Rotterdam verlaagt zich door zijn armen de stad uit te jagen

februari 15, 2016 by  
Filed under artikel, De Stad

Volgens NRC Next zijn veel inwoners van Rotterdam boos op hun gemeente. Erg boos. De gemeente wil 20.000 goedkope woningen slopen en vervangen door 35.000 dure woningen. Arme mensen moeten de stad uit, hipsters met bakfietsen erin. Migranten de stad uit, expats erin.

Ongetwijfeld staat het er anders, meer omfloerst, in die nieuwe Woonvisie van de gemeente. Maar het klinkt wel bekend. Alle steden zijn op zoek naar de hoogopgeleiden, naar de hogere inkomens, die de stedelijke economie een belangrijke impuls kunnen geven. Het klinkt ook bekend, omdat het maakbaarheidsdenken in Rotterdam altijd goed ontwikkeld is geweest. Maar het is de vraag of het klopt.

De theorie is simpel: het gaat in steden tegenwoordig om kennis, hoger-opgeleiden en economie. Wie daarvan de goede mix in huis heeft, hoeft zich nergens meer zorgen over te maken. Economen menen zelfs dat de bedrijven vanzelf volgen als je de goede bewoners hebt. En hoe krijg je goede bewoners? Door voor hen aantrekkelijk te zijn. Daarom doen de steden met een historische binnenstad het tegenwoordig vaak zo goed. En daarom gaat Amsterdam er in de komende 10 jaar 50.000 woningen bij bouwen! Zonder arme mensen doelbewust te verjagen.

De theorie is eenvoudig uit te leggen. De praktijk is natuurlijk weerbarstiger. Je kan wel mooie huizen bouwen voor rijke en hoogopgeleide mensen. Maar die zullen niet komen, als er geen banen zijn. Natuurlijk, volgens de theorie komen die banen vanzelf, als er werkloze hoogopgeleide mensen in rotten van drie op je zitten te wachten. Maar het vervelende is dat die hoogopgeleide mensen niet in rotten van drie gaan zitten wachten in Rotterdam, tot die banen zich eindelijk aandienen.

Eigenlijk kan je die stedelijke economie heel goed vergelijken met een vliegwiel. Als het eenmaal draait gaat het geweldig. En volgen bedrijven mensen en volgen bedrijven andere bedrijven. Maar als het niet goed draait volgt niemand iemand. Dan heb je weinig aan nieuwe dure woningen voor nieuwe dure mensen.

Ik wil niet zeggen dat de economie in Rotterdam stil staat. Het lijkt zelfs beter te gaan met Rotterdam. Maar nog steeds zijn de huizenprijzen relatief laag in Rotterdam. Dat betekent niet dat Rotterdam aantrekkelijk is. Dat betekent juist dat Rotterdam niet aantrekkelijk genoeg is. Wat werk betreft, wat wonen betreft. Rotterdam doet er dus goed aan om voor voldoende dure woningen te zorgen. Als een hoger-opgeleide rijkere in Rotterdam wil (blijven) wonen, moet hij in ieder geval een huis kunnen vinden.
Maar om nu ook maar meteen 20.000 goedkope woningen te slopen, is wel het andere uiterste. Waarom moeten die woningen en die mensen weg? Als Amsterdam er 50.000 woningen bij kan bouwen, zonder te slopen, heeft Rotterdam toch zeker plek genoeg? Bovendien als dat vliegwiel van Rotterdam eindelijk in beweging komt, zullen die armen ook wel vanzelf verdwijnen. Als ik het gemeentebestuur van Rotterdam was, zou ik me liever daarover zorgen maken.

Daar komt nog iets bij. Rotterdam moet aantrekkelijk worden voor hoogopgeleiden. Daarom moeten er voldoende woningen zijn. Maar ook een cultureel klimaat dat voor hoogopgeleiden aantrekkelijk is. Wellicht horen bij dat klimaat begrippen als tolerantie, kosmopolitisme, grootmoedigheid, veelkleurigheid, ruimdenkendheid en ruimhartigheid. Wie dat klimaat mist, moet niet gek opkijken als die dure woningen straks helemaal niet worden verkocht.

