Waartoe is minister Slob op aarde #OCW

mei 12, 2020 by  
Filed under Geen categorie

Minister Slob vindt het niet goed dat een school in Amersfoort eigenhandig de examencijfers verhoogt (met als enige reden dat het centraal examen is komen te vervallen). Het verwart me: hebben we daar een minister voor? Achter de verwarring gaat een andere vraag schuil: waarom hebben we eigenlijk een minister van OCW?

Het doet me denken aan een cursus die ik een aantal jaren geleden met Karen Ephraim mocht geven aan medewerkers van het departement van OCW. Het is onze expertise om departementen te vertellen wat ze met kennis kunnen doen. Zoals we ook graag aan onderzoekers vertellen wat zij voor het beleid kunnen doen. 

In de voorgesprekken werd ons verteld dat het departement van OCW erg weinig kennis gebruikt. Ik zal de anekdote niet gauw vergeten: de directeur-generaal vertelt in de Bestuursraad altijd over zijn dochter in 4 Gym. “En daarop is ons beleid gebaseerd.” Onze cursus moest dus in het teken staan van n=1. En die ene was de dochter van de d-g.

We gingen drie dagen aan de slag. En gelukkig viel het mee: niet alleen de private ervaringen van de directeur-generaal bleken het beleid te bepalen, het beleid werd ook onderbouwd door de al evenzeer private ervaringen van de (lagere) beleidsmedewerkers. De meeste deelnemers aan de cursus hadden jonge kinderen en de schoolervaringen van hun kinderen vormden tezamen de belangrijkste kennis aan onze tafel. En op het departement.

Maar er viel nog veel meer op. Het leek alsof elke cursist zich vooral bezighield met 1 casus. Dus “n=1” moesten we ook op die manier begrijpen! Zo vertelde een cursist dat hij een school in Winterswijk toestemming moest verlenen om voortaan meer Duits te geven. Dat zou belangrijk zijn voor leerlingen die later over de grens gingen werken (hetgeen ze in de praktijk nagenoeg niet doen, maar dat wist de cursist nou weer niet). Inderdaad, dat mocht de school in Winterswijk niet zelf beslissen, daarvoor had de school toestemming nodig van dat immense departement in Den Haag. Ja, er zijn mij in mijn leven niet meer schellen van mijn ogen gevallen dan tijdens die drie cursusdagen met beleidsmedewerkers van OCW. 

Mijn vraag aan de cursist luidde: “Hoe besluit je nu of die school meer uren aan Duits mag besteden?” De cursist meldde dat daar geen beleid voor was en dat je in zo’n geval zelf beslist. 

Aan het einde van de drie dagen concludeerden de cursisten lachend dat het beleid bestaat uit het behandelen van casussen en dat het antwoord van het departement geheel afhankelijk is van de toevallige ambtenaar die de casus op zijn bord krijgt. 

Er was dus geen kennis en er was geen beleid. 

Vanzelfsprekend riep ik op een gegeven moment: “Maar waartoe zijn jullie op aarde?” Het antwoord op die vraag leek ingestudeerd: het ministerie van OCW zorgt voor ‘goed onderwijs’. Wellicht omdat niemand daar tegen kan zijn. Toch stelde ik de vraag: “Wat is dan ‘goed onderwijs’?” En toen kwamen alle private ervaringen en alle private opvattingen weer ter tafel. En waren we dus weer terug bij Af. 

Het ministerie van OCW gebruikte dus geen kennis, had geen beleid en de minister had blijkbaar ook geen doelen. 

Het lijkt hilarisch, maar dat is het niet. Want de ongelijkheid van kansen in het onderwijs neemt de laatste jaren weer snel toe. Terwijl het gemiddelde niveau van onze leerlingen internationaal gezien snel daalt. Om maar twee dingen te noemen.

Je vraagt je dan ook af waarom het ministerie niks aan die grote  kansenongelijkheid in het onderwijs doet. Je vraagt je af waarom het ministerie er niet voor zorgt dat de leerkrachten alle ruimte krijgen om goed onderwijs te geven. Bijvoorbeeld door te snijden in al die bestuurslagen tussen het departement en het leslokaal. En in al die circulaires die het ministerie elke dag het land instuurt. Dat zou ik ‘beleid’ noemen. 

Nee, dat doet het ministerie niet. Zelfs de minister bemoeit zich met individuele scholen in Amersfoort. Want de directeur-generaal had verteld dat zijn dochter het “gemeen” vond dat de examencijfers op die school “zo maar waren verhoogd.”

Deel dit bericht:

De Partij van de Zekerheid #PvdA

mei 8, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

[De commissie van de PvdA die het verkiezingsprogramma moet schrijven, vroeg aan haar leden input. Ik schreef bijgaande tekst]

Hoe de PvdA een partij voor kosmopolieten werd

De Partij van de Arbeid was vroeger de partij van de intelligentsia én van de arbeiders. Joop den Uyl was geliefd onder studenten en in de Schilderwijk van Den Haag. Toen het minder ging met de partij spraken we over de ‘spagaat’ waarin de partij was terecht gekomen. Blijkbaar lukte dat verbinden van die bevolkingsgroepen niet meer zo goed. Maar in 2017 is de partij het contact met de traditionele achterban onder modaal kwijtgeraakt, en bleven slechts een aantal links-georiënteerde kosmopolitische kiezers over. 

Dat is treurig, maar niet erg verrassend als we zien welke politiek de PvdA voorstaat ten aanzien van de grote ontwikkelingen die we meemaken: globalisering, migratie, klimaat en neo-liberalisme. Zo staat de PvdA positief tegenover internationalisering en globalisering. Zo wil de PvdA veel gastvrijheid uitstralen naar de buitenwereld, zo wil de PvdA de klimaatverandering bestrijden en zo heeft de PvdA het neo-liberalisme te lang omarmd. 

Dat sprak kosmopolieten allemaal aan. De kosmopolieten zijn relatief veel in het buitenland, of op het buitenland georiënteerd. Ze volgen de Amerikaanse verkiezingen beter dan hun eigen verkiezingen en ze slaan geen jaar over voor het maken van een stedentrip. De kosmopolieten raken hun baan en hun woning niet kwijt aan migranten, eigenlijk komen ze ze nauwelijks tegen, tenzij het over ‘expats’ gaat, die om die reden dan ook niet ‘migrant’ worden genoemd. De kosmopolieten maken zich zorgen over het klimaat en hebben voldoende geld om zonnepanelen aan te schaffen; hun huizen zijn sowieso al beter geïsoleerd. De kosmopolieten zijn hoogopgeleid en weten de laagste zorgpremie in de wacht te slepen, niet zelden bij een verzekeringsmaatschappij die speciaal voor hen is opgericht. Ze beschikken al met al om de vaardigheden waar marktwerking om vraagt.

Wellicht klinkt het allemaal een beetje cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Ik ben zelf ook een kosmopoliet die de Amerikaanse verkiezingen op de voet volgt en verzekerd is bij Promovendum. En ben nog links ook. Zo ‘links’ zelfs dat ik het een tijdje bij GroenLinks heb geprobeerd. Toch voelde ik me daar niet thuis, omdat hun denken over een duurzame wereld en over migratie helemaal losgezongen leek van de mensen die afhankelijk zijn van de politiek voor een zeker bestaan en voor gelijke kansen. 

Hoe de PvdA de oude achterban verloor

Ik probeer slechts te duiden daarom de PvdA nog wel kosmopolitische kiezers trekt, maar het contact met die brede achterban beneden modaal totaal is kwijtgeraakt. En het argument dat de traditionele arbeider ook is verdwenen, doet hier geen opgeld. Want we zijn ook de mensen die van een uitkering moeten leven, ook de politiemannen, ook de verpleegkundigen, ook de lagere ambtenaren, ook de leerkrachten, ook de brandweerlieden, etc., etc., kwijtgeraakt. Om de simpele reden dat zij heel anders aankijken tegen globalisering, migranten, klimaat en neo-liberale politiek. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die globalisering. Velen van hen zijn er in de laatste decennia niet of nauwelijks in inkomen erop vooruitgegaan. En waar de wereldhandel bloeit neemt de druk op de banen aan de onderkant toe. Vaak resteert niet meer dan een flex-baan, zonder zekerheid. Of denk aan de bejaarden die pensioenen zien krimpen terwijl de internationale bedrijven zich met instemming van de regering schuldig maken aan belastingontduiking. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die migratie. Het gaat vaak om hun banen en om hun huizen. Het gaat ook om hun belastingcenten waaruit uitkeringen voor migranten moeten worden betaald. Het gaat om de sfeer in hun straat. Zij voelen zich vervreemd, ook als hun Zwarte Piet niet meer zwart mag zijn. Aan hen zijn veel zekerheden ontnomen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van die klimaatverandering. Als je een laag inkomen hebt maak je je eerder zorgen over de hogere energielasten en over de hogere huren omdat je woning energieneutraal wordt gemaakt, dan over die 1,5 graad opwarming waarmee je kleinkinderen te maken krijgen. 

Zij worden persoonlijk niet veel beter van al die marktwerking. Zij missen vaak de bureaucratische vaardigheden, ze kennen het woord niet eens. Zij missen vaak de handigheid om er net beter uit te komen. Ze zien wel dat de woningcorporaties zijn uitgekleed en te weinig geld hebben om hun wijken op te knappen. Ze zien dat het onderwijs langzaam is uitgekleed en dat de kansenongelijkheid in het onderwijs weer snel toeneemt. En als ze in het onderwijs werken, of in de zorg, zien ze alle eindeloze bureaucratie die het gevolg is van die marktwerking. 

De PvdA moet echte zekerheden bieden

Ik begrijp dus wel waarom al die mensen geen PvdA meer stemmen. Maar dat is heel treurig. Want de vraag is natuurlijk niet primair hoe we die kiezers weer kunnen terugwinnen voor de PvdA. 

De vraag is hoe de PvdA alle mensen die dat nodig hebben, zekerheid kan verschaffen en gelijke kansen in deze samenleving. 

Het nieuwe verkiezingsprogramma zal daarom vooral zekerheid en kansen moeten bieden aan al die grote groepen beneden modaal die steeds minder zekerheid en steeds minder kansen hebben. En misschien halen we deze kiezers daarmee ook weer terug bij onze partij. Als bij-effect. 

Hoe bieden we meer zekerheid, hoe geven we meer kansen? De PvdA heeft op dit gebied een lange traditie. Maar die traditie stond wel altijd in het teken van ‘verheffen’. Wij meenden van afstand te kunnen bepalen wat ‘goed’ voor mensen was. Terwijl ‘zekerheid’ een heel subjectief begrip is, en ook het ‘waartoe’ bij gelijke kansen door de betrokkene zelf zal moeten worden ingevuld. Het aloude verheffen is niet meer van deze tijd. Zekerheid en kansen elitair invullen, gaat voorbij aan de werkelijke behoeften van mensen. Dat betekent dat de PvdA zich moet verstaan met de behoefte aan zekerheid zoals die bij velen beneden modaal zelf wordt gevoeld. 

Dus de vraag moet zijn: wat betekent globalisering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekenen migranten voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent klimaatverandering voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. Wat betekent marktwerking voor hen, voor hun zekerheid, hun kansen. De PvdA moet ervoor zijn om iedereen de zekerheid te bieden die hij of zij wenst en iedereen de kans te geven om zich op zijn of haar eigen manier te ontplooien. 

Daarvoor is het niet nodig om de deuren langs te gaan met rozen. 

Het is algemeen bekend dat het nodig is om globalisering anders te beoordelen, als we willen tegengaan dat de ongelijkheid in de samenleving kleiner wordt, dat mensen niet meer worden gedwongen met flex-baantjes amper overeind te blijven, als we internationale bedrijven willen dwingen om fatsoenlijk belasting te betalen.

Het is algemeen bekend dat we anders tegen migratie aan moeten kijken, als we willen dat mensen niet vervreemd raken van hun eigen omgeving. Niet dat we de grenzen moeten sluiten, omdat migratie ook veel meerwaarde heeft. Wel dat we de instroom meer gaan zien in het licht van de eigen behoeften en dat we er niet voor terugschrikken om te melden dat hier de Nederlandse normen en waarden leidend zijn. Hoezeer andere normen en waarden daarin gaandeweg ook een plek zullen vinden. En het hoort nu al bij de Nederlandse normen en waarden om geen onderscheid te maken tussen mensen, ook niet tussen Nederlanders met of zonder migratie-achtergrond. 

Het is algemeen bekend dat het klimaat er bedroevend voor staat en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is. Maar het is ook algemeen bekend dat de noodzakelijke energietransitie naast grote voordelen persoonlijk ook grote nadelen kan hebben. Het is van groot belang om winst en verlies hier eerlijk te verdelen. 

Het is algemeen bekend dat de marktwerking uit het neo-liberale tijdperk op veel plaatsen te ver is doorgeschoten. En dat publieke belangen vanaf het begin onderbelicht zijn gebleven. We hoeven niet per definitie onze blik te richten naar de overheid. Maar als publieke belangen in de sfeer van de markt onvoldoende worden geborgd, is nationalisering een goede zaak. En het zijn vaak de mensen met de minste zekerheden en de minste kansen die het meeste gebaat zijn bij publieke voorzieningen in publieke handen. 

Is dit nog des PvdA? Ja, dit is juist PvdA. Want ik ben voor globalisering, ik ben voor migratie, ik ben voor het tegengaan van klimaatverandering, ik ben voor een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Maar dit allemaal onder de voorwaarde dat het niet allemaal ten koste gaat van de mensen die al het minst zeker zijn van hun bestaan en die al de minste kansen hebben. De PvdA is altijd de partij van de vooruitgang geweest, maar dan wel van de hele samenleving.

Deel dit bericht:

Mark Rutte, waar wacht je op?

mei 1, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Mark Rutte begint te aarzelen en het volk begint te morren. Elke dag horen we dat het beter gaat, dat er minder mensen in ziekenhuizen worden opgenomen, dat er minder mensen op de IC liggen, dat er minder mensen dood gaan. En toch zit de samenleving nog op slot. Dat gaat wringen.

Het wringt vooral omdat het kabinet haar strategie voor ons verborgen houdt. Ja, het doel is de overbelasting van ziekenhuizen tegen te gaan. Maar van welke strategie is dit doel een onderdeel? Ik zie drie strategieën en laat  Rutte nu eindelijk eens zeggen wat zijn strategie is. 

Soms denk je dat Rutte het virus wil verslaan. Oorlogsretoriek. We moeten het virus samen onder controle krijgen. Nog even doorbijten, nog even afstand houden en dan hebben we hem te pakken. Ja, je leest al dat het virus aan de “verliezende hand” is. En het is niet alleen retoriek van onze leiders. Ons wordt immers meer vrijheid beloofd als het reproductiegetal langere tijd onder 1 ligt. Dan dooft het virus uit. 

Helaas is dit onzin: het virus kunnen we niet verslaan. We kunnen het virus niet wereldwijd uitroeien. Het zal altijd weer ergens de kop op steken. Het gaat er om dat wij niet meer te besmetten zijn. Dit virus dooft pas uit als er een vaccin is of als zoveel mensen (na besmetting) antistoffen hebben aangemaakt dat er groepsimmuniteit ontstaat. Een vaccin is er misschien aan het einde van het jaar. Groepsimmuniteit ontstaat wanneer 60% van de mensen besmet is geweest en antistoffen hebben aangemaakt. De regering wil niet zeggen wanneer dat moment wellicht is aangebroken. 

Er zijn dus maar twee realistische strategieën:

  • de tijd uitzitten tot er een vaccin komt;
  • de tijd uitzitten tot er groepsimmuniteit ontstaat nadat 60% van de mensen besmet is geraakt. 

Dus, Mark, waar wacht je op? Op het vaccin of op een samenleving waarvan meer dan 60% van de mensen besmet is geraakt? Je zei ooit heel wijs dat je op het laatste wachtte, maar dat bleek politiek niet gezegd te mogen worden. 

In beide gevallen moet je niet de indruk wekken dat we het virus gaan verslaan. In beide gevallen is het verstandig om de curve te laten afvlakken om de zorg niet over te belasten (hoewel de winst daarvan veel minder groot is dan wordt gesuggereerd, zie mijn eerdere blog). 

In de strategie waarin we streven naar groepsimmuniteit is het niet erg als mensen besmet raken. Beter gezegd: is het juist goed als mensen besmet raken. Hopelijk zonder grote gevolgen. En daarom past het in deze strategie om alleen de samenleving van de kwetsbaren op slot te zetten. Om de zorg niet over te belasten en om het aantal doden drastisch te beperken. Het grote voordeel is dat de samenleving van de niet-kwetsbaren in deze strategie weer kan leven, kan werken, kan ademen. En laat iedereen zelf kiezen om wel of niet als kwetsbare in quarantaine te gaan.

In de strategie waarin we wachten op een vaccin mag de samenleving van het slot zolang de zorg maar niet overbelast raakt. Hoe meer vrijheid, hoe beter voor de samenleving. Er staan op dit moment meer dan 1000 IC-bedden leeg. Terwijl de economie klap op klap krijgt en de sociale armoede ondraaglijk wordt. Dus ook in die strategie verdienen we op dit moment meer vrijheid.

Mark, waar wacht je op? Wat is je strategie? 

Deel dit bericht:

Leven in tijden van corona (3)

april 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Straks weer wakker worden in de Kesch Hütte en langs al die blauwe gentianen naar Sertig Dörfli wandelen en daar overnachten in Walserhus.  

Straks weer in één weekend tweemaal de Mattheus Passion en eenmaal de Johannes Passion uitvoeren. 

Straks weer eten op het terras van Rick en Katrien en beginnen met een nieuwe haring met korenwijn.

Straks weer in Berlijn een marathon lopen, met die finish 200 meter na de Brandenburger Tor en daarna bij Lutter en Wegner gaan eten. 

Straks weer een verse gevulde koek eten in de hal van het Conservatorium van Amsterdam.

Straks weer met Willem en Margreet en hun kinderen Oud en Nieuw vieren in Bilthoven.

Straks weer Huug, Chris en Daan omhelzen.

Straks weer met ML een visje eten op het strand. 

Straks weer een bootcamp doen in de Leidse Hout met Wilbert.

Straks weer in de avondzon witte wijn drinken op het plein van Sienna. 

Straks weer het KCO horen onder hun nieuwe dirigent Gergiev.

Straks weer wandelen bij Diepenheim met Metta en Frans om daarna samen op de Holterberg te eten met Mirre en Han. 

Straks weer met Jan eindeloos bier drinken op de Nieuwmarkt.

Straks weer gewoon fagotles van Mette in Groningen. 

Straks weer Pasen vieren met Carel en Deborah en alle andere familie in Rockanje. 

Straks weer naar de kapper.

Straks weer samen met Karen beginnen met een nieuwe Triomf van de Stad.

Straks weer Adams spelen met het Utrechts Blazers Ensemble. 

Straks weer met Freek, Jurrien, Jaap, Jaap, Marianna, Jan Oege, Charlotte, Antoinette, Bernard, Femke, Paul, Angela en al die andere lieve vrienden een dagje varen van Gaastmeer naar Balk of van Gaastmeer naar Workum. 

En intussen heb ik niets te klagen en zijn Bas en ik heel gelukkig met Loutje, thuis in Oegstgeest, thuis in Zeeland of op de boot. 

Deel dit bericht:

Paul Scheffer verliest zijn scherpte bij Europa

april 21, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Weer zo’n aanrader: De vorm van vrijheid van Paul Scheffer uit 2018. Wat een wijs boek, wat een wijs man. Of ben ik het alleen maar hartgrondig met hem eens? Overigens geldt dat niet voor het hele boek. Ik zal proberen zijn redenering in eigen woorden samen te vatten en mijn kritiek helder te beschrijven.

Paul Scheffer is voor velen bekend geworden met zijn essay Het multiculturele drama uit 2000. Dit essay in de NRC bracht een schok te weeg onder links en kosmopolitisch Nederland. Met name omdat ze dachten dat Paul één van hen was. Links Nederland was in die tijd nog erg trots op zijn eigen tolerantie en gastvrijheid. Vluchtelingen en migranten waren hier welkom. En wie daar tegen was, was rechts, ja zelfs inhumaan. Scheffer betoogde daarentegen dat er van alles mis was onder de vele migrantengroepen. Er was veel werkloosheid, veel armoede en er waren veel achterstanden in het onderwijs. De hooggeprezen tolerantie was in zijn ogen geen tolerantie maar gewoon onverschilligheid. En hij merkte fijntjes op dat het niet de kosmopolieten in hun betere buurten waren die last hadden van de migratie, maar de autochtonen die op dezelfde huizen en dezelfde banen waren aangewezen als de nieuwkomers. 

Het is niet bij dit essay gebleven. Scheffer schreef nog een voortreffelijk boek over integratie (Het land van aankomst). En ging zich steeds meer verdiepen in het fenomeen van de grens. Dat had zowel een praktische als een filosofische kant. Zo horen ‘open grenzen’ niet boven elk dispuut verheven te zijn als er te veel migranten zijn om van integratie nog een succes te kunnen maken. Maar de filosofische vragen zijn eigenlijk veel interessanter: kan een gemeenschap zonder zijn eigen grenzen wel gemeenschap zijn en waarom zou een gemeenschap niet gewoon het recht hebben om zelf te bepalen wie als gast wordt ontvangen en wie niet. De vraag stellen, is hem beantwoorden. En zo komt Scheffer tot een hele mooie definitie van kosmopolitisme: “een waarachtig kosmopolitisme ligt niet in de ontkenning van grenzen, maar in de verkenning van die grenzen en in de poging ze te overschrijden.” Zonder een binnen kan je niet naar buiten kijken. 

In De vorm van vrijheid verfijnt Scheffer zijn redenering. En hij laat goed zien dat je geen populist hoeft te zijn om je zorgen te maken over migratie en over een gebrek aan grenzen. Juist als een ware kosmopoliet heeft Scheffer oog voor grenzen: “een grenzeloze wereld kan eindigen in een nieuwe onvrijheid”, zegt hij Zygmunt Bauman na. 

Toch wringt het boek voor mij in het slotdeel. Het boek waaiert eerst nog even uit over de wereld. Scheffer meent dat de betekenis van de groei van China en India wordt overschat. En in feite ziet hij een grote toekomst voor de Westerse wereld en met name voor het Europese continent. Terecht is hij lyrisch over de beschaving en de cultuur van Europa, over het niveau van de Europese universiteiten (ook de Britse), over de sociale gelijkheid in Europa en over onze democratie, onze rechtsstaten en onze geringe corruptie.

Maar dan schakelt hij één op één van het Europese continent over naar de Europese Unie. En loopt daarmee vast in zijn eigen redenering. Want als je de EU gelijk stelt aan democratie, cultuur en beschaving kan het Europese project alleen nog maar een succes zijn. Voorzichtig durft Scheffer nog wel te zeggen dat hij geen federalist is à la Guy Verhofstadt, maar de kritiek van Baudet op Europa wijst hij stellig af. Hij ziet geen andere uitweg dan voort te ploegen op de huidige modderweg van Europa. 

Dat verhoudt zich slechts met zijn overtuigende verhaal over grenzen. Ja, inderdaad, Scheffer houdt een vurig pleidooi voor de versterking van de buitengrenzen van Europa. Maar de binnengrenzen zijn vooral binnengrenzen van Europa en vooral geen buitengrenzen van de natiestaten. Dat strookt naar mijn gevoel niet met het praktische en filosofische belang van grenzen van gemeenschappen. Want er is niet alleen een Europese gemeenschap, maar er zijn zeker zovele nationale gemeenschappen. 

Voor mij is dan ook de boeiende vraag hoe we de Europese gemeenschap naast de nationale gemeenschappen kunnen laten voorbestaan. Hoe we het belang van de eigen grenzen van de natiestaten kunnen doorvertalen naar het Europese project. Daarbij moeten we in ieder geval afscheid nemen van dat lauwe streven naar federalisme. En zullen we Europa als een gezamenlijk beleefde ruimte moeten definiëren. Waar alle unieke natiestaten van elkaar kunnen profiteren, zonder dat hun eigenheid door een EU wordt aangetast. 

Paul, wil je het volgende boek aan deze vraag wijden. 

Deel dit bericht:

Hoeveel mensen zijn al besmet, wanneer is #corona over

april 20, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Twee interessante feiten gehoord in de afgelopen week over die prangende vraag die veel mensen bezighoudt: hoeveel mensen zijn er al besmet door het coronavirus? 

Het eerste feit: het was al lang bekend dat veel zorgmedewerkers besmet zijn. Maar ik wist nog niet dat de onderhavige zorgmedewerkers (uit Breda) niet binnen maar buiten het ziekenhuis besmet zijn geraakt. Zoals Van Dissel het deze week tijdens de briefing van de Tweede Kamer tamelijk achteloos vertelde. Als Van Dissel gelijk heeft, kunnen we de onderzochte zorgmedewerkers beschouwen als een aselecte steekproef uit de samenleving. Het enige specifieke aan hen is dat ze uitvoerig en breed zijn getest. Ik zocht het bericht terug op de site van het RIVM. Daar staat op 10 maart: 4% van de zorgmedewerkers zijn besmet. Dat zou betekenen dat al voor 10 maart 2020 4% van de Bredase bevolking besmet was. 

Het tweede feit: Sanguin doet onderzoek naar de opgebouwde immuniteit onder de bevolking. Welk deel van de bevolking heeft reeds door een besmetting anti-stoffen opgebouwd? De eerste, zeer voorlopige cijfers verschenen deze week: ruim 3% van de bevolking heeft antistoffen. Dat komt overeen met een half miljoen mensen. Maar in de kleine lettertjes stond dat antistoffen pas drie weken na besmetting zijn te detecteren. En dat het onderzoek al weer een week oud is. Dus gaat het hier om een analyse van Nederland anno 10 maart 2020. 

Vervolgens nemen we de cijfers over besmettingen en ziekenhuisopnames erbij. Wat zien we? Voor 10 maart was nog maar een fractie van de mensen besmet die tot op heden besmet zijn geraakt. Ik weet het: die cijfers over besmetting zijn zeer vervuild want ze worden vooral bepaald door het aantal test dat wordt uitgevoerd. Okay, laat ik het anders zeggen: voor 10 maart was het aantal corona-gerelateerde ziekenhuisopnames nog maar een fractie van alle corona-gerelateerde ziekenhuisopnames tot nog toe. Een fractie. Ik weet het: een deel van de mensen die na 10 maart is opgenomen in het ziekenhuis is reeds voor 10 maart besmet geraakt. Dus het moet echt weer op de achterkant van een sigarendoosje: als op 10 maart 3 tot 4% van de bevolking besmet was (geweest), moet op dit moment toch zeker 20 tot 25% besmet zijn (geweest). Dat gaat om 3 tot 4 miljoen mensen die mogelijk antistoffen tegen COVID-19 dragen. 

Groepsimmuniteit bereiken we met 10 miljoen besmette mensen. Dat betekent: hou vol! En om het cru te zeggen: vooral met het besmetten van elkaar. 

Deel dit bericht:

Geen eurobonds en geen euro voor Italië

april 15, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Het dilemma wordt mooi geschetst in de NRC. Als Nederland toegeeft aan het verlangen naar eurobonds van Italië speelt het de Nederlandse populisten in de kaart, als Nederland niet toegeeft aan dat Italiaanse verlangen, speelt het de Italiaanse populisten in de kaart. Maar het echte dilemma gaat veel dieper: willen we die euro eigenlijk wel? 

Wat zijn eurobonds? Om dat te kunnen begrijpen moet je beseffen dat alle Europese landen een ‘staatsschuld’ hebben. Die wordt vaak uitgedrukt in een percentage van hun eigen bruto binnenlands product (bbp). De staatsschuld van Nederland ligt momenteel ergens tussen de 40 en 50% van ons bbp. De staatsschuld van Italië ligt tussen de 130 en 140% van het Italiaanse bbp. Die staatsschuld kan alleen blijven voortbestaan als banken en andere financiële partijen bereid zijn om dat geld te lenen. Zo niet dan gaat een land failliet. En krijgen de geldschieters hun geld niet meer terug. Het is dan ook begrijpelijk dat Italië een veel hogere rente moet betalen dan Nederland. Eurobonds impliceren dat voortaan alle Europese landen samen geld gaan lenen op de financiële markten. Je kan er donder op zeggen dat de landen die nu een lage rente betalen (Nederland, Duitsland) dan een hogere rente moeten betalen en landen die nu een hoge rente betalen (Italië, Griekenland) dan minder rente betalen. Ik begrijp wel waarom Nederland en Duitsland niet om die eurobonds zitten te springen en Italië en Griekenland wel.

Maar we kunnen toch wel solidair zijn met de Italianen? Zij zijn toch ook onderdeel van ons Europa? Ja en nee. Als 20.000 Italianen aan corona sterven past vanzelfsprekend solidariteit. Maar die Italianen vragen ook zonder corona om eurobonds. En gaat onze solidariteit zo ver dat we ook in normale tijden Italië willen helpen bij het financieren van hun staatsschuld? Willen wij bijleggen omdat zij hun financiën zo slecht op orde hebben? Ik denk dat een meerderheid van de bevolking daartoe best bereid is, als de Europese Unie Italië werkelijk tot een ander beleid kan dwingen, waardoor die staatsschuld echt kleiner wordt. Maar die EU hebben we niet. De EU is geen politieke unie. 

Laat ik het versimpelen tot een Nederlands voorbeeld. In Nederland wordt het meeste geld verdiend in de Randstad en in Brabant. Toch zijn de uitkeringen in Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg even hoog als in Bloemendaal. Dat is niet alleen een kwestie van solidariteit. Dat accepteren we zolang de pensioenleeftijd in de genoemde buitengewesten gelijk is aan de pensioenleeftijd in Bloemendaal. Dat accepteren we omdat ook in de buitengewesten mensen met een uitkering werk moeten zoeken. Dat accepteren we omdat ook in de buitengewesten mensen naar vermogen belasting moeten betalen. In Europa ligt dat allemaal anders. Europa heeft geen grip op de pensioengerechtigde leeftijd in Italië, op de hoogte van de uitkeringen, op de voorwaarden die aan uitkeringen worden gekoppeld. Dat is ook heel logisch omdat ook Nederland niet accepteert dat Europa dat soort zaken hier zou bepalen. Maar als we accepteren dat Italië zijn eigen beleid mag voeren en daarmee zijn eigen staatsschuld mag bepalen, is er dan reden om de Italianen te helpen bij het aflossen van die staatsschuld?

Ik hou van Italië, ik ging er heen voor mijn huwelijksreis, persoonlijk zou ik ze wel willen helpen. Maar ik kan het ook begrijpen als anderen deze solidariteit niet willen opbrengen. Simpel gezegd: ik kan begrijpen waarom mensen PVV of Forum gaan stemmen als Rutte enthousiast de eurobonds omarmt. En ja, ik kan het ook begrijpen waarom Italiaanse burgers op een anti-EU-partij gaan stemmen als wij die eurobonds gaan tegenhouden. 

Hans van Mierlo zou het een dilemma of een paradox hebben genoemd. 

Maar het is helemaal geen dilemma of een paradox. Want niet alleen kost solidair zijn met de Italianen ons veel geld, Europa heeft Italië al jaren lang heel veel geld gekost. Omdat de economie in het Noorden van Europa beter draait dan de economie in het Zuiden van Europa, leven wij boven onze stand en zij onder hun stand. Dat lijkt ingewikkeld maar is het niet. Je moet namelijk weten dat de waarde van een munt van een land de waarde van een economie van dat land weerspiegelt. De waarde van de gulden weerspiegelde de Nederlandse economie, de waarde van de lire de Italiaanse economie. Natuurlijk, sinds Bretton Woods waren die munten aan elkaar gekoppeld met vaste wisselkoersen. Maar als de Italiaanse economie te zwak werd, devalueerde de Italiaanse regering de lire om toch nog mee te kunnen komen Daarmee werd de bevolking wel armer (ze konden minder buitenlandse auto’s kopen), maar de Italiaanse producten werden wel goedkoper voor het buitenland. Omgekeerd werd je bij die vaste wisselkoersen soms gedwongen om te revalueren. Daarmee werden je producten in het buitenland duurder, maar konden je burgers meer buitenlandse auto’s kopen. 

Maar nu weerspiegelt de euro de economie van Europa (preciezer: de euro-landen). En zijn er geen wisselkoersen meer, en is er maar één munt. Dat heeft grote gevolgen. Als Italië het binnen de EU slechter doet dan de rest, kan de lire niet meer (automatisch of door devaluatie) goedkoper worden. Beter gezegd: de Italiaanse producten blijven veel te duur. En als je producten te duur zijn, verkoop je minder en doet je economie het minder goed. Zoals de euro ook geen goede afspiegeling is van de bloeiende Nederlandse en Duitse economie, omdat de euro ook de zwakke economie van Italië weerspiegelt. En daar hebben Nederland en Duitsland veel baat bij. Dus: terwijl de Italiaanse producten op de wereldmarkt door de euro relatief steeds duurder worden, worden de Nederlandse tulpen en de Duitse auto’s relatief steeds goedkoper. 

Ik vertel hiermee niks nieuws. Alle vooraanstaande economen waren in de jaren 90 tegen de invoering van de euro, juist vanwege dit probleem. Maar die euro kwam er toch, als compensatie voor de eenwording van Duitsland. [Mitterand wilde Kohl zijn verenigde Deutschland alleen gunnen als de Duitse Mark niet te dominant werd en er één euro kwam]. Nogmaals: het is niet erg als een achterblijvende regio door de rest moet worden ondersteund, als we ons één gemeenschap voelen en als we één gezamenlijke regering accepteren. Dat noemen we een politieke unie. Maar die politieke unie willen we in Europa niet. 

Italië zit dus klem. En niet omdat Nederland en Duitsland die eurobonds niet willen. En niet omdat de populisten (helemaal) aan de macht komen als Europa Italië niet helpt. Maar omdat Italië de middelen ontbeert om zijn economie weer aan de praat te krijgen. Zolang Italië met euro’s blijft betalen, zal het altijd met handicap achter Duitsland aan blijven hobbelen. En de kans is veel groter dat Italië nog verderop raakt dan dat het Duitsland ooit gaat inhalen. 

De keuze is dus niet: wel of geen eurobonds. De keuze is: wel of geen euro. Als we de euro handhaven zullen we Italië uit zijn klem moeten verlossen. Dat kan alleen met enorme transfers van noord naar zuid en, om die te legitimeren, met een enorm ingrijpen in de Italiaanse economie. Zonder euro kan de Italiaanse economie zichzelf weer oprichten, als de Italianen daaraan zelf behoefte hebben. Met eurobonds zijn er wel transfers maar geen ingrijpen en wordt het echte probleem, het disfunctioneren van de Italiaanse economie, niet opgelost. 

Die populistische dreiging is dus niet zo groot. Beter gezegd: die is er alleen, als we geen echte stappen durven te zetten. De echte keuze is dus: een politieke unie en transfers van Noord naar Zuid of het laten vallen van de euro, terwijl de rest van het Europese project (zoveel mogelijk) overeind wordt gehouden. En ik voorspel dat er geen meerderheid is voor een politieke unie en geen meerderheid voor transfers van Noord naar Zuid. 

Let wel: ik pleit niet voor een vertrek van Italië uit Europa. Dat zal niet alleen Europa, maar ook Italië veel schade berokkenen. Maar juist om dat vertrek van Italië uit Europa te voorkomen, zou openlijk en serieus moeten worden gesproken over een vertrek van Italië uit de euro-zone. Vergeet niet dat het Verenigd Koninkrijk ook nooit een euro heeft gehad. En dat Zweden een heel gelukkig lid is van de EU zonder ooit afscheid te hebben genomen van de kroon. Het zou in ieder geval een gemiste kans zijn als elke beweging die ingaat tegen het beeld van een ever closer union, per definitie onbespreekbaar is.

Deel dit bericht:

De Noordlicht weer te water

april 13, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Nota bene, ik ben al 68.  En dan toch niet meer kunnen slapen als je om half 6 wakker wordt. Van de spanning. Omdat de boot vandaag weer in het water gaat. Ik moet nog even wachten. Tot mijn vrouw wakker is. Gelukkig kent ze eenzelfde onrust. Ze is ook vroeg wakker. Ik weet het, we hebben alle tijd, we hebben de hele dag. Maar zo voelt het niet. We springen uit bed, douchen en kleden ons snel, we ontbijten en we zitten eerder dan afgesproken in de auto. Op weg naar Reekers in Woudsend. Waar onze Noordlicht zes maanden binnen heeft gelegen. Veilig tegen stormen en kou. Veilig tegen regen, maar wel alleen. Zonder ons en wij zonder haar. 

Als we Spannenburg naderen neemt de spanning toe. Hoe zou het met haar zijn? Ze moet al in het water liggen. We doen een wedstrijdje: wie ziet haar het eerste? Maar bij Reekers ligt de hele wal nog vol met schepen. Door de corona zijn we één van de eersten dit jaar die te water gaan. We moeten onder al die schepen door, voordat we bij de haven zijn. Nee, dat is hem niet. Dat is verdorie een andere Noordkaper! Ja! Daar ligt ze! Ze ligt te glimmen in de zon. We hollen de steiger af, maken de reling los en stappen aan boord. Zij wiebelt een heel klein beetje. Eigenlijk onmerkbaar. Maar de schipper herkent elke beweging van zijn schip. We zoeken de havenmeester nog even op, om hem te bedanken en te vragen of alles goed is gegaan. Hij vraagt of hij in het najaar weer ons kan rekenen. Zeker, Steven. Noordlicht heeft het altijd goed bij jou. Maar nu is ze weer helemaal van ons. 

De trossen gaan los. De motor start als een zonnetje door de jaarlijkse beurt van de firma Steinhauzer. We draaien de haven uit. Ik voel me groeien en ik strek juichend beide armen in de lucht. We varen weer! Het is prachtig weer. De zaterdag voor Pasen. Vorig jaar hadden we nog storm en zelfs natte sneeuw. Maar nu is het prachtig voorjaarsweer. Windkracht 3 ZO. 15 graden Celsius. We varen langs de brug in Woudsend, die in tegenspraak met allerlei geruchten toch open is. Als we de Woudsendse Rakken opdraaien komt Marie Louise al met verse koffie uit de kajuit. Alsof rolverdeling aan boord voorspelbaarder is. Het water kabbelt zacht onder het schip. Het riet is aan beide kanten van de vaart nog helemaal geel. De natuur laat slechts enkele groene knoppen zien. Maar niets kan onze vreugde deren. En dat geldt al evenzeer voor onze tegenliggers. Er wordt hartelijk gegroet, er wordt soms juichend gegroet. We zijn allemaal blij dat we weer varen. 

Aan het einde van de Rakken draaien we het Heecher Mar op. Dit is ongeveer het mooiste plekje van Friesland, van Nederland, van de hele wereld. Een vijftal zeiltjes op het meer. In de verte liggen de Leijepolle. Daartussen vloeien lucht en water in elkaar over. Als we na een half uurtje bij de Leijepolle zijn, willen we allebei maar één ding. Nog even doorvaren. We steken ook de Fluezen over, we ronden de Krûspolle en wenden dan toch maar de steven naar Gaastmeer. We raken ontroerd als we het kerkje zien, waar we in 2018 zijn getrouwd. We varen de Yntemasleat door, naar de Grutte Gaastmar. Aan het einde van de sleat naar rechts, naar jachthaven Pieter Bouwe. Het mooie witte huisje op de hoek is in de winter vervangen door een prachtig huis dat zo goed in de omgeving past dat nauwelijks opvalt dat het helemaal nieuw is. Het laatste bochtje en we draaien de haven in. Nog even naar rechts. En ja, het aanleggen gaat niet helemaal goed. Zonder Marie Louise hadden we onze eerste kras al kunnen bijschrijven. Ik besluit dat dat voortaan echt anders moet. Als de boot stevig aan de wal ligt, zitten we nog even in de zon. We mijmeren over het virus. Over dame Corona. Hoe dramatisch ze is. Hoeveel mensen besmet zijn, hoeveel mensen sterven. Maar daar kan onze lieve Noordlicht niks aan doen. We beseffen dat de vakantie naar Bretagne niet kan doorgaan. Maar dat Zij altijd klaar ligt om ons liefdevol te ontvangen. Dat we deze zomer naar alle waarschijnlijkheid geen vrienden aan boord kunnen noden. En dat we de vrienden zeker niet mogen vertellen dat het met ons drieën ook zo heerlijk is: wij samen op Noordlicht

Deel dit bericht:

Over 4 weken kan #corona over zijn

april 7, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Op 16 maart jl schreef ik hier dat de scholen niet 2 maar 200 weken dicht moesten. Dat was een bewuste overdrijving. Sta me toe om vandaag eens de andere kant uit redeneren. Vooral om ik ook wel weer eens naar buiten wil, omdat de boot weer moet worden opgetuigd, nou ja gewoon, het wordt tijd om het normale leven te hervatten. Ik schrijf dat te meer omdat juist in deze dagen allerlei modellen aantonen dat we zeker tot de zomer van 2021 nog vast zitten aan allerlei beperkende maatregelen. Ja, die 200 weken van mij waren zonder modellen zo gek nog niet geschat.

Maar al die modellen en redeneringen kennen één grote onzekerheid: we weten niet hoeveel mensen op dit moment al besmet zijn. We testen maar een heel klein deel van de natie. Als dat een aselecte steekproef zou zijn, zouden we daaraan nog aardige conclusies kunnen verbinden. Maar dat is het niet. We testen vooral mensen die ziekenhuizen worden binnengedragen. 

Daarom zijn de cijfers van Duitsland zo opvallend: Duitsland heeft ongeveer even veel corona-doden als Nederland (2000) en 5 maal zoveel besmettingen. Ik geloof niet dat onze gezondheidszorg slechter is dan die van Duitsland, ik geloof niet dat wij gemiddeld ongezonder zijn dan Duitsers. Ze hebben alleen veel meer getest dan wij. We mogen dus aannemen dat ons sterftecijfer zeker niet hoger ligt dan het Duitse sterftecijfer. Dat bedraagt dus naar het schijnt 2,0%. 

Ik weet ook dat meer dan 80% van de besmette mensen slechts milde symptomen hebben. Ook in Duitsland moet alle hens aan dek, dus ik kan me niet voorstellen dat die 80% mensen in Duitsland wel getest zijn. Dat betekent dat het sterftecijfer in Duitsland maximaal 0,4% is. Van die resterende 20% besmette mensen is een kwart echt ziek. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat ook van die 20% maar de helft is getest. Ja het zijn allemaal aannamen, maar dan ligt het sterftecijfer in Duitsland op 0,2%. En ik zou niet weten waarom het hier anders is. 

Dat betekent dat 1 dode in Nederland staat voor 500 besmettingen. We hebben nu 2100 doden te betreuren in Nederland, dat betekent dat er dus al ruim 1 miljoen mensen besmet zouden zijn. 

Ho, we zijn er nog niet. Je gaat namelijk niet meteen dood als je besmet bent. Laten we zeggen dat daar nog 14 dagen gemiddeld tussen liggen. Dus we hadden 14 dagen geleden al 1 miljoen besmettingen in Nederland. 

We hebben in de afgelopen 2 weken wellicht nog minder getest dan de weken daarvoor. Pas de laatste dagen wordt er weer meer getest. En toch zie je in de grafieken dat in de laatste twee weken zeker 3 x zoveel mensen zijn besmet als in alle weken ervoor. Het was immers lange tijd een exponentiële groei. 

Als je dit op je laat inwerken zouden voor 24 maart 1 miljoen mensen besmet zijn en daarna nog eens 3 miljoen. Inmiddels zouden dus 4 miljoen mensen besmet zijn in Nederland. We hebben groepsimmuniteit bij 60% van de bevolking, zeg ongeveer 10 miljoen mensen. Als we in het huidige tempo doorgaan zitten we dus over 4 weken op die ‘gewenste’ 10 miljoen. 

Ik geef toe er zitten nogal wat aannamen van een socioloog in dit blog. Zo ga ik ervan uit dat tussen besmetting en overlijden gemiddeld 14 dagen ligt. Wellicht is deze periode langer en dat betekent dat er feitelijk nog meer mensen al besmet zijn.

De grootste onzekerheid zit hem in het registeren van de doden. We weten uit cijfers van het CBS dat het feitelijke aantal corona-doden in Nederland naar alle waarschijnlijkheid het dubbele is van het aantal geregistreerde corona-doden. Omdat corona vooral onder ouderen veel slachtoffers maakt en omdat ouderen heel vaak na griep en longontsteking komen te overlijden. Dan zijn ze al dood voordat iemand ze op corona heeft getest.

Op zich zijn deze Nederlandse cijfers niet relevant voor mijn redenering, op voorwaarde dat Duitsland zijn doden vergelijkbaar registreert. Als Duitsland beter zou registreren, zou dat betekenen dat er feitelijk nog meer Nederlanders al besmet zijn. Als Duitsland minder goed zou registreren zouden minder Nederlands besmet zijn. Maar ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen waarom Duitsland nog ‘slechter’ zijn doden registreert dan Nederland. Zo kennen we ze niet. 

We zouden dus aan 4 weken in het huidige tempo genoeg hebben om te komen tot groepsimmuniteit. We zien de cijfers de laatste dagen wel stagneren en zelfs dalen. Dat kan twee oorzaken hebben. Dat duidt erop dat de beperkende maatregelen effect hebben. Dat betekent wel dat die 4 weken niet genoeg zullen zijn. Terwijl er nog veel IC-bedden leeg staan. 

Als mijn redenering klopt zouden we dus minder beperkende maatregelen moeten nemen om sneller immuniteit op te bouwen, maar wel zoveel beperkingen moeten opleggen dat de IC-bedden nog voor enige tijd goed gevuld zijn. 

Nee, ik zou niet graag in de schoenen van de regering willen staan. Maar ik wil in mei wel graag naar mijn boot toe. 

Deel dit bericht:

Adri Duivesteijn: visionair bestuurder

april 6, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Er is een mooi boek over hem verschenen. Over de man die het aangezicht van Den Haag definitief heeft veranderd. Elke keer als ik in het stadhuis van Den Haag ben, denk ik even aan hem. Eerlijk is eerlijk, zonder Adri Duivesteijn had dat prachtige gebouw van Richard Meier daar niet gestaan. Wilfred en Annelies Haase schreven die dikke biografie over Adri. Ze hebben 50 uur met hem zelf gesproken, ze hebben vele anderen gesproken en vele archieven doorgeploeterd. 

Het boek is overzichtelijk. We krijgen een simpel historisch beeld. Adri als actievoerder voor de Schilderswijk en als dwars raadslid in de Haagse raad in de jaren 70, als wethouder van Den Haag in de jaren 80, als eerste directeur van het NAi (het Nederlands Architectuur Instituut dat, oh schande, is opgegaan in het Nieuwe Instituut, waarvan de naam al zegt dat niemand weet wat het is) in de jaren 90, als kamerlid voor de PvdA in de jaren 90 en 00, als wethouder van Almere in de jaren 00 en 10 en als kortstondig lid van de Eerste Kamer in de jaren 10.  Alle feiten op een rijtje met veel momenten van herkenning. 

Maar toch ontbreekt er iets aan zo’n opsomming. Een weging en een analyse. Natuurlijk, we lezen wel dat Duivesteijn als directeur van het NAi niet echt op zijn plek zat. Maar nergens wordt een vergelijking gemaakt tussen zijn werk als wethouder in Den Haag en Almere en zijn werk in de Tweede en Eerste Kamer. Zo was Duivesteijn een kundig Kamerlid, maar ik heb toch altijd het gevoel gehad dat hij veel meer een visionaire wethouder was dan een controlerend Kamerlid. Het is ook opvallend dat hij het in de Kamer nooit verder heeft geschopt dan vice-fractievoorzitter van de PvdA onder Melkert en als voorzitter van een tijdelijke Kamercommissie die een mooi rapport uitbracht over de besluitvorming rondom infrastructuur. Minister, zelfs staatssecretaris is hij nooit geweest. En laten we eerlijk zijn,  Almere is geen Den Haag en zijn werk in Den Haag was uiteindelijk fundamenteler als het gaat om stadsvernieuwing, binnenstedelijke ontwikkeling en architectuur. Hoe interessant en vernieuwend zijn werk in het Homeruskwartier (particulier opdrachtgeverschap) en Oosterwold (particulieren doen alles zelf) in Almere ook is geweest.

Dat roept de vraag op waarom die carrière zo is verlopen zoals hij is verlopen. Ik denk dat het iets te maken heeft met de tijdgeest en met zijn karakter. Om met het laatste te beginnen. Adri is in het directe contact voor velen een hele aardige en innemende man. Maar als hij iets wil binnenhalen (en hij wil vaak iets binnenhalen) kan hij soms buitengewoon bot zijn. Daarmee is hij vaak zeer succesvol geweest. Maar ik kan me ook voorstellen dat partijleiders als Kok en Bos niet meteen op hem zaten te wachten als minister of staatssecretaris. 

Toch is de tijdgeest veel bepalender geweest voor zijn carrière. In de jaren 70 en 80 werd nog geknokt voor de arbeider, in de jaren 90 werd iedereen en alles (en zelfs de PvdA) ondergedompeld in de neo-liberale tijdgeest. En dat was niet de tijd en de wereld van Adri. Daarmee werd niet Adri leider van de PvdA, maar Wouter Bos. En begon Adri zich in Den Haag te vervelen.  Almere bood hem in 2006 nog eenmaal een prachtige kans om op het gebied van de stedebouw te excelleren. Overigens: nog maar nauwelijks voor zijn natuurlijke achterban. In Den Haag heeft Duivesteijn heel veel betekend voor de stadsvernieuwing, voor de mensen aan de onderkant van de samenleving, terwijl de zelfbouwers in Almere (op enkele interessante projecten van Adri na) vooral mensen waren die toch al goed voor zichzelf konden opkomen. Alleen om die simpele reden vind ik die ene fantastische Vaillantlaan in de Schilderswijk nog steeds interessanter dan het hele Oosterwold. 

Deel dit bericht:

« Vorige paginaVolgende pagina »