#gekozenburgemeester: democratie moet je altijd bevechten

november 19, 2018 by  

De Eerste Kamer besluit deze week of de wijze van aanstellen van de burgemeester uit de Grondwet verdwijnt. Het gaat niet om de vraag of de burgemeester moet worden gekozen. Het gaat slechts om de vraag of de gekozen burgemeester in de toekomst mogelijk moet worden gemaakt. En toch roeren de tegenstanders van de gekozen burgemeester zich al weer volop. Vooral de brief van 31 burgemeesters die waarschuwen tegen een gekozen burgemeester heeft me ontroerd. 31 kalkoenen die de natie voor de laatste keer waarschuwen voor een catastrofe.

Sta me toe op vier dringen te wijzen. 

Ten eerste: al jaren is een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking voor een gekozen burgemeester. Wel te verstaan: voor een rechtstreeks gekozen burgemeester. 

Ten tweede: in de media hoor ik nooit die grote meerderheid over de gekozen burgemeester, maar altijd de mensen wiens positie op het spel staat. Burgemeesters, wethouders, raadsleden, allemaal mensen die deel uitmaken van de kleine groep Nederlandsers die al die mooie democratische functies onderling verdelen.

Ten derde: deze kleine groep heeft er baat bij om het publieke debat over de gekozen burgemeester zo ingewikkeld mogelijk te maken. De eerste troebele gedachte: een door de raad gekozen burgemeester is ook een gekozen burgemeester. De tweede troebele gedachte: met de gekozen burgemeester schaadt je de positie van de gemeenteraad en dus de democratie. De derde troebele gedachte: we hebben een nationale discussie nodig over de toekomst van het lokaal bestuur. Hoe meer troebele gedachten, hoe verder de gekozen burgemeester achter de horizon verdwijnt.

Ten vierde: heel veel van die argumenten tegen de gekozen burgemeester zijn argumenten tegen de democratie. Lees in al die bezwaren tegen de gekozen burgemeester eens voor de lol voor ‘burgemeester’: ‘Kamerlid’, en je bent verrast dat er nog verkiezingen zijn. 

Volgens mij is de kern simpel: de Nederlandse bevolking wil in grote meerderheid een gekozen burgemeester. En wat zou het mooi zijn als toekomstige burgemeesters eens niet worden gerecruteerd uit die kleine groep die het eigen bastion zo hard verdedigt.

Graag PEARL én Primos

september 6, 2018 by  

Er zijn nachten geweest dat ik ervan droomde: PEARL of Primos. Ik was directeur van het Ruimtelijk Planbureau (RPB). Eerst had je Primos, een regionaal bevolkingsprognosemodel dat met een riant contract van het ministerie van VROM door een privaat bedrijf in Delft aan de man werd gebracht. Het RPB ontwikkelde met het CBS het model PEARL, dat natuurlijk veel beter was. Bovendien werden de PEARL-prognoses gratis ter beschikking gesteld. Toch bleef het ministerie van VROM bij Primos zweren. Ja, de minister kreeg ik een keer om, maar bij de ambtenaren is me dat nooit gelukt. Soms vraag ik er nog wel eens naar: heeft PEARL al gewonnen? 

Natuurlijk was die discussie onzin. Niemand heeft ooit kunnen bewijzen, dat PEARL beter is dan Primos. Aan beide modellen is jaren door verstandige demografen gewerkt. En beide modellen zijn zo langdurig gekalibreerd dat de uitkomsten nog maar nauwelijks kunnen verschillen. [Kalibreren is een methode om je eigen model aan de uitkomsten van andere modellen aan te passen.] 

Maar het is ook kortzichtig om te willen kiezen. Ik weet het: ambtenaren en politici baseren zich graag op één model. Dat geeft zekerheid, beter gezegd: schijnzekerheid. Blijkbaar is het prettiger om van één getal uit te gaan dan van twee. Terwijl iedere wetenschapper zal zeggen dat we hoogstens een bandbreedte kunnen voorspellen. En dat twee voorspellingen een beter beeld geven van die bandbreedte dan één. 

Bovendien kunnen juist de verschillen tussen twee prognoses, heel leerzaam zijn. Want waaraan zijn die verschillen te wijten? Waarin verschillen de aannames van de onderzoekers? En welke aanname heeft meer grond? Ik weet het: zo denkt een nieuwsgierigheidsgedreven wetenschapper. Maar waarom zouden de gebruikers van de prognoses niet nieuwsgierig mogen zijn? 

Daarin ligt ook de grootste kracht van een prognosemodel: in de vergelijking. Niet in het voorspellen van de toekomst. Zo is het niet zo interessant dat het CBS voorspelt dat Nederland blijft groeien tot 2060. Het is veel interessanter dat ze een paar jaar geleden nog voorspelden dat Nederland na 2030 zou gaan krimpen. En met name de vraag: waarom hebben ze hun voorspelling moeten bijstellen? Welke (mogelijke) trendbreuk is opgetreden? 

Wat een weelde dat we twee regionale bevolkingsprognosemodellen hebben! Ze dwingen ons tot vergelijken en tot beter begrijpen. En ze bieden twee mogelijkheden om trendbreuken vroegtijdig op het spoor te komen. En vooral trendbreuken zeggen ons iets over de toekomst. 

Wim Derksen was hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Ruimtelijk Planbureau

[column geschreven voor Demos]

Masterclass over populisme en lokale partijen

september 4, 2018 by  

Steden vieren triomfen. En mijn leergang Triomf van de stad viert dat in september de tiende groep van start gaat. Reden om een extra mini-Triomf te organiseren over een ontwikkeling die alle lokale overheden raakt: de opkomst van het populisme en lokale partijen. Onder de titel Leerbaar populisme.

Populisme is een breed begrip. Je kan het zien als een tegenbeweging tegen de bestaande politieke en bestuurlijke elite. Je kan het zien als een beweging die zich erop beroept het ‘volk’ te vertegenwoordigen. Je kan het ook zien als een beweging die de kloof tussen burger en politiek wil verkleinen. En de discussies over populisme kan je ook zien als een transitie naar een ander politiek landschap. 

En ja, die transitie vindt in veel steden plaats. Niet alleen sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Lokale partijen en met name de Leefbaarheid-partijen hebben de politiek in de steden al fundamenteel veranderd. Oude partijen zijn gesneuveld. Het politieke landschap verandert en de spelregels van het politieke spel worden aangepast. 

Die veranderingen raken veel mensen die bij gemeenten werken. En de veranderingen kunnen de komende jaren nog wel veel ingrijpender worden. Een goede reden om een masterclass over ‘Leefbaar populisme’ te organiseren. 

De masterclass vindt plaats op 28 en 29 november 2018 in Den Haag. Professor Wim Derksen en Karen Ephraim leiden het gesprek. De kosten bedragen € 1490 (inclusief diner en overnachting). Aanmelden kan via wimderksendh@gmail.com. 

Zie: Leefbaar populisme

Hier de link naar de online folder: https://www.yumpu.com/nl/document/fullscreen/61998763/masterclass-leefbaar-populisme-folder

Journalistiek is geen onderzoek #NRC

juli 17, 2018 by  

De NRC volgt al maanden nauwgezet de vorming van de Colleges van Burgemeester en Wethouders na de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart. Gisteren kwam de eindstand. Allemaal niet erg verrassend. CDA en VVD handhaven zich, D66 verliest dik en lokale partijen winnen weer. Het is goed dat de NRC dit soort onderzoek doet. Maar het doen van onderzoek is wel een vak. En het is de vraag of de NRC ook dit vak beheerst. Het onderzoek was een rommeltje. Misschien kan het ook niet anders als 100 redacteuren elk 3 gemeenten voor hun rekening nemen. En een stagiair alles mag optellen. Waarom was het een rommeltje? 

Ten eerste: wat was nu eigenlijk de vraag van dit onderzoek. Ik kreeg de indruk dat de NRC verder wilde gaan dan het geven van de uitslag: hoe zijn uiteindelijk de colleges samengesteld. Ja, ze wilden ook de formatie beschrijven. Maar wat wilden ze daar dan van weten? Of kregen we soms toevallig wat te horen over gemeente X omdat journalist Y daar zijn tweede huis had? De NRC wilde ook een kwantitatieve analyse doen. Maar ging het dan om een vergelijking tussen de nieuwe en de oude colleges (wie had gewonnen, wie had verloren) of ging het om een vergelijking tussen de gemeenteraadsverkiezingen van maart en de collegevorming daarna (was het verlies bij de collegevorming net zo groot als het verlies bij de raadsverkiezingen?). Als ik niet weet wat de vraag is van het onderzoek, kan ik ook niet bepalen of de onderzoeksopzet en de keuze van de variabelen adequaat zijn.

