnlijk, het was ingewikkeld. Het was moeilijk om te verdedigen in de gemeenteraad. Maar in plaats van zich voor te bereiden op het debat met de gemeenteraad besloot Visser (en besloten anderen?) om het onderzoek van de Rekenkamer in een kwaad daglicht te stellen door vertrouwelijke stukken naar de pers te lekken. Met name om het negatieve beeld over topambtenaar Visser te doen kantelen. Dit was dus niet voor het eerst, het was een patroon. Alles leek ook dit keer geoorloofd om de lokale rekenkamer het werken onmogelijk te maken. Zelfs georganiseerd lekken van vertrouwelijke stukken. Let wel: de lokale rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat een belangrijke functie vervult in de lokale democratie. Zoals nu andermaal is gebleken. 

Dit stinkt. Hier valt niet één wethouder op onhandigheid. Hier wordt stelselmatig een lokale rekenkamer kapot gemaakt en wordt blijkbaar geen middel geschuwd. Waar dat gebeurt moet niet één wethouder vallen, maar is iedereen verantwoordelijk voor een verziekte politieke cultuur. 

De commissie Remkes: verstandig, gedegen en oud

februari 11, 2019 by  
Filed under Geen categorie

De commissie Remkes heeft ons parlementair stelsel doorgelicht. Het resultaat is een eindrapport van bijna 400 pagina’s. Zeer gedegen, zeer goed gedocumenteerd. Conclusie: de parlementaire democratie in NL functioneert “behoorlijk goed. Zeker internationaal vergeleken. “De kern is stevig.” Maar er zijn wel problemen. Met name de ‘inhoudelijke representatie’ in het parlement moet beter. Het parlement is de wereld van de hoger-opgeleiden, en daarin worden de lager-opgeleiden te weinig gerepresenteerd. Om die reden pleit de commissie dan ook, in mijn ogen terecht, voor het invoeren van een bindend correctief referendum. Burgers moeten de kans krijgen om wetten die in de Kamers zijn aangenomen terug te draaien. Dus geen adviserend referendum, zoals we die een aantal jaren hebben gekend. Maar gewoon bindend. Dat referendum is van belang omdat juist de lager-opgeleiden daarin kansen zien om gehoord te worden. 

Minder overtuigend vind ik het voorstel om de kabinetsformateur door de bevolking te laten kiezen. In het voorstel van de commissie is dit vooral een wassen neus omdat de Kamer drie maanden na de verkiezingen een andere formateur mag aanwijzen. Misschien heeft de commissie wel gelijk om vast te houden aan ons (vage) stelsel waarin Kamer en regering niet werkelijk tegenover elkaar staan. En om niet over te stappen naar een Angelsaksisch systeem van grote tegenstellingen. Maar die gekozen formateur voor drie maanden is van tweeën niks. 

De commissie meent ook dat de democratische rechtsstaat beter moet worden gestut. Het is niet helemaal duidelijk waarom de commissie die mening is toegedaan, hoe wijs die mening ook is. Er wordt vaag verwezen naar populisme, naar Trump en Brexit. Maar voor het overige straalt de commissie vooral rust uit. En is het blijkbaar toch verstandig om de leden van de Hoge Raad voortaan niet meer op voordracht van de Kamer te benoemen en om de wetten in een Constitutioneel Hof (ex post) te toetsen aan de grondwet. En toch: verstandige voorstellen. 

Misschien is dat wel mijn belangrijkste bezwaar tegen het rapport van de commissie Remkes. Het is allemaal heel verstandig. Het rapport kent een lange waslijst aan aanbevelingen (van het invoeren van het terugzendrecht voor de Eerste Kamer, waardoor de Eerste Kamer voortaan geen plannen van de Tweede Kamer meer kan tegenhouden, maar alleen kan vertragen tot het veranderen van het curriculum van het onderwijs op de middelbare scholen). En al die aanbevelingen hangen samen met een lange waslijst van kleine en grote problemen. Maar echt spannend is het niet. En dat komt omdat de echte analyse van de staat van de democratie ontbreekt. 

Misschien moet ik wel zeggen: het is me te weinig sociologisch en te veel politicologisch. Politicologen weten goed wat er in al die parlementen in de hele wereld gebeurt, maar te weinig wat er in de samenleving speelt. Welke veranderingen doen zich voor in die relatie tussen parlement en samenleving? Wat betekent die democratie in de samenleving. Van commissielid Tom van der Meer heb ik geleerd dat het grote probleem van de huidige democratie toch vooral erin is gelegen dat de politieke partijen hun verbindende rol tussen de samenleving en Den Haag zijn kwijtgeraakt. Politieke partijen zijn steeds meer ‘merken’ geworden en steeds minder vertegenwoordigers van maatschappelijke partijen. Het is ook vaak die kwaliteit die politici in gemeenteraden, colleges van burgemeester en wethouders en parlement missen. In dit verband komt de commissie niet verder dan het voorstel voor een wet op de politieke partijen (PVV mag niet meer, want een partij moet voortaan een vereniging zijn). 

Ik lees ook veel te weinig over de toekomst. Ja, ik lees veel over sociale media, maar lees daar meer angst dan een toekomstbeeld. Zijn sociale media nu een interessante nieuwe plaats voor maatschappelijk debat? Of wordt er maar wat geroepen? Maar was het Vrije Volk met zijn voorspelbare PvdA-mening dan een interessanter fundament voor de democratie? Zijn sociale media vooral een gevaar voor de democratie of een kans?

Ik zou zeggen: laten we al die aanbevelingen maar uitvoeren. Maar of we dan ook toekomstbestendig zijn is zeer de vraag. En dan rest ook slechts één prangende vraag: waarom bestaat zo’n commissie die ons parlementair stelsel op de toekomst moet voorbereiden uit acht mannen en vrouwen, van wie er zes de 60 al (ruimschoots) zijn gepasseerd?

Is de overheid het grootste probleem van de energietransitie

januari 28, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Niemand was verrast, behalve het kabinet. Uit het Urgenda-arrest van 2015 was duidelijk dat Nederland veel meer moest doen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Het kabinet besloot de rechter te volgen, maar ging ook in beroep. Het arrest werd in 2017 in hoger beroep bekrachtigd. Het kabinet besloot de rechter te volgen, maar ging toch in cassatie. En nu vertelt het PBL ons dat het kabinet tot nu toe veel te weinig heeft gedaan om de deadline van 2020 te halen. Het kan nog, maar dan zijn majeure besluiten nodig.

Niemand was verrast, behalve het kabinet. Er was geen strategie, er was geen plan. Rutte stamelde: “Ons doel is het doel te halen”. Daarvoor was eerst nieuwe studie nodig. Het kabinet vertelt pas in april wat er verder gaat gebeuren. Je zou onwil kunnen vermoeden. Maar ik vrees dat het veel erger is. Het zou wel eens onkunde kunnen zijn. Waarschijnlijk heeft het kabinet geen idee wat het moet doen. Anders hadden ze na vier jaar nadenken hun plannen toch wel meteen op tafel kunnen leggen? Daarmee zou de overheid wel eens het grootste struikelblok van de energietransitie kunnen worden.

Dat gevoel bekroop me overigens al eerder. Al die Klimaattafels suggereren een grote interesse in ideeën van anderen. Maar ze kunnen ook pijnlijk camoufleren dat de overheid zelf geen idee heeft wat het moet doen. Ik betwijfel ook of de overheid voldoende kennis in huis heeft. Want als de overheid al plannen presenteert, dan zijn het vaak de verkeerde plannen. Waarom moeten we allemaal warmtepompen installeren als 86% van de elektriciteit nog fossiel wordt opgewekt? Welk paard wordt hier achter welke wagen gespannen? 

Het gaat ook om een ander inzicht: niet de overheid moet bedenken hoe burgers en bedrijven hun CO2-uitstoot moeten beperken. Dat kunnen burgers en bedrijven zelf veel beter. Als de overheid maar aangeeft welke richting we opgaan en burgers en bedrijven nadrukkelijk prikkelt om die richting in te slaan. 

Die CO2-heffing is daarvoor een uitstekend instrument. Dan bepalen burgers zelf of ze een  warmtepomp installeren of hun energie afnemen bij Greenchoice, dan bepalen bedrijven zelf wel op welke wijze ze willen innoveren. Dus overheid: zorg ervoor dat wij ons gedrag veranderen, maar bepaal ajb niet wat wij moeten gaan doen. En verhoog vooral de heffingen als wij ons gedrag onvoldoende snel veranderen.

In deze rolverdeling heeft de overheid haar handen nog vol aan het aanpassen van alle regelgeving die de energietransitie in de weg staat. Hoeveel jaren heeft de overheid erover gedaan om in de wet vast te leggen dat een gasaansluiting niet meer verplicht was? Het gaf weinig vertrouwen dat al die andere regelgeving die de energietransitie tegenhoudt, wel snel zal worden aangepast. 

En helaas leidt het Urgenda-arrest nu alleen maar tot paniekvoetbal. Het is uitstekend om kolencentrales te sluiten. Maar het gaat nu wel heel veel geld kosten. Het is beter om de spelregels zo te veranderen dat er met kolen geen droog brood meer is te verdienen. Dan sluiten die dingen vanzelf. 

Nog één slotvraag: heeft de rijksoverheid wel voldoende goede juristen in huis, die nieuwe wetten kunnen maken en oude kunnen aanpassen?

Volgende pagina »