Willem-Alexander kan geen steden belegeren

september 30, 2019 by  
Filed under artikel, Voorpagina

In de politiek gaat het vaak over ‘frames’, simpel gezegd: over de manier van kijken. Wilders is er een meester in om bepaalde gebeurtenissen op een bepaalde manier te ‘framen’, om er een bepaalde betekenis aan te geven. Die betekenis domineert vervolgens het politieke debat. Zo zouden we geschiedenis als een aaneenschakeling van frames kunnen definiëren. Maar voor historici spelen frames ook nog op twee andere manieren een belangrijke rol in hun werk. Tegen die achtergrond las ik het prachtige boek van Ben Knapen over Johan van Oldenbarnevelt: De man en zijn staat. 

Ten eerste bepaalt het heden hoe we naar de geschiedenis kijken. Zo weten wij nu niet beter dan dat Nederland één natiestaat is. Juist om die reden is Van Oldenbarnevelt nog steeds zo’n interessante figuur, omdat hij de Zeven Provinciën tot één Republiek heeft gesmeed. En ik begrijp inmiddels beter dat hoe belangrijk die oorlog met Spanje is geweest voor die eenwording. Zelfs in de Tachtigjarige Oorlog dreigde zo af en toe een burgeroorlog, met name tussen het gewest Holland en de rest. Maar het was vooral het vakmanschap van Van Oldenbarnevelt die de zeven gewesten bij elkaar hield. Wat een geniale man, maar wat een geniale scharrelaar ook. Aan het einde van zijn leven had al dat scharrelen hem zoveel vijanden opgeleverd dat de beul onvermijdelijk werd. Maar dat is allemaal met het perspectief van het heden. Stel dat Spanje die Tachtigjarige Oorlog wel had gewonnen. En de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden niet uit elkaar waren geslagen, dan hadden we Van Oldenbarnevelt wellicht vooral als een onruststoker gezien, in plaats van als de geniale staatsman waarvoor we hem nu houden. 

Ten tweede wordt de geschiedenis altijd weer gebruikt om de kijk op het heden te veranderen. Zo kreeg Rembrandt in de negentiende eeuw een grote rol in de natievorming van het Koninkrijk en werd mede om die reden om zijn Nachtwacht de tempel van het Rijksmuseum gebouwd. We bedachten de zeventiende eeuw te vereren om ons meer in één Nederland te doen geloven. Zo werd eeuwen later ook de rol van Willem van Oranje en van Maurits opgepoetst om het geloof in de monarchie te versterken. Wie leerde niet op de lager school de heldenverhalen over Willem van Oranje, over Maurits en over Frederik Hendrik. En in dat frame was Van Oldenbarnevelt een dienaar van de Kroon, die ongehoorzaamheid met de dood moest bekopen. 

Maar Van Oldenbarnevelt was helemaal geen dienaar van de Kroon. Hij was de leider van de Staten-Generaal en de Staten-Generaal vormden het hoogste gezag in het land. De stadhouder was gewoon in dienst van de Staten-Generaal. Onder andere voor het belegeren van steden met een legertje dat geheel door de Staten-Generaal werd bekostigd. Dat scheen Maurits goed te doen. Je zou zeggen: onvoldoende reden om eeuwen later nog Koningsdag te vieren en een Argentijnse dame de aanspreektitel van ‘koningin’ te geven. Dat is dan ook alleen maar gelukt door het beeld van de Oranjes in de loop van de eeuwen bij te stellen. Zo hebben we het heden veranderd, door de geschiedenis te herschrijven. Als we dat niet hadden gedaan hadden we die Oranjes gewoon voor de eer kunnen bedanken, toen het belegeren van steden in onbruik begon te raken.