De nostalgie van #ArdenKeessie

december 14, 2018 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Nostalgie bestaat. Lees voor de aardigheid het prachtige boekje van Jeroen Haarsma over Kees Verkerk. Ard en Keessie. Wat een mooi tijdsbeeld. Eind jaren 60, begin jaren 70. Het was de tijd van de revolte in Parijs, de nieuwe Lente in Praag, de oorlog van Vietnam en in Nederland van Provo en Maagdenhuis. Ard en Keessie? Zo bezien waren ze toen al een anachronisme. Die twee mannen stonden voor saamhorigheid, voor nationalisme en vooral chauvinisme. Het hele gezin om de televisie, met de schema’s op schoot. Alle tijden werden bijgehouden, want die kunst verstond de televisie nog niet. De val van Kees in Deventer in 1966 waardoor Ard voor het eerst Europees kampioen kon worden. De legendarische 15.03.6 in Inzell van Kees. Hun al even legendarische 1500 meter in Davos in 1971, toen ze allebei voor het eerst onder de 2 minuten doken, Ard net iets meer dan Kees. En het volk leefde intens mee. Ja, Ard en Keessie waren meer jaren 50 dan jaren 60.

Het is vermakelijk om te lezen hoe de mannen soms stiekem wat geld overhielden aan hun sport. Natuurlijk ten strengste verboden door de bond. Sport en amateurisme hoorden nog bij elkaar. De bond had het voor het zeggen. En toen Ard en Kees in 1972 toch professional werden, keerde het volk zich van hun af. Het is vermakelijk om te lezen hoe amateuristisch de schaatssport ook in andere opzichten was. Er werd erg veel gedronken door de heren, en zeker geen sportdrankjes. Er werd gerookt door de heren. Er werd doorgezakt door de heren. Het waren echte avonturiers. En het vergrootte hun heldenstatus. 

Dus veel jaren 50. Maar we keken wel allemaal televisie, soms nog bij de buren. Zonder televisie waren Ard en Keessie nooit zo groot geworden. Het wereldkampioenschap van Henk van det Grift in 1961 moesten we nog via de radio horen. Toch iets anders. En door dat collectieve beleven ontstond voor het eerst de ‘oranje-gekte’ rondom een sportwedstrijd. Duizenden schaatsliefhebbers trokken naar Gotenburg in 1966 om Kees wereldkampioen te zien worden. Ja, daarna gingen we massaal naar Parijs om Ajax de beslissingswedstrijd met Benfica te zien winnen. Maar het was ons eigen schaatsen dat voor het eerst het Oranje-legioen op de been bracht. 

En er tekende zich een nieuwe scheidslijn af. Want we mogen nog zo vaak over ‘Ard en Keessie’ praten, in die tijd was je toch vooral voor Ard of voor Kees. Kees was de volkse jongen, zoon van een kroegbaas in Puttershoek. Kees was de man van de schuine moppen. De kletsmajoor. Ard was de bedachtzame (die naar later bleek nog veel meer kon drinken dan Kees, maar dat wisten we toen nog niet en wilden we ook niet horen). Ard studeerde fysiotherapie. Ard liet een Europees kampioenschap aan zich voorbij gaan voor een tentamen. In de huidige tijd zouden we zeggen dat de hoogopgeleiden voor Ard kozen en de laagopgeleiden voor Kees. Overigens allebei echte stoere Hollanders, van Marokkaanse of Surinaamse invloeden nog geen spoor. 

Vorig jaar deed de schaatsbond een poging om het verleden te doen herleven. Het WK vond plaats in de buitenlucht van het Olympisch stadion. Het regende. Ard en Kees zaten overdekt op de tribune. En het verleden herhaalde zich. Pedersen hoefde de 10.000 meter nog maar uit te rijden om wereldkampioen te worden. Maar hij viel. Net zoals Kees in 1966. Patrick Roest was de ongemakkelijke gelukkige, zoals Ard in 1966. Kees vroeg zich af of er nog mensen op de tribune zouden zitten die beide valpartijen in levende lijve hebben gezien. Ja, Kees, ik was er beide keren bij. Ik weet nog goed hoe jij in die andere onderuit ging. En ik zal niet de enige zijn geweest.