Sommige meningen horen gewoon niet

april 21, 2016 by  
Filed under artikel

Vrijheid van meningsuiting betekent dat je alles mag zeggen. Maar het betekent niet dat je alles moet zeggen. Het mag, het hoeft niet.

Ik begrijp al tijden niets van het debat over de vrijheid van meningsuiting. Ik begrijp er niets van dat de beledigingen van Böhmermann aan het adres van Erdogan louter moeten worden afgedaan als de vrijheid van meningsuiting.

De vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel grondrecht dat burgers de vrijheid te geven om te zeggen wat ze willen. Het betekent niet dat wettelijk alles is toegestaan. Smaad en belediging zijn onder bepaalde omstandigheden wettelijk verboden. De rechter bepaalt of een grens is overschreden.

Maar wat nog belangrijker is: een beschaafde samenleving kent niet alleen juridische normen voor vrijheid, maar ook fatsoensnormen voor de wijze waarop we met elkaar willen samenleven. En die fatsoensnormen worden ons niet de door overheid opgelegd, maar leggen we onszelf op. Daar gaat niet de staat, maar de samenleving over.

Dat onderscheid tussen staat en samenleving verwart het debat over de vrijheid van meningsuiting. Let wel dat de vrijheid van meningsuiting vooral een overwinning op de staat was. In een volwaardige democratie past het niet dat de staat beperkingen oplegt aan de meningsuiting van de burgers. In dat beeld past het ook niet dat voor beledigen van de vriendjes van de staat andere regels zouden gelden dan voor het beledigen van normale burgers.

In het debat over de vrijheid van meningsuiting hoort de rol van de staat dus terughoudend te zijn. Bovenal heeft de rechter de taak om te beoordelen of een bepaalde uitspraak in het kader van smaad en belediging wel of niet moet worden toegelaten.

Maar dat betekent niet dat wij als burgers hoeven te accepteren dat alle normen van fatsoen worden overschreden. Daartegen horen we ons te weer te stellen, zonder dat daarmee de vrijheid van meningsuiting in het geding is. U mag dit zeggen, maar het hoort niet.

En hier wreekt zich dat politieke partijen zich al te vaak vereenzelvigen met de staat en zich zelfs opwerpen als vertegenwoordiger van die staat. Zo riep Wouter Bos al ooit in de Kamer dat alle uitspraken waren toegestaan, vanwege onze vrijheid van meningsuiting. Ja juridisch gezien wel, maar fatsoenshalve niet. En een politicus is voor mij geen vertegenwoordiger van de staat. Een politicus vertegenwoordigt de burger, onder andere in het maatschappelijk debat. Dus een politicus mag heel goed, indachtig de juridische vrijheid van meningsuiting, tal van uitingen van burgers afkeuren. Omdat ze fatsoenshalve niet door de beugel kunnen.

Dus Merkel had heel goed kunnen zeggen: “Meneer Böhermann, U hebt de vrijheid om te zeggen wat u wil, tot de rechter bepaalt dat U een grens hebt overschreden. Maar persoonlijk walg ik van uw mening.”

Deel dit bericht: