Naar een scherper en selectiever #corona-beleid

maart 28, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

De cijfers over corona blijven heftig. Aantallen besmettingen, aantal doden. In Nederland en overal elders in de wereld. De maatregelen zijn ook heftig. Ik leef met mijn vrouw bijna in quarantaine. Onze boodschappen worden door lieve vrienden gedaan. Maar toch is het belangrijk kritisch te blijven. Op de cijfers en op het beleid. En op allerlei cijfers die op internet opduiken. Toch springen twee zaken steeds weer in het oog. 

Ten eerste: elke griep telt vele doden. In het seizoen 2017/2018 stierven in Nederland 9.000 patiënten aan griep. Dat waren er 3.000 meer dan het jaar ervoor. Dat relativeert. Er is wel één praktisch verschil: corona vraagt veel meer intensive care-bedden dan een ‘normale’ griep. Omdat veel patiënten ademhalingsproblemen hebben. En omdat een situatie dreigt waarin de zorg het niet meer aan kan, is een krachtig beleid onvermijdelijk. 

Ten tweede: corona richt zijn pijlen nog meer dan andere virussen op kwetsbare ouderen. Ik kom indrukwekkende cijfers tegen uit Italië (elders zijn ze niet fundamenteel anders). De patiënten die in Italië zijn overleden aan corona waren gemiddeld 81 jaar. 90% was ouder dan 70 jaar. 80% van hen leed chronisch aan twee ziektes als hart- en vaatziekten, kanker, longziekten of diabetes. 99% leed chronisch aan minimaal één van deze ziektes. Daar staat tegenover dat besmetting onder de gezonde bevolking gepaard gaat met milde of zelfs hele milde klachten. Om die reden zijn veel wetenschappers onzeker over het aantal mensen dat inmiddels al besmet is geraakt. In China zou meer dan 80% van de besmettingen niet terug te vinden zijn in de officiële cijfers omdat de klachten van velen zo gering waren dat zij niet eens waren getest. Zelfs niet in China. 

De conclusie blijft luiden dat een krachtig beleid nodig is. Zonder krachtig beleid worden de ziekenhuizen overlopen en moet aan velen de noodzakelijke zorg worden onthouden. Maar moeten we daarvoor alle scholen dicht doen, alle kroegen, veel winkels? Moeten we daarvoor allemaal de hele dag beeldbellen? Als de grootste groep slechts ‘getroffen’ wordt door milde klachten als ze al besmet raken, moet dan de hele samenleving ‘intelligent op slot’, zoals Mark Rutte het noemt? Of moeten we vooral voorkomen dat de kwetsbaren besmet raken?

Dat laatste kan je inderdaad bereiken door elk contact tussen mensen in de ban te doen. Maar je kan het misschien ook bereiken door alle kwetsbaren van de rest af te zonderen. 

Stel: we zetten alle ouderen boven de 70 en alle overige kwetsbaren (lijdend aan één van vier de genoemde chronische ziektes) in quarantaine.De overigen krijgen hun vrijheid weer terug en de samenleving komt weer op gang. Inderdaad al die gezonde mensen zullen dan spoedig besmet raken. Maar ze krijgen daardoor hooguit milde klachten. En natuurlijk zal er een enkele gezonde jongere komen te overlijden, zoals dat dagelijks ook in het verkeer gebeurt, of in de bouw of bij ondeskundig gebruik van de keukentrap. Ik vermoed dat we na relatief korte tijd (een maand?) kunnen vaststellen dat alle niet-kwetsbaren besmet zijn geraakt en inmiddels anti-stoffen hebben. Vervolgens kunnen we de kwetsbaren gedoseerd besmetten of hen in quarantaine op nieuwe medicijnen laten wachten. En inmiddels is de economie wel gered. 

En dan meteen de disclaimer: ik ben geen viroloog. Het zijn maar hypotheses. Maar ik kan me niet voorstellen dat het RIVM zo’n scenario niet serieus zou nemen.

Na corona – versie 2

maart 27, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

[zoals beloofd scherp ik mijn ‘voorspellingen’ voor na de coronacrisis steeds aan]

De corona is nog in volle gang. We zitten er midden in. Of zitten we nog maar aan het begin. We weten het niet. Maar ooit zal het over zijn. En dat roept bij velen de vraag op wat er dan anders zal zijn. Wat gaan we anders doen, wat gaan we niet meer doen. Het is koffiedik-kijken, het is speculatie. Maar daarom niet minder boeiend. 

Er zijn meer mensen die op dit moment aan het speculeren slaan. Ik zie veel wensdenken. Mensen die denken dat na corona (NC) eindelijk duidelijk wordt dat ze altijd al gelijk hadden. Dat de ongelijkheid in de wereld eindelijk zal verdwijnen, dat het milieu eindelijk zal worden beschermd. Vergeet het. Ook NC leven we in een kapitalistische samenleving met licht democratische trekjes. 

Als er NC veranderingen optreden, dan zijn het veranderingen die zich voor corona (VC) al aandienden. Veranderingen die door de crisis een extra impuls hebben gekregen. Bijvoorbeeld omdat in de crisis eindelijk het broodnodige draagvlak ontstaat voor fundamentele veranderingen. 

Ik formuleer voorzichtig enkele hypothesen voor economie, samenleving en overheid (voorzover dat onderscheid valt te maken). 

Economie

2020 zal onvergelijkbaar zijn met 2008. De economische klap van de corona zal veel groter zijn dan de klap van de kredietcrisis van 2008. Let wel, de economie stond al op omvallen. De hoogconjunctuur had al (veel) te lang geduurd. Brexit was uiteindelijk nog geen goede aanleiding, de handelsoorlog tussen de VS en China werd net op tijd getemperd, maar met corona duiken we een hele diepe recessie in. Besef wel dat tijdens de kredietcrisis iedereen doorwerkte, zij het dat veel mensen werden ontslagen. Nu sluiten kroegen, restaurants, winkels, ligt Schiphol bijna stil, hebben de NS een verlies van 85% in de spits, zijn er geen files meer, en sluiten veel bedrijven tijdelijk of definitief hun poorten. Conclusie: het duurt jaren voordat we weer het welvaartsniveau van VC hebben bereikt. 

We doen nu nog rustig boodschappen op basis van ons huidige uitgavenpatroon. Maar dat zal  ongetwijfeld snel veranderen als onze inkomens, onze uitkeringen, onze pensioenen drastisch naar beneden gaan. 

Daarbij ontstaat een vicieuze cirkel. Omdat wij minder verdienen, moet de overheid bezuinigen en daarom komen straks allerlei voorzieningen onder druk te staan. Tenzij we anders tegenover de overheid gaan staan. Daarover straks meer.  

Er is meer: de economische structuur zal veranderen. Veel winkels hadden het al moeilijk. Na corona zullen hele winkelstraten zijn verdwenen. De Kempenaerstraat in Oegstgeest, waar ik vlakbij woon, zal nog bestaan uit één AH. En het e-shoppen zal een sprong maken. We zullen in de komende maanden massaal op het internet gaan shoppen. En dat zullen we niet meer verleren. 

Ook de manier van werken zal veranderen. Het is bijna komisch om te zien hoe iedereen nu (eindelijk) uitvindt hoe je het beste op afstand kan vergaderen. Het blijkt dat we het nooit goed hebben geprobeerd. Er bestaan fantastische app’s die al die reizen straks echt overbodig maken. Thuiswerken en beeldbellen worden het echte nieuwe werken. Er zijn dus straks veel te veel kantoren. Op de Zuidas gaan we wonen. 

Misschien gebeurt er nog iets veel fundamentelers. Het is duidelijk dat er nog maar weinig mensen zijn die de corona afdoen als gedoe en gezeur en massapsychologie. Veel mensen maken zich oprechte zorgen. Veel mensen voelen de angst voor de eigen gezondheid. Om het dramatisch te verwoorden: wordt al dat hollen om geld en carrière straks minder belangrijk in het aangezicht van de dood? 

Samenleving

Het is nog zeer onduidelijk hoeveel mensen corona niet zullen overleven. Laten we beseffen dat het wereldwijd op dit moment (27 maart) nog steeds ‘maar’ gaat om 25.000 doden. Maar het hoeft ook niet te verbazen als uiteindelijk in Nederland 100.000 mensen aan corona zullen sterven. Dat zullen vooral ouderen zijn. Natuurlijk: ook veel ouderen die anders in 2021 overleden waren. Maar de vergrijzing krijgt toch NC een andere kleur. 

Nog interessanter is of de mensen die het hebben overleefd voor een nieuwe babyboom zullen zorgen. Ook dat zou me niet verbazen. Nadat Jaap van Dissel het einde van corona heeft afgekondigd, storten we ons massaal eerst op de terrassen om daarna in bed het nieuwe leven te vieren. 

Voor veel echtparen zal deze corona-tijd de druppel zijn. Niet alleen zal het aantal geboortes NC stijgen, maar ook het aantal echtscheidingen. 

Nee, ik geloof niet dat we kroegen en restaurants zullen overslaan NC. Er zullen inmiddels wel veel kroegen en restaurants failliet zijn gegaan. Maar dat is een probleem van de markt. 

Maar gaan we wel weer massaal in het vliegtuig? Ook als er nog reële angst is dat het virus elders nog niet is uitgedoofd? En als het wel is uitgedoofd, gaan we dan weer op een strand in Thailand liggen, of zal de globalisering echt op zijn retour zijn? Angstige mensen gaan niet ver van huis. 

Ook in het algemeen zullen vragen gesteld worden bij de blijdschap waarmee de globalisering de laatste vijftig jaar is ontvangen. En dat is veel fundamenteler. Natuurlijk, er werden al veel vragen gesteld bij de globalisering. Dat we eindeloos rondvliegen om wereldwijd onderdelen te verzamelen van een auto die weer ergens anders moet worden verkocht. Een globalisering die bovendien vooral ten goede is gekomen aan de mensen die het al goed hadden. Voor mij is dat één van de grote vragen NC: komt er een stop op die onbeheersbare globalisering? 

Ik wil wel verder gaan. Krijgen grenzen weer een grotere betekenis, nu we zo op ons zelf zijn teruggeworpen. Het is in ieder geval opvallend dat Mark Rutte in de tijden van corona leiding geeft, en dat we nauwelijks geïnteresseerd zijn in wat Von der Leyen in Brussel te berde brengt. Nog iemand iets van Frans Timmermans gehoord? Corona is op zijn minst geen anti-stof tegen nationalisme. Grenzen en naties zullen weer belangrijker worden. En het zal de eerste crisis zijn waaruit Europa niet sterker maar zwakker te voorschijn komt. In de diepe crisis waarin onder andere Italië zal verdwijnen wordt het project van de euro definitief afgeblazen. Zonder politieke unie was de euro op termijn ten dode opgeschreven. En NC is die politieke unie naar verwachting geheel uit zicht. 

Met een nieuw accent op de eigen natie zal het debat over immigratie sterk veranderen. De eerste jaren mag nog niemand binnen omdat hij mogelijk drager van het virus is. Daarna zal een verder halt worden toegeroepen aan de instroom van migranten. Ook zal de discussie over de ‘Leitkultur’ worden beslecht. In ons land gelden onze normen. Integratie vraagt meer dan voorheen dat landen hun eigen cultuur woorden gaan geven. 

Nog twee boeiende vragen: gaan we wennen aan de rust? De stille straten, de stille treinen, het wegvallende vliegtuiglawaai. Geen Formule 5 in Zandvoort. Geen EK, geen Euro Songfestival. En zelfs AH is na het hamsteren stil gevallen, zeker aan het einde van de dag. Gaan we straks meteen weer door in de hurry en het lawaai, of willen we dat niet meer?

En slotte: de solidariteit is ontroerend. De zingende mensen in Italië, de klappende mensen in de steden in Nederland, als steunbetuiging voor alle dappere helpers in de zorg. Zijn we dat straks allemaal weer vergeten, of zou er iets blijven hangen? Of betrap ik mezelf hier op het wensdenken dat ik eerder nog had afgezworen?

Overheid

Zeven miljoen mensen schakelen in als Mark Rutte de natie toespreekt. Het was de eerste keer sinds Joop den Uyl in de oliecrisis dat de premier ons weer allen toesprak. Dat hoort bij een crisis, maar stond wel erg haaks op het geleuter in de bestuurskunde dat de overheid ‘maar één van de partijen is’ en het geleuter van Ronald Plasterk dat de representatieve democratie minder belangrijk is dan de ‘doe-democratie’ (hij bedoelde daarmee dat we het moeten toejuichen als burgers zelf maatschappelijke problemen gaan oplossen). Daarvoor hadden we al een decennium gediscussieerd over de vraag ‘overheid of markt’. Leidt corona tot een revitalisering van de overheid? Of is ook dat wishful thinking van mijzelf?

Terwijl een paar maanden geleden de boeren optrokken naar Bilthoven, om het RIVM een kopje kleiner te maken, volgen regering en parlement nu nauwgezet elk woord en elke beweging van het RIVM. Het lijkt soms alsof het RIVM de bestrijding van de uitbraak van corona van de regering heeft overgenomen. Natuurlijk herhaalt Jaap van Dissel van het RIVM steeds weer dat het slechts om adviezen gaan. Maar het ziet er anders uit. Bovenal is kennis (weer) heel belangrijk en onomstreden geworden voor het beleid. Als mensen angstig worden willen ze blijkbaar wel naar de feiten luisteren. De overheid heeft jaren zijn best gedaan om te bezuinigen op de interne kennis. Niet op de rijks kennisinstituten, maar op de kennis binnen de departementen. Ik vermoed dat velen binnen de overheid in deze maanden beseffen hoe belangrijk kennis is voor een overtuigend beleid. Ik verheug me op alle nieuwe kennisdirecties die in de komende jaren weer binnen departementen zullen ontstaan. Overigens wie wil in een zo complexe samenleving nu zonder kennis door het leven gaan? 

De populisten hebben er het laatste decennium een dagtaak aan gehad om alle kennis belachelijk te maken. Wordt corona daarmee hun val? Je ziet nu al de wanhoop bij Wilders en Baudet om nog een eigen geluid te laten horen. Maar of de populisten daadwerkelijk weer een echt randverschijnsel zullen worden (Baudet als Boer Koekoek), hangt af van die kwestie die ik eerder aanraakte: hoe gaan de andere partijen om met grenzen en Leitkultur? Ik vermoed dat VVD en CDA die ruk naar een duidelijk begrensde natie met liefde zullen maken. De toekomst van links zal sterk afhangen van de vraag of links voorop zal durven gaan in het verwoorden van de normen en waarden waarvoor links in dit land wil staan. Dat gaat over de democratische rechtsstaat, dat gaat over de gelijkheid tussen mensen, dat gaat over de vrijheid van meningsuiting, dat gaat over de voorrang van statelijke normen boven religieuze normen, dat gaat over solidariteit en kansengelijkheid, dat gaat over het landschap, dat gaat over het land waarin wij ons thuis voelen. En waarvoor we eeuwen hebben gestreden. 

Terug naar de ‘kleinere onderwerpen’. De kans is groot dat die zeurende discussie over ‘overheid of markt’ NC in de zorg een stille dood zal sterven. Terwijl we allemaal zo ongelofelijk afhankelijk zijn van de zorg, is het toch lachwekkend om je te beseffen dat de zorg ‘winst’ moet maken. In ziekenhuizen hoort het te gaan om intensive cares en niet om aandeelhouders. Stop ermee! De zorg gaat NC weer terug naar de publieke sector. Maar ook op andere terreinen zal dat geneuzel over ‘marktwerking’ in de publieke sector voorbij zijn. De NS zijn inmiddels weer efficiënt genoeg om weer terug te gaan naar de staat. Corporaties behoren niet te worden uitgemolken door de staat, maar een bloeiend onderdeel te zijn van de staat. In de energievoorziening behoort de overheid leidend te zijn. En ik verwacht dat de PvdA ook in dit debat leidend zal zijn. 

En natuurlijk zal het niets verbazen als de salarissen in zorg, politie en onderwijs NC meteen fors worden opgetrokken. Het kan toch niet waar zijn dat juist de mensen met ‘vitale’ beroepen het minste verdienen in een samenleving. De crisis heeft in ieder geval duidelijk gemaakt welke mensen dat zijn. 

Maar als we straks met onze vlaggetjes en onze toeters op de Dam en op de andere dorpspleinen staan om te vieren dat corona is overwonnen, dan zullen we blij zijn en veel drinken. Dan zullen we blij zijn dat de kroegen weer open zijn. Maar hoeveel aandacht zullen we dan nog hebben voor de andere grote maatschappelijke problemen die nu even zijn blijven liggen. Klimaat, stikstof, weet u nog wat dat is? 

Leven in tijden van corona (2)

maart 25, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Deze blog begint met een disclaimer. Ik ben gezond, ik heb pensioen. Daarna volgt een relativering: ik zit in de risicogroep en mijn bedrijf ligt op zijn gat. 

En dan is het tijd voor een heel blije blog. Voor iedereen die ook wil zien hoe mooi het leven in tijden van corona kan zijn. 

Het eerste wat bij het ontwaken in Oegstgeest opvalt is de totale afwezigheid van vliegtuigen. Ze zijn er niet om mij om 6 uur wakker te pesten, ze zijn er niet om mij te begeleiden bij het uitlaten van mijn hond, ze zijn er niet om de hele dag een licht onrustig gevoel te veroorzaken. Maar het is niet alleen de afwezigheid van vliegtuigen, het is de schijnbaar totale afwezigheid van vervoer. Het dorp ligt er doodstil bij. Soms wandelt er iemand voorbij. De apotheek is nog open, Albert Heijn ook. Maar de boekhandel is sinds gisteren ook al gesloten. 

Als ik er op uit trek voor een lange wandeling met Bas hoor ik vooral vogels. Ik die nooit een vogel heeft kunnen horen, laat staan onderscheiden. De lucht is helemaal blauw, omdat de luchtvervuiling eindelijk aan banden is gelegd en omdat de vliegtuigen niet meer hun irritante wolkenstrepen achterlaten aan het zwerk. Ik kom veel hardlopers tegen. Ze lopen vaak opvallend ongemakkelijk. Zoon die moeder meeneemt. Ze moet het toch echt weer eens gaan doen. Na de bocht valt ze stil. En alle bomen bloeien en alle struiken worden groen. Alsof de natuur de natuur eindelijk voor zichzelf heeft.

Als ik thuis kom zijn er slechts mails die wel kunnen wachten. Ik hoef vandaag geen cursus te geven, ik hoef vandaag niet ergens in het land met een beschaafd gezicht een voorzienbaar advies te geven. Ik hoef me vandaag niet te haasten voor de orkestrepetitie van vanavond. En ik hoef geen orkestcommissarissen te mailen dat ik zaterdagochtend bij drie orkesten of ensembles moet zijn en dat zijn orkest helaas een keertje afvalt. En ik hoef me niet af te vragen of mijn concertkleding niet per abuis in mijn andere huis ligt. 

Nee, ik ga vandaag fagot studeren wanneer ik zin heb, ik lees een boek van Pablo Cognetti wat hier al veel te lang naast me ligt en ik schrijf een blog. Boodschappen zijn al gebracht en de koffie en de wijn worden nog bezorgd. En misschien ga ik vanmiddag nog wel weer een lange wandeling maken. Met Bas. 

Leven in tijden van corona (1)

maart 23, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Ja, ik deed het dus helemaal verkeerd. De hele dag het nieuws volgen, eindeloos op internet rondstruinen op zoek naar nieuwe informatie, nieuwe duiding. En als ik weer iets had begrepen snel een blog schrijven en daarover dan weer met allerlei mensen communiceren. Ik kan niet beloven dat ik dit oude gedrag geheel achter me zal laten. Toch heb ik veel van die psycholoog geleerd die vorige weer in de Volkskrant verhaalde hoe we persoonlijk met deze crisis moeten om gaan. Ik heb vier adviezen onthouden, waarvan ik er drie navolg. Ze zijn allemaal even simpel als effectief.

Kijk niet elke vijf minuten of er nog nieuws is. Want er is altijd nieuws. Elke vijf minuten duikt wel ergens in de wereld een belangwekkend feitje op. Maar mij helpt het niets. Ik word er onrustig van, ik word er soms angstig van. Ik merk dat mijn neus verstopt zit. Of dat ik minder adem heb dan gisteren om deze tijd. Inderdaad, als je twee keer per dag alle nieuwssites leest, weet je echt genoeg. 

Breng structuur aan in je dag. Veel afspraken zijn weggevallen. Mijn werk komt snel tot stilstand. Het conservatorium is gesloten. Alle concerten waaraan ik zou bijdragen zijn gecanceld en dus ook alle repetities. Oftewel: een zee van ruimte. Verzuip niet, creëer structuur.  Welk boek lees ik vandaag, wanneer speel ik fagot en wanneer ga ik hardlopen? En schrijf ik nog een blogje? 

Maak je niet druk over zaken waar je geen invloed op hebt. De snelheid waarmee het virus in Italië om zich heen grijpt is voor de Italiaanse regering al nauwelijks te behappen. Dus waarom zou ik daarover iets moeten vinden? Dat geldt ook voor het aantal IC-bedden in Brabant of het aantal strandwandelaars in Noordwijk. Hoe druk ik me ook maak, er verandert daardoor niets aan de situatie. Ik kan er beter voor zorgen dat ik afstand bewaar van mensen, dat ik überhaupt zo weinig mogelijk mensen zie, dat ik regelmatig mijn handen was en dat ik bij voorkeur de AH mijd. En dat ik via whatsapp en telefoon veel contact onderhoud met al mijn dierbaren. Zo borrelden we gisteren voor het eerst digitaal met vrienden. Het was een mooie nieuwe ervaring.

En dat was meteen strijdig met het laatste advies dat ik heb onthouden: wees terughoudend met alcohol. Maar dat advies verbaast me ook: alcohol is toch heel reinigend?

Briljante Rutte liet belangrijkste vragen onbeantwoord

maart 17, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Het was een bepalend moment in zijn politieke loopbaan. Rutte’s indrukwekkende verhaal van gisteravond. In alles straalde hij de ernst uit die bij het moment hoorde. Dat was goed. Hij vertelde voor het eerst over de strategie van het kabinet. Dat was nog beter. En hij waarschuwde ons allen dat het lang kan duren. Dat was perfect. En toch liet zijn verhaal de  belangrijkste vragen onbeantwoord. 

Rutte legde uit dat drie scenario’s mogelijk zijn. 

  1. We laten het virus over ons komen. De zorg raakt volstrekt overbelast, er vallen veel onnodige doden en de gevolgen zijn zeer onoverzienbaar. Die weg kiest het kabinet terecht niet. 
  2. We kiezen voor een totale lock down, vergelijkbaar met het beleid van de Chinezen. Die weg kiest het kabinet terecht ook niet omdat een dergelijke aanpak niet past bij onze open samenleving en bovendien los je daarmee het echte probleem niet op. Je stelt immers de besmetting uit. Alle mensen die niet besmet zijn geraakt, zullen ooit weer in aanraking komen met het virus. 
  3. We kiezen voor een gecontroleerde vertraging van de uitbraak van het virus. De samenleving bouwt geleidelijk immuniteit op door geleidelijk te worden besmet. Daarbij wordt de snelheid van de besmetting bepaald door de capaciteit van de zorg, omdat iedereen de zorg moet krijgen die hij of zij verdient. 

De keuze van het kabinet voor het derde scenario is logisch. Toch zijn de gevolgen zeer ongewis. Het gecontroleerd vertragen van de uitbraak van het virus vraagt immers een nimmer vertoond sturingsvermogen van de overheid (en een nimmer vertoond geloof in de maakbaarheid van de samenleving). Ik heb gisteren (op deze plek) al zeer grofmazig berekend dat de zorg overbelast raakt als er meer dan 40.000 reële besmettingsgevallen bijkomen per week. Het kunnen er ook 30.000 zijn, of 50.000 of welk vergelijkbaar getal ook. Stel je voor: het kabinet gaat ervoor zorgen dat er per week niet meer dan X besmettingsgevallen bij komen. Terwijl je weet dat de uitbraak van zo’n virus niet lineair gaat maar exponentieel. Zeg maar: zonder ingrijpen verdubbelt het aantal zich steeds weer. Dat maakt het per definitie erg ingewikkeld om ervoor te zorgen dat we dat aantal van X nieuwe besmettingsgevallen per week niet overschrijden. Daar komt bij dat de effecten van de maatregelen van de regering ongeveer 2 weken later zichtbaar zullen zijn. Dus als je dan iets wilt bijstellen, ben je per definitie te laat. 

Maar ook politiek kan het onderwerp permanent ontvlammen. Want in feite zijn er maar twee opties: of de regering houdt de uitbraak in de hand en de zorg raakt niet overbelast of de regering houdt het niet in de hand. In het laatste geval zullen artsen moeten beslissen welke patiënten wel en welke patiënten niet worden behandeld (en voor de ogen van hun familie en vrienden zullen overlijden). De kritiek zal neerdalen op het hoofd van de premier. Maar in het eerste geval gaat het op termijn ook mis. Zoals ik gisteren al heb voorgerekend gaat het namelijk jaren duren voordat we allemaal op beheerste wijze onze immuniteit hebben opgebouwd. Dat overleeft de economie niet. Ook dan zal de kritiek neerdalen op het hoofd van de premier. 

Daarom lijkt me de kans het grootst dat de uitbraak op een gegeven moment onbeheersbaar wordt, met alle ellende van dien. Overigens helemaal geen nieuw verschijnsel in de geschiedenis. Alleen heel moeilijk te verkroppen voor een samenleving die ervan uitgaat dat alle risico’s zijn uit te bannen. 

Of het virus dooft onverwachts weer uit. Of wordt toch nog bestreden door een medicijn dat op dit moment nog gevonden moet worden. Wellicht kan een hele warme zomer helpen. 

Scholen moeten niet 3 weken maar 200 weken dicht

maart 16, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Het ging sneller dan ik had voorzien: de overheid heeft gelukkig de weg van het indammen van het coronavirus verlaten. We zitten inmiddels in heel Nederland in de fase van de mitigatie, van het dempen. Daarmee is dus het geloof opgegeven dat we het virus zouden kunnen uitdoven. We hopen nu de uitbraak van de besmetting te vertragen. Jaap van Dissel, de onvolprezen directeur van het RIVM, heeft al verteld dat we er rekening mee moeten houden dat de helft van de bevolking besmet zal raken. Dit lijkt me een conservatieve schatting omdat niemand immuun is voor het virus. 

Ik vermoed dat de regering drie redenen heeft voor het vertragen. De zorg, de economie en het ongeloof. Over alle drie valt wel wat te zeggen. 

De zorg. De uitbraak van het virus vertragen we omdat de zorg het anders niet meer aan kan. En als de zorg het niet aan kan zullen er nog veel meer doden vallen. En zullen artsen gedwongen worden te kiezen welke patiënten en welke patiënten niet meer kunnen worden geholpen. Dat lijkt een wijs beleid, maar het roept wel twee vragen op. 

Ten eerste: is de uitbraak van het virus dusdanig te vertragen dat in alle gevallen zorg verleend kan worden? In China lijkt dat het geval, in Italië zeker niet. Ik vrees dat wij meer op Italië lijken dan op China. Dus ik ben erg bang dat alle maatregelen niet genoeg zijn om alle patiënten de nodige zorg te verlenen. 

Ten tweede: stel dat we wél in staat zijn om de uitbraak van het virus zodanig te vertragen dat elke patiënt de zorg kan krijgen die hij of zij verdient. Hoe lang zijn we dan bezig voordat de helft van de bevolking besmet is geraakt? Ik maak een voorzichtige rekensom. We hebben momenteel iets meer dan 1400 officiële besmettingsgevallen. Hoeveel mensen werkelijk besmet zijn weten we niet. Er circuleren sommetjes dat je het aantal doden (24) met 800 mag vermenigvuldigen. Dan zouden er tot op heden ongeveer 20.000 mensen besmet zijn. En de zorg kan dat nog aan. Er circuleren ook andere sommetjes. Bijvoorbeeld dat bijna 5% van de besmette mensen op de intensive care belanden. We hebben in Nederland ruim 1000 intensive care bedden. Als mensen gemiddeld één week op de intensive care liggen, kunnen de ziekenhuizen dus per week 20.000 nieuwe besmettingen handelen. Als we het aantal intensive care bedden weten uit te breiden tot 2000, kan de zorg per week 40.000 nieuwe besmettingen aan. Let wel: ik versimpel de zaken. Bovendien is het niet aan mij om dit soort sommen te maken. Ik zou ze graag van het RIVM zien. Of van andere deskundigen. Maar ik weet wel dat als Nederland per week 40.000 nieuwe besmettingen aan kan, dat we 200 weken nodig hebben voordat de halve bevolking besmet is geraakt. En volgens het RIVM moeten we ons juist daarop voorbereiden. 

Stel dat het beleid succesvol is en sociale onthouding ertoe bijdraagt dat de uitbraak van het virus zodanig wordt vertraagd dat iedere patiënt de zorg krijgt die hij of zij verdient. Dan hebben we nog maar 3 van de 200 weken gehad. Bovendien lijkt dat een hypothetische situatie. Er is op dit moment in Nederland nog maar beperkt sprake van sociale onthouding.

In alle gevallen zal de economie enorme klappen krijgen. Drie weken de horeca sluiten moet op te vangen zijn. Maar een half jaar of nog veel langer? En natuurlijk zal de vraag naar diensten en producten verdampen omdat zoveel in afwachting zijn van hun eigen besmetting met ongewisse gevolgen. En dus niet alleen de horeca zal worden geraakt, maar alle bedrijven. 

Ons wordt verteld dat al die maatregelen voorlopig tot 6 april gelden. Alsof het daarna misschien wel weer over is. In werkelijk zal de overheid op 6 april vaststellen dat er al vele doden zijn, maar dat nog maar een heel klein deel van de bevolking immuun is. Dan zijn er drie opties. 

1] Het opheffen van de maatregelen om de economie weer meer ruimte te geven, zal ertoe leiden dat de uitbraak weer onbeheerst verder trekt. 

2] Het aanhouden van de maatregelen zal ertoe leiden dat de zorg het uiteindelijk niet meer aan zal kunnen. 

3] Het steeds verder aanscherpen van de maatregelen zal uiteindelijk ertoe leiden dat we in het 200-weken scenario terecht komen. En dan is de economie helemaal kapot. 

Het lijkt me een vreselijk dilemma voor de regering. Maar voorlopig zal dit dilemma nog worden ontkend. Vanwege het ongeloof dat ons hier iets overkomt dat we niet kunnen beheersen. Het is wellicht beter om dat eerlijk toe te geven. Een natuurramp met vele onnodige doden lijkt niet meer te voorkomen. Tenzij het virus alsnog op onverklaarbare wijze uitdooft. Of een geniale gek opstaat die binnen een maand voor elke zieke wereldburger een effectief medicijn produceert. 

Overheid, stop met dat indammen #corona

maart 10, 2020 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

Bert Wagendorp schreef er onlangs nog een mooie column over: de massa-psychologie van de corona. Hij memoreerde dat er jaarlijks wereldwijd 250.000-3000.000 mensen sterven aan de griep. En dat geldt dan vooral oude en hele oude mensen. Je moet immers ergens aan dood gaan als het lichaam het leven nog maar amper kan bijhouden. Tegelijkertijd zijn tot op heden ruim 4.000 mensen wereldwijd overleden aan corona. En toch worden de maatregelen elke dag draconischer. Wagendorp lijk zich vooral af te vragen: “Wat zeuren we nu?”. 

Ik hou van de dwarse stukjes van Wagendorp, maar met zijn analyse is de overheid nog niet geholpen. Ik moet de eerste minister nog tegenkomen die tegen ons zegt dat we alleen maar “zeuren”. Bovendien al dat “zeuren” heeft wel reële consequenties. Robert Merton noemde dat al een self-fulfilling prophesy: als mensen maar geloven dat iets erg is, dan wordt het vanzelf erg. Bijvoorbeeld omdat de beurzen instorten vanwege de angst voor een recessie. Of omdat de overheid allerlei draconische maatregelen moet nemen, omdat de burgers bang zijn. En door die draconische maatregelen neemt de angst weer verder toe. 

Bovendien is het iets te eenvoudig om griep en corona op één hoop te gooien. Veel mensen zijn immuun voor griep, onder andere door het bestaan van goede vaccins, terwijl immuniteit en vaccins bij corona vooralsnog ontbreken. Bovendien is het sterftecijfer van griep-patiënten met griep veel lager dan het sterftecijfer van corona-patiënten. Als ik het goed begrijp scheelt dat wel een factor 10. 

Dus het lijkt me redelijk dat de overheid iets doet. Maar ik vraag wel steeds meer af of de overheid het goede doet. De overheid probeert immers het virus in te dammen. Iedereen die besmet is moet in quarantaine. En iedereen die mogelijk besmet is. In Italië zijn ze al een stukje verder. Daar mag je al niet meer reizen en mag je een voetbalwedstrijd niet meer live volgen. Kinderen mogen zelfs niet meer naar school. In ieder geval niet tot 3 april. En juist zo’n datum triggert me. Zou het op 3 april plotseling over zijn? 

In feite zijn er slechts drie momenten waarop ‘het gevaar’ is geweken. Ten eerste wanneer het virus dood is. Dat zal niet gebeuren. Ten tweede wanneer we allemaal gevaccineerd zijn. Dat zal binnen twee jaar niet gebeuren. Ten derde als we allemaal immuun zijn omdat we de virus inmiddels onder de leden hebben (en hebben overleefd). En dat laatste lukt niet als we driftig blijven indammen. 

De boeiende vraag is dus: wat beoogt de regering met het ‘indammen’ van het virus? Er zal toch een keer een einde aan al die maatregelen moeten komen. En dan raken we alsnog allemaal besmet. En zijn we wellicht even ver als op dit moment.

Of is het indammen alleen bedoeld om het zorgsysteem niet te laten bezwijken? Anders gezegd: we mogen pas besmet raken als er plaats genoeg is in het ziekenhuis. Misschien is het goed dat dan ook te communiceren. Maar beter is om te beseffen dat het een drogreden is als we al bij ruim 300 patiënten moeten ‘indammen’. Want zo raken we dat virus zeker niet kwijt. Nee, indammen is een doodlopende weg.


Twaalfde Triomf van de stad start in oktober 2020

januari 17, 2020 by  
Filed under De Stad, Geen categorie, Voorpagina

Sinds 2012 organiseren Karen Ephraim en ik de leergang Triomf van de Stad. Een prachtige leergang met veel topwetenschappers én met veel praktijkmensen. Geheel ontworpen voor stedelijke strategen. Over de ontwikkeling van de steden en over het antwoord dat de overheid daarop zou kunnen geven. Sinds 2012 hebben 11 groepen van 10-16 deelnemers de leergang gevolgd. De belangstelling lijkt alleen maar toe te nemen. Voor ons is het elk jaar inspirerend, omdat we steeds weer nieuwe leuke en interessante cursisten leren kennen. We gaan na dit jaar dan ook vanzelfsprekend door met de 12e editie. Te starten in oktober 2020. De folder verschijnt hier binnenkort. Maar de data zijn al bekend: 8-9 oktober 2020, 12-13 november 2020, 10-11 december 2020, 7-8 januari 2021, 11-12 februari 2021, 18-19 maart 2021.

Of zie hier de pdf:

Triomf van de stad: de leergang

september 8, 2016 by  
Filed under artikel, De Stad, Voorpagina

triomf

De leergang

Sinds 2012 organiseer ik de leergang Triomf van de stad voor stedelijke strategen. Een keur van docenten wisselen prachtige praktijkcasus af. Om die reden slaan we onze tenten steeds weer in een andere stad op. Samen met Karen Ephraim zorg ik zelf voor de verbinding. De leergang beslaat zes modules van twee dagen. In september 2019 start de 11e groep. Voor nadere informatie zie: Triomf van de stad 2019-2020. Voor aanmelding kan men mailen naar: wimderksendh@gmail.com. In onderstaande essay geef ik de rode draad van de leergang weer, inclusief leervragen.

De rode draad

De woningprijzen in Amsterdam stijgen snel. Huizen worden boven de vraagprijs verkocht. Er wordt grof geld betaald om in die stad te mogen wonen. Ook andere steden gaat het momenteel voor de wind. Nog niet zo lang geleden was dat wel anders. In de jaren 60 verlieten veel inwoners hun steden. Dat was toen heel begrijpelijk. Veel steden waren vies en verpauperd. Hoeveel beter was het leven in de nieuwe groeikernen! Het is bijna onvoorstelbaar hoe hard de steden in die tijd zijn gekrompen. Nog steeds heeft Amsterdam minder inwoners dan in de jaren 50 en 60.

Toch was die trek naar het platteland, die suburbanisatie, een tijdelijk fenomeen. In het algemeen is niet ontstedelijking maar verstedelijking de norm. Mensen hebben de neiging naar steden te trekken. Op dit moment woont al meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. En dat is niet zo vreemd, omdat in steden voor veel mensen werk is te vinden. Omdat de meeste bedrijven in steden zitten. Die bedrijven zitten daar om een hele simpele reden: in de stad zijn ze productiever. Ruimtelijk economen weten dat hetzelfde bedrijf buiten de stad 7% minder productief zou zijn. Daarom zitten bedrijven in de stad en trekken mensen van het platteland naar de stad.

Waarom is het bedrijf in de stad productiever? Er zijn drie goede redenen voor. Ze hebben allemaal te maken met ‘bevolkingsdichtheid’ en met ‘massa’. In jargon spreken we over: matching, sharing en learning.

  • Matching: bedrijven in de stad profiteren van de afzetmarkt in hun directe omgeving. Dat scheelt transportkosten. Minstens zo interessant is het feit dat de arbeidsmarkt in de steden veel beter is. Hoe meer mensen op reisafstand, hoe meer keuze je hebt en hoe beter je personeel. Er vindt een betere match plaats.
  • Sharing: omdat een stad veel andere bedrijven huisvest, is er een tweede voordeel: bedrijven kunnen zich specialiseren. Wat ze niet meer in huis hebben, kopen ze om de hoek bij een ander bedrijf in. En hoe meer specialisten hoe hoger de kwaliteit van het werk.
  • Learning: hoe meer bedrijven in de directe omgeving, hoe meer kansen om iets van elkaar te leren. En hoe groter de kans dat gezamenlijk nieuwe producten worden ontwikkeld. Denk ook aan de betekenis van universiteiten en andere kennisinstellingen voor het lokale bedrijfsleven.

Matching, sharing en learning zijn allemaal agglomeratievoordelen. Omdat er massa is, ontstaan voordelen, die bedrijven op het platteland ontberen.

Er is iets bijzonders aan de hand met agglomeratievoordelen. Ze zijn zelfversterkend. Omdat de productiviteit in de stad hoger is, zijn de lonen daar hoger. En vanwege die hogere lonen, worden betere mensen aangetrokken. En omdat die betere mensen komen, worden de lonen nog hoger en komen er nog meer betere mensen. Als dat vliegwiel eenmaal in beweging is, kan zo’n stad steeds productiever en steeds rijker worden. Het stijgen van huizenprijzen hoort daarbij. De hoogte van de huizenprijzen is zelfs één van de beste indicatoren voor de welvaart en het succes van een stad. Je moet gemeentebesturen dan ook wantrouwen als ze zeggen dat hun stad zo aantrekkelijk is omdat de huizenprijzen zo laag zijn. Als de huizenprijzen laag zijn, betekent dat maar één ding: de stad is niet aantrekkelijk genoeg.

De triomf van de stad is niet van alle tijden

Uit het voorgaande zou je kunnen opmaken, dat het alleen maar beter kan gaan met steden als dat vliegwiel eenmaal in beweging is. Maar dat vliegwiel is geen automatisme. Zie de teruggang van de steden in de jaren 60 en 70. Waren er toen geen agglomeratievoordelen die de productiviteit van de bedrijven in de steden opjoegen? Die waren er wel, maar twee andere factoren waren van meer gewicht. Zo kent een stad niet alleen agglomeratievoordelen, maar ook agglomeratienadelen. De ‘massa van de stad’ zet de kwaliteit van leven soms ernstig onder druk. Dat gold zeker in de jaren 60 toen de vele fabrieken in de steden het leefklimaat ernstig aantasten. Het leefklimaat in de stad kan zo slecht zijn dat mensen liever elders een minder interessante baan accepteren. Die afweging gaat inderdaad ten koste van de match van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. En leidt dus ook maatschappelijk gezien tot welvaartsverlies. Maar die mensen woonden nu eenmaal liever in een rustiek dorp dan in die vuile stad.

Maar er kwam nog iets interessants bij: juist in die tijd brak de auto door als vervoermiddel voor Jan en Alleman. En met de auto werd de stad ook goed bereikbaar vanuit de nieuwe groeikernen en vanuit het kleine rustieke dorp in het Groene Hart. Je zou kunnen zeggen: door de komst van de auto werden de agglomeraties gewoon veel groter. En hoefde je die interessante baan niet op te geven als je de stad verliet om ergens anders te gaan wonen. Dat gold al helemaal toen ook veel bedrijven de steden verlieten, om ergens aan de rand van de snelweg optimaal per auto bereikbaar te zijn.

Vanaf de jaren 80 is deze ontwikkeling geleidelijk weer omgeslagen. Ten eerste zijn de fabrieken in de steden gesloten. Er zijn overal nette industrieterreinen gekomen, die later werden omgedoopt tot bedrijventerreinen, toen de Nederlandse industrie in snel tempo inzakte en het stokje overdeed aan de zakelijke dienstverlening. De steden werden daardoor weer veel aantrekkelijker. Ook sloeg het politieke klimaat om. De gemeentebesturen begonnen hun steden weer te koesteren, in plaats van ze massaal gereed te maken voor het snelle autoverkeer. Stadsvernieuwing en later stedelijke vernieuwing kwamen in de plaats van sloop en verkeersdoorbraken. ‘Bouwen voor de buurt’ en historische karakteristieken voerden daarbij de boventoon. Omdat burgers zich prettiger voelden bij de geborgenheid van de oude stad dan bij de tochtgaten van de jaren 50 en 60. Bovendien maakte een krachtig beleid de steden weer veel veiliger. Zo verdwenen gaandeweg de agglomeratienadelen die velen op de vlucht hadden gejaagd.

Vanaf de eeuwwisseling heeft zich daar een krachtige factor bijgevoegd: het ontstaan van de ‘kenniseconomie’, ook wel aangeduid met ‘creatieve economie’. Kennis (en opleiding) werden steeds dominanter in de nieuwe economie. Het gaat tegenwoordig steeds minder om de eindeloze herhaling van de productie en steeds meer om het bewerkstelligen van unieke innovaties. En volgens velen, waaronder de econoom Ed Glaeser, zijn daarvoor face-to-face contacten van groot belang. Juist in dat rechtstreekse contact tussen mensen ontstaan nieuwe en onverwachtse producten. En producten moeten we hier heel breed opvatten. Van een format voor een nieuw TV programma tot een nieuwe beleggingshypotheek waarvan de burgers en vooral de banken beter worden.

Ook de rol van kennisinstellingen is in deze ontwikkeling sterk veranderd. Waren universiteiten bijvoorbeeld vroeger vooral opleidingsinstituten, tegenwoordig werken ze ook nauw samen met bedrijven die zich in de directe omgeving hebben gevestigd. Zo ontstaat het idee van de ‘campus’ en de ‘valley’. Op de High Tech Campus in Eindhoven ontstaan tal van innovaties op het snijvlak van bedrijven en TU/e. Hetzelfde geldt voor de FoodValley rondom de WUR in Wageningen. Amsterdam is met zijn twee universiteiten en al zijn kenniswerkers een campus op zich.

Zo keren oude patronen terug. De steden groeien weer. De jeugd trekt voor een opleiding naar de stad en reist na het afstuderen niet meteen verder naar een woning met een tuin in een voorstad. Of naar een opgeknapte arbeiderswoning tien kilometer verder. Dat waren de jaren 70. Toch is alles relatief, want nog altijd kent de stad voor mensen boven de 30 een vertrekoverschot: er verlaten nog steeds meer 30-ers en 40-ers de stad dan erin komen. Maar dit vertrekoverschot wordt op dit moment snel kleiner en weegt niet meer op tegen de massale vestingoverschot van alle jongeren.

Deze omslag versterkt niet alleen de positie van de steden, het verzwakt ook de positie van de voorsteden en met name van de voormalige groeikernen. De jeugd vertrekt vanuit de groeikernen naar de stad en de gehuwden en de jonge gezinnen komen veel minder vaak terug dan vroeger. Zo vergrijzen de voormalige groeikernen. Bovendien zijn het juist de rijkeren en hoger opgeleiden die in de stad blijven. Zo daalt ook langzaam het gemiddelde inkomen in de voormalige groeikernen, als ik deze gemeenten even over één kam mag scheren.

In ieder geval moeten de groeikernen alert zijn op de verdere ontwikkelingen. En ze moeten daarbij niet vergeten dat ze bestuurlijk zwakker staan dan enkele decennia geleden. Toen had iedereen ze nodig, het Rijk voor al die woningen en de steden voor het oplossen van regionale problemen die vooral in de steden neersloegen. Nu subsidieert het Rijk geen woning meer en verschuiven de problemen langzaam van de steden naar de randen. Ik kom daar nog op terug. Het wordt echt precair als de steden hun randgemeenten helemaal niet meer nodig hebben. Wie lost dan daar de nieuwe maatschappelijke problemen op?

De triomf van de stad geldt niet voor alle steden

Het jargon van de Triomf is niet aan gemeentebestuurders voorbij gegaan. Florida en Glaeser liggen op het nachtkastje en de afdeling Citymarketing noemt elk bedrijventerrein al een Campus en twee bedrijventerreinen een Valley. Daarbij verliezen ze uit het oog dat elke stad uniek is en elke stad dan zijn eigen kansen en niet de kansen van een ander moet grijpen. Maar ze vergeten ook dat die triomf aan sommige steden voorbij kan gaan. Dan krijgen al die woorden al snel iets leegs.

Het is niet moeilijk om een stad aan te wijzen die ten volle profiteert van bovenstaande ontwikkelingen, van de Triomf. Amsterdam. Maar wat in Amsterdam gebeurt, gebeurt niet in Heerlen, niet in Emmen, en ook niet zo maar in Enschede. En ook aan Rotterdam gaat de (echte) triomf nog steeds voorbij, ondanks het goede beleid en de blije berichten vanuit de Coolsingel. Wanneer doen steden het (ook op dit moment) minder goed? Ik noem drie factoren.

  • Ten eerste moet de lokale arbeidsmarkt aansluiten bij de sectoren die in opkomst zijn. Dat heeft alles met padafhankelijkheid te maken. Als je in een vorige fase succesvol was, hoeft dat niet te betekenen dat je nu meteen weer succesvol zal zijn. Simpel gezegd: met havenarbeiders en laaggeschoolden win je het niet in de nieuwe kenniseconomie.
  • Ten tweede: je stad moet met name voor de hoogopgeleiden een aantrekkelijk leefklimaat te bieden hebben. Met het aantrekken van bedrijven kom je er niet meer. Die relatie tussen wonen en werken is veel minder eenduidig dan vroeger. In de industriële tijd trokken de mensen naar de steden omdat daar werk was te vinden. Het wonen volgde het werken. Tegenwoordig vestigen bedrijven zich vooral daar waar de beste werknemers te vinden zijn. Dus als je als stad erin slaagt om de beste mensen aan je te binden, dan komen die bedrijven wel vanzelf. Werken volgt wonen. Anderen menen: werken volgt werken. In ieder geval gaat het om the place to be. En dat kan gaan om de High Tech Campus in Eindhoven, waar alle bedrijven en alle slimme werknemers bij elkaar willen zitten. Of om de aantrekkelijke binnensteden, waar veel geld wordt betaald voor een woning aan de gracht.
  • Ten derde: dat vliegwiel van de stedelijke economie is nog steeds van groot belang. En als het niet in beweging is, is het erg moeilijk in beweging te krijgen. Dan kan je wel proberen bedrijven te verleiden om zich in jouw stad te vestigen, maar dat zullen ze niet doen als jouw stad geen geschikte werknemers te bieden heeft. En dan kan je wel proberen om duurdere huizen te bouwen voor de duurdere, hoogopgeleide werknemers, maar die zullen die huizen niet kopen, als er te weinig banen voor hen zijn. De grote vraag voor het bestuur van Rotterdam is dan ook al jaren: wat moeten we doen om de afgestudeerden van de Erasmus Universiteit in de stad te houden? En dat de huizenprijzen in Rotterdam veel lager zijn dan in Amsterdam is geen pre. Het betekent alleen maar dat er veel meer mensen in Amsterdam willen wonen dan in Rotterdam.

De triomf van de stad geldt niet voor iedereen

En toch wonen er in Amsterdam nog steeds heel veel mensen onder de armoedegrens. Laat je dus niet door die triomf van de stad verblinden! Of misschien is dat woord ‘verblinden’ ook niet helemaal goed gekozen. Je kan beter zeggen: de triomf van de stad drukt alles wat minder opgeleid is en alles wat minder geld heeft, gewoon weg. Weg uit het centrum, weg uit de Ring. Want Amsterdam-West en Amsterdam-Zuidoost en delen van Amsterdam-Noord laten een heel ander Amsterdam zien. Daar zitten de mensen aan wie de triomf voorbij gaat. Vroeger woonden ze nog in de Pijp of in de Staatsliedenbuurt. Of nog vroeger in de Jordaan. Maar een proces van gentrification heeft ervoor gezorgd dat de huizenprijzen in deze wijken akelig snel zijn gestegen. De huizen zijn opgeknapt en de nieuwe hipsters hebben hun intrek genomen.

Het is evident: de triomf van de stad draagt bij aan een verdere segregatie in de stad. Het is niet de scheiding tussen autochtoon en allochtoon. Het is de scheiding tussen westers en niet-westers. De expats maken onderdeel uit van de triomf, het zijn overwegend de niet-westerse allochtonen die naar de randen van de steden worden gedreven en verdreven.

Die tweedeling manifesteerde zich ook bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. In Amsterdam en Utrecht wonnen gegoede hoogopgeleide burgers het van de achterkant van de stad. GroenLinks was de grote winnaar als partij van de kosmopolitische, hoogopgeleide burger met een goed inkomen. Ook D66 dat uit dezelfde vijver vist, scoorde hoog. In het gespleten Den Haag won D66 bij de vorige verkiezingen nog met enkele honderden stemmen van de PVV, de partij van de nationalistische, lager-opgeleide burgers met een relatief laag inkomen. In 2018 won de lokale partij van Richard de Mos, die eerder voor de PVV in de Tweede Kamer zat. In Rotterdam won de achterkant van de triomf: Leefbaar is hier veruit de grootste partij. Je ziet de Triomf terug in de verkiezingsuitslagen.

Overigens kennen ook de wijken waar de achterkant van de triomf zo goed zichtbaar is, een grote dynamiek. Het zijn namelijk ook de wijken waar de immigranten binnenkomen. Het zijn de zogenaamd arrival neighbourhoods. Waar migranten neerstrijken omdat ze daar hun contacten hebben, omdat de huren laag zijn en omdat de kansen in de informele economie groter zijn. En veel migranten klimmen na een aantal jaren op. De stad als roltrap. En verhuizen naar een betere wijk of naar een randgemeente. Niet dat het gemiddelde van de slechte wijken daarvan beter wordt. Want de plek van de geslaagde migrant wordt vrijwel meteen ingenomen door nieuwe migranten, die weer onder aan de ladder moeten beginnen.

De triomf van de toerist en de triomf van de burger

De triomf is ons grotendeels overkomen. Geen gemeentebestuur kan claimen de triomf zelf te hebben veroorzaakt. Gemeentebesturen kunnen in het beste geval slechts bijsturen. En ze kunnen de randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling gunstig maken. Zo is bereikbaarheid in de theorie van de agglomeratievoordelen een groot goed. Bereikbaarheid wordt ook wel uitgedrukt in het aantal banen dat binnen 45’ te bereiken is. De tijd die de gemiddelde werknemer bereid is te reizen naar zijn werk. Als de overheid erin slaagt om het aantal bereikbare banen te vergroten, zullen nog meer mensen een optimale baan vinden en zullen bedrijven nog productiever worden.

Daarnaast moet een gemeentebestuur er vooral voor zorgen dat het leefklimaat in de stad zo goed mogelijk is. Dat er een woning is te vinden voor de hoogopgeleiden die de stad aan zich moet binden. Dat die hoogopgeleiden in deze stad willen leven. Dat er veel cultuur is en veel vermaak. Hoogopgeleiden wonen graag in steden waar goede orkesten, goede poppodia en goede musea zijn. Ook als ze daarvan in de praktijk nauwelijks gebruik maken. En dat er veel groen is en weinig luchtvervuiling en weinig geluidsoverlast.

Maar tegelijkertijd doen zich agglomeratienadelen gelden als de leefkwaliteit in de stad te hoog wordt. En als er te veel cultuur en te veel festivals worden aangeboden. Want het zijn niet alleen de hoogopgeleiden die vanwege deze ‘amenities’ in de steden willen wonen, het zijn ook de toeristen die om die reden de stad willen bezoeken. Amsterdam kan er de laatste jaren over meepraten. De rolkoffers van de airbnb-ers zijn het symbool geworden van de overlast van de toeristen en van de irritatie van de bewoners.

En die toerist staat een beetje symbool voor de burger in het algemeen. Het mag waar zijn dat toeristen sommige delen van Amsterdam overspoelen, het zijn vooral de goedbetaalde hoogopgeleiden die de stad in hun bezit hebben genomen. Dat heeft ook grote gevolgen voor de relatie tussen de burger en het bestuur. Niet zelden hebben de nieuwe stadsbewoners de lokale overheid het nakijken gegeven. Zij weten uitstekend hun woordje te doen, zij kennen hun rechten en weten die ook af te dwingen, zij organiseren in hun eigen buurt de zaken die de gemeente laat liggen of uit haar handen laat vallen. Van de weeromstuit gaat de overheid praten over de ‘doe-democratie’ en de ‘energieke samenleving’. De overheid zou deze vormen van ‘zelforganisatie’ zelfs moeten stimuleren. Daarvoor lijkt weinig reden. De hoogopgeleide burger zit niet op dit soort paternalistische gevoelens te wachten. De triomf van de stad is in veel opzichten ook de triomf van de burger geweest.

Toch heeft niemand baat bij een ‘onzekere overheid’ die nota’s over zelforganisatie en doe-democratie schrijft. De samenleving is meer gediend bij een (lokale) overheid die weet ‘waar ze van is’, die weet welke taken onmiskenbaar overheidstaken zijn. Wat te denken van een goed scholings- en arbeidsmarktbeleid voor de buurten waaraan de triomf voorbij is gegaan. Wat te denken van een effectief beleid tegen de wietkwekerijen die welig tieren aan de randen van de steden? Wat te denken van de bestrijding van de ondermijning die gaandeweg met deze vormen van criminaliteit verbonden is geraakt?

De triomf vasthouden

Ik schreef al: de triomf is niet van alle tijden. Ook de toekomst van de stad is ongewis. Een terugslag als in de jaren 60 en 70 valt niet te voorspellen. Voorlopig moeten gemeentebesturen keihard werken aan de bereikbaarheid en de leefbaarheid van hun steden.

Maar hoe houden we het leefklimaat in de steden goed? Hoe zorgen we ervoor dat de hoger opgeleiden en de hogere inkomens in de steden willen blijven wonen? Één ding is duidelijk: de toekomst van de stad staat of valt met de vraag of we de stad klimaatbestendig weten te maken. Of klimaatneutraal. Of CO2-neutraal. Hoe we het ook willen noemen. De stad zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan de klimaatmitigatie, aan het afremmen en uiteindelijk aan het stoppen van de klimaatverandering. En de stad zal zich moeten aanpassen aan de veranderende klimaatomstandigheden (klimaatadaptatie).

De klimaatmitigatie vraagt het terugbrengen van de CO2-uitstoot tot 0, tot nul. Dat betekent dat de steden van fossiele energie moeten overgaan op zonne-energie, op windenergie, op geothermie. Dat zal ongetwijfeld samengaan met decentrale energieopwekking. Bovendien moet de bestaande bebouwing energiezuinig worden gemaakt. En zal de mobiliteit een geheel ander aanzien krijgen. Hoe ziet het stadsvervoer eruit als de zelfrijdende auto’s (duurzaam) elektrisch zijn aangedreven?

De klimaatadaptatie vraagt in alle steden om nieuwe oplossingen voor de wateropgave. Extreem weer met extreme hoeveelheden regenwater moet worden gepareerd. Bovendien zijn de temperaturen in de steden veel hoger dan buiten de stad. Als de temperaturen wereldwijd gaan stijgen, zullen de gemeenten meer moeten doen om leefbaar te blijven. Veel groen in de stad kan een bijdrage leveren aan het verlagen van de stedelijke temperaturen.

Het is eenvoudiger om deze viervoudige agenda even uit de mouw te schudden dan om haar te realiseren. Hier is echt sprake van een transitie. En transities laten zich niet zo maar op commando afroepen. Tot op heden spreken we vooral over transities als blijkt dat ze zich hebben voorgedaan.

De leergang en de leervragen 

Dit is het verhaal van de triomf van de stad. Dit is ook het verhaal van de leergang Triomf van de stad.  Het verhaal vertaalt zich in 6 modules van 2 dagen. In die 6 modules werken we aan een drietal leerdoelen: kennisnemen van de belangrijkste economische, sociale en culturele ontwikkelingen van steden; vertalen van deze kennis naar de eigen stad; ontwikkelen van een effectieve handelingspraktijk voor de eigen stad.

Module 1 – Stedelijke economie: Agglomeratie-effecten, veranderingen door de komst van de kenniseconomie, consumer-city, werken volgt wonen, met welk beleid kunnen we de triomf van de stad ondersteunen?

Module 2 – Demografie en wonen: demografische ontwikkelingen van steden en randgemeenten, van nieuwbouw in de groeikernen naar nieuwbouw in de grote stad, corporaties en wonen in achterstandswijken, regionale samenwerking tussen stad en randgemeenten.

Module 3 – De achterkant van de triomf: toenemende segregatie, immigranten en hun toekomst in Nederland, het effect van opgroeien in een achterstandswijk, effecten en neveneffecten van beleid voor achterstandswijken, gezondheid, onderwijs en gelijke kansen.

Module 4 – De stads in balans: het succes van de steden kan doorslaan. De stad kan zo aantrekkelijk worden dat het bijna onbeheersbaar wordt. Met name in Amsterdam zien we die ontwikkeling. De toeristen zorgen voor overlast, het winkelbestand past zich aan aan de stromen toeristen. De huizen worden te duur omdat ze toch wel via Airbnb kunnen worden verhuurd. Maar ook elders zien we het aantal festivals enorm toenemen. En ook elders wordt de bereikbaarheid een steeds groter probleem.

Module 5 – De triomf van de burger: de hedendaagse burger kent vele verschijningsvormen. Gemeentebesturen zijn vaak blij met bakfietsburgers. Maar je hebt ook ondermijnende burgers, onkundige burgers en boze burgers. Dat roept vragen op voor de overheid. Hoe om te gaan met burgers die zichzelf organiseren voor de publieke zaak? Terwijl de ‘zelforganisatie’ van burgers lang niet altijd in het publieke belang is.

Module 6 – De toekomst van de triomf: steden zullen alleen kunnen voortbestaan als ze klimaatbestendig zijn. Hoe realiseren we die transitie? Wat betekent dat bijvoorbeeld voor de mobiliteit? En de toekomstige steden zullen slim moeten zijn.

Debatteren met open vizier

november 19, 2013 by  
Filed under Voorpagina

Ik stel het zeer op prijs als mensen reageren op mijn blogs. Debat dwingt je soms om je argument scherper te formuleren, debat leert je soms dat je een ander perspectief over het hoofd hebt gezien, debat leert je soms dat je een off day had. Dus: reacties zijn welkom. Hoe afwijkend ook: ze worden door mij geplaatst. Ik maak slechts twee voorbehouden voor het plaatsen van de reactie: schelden is niet toegestaan en er wordt met open vizier gestreden: anonieme reacties worden niet geplaatst. Bovendien houd ik me het recht voor om spelfouten te corrigeren. Ik maak er zelf al te veel.