Het dorp was eigenlijk niet meer dan een straat. Een straat die pas na een weifelend begin een echte straat werd. Niet voor lang. Na een brug liep de straat dood, tussen een paar boerderijen in een weiland. Bij de brug kon je links naar de kerk. Ook na de kerk stokte het dorp eigenlijk meteen. Rechts bij de brug was een café. Vroeger, toen hij daar als kind met zijn ouders kwam, zat daa
Jesper en ik zijn vrienden. Daarover bestaat geen twijfel. Bij hem niet, bij mij niet. We zien elkaar vaak. Als we dichter bij elkaar zouden wonen, zouden we elkaar nog vaker zien. Onze gesprekken zijn veelal overdadig beladen met eten en drinken. Jesper gunt mij mijn Riesling. Zelf start hij altijd met een biertje, en eindigt daar ook vaak mee. Een gesprek met Jesper is een aaneenschakeling va
Hans Warren, de Zeeuwse dichter en literatuurcriticus werd vooral bekend door zijn Geheim Dagboek, in 23 delen gepubliceerd. Het dagboek beslaat de periode 1942 tot 2001, het jaar van zijn dood. Mario Molegraaf schreef onlangs over hem een biografie, een vuistdik boek, helaas zonder veel structuur. Je hoeft de Warren-kenners niet te vertellen wie Molegraaf is. Mario Molegraaf w
Waarom maakt schrijven gelukkig. Waarom maakt het schrijven van een roman, van een verhaal of van een gedicht gelukkig? Sinds een jaar waag ik me eraan. Het laatste half jaar als student aan de Schrijversvakschool. En ja, ik geniet bijna elke dag van dat schrijven. Maar waarom? Ik word gelukkig als er uit het niets mooie zinnen ontstaan. Mooie zinnen ontstaan in een roes, in een vloeien
Als altijd kwam hij die ochtend als eerste aan bij hun repetitieruimte. Dat rare zaaltje, dat kille zaaltje, dat rommelige zaaltje, waar ze zoveel hadden meegemaakt, dat ze niet meer zagen dat het rommelig was en niet meer voelden dat het er eigenlijk altijd te koud was. Een ruimte zonder ramen. Tegen de wanden stonden een paar stoelen. In het midden stond een tafel. Aan het plafond hing een pe
Van sommige boeken kan ik heel gelukkig worden. Andere leg ik na 100 pagina’s weer terzijde, als ik die 100 pagina’s al haal. Iedereen zal dat herkennen (behalve de mensen die zich niet toestaan om een boek niet uit te lezen). Maar waarom maakt het ene boek wel gelukkig, en kom ik het andere niet door. Laat ik me beperken tot fictie. Wanneer word ik gelukkig en wanneer niet?
Sinds een half jaar ga ik weer naar school. Ik wil schrijver worden. En daarvoor bestaat een gedegen opleiding. De Schrijversvakschool. Les wordt gegeven in een oud pand aan de Herengracht in Amsterdam. Ons klasje telt negen studenten. We hebben twee avonden in de week les. En nu ik dit gezegd heb, probeer ik krampachtig schrijffouten te voorkomen. Mijn fouten stralen nu eenmaal af op mijn scho
Ik word ouder. Ja, natuurlijk ben ik nog heel jong van geest, droom ik nog steeds over mijn vijftigste marathon, ben ik net een nieuwe opleiding gestart, en vat ik nog altijd mijn hele leven in schema’s. Maar toch, ik word ouder. Ik zal geen verdere bewijzen aandragen. Het is niet goed voor mijn geestesgesteldheid om al mijn kwalen en klachten hier breed uit te meten. Bovendien word je echt oud
Ik leerde Frida Vogels kennen als romanpersoon. Ze stond model voor Henriëtte Fagel uit Bij nader inzien van J.J. Voskuil. Zoals Han Voskuil zelf model stond voor Maarten Koning in zijn eigen roman. Henriette kreeg een ‘gezicht’ in de TV-serie die op Bij nader inzien was gebaseerd. Later zou Frida Vogels terugkeren in Het Bureau van Voskuil. We
Soms is het niet zo handig om een blog te schrijven. Ik heb me aangemeld voor de Schrijversvakschool en ben nog niet aangenomen. En toch ga ik nu al over literatuur schrijven. En dan ook nog over de grootste vraag in dit kader: ‘wat is literatuur?’ Onhandig omdat mijn antwoord reden kan zijn voor de genoemde school om me af te wijzen. En pretentieus. Maar ach, met deze inleiding moet het missch
Eerder schreef ik hier al over de dagboeken van J.J. Voskuil die momenteel door Van Oorschot worden uitgegeven. Mijn oordeel was blijkbaar zo helder dat meteen iemand mij bedankte: ‘Godzijdank hoef ik ze dus niet weer allemaal te lezen.’ Het was inderdaad in bepaalde kringen in de jaren 90 een must om Het Bureau van Voskuil te lezen. Het was allemaal zo levensecht dat veel mens
In de jaren 90 waren ze een hype, de zeven delen van Het Bureau van J.J. Voskuil. De echte liefhebbers kenden Voskuil al van Bij nader inzien, een roman over zijn studententijd. Bij nader inzien bleken al die studentenvriendschappen heel weinig tot niets voor te stellen. Die treurigheid vormde al evenzeer het thema van Het Bureau: al die collega’s waar je zovele jaren