Hoe goed is de EMA voor #Amsterdam

december 11, 2017 by  

Amsterdam was heel verheugd over het binnenhalen van de EMA, de Geneesmiddelen Autoriteit van de EU. Er was ook nationale trots over de geslaagde lobby van het kabinet en van Wouter Bos. Het was in veel opzichten ook een groot succes voor Amsterdam. NRC Handelsblad plaatste wel een kanttekening. Had Amsterdam wel genoeg woningen voor de 900 hoogopgeleide werknemers van de EMA? En zou de komst van de EMA niet leiden tot nog hogere woningprijzen? De NRC raakte daarmee aan een veel fundamentelere vraag, zonder die vraag ook werkelijk te stellen. Die vraag luidt: wat voor stad wil Amsterdam zijn. Of vooral: wat voor stad wil Amsterdam worden?

De EMA komt uit London. De EMA zal er ook toe leiden dat Amsterdam een heel klein beetje meer op London gaat lijken. London is een sterk gesegregeerde stad. Het centrum van de stad is het eigendom van een internationale, veelal hoogopgeleide elite. Om het brede centrum heen woont de laagopgeleide onderklasse en in de ring daarbuiten woont de middenklasse die dagelijks uren in de metro zit op weg naar het werk. Sorry voor de schematische weergave. In Amsterdam zie je dezelfde ontwikkelingen. Economisch gaat het heel goed met de stad. De huizenprijzen stijgen snel, vooral binnen de Ring, waar veel hoogopgeleiden een plekje zoeken. Daardoor worden veel laagopgeleiden, met een slecht betaalde baan of werkloos, buiten de Ring verdreven. Sorry voor de schematische weergave.

Ja, die EMA zal die trends versterken. Een blits kantoor aan de Zuidas, 900 hoogopgeleide banen, veel hoogopgeleide expats, veel vraag naar dure woningen in de oude stad. Als de gemeente niets doet worden de kansarmen verder naar de buitenkant van de stad verdrongen. En let op: de komst van EMA leidt tot 50.000 extra overnachtingen voor buitenlands bezoek per jaar. Ook dat herkennen we. Amsterdam wordt nu al in sommige wijken overspoeld door bezoek uit de hele wereld. Voor vanwege de grote stedelijke schoonheid van Amsterdam. De grachten zijn voor velen een bezienswaardigheid. Symbolen: Airbnb, rolkoffers. Door EMA dus meer rolkoffers. In dit verband zou ik in verband met de kwetsbaarheid van de binnenstad eerder aan Venetie dan aan London denken.

Daarmee hebben we meteen twee scenario’s voor de stad genoemd. London en Venetie. Twee scenario’s die niet automatisch samengaan. ‘London’ leidt bijna onvermijdelijk tot meer hoogbouw. Dat zet druk op het historische karakter van de stad. ‘Venetie’ leidt onvermijdelijk tot een grote druk op het woon- en leefklimaat in de binnenstad dat nu nog zo aantrekkelijk is voor de hoogopgeleiden. Uiteindelijk zullen London en Venetie niet samengaan.

Maar er is ook een derde scenario denkbaar. Laat ik het ‘Amsterdam’ noemen. Een gedifferentieerde stad zonder tweedeling, een stad met veel ruimte voor middeninkomens, een stad met een stevige (lokale) verzorgingsstaat. Goed onderwijs, goede zorg, goed arbeidsmarktbeleid, goed vangnet. Een betrouwbare overheid. Met veel ruimte voor handel. Ja, zeg maar, daar waar de kracht van Amsterdam van oorsprong ligt.

Oh, dat kan dus ook. Zeker. Persoonlijk denk ik dat het belang van het laatste scenario nog wel eens wordt onderschat. En dat we tegelijkertijd geneigd zijn om het belang van kapitalistische krachten te overschatten. We moeten ontwikkelingen niet als een gegeven beschouwen. En we moeten beseffen waarom Amsterdam zo floreert. Amsterdam mag trots zijn op zijn eigen kracht. Het zou goed zijn om de komst van EMA in dat licht te bezien. En dan niet meteen te gaan juichen.

Tiende leergang ‘Triomf van de stad’ start in september 2018

november 7, 2017 by  

De belangstelling voor de leergang ‘Triomf van de stad’ voor stedelijke strategen (met prachtige praktijkvoorbeelden en vooraanstaande wetenschappers) is nog immer groot. Om die reden kan ik nu al de tiende leergang aankondigen. De data zijn: 27/28 september 2018, 1/2 november 2018, 13/14 december 2018, 10/11 januari 2019, 14/15 febr 2019 en 21/22 maart 2019. Onder voorbehoud van een Elfstedentocht. Noteer al vast.

Rutte III heeft vooral vertrouwen in de notulen

oktober 10, 2017 by  

Het beoordelen van een regeerakkoord is altijd een voorlopige beoordeling. Je weet niet hoe het straks uit gaat pakken. Maar toch het is goed om die tekst eens zorgvuldig door te nemen. En je in je beoordeling niet te laten leiden door wat de spindoctors deze uren aan de media vertellen.

Mij vallen drie dingen op in het nieuwe regeerakkoord. Ten eerste: zo’n overgang naar een nieuwe regering biedt altijd de mogelijkheid van kleine ‘doorbraken’. Van die onderwerpen waarover al lang is gesproken en die we nu eindelijk eens gaan doen. Experimenteren met wietteelt door de overheid. Afschaffing van Wet Hillen (voortaan ook woningforfait als de hypotheek is afbetaald). Gekozen burgemeester. Versimpeling belastingstelsel. Aftrekposten niet meer aftrekken van het hoogste tarief. De schade van de aardbevingen in Groningen wordt niet meer door de NAM bepaald. Etc. Dat soort voornemens geven me een gevoel van opluchting. Eindelijk.

Ten tweede doet het kabinet meer aan klimaatbeleid dan ik had durven hopen. Het regeerakkoord straalt uit dat men Parijs wil halen en zelfs meer. Er wordt helder aangegeven waar de CO2-winst moet worden geboekt. Er komt een CO2-belasting. Er gaat op korte termijn één kolencentrale dicht en de rest volgt voor 2030. Maar hoe hoog de ambitie ook is, de plannen hadden wel wat concreter gekund. Zie bijvoorbeeld de ambitie om de bestaande woningvoorraad energieneutraal te maken. Dat blijkt in de praktijk uitermate ingewikkeld te zijn. Dan verwacht je grote instrumenten en heel veel geld. Maar het regeerakkoord komt niet verder dan samen een plan maken. Ja, er is nog 100 miljoen euro voor corporaties die hun woningbestand verduurzamen. Als dat alles is, heb je blijkbaar toch minder ambitie dan je suggereert.

Ten derde is het regeerakkoord vooral teleurstellend. Dit is geen visie voor de komende jaren, dit zijn de notulen van een Ministerraad van een willekeurig centrumkabinet. Ze hebben gewoon 210 dagen ‘ministertje’ zitten spelen en voor elk onderwerp een nette compromistekst bedacht. Ik kan me heel goed voorstellen dat Pechtold, Buma en Segers na die 210 dagen hebben bedacht dat het werk in de Kamer toch leuker is.

En zoals dat vaak gaat in een kabinet: dan onderwerpen zijn nauwelijks in samenhang bezien. Ja, dan is het niet vreemd dat het ruimtelijke perspectief nagenoeg geheel ontbreekt. Wie notulen schrijft en wie geen samenhang zoekt, komt nooit bij de ruimte uit. Schiphol mag verder groeien, Rotterdam moet vooral CO2 onder de grond stoppen, Eindhoven krijgt mainport-status (wat dat in concreto ook mag inhouden), de Wadden krijgen een beheersautoriteit, de Veluwe en het Groene Hart moeten worden beschermd, het Deltaprogramma, de Nationale parken en het Kustpact (duinbescherming) moeten doorgaan, er moet meer infrastructuur bij en er moeten meer woningen worden gebouwd. Maar dat is geen ruimtelijke afweging, laat staan een visie voor Nederland.

En verder geen woord over de grote steden (ja, de PvdA zat duidelijk niet aan tafel), als motoren van onze economie. Geen woord over Amsterdam als brandpunt van de economie. Geen woord over de achterblijvende economie van de Zuidvleugel. Wel geld naar nieuwe infrastructuur, maar geen geld naar de woningbouw in de steden (waardoor je die nieuwe infrastructuur niet meer nodig hebt). Geen woord over de voormalige groeikernen die langzaam wegzakken. Geen woord over de ruimtelijke uitsortering rondom de grote steden, waar de kansarmen plaats moeten maken voor de nieuwe rijken. Geen woord over al die honderdduizenden woningen die in het Westen van het land in de komende jaren moeten worden gebouwd. Ja, waar gaan we dat eigenlijk doen? En hoe gaan we het doen met de mobiliteit als onze auto straks zelfrijdend wordt. Ja, zegt het regeerakkoord: de nieuwe infrastructuur moet daarvoor geschikt worden gemaakt. Maar hebben we nog nieuwe infra nodig als die auto’s netjes achter elkaar aan hobbelen? Nee, dat is geen visie, dat zijn notulen.

 

 

Nieuwe kansen voor de haven van Scheveningen

oktober 4, 2017 by  

 

Gesprek met Arno Segeren, accountmanager van de gemeente

De ontwikkeling van de haven van Scheveningen is heel interessant in het licht van de ontwikkeling van steden. De haven is vanouds bekend vanwege de vissers. Maar het was ook jarenlang de thuishaven van de Norfolkline, een rederij actief op het gebied van het vervoer van containers tussen Groot-Brittannië en Nederland. Maar een haven aan zee is tegenwoordig ook een aantrekkelijke en hippe woonplek. Veel steden bouwen appartementen aan de havens, vaak voor de hoogopgeleiden die de tegenwoordige stad zo nodig heeft voor haar ontwikkeling.

De werkelijkheid is weerbarstiger. Want met de komst van woningen neemt de behoefte aan bedrijfsruimte niet af. De gemeente Den Haag is zich daarvan steeds meer bewust geraakt. Zo lag het accent in de Scheveningse Haven een aantal jaren geleden vooral op de haven als decor van woningbouw. In 2015 is dat beleid aanzienlijk omgebogen met de nota Scheveningen Haven, is en blijft haven. Het vertrek van de Norfolkline had geleid tot een verlies van zeshonderd banen, vooral banen voor lager opgeleiden. Terwijl de haven nog steeds veel economische potentie had. Bovendien drong het besef door dat een doodse haven ook een doods decor voor wonen oplevert. Wonen aan een levendige haven biedt voordelen. Al kan er ook spanning ontstaan tussen het woongenot en de havenactiviteiten.

Voldoende reden voor een gesprek met de accountmanager van de gemeente voor de Scheveningse haven, Arno Segeren. Wij fietsen in een wat druilerige regen rond in de haven en ik leer veel over het belang van een actief gemeentelijk beleid. En het succes aan beide zijden is te zien. Er wordt aan de ene kant enorm gebouwd en aan de andere kant groeien de economische activiteiten in de haven. Het aantal banen stijgt weer.

Segeren wijst erop dat je altijd moet kijken naar de unieke kenmerken van een gebied. Den Haag heeft die unieke ligging aan de Noordzee en de haven is de toegangspoort. Die kwaliteiten moet je in stand houden. Maak van die haven geen ‘bak water’. Dat kan ook. Je kan de havenactiviteiten afbouwen. Dan heb je water en een stukje industrieel erfgoed. Een oude havenkraan, een paar pakhuizen. Die kan je allemaal heel mooi maken. Zie Duisburg. Mooi museum voor moderne kunst erbij. Maar het blijft een bak water waar je op uit kijkt. Zo maak je niet optimaal gebruik van de kwaliteiten die je hebt. En ook bij ons raakte de haven in vergetelheid. Het beeld was: met de visserij gaat het niet goed en alleen maar slechter. De Norfolkline is vertrokken.

Wij menen tegenwoordig dat die haven veel meer kan opleveren. Het is een unieke kwaliteit van de stad, net zoals de regering, de internationale organisaties, het vrede, recht en veiligheid. Dat is allemaal economie. Voor economische groei kan je beter iets versterken wat je al hebt dan iets heel nieuws te bedenken. Op unieke kwaliteiten moet je zuinig zijn. Ook die haven heeft ons veel te bieden. Visserij van oudsher. Maar de haven is ook de toegangspoort naar de windmolenlocaties op de Noordzee. Daar wordt veel geïnvesteerd. En daar heeft Den Haag potentieel veel te bieden. Dat is werkgelegenheid. Bijvoorbeeld voor elektriciens. Die windmolens mogen niet stilstaan. Daar heb je veel geschoold personeel voor nodig. Ook de watersport biedt ons in economische zin veel, in termen van bezoekers, bestedingen, werkgelegenheid.

We zoeken naar niches. Je bent bij ons direct op de Noordzee. Dus als er testen moeten worden gedaan op zee, kan je dat goed doen vanuit Scheveningen. Of dat veel gaat opleveren, weten we nog niet. Maar we zijn ervan overtuigd dat die haven van Scheveningen voor sommige producten best eens de beste haven kunnen zijn. Een diepzeehaven met onbelemmerde toegang. Hij ligt centraal in het land, hij ligt in de stad, hij ligt dicht bij Delft, bij Leiden, bij TNO, bij Deltares. Allerlei partijen die actief zijn op de Noordzee.

En zo zie je zelfs een verschuiving van woningbouw naar economische activiteit in de plannen. Waar mogelijk voegen we bedrijfsruimte toe en op enkele plekken onderzoeken we of de geplande woningbouw deels geschrapt kan worden uit de plannen. In de tussentijd zijn er ook andere functies toegevoegd. We hebben het Zuiderstrandtheater tijdelijk gebouwd in de haven. Daar vinden nu ook veel aan havens of de Noordzee gerelateerde bijeenkomsten en conferenties plaats. Maar we gaan nu weer kijken of we daar bedrijvigheid kunnen krijgen als het theater weer wordt afgebroken.

En er zijn nog nieuwe kansen. De effecten van klimaatverandering worden zichtbaar aan de kust. Op een gegeven moment zullen ook rondom de haven maatregelen nodig zijn vanwege de stijging van de zeespiegel. Het garanderen van de veiligheid voor het achterland vormt dan de aanleiding voor een verkenning naar de zeewaartse uitbreiding van de haven. Maar dit zit allemaal nog in de verkennende fase.

De gemeente Den Haag heeft vier prioriteiten in de Scheveningse haven. Ik vraag Segeren om ze voor me samen te vatten. Visserij, watersport, offshore dienstverlening en innovatie. Visserij van oudsher. Belangrijk, zowel in directe als in indirecte zin. Scheveningen zonder haven, dan ben je niet anders dan Zandvoort. Authentiek, het hoort erbij. Veel werkgelegenheid, op zee en in de handel. De visafslag in Scheveningen is in grootte de derde van Nederland. Je kan ook vis kopen die niet fysiek op dat moment aanwezig is. Daarnaast hebben we twee grote internationaal opererende reders met zogenaamde trawlers. Nederlands visbureau zit hier. Veel handel, groothandel en detailhandel. Het is een compleet cluster. Trawlers die drie weken op zee zijn, kotters die elke week terugkeren en de kleinschalige visserij die elke dag weer binnenvaart. Het is een volledig cluster. Je hebt de drie onderdelen wel nodig.

Segeren maakt een interessante tussenopmerking over de rol van de overheid. Hij zegt: het is voor de overheid makkelijker om iets te verpesten dan om een positieve ontwikkeling aan te zwengelen. Daarom moet je als overheid de belangen in het gebied goed kennen. Dat is accountmanagement.

We gaan door met de tweede prioriteit: de watersport. Ook een economische sector. Recreatie, botenbouw, innovatie, topsport. We hebben Jachtclub Scheveningen, een grote jachtclub met 600 leden. Daarnaast het Topzeilcentrum met Olympische sporters en talentploeg die hier trainen. Er zit ook een catamaranbouwer. Dat zijn van die parels in het havengebied. Dit alles wordt nog versterkt door de finish van de Volvo Ocean Race in 2018. Moeten we trots op zijn. Er komen extra ligplaatsen, vooral voor passanten. Daar zijn er al te weinig van. En we hebben het Sailing Innovation Centre. Hoe kunnen we meer Olympische medailles winnen. Kennis over voedsel, over stroming, wind, communicatie etc.

Offshore-dienstverlening is de derde prioriteit. De tenderprocedure voor het windmolenpark Holland Kust Zuid loopt nu. Ze hebben allemaal goed gekeken naar de haven van Scheveningen. Welke haven is het meest geschikt als uitvalsbasis. We hebben ze één voor één op bezoek gehad. Maar als ze elders al een uitvalsbasis hebben wordt het moeilijker. Het gaat niet om de bouw, alleen om het onderhoud. Daarvoor heb je een opslagloods nodig en snelle kleine bootjes. Dat kan heel goed bij ons in de haven. Het is echt geschoold werk. Werken op zee vraagt ook nog weer extra vaardigheden. Ze willen echt mensen van hier het onderhoud laten doen. Die molens staan er immers voor 20 jaar. En die mensen worden ook ingezet voor de bouw. Dus dat levert echte werkgelegenheid op voor mensen uit deze regio. Scheveningen heeft ook een voordeel voor dit soort bedrijven, omdat het een grote arbeidsmarkt te beiden heeft. Meer dan IJmuiden bijvoorbeeld.

Innovatie, de laatste prioriteit. De genoemde drie zijn ook al innovatief. Wat zijn de echte voordelen van de haven. Je bent in een paar minuten op zee. Onbelemmerde toegang tot de haven. Je zit meteen midden in de stad en in een kennisintensieve regio. Veel kennisinstituten richten zich op het water. Die haven is dus geschikt voor allerlei innovaties op de Noordzee. Dat kan gaan over golfenergie. Zeewierteelt. The Ocean Clean-up, zij het vooral de lancering van hun eerste prototype. De doop van de solarboat van TU Delft heeft hier plaatsgevonden, ook om ons meer bekendheid te geven. We zijn toegetreden tot valorisatie-programma ‘Kust en Waterbeheer’ rondom TU Delft. Veel startende bedrijfjes met innovatieve producten. Soms zijn we de eerste klant, de launching customer. Op andere momenten stellen we ruimte ter beschikking. De ‘Slam Dam’ is hier uitgeprobeerd op de Doctor Lelykade. Als vervanger van de zandzakken. Al die bedrijven kunnen van elkaar leren. Hebben we in de toekomst ook een specifieke plek voor: de oude kantoor van de Norfolkline. Komen woningen in en ruimte voor innovatieve bedrijven onder de naam Innoport. Of dat ook lukt weten we niet, maar als er geen ruimte is voor innovatieve bedrijven, dan lukt het zeker niet. Twee jaar geleden was er geen ruimte meer voor dit soort bedrijven. Alleen maar kantoorruimte. Je hebt daarnaast ook loodsen nodig, opslagruimte. Ook hiervoor zitten verschillende projecten in de pijplijn.

Ik maak een overstap naar de Norfolkline. Ze gingen weg omdat de schepen te groot werden. Zijn naar Vlaardingen gegaan. Zeshonderd banen weg. Veel laaggeschoold. Ik vraag Segeren of je dat soort banen weer terugkrijgt. Segeren zegt dat het om een probleem van de hele stad gaat. Den Haag heeft weinig banen in de logistiek of in productie. Dus zoeken we naar andere sectoren. En het is moeilijk om als je heel lang een ambtenarenstad bent geweest om zo maar een andere sector aan te trekken. Toerisme zou een kans kunnen bieden. Veel instapbanen. Je kan vaak gisteren daar al beginnen. Maar voor iedere baan heb je bepaalde vaardigheden nodig. De uitdaging is tweeledig. We hebben een bestand van mensen in een uitkering die moeten worden geactiveerd. En we hebben werkgelegenheid nodig voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Je moet dat goed uit elkaar houden. Als je een hotel bouwt heb je mensen nodig die de was doen, die de kamers schoonmaken. Maar of dat mensen zullen zijn die nu een uitkering hebben in Den Haag, is maar zeer de vraag.

En naast die prioriteiten heb je natuurlijk het toerisme. Ik vraag naar de synergie tussen haven en toerisme. Segeren vertelt over de kleinere cruiseschepen die de gemeente naar de stad wil halen. Lost het probleem van de werkloosheid niet op, maar het levert wel wat op. Daarnaast is Scheveningen een Tallship-friendly port. Daarnaast heeft die haven veel evenementen. De Volvo Ocean Race die hier gaat finishen. Dat leidt tot veel drukte en veel bestedingen in de stad.

We gaan in ons gesprek terug naar de mogelijke spanning tussen wonen en bedrijvigheid in de haven. Segeren beaamt dat. Milieuzones geven grenzen aan. Ook toerisme kan overlast geven. De visserij is niet het probleem. Dat hoort bij Scheveningen. Maar ja, het gaat ook om de werkelijke stank en het werkelijke geluid en de perceptie van de stank en de perceptie van het geluid. Ja, het ruikt hier naar vis en naar zee! Als ik er kom ruik ik het wel. Maar ik denk ook: ik ben weer op de mooiste plek van Den Haag!

Maar die spanning, ja, daar heb je een bestemmingsplan voor. En iedere overheid krijgt klachten. Dus ook over laden en lossen op verkeerde tijdstippen. Maar er zijn meer klachten over de hoogbouw van de woningen dan over de haven! Het gaat om het eigen uitzicht. Maar we hebben geen recht op uitzicht in Nederland. Scheveningers die klagen over al die nieuwbouw en over de bereikbaarheid. Maar er wordt ook veel nieuwbouw erg fraai gevonden. Een rondje lopen in de haven wordt belangrijk gevonden. Tegelijkertijd moeten sommige delen van de haven soms worden afgesloten. Het is een zeehaven. Voor de veiligheid moet je soms kades afsluiten bij laden en lossen. De douane wil zicht hebben op de drugs etc. Zo is dat nu eenmaal. Dus je kan niet altijd het ‘rondje haven’ lopen.

Ik wil afronden met de vraag wat een gemeente kan en wat een gemeente niet kan in dit soort ontwikkelingen. Segeren zei al: je kan het vooral verpesten. Segeren verwoordt het ook nog anders: Gemeentelijk beleid is een noodzakelijke voorwaarde voor economische ontwikkeling van de stad, maar geen voldoende voorwaarde. En soms komt het nieuwe bedrijf geheel uit zichzelf, maar dan moet je het toch nog weer vaak ruimtelijk faciliteren. Een bestemmingsplan geldt voor heel Nederland. Maar het is duidelijk: de gemeente zorgt niet voor werkgelegenheid, maar de bedrijven zorgen voor werkgelegenheid. Maar we kunnen die bedrijven wel helpen om het ondernemen net iets makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door te luisteren wat hun behoeften zijn. Dat heet accountmanagement. Je kan soms in geval van innovatie een subsidie geven. Je kan ze dus ruimtelijk faciliteren door een bedrijfsterrein te bestemmen terwijl je weet dat de verkoop van grond voor nieuwe woningen veel meer oplevert. En je kan bedrijven die er nog niet zitten enthousiast proberen te maken. Vertellen over de kwaliteiten van die plek. En als dat verhaal kloppend is, kan je daarin succesvol zijn. Veel koffiedrinken, wat je ook moet doen in zo’n gebied, is op zich niet voldoende.

Persoonlijk trek ik de conclusie dat alleen om die reden de haven van Scheveningen toekomst heeft. Want Segeren heeft een kloppend verhaal.

 

De vertrouwenscommissie als ultieme achterkamer

september 1, 2017 by  

Er is weer gedoe rondom burgemeestersbenoemingen. In Den Haag lekte vorige maand uit welke twee kandidaten niet waren benoemd: Plasterk en Marcouch. De twee namen werden door een  duo-raadslid via twitter publiek gemaakt. Of de man de waarheid heeft gesproken weten we niet. Want dat zouden we aan de vertrouwenscommissie moeten vragen en die mag niks zeggen. Ergo: we weten niet eens of er is  is gelekt uit de vertrouwenscommissie. En of een lid van de commissie daarmee een strafbaar (!) feit heeft gepleegd.

Deze week werd een raadslid uit Den Bosch van zijn bed gelicht, omdat hij ervan wordt verdacht uit de vertrouwenscommissie te hebben gelekt. We weten inmiddels dat de  voorkeurskandidaat van de commissie, Jan Hamming, op het laatste moment toch voor het burgemeestersambt in Zaanstad zou hebben gekozen. En aldus werd nummer twee de burgemeester van Den Bosch: Jack Mikkers. Er werd schande van gesproken. Maar wat is erop tegen om naar twee gemeenten tegelijk te solliciteren? Bij de sociale dienst moet je wel twee keer per week solliciteren, om voor een uitkering in aanmerking te komen.

Ja, als we het over vertrouwenscommissies hebben gaat het vooral over lekken en over strafbare feiten. Lekken uit de vertrouwenscommissie hoort niet en is verboden. Maar eigenlijk is dat de wereld op zijn kop. Waarom hoor ik nooit de legitieme vraag naar verantwoording? Is het niet meer dan logisch dat wij, burgers, mogen weten welke kandidaten zijn afgewezen. En wat daarvan de reden is. Draait nu in Arnhem inderdaad de PvdA-banen-carrousel? Of was Marcouch inderdaad de beste, nadat hij mogelijkerwijs in Den Haag is afgewezen? En was Jack Mikkers inderdaad de beste kandidaat, nadat Jan Hamming was afgevallen? Ja, dat willen wij weten. En daarom moeten we iedereen die ons meer verteld over wat er in de vertrouwenscommissie is besproken, alleen maar dankbaar zijn.

Eigenlijk is het bizar wat hier gebeurt. Burgemeesters worden tegenwoordig de facto door de gemeenteraad gekozen. Beter gezegd: door de vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad. Dat werd enige decennia geleden nog gevierd als democratisering van de burgemeestersbenoeming. Niet het Rijk moest bepalen wie de nieuwe burgemeester werd, maar de gemeente zelf. Het zij gezegd: daarmee is winst geboekt. Beter een lokale vertrouwenscommissie dan een landelijke carrousel van politieke partijen die onderling gemeenten verdelen.

Maar toen burgemeesters nog door het Rijk werden benoemd, waren we wel veel beter op de hoogte van de namen van de kandidaten. Oké, er werd geen verantwoording afgelegd over de benoeming, maar de benoemers wisten wel dat we meekeken. We hadden ons met zijn allen kunnen afvragen of Plasterk het burgemeesterschap van Den Haag na een onzichtbaar ministerschap van Binnenlandse Zaken had verdiend. We hadden ons met zijn allen kunnen afvragen of het zwakke burgemeesterschap van Pauline Krikke in Arnhem een goede basis was voor het burgemeesterschap in Den Haag. Het was een gebrekkige transparantie, maar een beetje transparant was het wel.

Sinds de democratisering van de burgemeestersbenoeming tot stilstand is gekomen met de ‘verworvenheid’ van een vertrouwenscommissie weten we niets meer. Ja, we weten wie is benoemd. Maar waarom hij of zij wordt benoemd en wie de andere kandidaten waren blijft geheel duister. Als we nu over achterkamertjes willen spreken, laten we dat dan hier doen. Zo vind je ze nergens. Lekken uit deze achterkamer is zelfs wettelijk verboden en strafbaar. Met als bijzonder effect dat er tegenwoordig veel minder gedoe is over burgemeestersbenoemingen dan twintig jaar geleden. Ja, omdat het strafbaar is om iets te weten.

En waarom mogen we niks weten? Omdat de politieke partijen ongezien willen uitmaken wie onze burgemeester moet worden? Of is het ‘grote’ probleem dat kandidaten kunnen worden beschadigd als ze de eer aan een ander moeten laten. Dat zou vooral voor solliciterende burgemeesters uit andere gemeenten moeten gelden. Maar zou het niet bij een publieke functie horen dat je publiek wordt beoordeeld?

Al met al: het wordt hoog tijd dat we die democratisering van de burgemeestersbenoeming weer ter hand gaan nemen. Er is nog een lange weg te gaan naar een werkelijk openbaar debat over de keuze van de burgemeester. En dat openbare debat moet niet in de gemeenteraad worden gevoerd, laat staan in een vertrouwenscommissie. Dat moet een publiek debat zijn onder burgers, die zelf mogen bepalen wie hun nieuwe burgemeester wordt. Lang leve de gekozen burgemeester.

 

[verscheen in de Volkskrant van 1 sept 2017]

 

Volgende pagina »