De Belastingdienst moet niet zeuren

mei 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Grote onrust bij de Belastingdienst. Er worden “zo maar” directeuren uit hun functie ontheven. Veel medewerkers voelen zich niet meer veilig en zijn bang voor hun baan. De vakbeweging roert zich. En de kranten zijn iets op het spoor! Het duurt niet lang meer of de twee verantwoordelijke staatssecretarissen worden ter verantwoording geroepen. Vanuit de naïeve gedachte: er is onrust, en dus hebben de staatssecretarissen iets fout gedaan.

Hoe bizar kan je het hebben. De Belastingdienst vertoont veel gebreken. Er is daarvoor een staatssecretaris naar huis gestuurd. Er zijn twee nieuwe benoemd. Om orde op zaken te stellen. En als ze orde op zaken beginnen te stellen, worden ze alweer ter verantwoording geroepen. 

Misschien kan een lesje staatsrecht geen kwaad. De staatssecretaris heeft zich in de Kamer te verantwoorden voor de Belastingdienst. Alleen hij, en niet zijn ambtenaren. Bovendien wordt in de Kamer niet over het functioneren van individuele ambtenaren gesproken. Nee, als iemand daar een verwijt treft, is het de staatssecretaris. Dat is de ene kant van de medaille.

De staatssecretaris kan alleen maar verantwoordelijk worden gehouden, als hij de bevoegdheid heeft om in te grijpen in het ambtelijk apparaat. Zeker als er iets mis is. Dat is de andere kant van de medaille.

In de huidige casus had de Kamer niet meer het vertrouwen dat staatssecretaris Snel de Belastingdienst weer op de rails zou krijgen. Daarom trad hij af en werd hij vervangen door Van Huffelen en Vijlbrief. Tot het tegendeel blijkt, genieten zij het vertrouwen van de Kamer om de problemen bij de Belastingdienst aan te pakken. Hoe logisch is het dan dat zij enkele verantwoordelijke directeuren vervangen (nadat de baas van de Belastingdienst al door Hoekstra van zijn functie was ontheven). En ja, dat is niet leuk voor de betrokkenen. Maar dan hadden ze maar beter werk moeten leveren. 

Het heeft dus geen pas om te gaan zeuren wanneer een staatssecretaris ingrijpt in een slecht-functionerende dienst. We gaan pas zeuren als blijkt dat de staatssecretaris ook na gerede tijd de zaak daar niet op orde krijgt. 

Deel dit bericht:

Leven in tijden van #corona (4)

mei 25, 2020 by  
Filed under artikel, fagot, Geen categorie

Het conservatorium is gesloten. Al weken. Door corona. Ik mis mijn wekelijkse retourtje Groningen. Ik mis het om even opgenomen te worden in de wereld van gedreven studenten die alleen maar met muziek bezig zijn. Wat een feest is dat. Ik mis ook de semester-toets en de voorspeel-middagen. Dat zijn overigens niet alleen maar momenten om naar uit te kijken. Je kunstje vertonen voor een commissie. Met of zonder podiumangst. Maar die momenten zijn wel enorm stimulerend. Je wilt niet afgaan. 

Het enige wat overblijft is ‘les op afstand’. Het conservatorium is zeer betrokken bij zijn studenten. En er wordt dan ook van alles aan gedaan om contact te houden. Ik stuur mijn leraar regelmatig een opname. Deze week elke dag. En daardoor heb ik in de laatste weken misschien al meer geleerd dan in het afgelopen half jaar. En dat zegt veel, omdat ik een ongelofelijk goede leraar heb. Ik zal uitleggen waarom. 

Het is eigenlijk heel simpel: het is heel erg om jezelf te horen. Daarom stimuleren veel leraren aan conservatoria hun studenten om zichzelf op te nemen. Want als je jezelf terughoort, hoor je veel meer dan je ooit gehoord hebt. Veel meer dan wanneer je zelf speelt. Dat is ook wel logisch. Want als je speelt worstel je met de techniek, met de zuiverheid, met de dynamiek, met het muzikale verhaal en noem maar op. Daar heb je het al zo druk mee, dat je te weinig tijd overhoudt om echt te horen wat je doet. 

Ik kan je zeggen, dat is heel anders als je jezelf hebt opgenomen. Als je de opname nog eens terugluistert hoor je geen muzikaal verhaal, hoor je geen verschil in dynamiek, hoor je een onritmische fagottist en hoor je vele kleine onregelmatigheden. Ik wist niet dat mijn middel-gis zo kraakt! Ik wist niet dat ik zoveel lucht nodig heb om die fagot aan de praat te krijgen. Ik wist niet dat ik soms zo vals speel. 

Het opsturen van een opname is daarom een briljante gedachte: je ontkomt er niet aan om al die onvolkomenheden te horen. En daar wordt je echt beter van. De legendarische klarinettist Georg Pieterson, jarenlang soloklarinettist in het Concertgebouw, vertelde ooit dat hij zo goed was geworden door eindeloos naar zichzelf te luisteren. Overigens was hij te bescheiden om te zeggen dat hij “zo goed” was. 

Maar waarom word je zoveel beter als je hoort welke fouten je maakt. Het eerste antwoord is simpel: door je fouten te horen weet waaraan je voortaan moet werken. Maar het betekent ook dat je veel harder gaat studeren, om de simpele reden dat je hoge eisen gaat stellen aan de opname voordat je hem durft op te sturen. Op zijn minst wil je je etude foutloos spelen, zeg maar: alle goede noten achter elkaar. Ga er maar aan staan. Je zet je opname-apparaat aan, gaat achter je lessenaar staan en maakt al in de derde noot een storende fout. Er is maar één oplossing: opnieuw beginnen. Als dat drie keer is misgegaan, is er maar één oplossing: eerst dat ene loopje beter studeren voordat het gedoe met die opnames opnieuw kan beginnen. 

Mijn lerares had de laatste week een ogenschijnlijk simpele opdracht: stuur mij elke dag een toonladder in mineur, je mag zelf weten welke en je mag zelf kiezen voor oorspronkelijk, melodisch of harmonisch etc. Twee octaven, 17 noten heen en 16 noten weer terug. Eerst maar even goed inblazen, dan nog even een toonladder-etude van Milde. En dan die oh zo simpele opdracht: een mineur-toonladder over 2 octaven. Legato. Alle noten mooi gebonden, alle noten zuiver, alle noten dezelfde egale klank. En dan ook nog mooi spelen. En ritmisch. Hoeveel opnames zou ik hebben weggegooid voordat ik er eindelijk één durfde op te sturen?

Ik studeer nu dus veel harder dan ik doe als ik gewoon les heb op het conservatorium. Ook dan studeer ik elke dag. Maar ik dwing mezelf blijkbaar niet om de hele etude foutloos te spelen. Of om de toonladder echt egaal te spelen. Vanuit de gedachte, dat ik me er op de les wel uit redt. Of dat ik op de les wel even mag stoppen om opnieuw te beginnen. Of dat ik op de les wel even mag vloeken als het niet goed gaat. Of vooral veel over de foute passages heen mag praten. Nu besef ik dat ik in al die gevallen nooit voldoende heb gestudeerd. [Jammer dat die conclusie zo slijmerig is.]

Deel dit bericht:

Kosten en baten van een intelligente lockdown #corona

mei 20, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Ze lijkt in tijden van Corona even helemaal vergeten: de techniek van de mkba’s. Premier Rutte blijft het zeggen: “Gezondheid gaat nu even boven alles”. Het is heel herkenbaar, maar zouden we kosten en baten van het corona-beleid toch niet veel beter in kaart moeten brengen?

Ik moet eerlijk zeggen: ik ben nooit een groot fan geweest van mkba’s. Maar bij corona triggert die gedachte me wel. Niet om alles te monetariseren. Omdat het mij ontbeert aan gegevens én omdat veel zaken zich niet laten monetariseren. En het zij nogmaals gezegd: het streven naar monetariseren mag nooit de democratische vrijheid van burgers in de weg staan om anders te beslissen.

Het goede van een mkba is dat zij tot een stellingname dwingt. Of op zijn minst om een redenering vraagt waarom tot iets anders wordt besloten. Je zou eigenlijk wensen dat de politiek tot zo’n stellingname wordt gedwongen. Een lockdown is niet alleen een zaak van virologen en epidemiologen. Het is de regering die over een lockdown beslist. En in de politiek behoort de vraag te worden gesteld of de voordelen van een lockdown tegen de nadelen opwegen. 

Ik heb hier al eerder een aanzet gegeven tot een mkba voor het coronabeleid. Ik hoop dat ik nu weer een paar stappen verder ben. 

Intelligente lockdown

Van de lockdown worden (grote) baten verwacht voor de volksgezondheid. De redenering van Rutte heeft daarbij de charme van de eenvoud. Zij verloopt zo: mensen kunnen besmet raken met het COVID-19-virus door contact met andere mensen. Besmette mensen worden ziek en ernstig zieke mensen moeten worden opgenomen in een ziekenhuis. Als het nog slechter met hen gaat moeten ze naar de Intensive Care (IC). Het beleid moet er dus voor zorgen dat er altijd genoeg IC-bedden zijn. Daarom breiden we het aantal IC-bedden uit en dammen we het aantal besmettingen in. Dat laatste doen we door het directe contact tussen mensen te beperken, met een ‘intelligente’ lockdown. En iets wat ‘intelligent’ is, moet wel goed zijn. 

De praktijk is helaas iets weerbarstiger, want wie vandaag aan een knop draait, ziet pas over twee tot drie weken effect op de IC. Het virus moet immers tijd krijgen om zich te nestelen en zijn drager ziek te maken. Bovendien is het draaien aan knoppen van de samenleving ook minder eenvoudig dan het misschien lijkt. Hoeveel mensen zijn immers bereid te doen wat het kabinet van hun verlangt en vooral: hoe lang houden ze dat vol?

De baten van een lockdown lijken ogenschijnlijk groot: iedereen geneest. In de praktijk is dat niet waar. Vooral dat frame van een intelligente lockdown blijkt niet te kloppen. 

Ten eerste gaat ongeveer eenderde van de patiënten die op een IC worden opgenomen, alsnog dood, en wie niet dood gaat heeft nog een lange hersteltijd voor de boeg. Die IC is geen wonderdokter. 

Ten tweede overlijden heel veel mensen ver voordat ze op een IC hadden kunnen liggen of omdat men opname op een IC niet meer zinvol achtte. In mei 2020 hebben we kunnen vaststellen, dat de IC’s geenszins overbelast zijn geraakt (op het hoogtepunt van de toeloop waren er nog honderden IC-bedden over), terwijl naar schatting 11.000 mensen aan COVID-19 zijn overleden (cijfers van RIVM/CBS).

[Er is nog veel onduidelijkheid over het aantal mensen dat aan COVID-19 is overleden. De officiële cijfers van het RIVM vermelden alleen de overlijdensgevallen bij wie een besmetting is vastgesteld. De cijfers van het CBS geven alleen de oversterfte aan per week. Maar daarin zijn niet de mensen meegenomen die anders ook zouden zijn overleden aan een longontsteking, maar nu door COVID-19 geveld zijn. Bovendien kennen de cijfers van het CBS een vertraging van meer dan een week. Op dit moment is de oversterfte in de periode van de uitbraak van COVID-19 ongeveer 9.000. Het aantal bewezen COVID-19 slachtoffers bedraagt momenteel 5.600. Het lijkt me daarom redelijk om het aantal COVID-19 sterfgevallen op 11.000 te schatten.]

Daar komt bij dat met het afvlakken van de curve het virus niet automatisch is verdwenen. Het afvlakken van de curve zorgt ervoor dat de zorg niet overbelast raakt, maar voorkomt ook dat een groot deel van de bevolking besmet raakt. Deze mensen blijven in de toekomst bevattelijk voor het virus. Dus wanneer de lockdown langzaam wordt opgeheven, zal het virus onvermijdelijk na een tijdje een nieuwe uitbraak tot gevolg hebben. Dat proces stopt pas als er een werkzaam vaccin is gevonden of wanneer groepsimmuniteit is bereikt doordat voldoende mensen antistoffen hebben aangemaakt (nadat ze besmet zijn geraakt). Een vaccin laat nog wel even op zich wachten en het RIVM meent dat we nog ver verwijderd zijn van groepsimmuniteit. Er zullen dus nog meer uitbraken volgen en ook in die volgende uitbraken zullen veel mensen komen te overlijden. Ongetwijfeld voorspellen de modellen van het RIVM het uiteindelijke aantal doden, maar daarvan wordt het volk onwetend gelaten. 

Scenario’s

Bij een nieuwe weg is de mkba relatief simpel. We vergelijken kosten en baten van een weg in vergelijking met geen weg. Het coronavirus kwam zo snel en er was nog zo weinig kennis, dat het kabinet op weg ging zonder een helder eindperspectief. Zoals Rutte zei: “Op basis van 50% kennis moeten we 100% besluiten nemen.” Gelukkig wordt langzaam duidelijk dat het virus niet valt te “doven”, of valt te “elimineren”. Ook als het binnen Nederland is uitgedoofd is de kans levensgroot dat het weer uit het buitenland wordt geïmporteerd. Dit betekent dat het virus pas voorbij zal zijn als er groepsimmuniteit is ontstaan: er hebben zoveel mensen antistoffen aangemaakt dat het virus geen voedingsbodem meer vindt. 

Groepsimmuniteit ontstaat ofwel door voldoende mensen te vaccineren of doordat het merendeel van de mensen na besmetting anti-stoffen heeft aangemaakt. In het laatste geval kunnen we het virus zijn gang laten gaan (nietsdoen) of de uitbraak zodanig controleren dat de zorg niet overbelast raakt (flatten the curve). 

Er zijn dus drie scenario’s:

  1. Nietsdoen: het virus zorgt voor een golf van slachtoffers, maar is naar verwachting na een paar maanden voorbij als groepsimmuniteit is bereikt. 
  2. Gecontroleerd (met een intelligente lockdown) toewerken naar groepsimmuniteit  zonder de zorg over te belasten. Het is tot op heden volstrekt ongewis hoeveel tijd met dit scenario is gemoeid. Maar het kan jaren vergen. 
  3. Het wachten op een werkzaam vaccin en tot die tijd beperkingen opleggen (lockdown) om het aantal slachtoffers zoveel mogelijk te beperken. Dit scenario vergt volgens deskundigen 1 tot 2 jaar. Sommigen menen dat het vaccin eerder beschikbaar is. 

Het kabinet leek aanvankelijk te kiezen voor het tweede scenario. In zijn toespraak tot het volk van 16 maart 2020 sprak Mark Rutte de hoop uit dat we gecontroleerd tot groepsimmuniteit zouden komen. Politiek viel dat niet goed. Op 6 mei 2020 kondigde Hugo de Jonge aan dat het kabinet inmiddels ervoor inzette op het derde scenario: we moeten ons behelpen tot een werkzaam vaccin beschikbaar is. 

Gezondheidsbaten en -kosten

Als de regering niets had gedaan waren in hoog tempo veel mensen besmet geraakt en zouden veel mensen zijn overleden. Totdat groepsimmuniteit zou zijn bereikt. Volgens deskundigen dooft het virus uit wanneer ongeveer 60% van de populatie, in Nederland ongeveer 10 miljoen mensen, na besmetting voldoende antistoffen heeft aangemaakt. Maar hoeveel mensen dan daadwerkelijk zouden zijn overleden blijft ongewis, zolang de mortaliteit van COVID-19 nog zo ongewis is. 

Aanvankelijk werd de mortaliteit van COVID-19 op 3% geschat. Inmiddels weten we dat het cijfer veel lager moet liggen. Doordat veel mensen slechts milde klachten hebben na besmetting, werd het aantal besmette mensen aanvankelijk te laag en daarmee de mortaliteit te hoog geschat. Deskundigen lijken tegenwoordig te neigen naar een mortaliteit van 1%. Niettemin  blijkt uit onderzoek in Brabant dat mogelijk zelfs 97% van de besmette mensen slechts milde klachten krijgt. Als 97% van de mensen die besmet zijn met COVID-19 slechte milde of helemaal geen klachten heeft, dan is het toch niet reëel om te denken dat 1 op de 3 mensen die echt ziek worden, daaraan ook bezwijkt (wat je wel moet verwachten met een sterftecijfer van 1%)? Als zelfs tweederde van de patiënten die op de IC terecht zijn gekomen, daar weer levend vandaan komt, is het waarschijnlijker dat 1 op de 30 zieke patiënten aan de ziekte bezwijkt, dan 1 op de 3. Dat betekent een mortaliteit van 0,1%.

Stel dat de mortaliteit van COVID-19 3% is en groepsimmuniteit wordt bereikt bij 60% van de bevolking, dan zou voordat groepsimmuniteit is bereikt 3% van 10.020.000 = 300.600 mensen in Nederland aan COVID-19 overlijden. Bij een mortaliteit van COVID-19 van 1% zouden er 100.200 mensen in Nederland overlijden voordat groepsimmuniteit is bereikt. En bij een mortaliteit van 0,1% zouden er 10.020 mensen in Nederland overlijden voordat groepsimmuniteit is bereikt. 

Dat laatste cijfers is opvallend. Omdat inmiddels in Nederland al 11.000 mensen zijn overleden aan COVID-19. Dat kan drie dingen betekenen. Ten eerste kan de schatting van 11.000 slachtoffers te hoog zijn. Ten tweede kan onze redenering niet kloppen: de mortaliteit is hoger dan 0,1%. Ten derde kan het zijn dat de groepsimmuniteit in Nederland al is bereikt. Op dit moment, 16 mei 2020, is het te vroeg om te bepalen of die laatste gedachte juist is. Maar het zou wel een verklaring kunnen zijn voor het feit dat de dagelijkse sterftecijfers snel dalen. Het kan zelfs zijn dat de dalende sterftecijfers niet zozeer het gevolg zijn van alle beperkende maatregelen, maar van het bereiken van de groepsimmuniteit. 

Dat roept de vraag op hoeveel doden er minder zijn gevallen door de intelligente lockdown. Hoeveel doden zouden vallen in het tweede scenario? Ik ben geen RIVM, ik ben geen viroloog of epidemioloog. Maar ik weet wel dat op 7 mei ongeveer 2100 mensen op de IC hadden gelegen. Dat van hen ongeveer 700 zijn overleden, 700 gezond de IC hebben verlaten, maar nog wel in het ziekenhuis liggen en 700 patiënten weer naar huis zijn. Laat ik conservatief schatten dat deze 1400 overlevenden allemaal waren overleden als ze niet op een IC hadden gelegen. Dus zonder voldoende IC-bedden waren er maximaal 1400 doden extra te betreuren geweest. Dus geen 11.000 doden maar 12.400. De lockdown levert dus een winst op van circa 11% minder doden. 

Dat is overigens niet zo verbazingwekkend. De mortaliteit van COVID-19 is onder de 65 jaar niet hoger dan de mortaliteit van een seizoensgriep. Het zijn vooral ouderen (gemiddeld boven de 80 jaar) die aan COVID-19 sterven. Dan is het logisch dat velen sterven voordat überhaupt aan een IC-opname is gedacht, dat bij velen de afweging wordt gemaakt dat een IC-opname nauwelijks zin heeft en dat velen op de IC komen te overlijden. 

Ik geef toe: het zijn allemaal berekeningen achterop een sigarendoosje. Maar ik schrik er wel van. De baten van de lockdown zijn dus slechts11% minder doden, hoe effectief de lockdown ook is geweest. Het is namelijk onmiskenbaar dat alle contact-verboden ertoe hebben geleid dat de IC’s niet overbelast zijn geraakt. Volgens het RIVM waren er zonder beperkende maatregelen 23.000 IC-bedden nodig geweest (dixit Jaap van Dissel, 22 april 2020, briefing Tweede Kamer). En die bedden zouden er niet zijn geweest. 

Uitgaande van deze 11% kunnen we de gezondheidsbaten van het tweede scenario berekenen. Als de mortaliteit 3% bedraagt zouden er in het tweede scenario geen 300.600 mensen komen te overlijden, maar 267.500, een winst van 33.100 slachtoffers. Als de mortaliteit 1% bedraagt zouden er in het tweede scenario geen 100.200 mensen komen te overlijden, maar 89.200, een winst van 11.000. Als de mortaliteit 0,1% bedraagt zouden er in het tweede scenario 8.900 mensen komen te overlijden, een winst van 1.100 doden. 

Het is dus opvallend dat de gezondheidsbaten van het tweede scenario tamelijk gering zijn. Oké een winst van 33.100 slachtoffers bij een mortaliteit van 3% is niet gering, maar de kans dat de mortaliteit van COVID-19 zo hoog ligt, is wel heel gering. Het is daarom zeer begrijpelijk dat het kabinet inmiddels openlijk voor het derde scenario kiest. Het kabinet kiest ervoor om het maatschappelijk verkeer te dempen tot een werkzaam vaccin is gevonden. 

Hoeveel mensen zouden aan COVID-19 overlijden in dat derde scenario? Dus wanneer we vasthouden aan een intelligente lockdown totdat een werkzaam vaccin is gevonden? Laten we uitgaan van één jaar wachten op een werkzaam vaccin, met twee nieuwe uitbraken. Moeten we er dan vanuit gaan dat er 30.000 slachtoffers vallen voordat er een werkzaam vaccin is? Dan zou de winst van de lockdown zijn: geen 91.800 doden, maar 30.000, dus een winst van 62.000. 

Als je het zo bekijkt is het dus niet zo relevant of de IC overbelast raakt. Het is veel relevanter hoe we het aantal besmettingen en het aantal sterfgevallen kunnen terugdringen, tot er een vaccin is gevonden.

De geharnaste mkba-er hangt daaraan een prijskaartje. Hoeveel is een levensjaar ons waard? En hoeveel is een gezond levensjaar ons waard? Het gemiddelde slachtoffer van COVID-19 is ouder dan 80 jaar. Het hoogste aantal slachtoffers valt in de categorie 85-90 jaar. In 90% van de gevallen is sprake van onderliggend lijden: de slachtoffers leden al aan één of meer ernstige ziektes. Het is niet toevallig dat 40% van de corona-doden vallen in de verpleegtehuizen (waar de gemiddelde ligduur ook zonder corona maar 6 maanden bedraagt). Monetariseren gaat me persoonlijk te ver. Maar het zou me niet verbazen als de winst niet meer dan 62.000 levensjaren bedraagt. Op voorwaarde dat groepsimmuniteit niet eerder ontstaat (of al is bereikt). 

Kosten

Wat zijn de maatschappelijke kosten van de lockdown die in de scenario’s 2 en 3 bepaalde perioden onvermijdelijk is? Waarbij we moeten aantekenen dat de duur van scenario 2 nog ongewisser is dan de duur van scenario 3. Groepsimmuniteit zonder vaccin kan 4 jaar vergen, maar kan ook binnen een half jaar zijn bereikt. Een vaccin zal er niet zijn binnen een half jaar na de eerste uitbraak, maar naar alle waarschijnlijkheid wel binnen anderhalf jaar. 

Ik becijfer de kosten niet, maar noem de belangrijkste:

  • een enorm welvaartsverlies, omdat veel bedrijven gedwongen worden om de productie gedeeltelijk of geheel stil te leggen en omdat de wereldhandel enorm afneemt omdat ook in andere landen de economie hard krimpt;
  • door het welvaartsverlies verliest de overheid veel inkomsten, waardoor jarenlang bezuinigingen op essentiële voorzieningen dreigen;
  • een enorme klap voor de culturele sector omdat voorstellingen onmogelijk zijn geworden voor langere tijd, omdat musea zijn mondjesmaat zijn geopend en veel boekhandels zullen omvallen;
  • een enorme sociale armoede: contactverlies met ouders, met kinderen, met vrienden, terwijl intermenselijk contact voor mensen zo belangrijk is; ook of zelfs juist voor degenen die thuis leiden onder fysieke of mentale mishandeling;
  • een enorm onderwijsverlies, omdat het onderwijs verschillende keren moeten worden stilgelegd, waarbij vooral de kinderen die het onderwijs het meest nodig hebben, het meest onder deze onderwijsvorm periodes zullen lijden;
  • door het welvaartsverlies zal de gezondheid in het algemeen afnemen en zullen er meer mensen sterven. Het is bekend dat in maart en april 2020 mensen met andere aandoeningen in de ziekenhuizen door de focus op COVID-19 veel minder aandacht kregen. Zo meldde de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie op 15 mei in de NRC dat door de lockdown 150.000 tot 200.000 hartpatiënten te weinig of geen zorg hebben gehad en dat dat 65.000 tot 100.000 levensjaren zal kosten;
  • een enorm institutioneel verlies: op tal van rechten van mensen wordt beknibbeld. Ja zeker, veel zorgvuldiger dan in andere landen, maar toch ook hier. Het is zelfs de vraag of de instituties niet wezenlijk en definitief zullen zijn veranderd nadat deze crisis voorbij is. 

Afweging

Ik snak naar een viaduct of naar een tunnel. Zeg maar, naar een echts Delfts onderwerp. Wat maakt deze mkba (en dus ook de finale afweging) zo ingewikkeld:

  • de grote onzekerheid ten aanzien van het virus (hoeveel mensen zijn al besmet, hoe hoog is de mortaliteit); 
  • de grote onzekerheid ten aanzien van de werking van de lockdown (welke beperkende maatregelen zullen hoelang worden geaccepteerd door de samenleving?);
  • de grote emotionele lading door het grote aantal doden, dat door sommige economen dan wel kan worden ‘beprijsd’, maar door geen politicus kan worden afgewogen tegen stijgende werkloosheid of oplopende tekorten.

Vooral die laatste factor maakt het opstellen van een mkba in deze casus tamelijk zinloos. Omdat alle afwegingen zo moeilijk zijn, mag je verwachten dat de politiek zijn oor heel goed te luister zal leggen in de samenleving. Uiteindelijk zullen daar de echte afwegingen worden gemaakt. En daar zullen ze van mijn mkba geen weet hebben. 

Deel dit bericht:

Bereiden journalisten zich voor op een persconferentie?

mei 19, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Je verwacht daar de fine fleur van de Nederlandse journalistiek. Het land verkeert in crisis. Het kabinet praat ons eens in de twee weken bij. Mark Rutte is elke keer in topvorm. Hugo de Jonge wordt steeds beter en adequater. En laat elke keer zien dat hij zo de nieuwe leider van het CDA wordt. Na hun voortreffelijke verhalen, voortreffelijk voorbereid door hun ambtenaren, mogen de journalisten vragen stellen. Je verwacht dat alle media hun beste journalisten hebben afgevaardigd. En dat hun beste journalisten zich ongelofelijk goed hebben voorbereid. En wat krijgen we: gekromde tenen.

