sluit
sluit
30 augustus 2021

Achterstallig onderhoud bij de overheid

In 2018 lieten mijn vriendin en ik ons partnerschap officieel registreren. Met een echte ambtenaar van de burgerlijke stand. Ook na onze partnerschap-registratie gingen we niet samenwonen. Pas in 2021 was dat wel het geval. Dat is de context. 

Ik lichtte de Sociale Verzekeringsbank in over ons samenwonen, opdat ze me konden korten op mijn AOW. Dat gaf verwarring bij de SVB. Ten eerste wisten ze eigenlijk niet wat een partnerschapsregistratie was. “Dat is toch net zoiets als trouwen?” Na intern navragen was het antwoord: “U had vanaf het moment van de registratie op uw AOW moeten worden gekort.” Ten tweede wisten ze niet waarom ze niet eerder van die partnerschapsregistratie hadden gehoord. 

Wat viel op. Blijkbaar geven gemeenten partnerregistraties niet door aan de SVB. Blijkbaar is bij de SVB niet algemeen bekend dat bij een partnerregistratie de AOW automatisch wordt gekort. 

Conclusies: ik moest € 12.500 terugbetalen aan de SVB. Ook als ik eerder had geweten dat ik op mijn AOW zou worden gekort, had ik met even veel liefde mijn partnerschap laten registreren. 

Daarbij bleef het niet. Omdat mijn inkomen over 2018, 2019 en 2020 lager werd, had ik achteraf gezien te veel belasting betaald. Ik diende over deze drie jaren een herzieningsverzoek in. Binnen twee weken kreeg ik over 2020 € 2500 terug.

Toen belde een zekere meneer, laat ik hem K. Gaag noemen van de Belastingdienst. Hij kwam uit Doetinchem en aan hem was de taak om mijn verzoek voor 2018 af te handelen. Het duurde een paar telefoongesprekken voordat hij wist wat er aan de hand was. Lagere AOW vanwege partnerregistratie? Geen idee. Herzieningsverzoek inkomstenbelasting? Zou kunnen. Na een paar weken belde hij me terug. Hij had “op de gang bij collega’s” nagevraagd en de conclusie was dat ik het teruggestorte bedrag over 2018 moest beschouwen als negatief inkomen over 2021. Dus of ik zo goed wilde zijn om mijn verzoek in te trekken. Dan hoefde hij verder niets meer te doen. 

Ik vroeg me af waarom ik het teveel betaalde geld over 2020 wel had terug ontvangen. Meneer Gaag meldde dat daar iemand anders over ging. En had daarvoor een schijnbaar sluitende redenering: over 2018 had ik al een definitieve aanslag ontvangen en over 2020 nog maar een voorlopige. En daarom was het niet alleen logisch dat in beide gevallen voor een andere aanpak werd gekozen, maar ook dat beide gevallen door geheel andere meneren Gaag werden afgedaan. Ik hielp meneer Gaag van zijn probleem af door mijn herzieningsverzoek in te trekken.

Maar nu piept mijnoverheid vandaag weer. De belastingdienst heeft besloten dat mijn herzieningsverzoek voor 2019 is ingewilligd. Binnenkort zal nog een keer € 2500 op mijn bankrekening worden bijgeschreven. 2019? Die aanslag was toch al definitief? En welke meneer Gaag zou hier “op de gang” hebben gevraagd hoe we zoiets oplossen? 

Op de website ziet het er best netjes uit bij de Belastingdienst. Een herzieningsverzoek voor de IB is in een mum van tijd ingediend. Maar daarna gaan er blijkbaar drie meneren Gaag op drie plaatsen ergens in het land hun hoofd breken over de simpele vraag die voorligt. En die drie meneren komen tot een ander antwoord. 

Het roept bij mij drie vragen op. 

Ten eerste: kan er geen algoritme worden ontwikkeld voor de situatie waarin te veel betaalde AOW wordt teruggevorderd? Gaan we dat in alle gevallen verrekenen met de inkomstenbelasting van betreffende jaar of wordt dat in alle gevallen gezien als negatief inkomen voor het jaar waarin het bedrag is teruggestort? Op “de gang navragen” lijkt me niet meer van deze tijd. 

Ten tweede: is het denkbaar dat de overheid te veel bezuinigd op de Belastingdienst waardoor te laagopgeleiden overal in het land het wiel zitten uit te vinden. 

Ten derde: wat voor opleidingen volgen de meneren Gaag van deze wereld? Conflict-hantering? Samenwerking met je team? Klantvriendelijkheid? Zou het niet verstandig zijn om ze een goede cursus Belastingrecht te geven. En zou zijn manager meer weten van het Belastingrecht of zou die zich vooral bezig houden met het ‘proces’ en met de onvermijdelijke reorganisatie? 

Ik weet: er is veel meer ellende door de Belastingdienst veroorzaakt. Mijn ongemak valt daarbij in het niet. Maar als bestuurskundige vraag ik me wel af waarom een Belastingdienst anno 2021 nog zo knullig kan opereren met zoveel willekeur tot gevolg. Want in dit geval was er geen enkele onzekerheid of onenigheid over de feiten. Dan moet het antwoord toch eenduidig zijn? 

Reageer

Uw reactie