Vuurtje stoken en de rol van de overheid

januari 7, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie


In Scheveningen hebben ze het vuur te hoog opgepookt. En burgemeester Krikke zit op de (brand)blaren. Ze heeft al een grondige evaluatie beloofd. Maar zoals dat in een democratie hoort: die evaluatie is al volop aan de gang. Daarvoor hoeven we niet te wachten op een commissie van de burgemeester. 

Waarom is er een overheid? Om publieke belangen te behartigen. Om zaken te regelen die we onderling niet kunnen regelen, maar toch geregeld willen hebben. Wanneer geldt dat? Volgens de economische wetenschap bij collectieve goederen, bij externe effecten en bij verdelingsvraagstukken. Ik vrees dat de economische wetenschap hier meer heeft bij te dragen dan het vak dat ik lang heb gedoceerd, de bestuurskunde. 

In de bestuurskunde heeft al lang de mening postgevat dat de overheid ‘ook maar één van de maatschappelijke partijen is’. Voor de goede orde: die onzin heb ik zelf nooit gedoceerd. Maar ik hoorde het wel overal om me heen. Daar hoorde een heel vertoog bij: horizontalisering van bestuur, netwerken, wederzijdse afhankelijkheden en onderhandelingshuishouding. Met als centrale stelling: de overheid moet niet voor ons beslissen, maar moet met ons gaan onderhandelen. Alleen dan is er draagvlak voor beleid. 

Ik heb niets tegen een overheid die draagvlak zoekt in de samenleving, maar ik heb wel een hekel aan een overheid die zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Juist wanneer de samenleving het zelf niet redt én de overheid zich opstelt als ‘één van de partijen’. Laten we eens teruggaan naar de drie redenen die de economische wetenschap aanreikt voor overheidsingrijpen. 

Het klimaat verandert. We zullen iets moeten doen. Maar het heeft weinig zin als alle huishoudens van het gas af gaan, terwijl de industrie CO2 blijft uitstoten. Het klimaat is een collectief goed. Bij collectieve goederen heeft niemand zin om het probleem voor een ander op te lossen. Dus is de overheid aan zet. Toch onderhandelt de overheid nu al een jaar met een aantal partijen over een Klimaatakkoord. Natuurlijk lost dat niets op. Waarom zouden die partijen een standpunt innemen dat hun eigen belang schaadt? Hier hebben we een overheid nodig die iedereen dwingt om bij te dragen aan een beter klimaat.

De pensioenen zijn al jaren verouderd. En al die jaren wordt er in de SER over een nieuw pensioenstelsel onderhandeld. Dat is op zich niet zo vreemd, omdat het om geld van de werknemers gaat. Maar één ding is wel duidelijk: de partijen komen er onderling niet uit. Omdat het ook om een verdelingsvraagstuk gaat. Tussen jong en oud bijvoorbeeld, en tussen werknemers en zzp-ers. En verdelingsvraagstukken worden niet opgelost door onderhandeling tussen partijen. Maar door een overheid die zijn verantwoordelijkheid neemt.

In Den Haag onderhandelt de overheid al jaren met burgers over het ‘vieren’ van oudjaar. De vreugdevuren op het strand zijn daarvan de uitkomst. Over de hoogte van de vuren wordt nog steeds onderhandeld. Met wie? Met de bouwers van de brandstapels. Maar die vuren hebben wel externe effecten. Voor mensen die niet gehoord zijn, maar wel de vonkenregen op hun dak krijgen. En je hebt juist de overheid nodig als de onderhandeling van twee partijen het belang van derden schaadt. Omdat de overheid hier al één van de onderhandelende partijen is, kon zij niet meer optreden voor de mensen haar echt nodig hebben. 

Ja, de bestuurskunde krijgt gelijk: de overheid gedraagt zich vaak als één van de partijen. En de economische wetenschap laat zien dat de overheid daarmee gewoon tekort schiet.

Leren is meer dan reproduceren

oktober 20, 2014 by  
Filed under artikel

Ik had er genoeg van. Vorige week keek ik een tentamen van de eerstejaars na. Het tentamen was redelijk goed gemaakt. Normaal reden voor tevredenheid. Maar na 30 tentamens werd ik moe van al die vergelijkbare antwoorden. De studenten hadden alleen of in hechte samenwerking de goede antwoorden bedacht. Beter: ze hadden heel netjes gereproduceerd wat ik ze had verteld. Maar hadden ze ook iets geleerd?

Vanmiddag moest ik weer voor de klas. Voor een andere groep. Het was hun vijfde college. Weer zo’n stijl oplopende collegezaal, waarin de braven voorin de klas zitten en de brutalen achterin. Ik parafraseer. En allemaal heel betrokken bij mijn college. De deelname is een feest om te zien. Elke week zit de zaal weer vol. Maar allemaal zijn we bezig met reproduceren. Ik reproduceer de stof en het boek en de studenten hopen voldoende op te vangen om bij het tentamen dit alles weer op hun beurt te kunnen reproduceren. Ze zijn ook erg benieuwd naar het soort vragen dat ik tijdens het schriftelijke tentamen zal gaan stellen.

Waarom doe ik dit? Ik weet dat de studenten morgen 80% van het college van vandaag zijn vergeten. En over een paar maanden is bijna alles weg. Hoorcolleges blijven niet hangen. De studenten bereiden zich vooral voor op het tentamen. Ze vragen zich niet af of ze de relatie tussen Prorail en NS beter begrijpen, maar wat ze moeten doen om het tentamen te halen. Als ik iets over gemeenten en decentralisatie vertel, zie je ze denken wat voor tentamenvraag daarbij zou kunnen horen. Ze zijn helemaal gericht op reproduceren (en daarna zo snel mogelijk vergeten) en nauwelijks op leren. Leren, met een hoofdletter.

Als je leert dan beklijft het. Dan ben je in staat om voortaan sommige berichten in de krant anders, en beter te begrijpen (ja, dat is bestuurskunde). Als je leert ben je in staat om het strategisch gedrag van het bestuur van de studentenvereniging beter te begrijpen. Als je leert ben je in staat om te begrijpen waarom de waarheid niet de heilige graal van de politiek is. Als je leert begrijp je het besturen beter, de politiek beter en de maatschappij beter. Intussen vertel ik de stof die ze straks op het tentamen moeten kunnen reproduceren.

Ik had er genoeg van. Op tal van plekken in het land leer ik cursisten dat leren veel meer is dan reproduceren. Maar op de universiteit sta ik voor een stijle collegezaal alleen maar uit te stralen dat ze straks moeten reproduceren wat ik ze nu vertel. Om die reden gaf ik vandaag anders college. Ik begon met de vraag: wat heb je hier de afgelopen weken geleerd. Ja ik vraag wat heb je geleerd, ik vraag niet: wat heb je hier gehoord? Er kwamen vier mooie antwoorden. Ze maakten blij. Maar er waren ook ongemakkelijke blikken. Zo doen we dat toch normaal niet. U vraagt toch elke week waarover we het de vorige week hebben gehad?

Ik besprak openlijk mijn twijfels en mijn verwarring met de studenten. Ik zei dat ik helemaal geen zin in dat tentamen had. Dat ik veel liever had dat ze een mooi paper schreven, waaruit zou blijken dat ze werkelijk iets hadden geleerd. Iets wat ze nooit meer zouden verleren. Iets wat je leert, verleer je niet. Iets wat je onthoudt, vergeet je na een tijdje. Ik bood ze aan om geen tentamen te doen. Een studente vroeg of ze het geleerde ook visueel mocht presenteren. Ze dacht aan een schilderij.

Sommigen werden enthousiast, anderen waren vooral verward. Ze waren al aan de voorbereiding van het tentamen begonnen. Ze dachten dat ze moesten reproduceren. Anderen vroegen zich af hoe de nieuwe regels zouden luiden. En of de examencommissie dit wel goed zou vinden. En of ze het boek ook mochten meenemen naar het tentamen, en of ze aantekeningen in het boek mochten maken. En of ze samen met elkaar een paper mochten maken. En of ze én het tentamen én het paper mochten maken en of dan het hoogste cijfer zou tellen. De vertrouwde veiligheid van de reproducerende universiteit was even weggevallen.

Na 35 minuten was het debat voorbij. Een studente vroeg of we nu niet lang genoeg hadden gepraat over dit onderwerp en of we niet verder konden met de stof. Ik dacht erbij: de stof die straks moet worden gereproduceerd. Maar misschien, heel misschien hebben deze 35 minuten veel meer betekent voor de studenten dan die andere 505 minuten die ik voor deze groep zal staan. Dat ze iets hebben geleerd. Namelijk dat leren meer is dan reproduceren.