sluit
sluit
30 januari 2026

Een roman schrijft deels zichzelf

Ik was twee jaar bezig met het schrijven van mijn roman ‘IJzersterk’. Op het eerste gezicht leek dat schrijven een heel rationeel en overzichtelijk proces. Ik hield nette overzichten bij van de verhaallijn en van alle personages. Van elk hoofdstuk hield ik bij welke versie inmiddels was afgerond. Aantallen woorden en aantallen pagina’s werden nauwgezet geregistreerd.

Maar welbeschouwd was het verre van rationeel wat ik deed en was het proces helemaal niet overzichtelijk. Ik vertelde al in eerdere blog hoe snel de personages het van me overnamen en hun eigen draai gaven aan de verhaallijn. Zo had ik na drie hoofdstukken een aardige aversie opgebouwd tegen één van mijn eigen hoofdpersonen, de directeur van de firma Visser. Hoe aangenaam was het dan ook dat zijn secretaresse bij de begin van het vierde hoofdstuk vertelde dat de directeur plotseling verhinderd was. Ik was verlost van nog een hoofdstuk met deze kwast. Dat had niet ík bedacht, dat werd mij gemeld.

Later, bij het redigeren, begon ik me te realiseren dat niet alleen de personages met de verhaallijn op de loop waren gegaan, maar dat soms ook de hele roman met mij op de loop was gegaan. Zo kwam ik bij de eerste redactieslag van het manuscript allerlei passages tegen die ik me totaal niet kon herinneren. Alsof een ander aan mijn tekst had zitten kloten. Toch moet ik ook die passages zelf hebben geschreven.

Zo had ik dan wel besloten om vanuit de derde persoon te schrijven (personaal perspectief), maar pas bij de derde of vierde redactieslag ontdekte ik dat ik dat alleen consequent had gedaan voor de roman in de roman. In de epiloog, waarin wordt teruggekeken op het ontstaan en de inhoud van de roman in de roman, had ik geheel onbewust gekozen voor het perspectief van de alwetende verteller. Wellicht een logische keuze, in de structuur van het boek, geen idee.

Zo zag ik ook pas bij het redigeren hoe groot die rol van een toevallige studente, die een tijdje bij de hoofdpersoon in huis had gewoond, uiteindelijk was geworden. In de oorspronkelijke verhaallijn kwam ze niet eens voor. Min of meer toevallig dook ze op in het verhaal. Maar uiteindelijk hield zij de hoofdpersoon op twee cruciale momenten een spiegel voor. Daarmee werd ze zijn muze. Terwijl de hoofdpersoon eerder morsig was, zeker morsig met de waarheid, en tamelijk onmachtig, analyseerde Anneleen twee belangrijke gebeurtenissen in het boek. Anneleen claimde daarmee ongemerkt zo’n grote rol in het boek, dat je ook haar als de hoofdpersoon kan zien.

Vooral door Anneleen gaat de lezer zien wat het echte thema van het boek is, namelijk ‘waarheid’. Eerlijk gezegd had ik daar geen idee van toen ik de eerste versie van de roman schreef. Maar achteraf zag ik plotseling heel scherp hoe ik al schrijvend steeds met de waarheid aan het spelen was. Wat was er waar van dat jubileumboek, wat was er waar van die vreemde ijzerwinkel uit Rotterdam, wat was er waar van de roman in de roman? Hoe autobiografisch is de roman van de hoofdpersoon? Of moeten we concluderen dat iedereen zijn eigen waarheid had?

Toch accepteert vooral de vrouw van de hoofdpersoon niet dat iedereen ‘zijn eigen waarheid’ heeft. Er zijn voor haar ‘onweerlegbare feiten’ die voor iedereen moeten gelden. Feiten die in een roman natuurlijk uiteindelijk ook weer allemaal fictie zijn. Ingewikkeld? Lees dat boek!

 

[Je kan het boek hier bestellen]

Reageer

Uw reactie