Wie voorspelt de aardbevingen in Groningen

februari 26, 2018 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Er wordt veel over gepraat. Ze halen vaak de krant. De aardbevingen in Groningen. Het gaat over schade aan boerderijen en aan kerken. Het gaat over angst van mensen. Wat doet de overheid? Wat doet de NAM? Maar het gaat ook over wetenschap. Over voorspellingen: hoeveel staat ons nog te wachten? Onderzoekers doen goed werk, maar het valt me op dat ze beter zijn in modellen dan in communicatie. Zo is voor veel mensen onduidelijk wat al die voorspellingen inhouden. Vooral als ze worden weergegeven op mooie kaartjes met mooie kleurtjes. Velen denken dat die kaarten vertellen hoe groot de kans op een aardbeving is in de komende jaren. En waar die kans het grootste is. Maar dat is niet zo. Bovendien zijn er meerdere kaarten. En ja, die worden erg vaak geactualiseerd. En zo zien velen al snel door de bomen het bos niet meer.

In samenspraak met betrokkenen heb ik geprobeerd de aardbevingen en de kaarten in simpele mensen-taal samen te vatten. De tekst is voor mijn verantwoordelijkheid, omdat de onderzoekers het onderling uiteindelijk niet eens konden worden. En misschien zegt dat laatste al genoeg.

Deskundigen en burgers

In het ‘Groningenveld’ zit het gas niet in één grote bel, maar in poreus zandsteen. Door het gas uit de diepe ondergrond te halen, zakt het zandsteen langzaam in. Dat noemen we compactie. Door die compactie kan op 3000 meter diepte, langs breuklijnen in de aarde, aardbevingsactiviteit ontstaan.

Veel van die aardbevingen voelen we boven de grond helemaal niet. Pas bij zwaardere schokken treden grondbewegingen op die een gewoon mens kan waarnemen.

De intensiteit van die grondbewegingen, door deskundigen gemeten als ‘grondversnellingen’, hangt niet alleen af van de zwaarte van de beving in de ondergrond, maar ook van de samenstelling van de bodem. En die verschilt van plaats tot plaats. Dit maakt dat de intensiteit van de grondbewegingen ook verschilt van plaats tot plaats.

Dus als ze over aardbevingen spreken, bedoelen deskundigen en normale burgers wellicht iets anders. Deskundigen denken bij een aardbeving specifiek aan de breukactiviteit in de diepe ondergrond (met alle gevolgen vandien). Burgers voelen (heftige trillingen) en denken aan scheuren in hun woning. Anders gezegd: wat burgers een aardbeving noemen, beschrijven deskundigen als grondbeweging. En wanneer burgers willen weten hoe groot de dreiging van een nieuwe aardbeving is, willen deskundigen weten welke maximale grondversnellingen binnen een bepaalde periode zijn te verwachten. Ze gebruiken daarvoor de term piekgrondversnelling, of in het Engels ‘Peak Ground Acceleration”, afgekort: PGA.

Dreigingskaarten

Zowel de NAM als het KNMI maken schattingen van de dreiging van een aardbeving voor alle plaatsen boven het Groningenveld. Hun methodes en hun aannames verschillen.

De NAM maakt een dreigingskaart op grond van kennis over de compactie en op grond van de lokale bodemgesteldheid. De dreigingskaart geeft de grondversnelling weer die (statistisch gezien) één keer in de 475 jaar kan worden overschreden. Het gaat dus om kansen, niet om zekerheden.

[Dat we hier spreken over 475 jaar is een afspraak tussen deskundingen. De periode van 475 jaar is gelijk aan 10% kans in 50 jaar dat de grondversnelling kan worden overschreden.]

De dreigingskaart geeft dus niet aan hoe groot de kans op een ‘voelbare’ aardbeving is in het komende jaar. Of de kans op een aardbeving sterker dan 3 op de schaal van Richter. Of de kans op schade.

Het KNMI maakt ook zo’n dreigingskaart, maar dan  op basis van de seismische activiteit in de afgelopen jaren en op grond van kennis van de lokale bodemgesteldheid. Ook op die kaart wordt de grondversnelling die één keer in de 475 jaar kan worden overschreden, weergegeven. De laatste jaren baseert het KNMI zich op de seismische activiteit in de afgelopen drie jaar.

Er is dus niet één dreigingskaart. Er zijn er zelfs meer dan twee, als we alle updates meetellen. Updates zijn ten eerste onvermijdelijk omdat de kennis toeneemt waardoor steeds weer betere inschattingen van een dreiging kunnen worden gemaakt. Ten tweede brengt het KNMI elk jaar een nieuwe dreigingskaart uit. Ze baseren zich immers op de afgelopen drie jaar.

Overigens laten de dreigingskaarten van NAM en KNMI in uitkomsten geen grote verschillen zien.

Risicokaart

Het risico dat mensen lopen door een aardbeving hangt niet alleen af van de dreiging op een ‘grondversnelling’, maar ook van de robuustheid van de gebouwen. In een slecht gefundeerd huis loop je meer risico dan in een huis dat ‘aardbevingsbestendig’ is gemaakt. Ook als de beving veel minder krachtig is.

De NAM heeft een schatting gemaakt van het risico dat mensen lopen door het gedeeltelijk of geheel instorten van huizen en het vallen van schoorstenen en andere losstaande objecten, op basis van de dreiging van een grondversnelling ter plekke en op basis van de robuustheid van de gebouwen. De NAM gaat daarbij uit van 50 typen gebouwen. Met deze risicokaarten kunnen de risico’s van een aardbeving worden vergeleken met de risico’s die mensen elders lopen ten gevolgd van overstromingen of ten gevolge van de luchtvaart.

Shakemap

Ten slotte is er nog een andere kaart van het KNMI: de trillingskaart, of in het Engels: shakemap. Deze kaart is geen dreigingskaart, maar een kaart van de werkelijke grondbeweging ten gevolge van een reële aardbeving. De kaart geeft zowel de gemeten grondbeweging weer en een zo goed mogelijke schatting van de grondbeweging op plaatsen waar geen metingen zijn. Deze kaart geeft dus een indruk waar naar verwachting schade is opgetreden als gevolg van deze specifieke aardbeving. Het gaat hier dus om analyse van iets wat gebeurd is, en niet om een voorspelling van wat zou kunnen gaan gebeuren.

 

#KNMI heeft gelijk, maar had beter kunnen zwijgen

november 23, 2015 by  
Filed under artikel

Gisteren trad het KNMI naar buiten. Code Oranje voor het klimaat. Er moet snel iets gebeuren en in Parijs moeten grote besluiten worden genomen. Ik begeef me spoorslags naar de website van het KNMI (de site staat bij mij de hele dag open) en vind daar 10 klimaatfeiten op een rij. Nummer 9 is misschien wel het meest interessant:

9. Wat is de rol van het KNMI?

Het KNMI meet het weer en doet aan klimaatonderzoek. Het is betrokken bij Europees onderzoek en staat aan de lat van de verbetering van de oceaan- en stralingsmodules in klimaatmodellen. Het KNMI ontwikkelt klimaatscenario’s die worden gebruikt voor studies naar de effecten van klimaatverandering en adaptatie aan die verandering.

Er staat nergens dat het KNMI een politieke organisatie is. Er staat nergens dat het KNMI een belangrijke rol heeft in het maatschappelijke debat over klimaat. Er staat nergens: het KNMI waarschuwt voor de laatste keer. Misschien moeten ze dat intern even beter afstemmen als zo nadrukkelijk de media wordt gezocht.

Overigens zou ik ze ook aanraden om dit soort acties niet te herhalen. Om twee redenen. Het KNMI doet onderzoek en onderzoek toont niet aan wat je moet doen en al zeker niet wat ik moet doen.

Toch begrijp ik de grote zorgen van de klimaatwetenschappers en hun blijkbaar onbedwingbare behoefte om ons daarvan kond te doen, heel goed. Het klimaatbeleid moet drastisch worden bijgesteld. En zeker in Nederland, dat bij ongeveer iedereen achterop loopt. Vind ik, als burger van dit land. Maar moet het KNMI ook aan die (blijkbaar onbedwingbare) behoefte toegeven? Wat winnen ze ermee? Vandaag meldt de website van de Volkskrant: “Kritiek op KNMI na afgeven code Oranje voor klimaat”. Ik neem aan dat dat het tegendeel is van wat werd beoogd.

Die kritiek kan je nog voor lief nemen, als je weet dat je tegelijkertijd heel veel mensen van de noodzaak van een strenger klimaatbeleid hebt overtuigd. Maar dat laatste betwijfel ik nu juist. Ik vrees dat het KNMI vooral twee dingen heeft bereikt: de tegenstanders van een strenger klimaatbeleid hebben een kans voor open doel om het debat te verplaatsen naar de rol van het KNMI én de wetenschappelijke status van het KNMI is er niet beter op geworden. Kan een instituut dat ons voor de laatste keer waarschuwt, ooit nog de nuances van de klimaatverandering in beeld brengen?

Ja er is een groot verschil tussen inhoudelijke rationaliteit en politieke rationaliteit. De actie van gisteren toonde vooral aan dat het KNMI begenadigd is met een overdosis van het eerste.