De marathon als wijze van leven @MarathonRdam

april 10, 2016 by  

Ik was vanmiddag te gast bij de Rotterdam Running Ambassadors. Werkelijk te gast. Alleen maar aardige mensen, die zich allemaal kwamen voorstellen. Ik sprak daar een bijzondere man. Herman Wilton. Herman had de marathon van Rotterdam al 30 keer gelopen. Hij had veel last van artrose, onder andere aan zijn knieën. Toch zat hij klaar voor zijn 31e keer. Hij vertelde me dat hij altijd had gedacht dat hij marathons liep omdat ze zo goed pasten bij zijn wijze van leven. De gezonde leefwijze stond voorop, de marathons waren een middel. Maar intussen had hij vooral veel pijn bij het lopen. Zo gezond waren die marathons niet meer. En toch kon hij er niet afblijven. Hij moest en zou vanmiddag zijn 31e marathon van Rotterdam lopen. Hij kon niet zonder. Die marathon ging ver uit boven die gezonde leefwijze. Het bleek dat de marathon zijn wijze van leven was. En daar stop je niet mee vanwege een pijntje hier of een pijntje daar. Herman finishte later op de dag in 4:43, netto.

Afscheid van mijn teen

april 1, 2016 by  

Het einde is in zicht. Eindelijk. Ik heb er drie jaar tegen aan lopen hikken. Eigenlijk is het na de K78 van 2013 nooit meer helemaal goed gekomen. Beter gezegd: het was al niet goed toen ik die K78 liep. Vier maal naar de fysio in de voorafgaande week. Ingetapet 78 km lopen, met 2600 hoogtemeters. [Ik heb genoten.] En dat allemaal door die zweepslag. En die zweepslag kwam door die nieuwe schoenen. En die nieuwe schoenen had ik nodig vanwege die zere teen.

Zo draaide het leven een jaar of vier rond een zere teen. Meneer speelde op na een kilometer of tien. En meneer kreeg steeds weer nieuwe schoenen. Om meneer gunstig te stemmen. Met een paar van die nieuwe schoenen liep ik in 2014 de marathon van Amersfoort. Een beschadigde meniscus was het gevolg. Daarna liep ik in 2014  niet meer. In 2015 liep ik nog maar twee marathons. Die van Rotterdam met een voorbereiding van 12 dagen. Het ging. In Amsterdam liep ik in de kou en de regen net boven de 4 uur. Ja, met een opspelende teen.

Vanaf dat moment bereidde ik me voor op de marathon van Rotterdam op 10 april. Sommige weken gingen redelijk, andere weken sloeg ik de meeste trainingen over. Geen zin, vanwege de pijn. Of gewoon geen zin vanwege de regen. Of vanwege de kou. Of vanwege het donker. Mijn tolerantiegrens voor loopellende werd steeds gemakkelijker overschreden. Maar vorige week zat ik ouderwets op een schema van 5 trainingen. Een duurloop van 23 km, in keiharde wind in een kale polder. Zon, en ja, weer regen. En toen was het blijkbaar genoeg. Ik kreeg de schoenen niet meer aan.

Er is een belangrijke druppel die me nu, voor dit moment, heeft doen besluiten om die marathons verder te vergeten. Ik heb een nieuwe vriend. Beter gezegd een nieuwe liefde. Mijn fagot. We kennen elkaar al vele jaren. Maar we waren niet eerder zo onafscheidelijk. We studeren elke dag een paar uur. Hij gaat een paar keer per week op mijn rug met me mee. Gaan we lekker buiten spelen. In casu: in een bedompte kapel van een school, in een gymzaal in een wijkgebouw, in een concertzaal van een conservatorium. En om hem doe ik Alexandertechniek. Om nog meer één te zijn. En ja, hij vindt het niet fijn, al dat lopen. Het gaat niet alleen van zijn tijd af. Maar mijn lippen verliezen in die lange duurlopen ook de soepelheid waarop hij zo is gesteld. Dat wil ik hem niet langer aandoen.

Maar melancholisch is het wel. Wat waren de mooiste? Natuurlijk: die tweemaal Swiss Alpine, K78 te Davos. Elke meter kan ik nog steeds afspelen in mijn hoofd. Maar dat geldt ook voor die twee Zestig’s van Texel. De eerste keer in de regen, de tweede keer in de warme zon. En die vijfmaal Berlijn, met dat PR in 2009 [3:13:56]. En die 13 keer Rotterdam. Ja 13. Bijgelovig ben ik niet. Als ik eerlijk ben: vanaf die eerste marathon in 2000 in Rotterdam heb ik 10 jaar heerlijk gelopen. Afgezien van een langdurige overtraindheid in 2005 en 2006. Daarna is het verval erin geslopen. En nu is het einde daar. Het einde van al die schema’s, van al die punten, van al die kilometers, van al die trainingen. Van loopgek naar fagotverliefd. Tenzij.

En nu vermengt de pijn van de teen zich met de pijn van het afscheid.

Maar ik heb genoten! Ik raad het iedereen aan. Koop een paar goede schoenen. Koop een paar broekjes, een regenjackje. Die shirtjes krijg je wel bij de marathons. En ga lopen!

De hallux valgus die geen hallux valgus was

april 25, 2015 by  

Voor mijn website gebruik ik het programma WordPress. Het programma geeft me inzicht in mijn bezoek. Hoeveel mensen komen op mijn site en wat lezen ze? Het programma geeft ook een klein inzicht in de zoektermen van de mensen die mijn site bereiken. Soms staat er ‘blog wim derksen’. Dat zijn de gesprekken bij de koffie-automaat. “Heb jij die blog al gelezen”. Dat stemt natuurlijk blij.

Maar veel vaker staat er ‘hallux vulgas’. Ja, het lijkt alsof mijn site vooral wordt bezocht door mensen die meer willen weten van de hallux valgus, de krom-staande teen, waarover ik ooit een blog schreef. Je kan het een teleurstelling noemen, het is op zijn minst een relativering.

Dat geldt te meer daar ik geen hallux valgus heb, terwijl mijn blog het tegendeel beweert. Ja, er waren artsen die beweerden dat ik een hallux valgus had. Ja, ik had ook last van mijn teen bij het hardlopen. Maar die teen was vooral ontstoken. Na jarenlang trainen in de verdrukking geraakt in de schoen. Eerst een jaar een doof gevoel, toen een jaar af en toe pijnlijke steken en toen een jaar pijn bij het lopen, elke dag. De teen was gewoon overbelast. Niks dus hallux valgus.

Ik schrijf dit nog maar eens voor al die mensen die op mijn site het antwoord voor al hun kwalen denken te vinden. Ik ben overigens best bereid om te vertellen wat ik heb gedaan om mijn overbelaste voet en mijn ontstoken teen te ontlasten. Ik ben eerst op minimalistische schoenen gaan lopen. Ze waren zo minimalistisch dat ze inmiddels uit de handel zijn genomen. Mijn voet raakte op geen enkele manier bekneld en van pijn had ik in deze schoenen dan ook nooit last. Wel kreeg ik regelmatig een zweepslag, vanwege het ontbreken van een hak. Die zweepslagen zijn vervelender dan een ontstoken teen. Daarna ben ik overgestapt op vederlichte schoenen, met heel weinig steun. Ik liep er een marathon op en beschadigde mijn meniscus. Het kostte een half jaar herstel.

Tegenwoordig doe ik wat veel oudere mensen doen die last hebben van een hallux valgus: ik koop mijn loopschoenen één maat te groot. Dat helpt tegen mijn ontstoken teen. Maar ik heb dus geen hallux valgus. Wat ook helpt: een tijd minder trainen. Dat vindt zo’n teen ook erg lekker. En ten slotte: de dagelijkse schoenen zijn waarschijnlijk nog belangrijker dan de loopschoenen. Wie de hele dag zijn tenen afknelt, krijgt als hardloper ongetwijfeld last.

En daarmee hoop ik al die mensen die zich op mijn site melden met een hallux valgus toch een beetje te hebben geholpen op basis van een andere kwaal. Ach, het effect van al die kwalen zal wel niet zoveel verschillen.

Verslaafd aan @MarathonRdam

april 12, 2015 by  

Ook vorig jaar had ik weinig getraind voor de marathon van Rotterdam. Ik had een startbewijs, maar had al lang besloten om mijn favoriete marathon dit jaar aan me voorbij te laten gaan. Bij toeval moest ik de vrijdag voor de marathon in Rotterdam zijn. Ik zag de borden en de hekken en was weer verkocht. Ik reed nog terug naar Den Haag om mijn spullen op te halen. Het werd een heerlijke loop, in 4.12.

De voorbereiding kon nog beroerder. Na die 4.12 deed ik weinig tot niets. Onder druk van een afspraak toch maar de marathon van Amersfoort gelopen in juni 2014. In 4.10. Maar na afloop was mijn meniscus zwaar beschadigd. Ik kwam een half jaar op de tafel bij de fysiotherapie. En toen alles grotendeels voorbij was, had ik geen zin meer. Geen zin. Ik had genoeg gelopen met pijn in mijn rechtervoet, met pijn in mijn linkerknie, met zweepslagen en al dat andere ongemak. Ik had de K78 in juli 2013 volbracht en was nog steeds toe aan rust. Een mentale blessure nam het van de fysieke over. Natuurlijk had ik me voor de zekerheid wel ingeschreven, zoals ik me ook al maanden geleden had ingeschreven voor de Zestig van Texel op Tweede Paasdag. Texel ging voorbij. En Rotterdam leek eenzelfde lot beschoren.

