Hallux valgus en andere ellende

januari 15, 2014 by  

Ooit schreef ik hier over mijn hallux valgus. Het is niet het ras van mijn hond, ook niet van het konijn dat ik nooit heb gehad. Het is een afwijking aan je voet, die zeer pijnlijk kan worden bij hardlopen. Het moet een klacht van velen zijn, want ik kom bijna dagelijks bij de zoektermen waarmee mijn site wordt gevonden, de term ‘hallux valgus’ tegen.

Inmiddels is mijn ervaring met het fenomeen aanzienlijk uitgebreid. Ongeveer anderhalf jaar heb ik met een pijnlijke voet hardgelopen, marathons gelopen en zelfs de K78 gelopen. Allemaal veroorzaakt door een hallux valgus. De grote rechterteen boog naar rechts, waardoor de voet als geheel breder werd en zich tussen de botten van de grote teen  kraakbeen begon te vormen. Met name dat kraakbeen is nogal pijnlijk. Een lange zoektocht naar zooltjes en schoenen nam zijn aanvang. Omdat mij verzekerd was dat het een ‘ouderdomskwaal’ was, die onherstelbaar was, kocht ik vier paar nieuwe dagelijkse schoenen met een speciale breedte-maat. De oude schoenen gingen naar het Leger des Heils. Een extra brede hardloopschoen beviel niet. Wel kocht ik loopschoenen die een half maatje groter waren. Ik liep drie podologen af, met wisselende zooltjes tot gevolg. Zonder succes.

Natuurlijk, het lag aan mij: ik nam geen tijd om zooltjes eens rustig uit te proberen. En al helemaal niet om de voet eens tot rust te laten komen. Ik moest trainen, en voor oponthoud was geen tijd. Ik beloofde bij de laatste podoloog dat ik na de K78 wel terug zou komen. Dat was tegen die tijd ook echt nodig. De pijn was zeker niet afgenomen, en de druk om te trainen was weggevallen. Dan ga je die pijn meer voelen. Ik stopte nagenoeg met trainen en merkte tot mijn verrassing dat mijn voet steeds smaller werd. Die hallux valgus mocht dan een onherstelbare ouderdomskwaal zijn, die voet was ook gewoon ontstoken. Door een tijd weinig tot niet te trainen, verdween de ontsteking en stond mijn teen plotseling veel minder scheef. Ik kreeg bijna spijt dat ik al mijn schoenen naar het Leger des Heils had gebracht.

Ik maakte weer een afspraak bij de sportpodologe [www.delopendezaak.nl]. Ze leerde me dat mijn hallux te maken had met mijn manier van lopen. Ik wikkelde met name met de rechtervoet naar binnen af, waardoor die grote teen bij elke stap een klap kreeg. Ik begon iets te begrijpen van die ontsteking. Ze gaf me een nieuw zooltje, waardoor ik meer naar voren afwikkel. Het was geen genot, maar ik kon wel weer zonder pijn lopen.

Inmiddels zijn we aan het experimenteren geslagen. De podologe vertelt overtuigend dat de hallux valgus bij de meeste mensen het gevolg is van het gebruik van schoenen, en met name van te smalle schoenen. Die voeten passen zich na een leven van afknellen  aan de schoenvorm aan. En daarin past een hallux beter dan een brede voorvoet. Uitgaande van de oorspronkelijke vorm van de voet zou een schoen niet taps moeten toelopen maar juist in de richting van de tenen moeten verbreden.

Die gedachte heeft gevolgen voor de voorgestelde therapie. Ten eerste: zo weinig mogelijk schoenen gebruiken. Na twee weken binnenshuis op sokken lopen, was elke pijn aan de voet verdwenen. Ten tweede: de voet trainen, om de voet zover mogelijk in zijn oorspronkelijke stand terug te krijgen. Ten derde: nieuwe hardloopschoenen. Bij voorkeur zo minimalistisch mogelijk en bij voorkeur ook met een hele slappe zool. Ik had al eerder gemerkt dat ik pijnloos kon lopen in minimalistische schoenen van Saucony. Maar het is wel wennen. En het vraagt een betere looptechniek. Niet stiekem een beetje op de hak landen, maar echt op de middenvoet, zo mogelijk op de voorvoet. En vooral: een hoge pasfrequentie. Ik wist dat mijn pasfrequentie altijd veel te laag was (130-140), terwijl 170-180 gewenst is. Juist door die hogere frequentie heb je geen tijd meer om op je hak te landen.

