Zo moeilijk is klimaatbeleid niet

april 16, 2019 by  
Filed under Geen categorie

Jan Paternotte en Rutger Schoris doen een uitstekend voorstel in NRC-Handelsblad: een vliegtaks voor korte vluchten vanaf Schiphol. Ze richten zich rechtstreeks tot de bazen van KLM, Schiphol en NS. Deze drie heren schreven vorig jaar al dat meer mensen op kortere afstanden de trein zouden moeten nemen in plaats van het vliegtuig. Nu was dat wel een heel bijzondere gelegenheidscoalitie. KLM en Schiphol waren vooral op zoek naar ruimte voor langere vluchten en de NS zocht meer klanten voor de trein. En toevallig waren ze het op dat moment samen eens. Vooral om de overheid ertoe aan te zetten meer geld op tafel te leggen voor investeringen op het spoor. Aan dat soort doorzichtige en onwaarachtige acties zou je eigenlijk geen aandacht moeten schenken. Paternotte en Schoris doen dat wel. En daarom verdwijnt hun betoog een beetje in het niets.

Terwijl het onderwerp zo simpel is. Ik doe een poging. Terwille van het klimaat moeten we minder CO2 uitstoten. Reizen per vliegtuig levert 10 keer zoveel CO2-uitstoot op als reizen per trein. Dus zou het goed zijn als mensen vaker de trein zouden nemen. Dat kan allemaal zo zijn, maar mensen beslissen zelf hoe ze reizen. En de meeste mensen laten zich leiden door drie factoren: tijd, geld en kwaliteit. Wat is het snelste, wat is het goedkoopste en wat is het aangenaamste. En die drie factoren zorgen ervoor dat heel veel mensen de trein prefereren als ze naar Brussel gaan en het vliegtuig als ze naar Londen, Parijs of Berlijn willen. Dat kunnen we vervelend vinden voor het klimaat, maar het is niet anders.

Tenzij we iets veranderen aan ‘tijd, geld en kwaliteit’. De reistijden per trein veranderen bij hoge investeringen en dan ook nog pas op langere termijn, omdat het aanleggen van nieuwe infrastructuur heel veel tijd kost. Op korte termijn levert dat geen ander reisgedrag op. Het reizen per trein wordt aangenamer als we minder hoeven over te stappen of gemakkelijker tickets kunnen kopen. Daarop valt niet meer zoveel te winnen, afgezien van de vervelende overstap in Brussel voor de reizigers voor Londen. Dan resteert de prijs. En Paternotte en Schoris hebben helemaal gelijk dat we het reizen per vliegtuig duurder moeten maken door het invoeren van een vliegtaks. Wat mij betreft overigens niet alleen voor de kortere vluchten, omdat de maatschappelijke kosten van het vliegen sowieso onvoldoende worden doorberekend in de prijzen van de tickets. 

Daarmee staat die substitutie van vliegen door treinen op de kortere afstanden model voor het hele klimaatbeleid. Het heeft weinig zin als een paar directeuren roepen dat het eigenlijk beter zou moeten. Het heeft ook weinig zin als we weer meer geld van de overheid gaan vragen voor ongetwijfeld goede investeringen. Het heeft vooral zin als we het gedrag van burgers veranderen. En niet met een beroep op verantwoordelijkheid voor de wereld van onze kinderen. Maar door de mix geld-tijd-kwaliteit zo te veranderen, dat burgers wel gedwongen worden om een andere keuze te maken. En ja, de overheid zal die mix moeten veranderen. 

Zo is de overheid er niet voor om mij te verplichten 3,5 zonnepaneel op mijn dak te leggen, om met mijn buren samen een warmtepomp aan te schaffen of om mijn zolder te isoleren. Als fossiele energie duur genoeg wordt, zal ik heus op tijd mijn knopen tellen. En dan beslis ik zelf wel hoe ik van het gas afkom. 

Zo simpel is een goed klimaatbeleid. Het zou goed zijn als politici en die vele ambtenaren niet bedenken wat ik moet gaan doen, maar mijn mix van geld-tijd-kwaliteit zo gaan veranderen dat ik zelf dingen ga doen die klimaatverandering tegengaan. 

De mening van een wetenschapper is ook maar een mening

januari 3, 2017 by  
Filed under artikel

Wetenschap is niet ‘maar een mening’. Jose van Dijk en Wim Saarloos, respectievelijk president en vice-president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, verwoorden het uitstekend in de NRC van 3 januari 2017. Ze verzetten zich terecht tegen de Trumpen en Wildersen van deze tijd, die feiten ondergeschikt maken aan hun eigen mening. Als ze niet te pas komen, worden ze door deze heren verdacht gemaakt en geridiculiseerd. Onder andere met het statement dat ‘wetenschap ook maar een mening is’. Dat past niet in een volwassen democratie, waarin beleid hoort te worden ontwikkeld op basis van feiten én overtuigingen. En waarin het debat op basis van feiten en overtuigingen moet worden gevoerd.

Maar Van Dijk en Saarloos vergeten één ding. Namelijk dat er ook veel wetenschappers zijn die een mening verkondigen alsof de feiten maar één antwoord toelaten. Of erger: alsof hun meningen de feiten zijn. Niet voor niets halen Van Dijk en Saarloos in hun fraaie tekst twee bekende voorbeelden aan: de vaccinatie en de klimaatverandering. Maar ze zijn wel zo slim om maar de helft van het verhaal te vertellen. Ze stellen dat het niet terecht is om de klimaatverandering af te doen als een mening. En ze stellen dat het niet terecht is om te suggereren dat vaccinatie kan leiden tot autisme. Daarin hebben ze helemaal gelijk. Maar de andere kant van het verhaal is dat wetenschappers publiekelijk pleiten voor een actief klimaatbeleid en dat wetenschappers publiekelijk, in de Gezondheidsraad en in de media, een bepaalde vaccinatie verdedigen. Alsof de feiten maar één conclusie toelaten.

Maar de feiten zeggen niet wat we moeten doen. Ook al leidt de klimaatverandering ertoe dat de wereld in 2050 vergaat (quod non), dan nog blijft het een normatief, politiek en dus buiten-wetenschappelijk standpunt dat we daar iets tegen moeten doen. Ook al is honderd keer bewezen dat vaccinatie niet tot autisme leidt, dan nog blijft het een normatief, politiek, buitenwetenschappelijk standpunt dat we wel moeten vaccineren. Of niet. Beter gezegd: het gaat hier niet om feiten maar om meningen. Van wetenschappers.

Ik licht dit graag toe. De KNAW heeft zich lange tijd afzijdig gehouden van het debat over de klimaatverandering. Tot het in 2011 blijkbaar genoeg was. De Academie bracht een rapport uit, bestaande uit drie delen. In het eerste deel werd aangegeven hoe wetenschap ‘werkt’, oftewel hoe de wetenschap tot waarheidsgetrouwe uitspraken komt. Helder en weinig verrassend. In het tweede deel werd ons uitgelegd dat de klimaatsceptici, gelet op de stand van de wetenschap, geen gelijk hadden. Helder en enigszins verrassend. Want waarom zou de KNAW moeten aangeven wie er gelijk heeft in de wetenschap? Dat doen we toch zelf in het wetenschappelijk ‘forum’, op onze congressen en in onze peer-reviewed tijdschriften? Maar het derde deel van het rapport was ronduit verbijsterend. Hierin stelde de KNAW dat de regering geen moment meer had te verliezen. De klimaatverandering moest zo snel mogelijk worden bestreden. Oké, ook dit normatieve standpunt is op zich een feit, maar geen feit dat in het wetenschappelijk forum op zijn waarheidsgehalte kan worden getoetst. Het is inderdaad gewoon een mening.

Wetenschap is niet ‘ook maar een mening’. Maar de mening van een wetenschapper is niet meer dan de mening van een ander. Als wetenschappers dat laatste vergeten, geven ze helaas zelf aanleiding voor het kwalijk afgeven op de wetenschap, wat in populistische kring zo gangbaar is. Daarmee ontneem ik wetenschappers geenszins het recht om zich in het publieke debat te mengen. Maar laten ze dat altijd doen uit het besef dat de feiten waarop ze zich baseren, ook andere politieke conclusies toelaten. Want feiten zeggen nooit wat we moeten doen. Daarvoor heb je ook een overtuiging nodig. En die overtuiging is per definitie buiten-wetenschappelijk.

 

Ruimtelijke ordening of de duinvilla van Melanie

februari 2, 2016 by  
Filed under artikel

Het moet ongeveer op hetzelfde moment zijn gebeurd. De feestelijke afsluiting van het Jaar van de Ruimte en de schlemielige manier waarop Melanie Schultz de duinen wilde weggeven. Een jaar lang werd teruggekeken op de Vinex en werd gemijmerd over de toekomst van de ruimtelijke ordening. Een fraai manifest werd geschreven. En tegelijkertijd vond Melanie Schultz het wel een mooi moment om het behoud van de duinen te ‘decentraliseren’. Bij de VVD moet je dan altijd oppassen. Waar een normaal mens bij decentraliseren alleen denkt aan het overhevelen van bevoegdheden naar de provincies en de gemeenten, denkt de VVD impliciet aan de zegende werking van de markt. Hoe dichter bij de mensen, hoe dichter bij de wereld van vraag en aanbod.

Het hele plan werd met de kracht van de sociale media afgeblazen. Melanie mompelde nog iets over het openhouden van strandtenten, terwijl ik met Kerst nog heerlijk had genoten van een warme strandtent in Renesse. Na al dat protest durfde ze niet eens te zeggen wat ze werkelijk meende. Het debat met de Kamer wilde ze zelfs uit de weg gaan door bij aanvang van de vergadering al te melden dat ze haar plannen natuurlijk zou intrekken. Maar de Kamerleden lieten zich de kans niet ontnemen om hun afgrijzen uit te spreken.

Er zij wel gezegd dat de coalitie tegen Melanie al even toevallig was als haar eigen ingreep. Daarmee stonden beide symbool voor de stand van de ruimtelijke ordening. En dat is de stand van de ontkenning. “Wij gaan er niet meer over”. Al twee kabinetten hebben de nationale ruimtelijke ordening  afgeschaft. Maar dat is natuurlijk flutsika. EZ gaat over de plaatsing van windmolens, IenM over de aanleg van wegen en over de verbreding van de rivieren, BZK over de verkoop van corporatiewoningen en over het stimuleren van de stedelijke economieën, OCW over het sluiten van scholen in krimpgebieden. Beter gezegd: uiteindelijk zijn er maar weinig besluiten van de regering die geen consequentie hebben voor de ruimtelijke orde.

Van die spagaat was het duinenbesluit van Melanie Schultz een pijnlijk voorbeeld. Het kabinet wil de ruimte niet ordenen, maar wel de duinen verrommelen. Dat is het afwegen van ruimteclaims. En wat is ruimtelijke ordening meer dan het afwegen van ruimteclaims?

Er is dus nog steeds ruimtelijke ordening, ook op nationaal niveau. Hoe zou het ook anders kunnen in een dichtbevolkt land met veel verschillende ruimteclaims die ergens moeten worden afgewogen. Er is alleen geen idee meer hoe we die claims moeten afwegen en er is geen eigenaar meer die zich zorgen maakt over een consistente afweging van die verschillende belangen in de ruimte. De ruimte wordt tegenwoordig geordend zonder idee en zonder eigenaar. Het kerstpakket van Melanie Schultz ten voeten uit.

Nee, ik wil niet terug naar het verleden. We hebben terecht afscheid genomen van de ruimtelijke ordening van de vorige eeuw. Van een ruimtelijke ordening die in het teken stond van wonen en landbouw, van gebundelde deconcentratie, van groeikernen. Van een ruimtelijke ordening die meer was dan dat, namelijk een vorm van maatschappelijke ordening. Die ruimtelijke ordening  werd dan ook vaak gedragen door de sociaal-democratie. Bovendien was het een technocratisch project (de wetenschap weet wel wat goed voor ons is, waardoor de planologie eerder een natte normatieve pudding werd dan de toegepaste sociale geografie die ze had moeten zijn). En het was een modernistisch project met alle goede en alle kwade dingen die daarbij horen. Een mooie toekomst voor iedereen met licht, lucht en ruimte. En alle functies bij voorkeur gescheiden. Die ruimtelijke ordening hoorde bij de twintigste eeuw, zoals het collectivistische denken bij die eeuw hoorde.

Daarmee belichaamde het Jaar van de Ruimte het einde van een tijdperk. Tegelijkertijd was het ook een zoektocht naar een gezamenlijke gedachte over de ruimtelijke ordening voor de toekomst. Daarbij deed zich een boeiende paradox voor. Het Manifest waarmee het Jaar werd uitgeluid, was een wilde verzameling van ideeën en ideetjes. Zonder hiërarchie op papier gezet. Geen voorkeuren, laat staan leidende gedachten. De ruimte geordend volgens de principes van de sociale media. Iedereen mag alles roepen. Niemand heeft de macht en ieders gedachte is waardevol.

Ik ben een groot liefhebber van sociale media. Ook deze blog vindt via de sociale media zijn weg. Maar de ruimte laat zich moeilijk ordenen als iedereen zijn zegje mag doen en niemand een besluit durft te nemen. Beter gezegd: dan bepalen de machtsverhoudingen hoe de ruimte zich ordent. Ruimtelijke ordening is bij uitstek een politiek project waar iemand een beslissing moet nemen. En bij voorkeur een consistente beslissing. Wanneer elke beslissing toevallig is, heeft het ordenen van de ruimte geen zin.

Aha, Derksen wil terug naar oude tijden! Hij miskent de hedendaagse doe-democratie! Hij weet nog niet van de wisdom of the crowds. Nee, dat is het punt niet. Ik wil niet terug naar de tijden van groeikernen en van licht, lucht en ruimte, hoe nuttig idealen in die tijden ook waren. Ook ik wil de winst van het maatschappelijk debat via sociale media ten volle benutten. Maar ik wil er wel drie dingen aan toevoegen. Ten eerste: er doemen grote ruimtelijke opgaven op die om politieke keuzes vragen. Het tegengaan van de klimaatverandering bijvoorbeeld gaat niet zonder het maken van politieke keuzes. Ten tweede: die keuzes zullen enigszins consistent moeten zijn. Het bevorderen van duurzame energie heeft alleen zin als je tegelijkertijd het gebruik van fossiele energie tegengaat. Ten derde: wie een nieuwe ruimtelijke ordening wil, moet accepteren dat je daarvoor iemand nodig hebt die die consistente afwegingen maakt tussen de verschillende ruimteclaims. Misschien kunnen we aan de overheid denken.

Dat consistente verhaal moet gebaseerd zijn op drie elementen: nieuwe opgaven, nieuwe antwoorden en nieuwe beelden. Ik rond af door over alle drie kort iets te zeggen. Dat is een bij uitstek politieke schets, op basis van mijn politieke voorkeuren. Ruimtelijke ordening is zoals gezegd het maken van politieke keuzen.

Wat zijn de nieuwe opgaven die bij de verdeling van de ruimte in de komende decennia de voorrang moeten hebben? Ik zie er vier. Ten eerste het mitigeren van de klimaatverandering. Het terugbrengen van de CO2-uitstoot tot 0 in 2050. Dit betekent ruimte voor windmolens, zonnepanelen, biomassa, geothermie etc. Het betekent verdichting, om de mobiliteit tegen te gaan zolang die op fossiele energie is gebaseerd. Het betekent tegengaan van beton en cement, dus duurzaam bouwen. Het betekent meer ruimte geven aan groen en natuur. Ten tweede de aanpassing aan de klimaatverandering. Op dat punt zorgt Rijkswaterstaat al goed voor ons. Ruimte voor de rivier is een prachtig project. De zeewering moet worden bijgesteld. En we moeten de toekomstige veiligheid ook voor alle bewoners in de polders kunnen garanderen. Water moet in steden beter worden opgevangen. Ten derde is er in de Randstad nog een groot tekort aan woningen. Hoe vervelend krimp voor sommige dorpen ook is, de nationale overheid heeft zich vooral zorgen te maken over de vraag waar we de 1,5 miljoen extra bewoners van de Randstad in de komende decennia huisvesten. En dan heb ik het nog niet over de mogelijk blijvend grote aantallen asielzoekers die de tocht naar Europa, naar onze welvaart, wagen. Ten vierde: dit alles mag niet ten koste gaan van natuur, milieu en biodiversiteit. Voor alle andere claims is plek, als aan deze vier niet wordt getornd.

Gelukkig zijn er ook nieuwe antwoorden. We leven aan de vooravond van een technologische revolutie. Of zitten we er al middenin? Zonnepanelen worden nog steeds elke twee jaar tweemaal efficiënter. Windmolens kunnen nog veel efficiënter. Dat is te voorzien. Maar er is veel niet te voorzien op het gebied van duurzame energie. Gaat de kernfusie toch nog eens lukken? We weten in ieder geval dat de zon elke dag 15.000 meer energie naar de aarde stuurt dan we met zijn allen nodig hebben. Welke technologische vernieuwing is denkbaar in de bouw? Hoe zal de mobiliteit zich ontwikkelen? Elektrische auto’s op basis van accu’s of op basis van waterstof? Zelfrijdende auto’s die we delen of die we voor onszelf willen houden. En hoe groot is de behoefte nog aan openbaar vervoer als we de zelfrijdende auto’s massaal gaan delen? Hoeveel behoefte aan landbouwgrond hebben we nog als de gentechnologie voortschrijdt? Ben ik te optimistisch als ik denk dat nieuwe antwoorden de nieuwe opgaven kleiner zullen maken? Of zullen nieuwe antwoorden, denk aan schaliegas, de problemen (in dit geval van de klimaatverandering) soms alleen maar groter maken?

Ten slotte heeft de nieuwe ruimtelijke ordening ook nieuwe beelden nodig. Het gaat in de ruimtelijke ordening niet alleen om het prioriteit geven aan opgaven. Ook beelden zijn in de ruimtelijke ordening leidend voor de afweging van belangen. Denk aan de scheiding van stad en land, denk aan het Groene Hart. Denk aan cultuurlandschappen. Veel van deze beelden zijn sleets geworden. Stad en land hebben hun harde scheiding verloren. En het Groene Hart is als geheel nog nauwelijks een wervend perspectief nu het aan alle kanten is volgebouwd en verrommeld. We zullen over nieuwe richtinggevende beelden moeten nadenken.

Sommige beelden zullen nauw blijven samenhangen met het cultureel erfgoed. Andere beelden zullen vooral inspirerend moeten zijn voor de toekomst. De moeizame discussie over ‘Mooi Nederland’ ten tijde van het ministerschap van Jacqueline Cramer geeft me op het eerste gezicht weinig hoop op beelden die voor velen inspirerend zijn. En laat de discussie over ‘ruimtelijke kwaliteit’ op dit punt geheel onbesproken blijven. Maar dat al neemt niet weg dat heel zinnig ‘beeldregels’ zouden kunnen worden afgesproken voor de plaatsing van windmolens. Dat we afspraken zouden kunnen (blijven) maken over bufferzones tussen steden. Dat we echt aandacht gaan besteden aan de landschappelijke inbedding van het verkeer. Etcetera.

