Mijn roman ‘IJzersterk’ was af. Al is een roman nooit echt af. Laat ik zeggen: de vraag kwam op of hij moest worden uitgegeven. Ik worstelde met die vraag. Waarom zou je een roman altijd moeten uitgeven? Is dat niet een misplaatste vorm van ijdelheid? Drie simpele, pragmatische argumenten gaven uiteindelijk de doorslag om het boek wel uit te geven. Maar ik geef eerst drie argumenten om het boek meteen in een diepe la weg te stoppen.
Slechts één procent van alle manuscripten die bij (de traditionele) uitgevers worden aangeboden, wordt daadwerkelijk uitgegeven. Heel Nederland schrijft zich gek. Veel uitgevers lezen inmiddels alleen gevraagde manuscripten. Dus zo maken alleen de eigen auteurs en de schrijvers van naam nog een kans. En er lopen zelfs schrijvers van naam rond die hun manuscripten niet meer aan de straatstenen kwijtraken. Het boekenvak is een vreemd circus dat door toeval lijkt te worden geregeerd. Waarom zou ik daaraan mee willen doen?
Als je boek is uitgegeven moet je hopen op recensies. Vooral op positieve recensies. Ik luister wel eens naar de podcast Boeken FM. Laatst kreeg een boek van Thomas Mann een 6,5. Ik wist meteen dat ik nooit een voldoende zou halen, dus een positieve recensie kon vergeten. Het viel me bij deze podcast toch al op dat alle hedendaagse schrijvers louter met hun voornaam werden aangeduid. Alsof de podcastmakers hen persoonlijk kenden. Ik begreep meteen: dit zijn de poortwachters van de literaire bubble. Heb ik zin om me daar in te vechten, heb ik zin om daarbij te horen?
Er was nog een derde argument, een persoonlijk argument. Ik heb voor mezelf de lat in mijn hele leven altijd erg hoog gelegd. De oorzaken laten zich raden en zijn hier verder ook niet relevant. Moest ik nu ook nog eens bij het schrijven van een roman die lat weer zo hoog leggen? Kon ik niet eindelijk eens een boek schrijven dat het niet verder zou brengen dan mijn eigen iCloud?
Het zijn drie overtuigende argumenten. En toch voelde het onaf, om het manuscript in een diepe la weg te stoppen. Charlotte Caspers, kunstenaar, zei eens in de Volkskrant: ‘Ik wil wat ik maak laten zien, anders bestaat het bij wijze van spreken niet.’ In mijn eigen woorden: kunst bestaat pas als je het hebt laten zien. Mijn roman is geen kunst. Maar het gevoel is misschien wel hetzelfde. Je zit toch niet twee jaar aan een boek te pielen, zonder dat je het iemand laat lezen?
Uiteindelijk gaven drie simpele argumenten de doorslag om het boek wel uit te geven.
Er bestaan naast de traditionele uitgevers ook moderne uitgevers die werken met het principe van printing-on-demand. Ze kunnen veel meer risico nemen omdat ze geen last hebben van voorraden. Boekscout draagt zo alle kosten van de uitgave van mijn roman. Ze vragen slechts van mij om wat reclame te maken. Dus lees dat boek!
Ik heb erg genoten van het schrijven van de roman. Er zijn al vrienden en naasten die het boek ook met veel plezier hebben gelezen. Waarom zou ik anderen die kans ontnemen?
Ook als een boek is uitgegeven, is het niet echt af. Zoals ik al schreef is een roman nooit af. Er is altijd die drang om aan die tekst te schaven. Maar als het boek is uitgegeven kan dat niet meer. Noodgedwongen. Een boek uitgeven is een kunstmatig eindpunt van een lange weg.
[Je kan het boek rechtstreeks bij Boekscout.nl bestellen, maar denk ook aan de plaatselijke boekhandel.]