Marathons en ultralopen [gelopen]

september 8, 2018 by  
Filed under artikel, lopen

Hieronder een lijst met alle door mij gelopen marathons en ultralopen sinds 2000, plus de nog geplande lopen.

Rotterdammarathon16 april 200003:49:17Loopgek, pp. 43-46
Rotterdammarathon22 april 200103:37:04
Amsterdammarathon21 oktober 200103:48:36
Rotterdammarathon21 april 200203:27:38
Berlijnmarathon29 september 200203:22:24
Rotterdammarathon13 april 200303:22:03
Leidenmarathon8 juni 200303:53:49
Rotterdammarathon4 april 200403:23:23
Leidenmarathon13 juni 200403:38:04
Berlijnmarathon26 september 200403:17:36
Apeldoornmarathon29 januari 200503:35:23
Texel60 km28 maart 200505:22:02Loopgek, pp. 133-136
Rotterdammarathon10 april 200503:27:22
Leidenmarathon12 juni 200503:28:44
Jungfraumarathon9 september 200605:00:48Loopgek, pp. 119-122
Bunschoten50 km12 mei 200704:18:38Loopgek, pp. 29-31
Bruggemarathon8 juli 200703:27:00
Zeelandmarathon6 oktober 200703:35:53Loopgek, pp. 142-145
Spijkenissemarathon9 december 200703:36:07
Apeldoornmarathon3 februari 200803:40:54
Rotterdammarathon13 april 200803:18:27
Den Haag64.103 m [6-uurs]21 juni 200806:00:00Loopgek, pp. 79-82
Berlijnmarathon28 september 200803:29:32
Spijkenissemarathon7 december 200803:23:32
Apeldoornmarathon1 februari 200903:33:24
Texel60 km13 april 200905:14:01Loopgek, pp.133-136
Amersfoortmarathon14 juni 200904:00:41
Berlijnmarathon20 september 200903:13:56Loopgek, pp. 53-56, 65-70
Apeldoornmarathon21 februari 201003:32:48Loopgek, pp. 22-28
Rotterdammarathon11 april 201003:53:54Loopgek, pp. 47-49
Den Haag65.030 m [6-uurs]19 juni 201006:00:00Loopgek, pp. 83-86
Davos78,5 km [Swiss Alpine]31 juli 201010:20:44Loopgek
New Yorkmarathon7 november 201003:38:55
Rotterdammarathon10 april 201103:52:47
La Roche-en-Ardennemarathon5 juni 201104:32:08
Davosmarathon30 juli 201104:01:43
Berlijnmarathon25 september 201103:37:05
Amsterdammarathon16 oktober 201103:30:24
Rotterdammarathon15 april 201203:38:18
Den Haagmarathon13 januari 201304:33:14zie 1
Rotterdammarathon14 april 201303:44:07zie 2
Leidenmarathon26 mei 201303:47:54
Davos78,0 km [Swiss Alpine]28 juli 201312:45:41zie 3
Rotterdammarathon13 april 201404:12:55
Amersfoortmarathon15 juni 201404:10:23
Rotterdammarathon12 april 201504:26:34
Amsterdammarathon18 oktober 201504:07:04
Rotterdammarathon10 april 201604:04:16
Rotterdammarathon
9 april 201604:41:24

 

1 : Column over de strandmarathon

2 : Interview bij Radio Rijnmond

3 : Verslag in NRC

 

Afscheid van mijn teen

april 1, 2016 by  
Filed under artikel, lopen

Het einde is in zicht. Eindelijk. Ik heb er drie jaar tegen aan lopen hikken. Eigenlijk is het na de K78 van 2013 nooit meer helemaal goed gekomen. Beter gezegd: het was al niet goed toen ik die K78 liep. Vier maal naar de fysio in de voorafgaande week. Ingetapet 78 km lopen, met 2600 hoogtemeters. [Ik heb genoten.] En dat allemaal door die zweepslag. En die zweepslag kwam door die nieuwe schoenen. En die nieuwe schoenen had ik nodig vanwege die zere teen.

Zo draaide het leven een jaar of vier rond een zere teen. Meneer speelde op na een kilometer of tien. En meneer kreeg steeds weer nieuwe schoenen. Om meneer gunstig te stemmen. Met een paar van die nieuwe schoenen liep ik in 2014 de marathon van Amersfoort. Een beschadigde meniscus was het gevolg. Daarna liep ik in 2014  niet meer. In 2015 liep ik nog maar twee marathons. Die van Rotterdam met een voorbereiding van 12 dagen. Het ging. In Amsterdam liep ik in de kou en de regen net boven de 4 uur. Ja, met een opspelende teen.

Vanaf dat moment bereidde ik me voor op de marathon van Rotterdam op 10 april. Sommige weken gingen redelijk, andere weken sloeg ik de meeste trainingen over. Geen zin, vanwege de pijn. Of gewoon geen zin vanwege de regen. Of vanwege de kou. Of vanwege het donker. Mijn tolerantiegrens voor loopellende werd steeds gemakkelijker overschreden. Maar vorige week zat ik ouderwets op een schema van 5 trainingen. Een duurloop van 23 km, in keiharde wind in een kale polder. Zon, en ja, weer regen. En toen was het blijkbaar genoeg. Ik kreeg de schoenen niet meer aan.

Er is een belangrijke druppel die me nu, voor dit moment, heeft doen besluiten om die marathons verder te vergeten. Ik heb een nieuwe vriend. Beter gezegd een nieuwe liefde. Mijn fagot. We kennen elkaar al vele jaren. Maar we waren niet eerder zo onafscheidelijk. We studeren elke dag een paar uur. Hij gaat een paar keer per week op mijn rug met me mee. Gaan we lekker buiten spelen. In casu: in een bedompte kapel van een school, in een gymzaal in een wijkgebouw, in een concertzaal van een conservatorium. En om hem doe ik Alexandertechniek. Om nog meer één te zijn. En ja, hij vindt het niet fijn, al dat lopen. Het gaat niet alleen van zijn tijd af. Maar mijn lippen verliezen in die lange duurlopen ook de soepelheid waarop hij zo is gesteld. Dat wil ik hem niet langer aandoen.

Maar melancholisch is het wel. Wat waren de mooiste? Natuurlijk: die tweemaal Swiss Alpine, K78 te Davos. Elke meter kan ik nog steeds afspelen in mijn hoofd. Maar dat geldt ook voor die twee Zestig’s van Texel. De eerste keer in de regen, de tweede keer in de warme zon. En die vijfmaal Berlijn, met dat PR in 2009 [3:13:56]. En die 13 keer Rotterdam. Ja 13. Bijgelovig ben ik niet. Als ik eerlijk ben: vanaf die eerste marathon in 2000 in Rotterdam heb ik 10 jaar heerlijk gelopen. Afgezien van een langdurige overtraindheid in 2005 en 2006. Daarna is het verval erin geslopen. En nu is het einde daar. Het einde van al die schema’s, van al die punten, van al die kilometers, van al die trainingen. Van loopgek naar fagotverliefd. Tenzij.

En nu vermengt de pijn van de teen zich met de pijn van het afscheid.

Maar ik heb genoten! Ik raad het iedereen aan. Koop een paar goede schoenen. Koop een paar broekjes, een regenjackje. Die shirtjes krijg je wel bij de marathons. En ga lopen!

Swiss Alpine 2013

juli 31, 2013 by  
Filed under lopen

swissalpine2013
Verschenen in: NRC.Next 30 juli 2013 en in NRC Handelsblad op 31 juli 2013
Geschreven door: Wim Derksen

Om 7 uur staan we aan de start. Het is mijn tweede K78, het hoofdonderdeel van de Swiss Alpine. Een loop van 78 km, met 2650 hoogtemeters. 2650 meter stijgen en 2650 meter dalen. Start en finish in Davos. De eerste 30 km lopen we in. Netto dalen we 500 meter. Daarna begint het echt. Bijna non-stop klimmen van 980 naar 2739 meter. Hardlopend, wandelend, soms op handen en voeten. Ik weet nog hoe misselijk ik de vorige keer was, nadat ik de top had bereikt. En hoe pijnlijk de afdaling naar de finish.

Angst voor wat komen gaat bepaalden de laatste dagen. De tweede keer is nog erger dan de eerste. Ik weet wat me te wachten staat. Ik hou van de Swiss Alpine, maar wat kan ik hem ook haten. De laatste nachten houdt de adrenaline me uit de slaap. Vanmorgen om half 5 opgestaan. Om 5 uur een paar pannenkoeken met rozijnen. Daarna alleen nog maar zenuwen. Om 6 uur in het atletiekstadion. Drinken, plassen, drinken. Lange rijen voor de wc’s, omdat ze te veel hebben gegeten. Uit angst.

Wachten in het startvak. Gejuich bij het startschot. Emoties bij de start. Het is wél onze Elfstedentocht. 1300 lopers, uit vele landen. Mannen, vrouwen, van alle leeftijden. Dé ultraloop van Europa. Ons feest. Maar, als we eenmaal lopen, is het ieder voor zich. Er wordt niet gepraat. Opperste concentratie. In de eerste 30 km moet je niets verspillen. Koolhydraten aanvullen zolang het kan. Niet vallen. Lopen met de handrem aan. Wie nu te hard loopt, komt zichzelf straks dubbel en dwars tegen. Alleen vooraan wordt gestreden om de overwinning. De rest loopt alleen langs zijn eigen meetlat. Jezelf bewijzen. De vaders van voorwaardelijke liefde lopen als schimmen met ons mee.

Om de Swiss Alpine te volbrengen, moet je vooraf verschrikkelijk hard trainen. Ik train al jaren 5 maal per week. De laatste 6 maanden is de duur en de intensiteit van de trainingen danig opgevoerd. Ik maak weken van meer dan 10 uur. Drie marathons, als training. Vooral zorgen dat je al die maanden heel blijft. Maar heel bleef ik niet. Longontsteking in februari. Al meer dan een jaar stekende pijn aan mijn voet. Drie podologen versleten in een half jaar. Drie paar nieuwe schoenen. Resultaat: een andere blessure. Elke week fysiotherapie. Ook in Zwitserland (“Aah, Sie sind sportverrückt!). Een lichtgroene tape houdt vandaag mijn linker kuit bij elkaar. En mijn voet ga ik vergeten. Met paracetamol.

In Filisur, na 30 km staan Arda en Bas, mijn vrouw en mijn hond, langs de kant. Heerlijk om ze te zien, zoals later in Bergün en Sertig Dörfli. Het zijn bijzondere momenten. Maanden stonden in het teken van de Swiss Alpine. Alles moest ervoor wijken. Het schema (trainingshulp.nl) was heilig. Vandaag 120 minuten interval, dan is het 120 minuten interval. Dan maar niet bij de buren op de koffie. Gedrevenheid. Loopverslaving. En daarmee moet je dan leven.
Bij Bergün voel ik me uitstekend, na 40 kilometer! Fris. Ik word overmoedig en bedenk me dat ik eindelijk weet hoe je een ultraloop moet indelen. Vooral: nooit forceren. Als het hellinkje te steil is, gewoon even wandelen. Ontspannen lopen. Genieten.

Zo simpel laat de Swiss Alpine zich niet verslaan. Hij is duidelijk zwaarder dan de vorige keer. Ze hebben er 400 hoogtemeters en zeven sneeuwvelden tussen gemoffeld. En hoe mooi het boven ook is – ik zag nog nooit zoveel gentianen -, het is bijna een luguber landschap. Met de grote besneeuwde toppen vlak naast ons, springen wij uren van steen naar steen.

Maar het ergste is de temperatuur. In Davos bijna 30 graden. In Rotterdam wordt bij dergelijke temperaturen de marathon afgelast. Bij ons worden slechts twee helikopters ingezet, om de gesneuvelden naar het ziekenhuis te brengen, of 1000 meter lager in een weiland te droppen. In elke bergbeek zoeken we verkoeling, het water van de drinkposten wordt tot schrik van de vrijwilligers niet opgedronken, maar over het hoofd gegoten. En toch blijft het smoorheet.

swissnrcNatuurlijk, de organisatie had ons vooraf gewaarschuwd. We moeten per uur minstens 1 liter drinken. Maar hoe doe je dat, als het lichaam zich daartegen verzet? Vijf kilometer na Bergün, en na 400 meter klimmen in een felle zon, gaat het licht bij mij plotseling uit. Weg is het genieten, weg is de euforie. In Tuors drink ik twee bekers, bouillon en iso tea lemon. Een kilometer verder in Chants weer. Maar nog een kilometer verder, komt alles er weer ongemengd uit. Ik klim door naar de Kesch Hütte, met de zekerheid dat ik te weinig gedronken heb. Ik zie medelopers met vochttekort onderweg liggen. In het cellofaan, wachtend om door de helikopter van de berg te worden gehaald.

Ik haal de Kesch Hütte wel. Om het drinken te bevorderen neem ik een banaan. Vijf seconden later, misschien 10, ligt hij in een blauwe emmer voor me. Ik word afgevoerd naar de EHBO, en een helikoptervlucht dreigt. Gelukkig is mijn buurman er slechter aan toe. Ik vraag om Cola, dat pas bij de volgende drinkposten wordt geschonken. Ik drink een liter en knap er zienderogen van op. Een wazig moment wordt gepareerd met rozijnen. Na ruim een half uur kan ik weer door. Er is nog 33 kilometer te gaan. En 400 hoogtemeters.

De rest van de tocht houdt Cola me op de been. En de verkoeling van bergbeken en sneeuwvelden. Na de Sertigpass dalen we nog 1300 meter tot de finish. Het lichaam wil liggen, de geest wil naar de finish. Ze voeren samen een heftige strijd. Pas 3 km voor de finish, als de speaker van het stadion uit het dal is te horen, overwint de geest. Wandelen is niet meer toegestaan, ik loop. Ik loop hard! Ik passeer een tiental strompelende medelopers. Ik kom stuiterend van de endorfinen het atletiekstadion in. Na de finish stuiter ik nog even door. Het is inmiddels kwart voor 8 ’s avonds. Wat houd ik van die Swiss Alpine! En ik weet het nu al: dit was niet de laatste keer.

Wim Derksen schreef ‘Loopgek’ (2011, Prometheus, Amsterdam)

Toelichting:
De K78 is het hoofdonderdeel van de Swiss Alpine. Voor de K78 hadden zich dit jaar circa 1200 deelnemers ingeschreven, waarvan ruim een kwart de finish niet heeft gehaald. Wim Derksen finishte na 12.45.41 als nr 621 van de mannen en nr 18 in zijn leeftijdscategorie (M60: mannen boven de 60). In 2010 liep hij zijn eerste K78, in een tijd van 10.20.44. In dat jaar was hij nr. 51 in zijn leeftijdscategorie (M55). Zijn eerste K78 stond centraal in zijn boek ‘Loopgek’, waarin hij beschrijft hoe hij verslaafd is geraakt aan het lopen.

Voeding
De dag ervoor: lunchen met pannenkoeken, dineren met pasta en appeltaart, voor het slapen gaan nog twee pannenkoeken. ’s Morgens vroeg: twee pannenkoeken en yoghurt. Eén liter sportdrank. Onderweg: 4 ‘gelletjes’ (120 kCal per stuk) en 9 Energy Blocks (20 kCal). Rozijnen. Sportdrank bij drinkposten.

Trainingsschema
Het schema bouwt op, tot ongeveer drie weken voor de loop. De laatste twee weken afbouwen (‘taperen’). Zwaarste week: 3 weken voor de Swiss Alpine (maandag 30′ duurlooptempo, 20′ heel snel (11 km); dinsdag 120′ crosstraining sportschool; woensdag 130′ snel met korte intervallen langzaam (25 km), donderdag rust, vrijdag rust, zaterdag 194′ lange duurloop (33 km); zondag 94′ spinning sportschool; totaal: 600′, 69 km, 6380 kCal.

Na de Swiss Alpine volgen een paar rustdagen. Daarna wordt de training op een lager niveau hervat. Vanaf de tweede week staan er weer 5 trainingen op het programma. Toch zal de Swiss Alpine wel een week of 6 voelbaar blijven bij de trainingen.

3512244_orig

Column: Strandmarathon Den Haag 2013

januari 23, 2013 by  
Filed under Geen categorie, lopen

Je kan ook 42 km in je eentje lopen. Je plant een duurloop van 4 uur, je tuurt een tijdje op een kaart. Je regelt drinken onderweg, of je neemt je Camelbak mee. Wat gelletjes of andere koolhydraten in je achterzak en lopen maar. Na 4 uur kom je tevreden en gelukkig aan. Zo, weer een marathon gelopen…

En toch werkt het niet zo. Een duurloop van vier uur is geen marathon. En wordt nooit een marathon. Een duurloop heeft geen startschot, heeft geen finish met een streep op de weg. Voor een marathon heb je andere lopers nodig en die heerlijke marathonstemming. Een beetje lacherig zijn voor de start, zelfs een beetje zenuwachtig. Vooraf, onderweg en achteraf kletsen met onbekenden. En na afloop ben je bezitter van een nieuw shirt, van een medaille of een ander aandenken, waarvan je meteen weet dat je het nooit zal weggooien, hoe onooglijk het ook is.

photo-12-1

Eigenlijk maakt het niet uit hoe massaal die marathon is. Of je nu met 40.000 man aan de start staat of met 80. Of er overal matten liggen om je chip te registreren of dat er om de 10 km een mannetje staat die je startnummer in een kladblokje noteert. Of er tribunes bij de finish staan, of twee verdwaalde wandelaars en één man van de organisatie die niet alleen de volgorde noteert, maar ook de tijden probeert bij te houden. Het is allemaal een marathon. En van de kleinschalige marathon in de natuur kan ik evenveel genieten als van zo’n massale stadsmarathon.

Ik weet het, het lijkt niet te kloppen. Bij een marathon gaat het om het samen lopen van 42 km. Maar is niet de kern van een marathon dat je vooral strijdt tegen jezelf? Of is het juist die combinatie: te midden van anderen tegen jezelf strijden, waarbij je steeds eenzamer wordt en steeds meer met jezelf bezig bent als de finish nadert? Ik weet nog goed dat ik me van de laatste twee kilometer van mijn eerste marathon niets meer kon herinneren. In een waas naar het einde gelopen. Of is dat nu juist zo echt ‘marathon’: samen lopen terwijl het ‘samen’ naar het einde toe steeds meer vervaagt?

Eén ding is zeker: de Strandmarathon Den Haag van 13 januari jl. was één groot feest. [Ik schrijf dit een week later, als mijn herinnering zich al heeft aangepast.] Het was stralend weer met temperaturen onder nul. De plassen waren bevroren, zelfs op het strand. De zon bescheen het landschap alsof de eerste schaatstocht kon worden gereden. Was het daardoor dat we de auto gewoon in de berm parkeerden? Zoals we dat in Blokzijl doen, of in Belt-Schutsloot of in Noorden? De Haagse politie dacht er anders over en deelde een bon van 90 euro uit. Maar dat merkten we pas achteraf.

In het clubhuis van ‘The Hague Road Runners’ rook het naar erwtensoep en lichte opwinding. Vanwaar toch die moeilijke naam? Achter een tafel werd de administratie bijgehouden. Het geld werd bewaard onder een oude krant. Een oerhollands feest. Dit leek niet op een schaatsfeest, dit was gewoon een schaatsfeest. Terwijl ik me inschreef vertelde de ijsmeester net over de kwaliteit van het ijs. De route bleek nogal eenvoudig. Van hier naar Scheveningen, van Scheveningen naar Noordwijk. En weer terug. Nou ja, het wees zich allemaal vanzelf. De start was aan de andere kant van het viaduct, de finish was voor het clubhuis, zeg maar: de kantine.

We drentelden naar de start. Het kletsen met medelopers nam zijn aanvang. Er wordt nergens zo spontaan met de medemens gesproken als bij een marathon. Bij marathons bestaan geen wildvreemden, daar is iedereen een oude bekende. Ook al heb je hem of haar nooit eerder gezien. En ook ‘oude bekende’ is niet het goede woord. Bij ‘oude bekenden’ hoort een moment van herkenning en verrassing. Bij marathons praat je met medelopers alsof je ze al jaren kent en gisteren nog lang hebt gesproken.

Het startschot werd gegeven door een lid van de club van honderd. De club van de echte diehards, de mensen die al meer dan 100 maal een marathon hebben gelopen. Ik loop vandaag pas mijn 40e. De starter zit ergens in de 160, als ik de berichten van de website goed heb onthouden. Of hij vandaag zelf ook meeloopt, is me onbekend. Hij zou toch niet geblesseerd zijn? Na de start wordt ons soepel de weg gewezen naar de Pier in Scheveningen. Zoals we overal voortreffelijk de weg worden gewezen door fantastische vrijwilligers. Voorzichtig lopen we onder de Pier door, na alle berichten over de treurigheid van dit verouderde kunstwerk. En dan is het verder inderdaad heel simpel: gewoon doorlopen naar Noordwijk. Bij Katwijk nog even van het strand om de monding van de Oude Rijn te passeren.

De wind is schuin tegen. Een prettige gedachte dat we op de terugweg de wind in de rug hebben. Het water staat laag. Maar dat betekent niet dat het strand overal hard is. Het wisselt. Soms zijn de voetstappen beter te zien dan me lief is. Bovendien wordt me al snel duidelijk dat een strandmarathon veel weg heeft van een steeple chase, maar dan wat verder. Regelmatig moet je over water springen. Op de heenweg zijn de waterstromen redelijk smal, maar het steeds weer aanzetten wordt gaandeweg dodelijk vermoeiend. Op de terugweg, met opkomend tij, worden de stromen steeds breder en eindigt een sprong steeds vaker in het water. Natte voeten, natte schoenen. Dat wil je vermijden. Zo wordt strandlopen een eindeloze zoektocht. Waar is het zand het hardst en waar lopen we niet vast te midden van al dat water? Kunnen we rechtuit of moeten we even naar rechts? Het resultaat is dat de Garmin aan het einde ver boven de 43 km staat.

