Waarom paarse kabinetten heel ongewoon waren

december 19, 2015 by  
Filed under artikel

Kok was een nuchtere man. En hij was vooral een slimme man. Om die reden zei hij bij het aantreden van zijn eerste Paarse kabinet dat het een doodgewoon kabinet was. Hij wilde te hoge verwachtingen temperen en hij wilde vooral het christelijke volksdeel geruststellen. Ook hij zou minister-president van alle Nederlanders zijn.

Klaartje Peters ontleent aan die uitspraak van Kok de titel voor haar boek over acht jaar Paars: Een doodgewoon kabinet. Maar waar Kok die woorden gebruikte om de verwachtingen enigszins te temperen, vormen ze hier de conclusie van een lange interviewreeks. Peters heeft alle betrokkenen geïnterviewd en doet daar uitgebreid verslag van. Het is een feest der herkenning. Je waant je weer even twintig jaar geleden. Klaartje Peters was indertijd zelf aan de fractie van D66 in de Tweede Kamer verbonden. Ze heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. Maar ze slaagt er voortreffelijk in om afstand te bewaren tot haar eigen partij. Nergens valt ze op partijdigheid te betrappen. En alle hoofdpersonen krijgen weer kleur.

We gaan bijna geloven dat het inderdaad een doodgewoon kabinet was. Of speelt Peters politieke achtergrond haar toch parten? Bij D66 heeft men wel eens de neiging om de politiek vooral als een kwestie van pragmatiek te zien. Wijers had zelfs een hekel aan de ‘kleine p’ van politiek. Maar juist Wijers was ook de belichaming van de zware ideologie van Paars. Hij was bij uitstek de man van het neoliberale gedachtegoed. Hij trok grote programma’s als Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit. Alles wat los (en zelfs vast) zat moest worden geprivatiseerd of op zijn minst ‘verzelfstandigd’. De markt moest ruimte krijgen en de overheid moest worden vermarkt. We ervaren nog elke dag daarvan de gevolgen, overigens niet alleen in negatieve zin. Dat was dus helemaal geen doodgewoon kabinet, maar een heel sterk neoliberaal kabinet. Vergeet ook de ‘derde weg’ van Blair en Kok en Clinton niet. Wie herinnert zich niet het college over overheidsbeleid dat Wim Kok mocht afsteken in het Witte Huis. En toch komt Peters in haar analyse niet veel verder dan te melden dat Paars vooral werd gekenmerkt door de afwezigheid van het CDA.

Op zich is deze verwarring ook niet zo vreemd. Paars ontstond onder een bijzonder gesternte. In 1989 eindigde de twintigste eeuw, terwijl de eenentwintigste pas in 2001 zou starten. Het was een pauze-tijdperk. We spraken over het einde van de ideologie, over het einde van de politiek zelfs. In mijn eigen verwarring schreef ik nog mee aan een boekje over de ‘verplaatsing van de politiek’. Maar in werkelijkheid was er een volstrekt heldere ideologie, alleen werd die ideologie lange tijd niet meer uitgedaagd en bestreden. Het was de ideologie van de markt, van het liberalisme als overwinnaar van alle ideologieën.

In 2001 kwam er abrupt een einde aan dat einde van de politiek. Het bleek dat niet de hele wereld zat te wachten op het neoliberalisme van Clinton, Blair en Kok. Met Blair liep het nog slecht af toen hij plotseling moest meedoen aan een nieuw politiek debat. En Clinton werd vervangen door Bush die meteen een ronkend antwoord gaf in de nieuwe politieke situatie. In Nederland gebeurde alles een half jaar later. Een politieke moord leidde tot rellen op het Binnenhof (die ik overigens rustig op 500 meter afstand op de TV kon volgen).

De Paarse kabinetten waren dus helemaal geen doodgewone kabinetten. Ze waren ideologischer dan vele kabinetten ervoor en erna. Maar dat viel niet op, omdat zovelen dachten dat nog maar één ideologie denkbaar was. Helaas blaast Klaartje Peters de fabel over Paars nieuw leven in.