Geen enkele reden voor strengere maatregelen #corona

december 1, 2020 by  

Het lukt maar niet om het aantal besmettingen fors terug te dringen. De winkels zijn veel te vol. Black Friday geeft veel mensen vleugels. Burgemeester Jorritsma van Eindhoven spreekt al openlijk over een totale lockdown. Misschien is het beter om even nuchter te blijven. Want, wat is de echte stand van zaken? 

Het aantal besmettingen is redelijk stabiel. Maar die cijfers zeggen weinig. En de cijfers die er wel toe doen, geven geen aanleiding voor aanscherping van de regels.

Elke dag komen er drie nieuwe cijfers naar buiten: het aantal nieuwe besmettingen, het aantal nieuwe ziekenhuisopnames en het aantal nieuwe IC-opnames. Wat zeggen die cijfers werkelijk? 

Het ‘aantal nieuwe besmettingen’ suggereert dat het gaat om het aantal mensen dat in de afgelopen 24 uur besmet is geraakt. Maar dat is niet het geval. Het gaat hier om het aantal positieve tests. Van mensen die niet zijn getest, weten we niets. In de eerste golf werden alleen mensen die in het ziekenhuis werden opgenomen getest. Vanaf juni worden alle mensen die zich met klachten melden, getest. En vanaf vandaag worden mensen ook getest als ze geen klachten hebben. Als je daarbij bedenkt dat heel veel besmette mensen slechts milde of zelfs helemaal geen klachten hebben, wordt het aantal ‘nieuwe besmettingen’ dus voor een belangrijk deel bepaald door de neiging van mensen om zich te laten testen. En die neiging is niet constant: als we bang zijn laten we ons sneller testen en als we minder bang zijn kijken we het nog even aan. 

Het ‘aantal nieuwe ziekenhuisopnames’ zegt veel meer. Helaas weten we nog steeds niet welk percentage van alle mensen die besmet zijn, moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Maar als we veronderstellen dat dit percentage in het afgelopen jaar niet veel is veranderd, geeft het ‘dagelijkse aantal nieuwe ziekenhuisopnames’ dus een goed beeld van de ontwikkeling van het virus. Dit cijfer aantal daalt al weken geleidelijk. Wat dat betreft is er dus geen enkele reden om nadere maatregelen te nemen, laat staan te praten over een totale lockdown. 

Het ‘aantal nieuwe ziekenhuisopnames’ mag iets zeggen over de ontwikkeling van het aantal besmette mensen, maar voorzover ik weet is het beleid er primair op gericht om de zorg niet te laten overlopen. Zolang de zorg het aan kan moeten samenleving en  economie zo weinig mogelijk worden belemmerd. In dat opzicht zegt het ‘aantal nieuwe ziekenhuisopnames’ onvoldoende. We weten immers niet hoeveel mensen dezelfde dag het ziekenhuis weer hebben verlaten. Om te weten of de zorg niet wordt overlopen moeten we de ‘bezetting’ weten: hoeveel mensen liggen er in het ziekenhuis en met name op de IC. Het befaamde onderscheid tussen incidentie (het aantal nieuwe gevallen) en prevalentie (het aantal mensen op een bepaald moment met een bepaalde aandoening). 

Het beleid heeft dus behoefte aan twee cijfers: het dagelijkse aantal nieuwe ziekenhuisopnames (als indicator voor toe- of afname van aantal nieuwe besmettingen) en de bezetting van de IC-bedden (als indicator voor de mate waarin de zorg wordt overlopen). 

Conclusie: bestuurders zouden zich niet moeten laten leiden door die dagelijkse meldingen van ‘nieuwe aantallen besmettingen’. Laten ze vooral oog hebben voor de bezetting op de IC’s en laten ze elke dag met een schuin oog kijken naar het aantal nieuwe ziekenhuisopnames, omdat die een indicatie geven voor de IC-bezetting over een week. 

Op dit moment daalt het aantal nieuwe ziekenhuisopnames heel geleidelijk. Op dit moment daalt de IC-bezetting heel geleidelijk. Er is dus geen enkele reden voor strengere maatregelen. Laat staan voor paniek. 

En dan mogen we ook nog bedenken dat spoedig de eerste mensen worden gevaccineerd. Ik heb net weer met 6 miljoen andere Nederlanders een griepprik gekregen (effectiviteit ongeveer 50%). De nieuwe COVID-19-vaccins hebben een veel hogere effectiviteit. Als Hugo de Jonge in staat is om diezelfde 6 miljoen Nederlanders in januari een COVID-19-vaccin toe te dienen, stromen de IC’s in korte tijd leeg. 

Deel dit bericht:

Wie horen ambtenaren te dienen #toeslagenaffaire

november 24, 2020 by  

De Toeslagen-enquête zou een feest voor elke bestuurskundige zijn, als de aanleiding niet zo ongelofelijk schrijnend was. Niettemin, er komt veel boven water. En ik hoop dat werkelijk alles boven tafel komt. Ik ben daar nog niet helemaal zeker van als ik de Enquête-commissie haar vragen hoor stellen. Zo stelde het kamerlid Belhaj aan Lodewijk Asscher de vraag of hij het niet vreemd vond dat “uw ambtenaren het probleem niet belangrijk genoeg vonden om het u te vertellen”. Die vraag suggereert twee dingen: ten eerste dat ambtenaren problemen kennen en ten tweede dat ambtenaren problemen aan hun minister vertellen. Over beide aspecten valt nog wel iets op te merken. 

We weten allemaal dat de top-ambtenaren in de laatste decennia in een carroussel zijn terechtgekomen. Iedereen moet na 7 jaar plaatsmaken voor een ander en bij voorkeur moeten ambtenaren na 7 jaar een overstap maken naar een ander departement. Beide gedachten zijn niet zo vreemd. Na 7 jaar is van iedereen wel het beste af, en het is interessant om na 7 jaar een probleem ook eens van een andere kant te bekijken. Problematisch is wel de gedachte die aan deze carroussel ten grondslag ligt: in de ambtelijke top gaat het primair om het proces. Voor de inhoud heb je vooral de lagere ambtenaren. 

Het heeft me vaak verbaasd als ik top-ambtenaren sprak (de goede niet ten nagesproken). Dat ze eigenlijk niet zoveel wisten van het onderwerp waarvoor ze verantwoordelijk waren. Niet omdat ze het verstand daarvoor niet hadden, maar omdat ze meenden dat dat niet zo belangrijk was. Ooit sprak ik een directeur luchthavens die na 3 jaar in functie nog geen idee had hoe de geluidsoverlast rondom Schiphol werd berekend. Ooit kwam ik een directeur-generaal Milieu tegen die geen notie had van het milieu. Etc. 

Zij stonden voor een breder probleem: mensen werden benoemd omdat ze goede procesmanagers waren en niet omdat ze veel van de inhoud wisten. En: eenmaal benoemd deden ze weinig moeite om zich werkelijk in de inhoud te verdiepen. Overigens is het mij altijd een grote vraag geweest hoe je een goede procesmanager kan zijn zonder je in de inhoud te verdiepen. Het verbaast me dus niet dat de directeur Kinderopvang van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid pas na 2 jaar begreep dat er iets mis was met het toeslagen-beleid. 

Laat duidelijk zijn: top-ambtenaren horen te weten hoe processen in Den Haag verlopen en horen te verlopen. Maar daar stuiten we wel meteen op een tweede probleem. Het is, alweer de laatste twee decennia, voor top-ambtenaren steeds belangrijker geworden om hun eigen minister uit de politieke wind te houden. Niet het voeren van een goed beleid lijkt hun eerste prioriteit, maar het voorkomen van politieke schade van de minister. Beter een minister die niks doet dan een minister die schrammen oploopt. 

Bij dat denken past het om je minister juist niet te vertellen welke problemen er dreigen. Hoe meer de minister weet, hoe dieper hij in de problemen kan komen. Als de minister van een probleem weet kan hem worden verweten dat hij niets heeft gedaan, als een minister van een probleem onwetend is gehouden kan hem alleen worden aangewreven dat hij formeel verantwoordelijk was. Het is niet denkbeeldig dat ook sommige ministers om die reden tegen hun ambtenaren zeggen dat ze bepaalde zaken niet willen weten. 

