Treurig Nederland

januari 21, 2020 by  
Filed under artikel, De Stad, Geen categorie

Lees het boek Treurtrips van Mark van Wonderen en gruwel over de vele lelijke plekken die Nederland rijk is. Gelukkig is het geen systematisch, laat staan representatief overzicht, toch wordt duidelijk hoeveel lelijke plekken in Nederland vallen te ontdekken. De ondertitel luidt niet voor niets (Het)ontdek Nederland! Het typeert de sfeer van het boek dat de vele prachtige foto’s niet alleen gelardeerd worden door een geestige tekst, maar dat de lezer ook geholpen wordt met kaarten van ‘inspirerende fiets-, wandel- en scootmobielroutes’. 

Maar de analyse ontbreekt. Daarom zou het een geschikt boek zijn voor een cursus planologie. Ik zou de cursisten twee dingen willen vragen: wat zijn ‘lelijke’ plekken en waar treffen we die vaak aan? De vraag ‘wat is een lelijke plek’ lijkt nogal subjectief. Maar hij is veel minder subjectief dan op het eerste gezicht lijkt. Lelijke plekken zijn vooral onherbergzame plekken, plekken waar je je niet geborgen voelt, plekken waar de onveiligheid tiert. Er zijn ongetwijfeld een paar planologen te vinden die liefkozend over ‘rafelranden’ zullen spreken, maar de meeste mensen zouden op dit soort ‘lelijke’ plekken vooral niet willen zijn. 

Waar vinden we dat soort plekken en hoe zijn ze ontstaan. Ik tel door mijn oogharen vijf soorten lelijke plekken. 

Aan de randen van de steden: hoe mooi de binnensteden van Amsterdam, Rotterdam of Dordrecht ook mogen zijn, de lelijke plekken aan de randen van de stad zijn vaak schrijnend. Misschien kunnen we beter spreken over de achterkant van de steden. Van Wonderen maakt een verbluffende reportage over de metrolijn Hoek van Holland – Nesselande, met veel opvallende lelijkheid. Maar ook de buitenwijken van Dordrecht en Amsterdam-Noord tellen veel lelijke plekken. 

Perifere gebieden: Velsen heeft wonderschone lelijke plekken, maar dat geldt al evenzeer voor de echte krimpgebieden: Zeeuws-Vlaanderen, Parkstad Limburg (wie ooit die naam heeft bedacht) en Delfzijl, Drachten en de veenkoloniën in Groningen en Drenthe. Het zijn de gebieden waar de industrie nog dominant is, of waar de industrie juist al is verdwenen. Velsen (IJmuiden) zucht onder de Hoogovens, in Drachten worden nog scheerapparaten gemaakt door Philips, maar in de veenkoloniën zijn de strokartonfabrieken al lang gesloten, net zoals de mijnen in Heerlen. 

Bedachte gebieden: deze categorie is zorgelijker voor de planologen in mijn klasje. Het lijkt alsof er een nauwe correlatie bestaat tussen het aantal lelijke plekken en de mate van overheidsbemoeienis. Natuurlijk, het verbaast niet dat Lelystad uitgebreid wordt geportretteerd. Maar ook Almere, Zoetermeer (station!) en dat arme Delfzijl dat ooit100.000 inwoners had moeten gaan tellen. Het zou een boeiende vraag zijn voor een proefschrift: wie heeft er meer lelijke plekken op zijn geweten: de markt of de overheid? 

Modernistische plekken: het zal niet verbazen dat de nieuwbouw uit de jaren 60 en 70 veel lelijke plekken heeft opgeleverd. De vreselijke galerijflats met ingebouwde onveiligheid worden op tal van plekken al weer afgebroken, met ook hier de Bijlmer als hoogtepunt. Toch staat de modernistische stedebouw in veel opleidingen nog te boek als een hoogtepunt. Maar heldere maquettes verhullen de onveiligheid en de lelijkheid op de begane grond. En die les kunnen nog steeds veel architecten en stedebouwkundigen ter harte nemen. 

Overdekte winkelcentra: de treurigheid van winkelleegstand is vooral zichtbaar in die vreselijke overdekte wijkwinkelcentra die overal in Nederland sinds de jaren 70 zijn verrezen. Te weinig kwaliteit. Te gewoon. En blijkbaar werkt dat concept van overdekte winkelstraten in Nederland niet goed, ondanks de regen en wind die ons klimaat kenmerken. En als de leegstand toeslaat, zijn de lelijke plekken dichtbij. Eerlijk gezegd heb ik die voorkeur voor overdekte winkelcentra nooit begrepen. Wie de schoonheid van veel binnensteden beter had begrepen, was er nooit aan begonnen. 

Daarmee verwijzen de ‘lelijke plekken’ van Van Wonderen sterk naar de jaren 60, 70 en 80 van de vorige eeuw.  Veel van wat toen is bedacht, leidt nu tot een mooi boek over lelijke plekken. 

Deel dit bericht: