Corona en waar is het lokaal bestuur

september 21, 2020 by  

Als ik een orkest hoor, hoor ik de fagot. Als ik Rutte en De Jonge hoor over een regionale aanpak van corona, denk ik aan het lokaal bestuur. Dat heb je als je je hele leven fagot hebt gespeeld. En als je lange tijd de ‘gemeenteprofessor’ van Nederland bent geweest.

Voor mij ging die persconferentie van Rutte en De Jonge op vrijdagavond dan meer over gemeenten dan over corona. Meer over centralisatie en decentralisatie dan over besmettingen. Het was ook een heel bijzonder moment. Wat gebeurde er? 

De regering besluit dat corona regionaal moet worden aangepakt, en vervolgens besluit de regering in welke regio’s welke aanpak vereist is. 

Ik leerde studenten vroeger altijd dat juist een decentrale aanpak het mogelijk maakt om goed aan te sluiten bij lokale problemen en bij lokale omstandigheden. Dat lokale beleidsvrijheid dus goed is voor de effectiviteit van het openbaar bestuur. Dat de kracht van de Nederlandse staat is gelegen in die ‘gedecentraliseerde eenheidsstaat’ die Nederland altijd is geweest. Dat was de theorie. 

Maar ik vertelde ook dat er voor burgers in feite maar één overheid bestaat. En dat voor de burger dat onderscheid tussen gemeente en Rijk maar een amorf onderscheid is. Een burger moet belasting betalen en wil vooral dat zijn problemen worden opgelost. Maakt niet uit door wie. Dat was de praktijk. 

En nu kunnen we de praktijk aan de theorie toetsen. Het blijkt dat de corona-besmettingen vooral in Noord- en Zuid-Holland snel in aantal toenemen. Ha, lokale omstandigheden! Volgens de theorie moeten de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dus aanvullende maatregelen nemen. In werkelijkheid onderhandelen zij met Rutte en De Jonge en moeten de laatsten hen ervan overtuigen dat nadere maatregelen onvermijdelijk zijn. Ik begreep dat de burgemeesters vooral hadden gepleit voor hun eigen horeca en dat Rutte en De Jonge pal stonden voor het tegengaan van COVID-19.

Een blog is te klein en te kort om een nieuwe theorie voor het binnenlands bestuur te formuleren. Het zou ook wat te pretentieus zijn. Toch zou 18 september 2020 achteraf wel eens een heel belangrijk moment geweest kunnen zijn voor de verhoudingen in het binnenlands bestuur, voor de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. Omdat het Rijk hier voor het eerst zo nadrukkelijk besloot welke maatregelen het beste pasten bij de lokale omstandigheden. 

En waarom gebeurde dat? Laat ik drie argumenten geven. 

  • Nederland is te klein. Het kan zo zijn, dat op dit moment het aantal COVID-19-besmettingen vooral in de Amsterdam, Rotterdam en Den Haag snel oploopt. Maar dat kan in dit kleine land zo weer overslaan naar Brabant, naar Gelderland en zelfs naar Groningen. De afstanden zijn zo klein, dat het hele land permanent onderling is verbonden. En besmettingen volgen graag verbindingen. Daarmee gaat het Rutte en De Jonge aan wat er nu in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag gebeurt. En als het hun aangaat kunnen ze het maar beter zelf beslissen. 
  • Het lokaal bestuur heeft te weinig gezag. Amsterdam en Rotterdam hebben op eigen gezag even geëxperimenteerd met mondkapjes. Het werd een mislukking. Burgers begrepen niet waarom het daar wel moet en elders niet (NL is te klein), maar het lokaal bestuur had ook volstrekt onvoldoende gezag om een eigen beleid door te zetten. Veel erger: ik lees dat burgemeesters nu in Den Haag eerder het belang van hun eigen horeca bepleiten dan voortrekker zijn in het indammen van de corona-besmettingen ter plaatse. Het lokaal bestuur kiest dus niet meer voor een beleid dat past op de lokale omstandigheden, het lokaal bestuur zet zich in voor lokale belangen tegen een Rijk dat een adequaat antwoord wil formuleren op lokale noden. 
  • Nederland is een eenheidsstaat. Al die wetenschappers die dromen over multi-level-governance. Al die lokale bestuurders die dromen dat ze ‘mede-overheden’ zijn. Het zijn dromen. De Nederlandse burger denkt mondiaal of kijkt naar SBS6. In beide gevallen wil hij dat Rutte en De Jonge optreden als corona weer de kop op steekt. In beide gevallen wil hij dat Rutte het klimaat wel of niet redt, de pensioenen wel of niet regelt, de belastingen voor bedrijven wel of niet verhoogt, Griekenland wel of niet steunt, de migranten van Moria wel of niet binnenlaat.

Nederland is alleen in naam nog een gedecentraliseerde eenheidsstaat. In de praktijk zijn we een eenheidsstaat waarin de gemeenten niet meer het publiek belang binnen hun eigen territoir definiëren, maar waarin gemeenten particuliere belangen (van de horeca) tegenover het publiek belang van ons allen verdedigen. En daarmee is het ‘huis van Thorbecke’ definitief verbouwd. 

Deel dit bericht:

Corona en de nieuwe Concert-cultuur

september 14, 2020 by  

Drie concerten hebben we nu achter de rug sinds het weer een beetje mag. En de bezoekersaantallen zijn nog steeds dramatisch, maar er gloort wel een andere concert-cultuur. En dat zou wel eens winst kunnen zijn. 

Eerst het sombere nieuws. In het nieuwe Concertgebouw passen 350 toehoorders op corona-afstand. In een zaal waar zonder corona ruimte is voor 2000 luisteraars. Daar kan geen verdienmodel tegenop. Toch zal het Concertgebouworkest het voorlopig met die 350 betalende toehoorders moeten doen. Bovendien het is de vraag hoeveel stoelen bezet zullen zijn als dat vaccin er eindelijk is. De gemiddelde luisteraar van het Concertgebouworkest, ja, het Koninklijke Concertgebouworkest, is ver op leeftijd. Hij vond het toch al vermoeiend, en zeker op een koude en natte winteravond was de reis naar de Van Baerlestraat al vaak te lang. Ik vrees dat het in Concertgebouw net zo zal gaan als in de kerken: na corona haakt een grote groep definitief af. 

Daarom is het zo belangrijk dat deze tijden ook laten zien dat het allemaal anders kan. En dat ook de traditionelen in het Nederlandse muziekleven, met het Koninklijk Concertgebouworkest aan de top, hun concertcultuur kunnen veranderen. We waren bij het concert van Andris Nelsons die ons in één uur een prachtige Rachmaninov 2 voorschotelde. We namen het drankje en de jassen mee naar de zaal. En na afloop mochten we meteen weer naar buiten. Geen eindeloze pauze met al die Amsterdamse kak die niet voor Nelsons komt maar voor elkaar. Geen mannen die elkaar gauw nog even aanraken. Geen vrouwen meer die de hele avond meer aandacht hebben voor hun haar en geen hobo van een klarinet kunnen onderscheiden. En vooral niet meer met 12 mannen tegelijk in het ‘druppelhok’ samen proberen er nog iets uit te persen. Mag ik voortaan altijd een concert van een uur, zonder de verplichte ouverture? Of is dat juist het verdienmodel van het KCO? 

In het Muziekgebouw aan het IJ hoorden we het Belgische Collectief met Das Lied von der Erde van Mahler. Bewerking door Schönberg en De Leeuw: strijkkwintet, blaaskwintet, basklarinet, harp en harmonium. Wat een schoonheid, wat een feest om te horen. Waarom moet Mahler altijd zo groot? Dit intieme concert raakte me meer dan zo’n volle bak. En ook het KCO kan in deze bezetting spelen. 

Bij kasteel Duivenvoorde hoorden we het NBE. Het NBE is altijd goed voor verrassingen en voor een alternatieve programmering. Maar zelfs zij vonden in corona-tijd nog weer nieuwe varianten. We kregen niet alleen een concert onder een zeildoek in de buitenlucht. Echt bijzonder was de wandeling door het park, met op onverwachte plekken een mini-concertje van heel bijzondere combinaties. Geen Mozart en Mahler. Alle muziekculturen naast elkaar en door elkaar heen. Het enige nadeel: met alle happen en dranken en gezelligheid duurde het, los van onze eigen afspraken, misschien al weer te lang. Want dat begin ik wel te leren. Waarom moesten al die concerten voor corona altijd zo lang duren, terwijl de wereld zoveel sneller is geworden? 

Deel dit bericht:

#Prorail terug onder de vleugels van moeder overheid

september 9, 2020 by  

Ooit hadden we de Nederlandse Spoorwegen. In de privatiseringswoede van de jaren 90 werd NS naar de markt gebracht en opgeknipt. Na een volgende herschikking bleven NS en Prorail als enige herkenbaar over. Beide zijn zogenaamde overheids-nv’s. Private bedrijven waarvan de  aandelen in handen zijn van de overheid. Daarmee heeft de overheid via eigen commissarissen zeggenschap over het reilen en zeilen van de bedrijven, maar de commissarissen hebben alleen het belang van het bedrijf te dienen. 

Zolang de NS een concessie hebben voor het hoofdnet van de spoorwegen is er geen reden om de juridische positie van NS te veranderen. Over de positie van Prorail bestaat daarentegen veel meer discussie. Moet de rail-infrastructuur van Nederland door een privaat bedrijf worden beheerd? Terwijl de overheid jaarlijks een miljard euro moet bijleggen? Vooral in het vorige kabinet met verantwoordelijke PvdA-staatssecretarissen werden steeds meer vragen gesteld, tot Sharon Dijksma besloot om Prorail weer terug te halen. Het zou van een overheids-nv een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) moeten worden. 

De operatie is in volle gang, maar de politieke strijd is nog niet gestreden. Deze week houdt de Kamercommissie nog weer eens een hoorzitting over het onderwerp. Is het echt verstandig om Prorail weer onder de vleugels van de overheid te brengen? Principieel ben ik daarvan wel een voorstander en ondanks alle rompslomp die we over ons halen door de positie van Prorail weer te veranderen, lijkt me dat er ook praktische argumenten zijn voor de omvorming van Prorail naar zbo. 

Ik doe donderdag mee aan die hoorzitting. Dat is verrassend omdat het niet om wetenschappelijke keuze gaat, maar om een politieke. Daarom zal ik me beperken tot het meegeven van enkele overwegingen. En met name een manier van redeneren. Conform het WRR-rapport Het borgen van publiek belang uit 2000, waarvan ik de hoofdauteur was. De WRR zou toen als volgt hebben geredeneerd. 

