Waarom @Staatsbosbeheer bomen kapt

december 16, 2020 by  
Filed under artikel

De architectuur-historicus Auke van der Woud heeft alleen in het Fries een lemma in Wikipedia. Hoe mijn hart ook bij Friesland ligt, Auke verdient meer. Dat bewijst levert hij weer in zijn laatste boek Het landschap, de mensen. Als Van der Woud een landschap beschrijft, dan zie je het ook meteen. Die kunst verstond hij al in zijn proefschrift dat in 1987 onder de titel Het lege land verscheen. Vanaf dat moment ben ik een fan van hem. 

Zijn laatste boek sluit nauw aan bij Het lege land. In beide gevallen gaat het om een beschrijving van het Nederlandse landschap, de Nederlandse ruimte. In zijn proefschrift gaat het om de periode 1978-1848, in zijn laatste boek om de ontwikkeling van het landschap tussen 1850 en 1940. In tussentijd heeft Van der Woud nog vele interessante boeken geschreven. Maar in boeken als De nieuwe mens of Koninkrijk vol sloppen stond toch meer de mens centraal. Stedebouw en landschap vormden in die boeken meer het decors. In Het landschap, de mensen ligt het accent weer op de ruimte hoezeer die ruimte ook door mensen wordt bevolkt. En vooral door boeren. Want het landschap verandert in de geschetste periode vooral door veranderingen in de landbouw. Eerst door het ontginnen van de woeste gronden en door het droogleggen van meren (en niet te vergeten door de gedeeltelijke inpoldering van de Zuiderzee), later door de intensivering van de landbouw. Alles wat het boerenland nu vaak saai een eentonig maakt (raaigras!), vindt zijn oorsprong in die voorliggende eeuw. 

Ik ga het hele boek niet samenvatten. Het is niet moeilijk om het boek nog voor de Kerstdagen in huis te hebben (donner.nl). Maar er zijn wel enkele feiten die erg bij me zijn blijven hangen. 

Meteen valt me op hoe lang nog en hoe omvattend Nederland bestond uit ‘woeste gronden’. In 1916 bestond nog bijna de helft van Drenthe uit heidevelden en zandvlakten. Voor Brabant geldt hetzelfde. De zuidelijke helft van Friesland bestond in die tijd niet alleen vooral uit water, het resterende land stond ook nog eens vaak onder water. Of omdat het water niet kon worden geloosd op de Zuiderzee met zijn hoge waterstanden of omdat het land door de Zuiderzee werd overstroomd. 

Het is ook opvallend dat al die ‘woeste gronden’, al die heidevelden en zandvlakten door de mens zelf zijn geschapen. Door schapen eindeloos alles kaal te laten grazen, door roofbouw, door het kappen van bossen, door verwaarlozing en door hardnekkig vast te houden aan traditionele landbouw, zijn die woeste gronden ontstaan. Nee, die woeste gronden waren helemaal geen oer-natuur, een landschap dat op geen enkele wijze door de mens was beïnvloed. Het was een landschap door de mens was geschapen, of op zijn minst door zijn nalatigheid was ontstaan. 

En dan gebeuren er aan het einde van de 19e eeuw tegelijkertijd twee spannende en bepalende dingen. Zo wordt begonnen het woeste land ten behoeve van de landbouw in cultuur te brengen. De befaamde Heidemij wordt daarvoor opgericht. Geen overheidsbedrijf, maar wel een non-profit-organisatie. Tegelijkertijd bestaat er een steeds grotere behoefte aan hout (voor de woningbouw, maar ook voor de mijnbouw). Om die reden gaat de overheid de bosbouw stimuleren, ook op eigen gronden. En richt daarvoor Staatsbosbeheer op. 

Maar het in cultuur brengen van de woeste gronden roept ook een tegenreactie op. Veel burgers maken zich zorgen over het verdwijnen van de natuur (die, zoals gezegd,  ook toen al door de mens was geschapen). Dat leidt onder andere tot de oprichting van de Vereniging van Natuurmonumenten in diezelfde tijd. In feite vond er in korte tijd dus een prachtige paradigmawisseling plaats. De woeste gronden werden door Natuurmonumenten niet (meer) als verwaarloosde gronden gezien, maar als echte natuur. En die echte natuur moest worden beschermd. 

Die paradigmawisseling kreeg al snel ook de overheid in haar greep. De overheid begon gebieden aan te wijzen als ‘natuurgebieden’ en bracht deze, zo mogelijk, onder beheer bij Staatsbosbeheer. Datzelfde Staatsbosbeheer dat niet zo lang daarvoor was opgericht om de bosbouw, de houtproductie ter hand te nemen. Dus om aan de bossen te verdienen. Het is fascinerend dat Staatsbosbeheer de laatste jaren vaak wordt verweten dat er bomen worden gekapt om eraan te verdienen. Ja, daarvoor zijn ze ooit opgericht. We zijn het alleen heel snel vergeten doordat we inmiddels alles vanuit een heel ander paradigma bezien. 

Samengevat: er ontstonden eerst woeste gronden door uitputting en verwaarlozing door de mens. Een deel van die woeste gronden werden vervolgens productief gemaakt voor de landbouw door de Heidemij. Een ander deel werd productief gemaakt door het aanplanten van bossen door Staatsbosbeheer. Nadat eerste de woeste gronden tot natuur waren uitgeroepen, troffen de bossen van Staatsbosbeheer als snel hetzelfde lot. Bossen werden natuur. Maar het kappen zit ergens nog in de genen van Staatsbosbeheer.

Deel dit bericht:

Comments

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!