Ik besef dat die hallux nog niet helemaal weg is. En ook nooit meer helemaal weg zal gaan. Maar vanochtend liep ik wel een heerlijke intervaltraining van 10 kilometer. Op minimalistische schoenen, met een hoge pasfrequentie en zonder enige pijn.

[wordt vervolgd]

De loopgek loopt even niet meer

oktober 3, 2013 by  

tired-runnerHet is één van die vele gouden regels van hardlopers: je hebt één week herstel nodig per 10 kilometer wedstrijd. Dus na vier weken voel je de marathon niet meer. En ja hoor, na 7,5 week was mijn lichaam hersteld van de 78 km van de Swiss Alpine. Herstel betekent: geen last meer van snelle verzuring. Weer kunnen genieten van een soepel lijf. Om meteen maar een mogelijk misverstand weg te nemen: het trainingsniveau van vóór de Swiss Alpine is nog ver weg. Daar heb je nog een paar maanden voor nodig.

Ten minste als je weer een doel hebt. En die had ik, dacht ik. De marathon van Den Haag, de marathon van Amsterdam. Ik had ‘Den Haag’ graag gelopen, het was de eerste keer dat hij werd georganiseerd. En ik had me stiekem voorgenomen In Amsterdam weer eens 3:30 te lopen. Altijd handig voor het startvak in de komende jaren. Maar ik geef toe: het was leuk om Den Haag te lopen, het was leuk om 3:30 te lopen (als ik die tijd al ooit had gelopen). Maar in het licht van die ene grote K78 niet meer dan ‘leuk’. Na die befaamde training waarin het lichaam weer helemaal deed wat het moest doen, ging het dan ook onverwachts mis. Mis met de geest. Ik had geen zin. Ik had geen zin in trainen. Ik had geen zin in al dat plannen van al die trainingen. Ik sloeg een dag over, ik sloeg twee dagen over, drie. En na tien dagen met een onwezenlijk gevoel te hebben rondgelopen, zat ik nog steeds in mijn luie stoel.

Zo onverwacht als het was begonnen, deze periode van inertie en verderfelijke luiheid, zo onverwacht kwam het einde. Althans zo leek het. Ik deed mee aan een cantatedienst in Scheveningen en blies tijdens de generale repetitie om 9 uur in de vroegte op zondagmorgen een prachtige aria. Bach is vermoeiend voor moderne fagotten. En een aria al helemaal. Ik pufte en snakte na afloop naar adem. Het bracht de dirigent, die mij verder niet kende, en die zelf gelet op zijn omvang niet de indruk wekte binnenkort een duurloop te gaan doen, ertoe om mij vriendelijk toe te voegen ‘dat ik meer aan sport moest gaan doen’. Het halve orkest lag in een deuk, terwijl de goede man voorzichtig probeerde zijn buik aan ons zicht te onttrekken. Zonder succes overigens.

Mijn orkestvrienden wisten niet hoe hard die opmerking mij trof. Voor hen was ik de loopgek, zij wisten niet dat ik al 10 dagen te lui was om een stap te zetten. Die tijd was nu voorbij. Ik reed dezelfde middag met Arda mee naar vrienden in Leiden om zelf, met een omweg, terug te lopen naar huis. 22 km in 110’. Het ging geweldig. Het leek geweldig.

Ik trainde weer vijf keer per week. De marathon van Den Haag had ik inmiddels gemist, maar Amsterdam was haalbaar. Misschien in een iets langzamere tijd. Toch bleef de flow maar 10 dagen. Na 10 dagen rust volgden slechts 10 dagen intensieve training. Het ging niet slecht. Het lichaam hield het goed. Maar de geest kon het niet aan. Na 10 dagen was ik me de hele dag aan het haasten om in ieder geval nog 90’ te lopen. Hollen naar de trein, hollen naar huis. Hollen, hollen, alleen om die training niet mis te lopen. Plotseling was het over. Ik had even geen zin meer in dat hollen. Wel zin in lopen, maar geen zin in al dat haasten om de laatste minuten van de dag te vullen met een training. Het was ruim 10 weken na de K78. Ik besloot in de rest van het jaar geen marathons meer te lopen en geen trainingsschema’s meer te volgen. Eigenlijk, als je er nog eens goed over nadenkt, is dat loopje in de bergen best te doen. En dan kom je jezelf 10 weken later in een eerste-klascoupé keihard tegen. En geef je het op.

Swiss Alpine 2013

juli 31, 2013 by  

swissalpine2013
Verschenen in: NRC.Next 30 juli 2013 en in NRC Handelsblad op 31 juli 2013
Geschreven door: Wim Derksen

Om 7 uur staan we aan de start. Het is mijn tweede K78, het hoofdonderdeel van de Swiss Alpine. Een loop van 78 km, met 2650 hoogtemeters. 2650 meter stijgen en 2650 meter dalen. Start en finish in Davos. De eerste 30 km lopen we in. Netto dalen we 500 meter. Daarna begint het echt. Bijna non-stop klimmen van 980 naar 2739 meter. Hardlopend, wandelend, soms op handen en voeten. Ik weet nog hoe misselijk ik de vorige keer was, nadat ik de top had bereikt. En hoe pijnlijk de afdaling naar de finish.

Angst voor wat komen gaat bepaalden de laatste dagen. De tweede keer is nog erger dan de eerste. Ik weet wat me te wachten staat. Ik hou van de Swiss Alpine, maar wat kan ik hem ook haten. De laatste nachten houdt de adrenaline me uit de slaap. Vanmorgen om half 5 opgestaan. Om 5 uur een paar pannenkoeken met rozijnen. Daarna alleen nog maar zenuwen. Om 6 uur in het atletiekstadion. Drinken, plassen, drinken. Lange rijen voor de wc’s, omdat ze te veel hebben gegeten. Uit angst.

Wachten in het startvak. Gejuich bij het startschot. Emoties bij de start. Het is wél onze Elfstedentocht. 1300 lopers, uit vele landen. Mannen, vrouwen, van alle leeftijden. Dé ultraloop van Europa. Ons feest. Maar, als we eenmaal lopen, is het ieder voor zich. Er wordt niet gepraat. Opperste concentratie. In de eerste 30 km moet je niets verspillen. Koolhydraten aanvullen zolang het kan. Niet vallen. Lopen met de handrem aan. Wie nu te hard loopt, komt zichzelf straks dubbel en dwars tegen. Alleen vooraan wordt gestreden om de overwinning. De rest loopt alleen langs zijn eigen meetlat. Jezelf bewijzen. De vaders van voorwaardelijke liefde lopen als schimmen met ons mee.

Om de Swiss Alpine te volbrengen, moet je vooraf verschrikkelijk hard trainen. Ik train al jaren 5 maal per week. De laatste 6 maanden is de duur en de intensiteit van de trainingen danig opgevoerd. Ik maak weken van meer dan 10 uur. Drie marathons, als training. Vooral zorgen dat je al die maanden heel blijft. Maar heel bleef ik niet. Longontsteking in februari. Al meer dan een jaar stekende pijn aan mijn voet. Drie podologen versleten in een half jaar. Drie paar nieuwe schoenen. Resultaat: een andere blessure. Elke week fysiotherapie. Ook in Zwitserland (“Aah, Sie sind sportverrückt!). Een lichtgroene tape houdt vandaag mijn linker kuit bij elkaar. En mijn voet ga ik vergeten. Met paracetamol.

In Filisur, na 30 km staan Arda en Bas, mijn vrouw en mijn hond, langs de kant. Heerlijk om ze te zien, zoals later in Bergün en Sertig Dörfli. Het zijn bijzondere momenten. Maanden stonden in het teken van de Swiss Alpine. Alles moest ervoor wijken. Het schema (trainingshulp.nl) was heilig. Vandaag 120 minuten interval, dan is het 120 minuten interval. Dan maar niet bij de buren op de koffie. Gedrevenheid. Loopverslaving. En daarmee moet je dan leven.
Bij Bergün voel ik me uitstekend, na 40 kilometer! Fris. Ik word overmoedig en bedenk me dat ik eindelijk weet hoe je een ultraloop moet indelen. Vooral: nooit forceren. Als het hellinkje te steil is, gewoon even wandelen. Ontspannen lopen. Genieten.

Zo simpel laat de Swiss Alpine zich niet verslaan. Hij is duidelijk zwaarder dan de vorige keer. Ze hebben er 400 hoogtemeters en zeven sneeuwvelden tussen gemoffeld. En hoe mooi het boven ook is – ik zag nog nooit zoveel gentianen -, het is bijna een luguber landschap. Met de grote besneeuwde toppen vlak naast ons, springen wij uren van steen naar steen.

Maar het ergste is de temperatuur. In Davos bijna 30 graden. In Rotterdam wordt bij dergelijke temperaturen de marathon afgelast. Bij ons worden slechts twee helikopters ingezet, om de gesneuvelden naar het ziekenhuis te brengen, of 1000 meter lager in een weiland te droppen. In elke bergbeek zoeken we verkoeling, het water van de drinkposten wordt tot schrik van de vrijwilligers niet opgedronken, maar over het hoofd gegoten. En toch blijft het smoorheet.

swissnrcNatuurlijk, de organisatie had ons vooraf gewaarschuwd. We moeten per uur minstens 1 liter drinken. Maar hoe doe je dat, als het lichaam zich daartegen verzet? Vijf kilometer na Bergün, en na 400 meter klimmen in een felle zon, gaat het licht bij mij plotseling uit. Weg is het genieten, weg is de euforie. In Tuors drink ik twee bekers, bouillon en iso tea lemon. Een kilometer verder in Chants weer. Maar nog een kilometer verder, komt alles er weer ongemengd uit. Ik klim door naar de Kesch Hütte, met de zekerheid dat ik te weinig gedronken heb. Ik zie medelopers met vochttekort onderweg liggen. In het cellofaan, wachtend om door de helikopter van de berg te worden gehaald.

Ik haal de Kesch Hütte wel. Om het drinken te bevorderen neem ik een banaan. Vijf seconden later, misschien 10, ligt hij in een blauwe emmer voor me. Ik word afgevoerd naar de EHBO, en een helikoptervlucht dreigt. Gelukkig is mijn buurman er slechter aan toe. Ik vraag om Cola, dat pas bij de volgende drinkposten wordt geschonken. Ik drink een liter en knap er zienderogen van op. Een wazig moment wordt gepareerd met rozijnen. Na ruim een half uur kan ik weer door. Er is nog 33 kilometer te gaan. En 400 hoogtemeters.

De rest van de tocht houdt Cola me op de been. En de verkoeling van bergbeken en sneeuwvelden. Na de Sertigpass dalen we nog 1300 meter tot de finish. Het lichaam wil liggen, de geest wil naar de finish. Ze voeren samen een heftige strijd. Pas 3 km voor de finish, als de speaker van het stadion uit het dal is te horen, overwint de geest. Wandelen is niet meer toegestaan, ik loop. Ik loop hard! Ik passeer een tiental strompelende medelopers. Ik kom stuiterend van de endorfinen het atletiekstadion in. Na de finish stuiter ik nog even door. Het is inmiddels kwart voor 8 ’s avonds. Wat houd ik van die Swiss Alpine! En ik weet het nu al: dit was niet de laatste keer.

Wim Derksen schreef ‘Loopgek’ (2011, Prometheus, Amsterdam)

Toelichting:
De K78 is het hoofdonderdeel van de Swiss Alpine. Voor de K78 hadden zich dit jaar circa 1200 deelnemers ingeschreven, waarvan ruim een kwart de finish niet heeft gehaald. Wim Derksen finishte na 12.45.41 als nr 621 van de mannen en nr 18 in zijn leeftijdscategorie (M60: mannen boven de 60). In 2010 liep hij zijn eerste K78, in een tijd van 10.20.44. In dat jaar was hij nr. 51 in zijn leeftijdscategorie (M55). Zijn eerste K78 stond centraal in zijn boek ‘Loopgek’, waarin hij beschrijft hoe hij verslaafd is geraakt aan het lopen.

Voeding
De dag ervoor: lunchen met pannenkoeken, dineren met pasta en appeltaart, voor het slapen gaan nog twee pannenkoeken. ’s Morgens vroeg: twee pannenkoeken en yoghurt. Eén liter sportdrank. Onderweg: 4 ‘gelletjes’ (120 kCal per stuk) en 9 Energy Blocks (20 kCal). Rozijnen. Sportdrank bij drinkposten.

Trainingsschema
Het schema bouwt op, tot ongeveer drie weken voor de loop. De laatste twee weken afbouwen (‘taperen’). Zwaarste week: 3 weken voor de Swiss Alpine (maandag 30′ duurlooptempo, 20′ heel snel (11 km); dinsdag 120′ crosstraining sportschool; woensdag 130′ snel met korte intervallen langzaam (25 km), donderdag rust, vrijdag rust, zaterdag 194′ lange duurloop (33 km); zondag 94′ spinning sportschool; totaal: 600′, 69 km, 6380 kCal.

Na de Swiss Alpine volgen een paar rustdagen. Daarna wordt de training op een lager niveau hervat. Vanaf de tweede week staan er weer 5 trainingen op het programma. Toch zal de Swiss Alpine wel een week of 6 voelbaar blijven bij de trainingen.

3512244_orig

Fietsen voor loopverslaafden: de loopfiets

juli 15, 2013 by  

Meb-on-ElliptiGO-617x421Een elliptigo, ik had er nog nooit van gehoord. Tot mijn lijfblad Runner’s World er melding van maakte. Een soort aangeklede advertentie, zoals je wel vaker tegenkomt in dit soort bladen. In de digitale versie kon je meteen doorklikken naar een Amerikaans filmpje om dit nieuwe wonder te aanschouwen. Elliptigo is een mooie naam, maar je kan ook gewoon ‘loopfiets’ zeggen. Want dat is het. Hij laat zich het beste uitleggen aan de hand van de crosstrainer, dat langlaufapparaat, waarop we allemaal wel eens hebben gestaan in de sportschool. De beenbeweging is geheel gelijk, terwijl we op de elliptigo met de handen gewoon het stuur vasthouden. Het handige van het ding is ook nog eens dat hij thuis als crosstrainer is te gebruiken. Een standaard wordt tegen betaling bijgeleverd.

Ik weet niet waarom ik meteen gegrepen was door dit nieuwe fenomeen. Een half jaar geleden was mijn crosstrainer thuis onder mijn trainingsgeweld bezweken. Het metaal was gaan scheuren en uiteindelijk afgebroken. Ik keek dus uit naar een nieuw en beter exemplaar. Een crosstrainer is ideaal als het heel slecht weer is, regen, storm, en het trainingsschema desondanks nog een loopje van 90 minuten voorschrijft. Wat is het dan verleidelijk om de crosstrainer achter de TV te plaatsen, het geluid hard te zetten, en 90 minuten binnen te zweten. Maar een crosstrainer kan natuurlijk nooit op tegen een heerlijke loopje in de duinen of door de polder, afhankelijk van waar ik me bevind. Buitenlucht, zon, uitzicht, dat alles moet je op een crosstrainer missen. En elk ander apparaat wat voor huiselijk gebruik bedoeld is.

Dat is nu het mooie van de loopfiets. Als het pokkenweer zet je hem in de woonkamer, of in het schuurtje, afhankelijk van de bereidheid van de partner om met de volgende gekte mee te doen. Als het mooi weer is haal je hem van de standaard, zet je hem op de straat en maak je een prachtige tocht. Buitenlucht, zon en uitzicht. Erg gangbaar is hij nog niet. Sommige mensen kijken je na of ze water zien branden.

Maar die onbekendheid heeft ook grote voordelen. Als je je vervoegt bij een handelaar in loopfietsen word je als een koning behandeld. Nee, als een nieuwe koning. Wilma van Run on Wheels in Ridderkerk wachtte me op met koffie. Daarna nam ze alle tijd om samen met mij alle polders in de wijde omgeving van Ridderkerk loopfietsend te bekijken. Polders hebben overigens één nadeel voor een beginnende loopfietser. Er zijn veel dijkjes. En veel scherpe bochten. Dus als je net de goede versnelling hebt gevonden, moet je met een rotgang door een scherpe bocht. Ja, ik draag inmiddels een helm als ik ga loopfietsen.

Hoe aardig Wilma ook was, en hoe goed de service van haar man ook is, ook zonder dat alles was ik meteen bezweken voor mijn nieuwe loopfiets. Hij mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Het is een geweldig ding. Ik maak al geregeld loopfietsend prachtige tochten door mijn polder. Met een hele respectabele snelheid van algauw 25 km/uur. Geoefende rijders halen gemakkelijk 30 km/uur.

Toch zullen er mensen zijn met slechts één simpele vraag: “Waar heeft een loper dat voor nodig?” Als je wilt lopen kan je toch gewoon gaan lopen en als je wilt fietsen is een fiets misschien wel net zo gemakkelijk. Ik kan het niet ontkennen. Maar als loopverslaafde heb ik twee keiharde tegenargumenten. Ten eerste: wat is er mooier voor een loopverslaafde dan ook op je fiets nog te kunnen lopen? Ten tweede: loopverslaafden hebben de neiging om geblesseerd te raken. Soms is dat zo ernstig dat je beter even je loopschoenen kan laten staan. Maar wie niet kan lopen, kan altijd nog loopfietsen! En wie blessures wil voorkomen, doet er goed aan om één van de vijf wekelijkse trainingen te vervangen door een looptraining op de fiets. Met hartslagmeter, met GPS, het is eigenlijk helemaal echt.

zie de elliptigo

zie Run on Wheels

Rotterdam Marathon als begin van nieuwe loopbaan

april 15, 2013 by  

Ik durf het nu wel toe te geven. Die dramatische marathon in januari, van Den Haag naar Noordwijk en terug, over het strand, had mijn zelfvertrouwen een aardige knauw gegeven. Strand is geen asfalt, maar toch. 4 uur en 33 minuten. En dat niet alleen. Het laatste uur moest ik steeds maar weer wandelen. Ik had één goed excuus: ik had wellicht een kleine griep onder de leden. Midden op het strand had ik staan kotsen en zelfs voor mij was dat nieuw. Maar de week na de marathon was ik fit en trainde ik goed. Pas daarna kwam een periode van vier weken griep en longontsteking.

Het voelde niet goed. Moest ik concluderen dat het einde van mijn loopbaan was aangebroken? [Ja voor fanatieke lopers is het lopen een parttime baan.] In 2012 was alles al misgegaan. Slechts één marathon, in Rotterdam, met een nette tijd van 3:38. Maar meer zat er niet in. Steeds maar weer ziektes en blessures en steeds maar weer nieuwe marathons en nieuwe ultralopen plannen, nadat ik de geplande voorbij liet gaan zonder een stap te zetten. En de vervelendste blessure was die kromme teen. Alle mensen boven de 60 kunnen daarover besmuikt praten. Een hallux valgus. De grote teen staat naar binnen en drukt de voet zo naar buiten. In de knobbel die vervolgens knel komt te zitten in de schoen, ontstaat al gemakkelijk een ontsteking.

Ik had die rare hallux al een paar jaar. Lange tijd was het niet meer dan een dood gevoel in mijn grote teen, sporadisch afgewisseld door een ferme pijnscheut. Ik weet die pijn aan een steentje in mijn schoen. Maar kon dat steentje achteraf nooit vinden. Na de zomer van 2012 kwam de fase van de erkenning. Ja, ik had een hallux valgus. Ik bezocht drie podologen en kocht vele zooltjes. Ik deed al mijn dagelijkse schoenen weg en kocht vier nieuwe paren, allemaal ‘extra breed’. De nuchtere kijk van de derde podoloog bracht enige rust in het circus. Ze decreteerde niet, maar ze experimenteerde. Zoals een echte wetenschapper betaamt, en dat bleek ze ook te zijn. Alleen in een ander vak.

De pijn ging over, tenminste als ik niet hard liep. Dus bij het lesgeven, bij het schrijven van stukjes en bij het slapen. Tijdens het hardlopen was de pijn minder, maar nog niet verdwenen. Uiteindelijk schafte ik ook nieuwe loopschoenen aan, een maatje groter dan normaal. Ook dat nam weer een deel van de pijn weg. Maar nog steeds niet alle pijn.

Dan ga je denken. Is dit nu het einde van mijn loopbaan? Is nu alles afgelopen? Kan ik nu nooit meer vijfmaal per week trainen. Kan ik nooit mee zenuwachtig worden voor een marathon? Kan ik nooit meer de Swiss Alpine lopen? Wie aan het antwoord denkt, heeft geen woorden. En als dan zo’n strandmarathon ook nog eens helemaal misgaat, lijken al die angsten te worden bevestigd. Dit is het einde van mijn loopbaan. Nooit meer vijfmaal trainen, nooit meer Rotterdam, nooit meer Berlijn, nooit meer Swiss Alpine.

En om die reden was de Rotterdam Marathon van 14 april 2014 zo cruciaal. Ik had mezelf beloofd dat ik alle verdere plannen zou cancelen als ‘Rotterdam’ niet goed zou gaan. Geen Leiden Marathon in mei, geen Swiss Alpine in juli, geen Vredesmarathon in september, geen SPARK-marathon in december. Nee, gewoon maar een andere hobby zoeken.

En zo sliep ik slecht de nacht voor de marathon (heb ik overigens altijd) en zo was ik weer bloednerveus de uren voor de marathon (heb ik overigens ook altijd). En zo probeerde ik thuis weer niet te laten merken dat ik bloednerveus was. En zo besloot ik om de Goden niet te verzoeken en ging ik weg op een beschaafde tijd van 3:50. En remde ik enorm af toen ik merkte dat ik alras veel sneller ging. Ik wist dat ik sneller kon, maar was doodsbang dat ik me te pletter zou lopen. Allemaal braaf 26, 25, 27 minuten over de 5 km. In dat altijd weer prachtige Rotterdam.

Na het passeren van de halve marathon, durfde ik voorzichtig te denken dat het helemaal niet zo slecht ging. Ik liep lekker constant door. En bij de terugtocht over de Erasmusbrug, de Zwaan, kon ik er niet om heen dat de tweede beklimming mij veel minder zwaar viel dan andere jaren. Bij de onderdoorgang van het Blaakse Bos bedacht ik me dat ook de laatste lus al weer vorderde. In de Boezemweg genoot ik van de muziek en merkte ik dat ik zeer aanspreekbaar was. Het Kralingse Bos was veel minder lang dan andere keren. Alleen de kasseiën van Alexanderpolder vielen tegen, zeker nadat een een andere blessure onverwachts opspeelde. Na 36 km was die even onverwachts weer verdwenen. Bij het feest in Kralingen genoot ik en riep een toeschouwer dat ik alleen maar lachte. Ze kon niet zien dat ik even later heftig huilde. Op de Boezemweg begon ik high fives te geven en ontving een heerlijk spekkie, waarmee ik mijn suiker op peil kon houden. Bij het 40-km-punt wandelde ik nog even om wat te drinken, want ook het drinken ging de hele dag goed. De Mariniersweg valt altijd wat tegen, want loopt omhoog, ook vandaag. Maar daarna begon het echte genieten. De dikke rijen mensen die al snel tot enthousiasme konden worden overgehaald. De kinderen die weer high fives wilden hebben. De laatste bocht, de Coolsingel op. Stampvol. Vrolijk, blij. De heerlijke dreunende muziek. En die laatste 2195 meter gingen in 11 minuten.

Na de finish maakte ik een dansje met een levende banaan, en nog een dansje met een andere levende banaan. Om mij heen was er vooral stilte. Neerhangende hoofden. Lopers die wel die tik hadden gekregen tussen 35 en 39 km. Die tik wilde bij mij vandaag maar niet komen. Zoals me heel zelden eerder is overkomen. Mijn loopbaan is weer even gered. Volgende maand mijn 42e en in juli weer de Swiss Alpine.

« Vorige paginaVolgende pagina »