Ook hier gaat het om het dilemma dat in deze blog centraal staat: iedereen moet kunnen meedenken, maar als we geen keuzes maken is er geen ruimtelijke ordening. Als iedereen zijn zin krijgt, krijgt niemand zijn zin. En veel erger: als we geen keuzes maken, zullen grote maatschappelijke vraagstukken (denk aan de klimaatverandering) niet worden opgelost. Er is dus voldoende reden voor een nieuwe ruimtelijke ordening die meer is dan het ophalen van individuele wensen. Het wordt tijd dat zich een nieuwe eigenaar aandient.

#KNMI heeft gelijk, maar had beter kunnen zwijgen

november 23, 2015 by  
Filed under artikel

Gisteren trad het KNMI naar buiten. Code Oranje voor het klimaat. Er moet snel iets gebeuren en in Parijs moeten grote besluiten worden genomen. Ik begeef me spoorslags naar de website van het KNMI (de site staat bij mij de hele dag open) en vind daar 10 klimaatfeiten op een rij. Nummer 9 is misschien wel het meest interessant:

9. Wat is de rol van het KNMI?

Het KNMI meet het weer en doet aan klimaatonderzoek. Het is betrokken bij Europees onderzoek en staat aan de lat van de verbetering van de oceaan- en stralingsmodules in klimaatmodellen. Het KNMI ontwikkelt klimaatscenario’s die worden gebruikt voor studies naar de effecten van klimaatverandering en adaptatie aan die verandering.

Er staat nergens dat het KNMI een politieke organisatie is. Er staat nergens dat het KNMI een belangrijke rol heeft in het maatschappelijke debat over klimaat. Er staat nergens: het KNMI waarschuwt voor de laatste keer. Misschien moeten ze dat intern even beter afstemmen als zo nadrukkelijk de media wordt gezocht.

Overigens zou ik ze ook aanraden om dit soort acties niet te herhalen. Om twee redenen. Het KNMI doet onderzoek en onderzoek toont niet aan wat je moet doen en al zeker niet wat ik moet doen.

Toch begrijp ik de grote zorgen van de klimaatwetenschappers en hun blijkbaar onbedwingbare behoefte om ons daarvan kond te doen, heel goed. Het klimaatbeleid moet drastisch worden bijgesteld. En zeker in Nederland, dat bij ongeveer iedereen achterop loopt. Vind ik, als burger van dit land. Maar moet het KNMI ook aan die (blijkbaar onbedwingbare) behoefte toegeven? Wat winnen ze ermee? Vandaag meldt de website van de Volkskrant: “Kritiek op KNMI na afgeven code Oranje voor klimaat”. Ik neem aan dat dat het tegendeel is van wat werd beoogd.

Die kritiek kan je nog voor lief nemen, als je weet dat je tegelijkertijd heel veel mensen van de noodzaak van een strenger klimaatbeleid hebt overtuigd. Maar dat laatste betwijfel ik nu juist. Ik vrees dat het KNMI vooral twee dingen heeft bereikt: de tegenstanders van een strenger klimaatbeleid hebben een kans voor open doel om het debat te verplaatsen naar de rol van het KNMI én de wetenschappelijke status van het KNMI is er niet beter op geworden. Kan een instituut dat ons voor de laatste keer waarschuwt, ooit nog de nuances van de klimaatverandering in beeld brengen?

Ja er is een groot verschil tussen inhoudelijke rationaliteit en politieke rationaliteit. De actie van gisteren toonde vooral aan dat het KNMI begenadigd is met een overdosis van het eerste.