Verslaafd aan @MarathonRdam

april 12, 2015 by  
Filed under Geen categorie, lopen

Ook vorig jaar had ik weinig getraind voor de marathon van Rotterdam. Ik had een startbewijs, maar had al lang besloten om mijn favoriete marathon dit jaar aan me voorbij te laten gaan. Bij toeval moest ik de vrijdag voor de marathon in Rotterdam zijn. Ik zag de borden en de hekken en was weer verkocht. Ik reed nog terug naar Den Haag om mijn spullen op te halen. Het werd een heerlijke loop, in 4.12.

De voorbereiding kon nog beroerder. Na die 4.12 deed ik weinig tot niets. Onder druk van een afspraak toch maar de marathon van Amersfoort gelopen in juni 2014. In 4.10. Maar na afloop was mijn meniscus zwaar beschadigd. Ik kwam een half jaar op de tafel bij de fysiotherapie. En toen alles grotendeels voorbij was, had ik geen zin meer. Geen zin. Ik had genoeg gelopen met pijn in mijn rechtervoet, met pijn in mijn linkerknie, met zweepslagen en al dat andere ongemak. Ik had de K78 in juli 2013 volbracht en was nog steeds toe aan rust. Een mentale blessure nam het van de fysieke over. Natuurlijk had ik me voor de zekerheid wel ingeschreven, zoals ik me ook al maanden geleden had ingeschreven voor de Zestig van Texel op Tweede Paasdag. Texel ging voorbij. En Rotterdam leek eenzelfde lot beschoren.

Totdat mijn fysiotherapeute enigszins spottend vroeg of ik Rotterdam nog zou lopen. Ik mompelde iets van ontkenning. “Als je hem start, loop je hem wel uit.” Ik mompelde nog iets van mindere ontkenning.

De volgende dag had ik mijn trainingsschema klaar. Dinsdag 7 km, donderdag 9, zaterdag 13 en maandag 20. Daarna 6 dagen afbouwen tot de marathon. Elke mislukte training zou het einde van de plannen zijn. Ik strompelde heel wat af, maar ik ging wel razendsnel vooruit. Tijdens de trainingen liep ik steeds 4 minuten hard en wisselde dat af met 1 minuut wandelen. Alles lukte. Er waren dus geen redenen meer om Rotterdam niet te lopen.

Ik geef het toe: het is een bizarre voorbereiding. Maar als je 20 km kan lopen in 2 uur, moet je aan 5,5 uur toch echt genoeg hebben voor die 42. En er lonkt wel een spannende marathon. Vroeger liep ik ze als trainingsmarathon, voor nog grotere of snellere loopjes. Nu is het weer een echte marathon. Hij doet me denken aan die eerste keer. Met Bert en met Huib en met Leo. Ach, en zenuwachtig ben ik altijd.

Er is wel één verschil. Toen was het mijn eerste marathon, nu mijn 46e. En toen was ik nog niet verslaafd aan het lopen. Had nog geen boek geschreven onder de titel Loopgek. Want als ik eerlijk ben: het heeft iets van die ene sigaret. Die je plotseling wordt aangeboden en die onweerstaanbaar is.

We zullen zien. Schreef ik op de avond voor de marathon.

En we hebben gezien. Wie geen loper is kan beter stoppen met lezen. Onderstaande is slechts de eufore tekst van een eufore loopgek. Piet loodste me binnen bij Nationale Nederlanden. Zijn club heeft daar altijd gastvrijheid. Verschillende lopers bleek ik te kennen. Beetje kletsen, beetje wc, beetje verkleden, en weer kletsen. Daarna naar de start. De spanning. Het bekende geluid van de heli’s. Het geluid van de spreekstalmeester, wiens tekst altijd aan je voorbij gaat. Nog een flesje drinken in het startvak. En je laatste plas terugdoen in hetzelfde flesje. Het startschot van de burgemeester, als inleiding op die fantastische startmuziek van Rotterdam. Weg op een schema van 6’ lopen en 1’ wandelen. Het leidt tot allerlei sportieve reacties van medelopers, die me na 1 km al van alles aanbieden. Het weer is geweldig. Goede temperatuur, veel zon en dus veel publiek. Ik heb het in Rotterdam nog nooit zo druk gezien. Eten en drinken gaan onderweg zonder problemen. Ik plas twee keer en poep eenmaal. En de organisatie is perfect. Ik kom terecht op een schema van 30’ per 5 km. Op de terugweg wandel ik de Erasmusbrug op. Ik wandel in de tunnel op de Blaak, en ik sta een tijd te praten met Arda op 37 km. Daarna wordt het nog even zwaar. De benen zijn stijf. Maar de geest is helder, en dat is wel eens anders bij het 40-km-punt. Na 4.26.34 bereik ik de finish. Ik stuiter nog een tijdje in het finishvak. We feliciteren elkaar, we omhelzen elkaar, mannen die elkaar nog nooit eerder hebben gezien. Het fantastische moment om Arda en Bas weer te zien. We lopen weer naar Nationale Nederlanden. Nog meer bekenden. En allemaal zijn we vandaag vrienden.

Het was mijn 46e marathon, het was mijn 13e in Rotterdam. Onderweg geniet ik vooral. En als ik denk dan realiseer ik me dat straks alles kapot en over kan zijn. Maar dat ik mijn marathonloopbaan dan wel heb beëindigd met mijn mooiste marathon.

Maar alles is niet kapot. Niets is kapot. Dit jaar toch maar proberen die 50 marathons vol te maken.

De loopgek loopt even niet meer

oktober 3, 2013 by  
Filed under lopen

tired-runnerHet is één van die vele gouden regels van hardlopers: je hebt één week herstel nodig per 10 kilometer wedstrijd. Dus na vier weken voel je de marathon niet meer. En ja hoor, na 7,5 week was mijn lichaam hersteld van de 78 km van de Swiss Alpine. Herstel betekent: geen last meer van snelle verzuring. Weer kunnen genieten van een soepel lijf. Om meteen maar een mogelijk misverstand weg te nemen: het trainingsniveau van vóór de Swiss Alpine is nog ver weg. Daar heb je nog een paar maanden voor nodig.

Ten minste als je weer een doel hebt. En die had ik, dacht ik. De marathon van Den Haag, de marathon van Amsterdam. Ik had ‘Den Haag’ graag gelopen, het was de eerste keer dat hij werd georganiseerd. En ik had me stiekem voorgenomen In Amsterdam weer eens 3:30 te lopen. Altijd handig voor het startvak in de komende jaren. Maar ik geef toe: het was leuk om Den Haag te lopen, het was leuk om 3:30 te lopen (als ik die tijd al ooit had gelopen). Maar in het licht van die ene grote K78 niet meer dan ‘leuk’. Na die befaamde training waarin het lichaam weer helemaal deed wat het moest doen, ging het dan ook onverwachts mis. Mis met de geest. Ik had geen zin. Ik had geen zin in trainen. Ik had geen zin in al dat plannen van al die trainingen. Ik sloeg een dag over, ik sloeg twee dagen over, drie. En na tien dagen met een onwezenlijk gevoel te hebben rondgelopen, zat ik nog steeds in mijn luie stoel.

Zo onverwacht als het was begonnen, deze periode van inertie en verderfelijke luiheid, zo onverwacht kwam het einde. Althans zo leek het. Ik deed mee aan een cantatedienst in Scheveningen en blies tijdens de generale repetitie om 9 uur in de vroegte op zondagmorgen een prachtige aria. Bach is vermoeiend voor moderne fagotten. En een aria al helemaal. Ik pufte en snakte na afloop naar adem. Het bracht de dirigent, die mij verder niet kende, en die zelf gelet op zijn omvang niet de indruk wekte binnenkort een duurloop te gaan doen, ertoe om mij vriendelijk toe te voegen ‘dat ik meer aan sport moest gaan doen’. Het halve orkest lag in een deuk, terwijl de goede man voorzichtig probeerde zijn buik aan ons zicht te onttrekken. Zonder succes overigens.

Mijn orkestvrienden wisten niet hoe hard die opmerking mij trof. Voor hen was ik de loopgek, zij wisten niet dat ik al 10 dagen te lui was om een stap te zetten. Die tijd was nu voorbij. Ik reed dezelfde middag met Arda mee naar vrienden in Leiden om zelf, met een omweg, terug te lopen naar huis. 22 km in 110’. Het ging geweldig. Het leek geweldig.

Ik trainde weer vijf keer per week. De marathon van Den Haag had ik inmiddels gemist, maar Amsterdam was haalbaar. Misschien in een iets langzamere tijd. Toch bleef de flow maar 10 dagen. Na 10 dagen rust volgden slechts 10 dagen intensieve training. Het ging niet slecht. Het lichaam hield het goed. Maar de geest kon het niet aan. Na 10 dagen was ik me de hele dag aan het haasten om in ieder geval nog 90’ te lopen. Hollen naar de trein, hollen naar huis. Hollen, hollen, alleen om die training niet mis te lopen. Plotseling was het over. Ik had even geen zin meer in dat hollen. Wel zin in lopen, maar geen zin in al dat haasten om de laatste minuten van de dag te vullen met een training. Het was ruim 10 weken na de K78. Ik besloot in de rest van het jaar geen marathons meer te lopen en geen trainingsschema’s meer te volgen. Eigenlijk, als je er nog eens goed over nadenkt, is dat loopje in de bergen best te doen. En dan kom je jezelf 10 weken later in een eerste-klascoupé keihard tegen. En geef je het op.

Fietsen voor loopverslaafden: de loopfiets

juli 15, 2013 by  
Filed under lopen

Meb-on-ElliptiGO-617x421Een elliptigo, ik had er nog nooit van gehoord. Tot mijn lijfblad Runner’s World er melding van maakte. Een soort aangeklede advertentie, zoals je wel vaker tegenkomt in dit soort bladen. In de digitale versie kon je meteen doorklikken naar een Amerikaans filmpje om dit nieuwe wonder te aanschouwen. Elliptigo is een mooie naam, maar je kan ook gewoon ‘loopfiets’ zeggen. Want dat is het. Hij laat zich het beste uitleggen aan de hand van de crosstrainer, dat langlaufapparaat, waarop we allemaal wel eens hebben gestaan in de sportschool. De beenbeweging is geheel gelijk, terwijl we op de elliptigo met de handen gewoon het stuur vasthouden. Het handige van het ding is ook nog eens dat hij thuis als crosstrainer is te gebruiken. Een standaard wordt tegen betaling bijgeleverd.

Ik weet niet waarom ik meteen gegrepen was door dit nieuwe fenomeen. Een half jaar geleden was mijn crosstrainer thuis onder mijn trainingsgeweld bezweken. Het metaal was gaan scheuren en uiteindelijk afgebroken. Ik keek dus uit naar een nieuw en beter exemplaar. Een crosstrainer is ideaal als het heel slecht weer is, regen, storm, en het trainingsschema desondanks nog een loopje van 90 minuten voorschrijft. Wat is het dan verleidelijk om de crosstrainer achter de TV te plaatsen, het geluid hard te zetten, en 90 minuten binnen te zweten. Maar een crosstrainer kan natuurlijk nooit op tegen een heerlijke loopje in de duinen of door de polder, afhankelijk van waar ik me bevind. Buitenlucht, zon, uitzicht, dat alles moet je op een crosstrainer missen. En elk ander apparaat wat voor huiselijk gebruik bedoeld is.

Dat is nu het mooie van de loopfiets. Als het pokkenweer zet je hem in de woonkamer, of in het schuurtje, afhankelijk van de bereidheid van de partner om met de volgende gekte mee te doen. Als het mooi weer is haal je hem van de standaard, zet je hem op de straat en maak je een prachtige tocht. Buitenlucht, zon en uitzicht. Erg gangbaar is hij nog niet. Sommige mensen kijken je na of ze water zien branden.

Maar die onbekendheid heeft ook grote voordelen. Als je je vervoegt bij een handelaar in loopfietsen word je als een koning behandeld. Nee, als een nieuwe koning. Wilma van Run on Wheels in Ridderkerk wachtte me op met koffie. Daarna nam ze alle tijd om samen met mij alle polders in de wijde omgeving van Ridderkerk loopfietsend te bekijken. Polders hebben overigens één nadeel voor een beginnende loopfietser. Er zijn veel dijkjes. En veel scherpe bochten. Dus als je net de goede versnelling hebt gevonden, moet je met een rotgang door een scherpe bocht. Ja, ik draag inmiddels een helm als ik ga loopfietsen.

