‘Adaptief’ beleid is niet zo nieuw

september 20, 2014 by  
Filed under artikel

Wie, zoals ik, regelmatig vertoeft te midden van medewerkers van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kijkt niet meer op van het woord ‘adaptief’. Sinds een paar jaar moet alles adaptief en doen we alles adaptief. Ik ben daar blij mee. Niet met die hype, maar wel met dat streven naar adaptief beleid. Wat is adaptief beleid? Er zijn veel definities. Ze komen er allemaal op neer dat je je beleid beter steeds kan aanpassen, naar gelang de ontwikkelingen, dan je voor 30 jaar vast te leggen.

Er zijn twee belangrijke aanleidingen voor het Ministerie van IenM om ‘adaptief’ te worden. Ten eerste het Deltaprogramma, het omvangrijke programma om Nederland beter te beschermen tegen stijging van de zee en van de rivieren. De commissie Veerman had zich gebogen over de gevolgen van de klimaatverandering voor Nederland en had gepleit voor een Deltaprogramma. Nu al moesten harde afspraken worden gemaakt voor de verre toekomst. Gelukkig was Deltacommissaris Wim Kuijken, die leiding moet geven aan het programma, meteen een stuk pragmatischer. Hij wilde zich niet vastpinnen op plannen voor een verre toekomst. Wat hem betreft gingen we gewoon aan het werk en zouden we de komende jaren naar bevind van zaken blijven handelen. Precies wat adaptief beleid inhoudt. Uitgaan van onzekerheden. Beseffen dat de snelheid van de zeespiegelstijging onzeker is. Nooit beslissingen nemen waarvan je later spijt kan krijgen. Beter kleine stapjes en de mogelijkheid om je beleid aan te passen, dan werken aan een grand design. Als je de ontwikkelingen maar goed in de gaten houdt.

Ook bij het mobiliteitsbeleid spreken ze tegenwoordig vaak over adaptief beleid. Al is de situatie daar wel anders. We weten dat de zeespiegelstijging (door de verandering van het klimaat) zal plaatsvinden, alleen weten we niet hoe snel. Bij de automobiliteit gingen we altijd uit van een (oneindige) groei, maar sinds 2005 maakt het aantal autoreizigerskilometers pas op de plaats, terwijl de bevolking sindsdien nog wel duidelijk is gegroeid. Of de groei ooit weer aantrekt is onduidelijk. Ook hier is adaptief beleid wijs beleid: niet meteen uitgaan van schijnzekerheden, maar eerst maar eens rustig afwachten hoe de automobiliteit zich ontwikkelt. Dus niet meteen besluiten dat er nooit meer nieuwe wegen nodig zijn. Maar ook niet blijven doorgaan met het aanleggen van nieuwe wegen. Als de groei van de automobiliteit niet meer terugkomt, kunnen we dat geld beter aan andere dingen besteden. In dat opzicht is het ook wel boeiend dat het Ministerie van IenM spreekt over adaptief beleid, terwijl tot 2028 nog 35 miljard wordt gereserveerd voor de uitbreiding van het wegennet.

Het begrip adaptief beleid maakt een hausse door. Er wordt veel en verstandig over geschreven. Maar is het nieuw? Nee. Ten eerste kennen we het begrip al lang uit de literatuur. Jan Willem van der Pas, Bert van Wee en Jan van der Waard schreven er een mooi artikel over. Ze pleiten niet alleen over adaptief beleid, maar ook over dynamisch adaptief beleid, wellicht om het begrip nog positiever te kleuren. En ze laten zien dat wetenschappers al jaren geleden hebben gepleit voor adaptief beleid. De toekomst is nu eenmaal intrinsiek onzeker en daarom moet je in het beleid altijd rekening houden met onzekerheden. Het beleid moet zich altijd kunnen aanpassen aan gewijzigde omstandigheden.