#markthalrotterdam, één zwaluw aan einde van de zomer

oktober 3, 2014 by  
Filed under artikel, De Stad

rotterdam31Ja, ik was er! In de #markhalrotterdam van MVRDV, van Winy Maas en van Anton Wubben. Ik ben naar binnen gegaan, ik heb de drukte gezien. Ik heb langs de stallen geschuifeld en heb gevulde speculaas gekocht, zoals ik dat elk najaar doe. Het gebouw heeft veel publiciteit gehad. Er wordt ook veel van verwacht, zoals in Rotterdam altijd veel wordt verwacht van nieuwe iconen.

Ik twijfel niet: het is nu al een icoon. Zoals al die mensen zich een weg banen door de ingang en dan vol verwachting én beduusd rondkijken. Dat is heel bijzonder. Maar het gebouw kan uit meerdere perspectieven worden bekeken.

Architectuur: het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar ik geloof zeker dat hier een heel bijzonder gebouw is verrezen. Het is echt MVRDV en toch ook weer volstrekt nieuw. Zeker als het gebouw economisch een succes wordt, zal het architectonisch alle gidsen halen.

Stedebouw: het gebouw past in de lange traditie van Rotterdam dat ‘elke lege plek kan worden volgebouwd’. Dat wreekt zich ook hier. De stad mist nog steeds een heldere stedebouwkundige visie op de binnenstad. Het gevolg is dat de Wilhelminapier unheimisch is geworden. Dat het Weena geen wandelpromenade is geworden, dat de Boompjes geen Maasboulevard zijn geworden. En hier vormt de Markthal geen geheel met de omgeving. In de zon is het stralend, in de regen kan het wel eens heel guur worden.

Toerisme: de Markthal zal ongetwijfeld toeristen trekken. Architectuurtoeristen. Dagjesmensen. Maar de vraag is natuurlijk hoeveel mensen dat zullen zijn en hoeveel geld ze de stad inbrengen. Ik hou van Rotterdam, ik ben dol op die stad. Ik heb er gewoond, met veel plezier. Maar het is geen toeristenstad, zoals Amsterdam. Zelfs het aantal cruiseschepen dat aanlegt in Amsterdam is vele malen groter dan het aantal schepen in Rotterdam. Bovendien staat in Rotterdam de bus klaar voor Delft en Volendam. Niet voor Rotterdam. Rotterdam is nu eenmaal voor veel buitenlandse toeristen veel gewoner dan die grachtengordels. En voor veel Nederlandse toeristen is Rotterdam te koud, te winderig.

Detailhandel: ik verwacht dat er de komende jaren veel bezoekers in de Markthal zullen komen. De Markthal is geen echte concurrent van de aanpalende markt. Het prijsverschil lijkt me te groot. Maar het is wel een concurrent van andere winkels in de stad. Dan is de grote vraag: verdient de Markthal zichzelf terug uit toerisme, of treedt er ook binnen de stad een verschuiving op. Wie kent nog Alexandrium III, de meubelboulevard in Alexanderpolder? Veel meubelwinkels trokken indertijd weg uit de binnenstad, om nu een troosteloos bestaan te leiden in een stil winkelcentrum. De Markthal heeft betere kansen (lijkt het nu), maar zal ongetwijfeld geld wegzuigen uit andere delen van de binnenstad. En dat in een tijd waarin heel veel winkels het erg moeilijk hebben door het shoppen op het internet.

Stedelijke economie: mogen we nog meer van de Markthal verwachten? Krijgt de Rotterdamse economie er als geheel een impuls door? Met de stedelijke economieën is de laatste decennia iets boeiends aan de hand. Vroeger volgde ‘wonen werken’. Aan de monding van de Maas vestigden zich bedrijven. De mensen uit de provincie trokken naar Rotterdam voor werk. Die teneur bleef lang bestaan. Daarom was het aantrekkelijk voor gemeentebesturen om bedrijven aan te trekken. Daardoor groeide de werkgelegenheid en groeide de stad. Hoe anders is dat tegenwoordig. Bedrijven vestigen zich nu vooral waar geschikte arbeidskrachten wonen. ‘Werken volgt wonen’. En het probleem van Rotterdam is dat de lokale arbeidsmarkt te weinig aansluit bij de nieuwe kennisintensieve bedrijven die werkgelegenheid zouden kunnen bieden. De opleiding van de Rotterdamse bevolking is gemiddeld genomen gewoon veel te laag. En daarom komen er te weinig bedrijven en blijft de werkloosheid hoog. Wie de stedelijke economie van Rotterdam wil versterken moet dan ook vooral twee dingen doen: hoogopgeleiden aantrekken en hoogopgeleiden vasthouden. Geen kantoren bouwen (waar de gemeente uit gebrek aan nieuwe bedrijven zelf zijn intrek neemt), maar kluswoningen verkopen. De studenten van de Erasmus Universiteit moeten niet massaal de stad verlaten als ze zijn afgestudeerd. De stad moet voor afgestudeerden veel attractiever worden. Helpt de Markthal daarbij? Wellicht een heel klein beetje. Dat is goed, maar er zal veel en veel meer moeten gebeuren.

De economie bepaalt de ontwikkeling van de stad

maart 11, 2013 by  
Filed under De Stad

Een historicus zal zich over een eeuw wellicht afvragen waarom Rotterdam rondom 2000 zoveel hoge kantoren heeft gebouwd in de binnenstad. In de jaren ’80 ging het om de Boompjes aan de Maas, in de jaren ’90 om het Weena bij CS en daarna om de Wilhelminapier op Kop van Zuid. De reden was simpel: Rotterdam zag de werkgelegenheid in de haven snel teruglopen en wilde nieuwe bedrijven aantrekken in de sfeer van de zakelijke dienstverlening. Op het eerste gezicht leek het beleid succesvol. Wie echter beter keek zag dat veel nieuwe kantoorgebouwen werden betrokken door bedrijven die al lang in Rotterdam gevestigd waren. Of nog erger: door de gemeentelijke overheid. Zo betrekt binnenkort het Gemeentelijk Ontwikkelingsbedrijf de nieuwste toren op de Wilhelminapier.

De nieuwbouw leidde dus nauwelijks tot het aantrekken van nieuwe bedrijven, maar vooral tot het verplaatsen van bestaande bedrijvigheid. Je zou kunnen zeggen dat de gemeente beter een ander beleid had kunnen voeren. Maar dat zou niet terecht zijn, omdat we pas achteraf kunnen vaststellen dat de economische structuur veranderingen heeft ondergaan en daarmee ook het vestigingsgedrag van bedrijven.

In dat verband is het boek van Gerard Marlet, De aantrekkelijke stad, heel leerzaam. Hij laat daarin zien hoe het vestigingsbeleid van bedrijven door de jaren heen is veranderd. Bedrijven vestigden zich ‘vroeger’, in de negentiende eeuw, bij voorkeur in de nabijheid van havens, rivieren of kolenmijnen. Daar waren hun grondstoffen te vinden, of eenvoudig aan te voeren. En als bedrijven eenmaal een plek hadden gevonden, kwamen de arbeiders vanzelf. Zoals geografen en ruimtelijk economen zeggen: wonen volgde werken. Zo werd het Ruhrgebied belangrijk, zo kon Rotterdam in enkele decennia uitgroeien tot een grote stad. Zoiets laat zich niet zo maar wegpoetsen. Dus nog steeds zijn de gevolgen van de locatiekeuzes van bedrijven in de negentiende eeuw goed zichtbaar op de Nederlandse kaart.

Toch geeft deze oude ‘theorie’ allang geen verklaring meer voor het huidige succes van steden. Nieuwe theorieën zijn daarvoor nodig. Met name iemand als Paul Krugman heeft daaraan fors bijgedragen. Omdat de betekenis van (transport van) grondstoffen sterk afnam, werden andere overwegingen steeds belangrijker voor de locatiekeuze van bedrijven. Voortaan ging het vooral om de nabijheid van bevolkingsconcentraties. Bevolkingsconcentraties hebben veel te bieden voor bedrijven. Er zijn veel toeleveranciers gevestigd. Er wonen veel werknemers. En omdat al die werknemers bij elkaar wonen, leren ze van elkaar en worden ze daardoor productiever (zoals we eerder zagen). En niet te vergeten: in bevolkingsconcentraties wonen veel klanten. En hoe dichter bij de afzetmarkt, hoe sneller en goedkoper kan worden geleverd. Dit alles verklaart waarom steden in de Randstad in vergelijking met andere steden zo’n sterke positie hebben.

De theorie verklaart ook waarom groeiende steden steeds maar sterker kunnen worden. De nieuwe bedrijven trekken nieuwe werknemers, waardoor de lokale afzetmarkt en arbeidsmarkt nog aantrekkelijker worden voor bedrijven. Juist daarom voert het gemeentebestuur van Heerlen een ongelijke strijd tegen de Randstad. Overigens treden na verloop van tijd ook schaalnadelen op van bevolkingsconcentraties. De grondprijzen en de kantoorprijzen worden soms te hoog en de files gaan de bereikbaarheid verstoren. Het verklaart waarom de Randstad wat aan kracht heeft verloren in de laatste decennia, ten gunste van de schil erom heen. Hoe goed de theorie van Krugman en de zijnen ook is, zij verklaart niet waarom Amsterdam en Utrecht het de laatste jaren zoveel beter doen dan Den Haag en met name Rotterdam.

Om deze verschillen te verklaren verwijst Marlet naar een nieuwe theorie, die niet start bij de voorkeuren van bedrijven, maar bij de voorkeuren van mensen. Omdat sommige steden veel aantrekkelijker zijn om te wonen, trekken zij met name meer hoogopgeleiden aan. En hoogopgeleiden zijn productiever, geven meer geld uit en starten vaker een eigen bedrijf. Zo vestigen bedrijven, op zoek naar goede werknemers, zich tegenwoordig graag in steden die aantrekkelijk zijn voor mensen. In jargon: ‘werken volgt wonen’. Uit het onderzoek van Marlet blijkt dat Amsterdam, Utrecht en Haarlem voor burgers tot de vijf aantrekkelijkste steden van het land behoren. Daarmee verklaart hij waarom de Noordvleugel van de Randstad het zoveel beter doet dan de Zuidvleugel.

Maar hoe zit het dan met twee heel aantrekkelijke woonsteden als Groningen en Maastricht? Hoe goed die het ook doen, het valt niet te ontkennen, dat ze het beter zouden doen als ze in de Randstad zouden hebben gelegen. Heeft Krugman dan nog steeds een beetje gelijk? Inderdaad, beide theorieën zijn op dit moment waar. Daarom telt Rotterdam nog steeds heel veel arbeidsplaatsen. En daarom komen die nieuwe bedrijven niet naar Rotterdam, alleen omdat de gemeente nieuwe kantoorgebouwen neerzet. Rotterdam zou er beter aan doen om ervoor te zorgen dat een groter deel van de vele afgestudeerden van de Erasmus Universiteit in de stad blijft wonen. Dan komen de bedrijven vanzelf. En als ze komen (vanwege die hoogopgeleide inwoners van de stad), heb je nog genoeg tijd om kantoorruimte vrij te maken.