Totdat mijn fysiotherapeute enigszins spottend vroeg of ik Rotterdam nog zou lopen. Ik mompelde iets van ontkenning. “Als je hem start, loop je hem wel uit.” Ik mompelde nog iets van mindere ontkenning.

De volgende dag had ik mijn trainingsschema klaar. Dinsdag 7 km, donderdag 9, zaterdag 13 en maandag 20. Daarna 6 dagen afbouwen tot de marathon. Elke mislukte training zou het einde van de plannen zijn. Ik strompelde heel wat af, maar ik ging wel razendsnel vooruit. Tijdens de trainingen liep ik steeds 4 minuten hard en wisselde dat af met 1 minuut wandelen. Alles lukte. Er waren dus geen redenen meer om Rotterdam niet te lopen.

Ik geef het toe: het is een bizarre voorbereiding. Maar als je 20 km kan lopen in 2 uur, moet je aan 5,5 uur toch echt genoeg hebben voor die 42. En er lonkt wel een spannende marathon. Vroeger liep ik ze als trainingsmarathon, voor nog grotere of snellere loopjes. Nu is het weer een echte marathon. Hij doet me denken aan die eerste keer. Met Bert en met Huib en met Leo. Ach, en zenuwachtig ben ik altijd.

Er is wel één verschil. Toen was het mijn eerste marathon, nu mijn 46e. En toen was ik nog niet verslaafd aan het lopen. Had nog geen boek geschreven onder de titel Loopgek. Want als ik eerlijk ben: het heeft iets van die ene sigaret. Die je plotseling wordt aangeboden en die onweerstaanbaar is.

We zullen zien. Schreef ik op de avond voor de marathon.

En we hebben gezien. Wie geen loper is kan beter stoppen met lezen. Onderstaande is slechts de eufore tekst van een eufore loopgek. Piet loodste me binnen bij Nationale Nederlanden. Zijn club heeft daar altijd gastvrijheid. Verschillende lopers bleek ik te kennen. Beetje kletsen, beetje wc, beetje verkleden, en weer kletsen. Daarna naar de start. De spanning. Het bekende geluid van de heli’s. Het geluid van de spreekstalmeester, wiens tekst altijd aan je voorbij gaat. Nog een flesje drinken in het startvak. En je laatste plas terugdoen in hetzelfde flesje. Het startschot van de burgemeester, als inleiding op die fantastische startmuziek van Rotterdam. Weg op een schema van 6’ lopen en 1’ wandelen. Het leidt tot allerlei sportieve reacties van medelopers, die me na 1 km al van alles aanbieden. Het weer is geweldig. Goede temperatuur, veel zon en dus veel publiek. Ik heb het in Rotterdam nog nooit zo druk gezien. Eten en drinken gaan onderweg zonder problemen. Ik plas twee keer en poep eenmaal. En de organisatie is perfect. Ik kom terecht op een schema van 30’ per 5 km. Op de terugweg wandel ik de Erasmusbrug op. Ik wandel in de tunnel op de Blaak, en ik sta een tijd te praten met Arda op 37 km. Daarna wordt het nog even zwaar. De benen zijn stijf. Maar de geest is helder, en dat is wel eens anders bij het 40-km-punt. Na 4.26.34 bereik ik de finish. Ik stuiter nog een tijdje in het finishvak. We feliciteren elkaar, we omhelzen elkaar, mannen die elkaar nog nooit eerder hebben gezien. Het fantastische moment om Arda en Bas weer te zien. We lopen weer naar Nationale Nederlanden. Nog meer bekenden. En allemaal zijn we vandaag vrienden.

Het was mijn 46e marathon, het was mijn 13e in Rotterdam. Onderweg geniet ik vooral. En als ik denk dan realiseer ik me dat straks alles kapot en over kan zijn. Maar dat ik mijn marathonloopbaan dan wel heb beëindigd met mijn mooiste marathon.

Maar alles is niet kapot. Niets is kapot. Dit jaar toch maar proberen die 50 marathons vol te maken.

Interview Hoogtelijn

april 5, 2014 by  

In het eerste nummer van Hoogtelijn van 2014 staat een uitgebreid interview met mij over het lopen van de K78 in 2013. Ik laat commentaar achterwege. In ieder geval hoort het interview op mijn website. Lees hier verder.

« Vorige paginaVolgende pagina »