Het menselijke gezicht van de #universiteit

september 2, 2015 by  
Filed under artikel

Als docent heb je het gemakkelijker, en zeker als hoogleraar. Je krijgt wel eens een briefje van de Examencommissie. Maar de onderlinge verhoudingen zijn, in bestuurskundige termen, vooral een ‘netwerk’: er zijn veel wederzijdse afhankelijkheden. Dus als je je vooral met jezelf bezighoudt en als je periodiek even blaast, heb je toch nog aardig wat vrijheid.

Ik heb in Amsterdam al snel gemerkt dat het voor een student echt anders is. Een student kan de systeemwereld niet negeren. En daarom ontkwam ik er niet aan om een vrijstelling aan te vragen voor die zotte schrijfvaardigheidstoets. Negeren was dit keer geen optie. Maar ook als student werd ik gered door de leefwereld. Door een paar verstandige mensen die op een relativerende manier met de systeemwereld omgingen. Zo ontving ik opvallend snel een mailtje van de examencommissie, waarin me vrijstelling werd verleend voor die zotte toets:

“Geachte heer Derksen,
De examencommissie verleent u binnen de opleiding Muziekwetenschap (BA) vrijstelling voor de Diagnostische toets schrijfvaardigheid (109110055T).
Deze vrijstelling wordt verleend op grond van u wetenschappelijke carrière. Vakken waarvoor vrijstelling is verleend, worden geregistreerd in SIS met de vermelding vrijstelling.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groeten, 
Dr. P.G.F. Eversmann
, Voorzitter examencommissie cluster Kunst- en cultuurwetenschappen”

Gewoon vrijstelling verlenen op een niet-bestaande grond: ‘wetenschappelijke carrière’! Heerlijk! Een stel wijze mensen die het systeem aan hun laars lapt. Waar zijn we ook al weer mee bezig? Met een universiteit, met een gemeenschap van verstandige en geïnteresseerde en boeiende mensen. Met muziekwetenschap! Met de eerste symfonie van Jean Sibelius. Natuurlijk moet die man geen schrijfvaardigheidstoets doen.

Ik ben blij. De universiteit blijkt nog te bestaan. En stuur meteen een retourmail: “Hartelijk dank!”

In enkele seconden krijg ik niet alleen antwoord, maar sta ook weer met beide voeten op de grond:

“Verzoeken van studenten aan de BA-examencommissie Kunst- en cultuurwetenschappen dienen digitaal te worden ingediend via http://student.uva.nl/kun/az/a-z/a-z/content-2/folder/examencommissies-bacheloropleidingen/verzoeken/verzoeken.html.
E-mails worden alleen in behandeling genomen als de examencommissie gevraagd heeft per e-mail te reageren of als ze een aanvulling zijn op een ingediend verzoek.
Practische vragen kunnen worden gesteld aan de onderwijsadministratie (info-otm-fgw@uva.nl).”

Oh, sorry hoor, ik dacht dat ik even contact had. [En tussen twee haakjes: ‘praktisch’ schrijf je met een ‘k’. En zelfs die menselijke mail kent een schrijffout. De systeemwereld en de leefwereld zakken hier voor hun eigen toets].

 

Zie ook: Een studie aan de #UvA als cursus zelfbeheersing

De #universiteit is te mooi om tijd te verknoeien

augustus 31, 2015 by  
Filed under Geen categorie

Een vriend op Facebook schreef me: het moet wel een bijzondere ervaring om na zoveel jaar weer in de collegebanken te zitten. Nou dat was het! Niet alleen omdat het zo lang geleden was. Maar vooral omdat ik al die jaren aan de andere kant heb gestaan. Precies een jaar geleden ontving ik de eerstejaars in Rotterdam en legde ze uit wat de kernvragen van de bestuurskunde zijn. Nu zit ik mijn best te doen om alleen student te zijn. Ik kan het niet laten om veel te observeren.

En er valt veel te observeren. We beginnen om 10 uur met één uur introductie voor de eerstejaars. De helft van de afdeling musicologie is opgetrommeld en stelt zich voor en vertelt zijn of haar plannen. Het is allemaal, ja zeg maar, gewoon lief. En het is heel erg herkenbaar. Het is duidelijk wie de hoogleraren zijn. Het is duidelijk wie de universitair hoofddocent is. De laatste is de spreekstalmeester. Maar de ene hoogleraar moet haar natuurlijk wel even inleiden. De andere hoogleraar wordt door zijn onderdanen heftig geprezen dat hij nog even aanwezig is. Eigenlijk is hij daar te hoog voor. Hij laat zich door al deze lof verleiden om nog even achter het katheder te gaan staan. Charmant, rommelig, en zonder enige voorbereiding. Hij heeft dan ook geen verhaal. Als hij dat zelf bemerkt, rondt hij gelukkig snel af.

Ik kan ervan genieten, van de universiteit. Hoe hoe weinig professioneel het ook allemaal gaat. Er worden wat ‘stencils’ uitgedeeld. ik gebruik met opzet nog maar eens dat woord. Het is soms smoezelig en groezelig. Er wordt gehakkeld (omdat de collega’s erbij zijn?). Er wordt authentiek enthousiast gedoceerd. De sheet is onleesbaar of de beamer werkt niet. Ja, bij Nelissen en Schouten doen ze dat allemaal heel anders. Dan zou er koffie zijn geweest en een petitfour en een map met (gedeeltelijk overbodig) lesmateriaal. Wij zitten gewoon in zaal 3.01 na het beklimmen van zes trappen. In het rooster voor de middag blijkt dezelfde zaal  ‘Universiteitstheater’ te heten. Maar de docenten zijn gedreven, ze houden van hun vak. In de commerciële wereld houden ze vooral van mijn centen.

Ook dat college in de middag biedt veel stof voor observatie. Ik zal later nog wel eens spreken over het schoolse karakter van de universiteit. En dat die schoolsheid eerder de behoefte lijkt van de docenten dan dat studenten daarvoor veel aanleiding geven. Op het rooster staan 3 uur ‘inleiding musicologie’. Die inleiding, ik schreef het al, is vooral een samenraapsel van onderwerpen en vooral van wensen van individuele docenten. Collegeprogramma’s komen altijd incrementeel en organisch tot stand. Ooit was er een grote gedachte en daarna veel docenten en hoogleraren die hun eigen vak overeind willen houden. Het geeft niet. Behalve dat al dat aanbod nooit wordt afgestemd op onze vraag.

Vanmiddag valt me vooral op hoe groot de verschillen in informatiedichtheid zijn. Om drie uur starten we. Het eerste half uur gaat voorbij met het opnoemen van namen (aanwezigheidsplicht, kom ik vanzelfsprekend ook nog op terug) en aan het toelichten van het programma. Die toelichting is helaas geen toelichting (bijvoorbeeld: waarom die vak op dit moment in de studie?), maar is het voorlezen van regels en nog eens regels. Allemaal rechtstreeks te vinden op de website en op ons eigen Blackboard (intranet voor studenten). Dan gaat na een half uur plotseling het vuur branden. Docent vraagt: wat is muziek? Hij zet ons vijf kwartier aan het denken. Prachtig college. Jammer dat de docent uiteindelijk vergeet zijn eigen definitie te geven. Hadden we onze onrijpe ideeën nog beter kunnen toetsen.

Dan is het kwart voor vijf. We gaan een kwartier koffiedrinken. Na het kwartier komt docent nr 2. Die neemt een half uur om het idee van opdrachten voor de komende week te verduidelijken. Ik begrijp dat we elke maandagmorgen om uiterlijk 8.59 een opdracht digitaal moeten inleveren. En dat we ’s middags een geprinte versie naar het college moeten meenemen. Ik neem aan dat de docent vervolgens de geprinte versie gaat nakijken. Vanwaar dan die keiharde deadline van 8.59? Als die teksten toch pas een halve dag later worden ingenomen en een week later worden becommentarieerd? Ook dat onderwerp komt nog wel eens terug. Voor nu is vooral belangrijk dat alle procedures en regels over de opdrachten gewoon op Blackboard zijn te vinden. En dat het voorlezen daarvan geen meerwaarde heeft.

Om half zes ronden we maar af, omdat we wel klaar zijn. Zo bestaat het eerste college uit: 5 kwartier mooi verdiepend college, 4 kwartier voorlezen van regels en procedures, die elders beter zijn beschreven en 3 kwartier pauze. Je zou toch zeggen dat dat beter moet kunnen.

En natuurlijk, ik besef: ik heb al een paar jaar ervaring. Ik heb al eens een onderzoeksopzet geschreven. Het zal meespelen in mijn weging van die kwartieren. Toch vallen mij twee dingen op. Eén: wat hebben mijn medestudenten ongelofelijke goede opmerkingen bij het verdiepende college, wat zijn zij al ver in hun denken. Twee: wat zijn alle studenten betrokken bij de echte inhoud en wat worden ze vervelend en afgeleid als het over regels en procedures gaat. Kom op, geef ons volgende keer 12 kwartier fantastisch college! Jullie kunnen het!

 

Kijk ook: De zware onderwijslast aan de universiteit

De zware onderwijslast aan de #universiteit

augustus 28, 2015 by  
Filed under artikel

Overuren of tussenuren? Niet belangrijk hoe je het noemt. Maar ze vallen me wel op. Op mijn eerste dag word ik om 10 uur verwacht voor een introductie voor alle eerstejaars van ons van. Om 11 uur zijn we klaar. Om 3 uur begint het eerste college, tot 6. Vier overuren of tussenuren. Waarom? Wat is dit voor onzin? Voor zelfstudie? Maar ik weet nog helemaal niet wat ik moet leren.

Ook bij bestuurskunde in Rotterdam hadden we weinig contacturen. Daar heb ik me vaak genoeg boos over gemaakt. Maar Ik heb me nooit afgevraagd waarom die weinige uren zo verspreid over de hele week werden gegeven. Zo ook nu. In de komende weken heb ik op maandag 3 uur college, op donderdag 3 uur en op vrijdag 2 uur. Waarom doen we dat niet gewoon achter elkaar? Dan ben ik op maandag om 17 uur klaar met de colleges van de hele week. Ik kan één tegenargument bedenken. Als hetzelfde vak meer dan één keer per week wordt gegeven, is spreiden onvermijdelijk als je huiswerk mee wil geven. Maar wij krijgen helemaal niet elke week huiswerk. En het ‘inleiding musicologie’ dat we op maandag en donderdag krijgen, bestaat in werkelijkheid uit twee inleidingen, met twee verschillende docenten en twee verschillende boeken. Er staat dus niet een ééndaagse werkweek in de weg!

Of verspreiden we die paar colleges over de hele week om de indruk te geven dat we les geven? Het is zo grappig om de tegenwoordige studenten over ‘school’ te horen spreken. En het is zo minder grappig dat het universitaire onderwijs ook zo ‘schools’ is geworden. Terwijl het een school is waar nauwelijks les wordt gegeven! Ook in Amsterdam wordt de studenten voorgehouden dat ze elke week 40 uur met hun studie bezig zullen zijn. Ik ga het meemaken. Maar in Rotterdam zeiden we dat ook. Terwijl uit elk onderzoek bleek dat de studenten gemiddeld niet meer dan 20 uur per weel aan hun studie besteedden. En ik kan je beloven dat die 40 uur heel precies waren uitgerekend. Hoeveel uur kost het lezen van 10 pagina’s? Hoeveel uur kost het schrijven van een paper van 1000 woorden? Enzovoorts, enzovoorts. Alleen die uren waren volstrekt fictief. Uit de lucht gegrepen. Kijk maar naar die werkweken van 20 uur!

Ook voor docenten bestaan dat soort berekeningen. Ik gaf de laatste jaren in Rotterdam aan de eerstejaars het vak ‘kernvragen van de bestuurskunde’. In de eerste vier weken van hun studie behandelde ik ongeveer de hele stof. Ik deed dat in 8 colleges, van 2 x 45 minuten. Dat is 12 uur in totaal. Mijn onderwijslast voor deze 12 uur bedroeg 150 uur. Met uitdrukkelijke vermelding dat ik niet geacht werd de tentamens na te kijken (hetgeen op zich al een gotspe is). Iemand, ja iemand in de bureaucratie, had blijkbaar uitgerekend dat een ervaren hoogleraar 12,5 uur voorbereiding nodig heeft voor 1 uur les geven aan eerstejaars die nog nimmer iets van de bestuurskunde hebben gehoord. Ook als hij zijn Powerpoint van vorig jaar gebruikt.

Maar laten we eerlijk zijn: de docenten lieten zich deze bureaucratie met graagte aanleunen. Met een paar vakjes had je al voldaan aan je ‘onderwijslast’ en kon je je weer richten op je ‘onderzoekstijd’. Ja, dat zijn de formele woorden. En die twee woorden zeggen in feite alles. Het onderwijs is vooral een last en met goed onderzoek worden we uiteindelijk hoogleraar. En daarom krijgen die studenten zo weinig onderwijs dat al mijn colleges in één dag zouden kunnen worden afgehandeld.

 

Zie ook: Een studie aan de #UvA als cursus zelfbeheersing

De bureaucratie van de #UvA heeft meer tentakels

juli 4, 2015 by  
Filed under artikel

De Commissie casus matching UvA, hier thuis inmiddels omgedoopt tot de Commissie e-matching UvA (“durft U het aan”?), heeft niets meer van zich laten horen. Hun in DDR-beton gedrenkte afwijzingsmail, bood zowaar de mogelijkheid voor een reactie. Als verwonderde aspirantstudent heb ik daarvan natuurlijk gebruik gemaakt. In mijn reactie heb ik nog eens al mijn overwegingen weergegeven waarom me te laat heb ingeschreven voor de studie muziekwetenschap. Ik heb ook gevraagd naar de beroepsmogelijkheden. Maar de DDR zwijgt tot op heden in alle talen. Echte bureaucratie is ongrijpbaar tot de Muur valt. Zoals bekend kan dat een jaartje of 28 duren.

Gelukkig zit ik nog wel in het systeem, hoewel Walter Ulbricht bozig had gemeld dat ik meteen uit het systeem zou worden verwijderd. Maar dat is Ome Walter blijkbaar nog niet gelukt. Want een paar dagen later krijg ik mijn volgende ‘Beste Wim’-mail. Met het verzoek of ik mijn intake-formulier 2015-16 zo snel mogelijk wil invullen. Ook deze mail kan de systeemwereld van de UvA maar moeilijk verhullen. Zo luidt het mailadres info-otm-fgw@uva.nl. Wie zou dat in godsnaam zijn? Zou daar een mens achter schuil gaan? Toch is mijn gevoel vanzelfsprekend meteen anders als het systeem mij blijkbaar nog steeds als student wil zien. Ik heb geantwoord dat de inhoud van de mail haaks staat op de eerdere afwijzing. Ook op deze reactie mocht ik geen antwoord ontvangen. Waarschijnlijk is info-otm-fgw@uva.nl toch geen mens.

Echt hilarisch wordt het als ik op de laatste dag van de week een uitnodiging krijg om als extern lid toe te treden tot de Examencommissie Research Master van een aanpalende faculteit. Het wordt me meteen duidelijk dat ik daarover niet te licht moet denken. Als ik instem wordt ik “extern lid, krachtens artikel 7.12a lid 3, sub b. van de WHW, van de examencommissie RMSS, RMUS, RMIDS, MIDS, per 1 september 2015”. Helaas is artikel 7.12a lid 3, sub b. van de WHW niet bijgevoegd. Ik stoor me er niet aan, omdat het verzoek binnenkomt via een goede vriend die bij me in de straat woont. Ik heb hem geantwoord dat ik graag wil toetreden tot zijn commissie, als het voor de faculteit geen bezwaar is dat ik bij de buren als student ben afgewezen.

Ik had me voorgenomen gewoon braaf student te worden. En binnen een week snak ik naar de volgende bezetting van het Maagdenhuis. Ik vrees dat die bezetting moet wachten tot een nieuwe voorzitter van het College van Bestuur is benoemd. Dat duurt me te lang. Ik gooi al mijn goede voornemens overboord en val vandaag nog terug op het netwerk dat ik als wetenschapper en via de politiek heb opgebouwd. Es even kijken wie uit mijn adresboek me kan helpen aan een inschrijving aan de UvA. Want die opleiding ziet er gewoon goed uit.

 

Lees ook: Botsing met de bureaucratie van de #UvA

en: Mijn eerste schreden op de #UvA

Botsing met de bureaucratie van de #UvA

juni 30, 2015 by  
Filed under artikel, fagot

En daar is de harde werkelijkheid. Eerder dan gedacht. Ik was de dagen aan het aftellen. Op 3 september zou ik mijn eerste college gaan volgen. De spanning van een nieuwe opleiding. Het gevoel van nieuwe boeken en van boeken kaften. En zoals een vriend me vroeg: “Heb je de nieuwe Rijam-agenda al gekocht?”

Nou nog niet, en misschien moet ik daar ook nog maar even mee wachten. Gisteren meldt de ‘Casus Commissie UvA Matching’ dat ik niet ben toegelaten. Dat mijn inschrijving zal worden ‘geannuleerd’. Mijn inschrijving was na 1 mei ontvangen. En mijn persoonlijke verzoek om toch te worden toegelaten “is afgewezen, omdat er volgens de commissie geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een inschrijving aan de UvA voor 2 mei 2015 niet mogelijk was”.

Ik had de commissie uitgelegd dat mijn situatie in mijn ogen ‘simpel’ was. Ik was al een tijdje van plan om me in 2016 in te schrijven voor muziekwetenschap. Maar in mei besloot ik onverwacht eerder te stoppen aan de Erasmus Universiteit. Zo kreeg ik tijd om deze zomer al met de deeltijdstudie muziekwetenschap te beginnen.

Maar daar heeft deze commissie dus een stokje voor gestoken. Waardoor al mijn goede voornemens om me als brave student te gedragen nu al beginnen te knellen. Want bij het lezen van zo’n mail van zo’n niet-bestaande commissie vraag je je toch meteen drie dingen af. Eén: wat zouden de overwegingen zijn om studenten te verplichten zich voor 1 mei in te schrijven, als elke universiteit gebaat is bij zoveel mogelijk studenten? Twee: wat zijn de criteria van de commissie voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden? Drie: bij wie kan ik in beroep? Op deze drie vragen geeft de mail van de commissie geen antwoord. De mail geeft alleen de mogelijkheid om te reageren, onder naam of zelfs anoniem.

En dit alles doet me meteen denken aan een gesprek dat ik vorige week nog in Rotterdam had. Ik zat met twee oudere collega’s een master-examen ‘af te nemen’. Dus drie oude heren en een jong meisje. In het voor- en nagesprek waren de drie heren aan het mopperen. Dat studenten tegenwoordig altijd bezig waren met hun ‘rechten’ en altijd meteen bij de examencommissie in beroep gingen. Wij vroegen ons af of dat een generatiekwestie was. Nou het antwoord kan ik nu wel geven: het is een hele normale reactie van enthousiaste jonge mensen op de massaliteit van het onderwijs en de ondoordringbare bureaucratie van de universiteit.

Na één botsing met de bureaucratie ben ik dus een normale student. Ik ga op zoek naar mijn recht en ga vandaag onderzoeken waar ik dat recht kan halen. En dan heb ik alvast één verzoek aan de UvA: Kunt U zo goed zijn om mij voortaan niet meer aan te spreken met ‘Beste Wim’? Welk communicatiebureau heeft bedacht dat het ondoordringbare beton van de universitaire bureaucratie met deze jovialiteit moet worden opgeleukt? Bovendien ervaar ik het helemaal niet als joviaal of als informeel. Uit Uw mond klinkt het vooral denigrerend.

Mijn eerste schreden op de #UvA

juni 29, 2015 by  
Filed under artikel, fagot

Op 15 juni meld ik me bij het Instituut voor Muziekwetenschap. Ik neem plaats in de wachtruimte. De omgeving is hilarisch. Het gevoel van een oude bezemkast. Brandslangen vlak voor mijn neus. De sfeer van Het Bureau. De jasjes van Maarten Koning worden nog steeds gedragen. Maar ook een jonge Mahler komt voorbij. En een meisje met een hoofddoek verzorgt het multiculturele element. Ik lees intussen dat je stage kan lopen bij de Concertzender. Zou het helpen dat ik al jaren geld naar ze overmaak? En wat zou ik mogen doen? Alleen cd’s opruimen, misschien wel zoeken? Toch geen programma samenstellen, laat staan presenteren? Dat lijkt me wel wat. En volgens mij klinkt mijn stem wel oud genoeg voor deze zender.

Ik ben veel te vroeg, maar ook als een half uur is verstreken is er geen teken van een studieadviseur. Ik ga op zoek en vind een vriendelijke dame, die me netjes met ‘U’ aanspreekt. Ik vraag haar of ze altijd ‘U’ zegt tegen studenten. “Nee, alleen als ze zo oud zijn”. De stemming zit erin. Studieadviseurs leggen de verbinding tussen de systeemwereld van de universiteit en ons, de gewone studenten. En zijn dus onmisbaar. Ook deze dame. Ze schrijft de data van de colleges voor me op een papiertje. Alles onder voorbehoud. Het is pas juni. In Rotterdam was het niet anders. Werken er honderden mensen bij ‘bedrijfsvoering’ of ‘concern’ en hebben ze half juni nog geen definitief rooster voor het volgende jaar.

Maar eerst spreken we over mijn studie. Waarom ik dit wil. En of ik wel serieus genoeg ben. “Je bent toch geen hobbyist, want daar worden wij op afgerekend”. Ja, het rendementsdenken van Den Haag. Of ik noten kan lezen. En of ik vrijstellingen wil. [Nee, want ik wil iets leren.] Dat ik me moet inschrijven via Studielink van DUO. Dat ik met een deeltijdstudie kan beginnen, waarin ik in het eerste jaar maar 26 ECT hoef te halen. Ik verheug me op kleinschaligheid van de studie. Veertig eerstejaars, waaronder ook (oudere!) deeltijders.

Er doemt slechts één klein probleempje op. Aanwezigheid bij de colleges is verplicht. Eenmaal missen wordt nog wel door de vingers gezien, maar vaker moet met een extra opdracht worden gecompenseerd. Een korte blik in mijn agenda leert dat aan extra opdrachten niet valt te ontkomen. Mijn werk stelt ook zijn eisen. Het is toch een deeltijd-opleiding? Waarom zou het andere deel dan geen rechten hebben.

Ja, ik heb me heilig voorgenomen dat ik niet de professor zal uithangen. Ik ben gewoon student. Maar ja, ik heb wel zo mijn opvattingen. Zelf vond ik het altijd een teken van zwakte om de studenten te verplichten om mijn colleges bij te wonen. Als mijn colleges geen of te weinig meerwaarde hebben kunnen de studenten zich beter anders op het tentamen voorbereiden. Anders gezegd: het moet mijn eer zijn om mijn werk zo goed te doen dat de collegezalen volstromen. Niet door handtekeningen te vragen. En nu moet ik plotseling zelf een handtekening zetten. Zal ik straks ook zo snel mogelijk de collegezaal verlaten als ik de lijst heb getekend? Hoe calculerend zal ik worden?