  1. De positionering van Prorail is geen doel op zich. Privatisering is geen doel op zich, verzelfstandiging is geen doel op zich. Net zo min als het terugbrengen onder de vleugels van de overheid een doel op zich mag zijn. 
  2. De publieke belangen zijn hier het doel. En de positionering van Prorail is wellicht een middel om die publieke belangen beter te dienen. 
  3. Wat zijn publieke belangen? Er zijn veel belangen die we samen belangrijk vinden. Soms kunnen die niet bereikt worden zonder eindverantwoordelijkheid van de overheid. Dan zou ik willen spreken over ‘publieke belangen’. Dat publieke belangen worden bereikt is een eindverantwoordelijkheid van de overheid. 
  4. Wat we samen belangrijk vinden is een politieke keuze. Als de samenleving daarvoor niet zelf kan zorgdragen, moet de overheid iets doen. Op zijn minst een eindverantwoordelijkheid dragen. 
  5. De markt kan veel, mensen kunnen zelf auto rijden, de NS kan zelf treinen rijden, maar het aanleggen van wegen en spoorwegen doen we niet zelf (omdat een ander anders gratis van mijn weg gebruik kan maken): daar heb je een overheid voor nodig. 
  6. De markt kan veel, maar voor het organiseren van een markt heb je ook de overheid nodig.
  7. En je hebt nog heel veel andere publieke belangen: CO2, stikstof etc: ook daar moet de overheid de mobiliteit bijsturen.
  8. De vraag waar het nu om draait: hoe kan je dat soort publieke belangen het beste borgen? Soms met wetgeving en handhaving (uitstoot tegengaan). Soms met positionering van de organisatie. 
  9. Zo hebben we het organiseren van de OV-markt in handen gegeven van de Minister, de provinciale en lokale besturen. Logisch, als we een markt willen hebben, heb je een marktmeester nodig. 
  10. Zo laat je het aanleggen en beheren van spoorwegen aan private partijen. Een overheid moet niet zelf met kiepkarren gaan rijden. 
  11. Maar waar positioneer je organisatie die daartoe de opdrachten verstrekt en daarover het toezicht houdt? Antwoord: daar waar de overheid haar eindverantwoordelijkheid het beste kan waarmaken. 
  12. Ik heb voor de sg van IenM enige jaren geleden het toezicht op Prorail geëvalueerd. En dat toezicht was mager geregeld. En dat lag niet alleen aan het departement. 
  13. Er was bijvoorbeeld vaak spanning tussen de staatssecretaris van IenM en de directie en de Raad van Commissarissen van Prorail over grote investeringen. Prorail vond dat in wezen niet de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris.
  14. Er was bij Prorail geen cultuur van grote openheid ten aanzien van de toezichthoudende functie van het departement. Men had ook niet zoveel zin om over het toezicht door het departement te praten. Alsof men een zelfstandig bedrijf was. 
  15. Maar aan de andere kant had ik als decaan van de Rijksprojectacademie (indertijd: academie voor projectmanagers van RWS, Prorail en Rijksgebouwendienst) bij de deelnemers van Prorail ook niet het gevoel met mensen van een privaat bedrijf te maken te hebben. Er was in dat opzicht ook geen verschil tussen mensen van RWS en van Prorail. 
  16. Conclusie: het borgen van publieke belangen is ook een kwestie van cultuur. Denkt men vanuit publieke belangen of denkt men als een privaat bedrijf? Het is niet onlogisch om RWS en Prorail vanuit het publieke belang te laten denken. 
  17. Als je de overheid verantwoordelijk acht voor de infrastructuur (en voor de concurrentie op de infrastructuur) is het logisch om RWS en Prorail binnen de publieke sfeer te houden/hebben. 
  18. Het werk van Prorail en RWS vraagt om een zekere autonomie. Maar blijkbaar lukt RWS dat goed, zelfs zonder dat hij een zbo is. Waarom zou dat voor Prorail anders zijn?
Deel dit bericht:

De triomf van de stad verbleekt

juni 11, 2020 by  

De Triomf van de stad leek oneindig. Steden als brandpunt van de economie, van de innovatie en dus ook van de economische groei. Steden als knooppunt van internationale netwerken en als de place to be. Steden als gastheer van al de kenniswerkers die de nieuwe kenniseconomie vorm geven. Het leek alsof het voor altijd was. 

Ik geef al jaren les in stedelijke ontwikkeling. Vaak ook aan stedelijke strategen. En elke keer zijn zijn zij verrast als ik vertel dat Amsterdam in de jaren 80 er nog heel slecht voor stond en dat in de jaren 60 iedereen nog naar Rotterdam keek, voor innovatie, voor welvaart en groei. Hoe snel het kon veranderen. Het was toch zo logisch dat in Amsterdam de bomen tot in de hemel groeiden? Dat klopt, maar vijftig jaar geleden was alles anders, en over vijftig jaar zal weer alles anders zijn. 

Twee simpele redenen. Ten eerste: elk voordeel wordt zijn eigen nadeel. Agglomeratievoordelen kunnen in agglomeratienadelen verkeren. We zagen het de afgelopen jaren al in Amsterdam. Te veel toeristen, te veel drukte, te veel Airbnb, zelfs te veel kenniswerkers. Moesten we nog wel blij zijn met het EMA? Weer 900 hoogopgeleide mensen erbij die de huizenprijzen zouden opjagen. 

Maar er is een tweede reden die nog veel belangrijker is: de structuur van de economie  evolueert altijd. Dat gebeurt geleidelijk en soms met kleine schokjes. En corona zou wereldwijd best eens zo’n schokje teweeg kunnen brengen. In dat opzicht zijn de laatste demografische cijfers van Amsterdam bijna schokkend. 

In het begin van 2020 was alles nog normaal: de steden groeiden, de Randstad groeide en Oost-Groningen, de Achterhoek, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen krompen. Nadat de coronacrisis eenmaal goed opgang was zag je een heel ander beeld. In de weken 13-16 (van 2020) groeide Drenthe, groeide de Achterhoek en groeide Zeeland. En krimp was er nog steeds in Oost-Groningen, in Limburg, maar ook in Zuid-Oost Brabant en zelfs in de regio Amsterdam. 

Volgens het CBS deed de grootste verandering zich voor in Groot-Amsterdam. In de weken voor de coronacrisis groeide de bevolking daar met 34 per 100.000 inwoners per week. Nadat de crisis was ingetreden was er een krimp van 23 per100.000 inwoners. Die krimp werd geheel veroorzaakt door een vertrekoverschot. Want terwijl er bijna in heel Nederland sprake was van een sterfteoverschot, had de regio Amsterdam in de genoemde weken nog steeds een geboorteoverschot. Amsterdam had ook een binnenlands vertrekoverschot. Maar dat was niet nieuw.

Wat echt nieuw was voor Amsterdam was het buitenlandse vertrekoverschot. De buitenlandse migratie ging van + 41 per 100.000 inwoners voor de crisis naar -8 per 100.000 inwoners per week tijdens de crisis. Dat kwam niet zozeer door het vertrek van Amsterdamse inwoners naar het buitenland, maar vooral door het feit dat de instroom van arbeidsmigranten (kenniswerkers) uit India, USA en Europese landen nagenoeg stil viel. En juist die toestroom uit het buitenland was zo bepalend voor de groei van Amsterdam in de laatste jaren. Zo ging een stad die recentelijk nog 1000 inwoners per maand groeide, in korte tijd over op krimp. Dat hadden vooral mijn Amsterdamse cursisten nooit kunnen denken. 

Ik weet het: het is een momentopname. Maar het zou heel goed kunnen dat het beeld van de triomferende stad in de komende jaren verbleekt. Als we er even van uit gaan dat een vaccin tegen COVID-19 niet morgen wordt gevonden. Overigens ook als dat vaccin morgen wel wordt gevonden, zullen de gevolgen voor de steden groot zijn. Met name omdat een aantal ontwikkelingen elkaar gaat versterken.

