Dag #UvA, het is tussen ons niets geworden

september 9, 2015 by  
Filed under artikel

Ik moest nablijven. Negen studenten moesten nablijven. Het was nu al duidelijk dat we onze eerste opdracht niet goed hadden gemaakt. De vraagstelling van het werkstuk deugde niet. Om de beurt werden we toegesproken. Eerst bilateraal, maar gaandeweg verbreedde het gesprek zich tot de groep. Nou ja, gesprek, ik zei al: we werden vooral toegesproken. Ik was als laatste aan de beurt. Juf was er nog, ik was er nog, en haar collega. Dat laatste werd mijn redding. En haar redding.

Het kwam erop neer dat mijn vraagstelling ‘erg vooringenomen’ was. Mijn vraag luidde: hoe komt het toch dat die babyboomers zo door die historische uitvoeringspraktijk zijn gegrepen? Ach, die vraag had ik saaier kunnen verwoorden. Zeker. Maar vooringenomen is hij niet. Het probleem zat hem waarschijnlijk in de motivatie van de vraag. Dat de claim van de authentieke muziekbeoefenaars op het absolute gelijk moet worden gerelativeerd. En dat elke generatie recht heeft op zijn eigen manier van uitvoeren. En dat het er altijd om gaat om de luisteraar die in de zaal zit te bereiken, en niet de luisteraar die driehonderd jaar geleden in de zaal zat. En ook deze motivatie voor de vraag was niet ‘vooringenomen’. Hij was netjes beredeneerd en bovendien helemaal niet origineel. Het was duidelijk dat Juf daar anders over dacht.

Inderdaad, een wetenschappelijke vraag mag niet vooringenomen zijn. En een wetenschappelijke vraag moet zonder vooringenomenheid kunnen worden beantwoord. ‘Waardevrij’. Maar dat betekent niet dat de keuze voor een bepaalde vraag waardevrij zou zijn. Het feit dat ik deze vraag interessant en relevant vind, geeft al aan hoezeer mijn normen hier een rol spelen. Het is juist in de beantwoording van de vraag dat normen zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Althans zo leerde ik het mijn studenten.

Er ontstaat een wat moeizaam gesprek. Ik geef maar toe dat de vraag wat vrij is geformuleerd. Juf vertelt dat de historische uitvoeringspraktijk tegenwoordig veel minder dogmatisch is. Ik geloof niet dat mijn vraag daarover ging. Ik bevestig voor de goede vrede dat de dogma’s verschuiven. Ik noem het Orkest van de Achttiende Eeuw. Ook dat had ik niet moeten doen. Dat was maar één orkest. Het was ook maar als één voorbeeld bedoeld. En toen kwam er een autoriteitsargument. Juf had zelf viool gestudeerd op het conservatorium. Dus ze moest wel gelijk hebben. Dat ze intussen ergens anders werkt, telt niet mee.

Ik probeer een andere brug te slaan. Dat ik zelf ook wetenschapper ben. Dat ik jarenlang hoogleraar ben geweest en dat alles in dit vak me erg bekend voorkomt. Bijvoorbeeld: hoe werkt een universiteitsbibliotheek? En dat er wetenschappelijke tijdschriften zijn. En zo verder. De brug bereikt de overkant niet. Juf lijkt het nauwelijks te horen. Muziekwetenschap is toch echt iets anders. Of ze weet met dit nieuwe gegeven niet om te gaan. Het gesprek eindigt moeizaam. Ik praat nog wat met haar collega over historische uitvoeringspraktijk. Uiteindelijk verlaat ik de collegezaal in het ongewisse. Moet ik voor morgenochtend uiterlijk 8:59 digitaal een nieuwe vraagstelling indienen? Niemand weet het.

Teleurgesteld, verdoofd verlaat ik het pand. Dit gaat niet goed komen. Met deze souplesse haal ik deze studie nooit. Ik pieker. Ik doe mijn uiterste best om student te spelen, maar ik ben gewoon nog hoogleraar. Ik probeer als een student te luisteren, maar ik erger me groen en geel aan de tenenkrommende schoolsheid en aan het gebrek aan professionaliteit. Ik onderga het niet lijdzaam, maar vraag me juist af hoe het beter kan. Ik erger me aan de aanwezigheidsplicht, terwijl de docent achteloos meldt dat hij de volgende colleges afwezig zal zijn (congres?). Ik erger me aan het eindeloos opnoemen van namen om te controleren wie er wel en niet is, terwijl de enige afwezige zich heeft afgemeld omdat hij ‘verkouden’ is. Zou mijn knallende hoofdpijn ook voldoende reden zijn? Ik erger me aan de vriendelijke docent die een chaos maakt van de inleiding in de musicologie, ook omdat hij sommige sheets zichtbaar sinds vorig jaar nooit meer heeft gezien. Ik erger me aan het feit dat de komende weken vier gastdocenten op de agenda staan, waardoor de kans op een coherent beeld van de musicologie in deze ‘inleiding’ in ieder geval is verkeken.

Ik weet niet of ik iemand iets mag kwalijk nemen. Ja, die universiteitsbestuurders die zich wel om het vastgoed bekommeren, en om het bindend studieadvies, maar zich blijkbaar nooit afvragen of de geboden kwaliteit voldoende is. En geen poging doen om de voortwoekerende bureaucratie een halt toe te roepen. De docenten valt minder te verwijten. Ze doen ogenschijnlijk al jaren hetzelfde werk. Ze rommelen zich door het onderwijsprogramma en doen hun onderzoek. Veel studenten gaan ermee akkoord. Het grootste probleem ligt dan ook bij mezelf. De stap is gewoon te groot. Een hoogleraar in de schoolbank. Het blijkt niet te gaan. Of beter gezegd: het lukt mij niet. Alle bureaucratie in het voortraject kon ik nog verdragen, zolang ik me in een sarcastische blog kon uitleven. Maar dit komt te dichtbij. Dag #UvA, het is tussen ons niets geworden.

 

Zie hier voor het complete Dagboek van een weerstudent.

Het menselijke gezicht van de #universiteit

september 2, 2015 by  
Filed under artikel

Als docent heb je het gemakkelijker, en zeker als hoogleraar. Je krijgt wel eens een briefje van de Examencommissie. Maar de onderlinge verhoudingen zijn, in bestuurskundige termen, vooral een ‘netwerk’: er zijn veel wederzijdse afhankelijkheden. Dus als je je vooral met jezelf bezighoudt en als je periodiek even blaast, heb je toch nog aardig wat vrijheid.

Ik heb in Amsterdam al snel gemerkt dat het voor een student echt anders is. Een student kan de systeemwereld niet negeren. En daarom ontkwam ik er niet aan om een vrijstelling aan te vragen voor die zotte schrijfvaardigheidstoets. Negeren was dit keer geen optie. Maar ook als student werd ik gered door de leefwereld. Door een paar verstandige mensen die op een relativerende manier met de systeemwereld omgingen. Zo ontving ik opvallend snel een mailtje van de examencommissie, waarin me vrijstelling werd verleend voor die zotte toets:

“Geachte heer Derksen,
De examencommissie verleent u binnen de opleiding Muziekwetenschap (BA) vrijstelling voor de Diagnostische toets schrijfvaardigheid (109110055T).
Deze vrijstelling wordt verleend op grond van u wetenschappelijke carrière. Vakken waarvoor vrijstelling is verleend, worden geregistreerd in SIS met de vermelding vrijstelling.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groeten, 
Dr. P.G.F. Eversmann
, Voorzitter examencommissie cluster Kunst- en cultuurwetenschappen”

Gewoon vrijstelling verlenen op een niet-bestaande grond: ‘wetenschappelijke carrière’! Heerlijk! Een stel wijze mensen die het systeem aan hun laars lapt. Waar zijn we ook al weer mee bezig? Met een universiteit, met een gemeenschap van verstandige en geïnteresseerde en boeiende mensen. Met muziekwetenschap! Met de eerste symfonie van Jean Sibelius. Natuurlijk moet die man geen schrijfvaardigheidstoets doen.

Ik ben blij. De universiteit blijkt nog te bestaan. En stuur meteen een retourmail: “Hartelijk dank!”

In enkele seconden krijg ik niet alleen antwoord, maar sta ook weer met beide voeten op de grond:

“Verzoeken van studenten aan de BA-examencommissie Kunst- en cultuurwetenschappen dienen digitaal te worden ingediend via http://student.uva.nl/kun/az/a-z/a-z/content-2/folder/examencommissies-bacheloropleidingen/verzoeken/verzoeken.html.
E-mails worden alleen in behandeling genomen als de examencommissie gevraagd heeft per e-mail te reageren of als ze een aanvulling zijn op een ingediend verzoek.
Practische vragen kunnen worden gesteld aan de onderwijsadministratie (info-otm-fgw@uva.nl).”

Oh, sorry hoor, ik dacht dat ik even contact had. [En tussen twee haakjes: ‘praktisch’ schrijf je met een ‘k’. En zelfs die menselijke mail kent een schrijffout. De systeemwereld en de leefwereld zakken hier voor hun eigen toets].

 

Zie ook: Een studie aan de #UvA als cursus zelfbeheersing

#UvA volente, als God het wil

juli 29, 2015 by  
Filed under artikel

Ja! De bureaucratie van de Universiteit van Amsterdam geeft zich plotseling gewonnen. Ik zat me te verheugen op de hoorzitting, komende vrijdag, waar ik mijn bezwaar mocht komen toelichten. De universiteit had een maand geleden mijn inschrijving geannuleerd omdat ik me bij nader inzien te laat had ingeschreven. Ik diende een bezwaar in, ik diende nog een bezwaar in en de universiteit maakte van die twee bezwaren weer één nieuw bezwaar. En nu meldt de Centrale studentenadministratie dat ze haar besluit heeft herzien. De universiteit heeft besloten om mijn verzoek tot inschrijving te honoreren. Met het dringende verzoek om mijn bezwaar in te trekken.

Jammer! Als je zo’n strijd aangaat wil je hem ook echt winnen 🙂 . Wil je mensen overtuigen. En als je wint, wil je weten waarom je wint. Niets daarvan. Net zo onverwachts als deze hilarische stijd begon, even onverwachts is hij weer geëindigd. Geen argument, geen overweging. Nee, we herzien ons besluit.

Deze afloop komt helaas overeen met de vele verhalen die ik inmiddels van (mede!)studenten heb gehoord. Stein mailde al bij mijn eerste blog: “Welkom op de universiteit!”. Lucas meldde dat het allemaal nog veel erger kon. Hij volbracht twee studies tegelijkertijd, een situatie waarop de UvA in het geheel niet was berekend. Maar hij gaf me een wijs advies: “Als het kan: trek je er niets van aan, en wacht in alle andere gevallen net zo lang tot ze toegeven”. Dat was ook het advies van Marina. “Gewoon wachten tot het over is. Uiteindelijk willen ze toch je geld.” En ook ouders lieten van zich horen. Veroniek vroeg zich enigszins verbaasd af of dit allemaal nieuw voor me was. En Albert wilde samen met mij ten strijde trekken. Ook zijn dochter was uitgenodigd voor die hoorzitting. Wellicht is ook haar besluit inmiddels herzien. Zo maar herzien.

Ja, Veroniek, dit was allemaal nieuw voor me. Ik werk sinds 1978 aan de universiteit. Als ik volgende maand afscheid neem, ben ik 26 jaar hoogleraar. En ik wist niet dat zoveel studenten last hebben van zoveel bureaucratie. Natuurlijk was me opgevallen dat het College van Bestuur steeds meer medewerkers om zich heen begon te verzamelen. Er was in Rotterdam geen faculteit groter dan het apparaat van het College van Bestuur. Terwijl wij toch onderwijs gaven en onderzoek deden. En ik zag ook wel dat de systeemwereld van de bureaucratie steeds verder afdaalde naar de werkvloer. Collega’s begonnen te denken in ‘onderwijslasten’, terwijl niemand kon volgen hoe die berekeningen tot stand kwamen.

Maar uiteindelijk hadden wij weinig last van de bureaucratie. We wisten hoe we hem konden negeren, hoe we hem konden misleiden en hoe we onze eigen weg konden gaan. Veel hoogleraren hebben een parttime baan, de ultieme basis om je eigen baas te zijn. Vorige maand vond ik nog een brief van de examencommissie, die me aansprak op een vak wat ik een half jaar geleden had gegeven. Ik weet het, de meeste mensen kijken vaker in hun postvakje. Maar als ik de brief eerder had ontvangen, was mijn reactie niet anders geweest. Gewoon negeren.

Ik heb nu geleerd dat het voor studenten toch anders is. Ook zij doen er goed aan om de bureaucratie te negeren. Om te wachten tot het over gaat. Maar zij zijn er soms wel van afhankelijk. Als de UvA haar mening niet had herzien, als mijn bezwaar tot niets had geleid, had ik wel mooi een jaar moeten wachten. Als de dochter van Albert het vrijdag niet wint, moet ze volgens haar vader een jaar ‘vakken vullen bij Albert Heijn’. Dat is wel de macht van de bureaucratie. Of hebben al die studenten gelijk als ze zeggen: “Soms moet je even wachten, uiteindelijk willen ze toch je geld uit Den Haag.” Maar waarom maken ze dan toch al die drukte?

 

Zie ook: Universitaire bureaucratie door gebrek aan democratie

Universitaire bureaucratie door gebrek aan democratie

juli 22, 2015 by  
Filed under artikel

Het leek even goed af te lopen, mijn studie muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn inschrijving was geannuleerd omdat ik me te laat had aangemeld. Daartegen diende ik een bezwaarschrift in. Binnen uiterlijk 10 weken zou ik uitsluitsel krijgen. Ja, dat is begin oktober. Maar vanochtend leek alles met een sisser af te lopen. Van mevrouw T. van de afdeling Juridische Zaken ontving ik haar advies aan de Centrale Studentenadministratie. Zij schreef het volgende: “Ik nodig u uit om, zo u daar ruimte voor aanwezig acht, na te gaan of een minnelijke schikking mogelijk is.” Het klonk me als muziek in de oren. Nou ja, daarvoor wil ik ook naar Amsterdam. We gingen het in de minne schikken. We zouden allebei schuld bekennen en dan mocht ik toch nog studeren.

Maar wacht even: waarvoor moest ik eigenlijk schuld bekennen? Voor het indienen van twee bezwaarschriften? Voor het te laat inschrijven, met nadrukkelijke steun van de afdeling Muziekwetenschap? Voor het schrijven van deze blogs? Ik dacht dat ik van Max Weber altijd had geleerd dat het bij een echte bureaucratie ging om rechten en niet om gunsten. Dat je wel of geen recht hebt om een studie aan te vangen en niet dat je alsnog een gunst wordt verleend als je spijt betuigt.

Bovendien: ik juichte veel te vroeg. Enige uren later kreeg ik van dezelfde mevrouw T., nu Marianne T. geheten, een uitnodiging voor de hoorzitting van de Geschillenadviescommissie. Op 31 juli 2015, om 12.30 in kamer 35 in het Maagdenhuis. Daar waar mijn lieve vriendin Louise Gunning enige maanden geleden nog in wanhopig debat was verwikkeld met de actievoerende studenten. Zíj verloor. Een verzoek tot uitstel van de hoorzitting kan alleen worden verleend in ‘uitzonderlijke omstandigheden’. Ik had niet anders meer verwacht.

Verrassend: ik blijk inmiddels een geschil te hebben met de Centrale Studentenadministratie. Ook deze administratie is uitgenodigd om haar standpunt nader toe te lichten. Eerder dacht ik een geschil te hebben met de Commissie casus matching UvA. Daarna bleek ik een geschil te hebben met het College van Bestuur. En nou moet ik de arena in met de Centrale Studentenadministratie.

En ook een andere zin kan ik niet onvermeld laten. Marianne T. schrijft me dat ik de reactie van de Centrale Studentenadministratie zal ontvangen, “zodra zij die heeft ontvangen”. Maar dezelfde Marianne T., zij het in de gedaante van Mevrouw T., schreef me vanmorgen dat zij de Centrale Studentenadministratie had geadviseerd ‘in der minne te schikken’. Ik ben het nu helemaal kwijt. Waar staat die Marianne in dit hele spel? Straks blijkt ze nog de nieuwe voorzitter van het College van Bestuur te zijn, zeg maar: de nieuwe Louise.

Het doe me denken aan een paper dat ik jaren geleden schreef voor een congres van de Vereniging voor Bestuurskunde in Lunteren. Ik verdedigde daarin de stelling dat democratie leidt tot bureaucratie. Ik baseerde me onder andere op de universitaire democratie, die tot erg veel nieuwe regels had geleid. Ik ga nu de omgekeerde stelling poneren: het huidige gebrek aan democratie bij de universiteiten heeft tot een bureaucratisch monstrum geleid. In een volwassen democratie zijn er voldoende checks and balances. Misschien zijn al die tegenkrachten wel het onbetwiste voordeel van de democratie. Tegenkrachten tegen een autoritaire macht, of tegenkrachten tegen bureaucratische wildgroei. Weten we nog waarom ik in deze bureaucratische kluwen ben terechtgekomen? Omdat ik voldoende tijd moest hebben om me af te vragen of die muziekwetenschap wel iets voor me zou zijn. Inderdaad, aan die vraag ben ik de laatste weken niet meer toegekomen.

 

Zie ook: Mondige burger in bezwaar tegen formele puree van #UvA

Mondige burger in bezwaar tegen formele puree van #UvA

juli 14, 2015 by  
Filed under artikel

Mijn dag kon niet meer stuk. Ik kreeg een mail van de UvA. Ik wil gaan studeren, maar heb me te laat ingeschreven. De UvA meent dat ik geen valide argumenten heb ingebracht tegen mijn uitsluiting, mijn annulering, mijn verwijdering uit het systeem. Daartegen heb ik tweemaal een bezwaar ingediend. Gisteren meldde de UvA: “Wij zullen uw bezwaar van 8 juli 2015 (met nummer AC1507 8256) voegen bij uw eerder ingediende bezwaar met nummer AC1507 5345. Het nummer AC1507 8256 komt te vervallen. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.” Inderdaad: voldoende. Ik ben blij dat men mij zo behulpzaam is met het vinden van de uitgang van dit doolhof aan het Spui, te Amsterdam.

Ik ben ook blij dat ik eindelijk word aangeschreven als ‘Geachte heer Derksen’. Mijn protest tegen dat jolige ‘Beste Wim’ als aanhef van bureaucratisch proza uit de donkerste DDR-tijd heeft blijkbaar geholpen. De UvA toont zich van zijn meest responsieve kant. Daarvoor dank.

In het eerste bezwaar had ik uitgelegd waarom ik te laat was met inschrijven en dat bezwaar maken lastig is als je niet weet op grond van welke criteria je bent uitgesloten. In het tweede bezwaar heb ik een nieuw, formeel argument aangevoerd. [Ik heb het mijn studenten vaak verteld: de hedendaagse burger is mondig en slikt die ondoordachte en slappe hap van de bureaucratische overheid steeds minder.] Een dierbare Twitter-volger heeft me er namelijk op gewezen dat die aanmelddatum van 1 mei helemaal niet voor mij geldt! Deze datum geldt alleen voor: “iedereen die zich voor het eerst aanmeldt bij een bacheloropleiding of Associate degree op een universiteit of hogeschool.” Sorry, ik begrijp hem even niet. Ik ben niet de enige. De tekst vervolgt: “Dit  betekent dat: je nog niet eerder hebt gestudeerd aan de universiteit of hogeschool; je al studeert aan een hogeschool of universiteit maar wilt veranderen van studie.” Ik vermoed dat men bedoelt: of het een of het ander. Wat men ook bedoelt: ik voldoe aan geen vaan beide voorwaarden. En dat betekent dat de aanmelddatum van 1 mei dus niet voor mij geldt. Logica, eerste jaar. Voor de duidelijkheid: ik slaagde voor dit vak in december 1970.

Inmiddels legde een ingewijde me uit waar we die datum van 1 mei aan te danken hebben. Op het ministerie van OCW had men het idee dat de studiekeuze van veel studenten onvoldoende doordacht was. Gevolg: veel studenten stappen na een paar maanden over naar een ander vak. [Ik stapte zelf in november 1970 over van economie naar sociologie.] Dit zag men als een probleem. [Ik ben mijn hele leven blij geweest met mijn doordachte overstap.] Oplossing: alle studenten schrijven zich in voor 1 mei en de universiteit organiseert een ‘studiekeuzecheck’.

Dus omdat sommige jongeren van 18 jaar nog niet precies weten wat ze willen studeren, moet ik me aanmelden voor 1 mei. Zo heb ik wel meer vragen: waarom moeten alle 18-jarigen voor 1 september toe zijn aan een doordachte studiekeuze; voor hoeveel studenten geldt dat ze door een verkeerde studiekeuze na een paar maanden moeten overstappen; waarom is het eigenlijk een probleem dat studenten na een paar maanden overstappen; welk effect heeft de studiekeuzecheck en alle bijbehorende bureaucratische rompslomp op het aantal overstappers in het eerste studiejaar en weegt dit effect op tegen de kosten die ermee zijn gemoeid? Enzovoorts.

Het doet me allemaal erg denken aan de masterclass die ik in de afgelopen maand gaf aan beleidsmakers van het ministerie van OCW. Het had moeten gaan over kennis en het beleid van OCW. Het ging vooral over n=1. Met ‘n=1’ wordt bedoeld dat het departement vooral beleid maakt op grond van toevallig ontdekte problemen. En dat beleid wordt vooral gekenmerkt door twee dingen. Eén: als zich ergens in het land één probleem voordoet wordt gekozen voor één oplossing voor het hele land. Twee: in welke richting die oplossing wordt gezocht hangt sterk af van de toevallige ambtenaar die het probleem onder zijn beheer heeft. Het hele departement gaat immers voor ‘goed onderwijs’. En iedereen geeft aan dat hoera-begrip zijn eigen invulling.

En zo zou het best maar zo kunnen zijn dat de dochter van een directeur-generaal tot woede van haar vader al na drie maanden van studie veranderde en dat alleen om die reden mijn twee bezwaren nu tot één bezwaar moeten worden samengevoegd. Ik ben blij dat na de zomer mijn boek Haagse oersoep bij Boom Lemma zal verschijnen.

Zie ook: Een leven lang leren is nog steeds een curiosum

Een leven lang leren is nog steeds een curiosum

juli 8, 2015 by  
Filed under artikel

Verwarrende dagen. Ik heb vriendelijk het intake-formulier voor de UvA ingevuld en een bezwaarschrift ingediend tegen de afwijzing van mijn inschrijving. Krijg goed advies van de volgende generatie. Vrienden die net zijn afgestudeerd en al enigszins gewend zijn aan de bureaucratie van het hoger onderwijs. De ene vriend schreef: welkom aan de universiteit! De andere schreef dat hij erin geslaagd was om twee studies af te ronden ondanks Kafka. Zijn advies: gewoon de regels negeren en als het niet anders kan: gewoon blijven drammen tot ze toegeven. En zijn ervaring was dat ze dat laatste uiteindelijk altijd deden.

Zo maak ik bezwaar tegen het besluit van de ‘Commissie casus matching UvA’ om niet door de vingers te zien dat ik mij te laat heb ingeschreven. Ik ben zo vriendelijk mogelijk. Maar ik kan het toch niet laten om te melden dat nergens is te vinden waarom 1 mei zo’n harde deadline is en dat ook nergens is te vinden wat de criteria zijn voor een uitzonderingspositie. Hoe moet je dan een bezwaar argumenteren? Laat ik het voorzichtig zeggen: juridisch kwetsbaar. Of gewoon: juridisch broddelwerk.

Nog erger is dat niet duidelijk is tegen wiens besluit ik bezwaar moet maken. De website suggereert dat het gaat om een (gedelegeerd) besluit van het College van Bestuur. En dat ik daartegen bij het College van Bestuur in bezwaar moet gaan. Maar gaat dan dezelfde commissie nog eens mijn verzoek beoordelen? Ze hebben me al twee keer laten weten dat er geen reden is om mij toe te laten. Ik ben geen jurist, maar er moet toch een jurist bij de universiteit zijn die heeft bedacht dat dat een vreemde constructie is. Bij de overheid kan een burger bezwaar maken tegen een concept-besluit voordat een besluit wordt genomen. En daarna ga je eventueel in beroep. Ook is het interessant dat mijn bezwaar schriftelijk kan worden toegezonden aan de Geschillencommissie en digitaal aan het College van Bestuur. Nee, ik ben geen jurist, dus ik snap er niets van.

Intussen meldt de afdeling Muziekwetenschap ‘positief’ te staan tegenover mijn inschrijving. Dat waardeer ik zeer en ik besef waar mijn vrienden zitten. Maar kan iemand mij uitleggen waarom ik een bezwaar moet indien tegen het niet krijgen van toestemming voor inschrijving na 1 mei, als de betrokken studie ervoor is dat ik toestemming krijg? En als het collegerooster en de zalen-indeling nog voorlopig is? En nog belangrijker: ik wil graag studeren aan de UvA. En de studierichting wil mij graag les geven. Waarom kan dat dan niet?

Intussen vul ik ook mijn intake-formulier maar in. Er wordt mij gevraagd wat mijn examencijfer voor Nederlands was. Ik heb geen idee. En voor Engels. Ik heb geen idee. En mijn gemiddelde voor mijn eindexamen HBS-B in juni 1970. Was het 13 juni? 12 juni? Het was warm, dat weet ik nog wel. Grappig dat ‘we’ in Den Haag al jaren praten over ‘een leven lang leren’. Ook ik. En dat een universitaire studie starten op je 63e alleen maar onbegrip oplevert. Voorlopig word ik toch vooral als een curiosum gezien. En misschien ben ik dat ook wel.

Zie ook: De bureaucratie van de #UvA heeft meer tentakels

De bureaucratie van de #UvA heeft meer tentakels

juli 4, 2015 by  
Filed under artikel

De Commissie casus matching UvA, hier thuis inmiddels omgedoopt tot de Commissie e-matching UvA (“durft U het aan”?), heeft niets meer van zich laten horen. Hun in DDR-beton gedrenkte afwijzingsmail, bood zowaar de mogelijkheid voor een reactie. Als verwonderde aspirantstudent heb ik daarvan natuurlijk gebruik gemaakt. In mijn reactie heb ik nog eens al mijn overwegingen weergegeven waarom me te laat heb ingeschreven voor de studie muziekwetenschap. Ik heb ook gevraagd naar de beroepsmogelijkheden. Maar de DDR zwijgt tot op heden in alle talen. Echte bureaucratie is ongrijpbaar tot de Muur valt. Zoals bekend kan dat een jaartje of 28 duren.

Gelukkig zit ik nog wel in het systeem, hoewel Walter Ulbricht bozig had gemeld dat ik meteen uit het systeem zou worden verwijderd. Maar dat is Ome Walter blijkbaar nog niet gelukt. Want een paar dagen later krijg ik mijn volgende ‘Beste Wim’-mail. Met het verzoek of ik mijn intake-formulier 2015-16 zo snel mogelijk wil invullen. Ook deze mail kan de systeemwereld van de UvA maar moeilijk verhullen. Zo luidt het mailadres info-otm-fgw@uva.nl. Wie zou dat in godsnaam zijn? Zou daar een mens achter schuil gaan? Toch is mijn gevoel vanzelfsprekend meteen anders als het systeem mij blijkbaar nog steeds als student wil zien. Ik heb geantwoord dat de inhoud van de mail haaks staat op de eerdere afwijzing. Ook op deze reactie mocht ik geen antwoord ontvangen. Waarschijnlijk is info-otm-fgw@uva.nl toch geen mens.

Echt hilarisch wordt het als ik op de laatste dag van de week een uitnodiging krijg om als extern lid toe te treden tot de Examencommissie Research Master van een aanpalende faculteit. Het wordt me meteen duidelijk dat ik daarover niet te licht moet denken. Als ik instem wordt ik “extern lid, krachtens artikel 7.12a lid 3, sub b. van de WHW, van de examencommissie RMSS, RMUS, RMIDS, MIDS, per 1 september 2015”. Helaas is artikel 7.12a lid 3, sub b. van de WHW niet bijgevoegd. Ik stoor me er niet aan, omdat het verzoek binnenkomt via een goede vriend die bij me in de straat woont. Ik heb hem geantwoord dat ik graag wil toetreden tot zijn commissie, als het voor de faculteit geen bezwaar is dat ik bij de buren als student ben afgewezen.

Ik had me voorgenomen gewoon braaf student te worden. En binnen een week snak ik naar de volgende bezetting van het Maagdenhuis. Ik vrees dat die bezetting moet wachten tot een nieuwe voorzitter van het College van Bestuur is benoemd. Dat duurt me te lang. Ik gooi al mijn goede voornemens overboord en val vandaag nog terug op het netwerk dat ik als wetenschapper en via de politiek heb opgebouwd. Es even kijken wie uit mijn adresboek me kan helpen aan een inschrijving aan de UvA. Want die opleiding ziet er gewoon goed uit.

 

Lees ook: Botsing met de bureaucratie van de #UvA

en: Mijn eerste schreden op de #UvA

Botsing met de bureaucratie van de #UvA

juni 30, 2015 by  
Filed under artikel, fagot

En daar is de harde werkelijkheid. Eerder dan gedacht. Ik was de dagen aan het aftellen. Op 3 september zou ik mijn eerste college gaan volgen. De spanning van een nieuwe opleiding. Het gevoel van nieuwe boeken en van boeken kaften. En zoals een vriend me vroeg: “Heb je de nieuwe Rijam-agenda al gekocht?”

Nou nog niet, en misschien moet ik daar ook nog maar even mee wachten. Gisteren meldt de ‘Casus Commissie UvA Matching’ dat ik niet ben toegelaten. Dat mijn inschrijving zal worden ‘geannuleerd’. Mijn inschrijving was na 1 mei ontvangen. En mijn persoonlijke verzoek om toch te worden toegelaten “is afgewezen, omdat er volgens de commissie geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor een inschrijving aan de UvA voor 2 mei 2015 niet mogelijk was”.

Ik had de commissie uitgelegd dat mijn situatie in mijn ogen ‘simpel’ was. Ik was al een tijdje van plan om me in 2016 in te schrijven voor muziekwetenschap. Maar in mei besloot ik onverwacht eerder te stoppen aan de Erasmus Universiteit. Zo kreeg ik tijd om deze zomer al met de deeltijdstudie muziekwetenschap te beginnen.

Maar daar heeft deze commissie dus een stokje voor gestoken. Waardoor al mijn goede voornemens om me als brave student te gedragen nu al beginnen te knellen. Want bij het lezen van zo’n mail van zo’n niet-bestaande commissie vraag je je toch meteen drie dingen af. Eén: wat zouden de overwegingen zijn om studenten te verplichten zich voor 1 mei in te schrijven, als elke universiteit gebaat is bij zoveel mogelijk studenten? Twee: wat zijn de criteria van de commissie voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden? Drie: bij wie kan ik in beroep? Op deze drie vragen geeft de mail van de commissie geen antwoord. De mail geeft alleen de mogelijkheid om te reageren, onder naam of zelfs anoniem.

En dit alles doet me meteen denken aan een gesprek dat ik vorige week nog in Rotterdam had. Ik zat met twee oudere collega’s een master-examen ‘af te nemen’. Dus drie oude heren en een jong meisje. In het voor- en nagesprek waren de drie heren aan het mopperen. Dat studenten tegenwoordig altijd bezig waren met hun ‘rechten’ en altijd meteen bij de examencommissie in beroep gingen. Wij vroegen ons af of dat een generatiekwestie was. Nou het antwoord kan ik nu wel geven: het is een hele normale reactie van enthousiaste jonge mensen op de massaliteit van het onderwijs en de ondoordringbare bureaucratie van de universiteit.

Na één botsing met de bureaucratie ben ik dus een normale student. Ik ga op zoek naar mijn recht en ga vandaag onderzoeken waar ik dat recht kan halen. En dan heb ik alvast één verzoek aan de UvA: Kunt U zo goed zijn om mij voortaan niet meer aan te spreken met ‘Beste Wim’? Welk communicatiebureau heeft bedacht dat het ondoordringbare beton van de universitaire bureaucratie met deze jovialiteit moet worden opgeleukt? Bovendien ervaar ik het helemaal niet als joviaal of als informeel. Uit Uw mond klinkt het vooral denigrerend.

Een bindend studieadvies voor een oude man

mei 17, 2015 by  
Filed under artikel, fagot

“De onderwijsbalie is telefonisch te bereiken op werkdagen van 11 tot half 1 en van half 2 tot 3”. Ik ben in totaal driemaal op het antwoordapparaat gestuit. Ik wil me informeren over een studie muziekwetenschappen. Ja, op de website van de UvA is veel informatie te vinden, maar op de simpele vraag of het ‘bindend studieadvies’ ook geldt voor iemand van 63 jaar zonder haast en zonder carrièreperspectief, kan ik nergens een antwoord vinden. Een korte mailwisseling leidt tot de conclusie dat ik maar een afspraak moet maken met de studieadviseur. En die afspraak valt alleen te maken via de onderwijsbalie.

Ik plan mijn vierde poging tussen 11 en half 1. Ruim na 11 uur en ruim voor half 1. Dan moet het toch lukken. Het antwoordapparaat blijkt inderdaad buiten werking gesteld. Maar nu wordt niet opgenomen. Het zou toch niet waar zijn? Zouden alle universiteiten hetzelfde zijn?

Bij mijn vijfde poging heb ik succes. Een vriendelijke dame is bereid me te helpen. Over drie weken kan ik terecht. Als ik opmerk dat ik dan niet kan, mag ik een week later. Maar het wordt duidelijk niet op prijs wordt gesteld dat ik het eerste aanbod afwimpel. “Wat is uw studentnummer?” “Dat heb ik niet, ik wil me juist informeren of ik student zou willen worden…”. Dat laatste vooruitzicht geeft weer enige glans aan ons gesprek. Zo te merken, kunnen ze nog wel een student gebruiken. Als ik hen was zou ik vanaf 8 uur ’s morgens telefonisch bereikbaar zijn.

Ik weet het, het is niet eerlijk. Die lieve mevrouw weet niet dat ik al 37 jaar aan een universiteit werk en al 26 jaar hoogleraar ben. Dat ik mijn agenda niet meteen helemaal kan vrijmaken voor een gesprek met een studieadviseur. En ik weet ook dat niet zij, maar ik me moet aanpassen. Ik wil weer student worden. 45 jaar na de eerste keer. De vraag is of ik dat kan.

Zou ik vrijstelling krijgen voor de minor ‘Beleid en bestuur’ die ik in Rotterdam zelf geef? Of zou de examencommissie daar heel lang over moeten vergaderen? Ik weet inmiddels hoe examencommissies zijn. De mijne berispte me vorig jaar nog omdat ik de studenten voor mijn minor ‘Beleid en bestuur’ de mogelijkheid had gegeven om een tentamen door een paper te vervangen. Daarmee trad ik in de rechten van de student. Ja, ook mijn eigen universiteit begreep ik niet altijd.

Je kan er tegenin gaan of je kan het laten gebeuren. Het voelt als een ziekenhuis, waar je bloed moet laten prikken. Je kan boos worden dat je zolang moet wachten als iedereen gaat koffiedrinken. Je kan boos worden op je eigen afhankelijkheid. Maar je kan ook een goed boek meenemen en lekker gaan lezen  als de artsen hun tijd belangrijker vinden dan de jouwe.

Dat zijn mijn twee eerste voornemen voor mijn studie muziekwetenschap aan de UvA: ik neem altijd een boek mee en ik kan ga nooit klagen. En zo af en toe schrijf ik hier een blog. Schrijf ik alles van me af.