Elke keer zijn er twee soorten vragen. De ene helft van het journaille verplaatst zich in Tante Truus in Appelscha en komt zo onnozel, zo dom mogelijk uit de hoek. Tante Truus begrijpt er niets van en ik ook niet. Dat willen ze graag uitstralen. Gelukkig weten Mark en Hugo elke domme vraag weer aan te grijpen om hun verhaal nog beter te maken. De andere helft van het journaille zet het bekende cynische toontje op omdat iedereen weet dat die twee ministers ons nooit de waarheid vertellen. Ze verwarren bij voorkeur het stellen van scherpe vragen met een zeurderig toontje.

Ik word oprecht blij van de daadkracht van de overheid in deze crisis. Ik word oprecht blij van de overtuigingskracht en de transparantie van onze ministers. En ik word elke keer weer verdrietig van het niveau van de mensen die de macht altijd moeten blijven bevragen. 

Ik stel voor dat de media de volgende keer werkelijk hun beste journalisten naar de persconferentie sturen. Als het dan weer niet lukt, slaagt de overheid met vlag en wimpel in deze crisis. En zakt de journalistiek pijnlijk door het ijs. 

Maar let op: dat laatste mag je nooit van journalisten zeggen. Want zij horen hier de kritische vragen te stellen. Ik zou zeggen: doe dat dan ook!

Deel dit bericht:

Twaalfde Triomf van de stad start in oktober 2020

mei 18, 2020 by  
Filed under De Stad, Geen categorie, Voorpagina

Sinds 2012 organiseren Karen Ephraim en ik de leergang Triomf van de Stad. Een prachtige leergang met veel topwetenschappers én met veel praktijkmensen. Geheel ontworpen voor stedelijke strategen. Over de ontwikkeling van de steden en over het antwoord dat de overheid daarop zou kunnen geven. Sinds 2012 hebben 11 groepen van 10-16 deelnemers de leergang gevolgd. De belangstelling lijkt alleen maar toe te nemen. Voor ons is het elk jaar inspirerend, omdat we steeds weer nieuwe leuke en interessante cursisten leren kennen. We gaan na dit jaar dan ook vanzelfsprekend door met de 12e editie. Te starten in oktober 2020. De folder is hieronder te lezen. Als corona het toelaat zien we elkaar op: 8-9 oktober 2020, 12-13 november 2020, 10-11 december 2020, 7-8 januari 2021, 11-12 februari 2021, 18-19 maart 2021. Wacht niet te lang met aanmelden. Er is volop belangstelling. Én we willen voldoende tijd hebben om de leergang corona-proof aan te bieden.

Of zie hier de pdf:

Deel dit bericht:

Waartoe is minister Slob op aarde #OCW

mei 12, 2020 by  
Filed under Geen categorie

Minister Slob vindt het niet goed dat een school in Amersfoort eigenhandig de examencijfers verhoogt (met als enige reden dat het centraal examen is komen te vervallen). Het verwart me: hebben we daar een minister voor? Achter de verwarring gaat een andere vraag schuil: waarom hebben we eigenlijk een minister van OCW?

Het doet me denken aan een cursus die ik een aantal jaren geleden met Karen Ephraim mocht geven aan medewerkers van het departement van OCW. Het is onze expertise om departementen te vertellen wat ze met kennis kunnen doen. Zoals we ook graag aan onderzoekers vertellen wat zij voor het beleid kunnen doen. 

In de voorgesprekken werd ons verteld dat het departement van OCW erg weinig kennis gebruikt. Ik zal de anekdote niet gauw vergeten: de directeur-generaal vertelt in de Bestuursraad altijd over zijn dochter in 4 Gym. “En daarop is ons beleid gebaseerd.” Onze cursus moest dus in het teken staan van n=1. En die ene was de dochter van de d-g.

We gingen drie dagen aan de slag. En gelukkig viel het mee: niet alleen de private ervaringen van de directeur-generaal bleken het beleid te bepalen, het beleid werd ook onderbouwd door de al evenzeer private ervaringen van de (lagere) beleidsmedewerkers. De meeste deelnemers aan de cursus hadden jonge kinderen en de schoolervaringen van hun kinderen vormden tezamen de belangrijkste kennis aan onze tafel. En op het departement.

Maar er viel nog veel meer op. Het leek alsof elke cursist zich vooral bezighield met 1 casus. Dus “n=1” moesten we ook op die manier begrijpen! Zo vertelde een cursist dat hij een school in Winterswijk toestemming moest verlenen om voortaan meer Duits te geven. Dat zou belangrijk zijn voor leerlingen die later over de grens gingen werken (hetgeen ze in de praktijk nagenoeg niet doen, maar dat wist de cursist nou weer niet). Inderdaad, dat mocht de school in Winterswijk niet zelf beslissen, daarvoor had de school toestemming nodig van dat immense departement in Den Haag. Ja, er zijn mij in mijn leven niet meer schellen van mijn ogen gevallen dan tijdens die drie cursusdagen met beleidsmedewerkers van OCW. 

Mijn vraag aan de cursist luidde: “Hoe besluit je nu of die school meer uren aan Duits mag besteden?” De cursist meldde dat daar geen beleid voor was en dat je in zo’n geval zelf beslist. 

Aan het einde van de drie dagen concludeerden de cursisten lachend dat het beleid bestaat uit het behandelen van casussen en dat het antwoord van het departement geheel afhankelijk is van de toevallige ambtenaar die de casus op zijn bord krijgt. 

Er was dus geen kennis en er was geen beleid. 

Vanzelfsprekend riep ik op een gegeven moment: “Maar waartoe zijn jullie op aarde?” Het antwoord op die vraag leek ingestudeerd: het ministerie van OCW zorgt voor ‘goed onderwijs’. Wellicht omdat niemand daar tegen kan zijn. Toch stelde ik de vraag: “Wat is dan ‘goed onderwijs’?” En toen kwamen alle private ervaringen en alle private opvattingen weer ter tafel. En waren we dus weer terug bij Af. 

Het ministerie van OCW gebruikte dus geen kennis, had geen beleid en de minister had blijkbaar ook geen doelen. 

Het lijkt hilarisch, maar dat is het niet. Want de ongelijkheid van kansen in het onderwijs neemt de laatste jaren weer snel toe. Terwijl het gemiddelde niveau van onze leerlingen internationaal gezien snel daalt. Om maar twee dingen te noemen.

Je vraagt je dan ook af waarom het ministerie niks aan die grote  kansenongelijkheid in het onderwijs doet. Je vraagt je af waarom het ministerie er niet voor zorgt dat de leerkrachten alle ruimte krijgen om goed onderwijs te geven. Bijvoorbeeld door te snijden in al die bestuurslagen tussen het departement en het leslokaal. En in al die circulaires die het ministerie elke dag het land instuurt. Dat zou ik ‘beleid’ noemen. 

