Bellitoni – onverwoestbaar merk

april 14, 2014 by  
Filed under fagot

Wie Bellitoni in grootse bezetting en aangevuld met koor en solisten op het podium ziet zitten, kan maar moeilijk geloven dat het orkest ooit bij toeval is ontstaan. In de jaren 70 kwamen overal projectorkesten op: orkesten die per project worden samengesteld en na een intensieve repetitieperiode en één of meer concerten weer uit elkaar vallen. Als je net was afgestudeerd was dat iets aantrekkelijker dan het toen wat oubollige Musica in Den Haag dat elke dinsdag repeteerde. Of laat ik het anders zeggen: de gemiddelde leeftijd was er zo hoog dat we elke maand een sterfgeval hadden te betreuren.

De FASO had een paar jaar een projectorkest in Zuid-Holland georganiseerd. Maar na 1978 stopte dat om onduidelijke redenen. Via mijn werk kende ik toevallig de politiek filosoof Herman van Gunsteren. Tevens een begenadigd pianist. We droomden soms van een orkest, waar Herman de solopartij op piano voor zijn rekening zou nemen. Met het wegvallen van het FASO-orkest was het moment daar. Ik regelde een zaaltje, trommelde wat vrienden uit Groningen, die inmiddels ook in de Randstad woonden, en de enkele jongeren van Musica bij elkaar en Peter Greve werd de dirigent. Uiteindelijk speelden we niet zoals het plan was, drie maar twee pianoconcerten van Mozart.

Pas tijdens de repetities ontstond de gedachte dat we in een volgend jaar nog wel eens zouden kunnen doorgaan. Dat werd meteen het najaar. Hans van Hoolwerff bedacht die naam. Die vreemde naam, die toch ook onverwoestbare naam. Het is het bestuur in de eerste jaren nooit gelukt om hem geleidelijk te doen vergeten. Peter Greve bleef de dirigent en het orkest was klein, heel klein. Concerten in het Groene Kerkje in Oegstgeest. Repeteren bij Herman thuis. Pas na vijf jaar ontstond de drang om met een andere dirigent verder te gaan, Jules van Hessen. Onder zijn leiding groeide het orkest, maar een kamerorkest bleef het. De zalen werden groter, het publiek talrijker.

Jules was enthousiast, soms te enthousiast. Daardoor werd Bellitoni beter en beter, maar op een gegeven moment liep hij te ver voor de troepen uit. Alexandru Lascae nam de plaats van Jules in 1990 over. Vanaf dat moment groeide het orkest in hoog tempo en kwamen de grote orkestwerken op de lessenaar te staan. Zo werd niet Van Hessen maar Lascae het keerpunt. Sandu was een geweldige dirigent. Hij vroeg veel van de leden, maar nog meer van zichzelf. Hij viel nooit iemand in het openbaar af en wist als het nodig was te ontspannen, vooral door zijn onovertroffen gebruik van de Nederlandse taal.

Na 21 jaar heb ik het orkest verlaten. Er kwam een andere hobby bij. Qua energie maakte het niet veel uit. Het lopen van een marathon is niet zwaarder dan een repetitieweekend van Bellitoni. Het orkest zweefde bij me vandaan. Het kostte me moeite om de concerten bij te wonen. Als je eenmaal deelgenoot bent geweest van het ecosysteem Bellitoni, past het eigenlijk niet meer om op gehoorsafstand buitenstaander te zijn. Gelukkig zijn er vele anderen die naar Mahler 2 komen luisteren. En terecht.

Fagot solo

oktober 19, 2013 by  
Filed under fagot

fagot-2In sommige amateur-orkesten wordt het programma netjes over de twee fagotten verdeeld. Voor de pauze speelt Pietje 1 en na de pauze Jantje. Ik verbaas me daar altijd over. Repetities zijn toch ook bedoeld om af te stemmen, zou je zeggen. Als eerste fagot stem je af op de andere eerste blazers en als tweede op je eerste. Dat is toch een kwestie van trainen? Bovendien is bij het afstemmen de klank van de blazersgroep als geheel van belang. Of luistert dat afstemmen bij dat soort orkesten minder nauw?

Het kan zijn dat ik deze argumenten allemaal heb bedacht om de werkelijke reden te verhullen: ik speel graag eerste fagot. Ik hou van het vibrato op de hoge Fis, ik hou van het samenspel met de andere eerste blazers en heb niet het goede karakter om een terts-je of een kwint-je onder de eerste te leggen. En ik ben dol op een solo. Tsjaikovski! Shostakovich! Stravinsky! Dvorak! Mahler (eerste symfonie)! Beethoven (vioolconcert!). Mozart (pianoconcerten). En niet te vergeten: hoe heerlijk is het niet om al die prachtige aria’s van Bach in je eentje te spelen.

Als ik al die mooie soli voor de geest haal, overvalt me overigens niet alleen een gevoel van vreugde. Vaak wordt de vreugde meteen aangevuld met angst, en angst soms met woede. Woede over een mislukte solo. Het moet al 15 jaar geleden zijn, maar ik kan me het moment nog herinneren als gisteren. We speelden met Bellitoni Shostakovich 8, onder leiding van Alexandru Lascai. Die prachtige fagotsolo met die twee hoge d’s. Om goed voorbereid te zijn was ik nog een keer langsgegaan bij Ronald Karten, de voortreffelijke leraar, die eigenlijk toen al niet meer was. Ik speelde de solo voor en Ronald gaf een helder commentaar: in dat hoge tempo is de solo veel te riskant. Zeg dat tegen je dirigent. Ik wist dat Lascai ooit met Ronald had samengespeeld en hoopte dat de mening van Ronald hem zou overtuigen. Helaas, ik sprak tegen dovemansoren. Volgens Lascai speelden we eigenlijk nog te langzaam! Op de repetities ging het voorlopig goed. Maar op het eerste concert in de Geertekerk in Utrecht gebeurde precies wat Ronald voorspelde: ik had te weinig tijd om de hoge d’s voor te bereiden, met twee ‘krakken’ in plaats van twee glanzende d’s als resultaat. De avond was verpest. In mijn herinnering sprak ik 12 uur geen woord. Gelukkig had ik nog twee herkansingen. In beide gevallen kwamen de d’s eruit, maar glanzen deden ze niet meer.

Hoe anders was het een paar jaar ervoor gegaan. Toen stond Shostakowitch 9 op de lessenaar bij Bellitoni. Met dat prachtige vierde deel, waarin de fagot hartverscheurend mag klinken. Ik had een half jaar elke dag gestudeerd. Ja, dat was me nog niet eerder overkomen. En elke dag had ik vele malen die solo geblazen. Hoe spannend was de eerste repetitie. Het orkest dat de muziek nog amper kent en verbaasd omkijkt als de fagot – na de inleidende trombones – alle ruimte krijgt om zijn eigen verhaal te vertellen, nog eenmaal onderbroken door het koper. Glanzende hoge noten; in het tweede deel van de solo dalen we langzaam af totdat de strijkers zich bij de fagot voegen en we zonder overgang het vijfde deel betreden. Nog even snorren en dan is het voorbij.

We speelden de Negende in Amsterdam en Den Haag. En het ging twee keer goed. Heftig, dat wel. Ik hield mijn emoties nauwelijks in bedwang. En in beide gevallen liet Lascai me geheel vrij in het tempo…. En had ik niet alleen tijd voor mijn eigen interpretatie, maar ook om die hoge ‘des’ goed voor te bereiden.

Natuurlijk is het flauw om mijn mislukking in Shostakowitch 8 geheel in de schoenen van een voortreffelijke dirigent te schuiven. Oké, Lascai was de ene keer veel bereidwilliger om zijn tempo aan mijn moeilijke noten aan te passen dan de andere. Maar als ik eerlijk ben had ik me op die Negende ook veel beter voorbereid dan op die Achtste. En als je je niet goed voorbereidt kan de liefde voor een solo gemakkelijk omslaan in haat. De eerste keer gaat het op een orkestrepetitie bij toeval mis. Nog niets aan de hand. Volgende keer beter, denk je. Maar als het dan nog een keer misgaat, slaat de stress snel toe. En als een solo met stress wordt omgeven, ga je hem haten en als je hem haat vlieg je eruit…

Ja, wat is het toch heerlijk om eerste fagot te zijn.