Hoe aardig Wilma ook was, en hoe goed de service van haar man ook is, ook zonder dat alles was ik meteen bezweken voor mijn nieuwe loopfiets. Hij mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Het is een geweldig ding. Ik maak al geregeld loopfietsend prachtige tochten door mijn polder. Met een hele respectabele snelheid van algauw 25 km/uur. Geoefende rijders halen gemakkelijk 30 km/uur.

Toch zullen er mensen zijn met slechts één simpele vraag: “Waar heeft een loper dat voor nodig?” Als je wilt lopen kan je toch gewoon gaan lopen en als je wilt fietsen is een fiets misschien wel net zo gemakkelijk. Ik kan het niet ontkennen. Maar als loopverslaafde heb ik twee keiharde tegenargumenten. Ten eerste: wat is er mooier voor een loopverslaafde dan ook op je fiets nog te kunnen lopen? Ten tweede: loopverslaafden hebben de neiging om geblesseerd te raken. Soms is dat zo ernstig dat je beter even je loopschoenen kan laten staan. Maar wie niet kan lopen, kan altijd nog loopfietsen! En wie blessures wil voorkomen, doet er goed aan om één van de vijf wekelijkse trainingen te vervangen door een looptraining op de fiets. Met hartslagmeter, met GPS, het is eigenlijk helemaal echt.

zie de elliptigo

zie Run on Wheels

Rotterdam Marathon als begin van nieuwe loopbaan

april 15, 2013 by  
Filed under lopen

Ik durf het nu wel toe te geven. Die dramatische marathon in januari, van Den Haag naar Noordwijk en terug, over het strand, had mijn zelfvertrouwen een aardige knauw gegeven. Strand is geen asfalt, maar toch. 4 uur en 33 minuten. En dat niet alleen. Het laatste uur moest ik steeds maar weer wandelen. Ik had één goed excuus: ik had wellicht een kleine griep onder de leden. Midden op het strand had ik staan kotsen en zelfs voor mij was dat nieuw. Maar de week na de marathon was ik fit en trainde ik goed. Pas daarna kwam een periode van vier weken griep en longontsteking.

Het voelde niet goed. Moest ik concluderen dat het einde van mijn loopbaan was aangebroken? [Ja voor fanatieke lopers is het lopen een parttime baan.] In 2012 was alles al misgegaan. Slechts één marathon, in Rotterdam, met een nette tijd van 3:38. Maar meer zat er niet in. Steeds maar weer ziektes en blessures en steeds maar weer nieuwe marathons en nieuwe ultralopen plannen, nadat ik de geplande voorbij liet gaan zonder een stap te zetten. En de vervelendste blessure was die kromme teen. Alle mensen boven de 60 kunnen daarover besmuikt praten. Een hallux valgus. De grote teen staat naar binnen en drukt de voet zo naar buiten. In de knobbel die vervolgens knel komt te zitten in de schoen, ontstaat al gemakkelijk een ontsteking.

Ik had die rare hallux al een paar jaar. Lange tijd was het niet meer dan een dood gevoel in mijn grote teen, sporadisch afgewisseld door een ferme pijnscheut. Ik weet die pijn aan een steentje in mijn schoen. Maar kon dat steentje achteraf nooit vinden. Na de zomer van 2012 kwam de fase van de erkenning. Ja, ik had een hallux valgus. Ik bezocht drie podologen en kocht vele zooltjes. Ik deed al mijn dagelijkse schoenen weg en kocht vier nieuwe paren, allemaal ‘extra breed’. De nuchtere kijk van de derde podoloog bracht enige rust in het circus. Ze decreteerde niet, maar ze experimenteerde. Zoals een echte wetenschapper betaamt, en dat bleek ze ook te zijn. Alleen in een ander vak.

De pijn ging over, tenminste als ik niet hard liep. Dus bij het lesgeven, bij het schrijven van stukjes en bij het slapen. Tijdens het hardlopen was de pijn minder, maar nog niet verdwenen. Uiteindelijk schafte ik ook nieuwe loopschoenen aan, een maatje groter dan normaal. Ook dat nam weer een deel van de pijn weg. Maar nog steeds niet alle pijn.

Dan ga je denken. Is dit nu het einde van mijn loopbaan? Is nu alles afgelopen? Kan ik nu nooit meer vijfmaal per week trainen. Kan ik nooit mee zenuwachtig worden voor een marathon? Kan ik nooit meer de Swiss Alpine lopen? Wie aan het antwoord denkt, heeft geen woorden. En als dan zo’n strandmarathon ook nog eens helemaal misgaat, lijken al die angsten te worden bevestigd. Dit is het einde van mijn loopbaan. Nooit meer vijfmaal trainen, nooit meer Rotterdam, nooit meer Berlijn, nooit meer Swiss Alpine.

En om die reden was de Rotterdam Marathon van 14 april 2014 zo cruciaal. Ik had mezelf beloofd dat ik alle verdere plannen zou cancelen als ‘Rotterdam’ niet goed zou gaan. Geen Leiden Marathon in mei, geen Swiss Alpine in juli, geen Vredesmarathon in september, geen SPARK-marathon in december. Nee, gewoon maar een andere hobby zoeken.

En zo sliep ik slecht de nacht voor de marathon (heb ik overigens altijd) en zo was ik weer bloednerveus de uren voor de marathon (heb ik overigens ook altijd). En zo probeerde ik thuis weer niet te laten merken dat ik bloednerveus was. En zo besloot ik om de Goden niet te verzoeken en ging ik weg op een beschaafde tijd van 3:50. En remde ik enorm af toen ik merkte dat ik alras veel sneller ging. Ik wist dat ik sneller kon, maar was doodsbang dat ik me te pletter zou lopen. Allemaal braaf 26, 25, 27 minuten over de 5 km. In dat altijd weer prachtige Rotterdam.

Na het passeren van de halve marathon, durfde ik voorzichtig te denken dat het helemaal niet zo slecht ging. Ik liep lekker constant door. En bij de terugtocht over de Erasmusbrug, de Zwaan, kon ik er niet om heen dat de tweede beklimming mij veel minder zwaar viel dan andere jaren. Bij de onderdoorgang van het Blaakse Bos bedacht ik me dat ook de laatste lus al weer vorderde. In de Boezemweg genoot ik van de muziek en merkte ik dat ik zeer aanspreekbaar was. Het Kralingse Bos was veel minder lang dan andere keren. Alleen de kasseiën van Alexanderpolder vielen tegen, zeker nadat een een andere blessure onverwachts opspeelde. Na 36 km was die even onverwachts weer verdwenen. Bij het feest in Kralingen genoot ik en riep een toeschouwer dat ik alleen maar lachte. Ze kon niet zien dat ik even later heftig huilde. Op de Boezemweg begon ik high fives te geven en ontving een heerlijk spekkie, waarmee ik mijn suiker op peil kon houden. Bij het 40-km-punt wandelde ik nog even om wat te drinken, want ook het drinken ging de hele dag goed. De Mariniersweg valt altijd wat tegen, want loopt omhoog, ook vandaag. Maar daarna begon het echte genieten. De dikke rijen mensen die al snel tot enthousiasme konden worden overgehaald. De kinderen die weer high fives wilden hebben. De laatste bocht, de Coolsingel op. Stampvol. Vrolijk, blij. De heerlijke dreunende muziek. En die laatste 2195 meter gingen in 11 minuten.

Na de finish maakte ik een dansje met een levende banaan, en nog een dansje met een andere levende banaan. Om mij heen was er vooral stilte. Neerhangende hoofden. Lopers die wel die tik hadden gekregen tussen 35 en 39 km. Die tik wilde bij mij vandaag maar niet komen. Zoals me heel zelden eerder is overkomen. Mijn loopbaan is weer even gered. Volgende maand mijn 42e en in juli weer de Swiss Alpine.