Nee, dat doet het ministerie niet. Zelfs de minister bemoeit zich met individuele scholen in Amersfoort. Want de directeur-generaal had verteld dat zijn dochter het “gemeen” vond dat de examencijfers op die school “zo maar waren verhoogd.”

Deel dit bericht:

De Partij van de Zekerheid #PvdA

mei 8, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

[De commissie van de PvdA die het verkiezingsprogramma moet schrijven, vroeg aan haar leden input. Ik schreef bijgaande tekst]

Hoe de PvdA een partij voor kosmopolieten werd

De Partij van de Arbeid was vroeger de partij van de intelligentsia én van de arbeiders. Joop den Uyl was geliefd onder studenten en in de Schilderwijk van Den Haag. Toen het minder ging met de partij spraken we over de ‘spagaat’ waarin de partij was terecht gekomen. Blijkbaar lukte dat verbinden van die bevolkingsgroepen niet meer zo goed. Maar in 2017 is de partij het contact met de traditionele achterban onder modaal kwijtgeraakt, en bleven slechts een aantal links-georiënteerde kosmopolitische kiezers over. 

Dat is treurig, maar niet erg verrassend als we zien welke politiek de PvdA voorstaat ten aanzien van de grote ontwikkelingen die we meemaken: globalisering, migratie, klimaat en neo-liberalisme. Zo staat de PvdA positief tegenover internationalisering en globalisering. Zo wil de PvdA veel gastvrijheid uitstralen naar de buitenwereld, zo wil de PvdA de klimaatverandering bestrijden en zo heeft de PvdA het neo-liberalisme te lang omarmd. 

Dat sprak kosmopolieten allemaal aan. De kosmopolieten zijn relatief veel in het buitenland, of op het buitenland georiënteerd. Ze volgen de Amerikaanse verkiezingen beter dan hun eigen verkiezingen en ze slaan geen jaar over voor het maken van een stedentrip. De kosmopolieten raken hun baan en hun woning niet kwijt aan migranten, eigenlijk komen ze ze nauwelijks tegen, tenzij het over ‘expats’ gaat, die om die reden dan ook niet ‘migrant’ worden genoemd. De kosmopolieten maken zich zorgen over het klimaat en hebben voldoende geld om zonnepanelen aan te schaffen; hun huizen zijn sowieso al beter geïsoleerd. De kosmopolieten zijn hoogopgeleid en weten de laagste zorgpremie in de wacht te slepen, niet zelden bij een verzekeringsmaatschappij die speciaal voor hen is opgericht. Ze beschikken al met al om de vaardigheden waar marktwerking om vraagt.

Wellicht klinkt het allemaal een beetje cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Ik ben zelf ook een kosmopoliet die de Amerikaanse verkiezingen op de voet volgt en verzekerd is bij Promovendum. En ben nog links ook. Zo ‘links’ zelfs dat ik het een tijdje bij GroenLinks heb geprobeerd. Toch voelde ik me daar niet thuis, omdat hun denken over een duurzame wereld en over migratie helemaal losgezongen leek van de mensen die afhankelijk zijn van de politiek voor een zeker bestaan en voor gelijke kansen. 

Hoe de PvdA de oude achterban verloor

Ik probeer slechts te duiden daarom de PvdA nog wel kosmopolitische kiezers trekt, maar het contact met die brede achterban beneden modaal totaal is kwijtgeraakt. En het argument dat de traditionele arbeider ook is verdwenen, doet hier geen opgeld. Want we zijn ook de mensen die van een uitkering moeten leven, ook de politiemannen, ook de verpleegkundigen, ook de lagere ambtenaren, ook de leerkrachten, ook de brandweerlieden, etc., etc., kwijtgeraakt. Om de simpele reden dat zij heel anders aankijken tegen globalisering, migranten, klimaat en neo-liberale politiek. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die globalisering. Velen van hen zijn er in de laatste decennia niet of nauwelijks in inkomen erop vooruitgegaan. En waar de wereldhandel bloeit neemt de druk op de banen aan de onderkant toe. Vaak resteert niet meer dan een flex-baan, zonder zekerheid. Of denk aan de bejaarden die pensioenen zien krimpen terwijl de internationale bedrijven zich met instemming van de regering schuldig maken aan belastingontduiking. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die migratie. Het gaat vaak om hun banen en om hun huizen. Het gaat ook om hun belastingcenten waaruit uitkeringen voor migranten moeten worden betaald. Het gaat om de sfeer in hun straat. Zij voelen zich vervreemd, ook als hun Zwarte Piet niet meer zwart mag zijn. Aan hen zijn veel zekerheden ontnomen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die klimaatverandering. Als je een laag inkomen hebt maak je je eerder zorgen over de hogere energielasten en over de hogere huren omdat je woning energieneutraal wordt gemaakt, dan over die 1,5 graad opwarming waarmee je kleinkinderen te maken krijgen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van al die marktwerking. Zij missen vaak de bureaucratische vaardigheden, ze kennen het woord niet eens. Zij missen vaak de handigheid om er net beter uit te komen. Ze zien wel dat de woningcorporaties zijn uitgekleed en te weinig geld hebben om hun wijken op te knappen. Ze zien dat het onderwijs langzaam is uitgekleed en dat de kansenongelijkheid in het onderwijs weer snel toeneemt. En als ze in het onderwijs werken, of in de zorg, zien ze alle eindeloze bureaucratie die het gevolg is van die marktwerking. 

De PvdA moet echte zekerheden bieden

Ik begrijp dus wel waarom al die mensen geen PvdA meer stemmen. Maar dat is heel treurig. Want de vraag is natuurlijk niet primair hoe we die kiezers weer kunnen terugwinnen voor de PvdA. 

De vraag is hoe de PvdA alle mensen die dat nodig hebben, zekerheid kan verschaffen en gelijke kansen in deze samenleving. 

Het nieuwe verkiezingsprogramma zal daarom vooral zekerheid en kansen moeten bieden aan al die grote groepen beneden modaal die steeds minder zekerheid en steeds minder kansen hebben. En misschien halen we deze kiezers daarmee ook weer terug bij onze partij. Als bij-effect. 

Hoe bieden we meer zekerheid, hoe geven we meer kansen? De PvdA heeft op dit gebied een lange traditie. Maar die traditie stond wel altijd in het teken van ‘verheffen’. Wij meenden van afstand te kunnen bepalen wat ‘goed’ voor mensen was. Terwijl ‘zekerheid’ een heel subjectief begrip is, en ook het ‘waartoe’ bij gelijke kansen door de betrokkene zelf zal moeten worden ingevuld. Het aloude verheffen is niet meer van deze tijd. Zekerheid en kansen elitair invullen, gaat voorbij aan de werkelijke behoeften van mensen. Dat betekent dat de PvdA zich moet verstaan met de behoefte aan zekerheid zoals die bij velen beneden modaal zelf wordt gevoeld. 