Maar die eerste helft is het ook gezellig, enorm gezellig. Ik praat met Dik, ik praat met Jos, hoewel die al snel minder spraakzaam is. Ik praat met naamgenoot Wim, die ik al veel langer ken. Karin, die ooit de Tweede Maasvlakte heeft getekend, raakt in gesprek met een sterke loper, die daar ooit een lange duurloop heeft gedaan. Intussen zoeken we ons een weg over het zand en tegen de wind in. En zoals ik tussen Workum en Bolsward bij voorkeur een grote vent uitzoek die voor mij de wind opvangt, loop ik hier ook lange tijd midden in een klein peloton. Een stuk aangenamer. Als we bij een koek-en-zopie de groep kwijtraken duurt het weer een kilometer of 3 voor we ze hebben ingehaald. Het wegvallen van de wind is meteen weer een verademing.

Na Katwijk wordt de groep minder spraakzaam. Op onze Garmin houden we bij hoe ver we zijn. We realiseren ons geen van allen dat het keerpunt in Noordwijk niet halverwege, maar een kilometer verder ligt. Op de terugweg zullen we niet meer tot de Pier gaan, maar via de Watertoren lopen. Om die reden ligt het keerpunt op 22,1 km. Een zware tegenvaller, in mul zand en tegen de wind in. Ieder voor zich. Bij het keerpunt nemen we even de tijd. We drinken wat en vatten moed voor de terugtocht. De eerste kilometers gaan nog soepel. Voor de Oude Rijn wil ik even wandelen. Dat moet je niet willen. Wie eenmaal wandelt, wil steeds weer wandelen.

En zo vergaat het ook mij. Ik maak me zorgen om mijn blessure aan mijn voet. Ik word misselijk. Maar Karin blijft naast me lopen en spreekt me moed in. Na een kilometer of 30 drink ik wat uit een flesje dat ze bij zich draagt. Twee tellen later kots ik het weer uit. Karen vraagt plagend of het alles is. Ze heeft gelijk. Ik kan me beter even ontdoen van de maaltijd die gisteravond duidelijk niet goed is gevallen. Al snel vliegt de Italiaanse wokgroente van de vorige avond onverwerkt door de lucht. Het rood van de paprika en het groen van de prei zijn nog helemaal helder. Ik leer dat kotsen in de wind toch weer anders is. De kots verspreidt zich in de lucht.

Ik voel me beter. Wandelen en lopend gaan we door. Maar van het samenlopen is weinig meer over. Afgezien van de dappere Karin die zich heeft voorgenomen om bij me te blijven lopen. Wellicht wandel ik ook te veel. We praten namelijk tot het einde door. Dat duidt niet op ‘tot het naadje gaan’. Bij de bunkers gaan we het duin op, we lopen naar de Watertoren en bij de Alkemadelaan gaan we linksaf. En overal weer die lieve vrijwilligers, die de weg wijzen en de weg vrijhouden. Via de afgebroken kazerne en TNO naar de finish. We worden nog door een vrouw ingehaald. Karin kreunt: daar gaat mijn derde plek. Ze heeft dat blijkbaar al 40 kilometer in de gaten gehouden. Ik zet een sprint in om deze dame weer in te halen, maar moet na 300 meter opgeven. De benen doen pijn, erge pijn.

Nog een viaductje, we wandelen naar boven en lopen naar beneden. Mijn vrouw staat onder aan het weggetje ons op te wachten. Heerlijk gevoel. Even verder is de finish. Ik laat Karin voorgaan, maar ze komt uiteindelijk na mij in de boeken. Volgens uitslagen.nl heeft ze er één seconde langer over gedaan. Dat kost me nog een mailwisseling.

In de kantine zie ik mijn oude loopmaten weer terug. Jos, Wim en Dik voegen zich bij ons. We drinken bier. Jos neemt vlak naast me een bord pasta. De neiging om over te geven komt heftig terug. Het zal nog een paar dagen duren voor ik de geur van pasta weer kan verdragen. Italiaanse wokgroente komt voorlopig zelfs op de zwarte lijst.