Ten tweede: opvallend genoeg ging het in de analyse vooral om het wel of niet deelnemen aan het nieuwe college. Dat is een leuke indicator, maar weinig precies. Ik heb bijvoorbeeld nergens gelezen hoeveel wethouders de verschillende partijen gezamenlijk in al die gemeenten hebben weten te verwerven. Was dat relatief gezien meer of minder dan vorig jaar? Het maakt nogal uit of je 1 wethouder hebt in Rotterdam (in een college van 10 wethouders) of 4. Alleen bij de NRC niet. 

Ten derde: ook de NRC deed weer mee aan de onzinnige vergelijking tussen VVD, CDA, D’66 etc. versus de lokale partijen. Hoewel ik nergens heb gelezen hoe een lokale partij door de NRC wordt gedefinieerd, is het alleen maar zinnig om lokale partijen met landelijke partijen te vergelijken. Om de simpele reden dat lokale partijen een verzamelterm is (bedacht door wetenschappers) voor heel veel totaal verschillende partijen die gemeen hebben dat ze maar in één gemeente aan de verkiezingen meedoen (althans volgens mijn definitie). Leefbaar Rotterdam is de grootste partij in Rotterdam, en is daar groter dan CDA, VVD, D66, maar landelijk hebben VVD, CDA en D66 veel meer stemmen en raadszetels dan Leefbaar Rotterdam. Vergeet niet dat sommige lokale partijen ronduit populistisch zijn, dat andere lokale partijen een plaatselijke combinatie zijn van linkse partijen en dat weer andere lokale partijen vooral one-issue-partijen zijn. Al die partijen worden door de NRC op één grote hoop gegooid. Dan moet je dat ook met al die landelijke partijen doen.

Ik weet het: wetenschappers zijn vaak tenenkrommend precies en genuanceerd. Maar dat probleem los je niet op door er een rommeltje van te maken. 

Vanwaar dat klagen over #gemeenteraden

mei 21, 2018 by  

Wim Voermans was bijna een groot man geweest in de wereld van het lokaal bestuur. Hij kreeg als wetenschapper veel geld om onderzoek te doen naar het functioneren van de gemeenteraad. Een commissie onder leiding van toenmalig wethouder Kajsa Ollongren zou zijn onderzoek omzetten in een belangrijk advies. Het liep allemaal anders. Voermans was te positief over de gemeenteraden volgens zijn opdrachtgever, de VNG. Hij werd vakkundig kaltgestellt. Voermans kreeg meer geld om langer onderzoek te doen en de  VNG riep snel een andere commissie in het leven onder leiding van Wim van den Donk. Het resultaat liet zich voorspellen: Van den Donk meldde dat er veel mis is met het functioneren van de gemeenteraad. En dat wilde de VNG blijkbaar horen. 

Overigens heb ik me (hier) al eerder verbaasd over dat rapport van Wim van den Donk. Het was een somber rapport. Alarmbellen gingen af over het lokaal bestuur. Maar de adviezen van de commissie waren zeer mager. Het dualisme tussen gemeenteraad en College van B&W moest worden geëvalueerd en de wijze van benoeming van de burgemeester moest onaangetast blijven. Dat was alles. Ik dacht meteen al: als er zo weinig hoeft te veranderen, zal er ook niet zoveel aan de hand zijn.

Voermans verwerkte samen met Geerten Waling alle opgedane kennis in een leesbaar boek: Gemeente in de genen. Bovenstaande anekdote komt pas aan het slot van het boek aan bod. En dan pas gaan Voermans en Waling helemaal los. Ze schrijven dat ze zich ergeren aan het geklaag van de bestuurlijke elite over de lokale democratie en met name over het zogenaamde slechte functioneren van gemeenteraden. Ze verbazen zich over alle voorstellen voor andere vormen van democratie (“meervoudige democratie” in de woorden van Van den Donk) die door de bestuurlijke elite worden gedaan. Denk aan de G1000-projecten in tal van steden, waar willekeurige burgers (soms bij loting aangewezen) debatteren over de toekomst van hun stad. 

Tegelijkertijd hebben ze er wel een verklaring voor. Met politicoloog Tom van der Meer constateren ze dat er weinig mis is met onze democratie, maar veel mis is met de bestuurscultuur van de oude partijen. De oude partijen beginnen hun grip op het geheel te verliezen en komen juist daarom, volgens Voermans en Waling, met al die voorstellen voor andere vormen van democratie. Let op: vanuit de gedachte dat die nieuwe vormen van democratie door de elite gemakkelijker zijn te bespelen dan de oude gemeenteraad.

Waarom zou dat zo zijn? Ten eerste verliezen de oude politieke partijen snel terrein in de gemeenteraden (vooral ten gunste van lokale partijen die veel meer een doorsnee zijn van de bevolking dan de hoogopgeleide vertegenwoordigers van de bestuurlijke elite). En ten tweede worden de uitkomsten van al die nieuwe vormen van inspraak, participatie, doe-democratie etc. vaak bepaald door de hoogopgeleiden. Als ze al een uitkomst hebben. Zeg maar, de mensen waarmee de oude elite veel verwantschap voelt. Er moeten dus nieuwe vormen van democratie komen, omdat de elite haar grip op de oude democratie aan het verliezen is.

Het is een interessante gedachte. Maar ben ik het ook eens met die stelling?

Ik heb me inderdaad al tijden verbaasd over die voorliefde voor andere vormen van democratie bij mensen die in de ‘oude democratie’ groot zijn geworden. Annemarie Kok vroeg zich eerder af: vanwaar toch die ‘weg-met-ons-mentaliteit’? Maar ik zag het vooral als een wanhoopspoging, vanwege die vermeende kloof tussen burgers en politiek. Vanwege het vermeende afnemende vertrouwen in politici. Ik zag het toch vooral als een poging om de burgers weer meer bij de politiek te betrekken.

Maar Voermans en Waling gaan veel verder. Zij zien de nieuwe democratische vormen als een instrument van de bestuurlijke elite om de macht vast te houden die gaandeweg in de gemeenteraden is verloren. Die veronderstelde kloof is geen kloof tussen politiek en burgers, maar een kloof tussen de huidige elite en de nieuwe burgers. 

Een aantal feiten valt niet te ontkennen:

Ten eerste: ik ken geen onderzoek dat aantoont dat gemeenteraden tegenwoordig minder functioneren dan vroeger, zeker als het primaire doel is van de gemeenteraad om de bevolking te representeren. 

Ten tweede: er is veel onderzoek dat aantoont dat al die nieuwe vormen van democratie (buiten de gemeenteraad om) vooral ten goede komen aan hoogopgeleiden en dat de Colleges van Burgemeester en Wethouders vaak subtiel gebruik dan wel misbruik weten te maken van de uitkomsten van die nieuwe vormen van democratie. 

Ten derde: al die nieuwe vormen van democratie zijn inderdaad nooit bedoeld om onderwerpen aan te kaarten die de politieke en bestuurlijke elite onwelgevallig zijn. Asielzoekers moeten wel een woning krijgen, vliegtuigen moeten wel blijven vliegen, Polen moeten hier wel kunnen werken, het klimaat moet wel veranderen. 

Ten vierde: vooral in sociaal-democratische hoek zijn veel voorstanders van de nieuwe vormen van democratie te vinden (Plasterk, Wallage etc). De PvdA is in de laatste decennia haar positie in het lokaal bestuur (in de gemeenteraden) geheel kwijtgeraakt. Lokale partijen hebben overigens geen nieuwe vormen van democratie nodig om contact te houden met de bevolking. 

Ten vijfde: nadat ze aanvankelijk enthousiast waren over het referendum, draaien oude politieke partijen momenteel dit instrument weer de nek om, mede omdat de uitkomsten helemaal geen ondersteuning waren voor hun beleid. Worden nieuwe vormen van democratie alleen toegejuicht zolang ze een middel zijn om het beleid van de politieke en bestuurlijke elite te legitimeren? 

Misschien zijn Voermans en Waling wel te cynisch, maar misschien was mijn geloof in de politieke en bestuurlijke elite nog te groot. Ik weet niet wat erger is. 

« Vorige paginaVolgende pagina »