Dus de vraag moet zijn: wat betekent globalisering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekenen migranten voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent klimaatverandering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent marktwerking voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. De PvdA moet ervoor zijn om iedereen de zekerheid te bieden die hij of zij wenst en iedereen de kans te geven om zich op zijn of haar eigen manier te ontplooien. 

Daarvoor is het niet nodig om de deuren langs te gaan met rozen. 

Het is algemeen bekend dat het nodig is om globalisering anders te beoordelen, als we willen tegengaan dat de ongelijkheid in de samenleving kleiner wordt, dat mensen niet meer worden gedwongen met flex-baantjes amper overeind te blijven, als we internationale bedrijven willen dwingen om fatsoenlijk belasting te betalen.

Het is algemeen bekend dat we anders tegen migratie aan moeten kijken, als we willen dat mensen niet vervreemd raken van hun eigen omgeving. Niet dat we de grenzen moeten sluiten, omdat migratie ook veel meerwaarde heeft. Wel dat we de instroom meer gaan zien in het licht van de eigen behoeften en dat we er niet voor terugschrikken om te melden dat hier de Nederlandse normen en waarden leidend zijn. Hoezeer andere normen en waarden daarin gaandeweg ook een plek zullen vinden. En het hoort nu al bij de Nederlandse normen en waarden om geen onderscheid te maken tussen mensen, ook niet tussen Nederlanders met of zonder migratie-achtergrond. 

Het is algemeen bekend dat het klimaat er bedroevend voor staat en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is. Maar het is ook algemeen bekend dat de noodzakelijke energietransitie naast grote voordelen persoonlijk ook grote nadelen kan hebben. Het is van groot belang om winst en verlies hier eerlijk te verdelen. 

Het is algemeen bekend dat de marktwerking uit het neo-liberale tijdperk op veel plaatsen te ver is doorgeschoten. En dat publieke belangen vanaf het begin onderbelicht zijn gebleven. We hoeven niet per definitie onze blik te richten naar de overheid. Maar als publieke belangen in de sfeer van de markt onvoldoende worden geborgd, is nationalisering een goede zaak. En het zijn vaak de mensen met de minste zekerheden en de minste kansen die het meeste gebaat zijn bij publieke voorzieningen in publieke handen. 

Is dit nog des PvdA? Ja, dit is juist PvdA. Want ik ben voor globalisering, ik ben voor migratie, ik ben voor het tegengaan van klimaatverandering, ik ben voor een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Maar dit allemaal onder de voorwaarde dat het niet allemaal ten koste gaat van de mensen die al het minst zeker zijn van hun bestaan en die al de minste kansen hebben. De PvdA is altijd de partij van de vooruitgang geweest, maar dan wel van de hele samenleving.

Deel dit bericht:

Mark Rutte, waar wacht je op?

mei 1, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Mark Rutte begint te aarzelen en het volk begint te morren. Elke dag horen we dat het beter gaat, dat er minder mensen in ziekenhuizen worden opgenomen, dat er minder mensen op de IC liggen, dat er minder mensen dood gaan. En toch zit de samenleving nog op slot. Dat gaat wringen.

Het wringt vooral omdat het kabinet haar strategie voor ons verborgen houdt. Ja, het doel is de overbelasting van ziekenhuizen tegen te gaan. Maar van welke strategie is dit doel een onderdeel? Ik zie drie strategieën en laat  Rutte nu eindelijk eens zeggen wat zijn strategie is. 

Soms denk je dat Rutte het virus wil verslaan. Oorlogsretoriek. We moeten het virus samen onder controle krijgen. Nog even doorbijten, nog even afstand houden en dan hebben we hem te pakken. Ja, je leest al dat het virus aan de “verliezende hand” is. En het is niet alleen retoriek van onze leiders. Ons wordt immers meer vrijheid beloofd als het reproductiegetal langere tijd onder 1 ligt. Dan dooft het virus uit. 

Helaas is dit onzin: het virus kunnen we niet verslaan. We kunnen het virus niet wereldwijd uitroeien. Het zal altijd weer ergens de kop op steken. Het gaat er om dat wij niet meer te besmetten zijn. Dit virus dooft pas uit als er een vaccin is of als zoveel mensen (na besmetting) antistoffen hebben aangemaakt dat er groepsimmuniteit ontstaat. Een vaccin is er misschien aan het einde van het jaar. Groepsimmuniteit ontstaat wanneer 60% van de mensen besmet is geweest en antistoffen hebben aangemaakt. De regering wil niet zeggen wanneer dat moment wellicht is aangebroken. 

Er zijn dus maar twee realistische strategieën:

  • de tijd uitzitten tot er een vaccin komt;
  • de tijd uitzitten tot er groepsimmuniteit ontstaat nadat 60% van de mensen besmet is geraakt. 

Dus, Mark, waar wacht je op? Op het vaccin of op een samenleving waarvan meer dan 60% van de mensen besmet is geraakt? Je zei ooit heel wijs dat je op het laatste wachtte, maar dat bleek politiek niet gezegd te mogen worden. 

In beide gevallen moet je niet de indruk wekken dat we het virus gaan verslaan. In beide gevallen is het verstandig om de curve te laten afvlakken om de zorg niet over te belasten (hoewel de winst daarvan veel minder groot is dan wordt gesuggereerd, zie mijn eerdere blog). 

In de strategie waarin we streven naar groepsimmuniteit is het niet erg als mensen besmet raken. Beter gezegd: is het juist goed als mensen besmet raken. Hopelijk zonder grote gevolgen. En daarom past het in deze strategie om alleen de samenleving van de kwetsbaren op slot te zetten. Om de zorg niet over te belasten en om het aantal doden drastisch te beperken. Het grote voordeel is dat de samenleving van de niet-kwetsbaren in deze strategie weer kan leven, kan werken, kan ademen. En laat iedereen zelf kiezen om wel of niet als kwetsbare in quarantaine te gaan.

In de strategie waarin we wachten op een vaccin mag de samenleving van het slot zolang de zorg maar niet overbelast raakt. Hoe meer vrijheid, hoe beter voor de samenleving. Er staan op dit moment meer dan 1000 IC-bedden leeg. Terwijl de economie klap op klap krijgt en de sociale armoede ondraaglijk wordt. Dus ook in die strategie verdienen we op dit moment meer vrijheid.

Mark, waar wacht je op? Wat is je strategie? 

Deel dit bericht:

Leven in tijden van corona (3)

april 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Straks weer wakker worden in de Kesch Hütte en langs al die blauwe gentianen naar Sertig Dörfli wandelen en daar overnachten in Walserhus.  

Straks weer in één weekend tweemaal de Mattheus Passion en eenmaal de Johannes Passion uitvoeren. 

