Universiteiten: vergeet Den Haag

september 4, 2018 by  
Filed under artikel, Geen categorie

Bsa, die afkorting alleen al. Ik zat gisteren lang in de auto. Het begon met een interview met Ingrid van Engelshoven. Ze maakte zich zorgen over de stress onder eerstejaars. Haar oplossing: het bindend-studieadvies moest minder bindend worden. Vervolgens kwam een toevallige medewerker van de Vereniging van Universiteiten melden dat hij tegen het beleid van de Minister was. Daarna volgden de Kamerleden. Iedereen viel over elkaar heen en iedereen kakelde door. Intussen werd mij veel duidelijk. 

Één. Ook het bsa komt voort uit twee doelen. Ten eerste: de studenten moeten harder studeren. Ten tweede: studenten moeten zich eerder realiseren dat ze de verkeerde studie hebben gekozen. Dat geldt voor veel beleidsmaatregelen. Dat ze bedoeld zijn voor meerdere doelen. In een land van minderheden is dat vaak de enige manier om aan een meerderheid te komen. 

Twee. In de uitwerking gaan die twee doelen vaak knellen. Wie studenten sneller willen laten studeren moet streng zijn en moet 60 punten eisen. Om een student te laten beseffen dat hij beter een een andere studie kan kiezen, is veel minder druk nodig. Het is nog erger: als je 60 punten moet halen, ben je kansloos als je in november wil overstappen. 

Drie. Overal wordt de bsa verschillend ingevuld. Helaas wil Van Engelshoven nu overal een verplicht bsa van 40 punten invoeren. Waarom ontneemt de minister de universiteit de vrijheid om daarover zelf te besluiten? Voor de ene universiteit en voor de ene opleiding past misschien toch een ander regime dan voor de andere?

Vier. Wie regels bedenkt voor een ander, moet niet verrast zijn als die ander een tegenstrategie ontwikkelt. Zo moest studenten bij bestuurskunde in Rotterdam wel 60 punten halen, maar hoefden ze niet meer voor elk tentamen te slagen. Sommige onvoldoende konden door sommige voldoendes worden gecompenseerd. En het bleek dat de studenten eerder minder hard dan harder waren gaan studeren. (Mijn gemiddelde student besteedde buiten vakantietijd ongeveer 21 uur aan zijn studie.) Bovendien is er inmiddels een mooie sluiproute: studenten die zich voor 1 juni uitschrijven krijgen formeel geen bsa en kunnen om die reden gewoon in september opnieuw beginnen met het eerste jaar. 

Vijf. Over de effecten van het bsa hoeven we dan ook niet lang uit te wijden. Het systeem heeft zich gewoon aangepast aan een nieuwe norm. Wel hebben een paar studenten zich bij de studentendecaan gemeld. En een overgevoelige Minister wil om die reden het bsa aanpassen. Het vervolg laat zich eenvoudig voorspellen. Na protest van de universiteiten en veel overleg komt er een nieuwe halfbakken regel, waarop de universiteiten en de studenten zich opnieuw zullen instellen. Zoals het universitaire onderwijs tegenwoordig zich grotendeels laat begrijpen als een reactie op Haagse regels. Waarom spreken die universiteiten niet onderling af voortaan gewoon niet meer op regels uit Den Haag te reageren?

Hoe de systeemwereld de universiteit overneemt

oktober 15, 2014 by  
Filed under artikel

Tentamens nakijken is geen lolletje. De stapel is erg hoog, het werk is eentonig en de teleurstelling over het gering effect van je colleges prikt achter je ogen. Zo ook nu. Ongeveer 100 tentamens, eerstejaars bestuurskunde Rotterdam. Het allereerste vak op de universiteit. Ik houd schema’s bij om me te dwingen door te werken. Binnen drie weken moeten de cijfers echt bekend zijn. Ik sta me zelf alleen toe om dit stukje te schrijven over het nakijken. Dat hoort er toch wel bij.

Het komische is dat ik het tentamen eigenlijk helemaal niet zou mogen nakijken. In mijn onderwijslast is het nakijken van het tentamen niet inbegrepen. Wel in de onderwijslast van anderen. Ik ben daar tegen. Een docent hoort zijn eigen tentamens na te kijken. Bij open vragen is dat ook de enige manier om originele antwoorden extra te waarderen. Maar wat veel belangrijker is: ik leer van het nakijken van tentamens. Ik leer waar mijn college niet helder genoeg was. Welke onderwerpen en welke voorbeelden 18-jarigen wel aanspreken en welke onderwerpen veel minder.

Door zelf het tentamen na te kijken ga ik wel tegen het systeem in. En zolang dat voor anderen niet slecht uitkomt, wordt dat nog wel geaccepteerd. Toch is het opvallend dat het wordt vermeld: volgens het systeem hoor jij niet zelf na te kijken. Het lijkt daarmee of die systeemwereld van Den Haag steeds verder begint neer te dalen in de leefwereld van de docent. Twintig jaar geleden moesten we wel eens lachen over de dingen waarmee het College van Bestuur bezig was. Wij deden ons eigen ding. Tien jaar geleden begonnen de decanen van de faculteiten in de systeemwereld te geloven en te denken dat onze wereld daarmee samenviel. Maar nu hoor ik voor het eerst op de gang (eerlijk gezegd: ik kom er bijna nooit) mensen over hun uren praten. Niet over de uren die ze werkelijk ergens mee bezig zijn, maar de uren ‘die er voor staan’. En ze lijken te denken dat die uren van de systeemwereld hun eigen uren zijn. De systeemwereld is neergedaald tot op de werkvloer. En zo gaat het ook bij de voorbereiding van het onderwijs steeds over die uren.

Ik heb niets tegen een systeemwereld. Ik heb er niets tegen als we mensen niet laten verzuipen in het onderwijs. Waardoor ze geen tijd meer hebben om onderzoek te doen of stukjes te schrijven. Behalve als in die systeemwereld geen plaats is voor de twee belangrijkste dingen van de universiteit: vind ik het leuk om les te geven en leren mijn studenten van mijn college?

En nu weer nakijken.