Ten tweede: deden we vroeger nu fundamenteel iets anders dan adaptief beleid? Sprak Lindblom al niet in de jaren 60 over incrementeel beleid en de praktijk van muddling through? Dat beleidsmakers zich altijd voornemen om zich op de lange termijn te richten, maar dat de praktijk bestaat uit kleine en soms hele kleine stapjes, afhankelijk van de veranderende omstandigheden. Lindblom beweerde zelfs dat dat juist goed was. De toekomst was zo onzeker dat je beter kleine stapjes kan zetten dan ‘synoptisch rationeel’ te plannen voor een verre toekomst.

Zo kennen we al jaren een groot contrast tussen het voornemen van beleidsmakers om minimaal 25 jaar vooruit te kijken en de dagelijks praktijk waarin vooral kleine stapjes werden gezet. Ook in dat opzicht is adaptief beleid niet nieuw. Het is een mooi nieuw woord voor wat altijd incrementeel beleid wordt genoemd.

Het is dus geen nieuw begrip. Het is zeker geen nieuw fenomeen. Toch is één ding echt t nieuw, namelijk dat incrementeel beleid tegenwoordig onder de vlag van adaptief beleid op departementen wordt gepropageerd. Eindelijk wordt erkend dat Lindblom niet alleen een goede beschrijving gaf van de praktijk, maar dat hij ook terecht meende dat je juist met kleine stapjes een onzekere toekomst tegemoet moet treden. Eindelijk nemen we fundamenteel afstand van wat ooit lyrisch planning werd genoemd. Omdat de toekomst gewoon te onzeker is.

We rijden minder auto

december 4, 2013 by  
Filed under artikel

We rijden minder auto

Elk jaar verschijnt de Mobiliteitsbalans. En elk jaar kijk ik er met spanning naar uit. Zou de groei van de automobiliteit nog steeds stagneren? Ja, u leest het goed. Na 2005 is het aantal ’reizigerskilometers’ in de auto niet meer toegenomen. Dat is opvallend. Tot 2000 nam het gebruik van de auto nog steeds een enorme vlucht. Die groei vlakte na 200 snel af en na 2005 is er van groei geen sprake meer geweest. Tussen 2011 en 2012 kunnen we zelfs vaststellen: we rijden minder auto. We merken het ook op de wegen. Omdat de asfaltmachines van Rijkswaterstaat nog steeds op volle toeren draaien, zijn er beduidend minder files dan een aantal jaren geleden. Nieuw asfalt gaat niet meer samen met meer auto’s.

Aanvankelijk werd de wegvallende groei toegeschreven aan de crisis. Maar bij nadere beschouwing klopte die conclusie niet. Tot 2008 was er immers helemaal geen crisis, terwijl de automobiliteit al vanaf 2005 stagneert. Interessant is ook dat 2005 voor bijna alle Westerse landen een omslagpunt blijkt te zijn. Want Nederland staat helemaal niet alleen. Overal in de Westerse wereld stagneert de groei van de automobiliteit. Of beter: is de groei er helemaal uit.

Maar we mogen nog niet concluderen dat de groei definitief verleden tijd zal zijn. Over de toekomst valt pas werkelijk iets te zeggen, als we de oorzaken van de terugval van de automobiliteit kennen. En dat is nog niet het geval. We weten slechts in welke richting we moeten zoeken. Zo heeft de auto niet meer de status onder de twintigers die de auto enkele decennia geleden had. Rijbewijzen worden op hogere leeftijd gehaald. De oorzaak daarvan zou kunnen zijn dat meer jongeren in steden wonen (waar het nut van een auto minder groot is) en dat meer jongeren het vestigen van een gezin uitstellen (en de auto dus nog minder nodig hebben). Daarmee is denkbaar dat het veelvuldig autorijden slechts is uitgesteld. Maar misschien komt van uitstel wel afstel. Wie zal het zeggen. Ook maakt het ’nieuwe werken’ met veel flexplekken en veel digitale ondersteuning de auto wellicht minder onvermijdelijk.

Zolang de toekomst ongewis blijft is het onverstandig om nieuwe infrastructurele plannen af te blazen. Maar het is wel verstandig om even pas op de plaats te maken. De politiek heeft dat overigens al helemaal begrepen. Het kabinet heeft niet voor niets al een paar keer een greep in de kas van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gedaan.

[Column Bouwend Nederland december 2013]