sluit
sluit
23 april 2026

Bolkestein, Den Uyl en Wiegel

In 2019 verscheen van de hand van Dik Verkuil een indrukwekkende biografie van Joop den Uyl. Na lezing bleek dat mijn mening over Joop den Uyl met het verstrijken der jaren nadrukkelijk was bijgesteld. In 2020 verscheen een uitstekende biografie van Hans Wiegel door Pieter Sijpersma. Ook mijn mening over Hans Wiegel bleek ik geleidelijk te hebben bijgesteld.

Den Uyl was de grote held van links uit mijn studententijd. We bezochten met honderden zijn optredens, zijn speeches op partijcongressen waren historisch. Toen hij te jong overleed, waren we geschokt. Wiegel was in mijn perceptie in die tijd de rechtse corpsbal die door gebrek aan (intellectueel!) gewicht was boven komen drijven. 

Toen ik de biografie van Den Uyl uit 2019 las, kreeg ik plotseling jeuk van een man die ongevraagd het leed van de hele wereld op zijn schouders had genomen. Hij was dan wel van zijn gereformeerde geloof gevallen, maar hij geloofde voortaan vooral in zichzelf. Nee, Wiegel kwam in zijn biografie niet naar voren als een intellectueel zwaargewicht, maar het was wel een vriendelijke, intelligente en vooral slimme politicus. Het kabinet van Den Uyl bracht nagenoeg niets tot stand, het kabinet Van Agt-Wiegel ook niet veel. Maar Wiegel was Den Uyl in 1977 toch maar mooi te slim afgeweest. 

Nu ik de biografie van Frits Bolkestein van dezelfde Dik Verkuil heb gelezen, valt me vooral op dat mijn mening over deze VVD-er in het geheel niet is veranderd. Niet door het lezen van deze (alweer uitstekende) biografie en niet door het verstrijken van de tijd. Ik vond het een kwal, en ik vind het nog steeds een kwal. Nee, ik weet het, dat is niet hoffelijk van me. Maar misschien wel eerlijk. 

Bolkestein komt in zijn biografie in ieder geval naar voren als een afstandelijke man, tevreden met zichzelf, een maan die zichzelf bepaald overschat. Hij mist elke zelfspot, zo lijkt het en hij is tamelijk humorloos. Maar al die eigenschappen zorgen er ook voor dat hij nooit om sociale redenen meelacht om zouteloze grappen van belangrijke mensen. Dat authentieke siert hem dan weer.

Bolkestein wilde graag een groot denker zijn. Maar hij was bovenal een ideologisch denker, en hij was zeker geen groot intellectueel. Een echte intellectueel zou ook niet zo vaak naar boeken hebben verwezen die hij zelf niet had gelezen. Een echte intellectueel zou ook niet zo vaak hebben gerommeld met de feiten. In 2020 schreef hij nog dat de relatie tussen klimaatverandering en broeikasgassen onbewezen was. Zijn opus magnum onder de titel ‘De verleiding van de intellectueel’ werd dan ook een mislukking. Het was niet meer dan een samenraapsel van verhalen die hij her en der met veel pathos had verteld. De stelling die bewezen had moeten worden, was veel te vaag en werd niet bewezen. 

Bolkestein was wel authentiek rechts. Misschien mag je wel zeggen dat hij het eerste echt rechtse geluid in Nederland was in de jaren 90, als we kabouter Janmaat even vergeten. Hij was de politicus die zich ook als eerste afzette tegen de heilige jaren 60. Hij was ook bepaald geen kind van die jaren. In zijn kritiek op de jaren 60 had hij overigens bepaald een punt. De linkse (studenten)elite had er namelijk weinig moeite mee om met twee maten te meten. 

Bolkestein was ook de eerste die zijn stem verhief tegen immigratie, en mislukte integratie aan de kaak stelde. Waar hij zich verzette tegen cultuurelativisme en waardenrelativisme, alsof iedereen recht heeft op zijn eigen sharia, had hij helemaal gelijk. Maar Bolkestein was ook de man die de neiging had om alle migranten op één hoop te gooien. Zoals hij ook het verschil tussen islamitische migranten in Nederland en islamitische staten elders graag over het hoofd zag. En Wilders was de tovenaarsleerling van Bolkestein, hoe graag de laatste dat ook ontkende. 

Bolkestein was in feite ook de wegbereider van het populisme in Nederland. Hoewel we hem ook weer niet te veel eer moeten geven. Maar omdat hij een loner was, en de tijdgeest goed aanvoelde, was het zeker de man die zich als één van de eerste afzette tegen de politieke elite, hoezeer hij daarvan zelf ook deel uitmaakte. Maar dat herkennen we vaker bij populisten. 

Eigenlijk leken Bolkestein en Den Uyl pijnlijk veel op elkaar. Allebei volledig overtuigd van hun eigen gelijk, iets wat kon overkomen als zelfingenomen, die air van ongenaakbaarheid die elke zelfspot onderdrukte, dat sociale ongemak. Die hoge intelligentie waardoor beiden weinig geduld hadden met mensen die ‘er weinig van hadden begrepen.’ Ze hadden allebei iets van een sfinx. Misschien waren ze soms sfinx uit berekening, maar ongetwijfeld waren ze ook allebei sfinx uit onzekerheid en verlegenheid. Nee, van dat alles had Wiegel nooit last. Zijn zelfspot en het gemak waarmee hij met anderen omging, waren dan ook wel een stuk aangenamer.

De drie politici, Den Uyl, Wiegel en Bolkestein, hadden wel één ding nadrukkelijk met elkaar gemeen: ze riepen veel tegengestelde reacties op. Ik verontschuldig me dan ook op voorhand voor de jeuk die bepaalde observaties en conclusies bij de lezer hebben teweeggebracht. 

 

[Abonneer je via de homepage op mijn blogs, als je op de hoogte wilt worden gehouden.]

 

Reageer

Uw reactie