Corona en de nieuwe Concert-cultuur

september 14, 2020 by  
Filed under artikel, Voorpagina

Drie concerten hebben we nu achter de rug sinds het weer een beetje mag. En de bezoekersaantallen zijn nog steeds dramatisch, maar er gloort wel een andere concert-cultuur. En dat zou wel eens winst kunnen zijn. 

Eerst het sombere nieuws. In het nieuwe Concertgebouw passen 350 toehoorders op corona-afstand. In een zaal waar zonder corona ruimte is voor 2000 luisteraars. Daar kan geen verdienmodel tegenop. Toch zal het Concertgebouworkest het voorlopig met die 350 betalende toehoorders moeten doen. Bovendien het is de vraag hoeveel stoelen bezet zullen zijn als dat vaccin er eindelijk is. De gemiddelde luisteraar van het Concertgebouworkest, ja, het Koninklijke Concertgebouworkest, is ver op leeftijd. Hij vond het toch al vermoeiend, en zeker op een koude en natte winteravond was de reis naar de Van Baerlestraat al vaak te lang. Ik vrees dat het in Concertgebouw net zo zal gaan als in de kerken: na corona haakt een grote groep definitief af. 

Daarom is het zo belangrijk dat deze tijden ook laten zien dat het allemaal anders kan. En dat ook de traditionelen in het Nederlandse muziekleven, met het Koninklijk Concertgebouworkest aan de top, hun concertcultuur kunnen veranderen. We waren bij het concert van Andris Nelsons die ons in één uur een prachtige Rachmaninov 2 voorschotelde. We namen het drankje en de jassen mee naar de zaal. En na afloop mochten we meteen weer naar buiten. Geen eindeloze pauze met al die Amsterdamse kak die niet voor Nelsons komt maar voor elkaar. Geen mannen die elkaar gauw nog even aanraken. Geen vrouwen meer die de hele avond meer aandacht hebben voor hun haar en geen hobo van een klarinet kunnen onderscheiden. En vooral niet meer met 12 mannen tegelijk in het ‘druppelhok’ samen proberen er nog iets uit te persen. Mag ik voortaan altijd een concert van een uur, zonder de verplichte ouverture? Of is dat juist het verdienmodel van het KCO? 

In het Muziekgebouw aan het IJ hoorden we het Belgische Collectief met Das Lied von der Erde van Mahler. Bewerking door Schönberg en De Leeuw: strijkkwintet, blaaskwintet, basklarinet, harp en harmonium. Wat een schoonheid, wat een feest om te horen. Waarom moet Mahler altijd zo groot? Dit intieme concert raakte me meer dan zo’n volle bak. En ook het KCO kan in deze bezetting spelen. 

Bij kasteel Duivenvoorde hoorden we het NBE. Het NBE is altijd goed voor verrassingen en voor een alternatieve programmering. Maar zelfs zij vonden in corona-tijd nog weer nieuwe varianten. We kregen niet alleen een concert onder een zeildoek in de buitenlucht. Echt bijzonder was de wandeling door het park, met op onverwachte plekken een mini-concertje van heel bijzondere combinaties. Geen Mozart en Mahler. Alle muziekculturen naast elkaar en door elkaar heen. Het enige nadeel: met alle happen en dranken en gezelligheid duurde het, los van onze eigen afspraken, misschien al weer te lang. Want dat begin ik wel te leren. Waarom moesten al die concerten voor corona altijd zo lang duren, terwijl de wereld zoveel sneller is geworden? 

Deel dit bericht:

Bernard Haitink klinkt als vinyl

november 16, 2015 by  
Filed under artikel

Haitink terug weer op de bok van het Concertgebouw. Niet voor zijn eigen KCO, maar voor het Chamber Orchestra of Europe. Zijn leeftijd staat hem niet meer toe de grote trap af te dalen. Via een zijtrapje betreedt hij het podium. Een heel Schumann-programma. We beginnen met de Manfred Ouverture. En waar de ouverture vroeger nog wel eens werd gebruikt om de vingers te rekken, in te blazen en bij te stemmen, nu is meteen elke noot raak. Overdonderend. En dat geweldige niveau wordt de hele avond vastgehouden. Ook in het pianoconcert met Murray Perahia en na de pauze in Schumann II.

Wat onderscheidt Haitink van al die andere dirigenten? De klank en de intensiteit van het samenspel. Iedereen zit op het puntje van de stoel. Iedereen hangt aan zijn vingertoppen. Hoe onnavolgbaar zijn bewegingen soms ook zijn. En hij is én dwingend én dienstbaar. Hij helpt het orkest door de partituur. Geen beweging te veel, geen showelementen. En waar de muziek zijn eigen weg vindt, laat hij het orkest begaan. Alleen in die paar overgangen, in die paar moeilijke passages neemt hij de teugels strak in handen.

Hoe dienstbaar en toch tegelijkertijd ongelofelijk dwingend. Want vanaf de eerst noot hoor je Haitink. Het is de gloed van een oude LP, het is de gloed van het KCO in de jaren 70 en 80, het is de gloed van elk orkest dat onder Haitink speelt. In die gloed spelen de eerste violen echt unisono, zonder enige scherpte, en wat waren ze geweldig op dreef in het Scherzo van de symfonie. In die gloed brommen de bassen niet, maar ze dansen. En in die gloed klinken de houtblazers alsof ze op klassieke instrumenten spelen, zo goed mengen ze met de rest van het orkest.

Murray Perahia voegt zich op geweldige wijze. Want ook hij is de man van de klank, veel minder van de techniek. En daarmee raken we aan de kern. Het lijkt bijna een historische avond. De tegenwoordige instrumentalisten lijken alles te kunnen. Maar hun klank kan me soms minder bekoren. Bram van Sambeek is technisch een wonder op de fagot. Brian Pollard, de legendarische fagottist van het KCO uit de vorige eeuw, haalde dat technische niveau bij lange na niet. Maar de klank van Pollard was onovertroffen. Zijn vibrato deed het orkest gloeien.

En zo lijkt het ook met Haitink en ‘zijn’ Chamber Orchestra of Europe. Er kikst een trompet bij het begin de symfonie. Ook de houtblazers zijn niet spatgelijk. Wie hoort dat nog bij het huidige KCO? Maar wat een klank, wat een warmte en wat een klankkleuren! Ligt tegenwoordig te veel aandacht bij de technische perfectie? Bij de prestatie? Bij het kunststuk en minder bij de kunst?

Deel dit bericht: