Zwarte Piet en Paul Scheffer

november 26, 2018 by  
Filed under artikel

Bij Zwarte Piet denk ik altijd aan Paul Scheffer. Paul heeft veel studie gedaan naar integratie van nieuwkomers. Hij onderkent drie fasen. In de eerste fase leven de culturen langs elkaar heen (wij noemden dat in Nederland indertijd: tolerantie). Vervolgens ga je in de tweede fase voor het conflict, om in de derde fase toch echte integratie te komen. ‘The functions of social conflict’, schreef Lewis Coser ooit. Dat conflict over Zwarte Piet is daarom ook positief. Het maakt duidelijk dat migranten ‘onze’ samenleving ook als ‘hun’ samenleving zijn gaan zien. Ze begrijpen niet waarom in hun huis nauwelijks oprechte  spijt wordt betuigd voor de slavernij uit het verleden. Ze begrijpen niet dat wij ons niet te weer stellen tegen iets wat zij als racistisch zien: Zwarte Piet.

Eindhoven zou in dit conflict wel eens een omslagpunt kunnen zijn. Niet de brave anti-Piet-betogers vielen op, maar het onverholen racisme van de hooligans. Zouden die anti-Piet-betogers dan toch een punt hebben? En plotseling hoorde ik ook dat kleine kinderen helemaal geen onderscheid maken tussen zwarte pieten, blanke pieten en roetveeg-pieten. De posities leken voorgoed iets te zijn verschoven en de integratie was een stap dichterbij.

Maar tegelijkertijd tekenden andere scheidslijnen in Eindhoven zich heftiger af. Een scheidslijn die in onze samenleving wellicht belangrijker is dan die lijn tussen autochtoon en migrant: de scheidslijn tussen de winnaars en de verliezers van de globalisering. Tussen de kosmopolieten en de nationalisten. Tussen de hoogopgeleiden en de laagopgeleiden.  Tussen de mensen die het goed hebben en de mensen die steeds minder perspectief hebben. Tussen de hipsters van de grachtengordel en de wiettelers uit de Vogeltjesbuurt in Tilburg. Het is de nieuwe scheidslijn die in de politiek de PvdA heeft verwoest en GroenLinks en PVV geen windeieren legt. De scheidslijn die elders Brexit en Trump heeft gebaard. 

Het debat over Zwarte Piet markeert daarmee niet alleen een stap naar integratie, maar ook een scheidslijn die misschien wel veel moeilijker valt weg te gummen. 

De PvdA moet terug naar de achterban

november 22, 2016 by  
Filed under artikel

Wat er in de steden is gebeurd is symptomatisch voor de PvdA. Ideologisch is de partij meegegleden met het denken in termen van globalisering en met het neo-liberale denken van de bovenkant. Het waren ook de mensen met wie de partijleiding zich met meest omringde. Tegelijkertijd verschoof de traditionele achterban naar de conservatieve hoek. Althans naar de hoek die in de neo-liberale tijd als conservatief werd gezien. Bovendien werd een deel van de traditionele achterban chagrijnig, omdat ze steeds maar werden gepasseerd door al diegenen die op de golven van de globalisering hier een plekje zochten dan wel een baan. Daarmee keerden ze zich al snel tegen immigratie en tegen het Europa van de Polen. En dat was tegen het zere been van de spraakmakende gemeente binnen de PvdA. Wij waren voor immigratie, wij waren voor Europa. En wie daar anders over dacht kon beter overstappen naar een andere partij.

Natuurlijk, ik ken het debat in de PvdA. Ik weet dat er steeds weer geprobeerd is om het immigratiestandpunt te ‘verharden’. Ik weet dat Job Cohen de wet door de Kamer heeft gekregen die de instroom van immigranten aanzienlijk indamde. Ik weet dat velen zich hebben verzet tegen de gevolgen van het neo-liberale denken voor de zorg, voor het onderwijs en noem maar op. Ik heb de Joop den Uyl-lezing van Wouter Bos heel goed verstaan, waarin hij terugkwam van een te enthousiast marktdenken. En ik weet dat er ook binnen de PvdA is gediscussieerd over Europa. Maar niet fundamenteel genoeg en de beleidswijzigingen waren dan ook te marginaal. Men bleef uiteindelijk toch geloven dat een voorkeur voor Europa, een voorkeur voor immigratie en een voorkeur voor het neo-liberale denken heel goed aansloot bij het progressieve gedachtengoed. Het was Bram Peper die Wim Kok liet spreken over het afschudden van de ‘ideologische veren’. Ja, in feite is het op dat moment al misgegaan. En zo is de PvdA een partij geworden die het liefst het optimistische levensgevoel van D66 zou willen verspreiden, maar daarvoor intern toch te fundamenteel chagrijnig is om die rol met verve te kunnen spelen.

En zo staat de PvdA op 10-15 zetels in de peilingen. En zo weet de PvdA niet hoe om te gaan met het Oekraïne-referendum. En zo blijft de PvdA nog steeds vol onbegrip over elke stem tegen Europa, elke stem tegen de euro en elke stem tegen de komst van asielzoekers. Het ging ons toch om de internationale solidariteit? Dat Europa weinig met internationale solidariteit te maken heeft, lijkt elke andere partij te begrijpen. Alleen de PvdA gaat de Europese verkiezingen in met de versleten leus ‘sterk en sociaal’, terwijl we allemaal weten dat Europa staat voor een hard neo-liberaal economisch standpunt. Brussel is er niet voor de maatschappelijk zwakkeren.

Maar waarom zou je vasthouden aan je traditionele achterban, als jezelf progressief bent gebleven en de achterban hardhollend conservatief is geworden? Dit is de kernvraag voor de PvdA. En voor de hele progressieve beweging in de Westerse wereld.

Er is niet één antwoord op die vraag. Je ziet het aan Diederik Samsom, die plotseling avances maakt in de richting van GroenLinks. Nu moeten andere partijen wel uitkijken als de PvdA avances maakt. Dat kan er vooral op duiden dat de PvdA in zwaar weer verkeert. Het kan er ook op duiden dat de PvdA weer even snel zal zijn verdwenen als de peilingen beter worden. Quod non. Maar die avances richting GroenLinks zijn in ieder geval geen echte herijking van de positie. Het is de bevestiging van het gevoel dat ‘wij’ goed zitten en onze traditionele achterban verkeerd. GroenLinks is immers de partij van de yuppen, van de succesvollen met het progressieve levensgevoel. [Ik geef toe: dit is een vorm van framing, maar mijn bewering is niet geheel onjuist.]

Waarom zou je vasthouden aan je traditionele achterban, als jezelf progressief bent gebleven en de achterban hardhollend conservatief is geworden? Ik ben lange tijd ook geneigd geweest om het blije progressieve levensgevoel te volgen en die achterban vooral zijn conservatisme te verwijten. Totdat ik ging beseffen dat het ongemak van de traditionele achterban een fundamenteler antwoord behoeft. Want als het hoogste doel van de sociaal-democratie ‘een fatsoenlijk bestaan voor iedereen’ inhoudt, zoals het beginselprogramma het formuleert, waarom zou het fatsoenlijk bestaan van de traditionele achterban ons dan niet ter harte gaan? Hun inkomens blijven achter, en vooral hun vermogens blijven achter, ze zijn onzeker door het verdwijnen van banen, ze voelen zich bedreigd door immigranten, die op zijn minst in hun perceptie hun banen afpakken. Ja, ze discrimineren misschien ook wel, ze zijn misschien wel tegen het homohuwelijk, ze zien in abortus en euthanasie niet grootste verworvenheden van deze progressieve samenleving. Maar hebben ze daarom geen recht op een fatsoenlijk bestaan?

Ik ben socioloog genoeg om niet meteen mee te gaan in verhalen over de boze blanke man. De steun voor Brexit, de steun voor Le Pen, de steun voor Trump, de steun voor Wilders, de steun voor Petry is veel complexer. Maar die steun is er wel. En die steun heeft ongetwijfeld te maken met onzekerheid, met het idee geen grip meer te hebben op de snelle ontwikkelingen om ons heen.

Ja, ik kan begrijpen waarom Europa vele migranten binnenlaat en doorstuurt naar Duitsland en Nederland. Ja, ik kan begrijpen waarom Griekenland veel geld kost aan Europa. Ja, ik kan de gedachte begrijpen dat meer internationale handel uiteindelijk ten goede zal komen aan de welvaart op wereldniveau. Ja, ik weet zelfs dat de internationale handel van de afgelopen decennia de wereld-armoede aanzienlijk heeft teruggedrongen.

Maar ik weet ook dat in Amerika de hele welvaartswinst van de laatste decennia ten goed is gekomen aan de rijken. Ook aan Hilary Clinton, die de verliezers van de globalisering zo pijnlijk en zo onheus als deplorables heeft afgeschilderd. Ik weet ook dat grote groepen in Nederland niet profiteren van de bloeiende kenniseconomie die geen grenzen kent. Ik weet ook dat de florerende steden onbereikbaar zijn geworden voor velen, omdat de prijzen van de huizen te hoog zijn gestegen. Ik weet ook dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt ertoe leidt dat de lonen aan de onderkant onderuit zijn gegaan. En ik weet ook dat alle cultuursubsidies, die oh zo belangrijk zijn voor onze nationale identiteit en voor de aantrekkelijkheid van steden, aan hele volksstammen voorbij gaan. Ja, dank u, de Nationale Opera heeft wereldwijd aanzien.

Die achterban is er dus nog wel, alleen hij stemt niet meer op de PvdA. En de PvdA heeft zich jaren te weinig om die achtervan bekommerd. Dat zou snel moeten veranderen.

Maar bekommeren is iets anders dan achter een groep aan lopen. Jacques Monasch zei laatst wijze dingen in een interview met de Volkskrant. Hij bekommerde zich wel om de oude achterban. Maar tegelijkertijd ben ik bang dat hij als volbloed politicus die herwonnen achterban te veel naar de mond wil praten. Dat hij tegen Europa is, omdat de achterban tegen Europa is. Dat hij voor beperking van de immigratie is, omdat de achterban tegen immigratie is. En dat hij tegen vrijhandelsakkoorden is, omdat de achterban bang is voor het buitenland.

Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Het gaat niet aan dat de PvdA de achterban naar de mond praat, de PvdA moet zelfstandig oordelen voor welke achterban ze op wil komen. Ik hou van progressieve politiek, ik haat populisme. Doel moet zijn: een fatsoenlijk bestaan voor iedereen. Dat betekent ook een veilig bestaan, en een zeker bestaan, dat betekent mogelijkheden om je zelf te ontplooien, dat betekent gelijkheid van kansen en geen grote ongelijkheden en het betekent menselijke maat. Voor iedereen in deze samelveing. Laten we die uitgangspunten nu eens opnieuw vertalen naar deze tijd.

 

[zie ook: http://www.wimderksen.com/2016/11/17/de-pvda-is-eindelijk-verlost-van-haar-spagaat/]

Optimisme van @APechthold is optimisme van de rijken

november 11, 2016 by  
Filed under artikel

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen heeft velen geschokt. Daar is niks op tegen. Maar daarna moet de uitslag tot nadenken stemmen. Het heeft weinig zin om alleen maar ‘geschokt’ te blijven. En het zou me niet verbazen als dat nadenken leidt tot een andere kijk op de politiek. Wat in Amerika is gebeurd zou wel eens vergaande consequenties kunnen hebben voor het politieke landschap, voor de ideologieën en zelfs voor het politieke bestel. Zoals de Brexit al eerder aanleiding gaf voor een fundamentele analyse van de politiek in de Westerse wereld. En in Nederland het onzinnige referendum over een handelsverdrag met de Oekraïne. En laten we leren van de recente politieke gebeurtenissen in plaats van in verongelijktheid te blijven steken.

Dat er nog veel te leren valt, liet D66 ongewild zien in enkele kleine krantenadvertenties die de dagen na de Amerikaanse verkiezingen in de grote dagbladen verschenen. Partijleider Alexander Pechtold gaf kernachtig zijn mening: tegen het populisme, voor het optimisme. Het klonk bij eerste lezing niet erg verrassend. Maar gaandeweg begon me deze slogan tegen te staan. Om meerdere redenen. Laten we eerst maar eens vaststellen dat hier sprake is van een rare tegenstelling. Waarom zouden de ‘populisten’ die nu de macht hebben gegrepen in Amerika, niet optimistisch kunnen zijn? Het is een raar frame: wij zijn blij en zij zijn zuur. En dat niet alleen: we horen allemaal blij te zijn.

Het vervelende is dat dit D66-frame zo vreselijk herkenbaar is. Binnen de meeste politieke partijen, binnen Den Haag, binnen de departementen, binnen de adviesorganen van de regering. Zeg maar gewoon: binnen de politieke elite. De gedachte lijkt: er is alleen maar reden voor optimisme en laat je vooral niet gek maken door ‘demagogen’. Ook dat past in het correcte frame: wie niet de taal spreekt van de politieke elite, wordt al gauw weggezet als demagoog. Zeker als veel mensen met zo’n man weglopen. Dat zijn ze in Den Haag immers niet gewend.

De elite heeft overigens een beperkt repertoire voor het omgaan met demagogen. Eén: dat hoor je niet te zeggen. Twee: je praat de kiezers naar de mond. Trump zei inderdaad walgelijke dingen. Zoals Wilders walgelijke dingen zegt en Marie le Pen, en vooral haar vader. Maar het is toch niet de elite die bepaalt waarover we mogen praten en welke woorden we daarvoor willen gebruiken? Laat de rechter maar bepalen of de grenzen van de vrijheid van meningsuiting zijn overschreden. En uiteindelijk bepaalt de kiezer zelf wat hij wil horen. En blijkbaar wilden heel veel Amerikanen horen wat Donald Trump te zeggen had. Een koe kan dan ook begrijpen dat al die geschoktheid over Trump volledig averechts werkt. Hij kreeg ten eerste veel publiciteit omdat zijn woorden eindeloos door de media en door zijn geschokte tegenstanders werden herhaald. En ten tweede gaf die afkeuring door de elite Trump vleugels onder al die mensen die al jaren niet door de elite worden gehoord.

Dat andere argument van de elite is fundamenteler: je hoort de kiezers niet naar de mond te praten. En het is al helemaal verboden om ressentimenten tegen de politieke klasse te misbruiken. Ik vind dat wel een grappig argument voor partijen die hun hele verkiezingsprogramma door de wasstraat van de focusgroepen halen, om het programma vervolgens ijlings aan te passen. Ook het kabinet doet bijna niets zonder het draagvlak van nieuw beleid te monitoren. Maar wanneer de demagogen hun verongelijkte kiezers naar de mond praten noemen we dat plotseling populisme. Dan is er maar één norm: de politicus hoort de samenleving bij de hand te nemen naar een betere wereld.

Maar veel storender is dat het woord populisme wordt gebruikt om gerechtvaardigde klachten over deze samenleving als ‘zuur’ en ‘verongelijkt’ af te doen. En om hele bevolkingsgroepen samen met de demagoog bij het asvat te zetten. Donald Trump kan een gevaarlijke gek zijn – of was dat bovenal het frame van de bedreigde politieke elite? Maar dat laat onverlet dat de helft van de Amerikaanse bevolking op die man heeft gestemd. Ik weet het: daaronder zitten heel veel traditionele Republikeinse kiezers, die zich bij Rubio of Bush wellicht meer thuis hadden gevoeld. Toch had Trump op zijn minst een programma dat veel verliezers aansprak. Zoals al die arbeiders die door de globalisering hun baan zijn kwijtgeraakt. Al die mensen onder modaal die sinds 1990 in Amerika hun inkomen niet of nauwelijks hebben zien stijgen. Terwijl aan de bovenkant de rijken rijker en rijker werden, is het al decennia stilstand aan de onderkant.

En natuurlijk zullen de belastingverlagingen van Trump vooral de rijken weer ten goede komen. Maar hij appelleerde wel aan het gevoel van velen aan de onderkant van de samenleving dat de economische groei al jaren aan hen voorbij is gegaan. En zo verloor Hillary Clinton Michigan en Wisconsin aan Donald Trump. En daarna was de strijd gestreden. Want juist in deze oude industriële gebieden hebben velen de sprong naar boven niet meegemaakt. Wat bedoelt Alexander Pechtold eigenlijk met zijn ‘tegen het populisme, voor het optimisme’? Dat al die verlaten fabrieksarbeiders optimistischer moeten worden en dat het probleem daarmee pragmatisch is opgelost? Of ziet D66 alleen de mensen die werkelijk reden hebben voor optimisme? En D66 staat daarbij model voor een belangrijk deel van de politieke elite.

Hoe gek die Donald Trump ook mag zijn, hoe gek die Boris Johnson ook mag zijn, het lijkt erop dat de politieke elite geen antwoord meer heeft op de problemen van de maatschappelijke onderkant. Want de politieke elite gelooft in neo-liberalisme en de politieke elite gelooft in globalisering. En het zijn juist deze twee die de kloof tussen arm en rijk drastisch hebben vergroot. De politieke elite is verblind geraakt door de welvaart van de mensen in de directe nabijheid. En is pijnlijk genoeg even vergeten dat de economische voorspoed aan de helft van de samenleving voorbij is gegaan. En als die mensen die al jaren op de nullijn zitten hun stem een keer willen verheffen krijgen ze te horen dat ze populisten zijn en achter een demagoog aanlopen.

Dus doe me een lol: laten we vanaf vandaag stoppen met het woord populisme. Laten we de problemen analyseren. Laten we ook de mensen serieus nemen die terecht zuur en chagrijnig zijn. Laten we stoppen met achteloos handelsakkoorden te sluiten die een groot deel van de Westerse samenleving alleen maar in grotere problemen zal brengen. We hebben nieuwe politieke antwoorden nodig nu de schok over het populisme lang genoeg heeft geduurd.