Straks weer eten op het terras van Rick en Katrien en beginnen met een nieuwe haring met korenwijn.

Straks weer in Berlijn een marathon lopen, met die finish 200 meter na de Brandenburger Tor en daarna bij Lutter en Wegner gaan eten. 

Straks weer een verse gevulde koek eten in de hal van het Conservatorium van Amsterdam.

Straks weer met Willem en Margreet en hun kinderen Oud en Nieuw vieren in Bilthoven.

Straks weer Huug, Chris en Daan omhelzen.

Straks weer met ML een visje eten op het strand. 

Straks weer een bootcamp doen in de Leidse Hout met Wilbert.

Straks weer in de avondzon witte wijn drinken op het plein van Sienna. 

Straks weer het KCO horen onder hun nieuwe dirigent Gergiev.

Straks weer wandelen bij Diepenheim met Metta en Frans om daarna samen op de Holterberg te eten met Mirre en Han. 

Straks weer met Jan eindeloos bier drinken op de Nieuwmarkt.

Straks weer gewoon fagotles van Mette in Groningen. 

Straks weer Pasen vieren met Carel en Deborah en alle andere familie in Rockanje. 

Straks weer naar de kapper.

Straks weer samen met Karen beginnen met een nieuwe Triomf van de Stad.

Straks weer Adams spelen met het Utrechts Blazers Ensemble. 

Straks weer met Freek, Jurrien, Jaap, Jaap, Marianna, Jan Oege, Charlotte, Antoinette, Bernard, Femke, Paul, Angela en al die andere lieve vrienden een dagje varen van Gaastmeer naar Balk of van Gaastmeer naar Workum. 

En intussen heb ik niets te klagen en zijn Bas en ik heel gelukkig met Loutje, thuis in Oegstgeest, thuis in Zeeland of op de boot. 

Deel dit bericht:

Paul Scheffer verliest zijn scherpte bij Europa

april 21, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Weer zo’n aanrader: De vorm van vrijheid van Paul Scheffer uit 2018. Wat een wijs boek, wat een wijs man. Of ben ik het alleen maar hartgrondig met hem eens? Overigens geldt dat niet voor het hele boek. Ik zal proberen zijn redenering in eigen woorden samen te vatten en mijn kritiek helder te beschrijven.

Paul Scheffer is voor velen bekend geworden met zijn essay Het multiculturele drama uit 2000. Dit essay in de NRC bracht een schok te weeg onder links en kosmopolitisch Nederland. Met name omdat ze dachten dat Paul één van hen was. Links Nederland was in die tijd nog erg trots op zijn eigen tolerantie en gastvrijheid. Vluchtelingen en migranten waren hier welkom. En wie daar tegen was, was rechts, ja zelfs inhumaan. Scheffer betoogde daarentegen dat er van alles mis was onder de vele migrantengroepen. Er was veel werkloosheid, veel armoede en er waren veel achterstanden in het onderwijs. De hooggeprezen tolerantie was in zijn ogen geen tolerantie maar gewoon onverschilligheid. En hij merkte fijntjes op dat het niet de kosmopolieten in hun betere buurten waren die last hadden van de migratie, maar de autochtonen die op dezelfde huizen en dezelfde banen waren aangewezen als de nieuwkomers. 

Het is niet bij dit essay gebleven. Scheffer schreef nog een voortreffelijk boek over integratie (Het land van aankomst). En ging zich steeds meer verdiepen in het fenomeen van de grens. Dat had zowel een praktische als een filosofische kant. Zo horen ‘open grenzen’ niet boven elk dispuut verheven te zijn als er te veel migranten zijn om van integratie nog een succes te kunnen maken. Maar de filosofische vragen zijn eigenlijk veel interessanter: kan een gemeenschap zonder zijn eigen grenzen wel gemeenschap zijn en waarom zou een gemeenschap niet gewoon het recht hebben om zelf te bepalen wie als gast wordt ontvangen en wie niet. De vraag stellen, is hem beantwoorden. En zo komt Scheffer tot een hele mooie definitie van kosmopolitisme: “een waarachtig kosmopolitisme ligt niet in de ontkenning van grenzen, maar in de verkenning van die grenzen en in de poging ze te overschrijden.” Zonder een binnen kan je niet naar buiten kijken. 

In De vorm van vrijheid verfijnt Scheffer zijn redenering. En hij laat goed zien dat je geen populist hoeft te zijn om je zorgen te maken over migratie en over een gebrek aan grenzen. Juist als een ware kosmopoliet heeft Scheffer oog voor grenzen: “een grenzeloze wereld kan eindigen in een nieuwe onvrijheid”, zegt hij Zygmunt Bauman na. 

Toch wringt het boek voor mij in het slotdeel. Het boek waaiert eerst nog even uit over de wereld. Scheffer meent dat de betekenis van de groei van China en India wordt overschat. En in feite ziet hij een grote toekomst voor de Westerse wereld en met name voor het Europese continent. Terecht is hij lyrisch over de beschaving en de cultuur van Europa, over het niveau van de Europese universiteiten (ook de Britse), over de sociale gelijkheid in Europa en over onze democratie, onze rechtsstaten en onze geringe corruptie.

Maar dan schakelt hij één op één van het Europese continent over naar de Europese Unie. En loopt daarmee vast in zijn eigen redenering. Want als je de EU gelijk stelt aan democratie, cultuur en beschaving kan het Europese project alleen nog maar een succes zijn. Voorzichtig durft Scheffer nog wel te zeggen dat hij geen federalist is à la Guy Verhofstadt, maar de kritiek van Baudet op Europa wijst hij stellig af. Hij ziet geen andere uitweg dan voort te ploegen op de huidige modderweg van Europa. 

Dat verhoudt zich slechts met zijn overtuigende verhaal over grenzen. Ja, inderdaad, Scheffer houdt een vurig pleidooi voor de versterking van de buitengrenzen van Europa. Maar de binnengrenzen zijn vooral binnengrenzen van Europa en vooral geen buitengrenzen van de natiestaten. Dat strookt naar mijn gevoel niet met het praktische en filosofische belang van grenzen van gemeenschappen. Want er is niet alleen een Europese gemeenschap, maar er zijn zeker zovele nationale gemeenschappen. 

Voor mij is dan ook de boeiende vraag hoe we de Europese gemeenschap naast de nationale gemeenschappen kunnen laten voorbestaan. Hoe we het belang van de eigen grenzen van de natiestaten kunnen doorvertalen naar het Europese project. Daarbij moeten we in ieder geval afscheid nemen van dat lauwe streven naar federalisme. En zullen we Europa als een gezamenlijk beleefde ruimte moeten definiëren. Waar alle unieke natiestaten van elkaar kunnen profiteren, zonder dat hun eigenheid door een EU wordt aangetast. 

Paul, wil je het volgende boek aan deze vraag wijden. 

Deel dit bericht:

Volgende pagina »