  • De economische krimp zal groter zijn dan wij allen in ons leven hebben meegemaakt. De inkomens zullen dalen, de werkloosheid zal fors toenemen. Vooral dat laatste zal de tweedeling in alle steden accentueren. We zien in de laatste weken al dat het aantal WW-ers en het aantal bijstandstrekkers in Amsterdam de snelste stijging te zien geeft van heel Nederland. Het is te vrezen dat alle steden door die scherpere tweedeling rauwer zullen worden.
  • De horeca, de cultuur en de winkels hebben al enorme klappen opgelopen. Daarvan  zullen velen het loodje leggen. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een enorme verschraling van de consumer city. Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat minder mensen minder kunnen consumeren door een forse terugval in hun inkomens. 
  • Het toerisme is voorlopig ingestort. Dat is volgende maand niet anders. Zo lang de wereld niet corona-vrij is zullen de verre reizen worden gemeden. En als de wereld wel corona-vrij is, zal het nog jaren duren voordat het toerisme het oude niveau weer heeft bereikt. Mensen zullen wereldwijd minder te besteden hebben en dus ook minder kunnen uitgeven aan verre reizen. Bovendien zou het me niet verbazen als de overheden een andere houding gaan aannemen tegenover het toerisme en tegenover de luchtvaart. En de prijzen van de vliegtickets hoeven maar weinig hoger te worden om grote gevolgen te hebben voor het toerisme. Ook van de terugval van het toerisme zullen de horeca en het winkelbestand de gevolgen ondervinden. En wie zijn zolderkamer niet meer via Airbnb kan verhuren, ziet de waarde van zijn huis dalen. 
  • De kenniseconomie draait vooral op kenniswerkers die wereldwijd naar de steden trekken. Dat zijn vaak de aantrekkelijke steden. Met veel voorzieningen, met een hoogstaand winkelbestand, met veel culturele voorzieningen. Zeg maar, steden met een aantrekkelijk leefklimaat. Als corona leidt tot een verschraling van deze consumer cities, worden steden dus ook minder aantrekkelijk voor kenniswerkers. En als er minder kenniswerkers naar de steden komen, zal de stedelijke economie minder snel groeien. 
  • Kenniswerkers kwamen niet alleen uit het eigen land, maar ook in belangrijke mate uit het buitenland. Het is zeer de vraag is of ze na de crisis gewoon gewoon weer zullen komen. In ieder geval zal het even duren, misschien wel een paar jaar na de vondst van een vaccin. Maar het is ook denkbaar dat de coronacrisis de globalisering (aanzienlijk) afzwakt. In Nederland gaan veel stemmen op om voortaan minder afhankelijk te zijn van het buitenland (eigen mondkapjes, eigen medicijnen). Dat betekent dat de maakindustrie niet aan het buitenland (China) moet worden gelaten. Dat we weer meer zelf moeten maken, moeten produceren. Waarom zouden de kenniswerkers dan voortaan ook niet thuis blijven?
  • Relevant is dat ook al voor de crisis de globalisering op grote weerstand begon te stuiten. De verkiezing van Trump en de Brexit zijn daarvan de bekende voorbeelden. Maar wat in de USA en in het UK gebeurde stond niet op zichzelf. De globalisering wordt overal genuanceerder bezien. Globalisering mag bijdragen aan een grotere welvaart, maar het is ook duidelijk dat die welvaart niet aan iedereen ten goede komt. De schaduwzijden van de globalisering werden overal in de wereld meer herkend. Leidt Corona ertoe dat we globalisering definitief anders gaan bezien?
  • De rijke Westerse wereld trok niet alleen kenniswerkers aan, maar ook asielzoekers en arbeidsmigranten. Ook die migratie lijkt in de coronacrisis sterk af te nemen en zal tijd nodig hebben om weer op gang te komen. De snelheid daarvan zal ook afhangen van de vraag hoe zeer onze economie flonkert. 
  • Demografisch verandert er wellicht nogal wat. En als er minder kenniswerkers uit het buitenland naar de Nederlandse steden komen en als de huizenprijzen in de steden (fors?) gaan dalen, kan het voor Nederlandse gezinnen weer aantrekkelijker worden om in de stad te blijven wonen. En geen woning met een tuin te zoeken in de omgeving. Of staat de stad ook in het binnenland voortaan op achterstand?

Steden blijven steden. Steden blijven de plekken waar de innovatie plaatsvindt. Steden blijven de knopen in een internationaal netwerk. Het is niet gedurfd om dit allemaal te voorspellen. Maar er gaat wel iets veranderen. En zoals de Triomf van de stad onder invloed van de kenniswerkers vooral in Amsterdam zichtbaar was, zo zal ook de teruggang Na Corona vooral in Amsterdam zichtbaar zijn. Minder buitenlandse immigratie, minder toerisme, minder voorzieningen. 

Wordt Amsterdam daarmee weer meer vergelijkbaar met de andere steden? Of zakken de andere steden even hard weg. Dat laatste is niet te verwachten, maar dat alle steden klappen krijgen na het bizarre voorjaar van 2020 is duidelijk. En er is wel een groot verschil met Amsterdam. In die laatste stad kookte het in de laatste jaren soms werkelijk over. De drukte was soms niet meer te harden. De huizenprijzen rezen de pan uit. Voor starters was er nog maar nauwelijks plek. Het is niet erg om die stad voor een paar jaar weer terug te geven aan de eigen inwoners. 

Voor de andere Nederlandse steden ligt dat anders. Oké, Utrecht en Eindhoven draaiden ook heel goed. Maar van oververhitting was nog geen sprake, met name omdat de toeristen daar grotendeels ontbraken. Rotterdam begon net een beetje aan te haken, Den Haag dreigde echt achterop te raken. Als de steden minder internationaal worden en als de werkloosheid fors oploopt zullen vooral Den Haag en Rotterdam het zwaar krijgen. Dus wat voor Amsterdam ook nog een klein beetje positief is, is dat zeker niet voor Rotterdam en Den Haag. 

Waar de voorzieningen in de steden verschralen, wordt het platteland aantrekkelijker. De rust en de ruimte zijn daar door Corona niet verdwenen, zelfs intenser beleefd. Ja, groot-ziener Rem Koolhaas heeft het een aantal maanden geleden al voorspeld: de toekomst is aan het platteland. Ik zie minder groot en trek die conclusie nog niet. Maar dat Corona gevolgen heeft voor de economische en daarmee ook voor de geografische structuur van het land, zou me zeker niet verbazen. 

En dan volgt de onvermijdelijke disclaimer: naarmate corona langer onder ons zal zijn (omdat het moeilijk lukt om een vaccin te ontwikkelen), zal de economische depressie dieper zijn, zullen de grenzen langer als barrières worden gezien, zullen de internationale kenniswerkers én de toeristen anger weg blijven en zullen de gevolgen van voor de steden groter zijn. Maar dat de triomf van de stad verbleekt is eigenlijk nu al onvermijdelijk. 

Deel dit bericht:

Twaalfde Triomf van de stad start in oktober 2020

mei 18, 2020 by  

Sinds 2012 organiseren Karen Ephraim en ik de leergang Triomf van de Stad. Een prachtige leergang met veel topwetenschappers én met veel praktijkmensen. Geheel ontworpen voor stedelijke strategen. Over de ontwikkeling van de steden en over het antwoord dat de overheid daarop zou kunnen geven. Sinds 2012 hebben 11 groepen van 10-16 deelnemers de leergang gevolgd. De belangstelling lijkt alleen maar toe te nemen. Voor ons is het elk jaar inspirerend, omdat we steeds weer nieuwe leuke en interessante cursisten leren kennen. We gaan na dit jaar dan ook vanzelfsprekend door met de 12e editie. Te starten in oktober 2020. De folder is hieronder te lezen. Als corona het toelaat zien we elkaar op: 8-9 oktober 2020, 12-13 november 2020, 10-11 december 2020, 7-8 januari 2021, 11-12 februari 2021, 18-19 maart 2021. Wacht niet te lang met aanmelden. Er is volop belangstelling. Én we willen voldoende tijd hebben om de leergang corona-proof aan te bieden.

Of zie hier de pdf:

Deel dit bericht:

Volgende pagina »