Epiloog: waarom schrijven studenten geen strafregels

november 7, 2015 by  
Filed under artikel

Er was een aardige studente die me weer even deed herinneren aan mijn kortstondige studie muziekwetenschap. Ze had mijn blogs gelezen over die studie die ik anderhalve week had volgehouden en wilde me graag vertellen dat het inmiddels nog erger was geworden. De ‘Juf’ heette tegenwoordig voor iedereen de ‘Viooljuf’. Ze blijft blijkbaar pronken met haar studie aan het conservatorium, die haar overigens niet verder heeft gebracht dan de universiteit. Het eerste tentamen was achter de rug. Omdat onduidelijk was wat de leerstof was, was het prettig dat de tentamenvragen reeds eerder waren uitgedeeld. Ook had een student een half punt extra in de wacht weten te slepen voor zijn opdracht nadat hij wel de correcte regelafstand had gebruikt. En ten slotte werd nog steeds veel tijd verknoeid met het oplezen van namen om ieder aanwezigheid te controleren. Desondanks werd de collegezaal steeds leger.

Ik kreeg geen spijt van mijn besluit om na anderhalve week mijn studie voortijdig af te ronden. Toch vraag ik me nog wel eens af waarom die universitaire studie zo schools en zo bureaucratisch is en waarom ik zo naïef ben geweest om te denken dat het anders zou zijn. Die laatste vraag is hier minder belangrijk dan de eerste. Toch is het komisch dat ik in Rotterdam onder andere ben opgestapt vanwege de kilte van het onderwijs, terwijl ik heel romantisch veronderstelde dat het in Amsterdam bij zoiets wonderschoons als muziekwetenschap wel veel beter zou moeten zijn. Daarnaast was de stap van hoogleraar naar student gewoon te groot. [Zeker als zo’n viooljuf je eerste onderzoeksvraag afkeurt omdat hij ‘vooringenomen’ zou zijn. Ja, ik weet dat ik mij nog bescheidener had moeten opstellen.]

Maar waarom is dat universitaire onderwijs zo bureaucratisch en zo schools. Het eerste heeft ongetwijfeld veel te maken met de grote aantallen studenten. Het zal ook iets te maken hebben met de tegenwoordige student die wil weten wat zijn ‘rechten’ zijn. Maar het heeft ook alles te maken met de overdosis aan managers en ondermanagers waaronder de huidige universiteiten gebukt gaan. [Zoals gesubsidieerde muziekscholen tegenwoordig ten onder gaan en vervolgens zonder subsidie en zonder managers gewoon kunnen doorgaan.] Het heeft alles te maken met de verzelfstandiging van allerlei overheidsinstellingen, zonder ze daadwerkelijk onder de tucht van de markt te brengen. Ik ga de vele andere bekende voorbeelden hier niet geven.

Het verschoolsing van de universiteit heb ik zelf lang toegeschreven aan de veranderde student en aan de grote aantallen studenten. In Amsterdam heb ik een heel ander mechanisme gezien. En dat mechanisme laat zich simpel samenvatten: omdat de docenten niet weten wat doceren is, worden de studenten steeds kinderachtiger aangepakt. Natuurlijk, als hoogleraar was ik het mechanisme al veel eerder tegengekomen. Aanwezigheidsplicht! Moest je, als je bij een ander vak inviel, bijhouden wie aanwezig was en vooral wie niet aanwezig was. Meestal weigerde ik die onzin. Waarom zou je een student verplichten jouw college bij te wonen, als je mag veronderstellen dat die student heel goed zelf kan beoordelen of de tijd van het collegelopen zinvol is besteed? En natuurlijk: een aanwezigheidsplicht voor studenten wordt altijd ingevoerd omdat te veel studenten beoordelen dat de tijd van het collegelopen niet zinvol is besteed. In dat licht is het wel grappig dat de aanwezigheidsplicht nooit voor docenten geldt, die zich regelmatig door ‘gastdocenten’ mogen laten vervangen.

Zo kunnen veel studenten zeuren over het aantal pagina’s dat ze moeten bestuderen voor een tentamen omdat ze schools worden benaderd. Als je serieus ingaat op de leervragen van de studenten, heb ik nog nooit een student horen klagen over een literatuursuggestie. Zo kunnen veel studenten zeuren over de omvang van het paper (hoeveel pagina’s met welke regelafstand…?), maar vinden alle studenten het geweldig als ze uitgelegd krijgen wat ze goed en fout hebben gedaan, in plaats van ongemotiveerd een 7 te ontvangen. Zo kunnen veel studenten zeuren over vrijstellingen voor bepaalde vakken, maar vinden ze het geweldig als ze zelf hun vakkenpakket mogen samenstellen. En waarom hebben zoveel studenten zoveel moeite met het afronden van hun studie: omdat ze te weinig begeleiding krijgen bij het schrijven van hun thesis.

Een laatste voorbeeld: het bindend studie-advies aan het einde van het eerste jaar. Wie in het eerste jaar niet voor alle vakken slaagt, moet vertrekken. In Rotterdam is die regel iets soepeler: je mag onvoldoendes halen, als die maar met ruime voldoendes worden gecompenseerd. De gevolgen waren boeiend. Uit onderzoek bleek dat de studenten eerder minder dan meer tijd aan hun studie gingen besteden (ongeveer 20 uur per week…..). En er werd voortaan op leven en dood onderhandeld om van een 4,7 een 4,9 te maken. In Amsterdam leerde ik dat er een veel handiger vluchtroute is: je schrijft je in juni uit voordat je een negatief bindend studieadvies hebt ontvangen en je schrijft je in september weer in om gewoon opnieuw te beginnen. De studie muziekwetenschap was blij met deze extra studenten.

Het lijkt een soort vicieuze cirkel: het onderwijs is ondermaats (en geheel aanbodgericht), de student doet te weinig en de docent stelt nadere regels. Verschoolsing is het onvermijdelijke resultaat. Het wachten is nog op de strafregels.

 

Zie hier het hele Dagboek van een weerstudent

De zware onderwijslast aan de #universiteit

augustus 28, 2015 by  
Filed under artikel

Overuren of tussenuren? Niet belangrijk hoe je het noemt. Maar ze vallen me wel op. Op mijn eerste dag word ik om 10 uur verwacht voor een introductie voor alle eerstejaars van ons van. Om 11 uur zijn we klaar. Om 3 uur begint het eerste college, tot 6. Vier overuren of tussenuren. Waarom? Wat is dit voor onzin? Voor zelfstudie? Maar ik weet nog helemaal niet wat ik moet leren.

Ook bij bestuurskunde in Rotterdam hadden we weinig contacturen. Daar heb ik me vaak genoeg boos over gemaakt. Maar Ik heb me nooit afgevraagd waarom die weinige uren zo verspreid over de hele week werden gegeven. Zo ook nu. In de komende weken heb ik op maandag 3 uur college, op donderdag 3 uur en op vrijdag 2 uur. Waarom doen we dat niet gewoon achter elkaar? Dan ben ik op maandag om 17 uur klaar met de colleges van de hele week. Ik kan één tegenargument bedenken. Als hetzelfde vak meer dan één keer per week wordt gegeven, is spreiden onvermijdelijk als je huiswerk mee wil geven. Maar wij krijgen helemaal niet elke week huiswerk. En het ‘inleiding musicologie’ dat we op maandag en donderdag krijgen, bestaat in werkelijkheid uit twee inleidingen, met twee verschillende docenten en twee verschillende boeken. Er staat dus niet een ééndaagse werkweek in de weg!

Of verspreiden we die paar colleges over de hele week om de indruk te geven dat we les geven? Het is zo grappig om de tegenwoordige studenten over ‘school’ te horen spreken. En het is zo minder grappig dat het universitaire onderwijs ook zo ‘schools’ is geworden. Terwijl het een school is waar nauwelijks les wordt gegeven! Ook in Amsterdam wordt de studenten voorgehouden dat ze elke week 40 uur met hun studie bezig zullen zijn. Ik ga het meemaken. Maar in Rotterdam zeiden we dat ook. Terwijl uit elk onderzoek bleek dat de studenten gemiddeld niet meer dan 20 uur per weel aan hun studie besteedden. En ik kan je beloven dat die 40 uur heel precies waren uitgerekend. Hoeveel uur kost het lezen van 10 pagina’s? Hoeveel uur kost het schrijven van een paper van 1000 woorden? Enzovoorts, enzovoorts. Alleen die uren waren volstrekt fictief. Uit de lucht gegrepen. Kijk maar naar die werkweken van 20 uur!

Ook voor docenten bestaan dat soort berekeningen. Ik gaf de laatste jaren in Rotterdam aan de eerstejaars het vak ‘kernvragen van de bestuurskunde’. In de eerste vier weken van hun studie behandelde ik ongeveer de hele stof. Ik deed dat in 8 colleges, van 2 x 45 minuten. Dat is 12 uur in totaal. Mijn onderwijslast voor deze 12 uur bedroeg 150 uur. Met uitdrukkelijke vermelding dat ik niet geacht werd de tentamens na te kijken (hetgeen op zich al een gotspe is). Iemand, ja iemand in de bureaucratie, had blijkbaar uitgerekend dat een ervaren hoogleraar 12,5 uur voorbereiding nodig heeft voor 1 uur les geven aan eerstejaars die nog nimmer iets van de bestuurskunde hebben gehoord. Ook als hij zijn Powerpoint van vorig jaar gebruikt.

Maar laten we eerlijk zijn: de docenten lieten zich deze bureaucratie met graagte aanleunen. Met een paar vakjes had je al voldaan aan je ‘onderwijslast’ en kon je je weer richten op je ‘onderzoekstijd’. Ja, dat zijn de formele woorden. En die twee woorden zeggen in feite alles. Het onderwijs is vooral een last en met goed onderzoek worden we uiteindelijk hoogleraar. En daarom krijgen die studenten zo weinig onderwijs dat al mijn colleges in één dag zouden kunnen worden afgehandeld.

 

Zie ook: Een studie aan de #UvA als cursus zelfbeheersing

Je kan pas leren, als je weet hoe mensen leren

november 24, 2014 by  
Filed under artikel

Ik sta sinds 1978 voor de klas. Al noemen we dat op de universiteit nooit zo. En in al die jaren heeft niemand mij op de universiteit geleerd hoe ik moet leren. Nog erger: we vinden dat normaal. Soms schrik ik daar weer van, om dit schrikwekkende nieuws daarna weer een paar jaar te vergeten. Ik vrees dat de universiteit daarmee een enorme achterstand heeft opgelopen op de rest van het onderwijs.

Ik realiseer me dat nog weer eens heel goed als collega Karen Ephraim mij een boekje in handen drukt over leren. Revalideren is leren, van Inge Vuijk. Het is een prachtig boekje. Ook een benauwend boekje voor alle docenten aan de universiteit. Omdat zo simpel valt uit te leggen hoe het moet. En met alle waardering voor het inspirerende boekje van Inge Vuijk, ik neem aan dat anderen haar voor zijn gegaan in andere boeken over ‘leren’. Kan iemand me uitleggen waarom we nog hoorcolleges geven op de universiteit?

Nu verkeer ik inmiddels zelf in de heerlijke positie om mijn eigen leergangen, masterclasses en cursussen te organiseren. Regelmatig met collega Ephraim, die de boekjes van Vuijk al veel eerder heeft gelezen. En zo merk ik tot mijn vreugde dat ik door het dwingende werk van collega Ephraim al veel van de lessen van Vuijk in praktijk breng. Ik geef toe: het is wel een soort per ongeluk ervaren dat je het soms goed doet.

Voordat ik de lessen van Inge Vuijk samenvat, nog een boeiend aspect van haar boek. Als zij het over leren heeft, heeft ze het over learning, terwijl wij op de universiteit zouden beginnen met teaching. Inderdaad: je kan pas iets verstandigs over teaching zeggen als je weet wat learning is. Je kan pas leren, als je weet hoe je weet hoe mensen leren.

Hoe leren mensen? Inge Vuijk onderscheidt elf leerprincipes. Ik geef ze kort en vertel wat ik ervan leer voor mijn eigen lesgeven:

  1. mensen leren alleen als ze open staan om te leren (ondanks alle pogingen van een opleider); mijn les: probeer bij een serieuze intake mensen die met een ander doel naar een cursus komen, te weren.
  2. mensen nemen subjectief waar; geen opleider kan bepalen wat een leerling op welk moment leert; mijn les: ‘zenden’ heeft geen zin [wist u dat een student morgen nog maar 20% heeft onthouden van wat ik vandaag tijdens het hoorcollege heb verteld en dat er over enkele maanden nog enkele procenten over zijn?]
  3. mensen leren associatief; je koppelt het altijd aan wat je al weet; mijn les: begin altijd met de vraag: wat wil je hier leren (dan leer ik wat ze al weten) en laat elke docent vooral antwoord geven op de kennisvragen van de cursist.
  4. mensen leren concentrisch: ze gaan steeds meer waarnemen in eenzelfde situatie; mijn les: bouw een cursus op, bij voorkeur uit meerdere dagen en voorkom dat het ‘één dagje’ uit wordt.
  5. mensen leren sneller als ze uit hun comfortzone stappen; mijn les: het is niet erg als cursisten soms eens tegen de muur lopen.
  6. mensen leren door bewust te worden van hun eigen gedrag en van de effecten van hun gedrag; mijn les: vraag cursisten wat ze de komende week met het geleerde op hun eigen werk gaan doen.
  7. leren is veranderen: een leertraject is de zoektocht om dingen anders te gaan doen of anders aan te pakken; mijn les: vraag je cursisten bij de volgende ontmoeting wat ze op het werk anders zijn gaan doen.
  8. leren is leren verwoorden; door in eigen woorden te formuleren, kunnen we het gemakkelijker onthouden; mijn les: eindig een dag altijd met de vraag: wat heb je vandaag geleerd?
  9. van grijpen naar begrijpen: wanneer we zelf in een situatie zijn geweest, zijn we beter in staat te overzien en te begrijpen; mijn les: ga eerst de stad in voordat ze in gesprek gaan met een wetenschapper over de stad.
  10. samen leer je meer; samen leren helpt om ons eigen referentiekader te verruimen; mijn les: laat cursisten vaak in subgroepen werken zonder de docent [dat dwingt hun ook tot meer activiteit, tot nadenken, tot formuleren dan plenair mogelijk is]
  11. leren doe je vooral in betekenisvolle context; als de situatie relevant is om te leren, sta je meer open om te leren en leer je sneller; mijn les: ga altijd ‘ter plaatse’ kijken.

Dank je wel, Inge. Dank je wel, Karen.