Het einde van de polder

oktober 22, 2019 by  
Filed under artikel, Geen categorie, Voorpagina

We zijn er jaren goed in geweest. In polderen. Polderen staat voor compromissen sluiten. Polderen staat voor met alle betrokkenen in gesprek gaan. Polderen staat voor draagvlak. Polderen staat ook voor schipperen. Voor het opzoeken van de grenzen van de wet. En als we over die grenzen heengaan noemen we het gedogen. Als er twee kenmerkende woorden zijn voor de Nederlandse politieke cultuur, dan zijn het ‘polderen’ en ‘gedogen’. En het is waar: we hebben er een belangrijk deel van onze welvaart aan te danken. 

Toch zijn er steeds meer signalen dat we het met polderen en gedogen niet meer redden. We kunnen ze elke dag in de krant lezen. Maar het is de vraag of ze door de politiek ook zo worden begrepen. 

Denk aan de stikstof en de landbouw. Ik weet dat de boeren veel last hebben van de overheid. Maar als je de zaak vervuilt hoor je dat ook te hebben. De politiek gooit het echter al jaren op een akkoordje met de landbouwwereld en bedacht zonder schaamte regels (PAS) die in strijd waren met de Natura-2000-richtlijnen van Brussel. Toen de Raad van State vervolgens een grens trok, deed het kabinet alsof het verrast was. Vervolgens kwamen de boeren in actie. Acties die aanvankelijk op volle steun van nagenoeg alle partijen konden rekenen. Intussen holt de kwaliteit van de natuur achteruit. Verder polderen en verder gedogen zijn dus geen begaanbare weg meer. 

Denk aan de Pfas. Ik weet dat de bouw veel last heeft van de overheid. Maar als je de zaak vervuilt hoor je dat ook te hebben. Het probleem was al jaren bekend, maar de overheid dacht er in goed overleg met de bouwwereld en met gedogen wel weer uit te komen. Helaas hebben de stoffen die schuilgaan achter het begrip Pfas grote nadelige gevolgen voor de voortplanting en zijn ze niet zelden kankerverwekkend. En weer moet het RIVM een oplossing aanreiken, waar we behoefte hebben aan een overheid die hier even niet poldert en niet allerlei ellende gedoogt.

Denk aan de drugscriminaliteit. We hebben het inmiddels moeten meemaken dat een advocaat van een kroongetuige is vermoord. Er gaan in de grote steden en zeker in Brabant honderden miljoenen om in de drugseconomie. Veel mensen raken verstrikt in de netwerken van de criminaliteit. De bovenwereld is al lang niet meer gescheiden van de onderwereld. Het lokaal bestuur dreigt op sommige plekken door de criminelen te worden ondermijnd. En nog steeds mag je legaal wiet kopen dat illegaal wordt geproduceerd. Een erger voorbeeld van gedogen kent de Nederlandse politiek niet. 

Denk aan de CO2. Ik weet dat er veel geld wordt verdiend aan fossiele energie in Nederland. Tegelijkertijd polderen we ons gek aan tafels om energieakkoorden en klimaatakkoorden te sluiten. Maar die tafels verplichten de deelnemers uiteindelijk tot niks. Tegelijkertijd is Nederland ver achterop geraakt met het opwekken van niet-fossiele energie, de beste methode om minder CO2 uit te stoten. Want zo lang de overheid ons niet verplicht om de voorstellen van de klimaattafels na te leven, leidt polderen ook hier weer vooral tot gedogen. 

Ik weet het: het polderen is een uniek model. Het is ook een model dat lange tijd succesvol is geweest. Maar als we onze natuur, ons klimaat, onze samenleving echt willen beschermen, is polderen op dit moment niet meer genoeg. En moet gedogen worden verboden. Ik vind het grappig om al die boeren in Den Haag te zien rondrijden. Ik vind het even grappig dat de bouwers over een paar weken daar ook gaan rondrijden. Maar daar hebben we nu even niks aan. We hebben behoefte aan een overheid die met gezag de grenzen aangeeft waaraan bouwers, boeren en burgers zich hebben te houden. 

[Volkskrant, 24 oktober 2019]

Interview in De Leunstoel met Wim Derksen over zijn boek Loopgek

april 27, 2012 by  
Filed under Geen categorie, lopen

Gepubliceerd in: De Leunstoel
Geschreven door: Willem Minderhout

Wim Derksen is een van de bekendere bestuurskundigen van Nederland. Na een carrière als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werd hij directeur van het Ruimtelijk Planbureau. Sinds het RPB in 2008 fuseerde met het Milieu- en Natuurplanbureau tot het Planbureau voor de Leefomgeving is Wim ‘chief scientist’ bij het Ministerie van VROM. Nu dit Ministerie is opgegaan in het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is hij direct betrokken bij de grote reorganisatie van de Rijksoverheid van het kabinet Rutte. Het leek me interessant om hem te interviewen over zaken als het einde van VROM, de bestuurlijke agenda van Rutte en – Wim is al dertig jaar lid – de toestand van de PvdA. Via Twitter, ook daar is hij te vinden, maakte ik een afspraak met hem in een café op Het Plein. Daar kreeg het gesprek al snel een verrassende wending.

‘Moet het over bestuur en politiek gaan? Ik heb het eigenlijk veel liever over hardlopen. Binnenkort komt er een boekje van me uit over marathons en ultra-lopen. Een ultra-loop is iedere hardloopwedstrijd die langer is dan een marathon. Ik doe dat nu zo’n tien jaar en hardlopen is een integraal deel van mijn leven geworden. Ik ben net terug van de Ultraloop van Davos. Dat is een wedstrijd over 78,5 km. Je moet tijdens die loop meer dan twee kilometer klimmen en vervolgens twee kilometer dalen. Als je dat haalt, dan voel je je echt helemaal geweldig. Dat kan ik aan niet-lopers niet uitleggen. Eufoor!

Ook Nederland heeft geweldige wedstrijden. De Zestig van Texel bijvoorbeeld. Je rent het hele eiland rond. Voor sommigen is dat niet ver genoeg, die lopen twee rondjes. Zo ver ga ik niet, maar ik had er wel de smoor in dat ik tijdens de Zeeuwse strandmarathon van Burgh-Haamstede naar Zoutelande wind mee had. Zo is het niet bedoeld!

Er zijn natuurlijk al veel boekjes over marathonlopen verschenen. Die zijn over het algemeen heel feitelijk en saai: ‘hoe loop ik een marathon’. Ik probeer het vooral van binnenuit te beschrijven. Er staan natuurlijk ook praktische tips in. Tepels aftapen bijvoorbeeld. Als je dat niet doet dan schuren ze na zo’n kilometer of dertig open en dan wordt lopen een hel. Nagels knippen is ook zoiets. Doe dat drie dagen van te voren, want als je dan misknipt kun je nog herstellen. Met een bloedende teen loop je geen marathon.
Het belangrijkste wat je moet leren is doseren. De eerste helft van een ideale loop is net zo snel als de tweede. Als je er als een gek vandoor gaat, dan verlies je enorm veel tijd aan het eind, maar als je al te langzaam start dan houd je teveel over. Een goede opbouw is van het grootste belang. Ik loop zo’n vijf marathons en ultralopen per jaar en ik train vijf keer per week. Eén avond per week ga ik ‘spinnen’, op een fiets in de sportschool. De meesten doen dat één uur, maar ik plak er altijd een uur aan vast. Na zo’n veertig minuten spinnen kom ik pas helemaal in mijn element. Dan komt bij mij de endorfine los en dat geeft een kick die ik niet meer wil missen.

Ik ga als gevorderde vijftiger nog steeds harder lopen, maar ik denk niet dat ik, als ik eerder begonnen was, een soort Gerard Nijboer was geweest. In Berlijn was ik tweeduizendste van de 45.000 deelnemers. Goed, maar geen topper. De echte toppers zijn het ook maar heel kort. Iemand als Gerard Nijboer is na een paar fantastische marathons verdwenen. Laat mij op mijn niveau nog maar jaren doorrennen.

Mijn boekje is opgehangen aan de ‘Swiss Alpine’. Het is daar ook ontstaan. Ik schreef tijdens de voorbereiding al korte stukjes. Dat was, voor ik het wist, uitgegroeid tot een pagina of zestig. Uitgeverij Prometheus zag er wel brood in als ik daar een boekje van zou maken. Ik heb mijn laptop meegenomen naar Zwitserland en iedere keer aan het eind van de dag heb ik er aan gewerkt.

De combinatie lopen en schrijven is me trouwens niet vreemd. Vooral toen ik nog RPB-directeur was, moest ik voor allerlei bladen columns schrijven. Na een flinke loop rolden die er vrijwel automatisch uit. Ook managementproblemen loste ik altijd tijdens het hardlopen op. Wat bij dit boekje wel anders is, is dat ik over iedere zin moest nadenken. Kan het niet mooier en beter? Daar heb ik bij het schrijven van wetenschappelijke boeken en artikelen en columns nooit last van gehad. Ik heb dus vooral veel energie gestoken in het bijpunten en herschrijven.

Ik mis het wetenschappelijk bedrijf overigens niet. Ik heb een 0-uren contract bij de Erasmus Universiteit, maar ik ben niet van plan om nog bestuurskundige artikelen op de vierkante centimeter in internationale tijdschriften te publiceren. Ook het RPB mis ik niet. Ik heb dat altijd met veel plezier gedaan, maar het bleef altijd een club met een wat onduidelijke missie. Het CPB had ‘profit’, het SCP had ‘people’ en het MNP had ‘planet’, maar wat hadden wij? ‘Ruimte’ is altijd een lastig onderwerp geweest binnen de sociale wetenschappen. De ruimtelijke ordening mist een duidelijk paradigma. Er zijn weliswaar allerlei prachtige verhalen in de omloop over ‘glokalisering’ en zo, maar de praktische waarde daarvan is vrij gering. Ik ben altijd meer een empiricus dan een theoreticus geweest, dus ik kon er nooit zoveel mee. Prachtig gezweef, vond ik het.

Adri Duivesteijn, één van de geestelijke vaders van het RPB, had nog fantasieën over een bureau dat echte ruimtelijke plannen zou maken a la de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening. Dat is echter niet meer van deze tijd. Ik heb Maarten Hajer, de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, daarom geadviseerd om vooral op duurzaamheid te focussen.
Achteraf gezien is de vorming van het RPB misschien zelfs een strategische fout geweest. Het was vooral een braindrain van de voormalige Rijks Planologische Dienst.

De teloorgang van de ruimtelijke ordening en VROM in het algemeen illustreert ook duidelijk de impasse waarin de PvdA verkeert. Jacqueline Cramer heeft als PvdA-minister bedroevend weinig tot stand gebracht. Bovendien krijgen we nu te maken met een heel ander paradigma. Neem ‘de natuur’. Laatst was ik op een bijeenkomst waar een VVD-raadslid natuur definieerde als een plek waar hij zijn hond kan uitlaten. De planologen zullen er aan moeten wennen dat hun gebied heel anders zal worden gedefinieerd. Ik ben niet van dit kabinet, maar het is wel waar dat we op het gebied van de ruimtelijke ordening een nieuw verhaal nodig hebben, gebaseerd op overtuigende argumenten. Kijk naar het Groene Hart! Er is in de afgelopen jaren al 20% van verdwenen. Je kunt al bijna tussen de bebouwing door van Den Haag naar Utrecht rijden. Het is langzamerhand een fictie geworden, waarin alleen ‘planologen’ nog geloven. Kijk nu eens wat er echt gebeurt en baseer daar je politiek op!

Ik zie de toekomst wat dat betreft somber in. Rutte regeert zonder enige diepere gedachte over de te volgen koers, zonder een ‘filosofie’, maar als politiek leider is hij een verademing na Balkenende. En ‘links’ schiet steeds in een kramp. Kijk naar die bezuinigingen op cultuur. Dat schiet momenteel volledig door met de meest verschrikkelijke voorstellen, maar ik vind dat de cultuurwereld ook niet uitblinkt in tegenargumenten. Bovendien had in het verleden wel wat kritischer gekeken kunnen worden naar de cultuursubsidies. Echte innovatieve kunstenaars als Frans Brüggen en dergelijke moeten gesubsidieerd worden, maar krijgen weinig. En waarom krijgt mijn eigen amateur-orkest – het Zuid-Hollands Symfonie Orkest, waarin ik fagot speel – subsidie? Dat is een hobby van beter gesitueerden. Ik betaal daar minder contributie voor dan voor mijn hardloopvereniging.

Veel mensen vergelijken de huidige tijd met de jaren dertig, maar ik vind het meer lijken op de jaren zestig, maar dan in spiegelbeeld. ‘Nieuw Links’ had destijds net zo min vruchtbare ideeën als ‘Nieuw Rechts’ nu. De oude garde had toen net zo min als nu een verhaal klaar. Men was verbijsterd en verwachtte dat het vanzelf wel over zou gaan. Job Cohen is een beetje de Willem Drees jr. van deze eeuw. Hij moet een nieuw verhaal weten te vinden om het enthousiasme voor de sociaaldemocratie nieuw leven in te blazen.

Ik ben al dertig jaar lid van de PvdA en dat zal ik blijven. Desnoods ben ik degene die het licht uitdoet. Maar ik laat me niet door de partij voorschrijven hoe ik moet denken. Ik heb ook nooit een functie gehad of geambieerd, behalve dat ik een periode in het congrespresidium heb gezeten en een aantal keren heb meegeschreven aan het programma. ‘PvdA-prominent’ is een benaming die ik in de pers heb gekregen. Dat is veel eer voor een tamelijk gewoon lid. Echte oplossingen die ik zie zijn tamelijk klassiek. Breek nou eens met dat ‘zieligheidsdenken’. Werk voor iedereen, dat is het belangrijkste. En probeer die verschrikkelijke schaalvergroting in de zorg en het onderwijs en privatisering van zaken als het openbaar vervoer terug te draaien.

Willem Drees werd wel de ‘wethouder van Nederland’ genoemd. Job Cohen mag van mij de ‘burgemeester van Nederland’ worden. Nederlandse burgemeesters geven echter per definitie niet de richting aan. Dat is iets dat Cohen wel zal moeten leren. Misschien moet Job ook maar eens een flink stuk hardlopen om de goede ideeën los te zweten. Flink ‘spinnen’ op de fiets in de sportschool zou een begin kunnen zijn. Aan een goede sportinstructeur heb je meer dan aan een ‘spindoctor’. De sociaaldemocratie kan wel wat endorfine gebruiken.

Artikel: Kabinet-Rutte verdient een betere oppositie

augustus 30, 2011 by  
Filed under Uncategorized

NRC Handelsblad – Opinie | Zaterdag 18-06-2011 | Sectie: Overig | Pagina: 50 | Wim Derksen
Het kabinet-Rutte zwaait met een botte bijl. Maar de oppositie roept alleen ‘niet doen!’, stelt Wim Derksen. Kom met alternatieven.

Een minderheidskabinet biedt de kans om politieke tegenstellingen te overbruggen. Bij het kabinet-Rutte lijken de politieke tegenstellingen eerder te worden uitvergroot. Ook door de oppositie. Dat is niet goed voor het beleid. En niet goed voor het land. De oppositie zou beter een andere opstelling kunnen kiezen.

Hoe verzoenend Mark Rutte ook wil overkomen, de voorstellen van zijn kabinet zijn dat niet. Hier staat een kabinet dat er alles aan doet om zich bij het rechtse deel van het electoraat populair te maken. Niet alleen door de grondigheid waarmee beleidswijzigingen worden ingezet, maar ook door de sterk ideologische verdediging in Kamer en in media.

Helaas reageert de oppositie, met name PvdA en SP, sterk antagonistisch. De termen ‘kaalslag’, ‘afbraak van de verzorgingsstaat’ en ‘asociaal’ zijn niet van de lucht. Daarmee missen de oppositiepartijen de kans om tot zinvolle vernieuwing van het beleid te komen. Bovendien spelen ze Rutte op deze manier in de kaart.

Rutte definieert zichzelf als ‘vernieuwer’. Door in zijn ‘frame’ (zijn definitie van de situatie) de rol van ‘antagonist’ te kiezen, wordt de oppositie geassocieerd met ‘behoud’. Terwijl er aan de samenleving nog heel wat valt te vertimmeren.

Nee, de oppositie zou Rutte juist moeten wegzetten als een ideologische gelovige, vervolgens zelf de gebreken van het vigerende beleid moeten benoemen, om ten slotte heldere alternatieven te formuleren.

Ik geef een paar voorbeelden. Het kabinet wil de Wajong fors aanpakken. Het ‘succes’ van de Wajong is onmiskenbaar. In korte tijd hebben 200.000 jongeren een plek gevonden in een regeling die eerder passief maakt dan activeert. Met het gevaar dat zij definitief buiten de arbeidsmarkt terechtkomen. Oké, laat Rutte ‘hardvochtig’ zijn, maar de oppositie wil deze situatie toch niet laten voortbestaan?

Het kabinet wil de sociale werkplaatsen aanpakken. De oppositie verdedigt ze met hand en tand. Maar is zo’n beschutte plek voor alle WSW’ers (Wet sociale werkvoorziening) werkelijk zo ideaal? Voelen velen zich met een echte baan niet veel gelukkiger? En kan iemand mij uitleggen waarom het aantal WSW’ers al jaren fors stijgt, terwijl de bevolking amper groeit? Oké, laat Rutte ‘asociaal’ zijn, maar waarom stelt de oppositie niet de fundamentele vraag waarom veel WSW’ers 130 procent van het minimuminkomen verdienen, terwijl werklozen die ook onvoldoende ‘verdiencapaciteit’ hebben, met minder dan het minimuminkomen moeten rondkomen?

Het kabinet wil het openbaar vervoer in de grote steden aanbesteden. Ook hier weer die sterk ideologische toon van de ploeg van Rutte. Alles lijkt beter dan de overheid. Maar waarom hoor ik de oppositie niet over de vraag hoe we het openbaar vervoer rondom de grote steden echt op het niveau kunnen brengen dat bij grote steden hoort?

Het kabinet valt de kunsten aan, het schept er zelfs schijnbaar plezier in om deze zogenaamde ‘linkse hobby’ aan te pakken (hoe conservatief en elitair het gemiddelde concertpubliek ook is). Maar hoe leg ik mijn hulp uit dat mijn amateurorkest (gemiddeld inkomen ruim boven modaal) per jaar 4.000 euro subsidie krijgt van de lokale overheid? Omdat wij onze hobby zelf niet kunnen betalen?

Het kabinet valt het pgb aan, alweer met al die zware ideologische rimram die het kabinet eigen lijkt te zijn. Maar waarom zou ik ontkennen dat deze regeling geheel uit de hand is gelopen en dat er erg veel geld wordt rondgepompt naar buren en familie die helemaal niet op mijn kosten hun buren en familie behoren te helpen?

Het kabinet heeft duurzame energie in de ban gedaan, heeft een omvangrijke subsidieregeling voor duurzame energie afgeschaft en gaat een extra kerncentrale bouwen. Ja, ‘rechts’ likt heden ten dage heel wat vingers. Maar waar zijn de plannen van de oppositie? Waarop gaan we inzetten, op wind, op zon, op biomassa? In welk tempo en in welke verhouding? En was die subsidieregeling van het vorige kabinet werkelijk zo effectief?

Nee, nee, ik sta een heel ander beleid voor dan dit kabinet. Maar wie Rutte echt wil ontmaskeren zal met een eigen verhaal moeten komen. Er is meer werk aan de winkel dan het geven van een voorspelbaar ideologisch antwoord op een te ideologisch kabinet.

Oké, laat Rutte ‘hardvochtig’ zijn, maar wie wil deze situatie laten voortbestaan?

Info: Wim Derksen is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lid van PvdA en GroenLinks.

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.