#Spuiforum Den Haag veel duurder

maart 18, 2014 by  
Filed under artikel

De tegenstanders van het te bouwen Spuiforum in Den Haag hebben een indringende analyse gemaakt van de te verwachten kosten. Het College van B&W van Den Haag meent dat het Spuiforum voor € 181 miljoen kan worden gebouwd. Frits van Erpers Roijaards, Guus Baartmans en Jan de Jonge analyseren op heldere wijze dat de kosten minimaal € 277 zullen bedragen. Hun argumenten zijn hier te vinden: Persbericht,  Financiele barometer Spuiforum .

Dromen over nieuwe stedelijke iconen

juli 10, 2013 by  
Filed under De Stad

600_photoEen nieuw Spuiforum in Den Haag

In Den Haag wordt een fel debat gevoerd over het ‘Spuiforum’. Het gebouw moet verrijzen op het nog niet zo oude Spuiplein, dat nooit echt een succes is geworden. Het gaat onderdak bieden aan het Residentieorkest, het Conservatorium en het Nederlands Danstheater. De huidige behuizing van orkest en danstheater is na 25 jaar aan vervanging toe. Het Conservatorium is op dit moment buiten het centrum van de stad gehuisvest. Architect Neutelings heeft een groots ontwerp gemaakt. De geraamde kosten zijn hoog, €181 miljoen. Er is weinig geld in de gemeentekas. Een fel debat is dan onvermijdelijk.

De strijd tussen voor- en tegenstanders laat zich eenvoudig uittekenen. De voorstanders wijzen niet alleen op het belang van cultuur, maar plaatsen dat belang meteen in het bredere kader van de creatieve economie. Wie de hoogopgeleiden aan zijn stad wil binden, zal een aantrekkelijk cultureel klimaat moeten bieden. Bovendien zal het nieuwe Spuiforum een nieuw icoon van de stad worden, hetgeen ook goed is voor het toerisme. Voor het gemak wordt er in de plannen maar meteen vanuit gegaan dat de bezoekersaantallen voor orkest en ballet met 50% zullen toenemen. Het icoon is hier een droom. En waarom ook niet? Zonder dromen was er nooit iets groots verricht.

De tegenstanders vragen zich af waarom een nieuw cultuurpaleis moet worden gebouwd terwijl tegelijkertijd zes bibliotheekfilialen vanwege geldgebrek Emoeten worden gesloten en terwijl er drastisch wordt gekort op het budget van het Residentieorkest. Ze missen een stedebouwkundig plan, waarin dat enorme Spuiforum een fatsoenlijke plek heeft gekregen. Ze tonen aan dat die €181 miljoen een veel te lage schatting is van de kosten en ze maken alternatieve plannen die een veel minder groot beslag zullen leggen op de gemeentefinanciën. En nee, hun plannen zullen niet uitmonden in een nieuw icoon.

Stedelijke iconen

Het doet me denken aan dat mooie boek over ‘stedelijke iconen’ van Wouter Jan Verheul. Verheul heeft onderzoek gedaan naar het ontstaan van stedelijke iconen en hij heeft ook boeiend de mislukkingen beschreven. Wat is overigens een ‘icoon’. Volgens Verheul hebben sommige bouwwerken een dusdanige iconische waarde voor hun stad gekregen dat ze als het ware hun logo zijn gaan vormen. Op elke folder van de stad zijn ze wel ergens te vinden. Ze hebben een hoge ansichtwaarde en iedereen wil ook met hen op de foto. Denk aan de Erasmusbrug van Rotterdam, aan de Golden Gate van San Francisco, aan de Eiffeltoren van Parijs, aan de Brandenburger Tor van Berlijn en aan het Guggenheim Museum in Bilbao.

Maar iconen zijn niet alleen maar plaatjes. Dat zou te gemakkelijk zijn. Achter het beton gaat vaak een fraai vertoog schuil. De Erasmusbrug moest het arme Zuid bij de stad ‘trekken’, hetgeen overigens maar matig is gelukt. De Euromast moest de wederopbouw van de stad symboliseren. En de Brandenburger Tor toonde niet alleen de overwinning van de Duitsers op de Fransen, maar wellicht nog meer de onoverwinnelijkheid van de Duitsers. En het vertoog is nadrukkelijk verbonden met de identiteit van de stad. Iconen hebben dus niet alleen ansichtwaarde, maar ze vertellen ook iets over de stad. De Maas hoort bij de identiteit van de stad Rotterdam en niet voor niets is dan ook de Erasmusbrug momenteel het belangrijkste icoon van die stad. De wederopbouw is langzaam uit het beeld verdwenen, en daarmee heeft de Euromast zijn belangrijkste iconische waarde verloren. Roombeek is ontstaan na de vuurwerkramp in Enschede, die onderdeel is gaan uitmaken van de identiteit van die stad. Oude kerken en oude stadhuizen vertellen veel over de historische rijkdom van steden.

De zoektocht naar nieuwe iconen

Daarmee zijn stedelijke iconen een dankbaar onderwerp voor politici en bestuurders. Je kan er als stad (en in mindere mate als politicus) beroemd mee worden en je kan er een verhaal mee vertellen. Je kan met een nieuw icoon je stad een (nieuw) gezicht geven en je kan zelfs de identiteit van de stad ermee versterken. Het verbaast dan ook niet dat zelfs in tijden van schaarste het ‘icoondenken’ bij wethouders hoogtij viert. In Den Haag woedt die strijd rondom het Spuiforum, in Rotterdam rond een nieuwe Kuip (hoewel die strijd inmiddels beslecht lijkt in het voordeel van de tegenstanders), in Groningen rond een nieuw Cultuurforum, in Arnhem en vele andere plaatsen rondom een nieuw station.

Het lijkt allemaal zo aantrekkelijk. Je tast eens goed in de buidel, je stad krijgt grote bekendheid en je burgers voelen zich meer verbonden. Maar zo simpel is het helaas niet. Of een bouwwerk ook werkelijk een icoon zal worden, laat zich maar moeilijk voorspellen. Zo blijkt wel uit de studie van Verheul. Tony Blair deed ooit een jammerlijke poging met het Millennium Dome in London. Het werd een faliekante mislukking die de Britse overheid meer dan een miljard euro heeft gekost. In Almere staat een modern kasteel al meer dan 10 jaar onafgebouwd te rotten. En ook van vele andere iconen-in-spe bleef in de regel voor veel geld maar weinig over.

Noodzakelijke voorwaarden

Verheul noemt twee noodzakelijke voorwaarden om te komen tot een succesvol icoon: identiteit en vertoog. Een icoon slaat aan bij de identiteit van een stad. En het heeft een vertoog, een verhaal, dat hem met die stad verbindt. Persoonlijk zie ik nog niet zo goed hoe het Spuiforum aan die twee voorwaarden zou kunnen voldoen. Ik heb toch al moeite de identiteit van Den Haag als stad te verwoorden. Wellicht is het Haagse Bosch meer met de identiteit van Den Haag verbonden dan een nieuw cultuurpaleis. Of het bekende onderscheid tussen ‘zand en veen’.

Zo was het wijs van het gemeentebestuur van Rotterdam dat het geen extra geld wilde uitgeven aan het ontwerp van het nieuwe Rotterdam Centraal van de architect Alsup, dat al snel de bijnaam ‘de Champagneglazen’ kreeg. Het was zonder meer een markant ontwerp, maar in die Rotterdamse sfeer van ‘handen uit de mouwen’ en ‘niet lullen maar poetsen’ zei de bijnaam al meteen voldoende. Dat ontwerp paste niet bij de identiteit van de stad. Wellicht eerder bij een deel van Den Haag.

Het is met iconen eigenlijk net als met imago. Steden proberen middels citymarketing het imago van hun stad op te krikken, zoals bedrijven dat ook doen. Maar al die grote en kleine pogingen mislukken allemaal als het beoogde imago niet aansluit bij de identiteit van de stad. Imagocampagnes hebben alleen zin als het bestaande imago juist niet aansluit bij de identiteit van de stad. Een gebouw wordt dus geen icoon als het niet met de identiteit van de stad is verbonden. Daarmee kan het nog wel een goed en functioneel gebouw worden, maar het is niet verstandig om de meerwaarde van een ‘nieuw icoon’ meteen in de businesscase mee te nemen.

En welke eisen moet het vertoog, het verhaal voldoen? Een goed ‘verhaal’ is volgens Verheul zowel aansprekend als geloofwaardig. Het moet niet alleen maar begeesteren, maar het moet ook een gedegen fundament van cijfers en statistiek hebben. Het is bekend dat bestuurders de neiging hebben om de kosten vooraf te laag in te schatten en de opbrengsten te hoog. Dat is vaak ook onvermijdelijk om een meerderheid achter de plannen te krijgen. Maar de cijfers moeten nog wel geloofwaardig zijn. Waarom zouden Residentieorkest en Nederlands Danstheater in het nieuwe Spuiforum 50% meer toeschouwers trekken? Het huidige Danstheater is een aantrekkelijk gebouw, één van de eerste ontwerpen van Rem Koolhaas. De Anton Philipszaal waar het Residentieorkest zijn concerten geeft, is niet de beste concertzaal van Nederland. Maar zal het Spuiforum per definitie zoveel beter zijn?

Geen garantie voor succes

Identiteit en vertoog, de twee noodzakelijke voorwaarden voor het scheppen van een icoon. Maar let wel: het zijn noodzakelijke en geen voldoende voorwaarden. Niet alleen is het vaak toeval of een groot project inderdaad doorgaat, of er op het juiste moment een meerderheid voor valt te vinden. Maar ook dan heb je nog niet meteen een stedelijk icoon. Uiteindelijk zullen de burgers de iconische waarde van het gebouw moeten herkennen. Dan pas is het een icoon. Het mag dan waar zijn dat een positieve bespreking door een gezaghebbend architectuurcriticus soms een belangrijk  zetje in de goede richting is, maar ook architectuurcritici bepalen niet wat ‘wij’ als een icoon zien.

Je moet dus een optimist zijn, een beetje een dromer, als je een icoon wil toevoegen aan je stad. Zonder dat haal je het niet. Maar daarmee is een moeizaam debat over nieuwe grootse projecten die tot icoon moeten uitgroeien, bijna een gegeven. De voorstanders geloven in de iconische waarde van de plannen en boeken de bijbehorende winsten meteen in. De tegenstanders ontberen die roze wolk en noemen de te verwachten opbrengsten al snel onrealistisch. Zonder dromen geen nieuwe iconen. Maar het probleem is wel dat dromen zo weinig werkelijkheid worden. En dan zit de stad nog jaren met de gebakken peren.

——-

Luister hier naar: Interview over deze grote projecten op Radio 1 (10 juli 2013).

De (onvermijdelijke?) ondergang van de openbare bibliotheken

juni 14, 2013 by  
Filed under artikel

Er komt een nieuwe wet aan voor de bibliotheken. Er is een advies van de Raad voor de Cultuur over deze wet. En beide stellen teleur. Veel woorden over digitalisering, weinig visie op de toekomst van de bibliotheek. Onvoldoende lijkt te worden onderkend dat de openbare bibliotheken in grote nood verkeren. En dat er tegelijkertijd fantastische kansen zijn om een nieuwe visie op de bibliotheek te ontwikkelen.

Eerst een enkel feit en de achtergronden. De hoofdtaak van bibliotheken is nog steeds het uitlenen van boeken. Tussen 1999 en 2009 nam het aantal uitleningen met éénderde af. Inmiddels wordt er overal driftig op bibliotheken bezuinigd. In mijn gemeente Den Haag zijn dit jaar 6 van de 18 filialen gesloten. In Eindhoven wil men alle filialen sluiten. Dat heeft grote consequenties voor de kerntaak. In het eerste kwartaal van 2013 wer denin Den Haag 529.000 boeken uitgeleend, 200.000 minder dan in het eerste kwartaal van 2010. Een bedrijf dat zo snel zijn klandizie verliest zou of failliet zijn, of op zijn minst in paniek.

Wat zijn de achtergronden van deze enorme terugval de openbare bibliotheken? Ik noem er drie. En vertel daarmee niets nieuws omdat ze algemeen bekend zijn. Ten eerste zou er sprake zijn van ‘ontlezing’, met excuus voor het jargon. Maar wie de permanente aandacht van velen voor mail, whatsapp, facebook, twitter en wat die meer zij goed onderkent, weet dat er van ontlezing geen sprake is. Er worden vooral minder boeken gelezen.

Ten tweede komt concurrentie uit de hoek van e-books. In Nederland is die concurrentie overigens nog maar minimaal. Wie de ontwikkelingen in de VS ziet, én wie beseft dat het boek de muziek snel zal volgen (i-Tunes, Spotify), weet dat dit snel zal veranderen. Natuurlijk zullen fysieke boeken blijven bestaan, maar een spoedige teruggang van nog eens 30% van de uitleningen is op korte termijn zeker te verwachten.

Ten derde zijn we kwijtgeraakt waartoe die bibliotheek ook al weer diende. En dat geldt zeker voor de overheid. De bibliotheek is ooit gestart om het volk te verheffen, hoewel de middenklasse en de hogere lagen altijd veelvuldig gebruik hebben gemaakt van de ‘leeszaal’ en de bibliotheek. Die publieke waarde lijkt te zijn ondergesneeuwd, hoeveel mensen ook nog onvoldoende kunnen lezen om maatschappelijk volwaardig te kunnen meedoen (in Den Haag 17%). Het lijkt alsof de overheid niet meer goed weet wat zij moet doen met de bibliotheek. Een recept voor bezuiniging, blijkt in de praktijk.

De vraag dringt zich op: hoe verder? Moeten de openbare bibliotheek in hun vrije val worden gestuit of moeten we de deuren maar sluiten? Het laatste lijkt me doodzonde, want er liggen prachtige kansen. Maar ze moeten wel worden gepakt. En daarvoor zullen we wel vanuit een nieuw ‘paradigma’ moeten denken. Ontlezing zal niet worden gekeerd door ‘leesbevordering’. Maatschappelijke trends laten zich niet door een naïef geloof zomaar omkeren. Ik vermoed dat de bibliotheek ook niet snel marktleider zal worden bij het uitlenen van e-books. Zoals Shell nooit marktleider duurzame energie zal worden, zo is de huidige bibliotheek te netjes en te gesetteld om hier de grote innovaties door te voeren. Als Bol.com morgen met een uitleenservice voor e-books begint is de bibliotheek nog aan het discussiëren over de rol van PSO’s (provinciale service-organisaties) bij de digitalisering van de bibliotheek… Om nog maar niet te spreken over een nieuwe Spotify voor e-books. Zou de burger er overigens iets van merken als hij straks bij Bol.com, bij Spotify for books of bij de nationale bibliotheek zijn e-book leent?

Het heeft dus weinig zin om je druk te maken over ontlezing of over e-books. Het is veel belangrijker om de rol van de openbare bibliotheek werkelijk opnieuw te definiëren. De oude bibliotheek zal onvermijdelijk de weg gaan van PTT en postkantoor. De nieuwe bibliotheek behoeft een nieuw perspectief. Daarbij is interessant dat veel bibliotheken de laatste decennia al hebben geëxperimenteerd met een ruimer profiel. Niet alleen boeken uitlenen, maar ook debatten organiseren, exposities inrichten en dergelijke. Wel moeten we vaststellen dat de bezuinigingen nu juist deze nieuwe ontwikkelingen het hardst treffen. Ten onrechte. Want stel je eens voor dat we in elke buurt een cultureel centrum hadden (zeg: een centrum voor buurt en cultuur), waar (fysieke) boeken kunnen worden geleend, waar taallessen worden gegeven, waar muziekles kan worden genoten, waar de buurtvereniging vergadert, waar wordt gedebatteerd over cultuur en politiek, waar wellicht ook voorschoolse en naschoolse opvang worden georganiseerd, waar bovenal een plek is voor ontmoeting van buurtbewoners? Hoe goed zou dat niet zijn voor de sociale participatie van alle burgers en voor de sociale cohesie in de wijk? Inderdaad, de boeken zijn daar slechts een onderdeel van een veel breder verhaal.

Het kan, maar dan moet er wel iets gebeuren. Op dit moment sluiten gemeenten filialen, en geven zij het schaarse geld uit aan megalomane cultuurprojecten (Spuiforum in Den Haag, vergelijkbare projecten in Utrecht, Arnhem, Nijmegen en noem maar op). In andere wijken wordt het filiaal weggemoffeld in een verzorgingstehuis. Hoe mooi zou het zijn als men juist had ingezet op verbreding van de filialen. Door andere functies eraan toe te voegen. Door een echt antwoord te formuleren op de zogenaamde ontlezing en digitalisering. Door te beseffen dat cultuur belangrijk is voor de stad. En dat cultuur zoveel meer is dan één gebouw of één goed orkest. En dat die brede cultuur ons allen verbindt. En wanneer al die gemeentebesturen hadden gedacht: wat is het eigenlijk ongelofelijk dom om die openbare bibliotheken vanwege die ‘ontlezing’ en die ‘e-books’ geheel te laten doodbloeden.