Te gast bij Radio Rijnmond

april 13, 2013 by  
Filed under Geen categorie, lopen

Vanmorgen was ik te gast bij Radio Rijnmond om te praten over Loopgek en over de 33e Rotterdamse marathon die morgen plaatsvindt. Het wordt alweer mijn 11e Rotterdamse marathon!

Het interview is hieronder terug te luisteren:

 

Interview bij Radio over 1 Loopgek

maart 12, 2013 by  
Filed under lopen

Zie hieronder het interview met Wim Derksen over zijn boek ‘Loopgek’, op 6 september 2011 bij het Radio 1 programma ‘Dit Is De Dag’.

 

Interview in De Leunstoel met Wim Derksen over zijn boek Loopgek

april 27, 2012 by  
Filed under Geen categorie, lopen

Gepubliceerd in: De Leunstoel
Geschreven door: Willem Minderhout

Wim Derksen is een van de bekendere bestuurskundigen van Nederland. Na een carrière als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werd hij directeur van het Ruimtelijk Planbureau. Sinds het RPB in 2008 fuseerde met het Milieu- en Natuurplanbureau tot het Planbureau voor de Leefomgeving is Wim ‘chief scientist’ bij het Ministerie van VROM. Nu dit Ministerie is opgegaan in het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is hij direct betrokken bij de grote reorganisatie van de Rijksoverheid van het kabinet Rutte. Het leek me interessant om hem te interviewen over zaken als het einde van VROM, de bestuurlijke agenda van Rutte en – Wim is al dertig jaar lid – de toestand van de PvdA. Via Twitter, ook daar is hij te vinden, maakte ik een afspraak met hem in een café op Het Plein. Daar kreeg het gesprek al snel een verrassende wending.

‘Moet het over bestuur en politiek gaan? Ik heb het eigenlijk veel liever over hardlopen. Binnenkort komt er een boekje van me uit over marathons en ultra-lopen. Een ultra-loop is iedere hardloopwedstrijd die langer is dan een marathon. Ik doe dat nu zo’n tien jaar en hardlopen is een integraal deel van mijn leven geworden. Ik ben net terug van de Ultraloop van Davos. Dat is een wedstrijd over 78,5 km. Je moet tijdens die loop meer dan twee kilometer klimmen en vervolgens twee kilometer dalen. Als je dat haalt, dan voel je je echt helemaal geweldig. Dat kan ik aan niet-lopers niet uitleggen. Eufoor!

Ook Nederland heeft geweldige wedstrijden. De Zestig van Texel bijvoorbeeld. Je rent het hele eiland rond. Voor sommigen is dat niet ver genoeg, die lopen twee rondjes. Zo ver ga ik niet, maar ik had er wel de smoor in dat ik tijdens de Zeeuwse strandmarathon van Burgh-Haamstede naar Zoutelande wind mee had. Zo is het niet bedoeld!

Er zijn natuurlijk al veel boekjes over marathonlopen verschenen. Die zijn over het algemeen heel feitelijk en saai: ‘hoe loop ik een marathon’. Ik probeer het vooral van binnenuit te beschrijven. Er staan natuurlijk ook praktische tips in. Tepels aftapen bijvoorbeeld. Als je dat niet doet dan schuren ze na zo’n kilometer of dertig open en dan wordt lopen een hel. Nagels knippen is ook zoiets. Doe dat drie dagen van te voren, want als je dan misknipt kun je nog herstellen. Met een bloedende teen loop je geen marathon.
Het belangrijkste wat je moet leren is doseren. De eerste helft van een ideale loop is net zo snel als de tweede. Als je er als een gek vandoor gaat, dan verlies je enorm veel tijd aan het eind, maar als je al te langzaam start dan houd je teveel over. Een goede opbouw is van het grootste belang. Ik loop zo’n vijf marathons en ultralopen per jaar en ik train vijf keer per week. Eén avond per week ga ik ‘spinnen’, op een fiets in de sportschool. De meesten doen dat één uur, maar ik plak er altijd een uur aan vast. Na zo’n veertig minuten spinnen kom ik pas helemaal in mijn element. Dan komt bij mij de endorfine los en dat geeft een kick die ik niet meer wil missen.

Ik ga als gevorderde vijftiger nog steeds harder lopen, maar ik denk niet dat ik, als ik eerder begonnen was, een soort Gerard Nijboer was geweest. In Berlijn was ik tweeduizendste van de 45.000 deelnemers. Goed, maar geen topper. De echte toppers zijn het ook maar heel kort. Iemand als Gerard Nijboer is na een paar fantastische marathons verdwenen. Laat mij op mijn niveau nog maar jaren doorrennen.

Mijn boekje is opgehangen aan de ‘Swiss Alpine’. Het is daar ook ontstaan. Ik schreef tijdens de voorbereiding al korte stukjes. Dat was, voor ik het wist, uitgegroeid tot een pagina of zestig. Uitgeverij Prometheus zag er wel brood in als ik daar een boekje van zou maken. Ik heb mijn laptop meegenomen naar Zwitserland en iedere keer aan het eind van de dag heb ik er aan gewerkt.

De combinatie lopen en schrijven is me trouwens niet vreemd. Vooral toen ik nog RPB-directeur was, moest ik voor allerlei bladen columns schrijven. Na een flinke loop rolden die er vrijwel automatisch uit. Ook managementproblemen loste ik altijd tijdens het hardlopen op. Wat bij dit boekje wel anders is, is dat ik over iedere zin moest nadenken. Kan het niet mooier en beter? Daar heb ik bij het schrijven van wetenschappelijke boeken en artikelen en columns nooit last van gehad. Ik heb dus vooral veel energie gestoken in het bijpunten en herschrijven.

Ik mis het wetenschappelijk bedrijf overigens niet. Ik heb een 0-uren contract bij de Erasmus Universiteit, maar ik ben niet van plan om nog bestuurskundige artikelen op de vierkante centimeter in internationale tijdschriften te publiceren. Ook het RPB mis ik niet. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan, maar het bleef altijd een club met een wat onduidelijke missie. Het CPB had ‘profit’, het SCP had ‘people’ en het MNP had ‘planet’, maar wat hadden wij? ‘Ruimte’ is altijd een lastig onderwerp geweest binnen de sociale wetenschappen. De ruimtelijke ordening mist een duidelijk paradigma. Er zijn weliswaar allerlei prachtige verhalen in de omloop over ‘glokalisering’ en zo, maar de praktische waarde daarvan is vrij gering. Ik ben altijd meer een empiricus dan een theoreticus geweest, dus ik kon er nooit zoveel mee. Prachtig gezweef, vond ik het.

Adri Duivesteijn, één van de geestelijke vaders van het RPB, had nog fantasieën over een bureau dat echte ruimtelijke plannen zou maken a la de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening. Dat is echter niet meer van deze tijd. Ik heb Maarten Hajer, de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, daarom geadviseerd om vooral op duurzaamheid te focussen.
Achteraf gezien is de vorming van het RPB misschien zelfs een strategische fout geweest. Het was vooral een braindrain van de voormalige Rijks Planologische Dienst.

De teloorgang van de ruimtelijke ordening en VROM in het algemeen illustreert ook duidelijk de impasse waarin de PvdA verkeert. Jacqueline Cramer heeft als PvdA-minister bedroevend weinig tot stand gebracht. Bovendien krijgen we nu te maken met een heel ander paradigma. Neem ‘de natuur’. Laatst was ik op een bijeenkomst waar een VVD-raadslid natuur definieerde als een plek waar hij zijn hond kan uitlaten. De planologen zullen er aan moeten wennen dat hun gebied heel anders zal worden gedefinieerd. Ik ben niet van dit kabinet, maar het is wel waar dat we op het gebied van de ruimtelijke ordening een nieuw verhaal nodig hebben, gebaseerd op overtuigende argumenten. Kijk naar het Groene Hart! Er is in de afgelopen jaren al 20% van verdwenen. Je kunt al bijna tussen de bebouwing door van Den Haag naar Utrecht rijden. Het is langzamerhand een fictie geworden, waarin alleen ‘planologen’ nog geloven. Kijk nu eens wat er echt gebeurt en baseer daar je politiek op!

Ik zie de toekomst wat dat betreft somber in. Rutte regeert zonder enige diepere gedachte over de te volgen koers, zonder een ‘filosofie’, maar als politiek leider is hij een verademing na Balkenende. En ‘links’ schiet steeds in een kramp. Kijk naar die bezuinigingen op cultuur. Dat schiet momenteel volledig door met de meest verschrikkelijke voorstellen, maar ik vind dat de cultuurwereld ook niet uitblinkt in tegenargumenten. Bovendien had in het verleden wel wat kritischer gekeken kunnen worden naar de cultuursubsidies. Echte innovatieve kunstenaars als Frans Brüggen en dergelijke moeten gesubsidieerd worden, maar krijgen weinig. En waarom krijgt mijn eigen amateur-orkest – het Zuid-Hollands Symfonie Orkest, waarin ik fagot speel – subsidie? Dat is een hobby van beter gesitueerden. Ik betaal daar minder contributie voor dan voor mijn hardloopvereniging.

Veel mensen vergelijken de huidige tijd met de jaren dertig, maar ik vind het meer lijken op de jaren zestig, maar dan in spiegelbeeld. ‘Nieuw Links’ had destijds net zo min vruchtbare ideeën als ‘Nieuw Rechts’ nu. De oude garde had toen net zo min als nu een verhaal klaar. Men was verbijsterd en verwachtte dat het vanzelf wel over zou gaan. Job Cohen is een beetje de Willem Drees jr. van deze eeuw. Hij moet een nieuw verhaal weten te vinden om het enthousiasme voor de sociaaldemocratie nieuw leven in te blazen.

Ik ben al dertig jaar lid van de PvdA en dat zal ik blijven. Desnoods ben ik degene die het licht uitdoet. Maar ik laat me niet door de partij voorschrijven hoe ik moet denken. Ik heb ook nooit een functie gehad of geambieerd, behalve dat ik een periode in het congrespresidium heb gezeten en een aantal keren heb meegeschreven aan het programma. ‘PvdA-prominent’ is een benaming die ik in de pers heb gekregen. Dat is veel eer voor een tamelijk gewoon lid. Echte oplossingen die ik zie zijn tamelijk klassiek. Breek nou eens met dat ‘zieligheidsdenken’. Werk voor iedereen, dat is het belangrijkste. En probeer die verschrikkelijke schaalvergroting in de zorg en het onderwijs en privatisering van zaken als het openbaar vervoer terug te draaien.

Willem Drees werd wel de ‘wethouder van Nederland’ genoemd. Job Cohen mag van mij de ‘burgemeester van Nederland’ worden. Nederlandse burgemeesters geven echter per definitie niet de richting aan. Dat is iets dat Cohen wel zal moeten leren. Misschien moet Job ook maar eens een flink stuk hardlopen om de goede ideeën los te zweten. Flink ‘spinnen’ op de fiets in de sportschool zou een begin kunnen zijn. Aan een goede sportinstructeur heb je meer dan aan een ‘spindoctor’. De sociaaldemocratie kan wel wat endorfine gebruiken.

Loopgek: vanaf 2 september in de boekhandel

augustus 27, 2011 by  
Filed under boeken, lopen

Als je één marathon hebt gelopen, wil je een volgende proberen. Als je een paar marathons hebt gelopen, wil je je aan een bergmarathon wagen; en daarna wil je nog meer, verder dan die magische grens van 42,195 meter. En ergens in dit traject word je loopgek.

Wim Derksen is zo’n loopgek. Hij traint vijfmaal per week en loopt duizenden kilometers per jaar. Hij moet wel, zijn lichaam kan niet meer zonder.

Maar marathons moet je léren lopen. Je moet eenmaal met bebloede en schroeiende tepels over de finish zijn gekomen. Je moet een keer blaren hebben gekregen omdat je die mooie nieuwe sokken hebt aangetrokken. Alleen als je leert van je fouten kan je meer genieten, sneller worden en langere afstanden lopen.

In Loopgek beschrijft Wim Derksen hoe hij heeft geleerd om marathons te lopen. Hij vertelt niet alleen over de techniek van het lopen, maar is ook openhartig over hoe verslavend en allesoverheersend zijn loopgekte is voor hemzelf en zijn gezin.

[dit boek is nog steeds te bestellen bij bol.com]