Als het je taak is om vooral je eigen minister uit de wind te houden, kijk je anders naar je minister, naar de Kamer en naar andere departementen. Uit de Kamer dreigt vooral gevaar en de eigen problemen moeten vooral over de schutting van het andere departement worden gegooid. Zo geeft de Belastingdienst de schuld aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en omgekeerd. De neiging om je eigen minister vooral uit de wind te houden heeft daarmee de verkokering tussen de departementen alleen maar versterkt. Het is dan ook tamelijk cynisch dat diezelfde top-ambtenaren na 7 jaar moeten circuleren om de verkokering tussen departementen tegen te gaan. 

Ik hoop dan ook dat de Toeslagen-enquête het volgende duidelijk maakt: 

  • dat top-ambtenaren zich, ook als ze regelmatig moeten verkassen, altijd inhoudelijk moeten verdiepen in het onderwerp waarvoor ze de volgende 7 jaar verantwoordelijk zijn;
  • dat top-ambtenaren bij uitstek inhoudelijk moeten worden gedreven en niet procesmatig (wat het laatste ook mag betekenen) en
  • dat de primaire aandacht van top-ambtenaren moet liggen bij het realiseren van het beleid van de minister en niet bij diens lijfsbehoud. 

[verscheen in De Volkskrant, 27 november 2020]

Deel dit bericht:

Het ongemotiveerde advies van de #Gezondheidsraad

november 23, 2020 by  

Op korte termijn komt een vaccin beschikbaar tegen COVID-19. Omdat we niet allemaal tegelijkertijd kunnen worden gevaccineerd, moet een prioriteit worden vastgesteld: wie krijgt als eerste een vaccin en wie daarna? Het kabinet heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd. De Gezondheidsraad heeft de afgelopen geadviseerd om bij het vaccineren voorrang te geven aan “het verminderen van (ernstige) ziekte en sterfte ten gevolge van COVID-19”. Dat is geen onlogisch advies, maar het advies wordt nergens gemotiveerd. 

De Gezondheidsraad onderkent drie mogelijke strategieën (of een combinatie van deze drie): 

  1. Verminderen van (ernstige) ziekte en sterfte ten gevolge van COVID-19: bij het vaccineren moet voorrang worden verleend aan kwetsbare mensen, aan ouderen en met name aan ouderen met onderliggend lijden. Ook zouden zorgmedewerkers voorrang kunnen krijgen. 
  2. Terugdringing van de verspreiding van het virus: groepen die het meeste bijdragen aan de verspreiding van het virus komen als eerste in aanmerking voor vaccinatie. 
  3. Voorkomen van maatschappelijke ontwrichting (waarborgen van continuïteit in de zorg, maar ook van veiligheid, onderwijs en openbaar bestuur): bij vaccinatie wordt voorrang gegeven aan mensen die werken in zorg en in andere vitale beroepen. 

De Gezondheidsraad meldt dat een keuze afhankelijk is van nog ontbrekende wetenschappelijke gegevens (misschien beschermt het vaccin bepaalde bevolkingsgroepen beter dan andere) en van “normatieve overwegingen”. Vervolgens kiest de Gezondheidsraad zonder enige nadere duiding van die “normatieve overwegingen” voor strategie 1.

Laat ik eerst vaststellen dat er (minimaal) twee strategieën ontbreken. Zo is de derde strategie wel erg summier verwoord. COVID-19 zorgt niet alleen voor ontwrichting van vitale maatschappelijke sectoren, COVID-19 zorgt ook voor heel veel maatschappelijke kosten: economische krimp, werkloosheid, schoolachterstanden, verschraling van cultureel en sociaal leven, etc., etc. Deze maatschappelijke kosten kan je afwegen tegen maatschappelijke kosten ten gevolge van sterfte en ernstige ziekte. Bij maatschappelijke kosten- en batenanalyses wordt de waarde van een levensjaar vaak ingeschat op € 80.000. De volgorde van het vaccineren zouden we dus ook kunnen richten op het optimaal terugdringen van de maatschappelijke kosten die met COVID-19 zijn verbonden. Het zou me niet verbazen dat je met het vaccineren van al het onderwijzend personeel de maatschappelijke kosten van COVID-19 verder terugdringt dan met het vaccineren van alle bewoners van alle verpleegtehuizen. 

De vierde strategie is erg economisch gedacht, bijna cynisch. Er is natuurlijk ook een strategie denkbaar die daar bijna haaks op staat: een strategie gericht op barmhartigheid. We zouden ook eerst kunnen denken aan de mensen die het toch al moeilijk hebben (en daarom ook vaak kwetsbaar zijn). Dus eerst vaccineren in Amsterdam-West, Rotterdam-Zuid en in de verpleeghuizen, om enkele voorbeelden te noemen. 

Ik onderken dus nog twee andere strategieën: 

  1. Optimaal terugdringen van maatschappelijke kosten van COVID-19.
  2. Barmhartigheid. 

Ik noem die laatste strategie niet zonder reden. Het maakt extra duidelijk dat de keuze voor een strategie een politieke, normatieve keuze is. Die keuze heeft niets met wetenschap te maken. Je moet de Gezondheidsraad (een club van vooraanstaande wetenschappers) dan ook niet vragen wat je moet doen, maar alleen: wat je zou kunnen doen. 

Maar de Gezondheidsraad had ook zelf kunnen zeggen dat het niet aan de wetenschap maar aan de politiek is om tussen de verschillende strategieën te kiezen. De Raad had ook zelf kunnen zeggen dat de wetenschap nooit zegt welke normatieve keuze beter is. 

Je kan het ook positief zijn: eigenlijk is het verheugend dat de Gezondheidsraad zijn keuze voor de eerste strategie nergens heeft gemotiveerd. Blijkbaar wist men zelf ook wel dat het hier niet om een wetenschappelijke maar om een politieke keuze ging. Maar vreemd is het wel om een ongemotiveerd advies uit te brengen aan de regering. 

Zie ook: De mystiek van het R-getal.

Deel dit bericht:

De #PvdA wil vooral de vorige oorlog winnen

november 16, 2020 by  

De PvdA heeft haar verkiezingsprogramma gepubliceerd. Er is hard aan gewerkt door veel mensen. Dankbaarheid is op zijn plaats. Maar het programma stelt me wel erg teleur. Gelukkig staat de PvdA erom bekend dat intern kritiek niet wordt geschuwd. Dus ik bewijs met dit kritische blog vooral dat ik echt bij die club hoor. 

Waarom stelt het nieuwe verkiezingsprogramma me zo teleur?

Bovenal bereidt het programma ons voor op de vorige oorlog. Eigenlijk staat het hele programma in het teken van Rutte II. Deelname aan dat kabinet kwam de PvdA op een groot verlies te staan, zeker nadat Samsom en Asscher ook nog eens een beschamende tweestrijd waren aangegaan. Het is begrijpelijk dat het nu anders moet. Maar ik lees dat hele verkiezingsprogramma toch vooral als een aanval op Rutte II. En als een schuldbekentenis. Terwijl ik liever wil horen wat de PvdA voor de toekomst in petto heeft. 

Het nieuwe programma staat ook in het teken van “zekerheid”. Dat verbaast niet omdat Asscher al twee jaar om de drie zinnen over “zekerheid” praat. (Ja, inderdaad, omdat Rutte II te weinig zekerheid bood.) Maar je merkt ook dat het begrip door een communicatiebureau is bedacht. Het wordt namelijk nergens geproblematiseerd, ook niet in dit verkiezingsprogramma. Soms gaat het over “bestaanszekerheid”, meestal gewoon over “zekerheid”. In een eerder blog heb ik me al afgevraagd door wie die “zekerheid” wordt gedefinieerd. Door de partij-elite of door de mensen die zekerheid wordt geboden. De grote vraag daarbij is: staat de PvdA open voor de onzekerheid van de mensen die ze zekerheid wil bieden?

Het is bekend dat de traditionele achterban van de PvdA zich onzeker voelt door de komst van migranten. Wat je daar ook van vindt, ik heb niet het gevoel dat de PvdA die onzekerheid met dit programma wil wegnemen (omdat migratie niet wordt geproblematiseerd). Het is bekend dat de traditionele achterban van de PvdA zich onzeker voelt over de kosten van het klimaatbeleid. Ik heb niet het gevoel dat de PvdA die onzekerheid wil wegnemen omdat een krachtig klimaatbeleid bestaanszekerheid biedt aan toekomstige generaties. Daarmee is ook meteen duidelijk dat een beleid dat zekerheid biedt voor de één, wel eens tot een grotere onzekerheid voor de ander kan leiden. Zo wordt zekerheid bieden een loos begrip. Je zal altijd helder moeten aangeven wie je zekerheid wil bieden (en wie eventueel niet). 

Eerlijk gezegd mis ik niet alleen een problematisering van het begrip “zekerheid” in het nieuwe verkiezingsprogramma. Ik mis vooral een bredere visie waarin al die afzonderlijke voorstellen elkaar kunnen versterken. En bovendien zeggingskracht krijgen. Nu lijkt het er vooral op dat elk lid van de programmacommissie zijn voorstellen mocht indien en dat de voorzitter al die voorstellen in 9 hoofdstukken (over werk, zorg, onderwijs etc) heeft gerubriceerd. Maar rubriceren is iets anders dan samenhang aanbrengen. 

In bestuurskunde spreken we wel over de garbage can: een wilde verzameling aan doelen en middelen, waarbij niet duidelijk is welke doelen bij welke middelen horen en omgekeerd. Ja, dit verkiezingsprogramma doet me daar erg aan denken. En eerlijk: bij alle doelen en bij alle middelen krijg ik een warm gevoel. Maar dat is niet voldoende voor een visie op de samenleving, laat staan voor een consistent beleid. 

Maar uiteindelijk stelt het programma mij vooral teleur omdat “zekerheid” zo weinig vernieuwend wordt ingevuld. De sociaal-democratie staat niet alleen voor bestaanszekerheid, maar ook voor vooruitgang. De PvdA is altijd een progressieve partij geweest. Dat onderscheidt de PvdA ook van een partij als de SP, die vooral de eigen denkbeeldige achterban wil beschermen. Juist daarom mis ik in dit verkiezingsprogramma antwoorden op de grote vragen van dit moment. 

Wat wil de PvdA nu echt met de migratie, met de globalisering, met Europa? Wat is het echte antwoord van de PvdA op het populisme? Wat wil de PvdA in een wereld waarin de algoritmes een machtsbron zijn voor een handvol techbedrijven? Wat gaat de PvdA werkelijk doen tegen de steeds grotere wordende vermogensverschillen, in eigen land en internationaal? Streeft de PvdA bij de bestrijding van de kansenongelijkheid in de samenleving naar het meritocratisch ideaal of naar een waardig bestaan voor iedereen? En wat wil de PvdA nu echt met klimaat, stikstof en natuur, afgezien van enkele brave holle woorden. Geen idee. 

Ik begrijp dat de PvdA nog steeds worstelt met Rutte II en de dramatische verkiezingen van 2017. Maar dit programma kijkt echt te veel terug. Ik vrees dat we tot 2025 moeten wachten voordat de PvdA weer vernieuwend zal zijn.

Deel dit bericht:

Twaalfde Triomf van de stad start niet in oktober 2020

oktober 16, 2020 by  

Sinds 2012 organiseren Karen Ephraim en ik de leergang Triomf van de Stad. Een prachtige leergang met veel topwetenschappers én met veel praktijkmensen. Geheel ontworpen voor stedelijke strategen. Over de ontwikkeling van de steden en over het antwoord dat de overheid daarop zou kunnen geven. Sinds 2012 hebben 11 groepen van 10-16 deelnemers de leergang gevolgd. De belangstelling lijkt alleen maar toe te nemen. Het was dan ook heel vanzelfsprekend om dit jaar door te gaan met de 12e editie.

Maar COVID-19 heeft roet in het eten gegooid. Er was te veel twijfel. Waarom zou je wel de hele week thuiswerken, en toch op cursus gaan? Daarom is de 12e jaargang een jaar uitgesteld. In september 2021 starten we weer, als COVID-19 het tegen die tijd wel toelaat. Met de cursisten die zich al hebben aangemeld, en met anderen die nog willen aansluiten.

De data worden nog vastgesteld. En we zullen het gedwongen tussenjaar benutten om de leergang nog eens grondig tegen het licht te houden. We willen nog meer praktijkvoorbeelden en we willen nog meer interactie.

Zolang het programma nog niet gereed is, staat hieronder het programma van de leergang die nooit zou plaatsvinden.

Deel dit bericht:

Volgende pagina »